Behandeling Debat regeringsverklaring



Verslag van de vergadering van 7 april 2026 (2025/2026 nr. 24)

Aanvang: 9.36 uur

Status: ongecorrigeerd

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Aan de orde is het debat naar aanleiding van de regeringsverklaring.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De voorzitter:

Aan de orde is het debat naar aanleiding van de regeringsverklaring. Ik heet de minister-president, de vicepremiers en de minister van Financiën die hier namens het kabinet aanwezig zijn, van harte welkom in de Eerste Kamer. Voordat ik de beraadslaging open, wil ik de leden verzoeken om te spreken via de voorzitter en interrupties kort te houden, zoals ons Reglement van Orde ook voorschrijft. Ik memoreer dat de spreektijd voor de leden inclusief de tweede termijn is. Ik wil graag rond een uur of elf een korte biobreak van vijf minuten houden, zodat iedereen even de benen kan strekken. Rest mij u allen een inhoudelijk en zeer hoffelijk debat toe te wensen.

Ik geef het woord aan de heer Rosenmöller van de fractie van GroenLinks-PvdA.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Rosenmöller i (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter, dank u wel. Ook namens mij en onze fractie een woord van welkom aan de minister-president, de vicepremiers en de minister van Financiën. Natuurlijk ook een felicitatie, met name aan de premier als winnaar van de verkiezingen. Wij wensen u allen een goede periode als bewindspersoon toe.

Voorzitter. Anderhalf jaar geleden hadden wij hier ook een debat over de regeringsverklaring. Andere regering, andere verklaring. Tijdens dat debat in oktober 2024 hield ik een verhaal als ware het 2034, als ware ik bijna 80. Ik blikte terug op de ontwikkelingen vanaf 2024, een jaar dat in veel opzichten een dieptepunt was. Het was een verhaal van hoop en optimisme. Toenmalige collega's kunnen het zich wellicht nog herinneren. De premier en de vicepremiers waren daar niet bij; hen treft geen blaam, in tegendeel. Zij bekleedden toen nog het hogere ambt van volksvertegenwoordiger in de Tweede Kamer. Ik kom op twee hoofdpunten van dat verhaal terug.

Terugblikkend vanuit 2034 op 2024 en verder kwam de eerste voorspelling uit. Ik zei dat de VVD een enorme strategische blunder had begaan door de loper uit te leggen voor de PVV, dat het kabinet-Schoof een PVV-kabinet werd en dat papieren verklaringen over de rechtsstaat niet bestand bleken tegen rancuneus rechtse retoriek. Uiteindelijk ontplofte de boel al in het eerste jaar, zo voorspelde ik. Minder juist had ik het als het gaat om welke kansen de val van dat kabinet bood om de stilstand te doorbreken en het vertrouwen op nationaal terrein te herwinnen. Daarover straks meer. De tweede voorspelling ging over de wereld die in brand stond. De voorbeelden waren de agressieve inval van Rusland in Oekraïne en de genocide door Israël na de terroristische aanslag van Hamas op 7 oktober. Het recht, zo betoogde ik terugblikkend vanuit 2034, heeft uiteindelijk gezegevierd.

Voorzitter. We zijn terug in het heden. Het recht kan nog zegevieren. Maar ik moet eerlijk zeggen dat internationaal gezien, met recente voorbeelden als Venezuela, Groenland en Iran, het onrecht aan de winnende hand is. Recht maakt plaats voor macht, diplomatie voor oorlog, democratie voor autocratie. Dat zien we terug in de aanval van de Verenigde Staten en Israël op Iran. Het internationaal recht wordt met voeten getreden. Doelen zijn volstrekt onduidelijk en een exitstrategie ontbreekt. De les van de geschiedenis dat zelden of nooit op deze wijze een afschuwelijk regime aan zijn eind komt, lijkt te worden genegeerd. Het is de overschatting van de militaire macht en de onderschatting van de tegenmacht. Het heeft niets te maken met solidariteit met het Iraanse volk. Wat resteert is mogelijk nog meer repressie in Iran door een regime dat sterker uit de oorlog komt. We zien menselijke drama's in Libanon, een regio die letterlijk in de fik staat en desastreuze gevolgen voor de wereldeconomie. De meest kwetsbare landen en de meest kwetsbaren in alle landen betalen de hoogste prijs.

Heeft de regering nog steeds begrip voor deze oorlog van Trump en Netanyahu? Deelt de regering de analyse dat de relatie tot de Verenigde Staten fundamenteel en blijvend is veranderd en dat dit ander leiderschap vraagt in de richting van de Verenigde Staten? Dan heb ik het nog niet eens over die dramatische economische gevolgen van dit conflict. De voorspellingen dat die nog jarenlang voelbaar zullen zijn, vliegen je om de oren. Wanneer, zo vraag ik de premier, slaat dat begrip om in veroordeling? De woorden van het kabinet dat hier buiten de kaders van het internationaal recht wordt gehandeld, zullen toch een keer omgezet moeten worden in daden. Hebben de Amerikanen ons overigens benaderd om gebruik te maken van ons luchtruim of als doorvoerland voor wapens of munitie, vraag ik de premier. En wat vindt hij van het dreigement van de Amerikaanse president om mogelijk na vannacht alle bruggen en elektriciteitscentrales in Iran te vernietigen?

Voorzitter. Met Den Haag als stad van vrede en recht heeft ons land een traditie hoog te houden. In die traditie zou het de premier passen aan te dringen op het beëindigen van die oorlog. Het past hem en ons op te komen voor vrede en recht. Je kunt discussiëren over het effect dat dit heeft op de Amerikaanse president. We zijn niet naïef. Maar wat we willen zien, is een premier die strijdt voor internationaal recht en voor de-escalatie, en die met zijn terechte Europese ambities strijdt voor een wereldorde waar recht, diplomatie en democratie het winnen van macht, conflict en autocratie. Ik vraag de premier of we dat, uiteraard in zijn eigen woorden, mogen verwachten als hij volgende week de Amerikaanse president ontmoet.

Voorzitter. De gierende snelheid waarmee het internationale krachtenveld zich op een zorgelijke wijze ontwikkelt, staat in schril contrast met de ergerniswekkende stilstand rondom grote nationale uitdagingen. Als les uit het heden en het recente verleden zou de regeringsverklaring van het kabinet-Jetten ook als volgt hebben kunnen beginnen. In dit korte rollenspel speel ik maar even de premier.

"Voorzitter. Ons land staat zowel nationaal als internationaal voor enorme uitdagingen. Mede daarom zit voor u een stabiel kabinet van progressieven, liberalen en christendemocraten. Dat vraagt om vertrouwen, vertrouwen dat we moeten verdienen, vertrouwen dat we hebben verloren. U kent de voorbeelden. We realiseren ons de context. Maar we staan voor enorme opgaven. Wat we kunnen toezeggen, is dat we ons met alle energie die in ons zit, zullen inspannen om dat te doen wat de kern is van ons vak: de democratie en de rechtsstaat versterken, de veiligheid, ook internationaal, bevorderen, sociale mensenrechten als fatsoenlijk werk, goede zorg en onderwijs garanderen, en ons land netjes overdragen aan de volgende generatie. Cruciaal in de vorming van deze coalitie van het midden was de gedeelde zorg over wat we erven, namelijk een land in stilstand, een wereld in crisis en een politiek bedrijf dat vooral met zichzelf bezig was. Dat vraagt om daadkracht, doorbraken en een gezamenlijke visie op de grote uitdagingen in ons land en Europa. Het gevoel van urgentie bracht ons dichter bij elkaar. Daarnaast was er de erkenning van de liberalen dat regeren met de PVV een onbesuisd politiek experiment was dat niet voor herhaling vatbaar is. De verschillen tussen progressieven, liberalen en christendemocraten zijn er, maar wat hielp was het inzicht dat het fundamentele verschil in de politiek het verschil is tussen democratische partijen en niet-democratische partijen, tussen partijen die de rechtstaat willen versterken of ondermijnen, Europa willen versterken of verlaten, het klimaatprobleem erkennen of ontkennen, big tech willen begrenzen of faciliteren. Zo kan ik doorgaan. Scherp zicht op het fundamentele verschil relativeert het onderlinge verschil. Die relativering hielp om een gedeelde visie te ontwikkelen. Ons land is meer gediend bij daadkracht, moed en verbinding dan bij welk politiek experiment dan ook." Zo had de regeringsverklaring kunnen beginnen. Maar het liep iets anders.

We zien een kabinet voor ons dat stoelt op een minderheid van iets meer dan 40% in de Tweede Kamer en nog geen 30% in de Eerste Kamer. Dat wordt nu vooral verkocht als kans, maar de premier was tijdens de formatie toch voorstander van een meerderheidskabinet. Dat kwam er toch niet, omdat de VVD ons uitsloot. Ik vraag de premier dat te bevestigen en te erkennen dat dit minderheidskabinet plan B en niet plan A is. Laat ik er geen misverstand over laten bestaan: dat je in 2023 de loper uitrolt voor een ondemocratische partij als de PVV, met als argument dat je geen partijen en kiezers mag uitsluiten, en twee jaar later de deur dichtgooit naar een democratische beweging als de onze, vind ik onbegrijpelijk en onverantwoord, niet omdat ik de verschillen tussen de VVD en ons onderschat, wel omdat wij van mening zijn dat het niet het meest fundamentele verschil is. Dat zit hem tussen democratische en niet-democratische partijen, zoals ik eerder betoogde. Die analyse kent ook voldoende aanhangers binnen de VVD.

De VVD-keuze van uitsluiting is een graat in de keel en heeft de relatie tussen hen en ons beschadigd. Hoe nu verder, is een legitieme vraag. Laat ik in één ding duidelijk zijn: rancune is een slecht recept voor het bedrijven van politiek. Wrok en verbittering horen niet tot onze drijfveren. Wij zijn professionals met idealen en oog voor de realiteit en we zullen het kabinet met verantwoordelijke oppositie tegemoet treden. Wat is dat dan? Dat betekent dat wij ook hier in de Eerste Kamer ons aandeel willen nemen in het sluiten van akkoorden die Nederland vooruithelpen.

De voorzitter:

Een interruptie van de heer Van Hattem.

De heer Van Hattem i (PVV):

Ik hoor nu al de hele tijd het betoog van Rosenmöller van GroenLinks-PvdA aan met al zijn uithalen richting de PVV. Hij zegt net dat rancune, wrok en verbittering niet zijn drijfveren zijn, maar volgens mij was het betoog dat we net hoorde één lang verhaal van rancune, wrok en verbittering. Mijn vraag aan de heer Rosenmöller is dus: vanwaar toch zo veel rancune, wrok en verbittering richting partijen waar de Nederlandse kiezer wel massaal achter staat? De PVV was bij de afgelopen twee verkiezingen achtereenvolgens de grootste en op een haar na weer de grootste. Waarom dus die rancune, wrok en verbittering richting de Nederlandse kiezers?

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Dank voor het feit dat u al mijn begrippen leent. U gebruikt ze in een context die niet de mijne is, maar die van u. Er is geen sprake van rancune, wrok of verbittering op de manier zoals u dat zegt, totaal niet. Kijk, wij verschillen fundamenteel van mening. Wij maken een onderscheid tussen democratische en niet-democratische partijen. U behoort wat ons betreft tot een niet-democratische partij. Daar hebben we het eerder over gehad. Dat gaat niet over uw persoon. Dat gaat over uw beweging of uw partij, die niet democratisch is en die staat voor een aantal waarden die zo ver van de onze staan dat je die uitsluit. Wij maken de analyse dat het verschil met de VVD een fors verschil is, maar dat het overbrugbaar is. We hebben de VVD nooit uitgesloten. Ze hebben ons uitgesloten. Het is eigenlijk een zuivere analyse van datgene wat in de tweede helft van het vorige jaar is gebeurd in de verkiezingscampagne, met gevolgen voor de samenstelling van dit kabinet.

De heer Van Hattem (PVV):

Maar uiteindelijk zijn het wel de kiezers die bepalen. De Nederlandse kiezer zegt: wij willen een geluid horen waarbij er maatregelen worden genomen op het gebied van asiel en migratie en andere zaken waar wij hard op zitten te wachten. En dan vraag ik ook aan de heer Rosenmöller: waarom durft hij met zo veel arrogantie te praten over wat antidemocratisch is en dat soort zaken, terwijl de Nederlandse kiezers een stevig mandaat meegeven? Dat is toch democratie ten top? Daar laat ik het bij.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Het is nog niet arrogant als u zegt dat het arrogant is. Dat werp ik dus verre van mij. En twee: u heeft er natuurlijk gelijk in dat kiezers zich uitspreken. Kiezers hunkeren naar oplossingen. Ik kom daar verder nog over te spreken. Neem de stilstand waar uw partij in het vorige kabinet een belangrijke factor in was. Laat dat de analyse van dit moment zijn: die stilstand is nou precies wat we niet moeten hebben. We moeten Nederland in beweging krijgen en we moeten niet Nederland een land laten zijn van stilstand bij grote vraagstukken, waaronder ook migratie, arbeidsmigratie, volkshuisvesting en ga zo verder. Ik kom er nog over te spreken.

Dus ja, de kiezer heeft partijen een mandaat gegeven. Ja, kiezers willen dat Nederland van het slot gaat en dat Nederland in beweging komt. Maar ik denk eerlijk gezegd dat uw partij een enorme kans gemist heeft om vanuit uw perspectief Nederland in beweging te krijgen. Ik zou bijna zeggen "gelukkig", want het is niet ons perspectief. Dat laat onverlet dat rondom moeilijke en makkelijke vraagstukken Nederland in beweging gebracht moet worden ten opzichte van de stilstand die we de afgelopen twee jaar met een PVV-kabinet hebben gezien.

De heer Dessing i (FVD):

Ik wil eerst even aansluiten bij wat de heer Rosenmöller zegt. Ik ben het eens met GroenLinks-PvdA dat er grote nationale uitdagingen zijn en dat dat een focus zou moeten zijn waar we ons allemaal op zouden moeten richten. Maar ik ben toch even benieuwd naar het volgende. Ik hoor hem zeggen dat een minderheidskabinet eigenlijk een soort plan B is. Het is eigenlijk niet wenselijk. Hoe ziet de heer Rosenmöller dan het feit dat bij een minderheidskabinet de oppositie in beide Kamers, die het hoogste orgaan zijn, de macht juist kan terugpakken om op die onderdelen waar we elkaar kunnen vinden, te zorgen dat we Nederland weer van het slot af krijgen, zoals de heer Rosenmöller zegt? Is het niet juist heel mooi van de democratie dat een minderheidskabinet dat zou kunnen bewerkstelligen?

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Laat ik er twee dingen over zeggen. Ik vind het altijd flauw om te verwijzen naar iets wat ik nog ga zeggen. Het kan korter nu. Het heeft ook voordelen. Het heeft voordelen voor de levendigheid van het debat. Het heeft voordelen voor wat je de democratie of een vorm, interpretatie of toepassing van een democratie kunt noemen. Daar zitten wel voordelen aan. Maar, en daar zal ik straks iets uitgebreider over zijn, als je kijkt naar de uitdagingen waar ons land voor staat, zowel nationaal als internationaal, is onze analyse dat het land meer gediend is met een stabiel meerderheidskabinet dan met een minderheidskabinet. Wij hebben dat een riskant avontuur, een riskant experiment genoemd. Dat zou ik er op dit moment van willen zeggen. Ik kom er zo nog uitgebreider over te spreken. Als dat voor u nog interrupties uitlokt, is dat uiteraard aan u.

De heer Dessing (FVD):

Dat begrijp ik. Dat snap ik ook. Ik wacht het vervolg van het verhaal dus graag af. Maar ik ben even benieuwd naar waar de focus ligt. Ik denk dat we niet op allebei, dus op het nationale en het internationale, kunnen focussen. Het moet allebei, maar zou de focus niet moeten liggen op de nationale problemen die er liggen en moeten we niet met elkaar proberen die op te lossen?

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Dat denk ik nou weer niet. Natuurlijk moet er focus liggen op de vraagstukken die hier, en met name ook in de Tweede Kamer, heel vaak besproken zijn, zoals stikstof, volkshuisvesting, klimaatvraagstukken, de natuur, die verloedert in plaats van herstelt, en migratie, waar grip op moet komen. Dat soort vraagstukken zijn voor een belangrijk deel nationaal, maar als iets tegelijkertijd internationaal is, dan zijn het wel klimaat en migratie. Ik zou het strakke onderscheid tussen nationaal en internationaal niet willen maken in een wereld waarin zo langzamerhand alles en iedereen met elkaar verbonden is.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Ik was bij het punt wat dat nou betekent. Dat betekent dus dat wij hier in de Eerste Kamer ons aandeel willen nemen om akkoorden te sluiten die Nederland vooruithelpen. Van onze kant hoort daarbij de bereidheid om concessies te doen, mits de richting de goede is en de rekening eerlijk.

We vragen op voorhand ook iets van het kabinet, en dat gaat over de verhoging van de AOW-leeftijd. Toen ik dat las, moest ik denken aan het begin van mijn loopbaan. Als 22-jarige ging ik, getooid met linksradicale ideologische veren, werken in de haven van Rotterdam. Dat heb ik zeven jaar gedaan. Schepen laden en lossen met honderden collega's. Kistje, baaltje en doosje sjouwen, noemden we dat. Het was zwaar en onaangenaam werk. Vandaar al die spierbundels! Toen was er nog de VUT. Dat was een vervroegde uittredingsregeling, zeg ik voor al die jeugdige senatoren en ministers. De harde werkelijkheid was dat 60% van de bootwerkers die VUT-gerechtigde leeftijd van 62 jaar niet haalde en in de WAO belandde, laat staan de toenmalige AOW-leeftijd van 65 jaar. Na het recente pensioenakkoord, met daarin opnieuw een verdere verhoging, kan ik mijn oude maten, hun kinderen en andere hardwerkende Nederlanders in de bouw, de logistiek, de landbouw of de zorg dat echt niet aandoen. Dat is gewoon niet eerlijk. Daarnaast weten we hoe moeilijk het is om het zwaarbevochten pensioenakkoord, met plussen en minnen, uitgevoerd te krijgen.

Daar komt bij dat de voorspellingen van de kosten nu, ten opzichte van 2019 toen het pensioenakkoord werd gesloten, alleen maar meevallen. Dat moet de premier toch erkennen. Een akkoord dat net is gesloten alweer openbreken, vergroot het wantrouwen dat het kabinet nu juist wil bestrijden. Het is wat ons betreft niet alleen oneerlijk, maar ook onbetrouwbaar. Hoe kunt u van ons, maar ook van de meerderheid van deze Kamer, vragen om in te stemmen met een maatregel waartegen zoveel maatschappelijke weerstand bestaat? Herstel de relatie met de polder, en met name met de vakbeweging, die we moeten prijzen en niet moeten straffen voor de verantwoordelijkheid die zij heeft genomen. Dat is mijn oproep. Ik vraag de premier om af te zien van deze AOW-verhoging en dat vandaag toe te zeggen. Dan wordt dat deel van de valse start van het kabinet in ieder geval hersteld. Het biedt, primair onze Tweede Kamerfractie, de ruimte om met het kabinet afspraken te maken over de onderwerpen die ons land van stilstand in beweging brengen en waar mensen al jaren naar snakken, zeg ik nogmaals tegen collega Van Hattem. Dat is niet makkelijk, maar wel nodig.

De voorzitter:

U heeft een interruptie van de heer Van Meenen van D66.

De heer Van Meenen i (D66):

Kan aan het eind van de AOW.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Ja, ehm … Kom maar.

(Hilariteit)

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Ik zou willen dat we bij het einde van de AOW waren.

De heer Van Meenen (D66):

Nou, nee. Dat hoeft niet.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Misschien kan deze interruptie helpen.

De heer Van Meenen (D66):

Zei de ene AOW'er tegen de andere. Kent u die mop?

(Hilariteit)

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Ik ben al bijna 80 jaar, hè, dus al jaren een AOW'er.

De heer Van Meenen (D66):

Ja, ja, ja. Ik begrijp heel goed wat de heer Rosenmöller zegt, los van de vraag of ik het daar precies mee eens ben. In mijn bijdrage kom ik daar straks ook nog op terug. Wat hier een beetje in de weg zit — ik vraag het de heer Rosenmöller en ik hoop dat hij dat ook zo ziet — is het onderscheid tussen doel en middel. Is de heer Rosenmöller het met mij eens dat er wel een probleem is met de toenemende vergrijzing, ook wat betreft de betaalbaarheid van deze prachtige basisbeurs voor oude mensen, om het zo maar even te noemen? Is hij het met mij eens dat er een verschil is tussen het moment dat hij in de haven werkte, toen er negen werkenden op één AOW'er waren, en nu? Als we nog even wachten, zijn het er twee.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Daar ben ik het mee eens. Maar dan neemt u ook wel een tijdspanne. Als u het vergelijkt met de tijd waarin ik in de haven werkte: dat is ruim 45 jaar geleden. Toen was de AOW-leeftijd ook 65 jaar. Daarom hebben we daar ook iets aan gedaan. Dat traject duurde ongeveer tien jaar, voordat werkgevers en werknemers elkaar vonden in een zwaarbevochten pensioenakkoord, met plussen en minnen. Parallel daaraan ontstond een politieke coalitie om dat ook politiek mogelijk te maken. Onze partijen maakten daar onderdeel van uit. Daardoor is de AOW-leeftijd ook gaan stijgen.

De heer Van Meenen (D66):

Zeker.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Dus het probleem is in belangrijke mate opgelost met het pensioenakkoord dat we hebben. En dan wil ik daar graag nog één ding over zeggen. Toen is natuurlijk ook bekeken hoeveel dat kost als aandeel van het bbp. De kosten werden toen hoger voorspeld dan ze zijn vandaag de dag. Het probleem is dus in belangrijke mate opgelost en dit hebben we dus niet meer nodig, nog even los van de vraag of de levensverwachting nu nog weer verder stijgt of niet; dat lijkt namelijk niet het geval te zijn.

De heer Van Meenen (D66):

De heer Rosenmöller heeft in zijn vorige verhaal, bij de vorige Algemene Politieke Beschouwingen of de regeringsverklaring, ver vooruitgekeken. Hij wilde dat nu weer doen. Dat moeten we juist bij dit onderwerp ook doen. De AOW is net een mammoettanker die je op tijd bij moet sturen. Daarom prijs ik het kabinet voor het aan de orde stellen van het probleem. Het probleem daarbij is volgens mij dat meteen de oplossing erbij gegeven is. Er is een probleem met de uiteindelijke betaalbaarheid, ver vooruitkijkend. Deze maatregel gaat namelijk niet volgend jaar in, maar pas in het volgende decennium. Maar zijn we het er dan wel over eens dat er op de lange termijn een probleem is en dat er dus een oplossing moet komen? Is de heer Rosenmöller bereid om wel over een oplossing van dit probleem te praten? Of zegt hij: er is gewoon geen probleem, hou er maar over op en ik wil het woord "AOW" hier nooit meer horen?

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Nou ja, dat laatste is zo radicaal, dat zult u uit mijn mond nooit horen. Maar ik zeg wel dat het probleem van de betaalbaarheid van de AOW in belangrijke mate is opgelost. De stijging van de levensverwachting houdt een keer op. We worden niet allemaal 120, ook niet over vijf of tien jaar. Regeren is vooruitzien. Die parallel die u trok met het verhaal van anderhalf jaar geleden, begrijp ik goed. Dat snap ik ook goed, maar dan heb ik ook een wedervraag, al staat de voorzitter mij die vast niet toe. Maar laten we dan kijken wat volgens ú het probleem is, dus: wat is nou precies het probleem?

De heer Van Meenen (D66):

Het probleem is — je kunt dat ook geweldig nieuws vinden — dat kinderen die nu geboren worden een levensverwachting hebben die echt aanzienlijk hoger is dan onze levensverwachting. Uiteindelijk wil ik ook die kinderen — we hebben ze allebei — onze kleinkinderen en hun kinderen weer dat prachtige middel geven, namelijk een basisvoorziening voor iedereen in dit land. Maar dan moet je wel op tijd bijsturen. Dus mijn vraag — het is niet de vraag van het kabinet — aan de heer Rosenmöller is of hij bereid is om daarnaar te kijken. Kunnen we met elkaar ten minste het gesprek aan over de omvang van het probleem en over eventuele andere oplossingen dan degene die hij hier ter plekke ten grave wil dragen?

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Maar, voorzitter …

De voorzitter:

Ja, meneer Rosenmöller. En graag niet ingaan op de oplossingen van uzelf, want dat lijkt me best een lang debat worden, maar op de eerste vraag.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Kijk, als de heer Van Meenen zegt: de kinderen die nu geboren worden … We hebben er een in de fractie die net weer vader is geworden.

De heer Van Meenen (D66):

Gefeliciteerd.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Ik zal het doorgeven, maar ik heb er geen bijdrage aan geleverd!

(Hilariteit)

De heer Van Meenen (D66):

O, nou dat is voor de notulen dan belangrijk, tegenwoordig, in Den Haag!

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

De dochter van Randy Martens heeft 50% kans dat ze 100 jaar wordt; dat zijn de cijfers vandaag de dag. Dat is wat u bedoelt, dat is wat u bedoelt. Maar is dat nou een reden om een pensioenakkoord dat nog geen drie jaar geleden is ingegaan weer open te breken, omdat dat veronderstelt voor de middellange termijn een oplossing te bieden voor het vraagstuk waar we het over hebben? Vraagt u aan mij: wilt u nooit meer over AOW praten? Nee, natuurlijk wil ik niet nooit meer over de AOW praten. Natuurlijk zie ik dat vraagstuk op de lange termijn, maar dat is nog iets anders dan nu als een duveltje uit een doosje met een voorstel komen dat haaks staat op een akkoord waar tien jaar over onderhandeld is, dat we moeten respecteren en dat nog niet eens overal is ingegaan.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Van Meenen (D66):

Ten slotte. Dat begrijp ik. Daar ben ik ook mee begonnen. Dat zie je heel vaak in de politiek, dat er even na een verkiezing — dat is hier gelukkig gebeurd — veel problemen worden gesignaleerd en oplossingsrichtingen worden gegeven. Hier is één heel concrete oplossingsrichting gegeven, die door velen gezien wordt als een breuk met het dat pensioenakkoord. Ik begrijp uw weerstand daartegen. Dat is ook een risico. We willen juist akkoorden gaan sluiten. Dat begrijp ik heel goed. Als het dan toch moet gebeuren, kunnen we beter vandaag van die oplossing afscheid nemen dan morgen. Maar dan is mijn vraag: bent u dan wel bereid om met dit kabinet, met ons, met oppositie en coalitie, te praten over de omvang van het probleem, de richtingen die er dan wel zijn, scenario's aan dit kabinet te vragen, eigenlijk alles wat overigens in de Tweede Kamer al is toegezegd? Is de heer Rosenmöller daartoe bereid?

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Een kort antwoord. Als dit AOW-plan, dit onzalige AOW-plan van tafel gaat, in dit debat of later, dan zijn wij uiteraard altijd bereid om ervoor te zorgen dat de jongste generatie, en ook zelfs de iets oudere dan de allerjongste generatie, straks ook onderdeel kan zijn van een betaalbare AOW. Want natuurlijk blijft de AOW niet tot in lengte van jaren hetzelfde. Hij groeit ook mee met de ontwikkeling. Zo staat het ook in het pensioenakkoord: elk jaar levensverwachting erbij, acht maanden later AOW. U maakt er dan twaalf maanden van en dat is nou precies het verschil tussen u en mij. U wilt dat op tafel houden. Wij willen dat van tafel hebben.

De heer Van Meenen (D66):

Voorzitter, daar maak ik bezwaar tegen.

De voorzitter:

Nee, meneer Van Meenen.

De heer Van Meenen (D66):

Ik maak daar bezwaar tegen. Dat is niet wat ik zeg. Ik zeg niet dat ik dit op tafel wil houden. Juist niet. Ik zeg: als we er afscheid van moeten nemen, dan liever vandaag dan morgen. Ik vraag de heer Rosenmöller of hij bereid is om naar andere oplossingen te kijken. U en ik krijgen AOW, om maar eens even een dwarsstraat te noemen. Nou, ik weet het niet van u, maar ik weet dat het voor mij minder betekenis heeft dan het heeft voor uw oud-collega's die die AOW krijgen. Voor hen is het ongelofelijk belangrijk dat het misschien eerder nog omhooggaat. Laten we daarnaar kijken. Voor mij en voor u is het minder belangrijk. Dat is een richting waar je naar kunt kijken. Je kunt naar allerlei kanten kijken, als je maar erkent dat het kabinet een poging heeft gedaan om in ieder geval een probleem te signaleren en bereid is — dat hoop ik dan ook en dat zal ik straks natuurlijk aan het kabinet vragen — om ook andere oplossingsrichtingen te verkennen. En als ik de discussie in de Tweede Kamer gevolgd heb — dat heeft u ook gedaan — dan is het kabinet daartoe bereid en ik hoop dat u dan ook van de partij bent.

De voorzitter:

We zijn in herhaling gevallen. Ik wil nu het woord aan de heer Schalk geven, wellicht ook over de AOW. De heer Schalk.

De heer Schalk i (SGP):

Voorzitter, u heeft het weer haarfijn aangevoeld: ik ga het over de AOW hebben met de heer Rosenmöller. Misschien moeten we wel even bij de feiten blijven. Het pensioenakkoord is inderdaad eigenlijk ingegaan in 2023, drie jaar geleden, maar het is zeven jaar geleden gesloten, in 2019, en we spreken nu over de problemen die we wellicht in 2033 willen oplossen. Ook voor de SGP is het AOW-vraagstuk een enorm lastig probleem, maar ik vond toch de opmaat naar de ultieme vraag van de heer Rosenmöller, namelijk om het van tafel te halen, wel mooi, want alle argumenten die hij daarvoor noemde, zijn eigenlijk al in de Tweede Kamer besproken en besloten naar aanleiding van de motie-Stoffer. Die verzoekt de regering de voorgenomen aanscherping van de AOW-systematiek te verzachten, bijvoorbeeld middels een minder strenge koppeling, een ruimere regeling voor mensen met een zwaar beroep, uit de havens en dergelijke, een AOW-leeftijd op basis van gewerkte jaren en/of een meer flexibele AOW-systematiek op basis van bijvoorbeeld vermogen of inkomen, en verzoekt te regering hierbij actief en intensief de sociale partners te betrekken. Meneer Rosenmöller krijgt wat hij heeft gevraagd, want de regering heeft dit al toegezegd.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Ik weet niet wat u nu precies vraagt aan mij. Vraagt u of de motie-Stoffer een antwoord is op ons pleidooi? Dan heeft u of de motie-Stoffer niet goed begrepen of mijn pleidooi niet. Ik denk het laatste, want wij zeggen niet "verzachten". Wij zeggen: haal dit onzalige idee van tafel. Nogmaals, als dat kan met collega Van Meenen: graag. Wij zullen altijd bereid zijn om constructief te spreken over vraagstukken die ook de betaalbaarheid van de oude dag raken op de middellange en lange termijn, altijd.

De heer Schalk (SGP):

Dan misschien nog even wat duidelijker. Hier staat inderdaad "verzachten". Vervolgens heeft het kabinet in de Tweede Kamer gezegd dit helemaal stil te leggen en min of meer opnieuw te beginnen. Ze gaan in gesprek met de sociale partners. Dat ligt gevoelig. Mijn vraag aan de minister-president later vandaag zal zijn: is er al enige voortgang? Maar om dit debat nu weer helemaal over te doen, terwijl het politieke primaat in de Tweede Kamer ligt en al duidelijk is geworden dat de regering het niet op de manier gaat doen zoals in de regeringsverklaring is geformuleerd ... Dit is toch ook voor de heer Rosenmöller een mooi begin om deze dag mee te starten?

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Nou ja, het was al een mooi begin toen het eind februari in de Tweede Kamer besproken werd. Maar het was een begin en wij vonden het niet mooi genoeg. Je gaat hier voor het hoogst haalbare. Wil je effectief zijn ... Dat is ook een onderdeel van het debat in de Tweede Kamer geweest. Uw politieke voorman daar heeft iets gezegd over de motie die u net voorlas. Andere fracties zeiden: allemaal goed en wel, maar wij willen het van tafel. Het kabinet heeft gezegd: wij zullen erover nadenken, even pas op de plaats et cetera. Kijk, wij lopen lang genoeg in Den Haag mee om te weten wat "pas op de plaats" betekent of kan betekenen. Die wet zou overigens vijf jaar voordat hij ingaat hier besproken moeten worden. Dat zal ergens in 2027 moeten zijn, voor 1 januari 2028. Je moet duidelijkheid geven over wat nou precies de kans is dat zo'n nieuwe AOW-wet conform het regeerakkoord het haalt of niet. Wij zeggen: wij kijken of er in de Kamer een meerderheid is die dat geen goed idee vindt, die daarvan afstand wil nemen, die dat niet in de ijskast plaatst maar terzijde schuift. Vervolgens kun je altijd weer op basis van nieuwe data of anderszins — ik heb ze nog niet gezien; sterker nog, de data die ik heb gezien, vallen alleen maar mee en niet tegen, maar oké — het gesprek aangaan, maar niet onder druk. Dat is ook precies wat de sociale partners zeggen, met name de vakbeweging.

De voorzitter:

De heer Schalk, tot slot.

De heer Schalk (SGP):

Het gaat juist om datgene wat de heer Rosenmöller nu aandraagt, dat je vijf jaar van tevoren afspraken moet maken. Op het moment dat het helemaal van tafel gaat, halen we dat in ieder geval niet. Je zou de regering toch de kans moeten geven om te kijken op welke manier het wel een haalbare kaart is om mensen met enorm zware beroepen eerder te helpen en dergelijke. Die kans heeft ze ook gekregen van de Tweede Kamer. Volgens mij is dat echt de positie die op dit moment speelt. Ik zou de heer Rosenmöller willen vragen om het kabinet daarvoor in ieder geval ruimte te bieden.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

U kunt alle ruimte krijgen die u wilt — dat geldt ook voor het kabinet — maar niet op het moment dat zonder data, zonder gegevens, zonder enig inhoudelijk argument er een aanleiding zou zijn om, anders dan in het pensioenakkoord, de AOW-leeftijd nog weer extra te verhogen. Je kunt zeggen dat het onbetrouwbaar is omdat er een afspraak is. Je kunt zeggen: oké, zes of zeven jaar geleden is er een afspraak gemaakt maar daar gaan we nu opnieuw naar kijken. Maar welk inhoudelijk thema, welke cijfermatige onderbouwing is er om hier opnieuw naar te kijken? Wij hebben die onderbouwing nog niet gevonden. Alle cijfers die we vinden gaan alleen maar over het feit dat de kostenraming meevalt en niet tegenvalt.

Mevrouw Klip-Martin i (VVD):

Even heel kort in de richting van de heer Rosenmöller. Ik hoorde hem in het debatje met de heer Van Meenen zeggen: een idee als een duveltje uit een doosje. Ik hoorde hem net ook tegen de heer Schalk zeggen: ineens een idee. Volgens mij was het een van de suggesties van de Studiegroep Begrotingsruimte om de AOW op die manier betaalbaar te houden. Ik wil niet goochelen met cijfers of elkaar met cijfers om de oren slaan, maar volgens de cijfers die ik heb gezien, zijn de premie-inkomsten 14% gestegen en de AOW-kosten 172%. Dat vraagt echt om snelle oplossingen. Dat vraagt van een kabinet dat zich verantwoordelijk voelt, alle opties onder de loep te nemen, zeker als een van die opties de suggestie van de Studiegroep Begrotingsruimte is.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Ik denk dat ik erover gezegd heb wat ik erover zou kunnen zeggen. We zullen wel zien hoe dit debat verder inhoudelijk verloopt. Ik ben natuurlijk benieuwd naar de reactie van het kabinet op dit punt. We kijken wel waar we vanavond staan. Ik ben in ieder geval blij met alle aandacht voor dit thema.

Voorzitter. Waar was ik? Ik zei dat de afspraken die we moeten maken niet makkelijk, maar wel nodig zijn. Met het tussenakkoord van D66 en het CDA konden we eigenlijk redelijk uit de voeten. Maar onder druk van de VVD is dat flink herschreven. Uiteindelijk wordt premier Jetten de aanvoerder van een kabinet met vooral VVD-beleid, zoals Mark Rutte ooit het verwijt kreeg vooral D66-beleid uit te voeren. Wat dat betekent voor de wens om de grootste partij te worden, laat ik maar even buiten beschouwing.

Wat we zien, is een akkoord zonder afbouw van de hypotheekrenteaftrek, en dat vinden we niet eerlijk. Het ontzien van vermogenden is niet eerlijk. Hard bezuinigen op de gehandicaptenzorg is niet eerlijk. Fors snijden in de sociale zekerheid en verhoging van het eigen risico in de zorg: wij vinden het niet eerlijk. De formatie mag dan relatief snel zijn verlopen, als de coalitie zich niet realiseert wat men heeft afgesproken, hebben we wel een regering, maar eigenlijk geen afgeronde formatie. Hoe kan het, vraag ik de premier, dat zijn minister van Financiën zelf gaten schiet in de box 3-oplossing? Hoe kan het dat ingrepen in de sociale zekerheid worden gedaan zonder dat de coalitie snapt wat dit betekent voor zwangere vrouwen en arbeidsongeschikten? Hoe kan het dat minister Vijlbrief zegt: het effect van de ingrepen heb ik niet goed gezien? Als de minderheid het zelf al niet goed begrijpt, kom je moeilijk tot een meerderheid. Wij zijn bereid de afstand tot die meerderheid te overbruggen, maar dat moet wel een sociale meerderheid zijn, die staat voor een eerlijke verdeling van de lusten en de lasten.

Daartoe kunnen we deelakkoorden sluiten. Urgent is in ieder geval een akkoord over de economische gevolgen van de oorlog voor gewone mensen die de rekening betalen in de supermarkt, aan de pomp en via de energierekening thuis. Wat kan de premier hier toezeggen? Een deelakkoord over stikstof is ook mogelijk, maar dat betekent eerlijke afspraken die juridisch houdbaar zijn, de natuur herstellen, jonge boeren perspectief bieden en ruimte creëren voor het bouwen van woningen. Een akkoord over het belastingstelsel betekent eerlijke afspraken over het minder belasten van werk en het wat zwaarder belasten van vermogen, zodat de hardwerkende Nederlander echt wordt beloond. Een akkoord over het klimaatbeleid betekent eerlijke afspraken over het halen van de doelen, de tussendoelen en over de rekening, zodat we onze kinderen een duurzame toekomst kunnen bieden. Een akkoord over het toekomstige zorgstelsel vraagt om eerlijke afspraken over kwalitatief hoogwaardige zorg en vermindering van de bureaucratie, een kritische blik op wie welke publiek gefinancierde zorg nodig heeft, en ontziet de meest kwetsbaren en chronisch zieken.

Een andere keuze is een breder, overkoepelend akkoord over de miljoenennota en de begrotingen. Dat kan ook. Maar het zal moeten voldoen aan vergelijkbare uitgangspunten. Na tientallen jaren te zijn ontzien, zullen grotere bedrijven, vermogenden, mensen met een hoog inkomen, hun aandeel meer moeten nemen. De tijd dat gewone mensen het overgrote deel van de rekening betalen, moeten we niet voortzetten, maar beëindigen. Ik vraag de premier zo concreet mogelijk aan te geven wat de strategie van het minderheidskabinet is om tot een meerderheid te komen.

Bij die verantwoordelijke oppositie hier in de Eerste Kamer hoort ook de hartenkreet voor voldoende aandacht voor de handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en rechtmatigheid. Ik zeg tegen de premier: heb oog voor de uitvoerders en de uitvoerbaarheid. Kan de premier toezeggen dat wetsvoorstellen worden voorzien van een uitvoeringstoets, zoals door een ruime meerderheid van deze Kamer gewenst? Het massaal verwerpen van het wetsvoorstel om ondermijning van maatschappelijke organisaties tegen te gaan, een paar weken geleden, maakt nog eens duidelijk dat het doel niet alle middelen heiligt. Hoe kijkt de premier daar eigenlijk op terug?

Wetsvoorstellen moeten de rechtsstaat en de rechtsbescherming versterken en niet verzwakken. De toets op rechtmatigheid luistert nauw. We hechten daarbij veel waarde aan de adviezen van de Raad van State. Ik vraag het kabinet dat ook te doen en niet, zoals het vorige kabinet, de advisering slechts als een verplicht nummer te zien. We weten hoe het is afgelopen met de poging staatsnoodrecht in te voeren op het terrein van asiel. Het paradepaardje van de PVV sneuvelde hier in de Eerste Kamer. Kan de premier toezeggen dat hier geen wetsvoorstellen komen die de rechtsstaat verzwakken?

Naast deze bestaande drie criteria, zou ik de premier willen vragen hoe hij denkt over het opnemen van een vierde criterium, namelijk een toets die inzicht moet geven in de langetermijneffecten van beleid en regelgeving. Onze voormalige collega Willemijn Aerdts, nu staatssecretaris, en huidige collega's Eric Holterhues en Noortje Thijssen schreven er exact een jaar geleden een artikel over in Trouw. Groene, progressieve en christelijke politiek, zo schreven zij, delen het besef dat generaties met elkaar verbonden zijn. Juist deze Kamer, zo stelt het betoog, zou in haar debatten over wetsvoorstellen het langetermijndenken een plek moeten geven. Er ligt al een aangenomen motie-Aerdts om hier in de miljoenennota aandacht aan te besteden. Zou de premier een eerste reactie willen geven op de gedachte die breed leeft in deze Kamer om ook voor wetsvoorstellen inzicht te geven in de langetermijneffecten?

Voorzitter. Ik wil positief eindigen met twee boeiende passages uit het regeerakkoord. Ten eerste de mooie ambitie om te bouwen aan de gezondste generatie ooit. Zo'n ambitie is echter makkelijker te formuleren dan te realiseren. Fatsoenlijk sociaal beleid moet daarvoor hand in hand gaan met een harde keuze voor preventie. Ik vraag de premier: hoe luidt die aangescherpte visie op hoofdlijnen die ons in de buurt brengt van die ambitie? Wat is het samenhangende interventiepakket om dat doel te bereiken? Eén ding weet ik zeker: met gratis schoolfruit en een suikertaks, hoe zinnig ook, gaan we dat doel niet bereiken. Daar is echt meer voor nodig.

Tot slot een compliment voor de premier dat hij al in mei alle eilanden in het Caribisch deel van ons Koninkrijk gaat bezoeken. Kan hij toezeggen dat Nederland garant blijft staan voor een veilige toekomst voor de eilanden in deze turbulente geopolitieke tijd? Met Venezuela op 30 kilometer van Aruba is het gevoel van onveiligheid buitengewoon reëel. De stijgende zeespiegel bedreigt op een andere manier de veiligheid van de bewoners. Is de premier eigenlijk nog steeds een beetje een klimaatdrammer, vroeg ik mij af. Als dat zo is, kan hij dan bevestigen dat de rechterlijke uitspraak in de zogenaamde "Greenpeacezaak" voortvarend wordt uitgevoerd? Al lang slepende thema's als het uitblijven van de geschillenregeling en het voortduren van het democratisch tekort schreeuwen om een doorbraak. De enorme armoede is een koninkrijk als het onze onwaardig. Dit kabinet zou het initiatief van de Caribische landen voor een goed voorbereide Koninkrijksconferentie kunnen omarmen, zodat we met de landen en de eilanden concrete afspraken kunnen maken over een betere toekomst voor hen in ons Koninkrijk. Graag een toezegging van de premier.

Voorzitter. Dit verhaal ging over een gemiste kans en om het met Jan de Koning te zeggen: als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan. We zijn met dit kabinet bereid om Nederland vooruit te helpen. Wat we lezen is iets te veel achteruitgang. Daar zullen we niet aan meedoen. Wat we zien is een premier die vooruit wil, maar nog niet vooruitkomt. Onwillekeurig doemt het beeld op van Rob Jetten op de sportschool: hij rent zich rot op die loopband, maar komt eigenlijk geen meter vooruit. Daarom loop ik zelf eigenlijk altijd buiten. Daar maak je echt meters. Laten we een keer samen gaan. Samen maak je nog meer meters.

De voorzitter:

Ik dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Klip-Martin van de fractie van de VVD.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Klip-Martin i (VVD):

Voorzitter. Wij sluiten ons als leden van de VVD-fractie graag aan bij met name de welkomstwoorden van de heer Rosenmöller aan het nieuwe kabinet. Wij hebben hoge verwachtingen van deze nieuwe ploeg ministers en staatssecretarissen: ambitieuze bestuurders, een mengeling van politieke ervaring en/of inhoudelijke kennis, bereid tot het sluiten van compromissen, vol energie voor een mooi Nederland en met een klein ego, zo hebben wij begrepen. En bovendien zijn het — daar zijn we heel blij mee — langetermijndenkers.

Voorzitter. Ik zal mijn betoog beginnen — en dat zal waarschijnlijk voor heel veel van mijn collega's ook gelden — met de huidige tumultueuze situatie in de wereld. Ik zal daar ook mee eindigen. Het middendeel van mijn tekst bestaat uit een aantal constateringen, gekoppeld aan een aantal vragen aan het kabinet via de minister-president.

Voorzitter. We zeggen het allemaal: de wereld staat in brand. De actuele internationale situatie is explosiever dan zij lange tijd geweest is. Daarbij komt alles wat wij doen en bespreken in een ander daglicht te staan. Vanzelfsprekend dient de Tweede Kamer zich in eerste instantie bezig te houden met de meest acute problemen, zoals brandstofprijzen, gasvoorraden en de afsluiting van essentiële scheepvaartroutes. De VVD in de Eerste Kamer wil ook graag aandacht vragen voor het teloorgaan van de traditionele vormen van conflictbeheersing, zoals diplomatie, democratie en rechtsorde. Hoe kijkt het kabinet aan tegen deze zich verschuivende wereldorde, die verschuift van op regels gebaseerd naar op macht gebaseerd? Hoe kijkt de minister-president naar de rol en het handelingsrepertoire van Nederland en Europa bij deze genoemde ontwikkelingen?

Alvorens op de inhoud van de regeringsverklaring in te gaan, begin ik graag met de bestuurlijke constellatie waar dit kabinet voor gekozen heeft, een minderheidskabinet. Het is een kabinet dat aan de slag moet met het vinden van meerderheden, met het formuleren van gemeenschappelijke doelen, hoewel die vanuit verschillende verantwoordelijkheden en verschillende politieke opvattingen bekeken worden. Hoewel het voor de Eerste Kamer niet nieuw is dat de regering in dit huis geen meerderheid heeft, is het goed dat het kabinet meer dan ooit investeert in relaties. Met de gekozen opzet gaat het kabinet in de ogen van sommigen een riskant experiment aan. In de ogen van mijn fractie vormen de coalitiepartijen een stabiel en betrokken kabinet, dat doet wat nodig is om Nederland verder te brengen. De VVD-fractie is ervan overtuigd dat het kabinet met een goede samenwerking tussen kabinet en beide Kamers veel kan bereiken. Een op vertrouwen gebaseerde politiek, met een open houding en bereidheid tot het sluiten van compromissen, kan ons echt ver brengen. Zowel coalitie- als niet-coalitiepartijen zijn immers gezamenlijk verantwoordelijk voor het toekomstgericht omgaan met de grote maatschappelijke opgaven. Die gedeelde verantwoordelijkheid moeten we serieus nemen, zeg ik vanaf deze plek.

Voorzitter. Kort over de democratie. Voor de VVD-fractie staat vrijheid gelijk aan democratie. Het kan niet vaak genoeg gezegd worden dat vrijheid en democratie dagelijks onderhoud verdienen en het waard zijn om je hele leven voor te vechten. Eén blik op de ontwikkelingen in Iran, Rusland en zelfs de VS kan alleen maar leiden tot democratische strijdlust.

Bij de voorbereiding van mijn tekst voor dit debat kwam ik een artikel in NRC van 1 februari jongstleden tegen over democratische besluitvorming in het dierenrijk. Het ging dus niet over parlementen en verkiezingen, maar over een manier waarop een groep tot handelen komt zonder dat één individu de uitkomst kan dicteren. Het gaat om stabiele, herhaalbare en zeer effectieve manieren om onder onzekerheid toch tot een besluit te komen. Zo gaan bij een honingbijenvolk verschillende groepjes verkenners op onderzoek uit naar een nieuwe nestplek. Ze brengen vervolgens verslag uit aan het hele bijenvolk en pas wanneer voldoende bijen dezelfde locatie ondersteunen, valt de beslissing en komt het hele volk in beweging.

Wij bepleiten niet dat de leden van dit kabinet in willekeurige richtingen op verkenningsmissies gaan. Dit voorbeeld illustreert echter wel dat democratische besluitvorming op meerdere manieren kan worden vormgegeven. Onze hoofdvraag aan het kabinet — ik formuleer het anders, maar ik zeg min of meer hetzelfde als de heer Rosenmöller — luidt dan ook: welke manieren van samenwerking binnen het parlement staan u voor ogen? Gaat u onderhandelingspakketjes maken met verschillende wel of niet gerelateerde onderwerpen? Worden zoet en zuur daarbij gecombineerd? Of focust u per individueel wetsvoorstel op dat ene thema? Of koerst het kabinet op een totaalafspraak? Welke andere vormen van samenwerking zouden in uw ogen geschikt zijn?

Deze vragen brengen mij bij de wens van de VVD dat dit kabinet met langetermijndenkers de maatschappelijke uitdagingen daadwerkelijk te lijf gaat.

Mevrouw Visseren-Hamakers i (Fractie-Visseren-Hamakers):

Dank u, voorzitter.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Nog één ding, voorzitter. Wilt u mijn klokje stilzetten?

De voorzitter:

O ja, nu stopt het.

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Wat fijn dat de VVD lessen leert van de dieren. De wonderen zijn de wereld nog niet uit! Ik heb een vraag aan de VVD. In het coalitieakkoord staat een passage over een dierwaardige veehouderij. Daar wordt ruimte gecreëerd om een dierwaardige veehouderij niet per definitie in 2040 af te ronden. Er is uitstel mogelijk, mocht dat nodig zijn. Hoe kijkt de VVD naar die passage uit het coalitieakkoord, met de lessen van de bijenvolk, waar net aan werd gerefereerd, in het achterhoofd?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Ik geloof niet dat ik weet hoe een bijenvolk daarop zou reageren, heel eerlijk gezegd. Ik denk dat dit nou echt een onderwerp is waarbij wij als Eerste Kamer niet aan zet zijn. Ik denk echt dat we moeten wachten tot het kabinet met voorstellen komt. Daar zullen we dan serieus naar kijken. Dit lijkt me nu niet de plek, bij dit debat over de regeringsverklaring, om over heel specifieke, individuele, gedetailleerde onderwerpen een mening te hebben.

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Ik probeer het nog een keer. Het staat in het coalitieakkoord. Dit debat gaat over het coalitieakkoord, dus we kunnen daarover van gedachten wisselen, volgens mij. Ik ken mevrouw Klip-Martin als een dieren- en natuurliefhebber. We zijn in Den Haag, in dit huis en aan de overkant, al jaren bezig met de dierwaardige veehouderij. Welke ambitie heeft de VVD als lid van deze coalitie op het gebied van dierwaardige veehouderij? Gaan we die transitie in 2040 afronden of niet, wat mevrouw Klip-Martin betreft?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Wij hebben samen vaker debatten gevoerd over dit onderwerp. Wij naderen elkaar meestal niet helemaal, maar wel heel dicht. Ik ben dus heel blij dat dit in het coalitieakkoord is opgenomen, maar in het huidige tijdsgewricht vind ik het nu niet mijn taak om aan te geven hoe ik denk over een mogelijke vertraging van het uiteindelijk afronden van het hele traject dierwaardige veehouderij. We steunen de doelen. Daar zijn we het over eens. Dat weten we ook al van elkaar. We steunen die doelen zeker, maar nogmaals: of we dat wel of niet voor 2040 doen, daar ga ik nu geen uitspraak over doen.

De voorzitter:

Het lijkt me helder, mevrouw Visseren.

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Ja, voorzitter. Ik kijk ernaar uit om dit debat verder te voeren met mevrouw Klip-Martin. Ik maak me zorgen over de loopholes in het coalitieakkoord over de dierwaardige veehouderij. Wat ons betreft is 2040 echt de uiterste datum waarop de veehouderij dierwaardig wordt.

De voorzitter:

Dank u wel. De heer Rosenmöller.

De heer Rosenmöller i (GroenLinks-PvdA):

Mijn vraag aan mevrouw Klip zou deze zijn. Wij schetsten allebei de mogelijkheden voor een strategie voor pakketjes of kleine akkoorden versus mogelijk grotere akkoorden. Waar ligt uw voorkeur?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Mijn voorkeur ligt bij de effectiviteit van die pakketjes. Dat kan de ene keer een heel klein pakketje zijn en de andere keer een heel groot pakket. Ik denk niet dat het verstandig is — dan zeg ik het een beetje huiselijk — als het kabinet selectief gaat shoppen en dan een keer met die en dan een keer met die onderhandelt. Wanneer je onderhandelt, dan gaat het om het krijgen van meerderheden, maar met name om het creëren van draagvlak, om het erkennen — ik denk even aan het vorige debatje dat we hadden — van een probleem, van de onderliggende oorzaken van dat probleem en hoe je met geven en nemen tot een oplossing kunt komen. Ik kan mij voorstellen dat dat af en toe over meerdere onderwerpen tegelijk zal gaan.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Wanneer zo'n groot onderwerp zich aandient, bijvoorbeeld de miljoenennota of de begrotingen, die uiteindelijk neerslaan in een belastingplan, zou het dan niet zo zijn dat je dan niet kunt shoppen bij de een en bij de ander, omdat je dan echt spaak komt te lopen?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Wij denken dat selectief shoppen sowieso geen lang leven beschoren is, maar het hangt van het onderwerp af, of van de clustering van onderwerpen, hoe groot of klein dat pakket dan is. U heeft mij horen zeggen dat ik al niet meer het woord "oppositiepartijen" gebruik. Ik heb het over "coalitiepartijen" en "niet-coalitiepartijen", want gezamenlijk zijn wij echt verantwoordelijk. Ik zei dat al. Ook de niet-coalitiepartijen hebben een verantwoordelijkheid om samen te komen tot oplossingen voor dit land. Zeker in dit tijdsgewricht — u heeft daar ook uitvoerig aandacht aan besteed — heeft dat de hoogste prioriteit.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Is de conclusie dan niet dat je, zeker als het gaat om begrotingen waarbij de start wordt gemaakt bij de miljoenennota, dit eigenlijk als een groot pakket moet zien?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Laat ik daarvoor echt de reactie van het kabinet afwachten. Ik denk dat onze partijen delen dat het effectief moet zijn en dat je dan niet moet hiphoppen van het ene onderwerp naar het andere.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

We wachten op het antwoord van het kabinet, maar u gaf het eigenlijk zelf al.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Ik was gebleven bij de zin dat deze vragen over alle verschillende mogelijkheden tot samenwerken en tot elkaar komen, mij brengen bij de wens van de VVD-fractie dat dit kabinet met langetermijndenkers deze maatschappelijke uitdagingen daadwerkelijk te lijf gaat. We zien dit terug in het regeerakkoord, onder andere in het voornemen om de rekening niet door te schuiven naar volgende generaties en het investeringsklimaat te verbeteren, zodat werkgelegenheid en verdienvermogen op korte en langere termijn toenemen. Maar het gaat ook over zorg, wonen, stikstof, AI en ga zo maar door. Hoe denkt het kabinet voor al die onderwerpen een gedegen, langjarige strategische aanpak te ontwikkelen? We kunnen ons goed voorstellen dat voorstellen daadwerkelijk langjarig zijn en over coalitieperiodes heen gaan.

Dan kort iets over financiën. De financiële situatie wordt door de geopolitieke situatie, de daarmee samenhangende noodzakelijke financiële inspanningen en de vele nationale uitdagingen niet rooskleuriger. In tijden van crisis, zoals nu, blijkt het grote belang van een solide financiële basis. Die basis heeft dit land. Een groot punt van zorg betreft de autonome groei van de zorgkosten en de scherpe stijging van de kosten in de sociale zekerheid. Ik kom daar dadelijk overigens op terug. Om ons mooie zorgsysteem en ons socialezekerheidsstelsel ook in de toekomst te behouden, zullen hervormingen moeten worden doorgevoerd. Ik hoop dat het bijbehorende gevoel van urgentie ook daadwerkelijk postvat bij de niet-coalitiepartijen.

Dan de inhoud, voorzitter. Wij doen als VVD-fractie ons best om in dit debat niet op de stoel ...

De voorzitter:

Mevrouw Klip, ik zie een interruptie van de heer Dessing.

De heer Dessing i (FVD):

Ik dank de VVD voor het aanstippen van het onderwerp financiën, omdat dat toch een punt van zorg is. De vraag die ik aan de VVD heb, is de volgende. Ik ken de VVD als een zeer prudente financiële partij die altijd goed op de centjes let, maar we zien in dit regeerakkoord een heleboel ambities die een enorme stapeling van kosten met zich meebrengen. Is dat wat de VVD betreft houdbaar? Moeten we niet, als we willen voorkomen dat we Griekse begrotingstekorten krijgen in Nederland, keuzes maken? En aan welke keuzes denkt de VVD dan?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Ik heb de minister van Financiën bij de Voorjaarsnota horen zeggen dat de financiële onderbouwing van het regeerakkoord al enigszins achterhaald is. Met wat er nu gebeurt in het Midden-Oosten, is die Voorjaarsnota eigenlijk ook alweer achterhaald. Ik ken deze minister van Financiën inderdaad als een heel prudente rekenaar, voor wie onder andere de 3%-norm voor het begrotingstekort een belangrijke grens is. Daar moeten we met elkaar goed over nadenken voordat we die zouden willen overschrijden, omdat dat ook te maken heeft met de mogelijkheid van Nederland om geld te lenen en tegen welke tarieven dat kan. Dus ja, er zullen keuzes gemaakt moeten worden. Op dit moment heb ik geen heel specifieke keuzes voor ogen, behalve — dat is het punt dat ik net ook noemde — dat ons zorgstelsel en ons socialezekerheidsstelsel te duur worden. We hebben een fantastisch zorgstelsel en ook een fantastisch socialezekerheidsstelsel. Ik kom daar dadelijk op terug. Als we die stelsels ook voor volgende generaties willen behouden, zullen we moeten bijstellen en ombuigen. Misschien zijn er nog meer keuzes nodig, maar dit zijn in ieder geval twee grote trajecten waar we, met het oog op volgende generaties, echt iets aan moeten doen.

De heer Dessing (FVD):

Dat antwoord van de VVD begrijp ik, dus dank daarvoor. Toch denk ik dat het niet voldoende is. Er zullen ook keuzes gemaakt moeten worden in het belang van Nederland. Is het, gezien de opgaven die we hebben, ook internationaal, wat de VVD betreft bespreekbaar om daar opnieuw naar te kijken? Mevrouw Klip gaf zelf net ook aan dat we, als we zo doorgaan, zeker gezien de oorlog in Iran, die 3%-norm ruim overschrijden.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Ik ga niet vooruitlopen op die 3%, maar als je door je oogharen kijkt — je hoeft niet eens door je oogharen te kijken — dan weet je dat er meerdere keuzes noodzakelijk zullen zijn.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Voorzitter. Ik was bij de inhoud. De VVD-fractie doet haar best om in dit debat niet op de stoel van de Tweede Kamer te gaan zitten. Het politieke en het inhoudelijke primaat liggen immers aan de overkant. Toch ontkomen wij natuurlijk niet aan inhoudelijke aandachtspunten, die immers de uitvoerbaarheid en doeltreffendheid van wetsvoorstellen bepalen.

Ik begin met onze binnenlandse en internationale veiligheid, waarbij onze onverminderde steun aan Oekraïne voor de VVD-fractie staat als een huis. Hoe gaat de Europese samenwerking in de defensie-industrie met voorrang daadwerkelijk vorm krijgen? Onlangs hoorden we dat Engeland, Finland en Nederland gezamenlijk wapens gaan kopen. Dat is een mooi begin, maar wat doet het kabinet om ervoor te zorgen dat standaardisatie van defensiematerieel de algemene norm wordt zodat producten uit verschillende landen probleemloos op elkaar aansluiten? De VVD-fractie is ook benieuwd binnen welke termijn het kabinet verwacht het wetsvoorstel in te dienen waarin de NAVO-norm van 3,5% wordt vastgelegd. Daarbij komt dat energiebeleid inmiddels een integraal onderdeel is van veiligheidsbeleid en een krachtig en duurzaam energiebeleid bovendien onlosmakelijk verbonden is met een sterke Nederlandse en Europese economie. Graag een reflectie van de minister-president op deze onlosmakelijke verbondenheid.

Voorzitter, dan migratie. Heel kort, omdat ik het zo gek vond om er niks over te zeggen. De VVD-fractie deelt het streven van dit kabinet om grip te krijgen op migratie. Dat is harder nodig dan ooit, zeker nu ook de geopolitieke strijd in het Midden-Oosten op meerdere fronten zeker extra vluchtelingenstromen op gang zal brengen. Het is heel goed dat we daar volgende week in dit huis, ongetwijfeld uitvoerig, over zullen spreken.

Dan onze ondernemers. Onze huidige en toekomstige ondernemers, klein en groot, hebben behoefte aan ruimte om te investeren. We hebben met vele anderen zorg over het wetsvoorstel Werkelijk rendement box 3. Ook hier betreft het naast grote vooral ook heel vaak kleine spaarders en beleggers, serieuze ondernemers die hebben gewerkt en gespaard en hun pensioen hebben opgebouwd via de verhuur van onroerend goed of via aandelen. Diezelfde groep wordt hierdoor ontmoedigd om te investeren en dat gaat helemaal in tegen de oproepen van de heer Draghi en Wennink om juist fors te investeren in de Europese economie. Alleen zo kunnen we immers een sterk, welvarend en onafhankelijk Europa zijn en blijven met goede sociale voorzieningen. In dit licht is het goed dat de Wbso, die bedrijven fiscaal stimuleert om te blijven innoveren, wordt verbreed en dat hierdoor meer innovatie wordt aangejaagd. Aan welke maatregelen denkt het kabinet om succesvolle start-ups en scale-ups daadwerkelijk voor Nederland en Europa te behouden, vragen wij aan de minister-president. Want helaas vertrekken er eigenlijk te veel.

Daarnaast ondersteunt de VVD-fractie het streven van 1,5% structurele economische groei, zoals opgenomen in het regeerakkoord en ook door de heer Wennink genoemd als noodzakelijk om onze voorzieningen op peil te houden. Wij realiseren ons heel goed dat in tijden van oplopende geopolitieke spanningen een antwoord daarop geen gemakkelijke opgave is, maar zou de minister-president daar toch iets over kunnen zeggen? Hoe kijkt het kabinet overigens aan tegen de veelgehoorde oproep om te komen tot een kapitaalmarktunie, zodat investeren over de grens in Europese bedrijven gemakkelijker wordt?

Dan onze energievoorziening. Die staat ernstig onder druk. Zo is onze gasvoorraad voor deze tijd van het jaar historisch laag, minder dan 5% tegen normaal 35%. Voor gas heeft ons land geen strategische reservevoorraad om de mondiale gasprijs te dempen of een noodvoorraad voor het aanvullen van actuele fysieke tekorten. Bovendien is Nederland voor twee derde van haar gasvraag afhankelijk van import. Het vullen van de gasopslagen voor volgende winter zal bij de huidige geopolitieke situatie moeilijk en duur zijn. Zeer recent meldde de Gasunie overigens dat voorzichtig begonnen is met de eerste vulling voor de winter van '26-'27. Kan de minister-president toelichten hoe het kabinet aankijkt tegen de actuele en te verwachten situatie met betrekking de koopkracht, dus de betaalbaarheid, de leveringszekerheid en onze nationale en Europese energieweerbaarheid?

Mevrouw Van Bijsterveld i (JA21):

Ik reageer even op …

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Ik had uw interruptie verwacht.

Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):

Dan ben ik benieuwd naar uw antwoord. Nee, ik zal de vraag stellen. Is de VVD het met JA21 eens dat, gezien de situatie die u zelf schetst, het ontzettend dom is om uiteindelijk alle gasputten in Groningen met beton vol te storten?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Wij zijn nog niet zover. Het is wel heel interessant om te kijken hoe het kabinet aankijkt tegen betaalbaarheid, leveringszekerheid en onze energieweerbaarheid. Ik ga ervan uit dat een kabinet dat zich verantwoordelijk voelt, alle opties die aan de orde komen onder de loep neemt. Daar hoort dit onderwerp zeker bij.

Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):

Ik begrijp uit dit antwoord eigenlijk dat de VVD daarin geen standpunt wil innemen en het overlaat aan het kabinet.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Ik wacht in ieder geval graag de suggesties van het kabinet af, want dat is de volgorde die wij hanteren in dit land.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Nog even over energie. Ik wilde het ook nog hebben over de kolencentrales. Die leveren op dit moment een belangrijke bijdrage in het opvangen van de energiecrisis. We lezen in het coalitieakkoord dat er gewerkt wordt aan een zogenaamde capaciteitsmarkt. In verband met de leveringszekerheid van elektriciteit, zouden kolencentrales dan stand-by gehouden moeten worden. Op basis van de huidige regelgeving gaan kolencentrales in ons land in 2030 dicht. Dat zal betekenen dat onderhoud en personeelsbestand langzaam zullen worden afgebouwd. Is het kabinet van plan, tegen de achtergrond van de actuele situatie, hiervoor met nieuwe regelgeving te komen? Zo ja, wanneer? Het is namelijk echt heel snel 2030.

Dan de Nota Ruimte als integrale visie op de ruimtelijke ordening van Nederland, met als planhorizon 2050 en een doorkijk naar 2100. Die Nota Ruimte is hard nodig in een land waarin we met 18 miljoen mensen leven op 41.000 vierkante kilometer, waarvan de helft landbouwgrond is.

Wilt u dat ik stop?

De heer Van Hattem i (PVV):

Dat is op zich wel een punt waar ik meteen op aan kan haken. U heeft het over die 18 miljoen mensen die in Nederland leven op een zeer beperkt oppervlak. Ondertussen heb ik de VVD maar heel kort gehoord over asielmigratie. We gaan het daar natuurlijk volgende week over hebben, maar in dit regeerakkoord wordt wel duidelijk gezegd: "We gaan die keuzes nu wel maken om zo orde terug te brengen en te zorgen voor een verminderde instroom van asielmigranten." We zien voortdurend een terugkrabbelende beweging van coalitiepartij D66. Hoe staat de VVD er nu in? Welke keuzes gaan er nu concreet gemaakt worden en wat verwacht de VVD-fractie van dit kabinet?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Dit kabinet heeft zich geschaard achter de voorliggende wetsvoorstellen van minister Faber. U zult het mij niet euvel duiden dat wij niet vooruitlopen op het debat dat we volgende week hebben. De VVD maakt zeker geen terugtrekkende bewegingen wat betreft het grip krijgen op migratie, maar het debat moet eerst z'n loop hebben volgende week.

De heer Van Hattem (PVV):

Dat hoop ik natuurlijk ook, dat het z'n beslag gaat krijgen en er niet vanuit de coalitie, inclusief D66 en het CDA, terugtrekkende bewegingen worden gemaakt. Maar wat wordt er nu verder gedaan? In het coalitieakkoord wordt duidelijk gezegd: we gaan die keuzes nu wel maken. Welke keuzes komen er, los van de wetten die al op stapel staan, voort uit het kabinet? Wat mogen we op dit vlak wat de VVD betreft verwachten? Wil de VVD bijvoorbeeld, om maar iets te noemen, een asielstop? We zien nu namelijk een minister die richting gemeentes allerlei maatregelen over het land uitstrooit. Hij wil asielopvang afdwingen en gaat gemeentes verzoeken doen. Maar welke keuzes gaat het kabinet nu maken om die asielinstroom verder in te dammen, behalve de zaken die al door een vorig kabinet in de steigers zijn gezet?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Welke keuzes het kabinet gaat maken, gaan we zien. Het lijkt me echt niet effectief en doeltreffend om nu vooruit te lopen op het debat dat we volgende week hebben. We zullen elkaar daar ongetwijfeld meerdere keren in treffen. Misschien zijn we het op een aantal punten ook wel eens.

De voorzitter:

Tot slot, de heer Van Hattem.

De heer Van Hattem (PVV):

Dan kan ik eigenlijk wel een beetje concluderen dat er behalve de plannen die er al lagen helemaal geen nieuwe ideeën, keuzes of verwachtingen liggen bij dit kabinet om maar iets te doen aan de asielinstroom. Het laat de zaak gewoon op z'n beloop. Is het niet hard nodig om meer te doen dan wat nu voorligt, dus er echt voor zorgen dat er een asielstop komt? Er wordt letterlijk gezegd "we gaan de asielstroom terugdringen". Wat wordt er concreet gedaan om dat te doen? Is dit alles wat we kunnen verwachten?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

De minister zit achter de regeringstafel en heeft uw opmerkingen gehoord. De VVD gaat zich nu niet scharen achter een asielstop. Wij delen met de PVV de grote ernst van de situatie en het feit dat er op meerdere fronten iets gebeuren moet.

Ik was bij de Nota Ruimte. Onze kritiek op de voorliggende Nota Ruimte is dat er nog geen echte keuzes worden gemaakt.

De voorzitter:

Nog een interruptie van de heer Koffeman.

De heer Koffeman i (PvdD):

Ik heb mevrouw Klip net in een bijzin horen zeggen dat 50% van het grondoppervlak van Nederland wordt benut voor landbouw. Ik ben een beetje bang dat een deel van haar betoog gaat over die andere 50%. Die 50% landbouw levert nauwelijks een bijdrage aan het bruto nationaal product, maar levert een enorme bijdrage aan de vervuiling van dit land. Een groot deel van het voedsel dat daar geproduceerd wordt, wordt geëxporteerd zonder dat het een grote bijdrage aan het bbp levert. Is mevrouw Klip-Martin met ons van mening dat daar iets aan zal moeten gebeuren? Als we ruimte willen zoeken voor andere toepassingen, moet de landbouw echt anders ingericht worden.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Een groot deel van de thema's die u aansnijdt, komt aan de orde in het stikstofdebat. Ik kom daar straks heel kort op terug. Ik weet niet helemaal zeker of ik de cijfers goed in mijn hoofd heb, maar volgens mij zijn de laatste jaren 50.000 boerenbedrijven gestopt. Er vindt dus een natuurlijke afname van het aantal agrarische bedrijven plaats. Ik weet uit een vorig leven als dijkgraaf dat er in de Gelderse Vallei tussen de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe bijna geen opvolging is bij alle agrarische bedrijven die daar zijn. Daar vindt dus een autonome afbouw plaats. Wij verwachten dat er, opgehangen aan het stikstofbeleid, allerlei maatregelen worden genomen om te kijken hoe we onze gronden effectiever kunnen inrichten. Ik lees in het regeerakkoord dat versterking van onze natuurgebieden, wat vroeger Natura 2000 heette, daar zeker bij hoort.

De heer Koffeman (PvdD):

Toch even in het kader van de bijenles die we net hebben gekregen. Als de helft van de korf benut wordt voor een niet-rendabele activiteit, zal je daar echt structureel anders mee om moeten gaan. Op het moment dat je zegt "we gaan in het stikstofdebat kijken of we met allerlei tovermiddelen, zoals tovervloeren, luchtwassers en voorsporen, kunnen proberen de stikstof terug te dringen", ben je niet bezig met een structurele aanpak van die onrendabele ruimtebenutting. Dan ben je bezig met uitstel van executie. Ik denk dat de VVD daarin een belangrijke rol zou moeten nemen als zij meer ruimte wil nemen voor economische activiteiten, maar ook voor toepassingen als woningbouw.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Het is denk ik een te ingewikkeld onderwerp om kort te behandelen. Als ik het heel erg platsla, zijn u en ik het eens over het feit dat er minder koeien in Nederland moeten zijn. Als u vooralsnog genoegen neemt met dat antwoord, gaan we de discussie later verder voeren.

De heer Koffeman (PvdD):

Ik vind het heel fijn dat de VVD zegt dat er minder koeien moeten zijn. Dat gaat nog niet zo ver als D66, dat zegt: er moeten 50% minder koeien zijn. Maar het is in ieder geval het begin van een discussie die de goede richting op gaat.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Het is mooi dat dit debat daar aanleiding voor gegeven heeft.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Onze kritiek op de voorliggende Nota Ruimte is dat er nog geen echte keuzes worden gemaakt. Bij de bijbehorende noodzakelijke bouwproductie is het van belang om niet alleen op kwantiteit maar ook op kwaliteit te sturen. Daarbij speelt ook de locatiekeuze op basis van de bovengrondse en de ondergrondse infrastructuur een rol, zeg ik met klem. Bovendien verdient, naast nieuwbouw, de aanpassing van de bestaande huizenvoorraad en kantoorgebouwen nog meer aandacht, van doorstroming tot splitsen en optoppen. Met welke militaire precisie wordt gezorgd voor een daadkrachtige aanpak? We horen graag een reflectie van de minister-president op deze punten, want ook op dit terrein kunnen we ons geen treuzelen veroorloven.

Voorzitter. Dan de zorg. Ik sprak daar al over. De zorg in Nederland is goed, heel goed. Ons land heeft sinds 2006 een stelsel dat gebaseerd is op solidariteit en gereguleerde marktwerking. Iedere inwoner mag zich verzekerd weten van de noodzakelijke zorg, zonder onderscheid des persoons. Toch staan de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van de zorg onder druk. Bij ongewijzigd beleid zullen de kosten in 2040 zijn gestegen tot zo'n 200 miljard euro, tegenover 120 miljard euro nu. Om burgers te verzekeren van zorg als die echt nodig is, hebben de Nederlandse Zorgautoriteit en het Zorginstituut Nederland in 2021 het advies Passende zorg gepubliceerd. Dit advies heeft als belangrijkste uitgangspunt dat we alleen zorg zouden moeten leveren als die aantoonbaar bijdraagt aan het functioneren van mensen in het dagelijks leven en aan hun kwaliteit van leven. De consequentie hiervan is groot: mensen blijven verzekerd van zorg als zij die nodig hebben, maar het levert ook enorme financiële besparingen op. Het gaat om miljarden. Het gaat hierbij wel om politieke keuzes en het handhaven van een consequente lijn. Het is een enorme transitie waaraan meerdere kabinetten zich zouden moeten committeren. Hoe moedig is dit kabinet om hierin de eerste stappen te zetten?

De stikstofproblematiek. We hadden het er al over. Dit onderwerp heeft gelukkig ook de aandacht van het kabinet. Ook hier is voortvarendheid een must. Gelukkig hoeft het kabinet niet vanaf nul te beginnen. Er is al veel besproken, bedacht en uitgezocht. Nieuwe onderzoeken en strategieën buitelen over elkaar heen. Met een taskforce stikstof is een volgende stap gezet. Hoe moeten we die taskforce precies zien binnen het bestuurlijke krachtenveld op dit dossier? Wat gaat via deze taskforce nu precies worden bewerkstelligd wat tot nu toe nog niet is gelukt? Eigenlijk zouden wij tegen de minister van LVVN willen zeggen "voort met de geit", ware het niet dat er ook bij de geitenhouderij nog een probleem is op te lossen.

Voorzitter, tot slot. In het licht van de huidige geopolitieke situatie zouden weerbaarheid en onafhankelijkheid de bakens moeten zijn voor Nederland en Europa. Een gezonde financiële positie, een zich blijvend ontwikkelende economie en energiezelfstandigheid zijn daarbij essentieel. Europa kan zich onderscheiden als democratisch bestuurd werelddeel met een verregaande verduurzaming van de energievoorziening. Om een energieonderzoeker van instituut Clingendael te citeren: "Nederland moet door de zure appel heen bijten om echt strategisch autonoom te worden."

Voorzitter. Ik sluit af met een hartenkreet aan dit kabinet. Politiek is niet voor bange mensen. Durf te kiezen, zeggen wij tegen het kabinet, ook als die keuze ongemakkelijk is of pas op de langere termijn effect sorteert. Geen besluit nemen is namelijk ook een besluit, maar vaak met minder grip op de gevolgen. Ook tijd is niet gratis.

Dank u wel.

De voorzitter:

U heeft een interruptie van de heer Rosenmöller.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Ik heb nog een vraag aan mevrouw Klip-Martin. Die vraag gaat over een onderwerp waar ik eigenlijk vanaf wil, namelijk onze relatie. Ik heb met veel belangstelling geluisterd en heb waardering voor het feit dat u niet spreekt over oppositiepartijen, maar over het nemen van gezamenlijke verantwoordelijkheid op de langere termijn. Kunt u mij uitleggen hoe zich dat verhoudt tot het uitsluiten van een van de grotere politieke bewegingen in dit land van regeringsdeelname?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Weet u, in verkiezingstijd zoekt iedereen de randen op om extra scherp te zijn, om elkaar te overtuigen en zich van elkaar te onderscheiden. Ik begrijp dat het voor mij misschien makkelijker is om dat te zeggen dan voor u. Dat hebben we gehad. De brand waarin de wereld zich langzamerhand bevindt, vereist van ons allemaal — nogmaals, ik begrijp dat dat voor mij makkelijker is om te zeggen dan voor u — dat we een of twee treden hoger gaan staan en vanuit die gezamenlijke verantwoordelijkheid kijken hoe we Nederland en Europa in deze turbulente wereld vooruit kunnen brengen.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Als u zegt "dat hebben we gehad", verwijzend naar de verkiezingsperiode, dan lijkt me dat voor u moeilijker om te zeggen dan voor mij. Wij hebben u niet uitgesloten, maar u heeft ons uitgesloten. Als we dat gehad hebben, beginnen we gewoon opnieuw. Dan gaan we met elkaar samenwerken en zien we wel waar we uitkomen. Is dan de conclusie, als u ook spreekt over de wens om tot afspraken te komen over een kabinetsperiode heen, dat we dit niet nog een keer meemaken van de kant van de VVD?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Dat is een vraag die ik nu niet kan beantwoorden. Dat begrijpt u ook, dat ik die nu niet kan beantwoorden. Maar ik heb het kabinet regelmatig horen zeggen dat het graag ook met de niet-coalitiepartijen vanuit die gedeelde verantwoordelijkheid samen wil werken. Tijd heelt soms ook wonden.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Dat herkennen we allemaal. Maar dan kom ik toch nog even, tot slot, op de logica in uw redenering. U zegt, verwijzend naar de verkiezingsperiode, de scherpe randjes, et cetera: dat hebben we gehad. Als u een pleidooi houdt voor afspraken op de langere termijn, als u een beroep doet op oppositiepartijen om zich niet als zodanig op te stellen en verantwoordelijkheid te nemen, dan is toch eigenlijk de enige logische consequentie uit die redenering dat je dat uitsluiten opheft en dat je kijkt waar je met elkaar uitkomt, om het in uw woorden te zeggen?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Nogmaals, ik heb het kabinet ook horen zeggen dat het samen met niet-coalitiepartijen tot die oplossingen wil komen. Volgens mij geven wij in deze Kamer samen in ieder geval al heel lang het goede voorbeeld.

Dank u wel.

De voorzitter:

Ik dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Lagas van de fractie van de BBB.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Lagas i (BBB):

Ik heb 21 minuten en er staan er hier 17. Even op de details letten, voorzitter. Dank u wel voor de volle tijd die mij was toebedeeld.

Mevrouw de voorzitter, minister-president, vicepremier, minister van Financiën, collega's en belangstellenden. Allereerst sluit ik me natuurlijk aan bij de felicitaties die inmiddels aan u gericht zijn. Als het tij keert, verzet men de bakens. Bakens worden op zee gezet om veilig en doelgericht te kunnen navigeren. Wie de kust en de wateren goed kent, heeft ze veel minder nodig dan wie zich op onbekende wateren begeeft. Onze fractie richt zich vanzelfsprekend op het veranderende tij. We hebben een nieuw kabinet met een andere koers. Wij zullen onze bakens niet zomaar verzetten, ook als de wateren onstuimig zijn. Onze focus blijft gericht op kwaliteit van voorliggende wetten en wij zullen deze passend bij onze koers beoordelen.

Het optimisme dat dit kabinet uitstraalt is positief, maar wij missen realisme. Een deel van deze coalitie had stevige kritiek op het vorige kabinet, vooral omdat dit gestoeld was op een experiment. "Nooit meer een experiment", schalde het door de gangen van de Tweede Kamer. Ach, u kent de uitspraak: zeg nooit nooit. U heeft dat inmiddels met dit minderheidskabinet gewoon weer bewezen.

Voorzitter. Ik kom bij de inhoud, want u wilt vast weten hoe wij in de wedstrijd zitten. We hebben inderdaad, zoals voorgangers al zeiden, grote uitdagingen op te lossen. Het regeerakkoord straalt, zoals ik al opmerkte, veel optimisme uit, al ervaart het kabinet nu reeds dat de werkelijkheid weerbarstig is. BBB'ers zijn in de eerste plaats realisten en gaan na een grondige duiding van de situatie stevig — sommigen zullen zeggen "koppig" — met volharding aan de slag om doelen te bereiken. Ook bij hoge golven en storm houden wij koers. Wij willen tenslotte ergens heen en ergens aankomen. Dit coalitieakkoord lijkt wat ons betreft toch een klein beetje ontworpen aan de Haagse keukentafel, terwijl wij meer kiezen voor de keukentafel waar wij met echte mensen over het echte leven praten en nadenken. Wij kunnen dan ook weinig aanknopingspunten vinden waaruit blijkt dat dit kabinet er, zoals het zegt, voor alle Nederlanders is. Het kabinet heeft onze zorgen natuurlijk kunnen horen, maar luistert het ook?

Inmiddels heeft het kabinet ook al voor verrassingen gezorgd. Tot onze grote verbazing is door de minister van Volkshuisvesting woningdelen als een oplossing voorgelegd, terwijl dat nu juist al het grote probleem is. Veel kinderen, volwassen kinderen, delen verplicht het huis met hun ouders. Of valt dat onder dezelfde metafoorstrategie als de tien nieuwe steden? In luchtkastelen kun je niet wonen.

Voorzitter. Het is natuurlijk hartstikke mooi dat de nieuwe minister van Landbouw overal gaat praten, maar de brief die de minister onlangs naar de Kamer stuurde geeft zoveel woede en boze reacties dat wij ons afvragen of er wel naar de juiste mensen is geluisterd. Hoe gaat het kabinet dit vertrouwen bij de sector terugwinnen? Laat het oude gezegde "herenzonden brengen boerenleed" niet bewaarheid worden, want dit betekent: gewone mensen moeten boeten voor de fouten van de mensen met macht.

Wanneer wordt er eindelijk begonnen met de uitvoering van de plannen van het vorige kabinet om van de stikstofklem te komen? Er werd net ook al even aan gememoreerd. Het kabinet-Jetten heeft immers bij de start aangegeven de lijn van minister Wiersma op hoofdlijnen voort te zetten. Wanneer kunnen wij resultaten verwachten? Bij het debat over de regeringsverklaring in de Tweede Kamer kwam Kamerbreed op meerdere dossiers al forse kritiek. We waren allemaal getuige van het gebrek aan steun voor verschillende plannen. De BBB is ook tegen de stijging van de AOW, al moet het mij van het hart, meneer Rosenmöller, dat de beleggingskeuzes van het ABP-bestuur soms ook weleens pijn doen. De BBB is ook tegen het korten op zorg voor gehandicapten, de WIA, zwangerschapsuitkering, ouderenzorg, verpleegzorg en de verhoging van het eigen risico. Die zijn samen goed voor 10 miljard aan bezuinigingen. Het is onbestaanbaar dat het kabinet de premie van de Aof verhoogt met 1,7 miljard per jaar en de uitkering met 0,8 miljard wil verlagen. Dat is de favoriete draaiknop die niet op het loonstrookje te zien is, maar betaald wordt door het bedrijfsleven via werkgeverspremies. Dit gebeurt om de uitgaven voor onder andere Defensie te kunnen dekken. Graag een reactie hierop.

Dan kom ik op de effecten van de brandstofcrisis voor huishoudens en bedrijven. TNO heeft vorige week voor huishoudens al berekend waar door de stijgende brandstofkosten de grootste klappen vallen. Dat gebeurt vooral bij huishoudens in het noordoosten van ons land, waar de inkomens relatief lager zijn, de afstanden tot basisvoorzieningen en in het woon-werkverkeer groter zijn en het openbaar vervoer schaarser is. Veel bedrijven luiden ook al de noodklok. Dit vraagt echt om een snelle actie, mede gezien het feit dat Duitsland de btw van 7 naar 0% brengt. Dat gaat weer meer kopers vanuit Nederland naar Duitsland brengen. Het scheelt u weer inkomsten. De mensen kopen dan dus niet in Nederland. Het kan dus wel, van 7 naar 0%. We hebben eerder gehoord dat het op fruit niet zou kunnen.

Dit alles is een uitdaging voor de minister van Financiën. De kans op nog zwaardere financiële tegenvallers is immers groter dan ooit. Door feitelijke en nog meer dreigende oorlogen en de economische tegenwind verwachten wij grotere financiële zorgen en begrotingsrisico's. Wat BBB betreft dekt het kabinet de beoogde 10 miljard door bezuinigingen op de overheid en de NPO, vanuit de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en uit de gereserveerde 7 miljard voor wind op zee. We hebben dan nog het aandeel van 20% in ABN AMRO. Die kunt u misschien ook nog wel van de hand doen. Door de voortdurende netcongestie, stijgende kosten en de uitgestelde aanbestedingen door gebrek aan belangstelling voor investeerders moet dat toch een oplossing zijn. Wij willen graag een reactie daarop.

Voorzitter. Het kabinet had een helder uitgangspunt: vertrouwen vragen en een open, transparante samenwerking met de oppositiepartijen zoeken. Dit voornemen heeft nu al een deuk opgelopen. We werden vorige week namelijk onaangenaam verrast door de actie van de heer Sjoerdsma over de bijdrage van de UNRWA. Het reparatiebriefje van de dinsdag daarop zien wij als beroemde mosterd na de maaltijd. Dit belooft niet veel goeds. Wat doet dat met het vertrouwen? Wat gaat het kabinet daaraan herstellen?

Wij verwachten van het kabinet dat voor de zomer al de nodige wetsvoorstellen in de Tweede Kamer kunnen worden behandeld, zodat die nog voor de jaarwisseling deze Kamer bereiken. Immers, in december zit u in uw elfde regeermaand. Het vorige kabinet is in die maand gevallen, met als belangrijkste kritiekpunt vanuit de toenmalige oppositie dat het niets had geleverd. Moge dit kabinet deze vaak onterechte kritiek bespaard blijven.

Voorzitter. Boeren, burgers en bedrijven maken zich terecht zorgen. Wij doen dat met hen. Deze zorgen serieus nemen is de basis van goed bestuur. Immers, de mensen die dagelijks onze besluiten ervaren en ermee moeten werken, weten doorgaans heel goed wat wel of niet functioneert. Ik moest daar even aan denken toen mevrouw Klip het over de bijen had. We hebben als BBB-senatoren niet voor niets de reputatie dat sinds onze komst in de Eerste Kamer er op basis van goede inhoudelijke argumenten meer dan ooit wetten zijn weggestemd. Daar zijn we niet trots op. Goede wetgeving kan dat voorkomen. Wij sturen in deze Kamer dan ook meer op uitvoerbaarheid en doenbaarheid. Doenbaarheid moeten we ook niet vergeten. Daarvoor hebben we in deze Kamer een notitie aangenomen. We willen graag uw reactie op die notitie.

Wij hopen dat het kabinet snel en realistisch aan de slag gaat voor onze inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven. Daarbij denken wij allereerst aan deregulering. Ik haal daarvoor toch even een oude koe uit de sloot. Alle kabinetten-Rutte beloofden het schrappen van regels, maar er zijn er meer bij gekomen. Alleen al om box 3 ten uitvoer te brengen moet de Belastingdienst 900 extra ambtenaren aantrekken. Deregulering is van levensbelang voor het onmisbare mkb, voor alle andere maakbedrijven, voor onze onmisbare voedselproducenten, maar vooral ook voor onderwijs en zorg in de volle breedte. De onacceptabele hoeveelheid administratieve lasten jaagt juist in de laatste sectoren het personeel weg. Daar waar mensen willen lesgeven en zorgen, zitten ze uren achter de pc om lijstjes in te vullen. Overigens bereikte ons het bericht dat er geen middelen vrijgemaakt zijn voor het noodzakelijk onderhoud van scholen. Klopt dit? Bent u met ons van mening dat knaken de taken moeten volgen?

Op het vlak van ruimtelijk gebruik heeft Nederland ook vertrouwen nodig en een luisterend oor. Geen metaforen meer over tien steden, maar uitvoerbare plannen. Het zou mooi zijn indien u bij alles wat u bedenkt, in het achterhoofd houdt wat u op school bij het vak geschiedenis heeft geleerd: zonder platteland geen steden, zonder steden geen moderne economie. Er wordt nog steeds een kloof ervaren. Gemeenten op het platteland hebben in verhouding meer oppervlakte per inwoner, maar het Gemeentefonds is gebaseerd op het aantal inwoners. Dit verhoudt zich niet tot de kosten. Alleen al de kosten van wegenonderhoud zijn absoluut niet in balans. Kunt u toezeggen het Gemeentefonds hierop te actualiseren, passend bij de werkelijk te maken kosten?

Wij vragen meer aandacht en waardering voor de rol van de agrarische sector. Dat zal u niet verbazen. De agrarische sector is wat ons betreft voor de regio en het platteland zowel de kanarie in de kolenmijn als het anker waar ons land van afhankelijk is. De sector is voor een groot deel verantwoordelijk voor het landschap, is de ruggengraat van de plattelandseconomie en draagt bij aan de sociale leefbaarheid van de dorpen. De sector garandeert bovendien onze voedselzekerheid. Kwalitatief hoogwaardig voedsel is een van de onmisbare basisvoorzieningen, vooral belangrijk in deze wereldwijd onrustige tijd. De FAO waarschuwt inmiddels voor de gestegen voedselprijsindex. Die is inmiddels 2,4%. Laten we hopen dat voedsel geen chantagemiddel wordt. Graag een reactie daarop.

Ik kom op nog een aantal specifieke punten waar de BBB-fractie op vaart, onze koers. Waaruit blijkt dat de nieuwe regering hard aan de slag wil om de Nederlandse cultuur en tradities te beschermen? Hoe denkt het kabinet over het reeds in de laatste decennia bijna verloren gegane erfgoed, zowel materiaal als immaterieel, en de rol daarvan in onze samenleving? Hoe kunnen we die behouden? Paasvuren, jaarmarkten, buurtfeesten en andere waardevolle evenementen staan onder spanning door de toenemende regeldruk. Voor goedwillende vrijwilligers is het bijna niet meer te doen. De kosten voor een vergunning rijzen zelfs de pan uit. Vuurwerk is al verboden. Hoe gaat het kabinet hiermee aan de slag?

De Nederlandse christelijke en joodse identiteit staan eveneens onder druk. Ontzuiling en een joodse gemeenschap die zich niet langer veilig voelt, liggen hieraan ten grondslag. Hoe gaat het kabinet de veiligheid van onze joodse inwoners verbeteren?

Steeds meer mensen beheersen de Nederlandse taal onvoldoende. Taal is niet alleen belangrijk om onze cultuur en tradities te begrijpen en te kunnen participeren, maar ook om kansrijk te zijn op de arbeidsmarkt. Onlangs werd nog pijnlijk duidelijk hoe hoog de risico's zijn bij het onderhoud aan het spoor. Naast andere aandachtspunten bleek vooral dat de onderlinge mondelinge afstemming moeizaam is en dat veiligheidsinstructies niet goed gelezen kunnen worden. Is het kabinet voornemens om de taalvaardigheid hoger op de agenda te zetten en hoe gaat het dat doen?

Wij ondersteunen het belang van het Limburgs en het Nedersaksisch. Koppig als ze zijn, lijken de dappere Friezen juist steeds vaker toch weer Fries te spreken. It kin wol. Ik weet dat ik me nu op glad ijs begeef.

Voorzitter. Getuige het coalitieakkoord keert het oude denken terug. Het stikstofprobleem aanpakken via de landbouw wordt weer leidend. Ik hoorde zelfs de VVD er hier net over spreken tot mijn grote schrik. 2 miljard extra voor de begroting op de korte termijn is onder andere weggehaald bij structureel agrarisch natuurbeheer, terwijl dit al generaties lang werkbaar en effectief blijkt te zijn. Waarom wordt deze effectieve manier van natuuronderhoud juist niet beter ondersteund? Generieke krimp ligt op tafel. Gedwongen onteigening wordt niet uitgesloten. Het belang van voedselzekerheid daarentegen ontbreekt volledig in de plannen van dit kabinet. Waarom?

Wij merken door de energiecrisis weer hoe pijnlijk en risicovol het is om afhankelijk te zijn van een onvoorspelbaar buitenland. Overal horen we de oproep om het tekort aan kunstmest, door de afsluiting van de Straat van Hormuz, nu even aan te vullen met dierlijke mest. Dat lijkt ons heel simpel en voor de hand liggend. Ondersteunt u deze oplossing voor het dreigende tekort?

In slechte tijden moet Nederland zichzelf kunnen voeden en onze buren en bondgenootschappelijke landen helpen. Nederland draagt wat landbouwproductie betreft ook een grote internationale verantwoordelijkheid. De vorige regering heeft veel gedaan voor de visserij. Kan het kabinet toezeggen dat het de visserij als een hoogwaardige bedrijfstak voor veilig voedsel blijft erkennen?

Voorzitter. Over de landbouw, de regio en het platteland hebben we nog een aantal vragen. Vindt de minister-president het eerlijk dat Nederlandse boeren verdwijnen terwijl de productie simpelweg naar het buitenland verschuift, productie die niet altijd voldoet aan dezelfde kritische voorschriften en strenge regels? Onze bezwaren tegen het Mercosur-verdrag en bijvoorbeeld de import van eieren en kippenvlees uit Oekraïne zijn bekend. Het platteland en de regio leveren ruimte voor natuur, energieproducten en kritische infrastructuur, maar wat krijgen ze ervoor terug? Waarom verdwijnt juist daar de bedrijvigheid en verdwijnen voorzieningen, zoals buslijnen, scholen en zorg? Graag een reactie daarop.

Veel regio- en plattelandsbewoners voelen zich niet gehoord. Kan de minister-president uitleggen waarom belangrijke besluiten over de regio, platteland en natuur vaak worden genomen zonder dat de mensen in die gebieden daar echt bij worden betrokken?

Voorzitter. De hele wereld verandert nu snel en is erg onrustig. De Amerikaanse veiligheidsgarantie is niet meer zo vanzelfsprekend, dus moeten we meer investeren in onze eigen defensie. Daarbij is door de Iranoorlog de energielevering heel onzeker en duur geworden. Veel bedrijven voorzien problemen door de energiekosten. Vissers varen niet meer uit en boeren betalen nu tienduizenden euro's extra aan brandstof, terwijl de opbrengst van hun land nog onzeker is. Transportbedrijven en de maakindustrie moeten binnenkort de meerprijs doorberekenen. Kortom, onze economie staat zwaar onder druk. Veel Europese landen steunen daarom hun bedrijven. De minister-president kwam niet verder dan de volgende opmerking: ingrijpen in de prijzen voor energie is slecht voor het milieu- en het klimaatbeleid. Realiseert het kabinet zich dat bedrijven nu al niet kunnen verduurzamen door de netcongestie? Wij hopen niet dat deze terughoudendheid wordt gebruikt als een kans om van bedrijven in bepaalde sectoren af te komen. Graag uw reactie daarop.

Voorzitter. Ook dit kabinet wil bouwen en de tekorten op de woningmarkt verkleinen. De Wet betaalbare huur zorgt niet alleen voor een tekort aan woningen, maar blijkt ook averechts te werken. Wanneer trekt u deze wet in? U lijkt vooral te gaan voor grootschalige locaties waar duizenden woningen kunnen worden gebouwd. Dit zal ongetwijfeld ten koste gaan van landbouwgrond en groen en vraagt veel nieuwe infrastructurele voorzieningen. Heeft u dat voorzien bij de kosten? Wil het kabinet overwegen om op en rond het platteland kleinschalig bij te bouwen en de rest van de woningbehoefte binnen en aan de rand van de steden te realiseren? Wat ons betreft kan er ook eens aan eenvoudige en voor de hand liggende oplossingen gedacht worden. Het vorige kabinet gaf al een aanzet om het mogelijk te maken om op erven in het buitengebied woningen bij te bouwen. Kunt u dit weer oppakken? In Twente kennen ze de zogenaamde knooperven. Die zijn goed voor de leefbaarheid en een gezonde generatieopbouw.

Het asielvraagstuk. Het kabinet erkent dat er een te hoge asielstroom is en wil die aanpakken, maar kondigt geen nieuwe maatregelen aan. Er is geen harde instroomgrens gesteld. Waarom eigenlijk niet? Inmiddels heeft D66 publiekelijk aangekondigd de asielwetten die volgende week hier behandeld worden, niet te zullen steunen. Wat gaat dit betekenen voor het bestaan van het kabinet? U heeft het als kabinet namelijk gesteund. Statushouders krijgen toch weer voorrang op sociale huurwoningen, terwijl gescheiden ouders in een garagebox of auto wonen en jongeren noodgedwongen bij hun ouders. Dit is maatschappelijk onhoudbaar. Hoe pakt u dit op? Dat staat nog los van de vele daklozen die niet dezelfde nodige hulp krijgen om een dak boven hun hoofd te krijgen. Wanneer bekommert het kabinet zich om deze groep, die wel vaak buiten moet slapen?

Burgers verdienen persoonlijke vrijheid. De BBB vindt dat er te veel wordt opgedrongen. Wij zijn wars van eenzijdig ideologisch lesmateriaal op scholen. We zijn tegen terroristische en vijandige vlaggen bij demonstraties en verlangen meer respect voor bescherming van onze tradities. Gewoon Pasen, geen lentefeest. Gewoon kerststol, geen feeststol. Vrijheid moet gekoesterd en in de huidige tijd juist gewaardeerd worden. Deelt het kabinet deze mening met ons?

Voorzitter. Bestaanszekerheid was een belangrijk uitgangspunt. Waar is dat gebleven? Met de plannen van dit kabinet neemt immers de collectievelastendruk verder toe. De belastingen, de energiekosten en prijzen voor gewoon levensonderhoud stijgen explosief. De overheid straalt uit een rupsje-nooit-genoeg te zijn en groeit. De vervelende remmende invloed van de bureaucratie in ons leven wordt alleen maar groter. Hoe gaat u die stoppen? Gaat u eindelijk iets doen aan de overheidsuitgaven? Over het zogenaamde kaasschaven wordt vaak onterecht neerbuigend gesproken. Ook u kent het kassaboneffect: veel kleine bedragen vormen onderaan de streep een groot bedrag. Vraag vooral aan ervaren mensen op de werkvloer in de verschillende sectoren wat er in het management en bij de stafdiensten bij overheden, zorginstellingen en de thuiszorg kan worden bezuinigd. Met handen van het toetsenbord naar handen aan het bed worden schaarse middelen efficiënter ingezet. Treedt u eens harder op tegen fraude, vooral bij dubieuze bureaus in allerlei lagen van de zorg. Wat ons betreft liever effectieve goede jeugdzorg, wijkverpleging, ouderen- en gehandicaptenzorg dan geld over de balk smijten om 0,000036 graden opwarming te voorkomen. Dat laatste merkt niemand, dat eerste wel. Graag een reactie.

Met de huidige plannen, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid, worden veel ondernemers Nederland uitgedreven. Met hen verdwijnen ook de inkomsten en stijgen de kosten. Hun belastingafdracht valt weg en er komen meer werklozen bij. Deelt u deze mening?

Voorzitter. Dit brengt mij bij enkele opmerkingen over de verbetering van de wetgeving en de democratie. Dat is ook mijn laatste blokje. Ten eerste lijkt het aantal amendementen dat in de Tweede Kamer wordt aangenomen significant te zijn gestegen. Dit maakt het werk voor de Eerste Kamer misschien interessanter, maar ook complexer. In algemene zin komt dit de kwaliteit van de wetgeving niet ten goede. Kunt u toezeggen te overwegen om in de Wet op de Raad van State op te nemen dat de Raad van State ook aan de Eerste Kamer advies geeft bij geamendeerde wetgeving of wetswijzigingen? Ik ben er ook blij mee dat de heer Rosenmöller het advies van de Raad van State nog eens zo nadrukkelijk onder de aandacht bracht. Ik moest daarbij wel even denken aan het advies rondom het invaren van de pensioenen.

Ten tweede is het opvallend hoelang het duurt voordat de regering vervolgstappen neemt op grondwetswijzigingsvoorstellen. Soms liggen die jarenlang stil. Dat komt ook bij gewone wetgeving voor. Daarnaast duurt de beantwoording van Kamervragen en de uitvoering van moties en toezeggingen vaak onbegrijpelijk lang. Wij storen ons aan deze vaak onnodige vertragingen, de soms onvolledige antwoorden en daarmee de miskenning van onze inzet in de Eerste Kamer. Kan de minister-president toezeggen hier scherper op toe te zien en ervoor te zorgen dat er sneller wordt gehandeld?

Ten derde kreeg de Eerste Kamer de afgelopen jaren verschillende departementale begrotingen pas toegestuurd nadat deze al hadden moeten ingaan. Hoewel de Comptabiliteitswet hiervoor voorzieningen kent, is het vanuit democratisch en bestuurlijk oogpunt onwenselijk dat begrotingen pas zo laat kunnen worden behandeld. Kan het kabinet hiervoor een oplossing zoeken en nog dit jaar de eerste stappen zetten?

Ten vierde, zoals ik vorig jaar in mijn bijdrage aan de Algemene Politieke Beschouwingen aangaf, kent ons land geen wet op de kwaliteit van wetgeving. Dat zou wat ons betreft wel wenselijk zijn. De naam van de wet moet in ieder geval de lading dekken. Graag een reactie hierop.

Voorzitter. Wij missen een Europawet, waarin wordt geregeld hoe de Nederlandse regering zich opstelt in Europese onderhandelingen, met meer aandacht voor de ontwikkeling van Europese richtlijnen en verordeningen in het parlement. Wordt de Nederlandse deelname aan internationale verdragen wel regelmatig geëvalueerd? Wanneer wordt de Kamer over de uitkomsten daarvan geïnformeerd, inclusief eventuele verbetervoorstellen? Kunt u daarop reflecteren, minister-president?

Voorzitter. Ik rond af. De BBB-fractie zal het kabinet niet verrassen. Wij behouden onze politieke koers: voor Nederland, voor boeren, burgers en bedrijven. De BBB houdt haar eigen politieke bakens in de gaten, ook als het kabinet de zijne verzet. De nieuwe coalitie heeft ook in deze Kamer geen meerderheid; daar is al meermaals aan gerefereerd. Wij zullen onze politieke huid in deze dure tijd tegen een reële prijs verkopen, maar we laten ons niet uitmelken. De leden van het kabinet zijn altijd van harte welkom om daarover met onze fractie te overleggen. Jammer genoeg hebben wij er nog maar één ontmoet. Wij wensen in Nederland, met dit kabinet aan het roer, een behouden vaart, met zo nu en dan een BBB-koerswijziging.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik zie een interruptie van de heer Van Meenen.

De heer Van Meenen i (D66):

Door de laatste woorden van mevrouw Lagas verviel bijna de noodzaak tot een interruptie. Ik vroeg me af waar de uitgestoken hand bleef. Ik vind zelf dat ik vrij slordig werk heb gedaan, want ik heb niet het hele coalitieakkoord puntsgewijs doorgenomen en van mijn opvatting voorzien. Mevrouw Lagas heeft dat wel gedaan. Dat geeft veel helderheid, maar tegelijkertijd is de BBB de op een na grootste niet-coalitiefractie in deze Kamer en draagt zij dus ook een verantwoordelijkheid voor het totaal. Mevrouw Lagas heeft heel lang in de politiek gezeten en ik ook. We weten allebei dat je, als je blijft hangen in je eigen gelijk, nooit een stap dichter bij je idealen komt. Mijn vraag aan mevrouw Lagas is: waar zit nu die uitgestoken hand?

Mevrouw Lagas (BBB):

Die uitgestoken hand zit niet, maar die staat hier.

De voorzitter:

Helder antwoord.

De heer Van Meenen (D66):

Zeker. Dat is goed om te horen. Wat ik ermee bedoel, is dat mevrouw Lagas ongeveer het hele coalitieakkoord heeft doorgenomen en bij elk punt heeft aangegeven dat het beter kan. Dat begrijp ik, maar is zij ook bereid om tot compromissen te komen? Laat ik het dan zo vragen. Het is niet alleen zo dat deze coalitie geen meerderheid heeft, maar zij steekt ook de hand uit omdat de problemen in dit land groot zijn, ook internationaal. U heeft daar zelf op gewezen. Is dat zo? Kan het kabinet met de BBB zakendoen of mag het alleen zoals de BBB het wil?

Mevrouw Lagas (BBB):

Meneer Van Meenen, ik dank u ervoor dat u heeft aangegeven dat ik namens de fractie zo veel zaken heb mogen noemen die in het coalitieakkoord staan. Ik kan me voorstellen dat het wat veel was voor u. Ik kan me ook voorstellen dat de aandacht wat verslapt aan het eind; alle begrip daarvoor. Het was een van mijn laatste zinnen. Ik heb een van de bewindspersonen nog een compliment gegeven voor het feit dat hij al een eerste poging heeft gedaan. Wij zijn, zoals ik al heb aangegeven, bereid om compromissen te sluiten daar waar nodig. Maar vergeet niet de rolzuiverheid en dat het niet aan ons is om compromissen te sluiten. Compromissen worden in de Tweede Kamer gesloten. Ik hoop dat u de rolzuiverheid ook in de gaten houdt.

De heer Van Meenen (D66):

Zeker. Juist dat. Ik ben dat helemaal met u eens: het echte werk moet daar gebeuren. Maar we moeten het hier wel kunnen dragen.

Mevrouw Lagas (BBB):

Wij kunnen nog steeds ... Sorry, mevrouw de voorzitter.

De voorzitter:

Meneer Van Meenen, uw vraag, tot slot.

De heer Van Meenen (D66):

Daar zit mijn vraag aan mevrouw Lagas. Wij moeten de compromissen die daar gesloten worden, wel kunnen dragen. Daar zoek ik een beetje naar, naar de verhouding tussen het eerste deel van het betoog en het allerlaatste. Ik heb juist heel goed geluisterd en daarom zei ik ook: het is bijna overbodig door uw laatste woorden. Toch zie ik echter een zekere spanning — laat ik het heel voorzichtig zeggen — tussen de laatste woorden van mevrouw Lagas en het stuk daarvoor. Waar zit nou die ruimte?

Mevrouw Lagas (BBB):

Ik kom toch even terug op onze rol, want volgens mij zit daar het antwoord. U vroeg mij daarstraks of ik bereid ben tot compromissen. Ik heb u aangegeven dan wij niet in die positie zijn. U bent aan zet als regeringspartij. Misschien is het handig om nu eens echt te gaan kijken naar de mogelijkheid om de Grondwet zo aan te passen dat wij in de Eerste Kamer wetsvoorstellen kunnen amenderen. Ik denk dat wij dan samen een andere discussie kunnen voeren en echt tot compromissen kunnen komen. Vooralsnog sturen wij op zaken vanuit onze rol zoals die nu is. Daarmee zult u het echt moeten doen. De uitgestoken hand zit niet ergens, maar die staat hier.

De voorzitter:

Ik dank u wel. Ik ga schorsen voor vijf minuten. Daarna gaan we verder met de bijdrage van D66.

De vergadering wordt van 11.22 uur tot 11.37 uur geschorst.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De voorzitter:

Ik heropen het debat. Ik geef graag het woord aan de heer Van Meenen van de fractie van D66.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Meenen i (D66):

Voorzitter, hartelijk dank. Om te beginnen mijn hartelijke felicitaties aan de kabinetscollega's. Ik ken ze allemaal al uit diverse hoedanigheden en ik kan u zeggen, voor zover u dat nog niet meegekregen heeft: dit is echt een topteam. Ja, ik sta ervoor in.

Beste collega's, geachte voorzitter. Een politiek veranderen, het kan wel. Toen ik fractievoorzitter werd in Leiden — dat was in 2002, bijna een kwart eeuw geleden — stond de stad bekend om haar bestuurlijke chaos en bestuurlijk onvermogen. Wethouders vielen bij bosjes, de politiek was naar binnen gekeerd en de stad stond stil. We hebben het in 2010 radicaal anders aangepakt. We zijn met alle partijen in gesprek gegaan over de politiek die we voor ogen hadden, een politiek gebaseerd op respect, samenwerking en betrokkenheid van de samenleving, met ruimte voor wisselende meerderheden, scenario's vanuit het college en gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de financiën. En het werkte. De sfeer in de raad veranderde drastisch, de stad kwam los en Leiden ging vooruit. Dat is precies wat Nederland nu nodig heeft, want Nederland heeft te lang stilgestaan. Die stilstand hebben wij de afgelopen twee jaar gevoeld in de senaat en elke Nederlander met ons.

Deze coalitie wil Nederland weer in beweging brengen, want een eerlijke kans voor ieder kind kan, door weer te investeren in ons onderwijs, door kinderen vooral te laten lezen, schrijven en rekenen in de klas, door warme maaltijden, muziek en sport op school te organiseren voor kinderen die dat thuis niet krijgen. Een betaalbaar huis voor iedere jongere, elk gezin, elke oudere kan, door stikstofuitstoot naar beneden te brengen, door op nieuwe plekken te durven bouwen, door de belangen van huizenzoekers en huizenbezitters, maar ook van boeren weer in balans te brengen. We hebben in tijden van woningnood de grootste polder van de wereld gebouwd en dat kunnen we nu weer doen. Een toekomstbestendige zorg en verzorgingsstaat kan. Ook dat hebben we eerder laten zien. Toen Nederland meer dan een miljoen arbeidsongeschikten had in de jaren tachtig en de werkloosheid torenhoog was, sloegen politiek, werkgevers en werknemers de handen ineen en maakten ze afspraken waardoor iedereen vooruitkwam en de Nederlandse welvaart enorm steeg.

Ik moet eigenlijk extra tijd krijgen voor het omslaan van bladzijden, gezien mijn handicap, maar vooruit.

Een veilig Nederland in deze onzekere wereld kan, als we dat maar samen met Europa doen. Net als velen in deze Kamer ben ik opgegroeid in een tijd waarin er net een enorme oorlog was geweest die onze ouders, grootouders, mijn generatie en de generaties daarna heeft getekend. Als ik zelf in het Europees Parlement loop en ik hoor al die mensen daar al die talen, al die Europese talen, spreken, dan word ik daar ongelofelijk blij van en dan denk ik: dit zijn de talen van de volkeren die elkaar eeuwen, eeuwen te vuur en te zwaard bestreden hebben, die oorlogen met elkaar gevoerd hebben en nu lopen ze zich samen druk te maken over hoe krom een komkommer mag zijn. Nou, ik word er alleen maar blij van. Dat mag van mij, als ze ook maar aandacht besteden aan de grote onderwerpen waar we voor staan.

Voorzitter. Tot voor kort was er vrede op dit continent of in ieder geval geen oorlog. Ik heb Europa altijd gezien als de beste garantie op veiligheid en dat is het begin van alles. Meer dan ooit is duidelijk dat we het met elkaar moeten doen. Samen met Europa steunen we de Oekraïners nu al ruim vier jaar in hun strijd voor vrijheid en democratie en dat moeten we blijven doen, zodat we allemaal vrije en democratische landen mogen blijven. We moeten meer investeren in onze defensie, samen inkopen, produceren, innoveren, en we moeten tegelijkertijd niet meegaan in een wereldorde van het recht van de sterkste, maar ook blijven inzetten — het is al eerder gezegd — op diplomatie, handel en internationale samenwerking. Ik ben blij dat onze minister-president in zijn eerste weken op bezoek is gegaan bij zijn Europese collega's en heeft laten zien dat Nederland terug is op het internationale toneel. Ik ben benieuwd wat hij heeft meegenomen uit die gesprekken. Welke rol ziet hij voor Nederland in dit Europese krachtenveld?

Voorzitter. D66 roept dit kabinet op zich niet te laten gijzelen door een schijnbare tegenstelling tussen pragmatisme en principes, tussen realisme en idealen, want die is er niet. D66 wil dat dit kabinet pal staat voor onze waarden van vrijheid, gelijkheid en democratie en voor mensenrechten. Dat zijn de waarden die op het spel staan in een wereldwijde strijd. Die strijd vraagt een kabinet dat zich uitspreekt, dat niet blijft hangen in een verlammende en uiteindelijk fatale neutraliteit, een kabinet dat de banden verdiept met landen en burgers over de hele wereld die deze waarden delen.

Voorzitter. Die opstelling verwacht mijn fractie ook ten opzichte van de Verenigde Staten. Recent las ik het essay van professor Frits van Oostrom over de reis die Johan Huizinga meer dan een eeuw geleden maakte naar de Verenigde Staten. Huizinga omschreef toen al zijn houding naar de Verenigde Staten als "ambivalent". Enerzijds is het het land van het platte economisme, om dat oude woord nog maar eens van stal te halen — u kunt dit als een handreiking zien, meneer Rosenmöller — en het individualisme. Anderzijds is het het land van hooggestemde idealen en gemeenschapszin. Ik wil pleiten voor diezelfde houding. Huizinga zei het als volgt in 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog: "Overal staan millioenen menschen gereed en bereid in wie de behoefte leeft aan recht en zin voor orde, eerlijkheid, vrijheid, rede en goede zeden. Tracht hen niet te vatten onder een categorie als democraten, socialisten of welken dan ook. Noem hen eenvoudig met een naam van edeler klank dan al deze: menschen van goeden wille." Laten we ons verbinden met vooral die Amerikanen.

Voorzitter. We hebben een overheid nodig die een bondgenoot is voor alle mensen van goede wil, een overheid met verbeeldingskracht en inlevingsvermogen, een overheid die mensen meeneemt in een verhaal over het Nederland dat we willen en kunnen maken, zodat we het samen eens worden over de richting die we op willen, een overheid die kan luisteren en overtuigen om draagvlak te zoeken en te creëren voor grote plannen, zodat we het ook samen eens worden over hoe we daar komen. Het middel is altijd lastiger dan het doel; we kwamen er net al even over te spreken met betrekking tot de AOW. We hebben ook een overheid nodig die ervoor zorgt dat iedereen mee kan komen in de grote veranderingen van deze tijd.

Het coalitieakkoord is nu ruim twee maanden oud en de wereld ziet er alweer anders uit. Er is een nieuwe oorlog in het Midden-Oosten, die we ook in Nederland hard voelen. De noodzaak van de maatregelen in het coalitieakkoord is groter dan ooit. We moeten burgers en bedrijven helpen verduurzamen, zodat we minder energie nodig hebben en we die energie zo veel mogelijk zelf opwekken. We moeten investeren in defensie, zodat we ook onze eigen veiligheid, vrede en democratische rechtsstaat kunnen beschermen nu bescherming door de Verenigde Staten geen vanzelfsprekendheid meer is. We moeten digitaal soeverein worden, zodat onze data en infrastructuur veilig zijn in deze grijze zone tussen vrede en oorlog. We moeten toe naar een digitaal weerbare samenleving, waarin we burgers leren zich digitaal te wapenen tegen hackers, criminelen en actoren, die met desinformatie en polarisatie onze democratie proberen te ondermijnen. We moeten scherpe financiële keuzes maken. We moeten niet mensen zoals ik een dubbeltje minder laten betalen aan de pomp, maar de mensen helpen die dreigen kopje onder te gaan, nu en zo lang deze crisis voortduurt.

Voorzitter. Wij komen hier elke dinsdag bij elkaar juist omdat we het niet met elkaar eens zijn. Prachtig. Dat is de kern van onze representatieve democratie. Maar in de 25 jaar dat ik nu in de politiek mag dienen, ben ik er altijd van overtuigd geweest dat er meer is dat ons verbindt dan ons verdeelt. Deze tijden verdragen geen verdeeldheid. Dat zeg ik hier tegen u, mijn collega's, en ik roep het kabinet ertoe op om met een luisterend oor en een uitgestoken hand te regeren, om samen te werken met de positieve krachten, met iedereen die dit land vooruit wil helpen. Je kunt je gedwongen voelen om samen te werken omdat je als coalitie geen meerderheid hebt, maar ik nodig het kabinet juist uit om van harte voor die samenwerking met anderen te kiezen, omdat de samenleving en wij allemaal daar uiteindelijk beter van worden.

Mevrouw Perin-Gopie i (Volt):

Ik ga nog even terug naar een eerder stukje in de inbreng van collega Van Meenen, namelijk over dat digitale weerbaarheid zo belangrijk is in de hele digitalisering. Op inhoud verschillen we helemaal niet zo veel van elkaar, maar we verschillen wel als het gaat om het handelingsperspectief. Er wordt gebruikgemaakt van platform X, dat gebruikt wordt door mensen met kwade bedoelingen, door mensen die desinformatie willen verspreiden. Is collega Van Meenen het dan ook niet met mij eens dat de regering niet via een platform als X zou moeten communiceren?

De heer Van Meenen (D66):

Dat is altijd een enorm dilemma, vind ik. Ik geloof ... Dit is echt mijn persoonlijke opvatting; ik heb er niet zo'n sterke politieke opvatting over. Ik zit zelf ook nog steeds op X. Daar word ik soms ook helemaal moedeloos van en ik vind het soms verschrikkelijk. Tegelijkertijd wil ik ook tegen kunnen spreken. Ik wil in gesprek blijven met de mensen die daar zijn. Ik vind het ingewikkeld. Ik begrijp mensen die een heel andere keuze maken ook, laat ik het zo zeggen. Laten we die discussie vooral heel goed met elkaar voeren.

Mevrouw Perin-Gopie (Volt):

Het ingewikkelde is dat juist een platform als X volop wordt gebruikt om desinformatie te verspreiden. Als we ons willen inzetten voor een veiligere digitale omgeving, wat direct impact heeft op de realiteit van mensen, zou het dan niet verstandig zijn als de regering het goede voorbeeld geeft door niet te communiceren via dat soort platforms, die overigens een zeer beperkt bereik hebben? Er zijn immers ook platforms met een breed bereik in de samenleving waar desinformatie wel wordt tegengesproken en überhaupt niet verspreid mag worden.

De heer Van Meenen (D66):

Mevrouw Perin-Gopie zegt het zelf al: waar desinformatie wel wordt tegengesproken. Ik hoop dat er nog steeds mensen zijn die ook op X tegenspreken, want als daar geen tegenspraak meer is, weet ik niet wat dan de toekomst daarvan is. Als je echt bronnen van desinformatie wilt tegengaan, dan moet je ze gewoon verbieden. Dan moet je niet zeggen: laten we er maar van af gaan en dan zien we verder wel hoe men daar tekeergaat. Ik weet het niet; ik vind het een dilemma. Ik houd er wel van om mensen tegen te blijven spreken waar ik dat gepast vind. Dat doe ik nu bij u ook een klein beetje.

De voorzitter:

Tot slot, mevrouw Perin.

Mevrouw Perin-Gopie (Volt):

Ik ben het helemaal met collega Van Meenen eens. Ik houd er ook van om mensen tegen te spreken, maar wel in een omgeving waar mensen met respect met elkaar spreken en zich ook houden aan de regels zoals we die nationaal en Europees hebben vastgelegd. Het is gewoon duidelijk dat X zich niet houdt aan Europese regelgeving en al helemaal niet aan Nederlandse regelgeving. Dan zou je in de ogen van Volt toch echt een grens moeten trekken en moeten zeggen: wij communiceren niet via media die zich niet houden aan regelgeving. Het gaat overigens ook om regelgeving die de regering zelf maakt.

De heer Van Meenen (D66):

Ja.

De voorzitter:

Tot slot, meneer Van Meenen.

De heer Van Meenen (D66):

U wijst er terecht op dat er veel te weinig ... Er zijn regels en we zijn inderdaad ongetwijfeld bezig met nog veel strengere regels om te voorkomen dat dit soort desinformatie plaatsvindt, er haat wordt gezaaid en er allerlei dingen gebeuren die in strijd zijn met onze grondrechten. Daar hebben we regels voor. Dan zou ik zeggen: laten we ook het lef hebben om te handhaven. Dat kan het einde van zo'n platform zijn. Maar weggaan is niet helemaal mijn stijl. Maar goed, ik begrijp ook wat u zegt.

De voorzitter:

De heer Schalk voor een interruptie.

De heer Van Meenen (D66):

Ik moet af en toe ook tot tien tellen voordat ik er weer op ga, ja.

Voorzitter. Ik had het over ...

De voorzitter:

Nee. De heer Schalk voor een interruptie. Maar wij praatten tegelijkertijd.

De heer Schalk i (SGP):

Ik ga even terug naar het laatste stukje van het betoog van de heer Van Meenen, waarin hij het had over een uitgestoken hand en de samenwerking die gezocht zou moeten worden binnen deze Kamer en ook met het kabinet. Dat vergt nogal een nieuwe houding, want er moet een behoorlijke stap gezet worden om een en ander te overbruggen. Tegenwoordig kun je langs alle kanten tot compromissen of afspraken komen met elkaar. Ik denk dat het ook heel belangrijk is dat we het heel eerlijk tegen elkaar zeggen wanneer het goed of niet goed gaat. Er zijn nog niet zo veel voorbeelden, maar onlangs gaf een minister eerst aan de UNRWA-subsidie niet meer te verstrekken en vervolgens wel. Is dat nu het schoolvoorbeeld van hoe het moet gaan werken of is de heer Van Meenen het met mij eens dat we dat toch op een hele andere manier horen aan te pakken?

De heer Van Meenen (D66):

Nou, laat ik even los van de intenties ... Niemand zal twijfelen aan de goede bedoelingen — nou ja, misschien ook wel, maar ik in ieder geval niet — van mijn collega Sjoerdsma, die ik al heel lang in de politiek ken. Laten we zeggen dat het niet helemaal is gelukt om het beeld goed over te krijgen. Dat hebben we allemaal kunnen zien. Het kan altijd beter, zou mijn conclusie zijn.

De heer Schalk (SGP):

Het kan dus wel.

De heer Van Meenen (D66):

Het kan wel, het kan altijd.

De heer Schalk (SGP):

Ja. Even hierop door. Dank voor het openhartige antwoord. Ik begrijp ook dat er enige nuance in zit. In de komende periode is er een scala aan onderwerpen. Een paar zijn echt van belang. Dat zijn onderwerpen waar iedereen op zit te wachten. In het regeerakkoord zie ik ook een heleboel dingen die wel belangrijk zijn voor mensen individueel, bijvoorbeeld op ethisch terrein, maar waarbij ik best wel vragen heb. Waar moet de regering zich nou op focussen? Moet ze eerst de grote dingen doen of moet het hele spul er maar tegelijkertijd doorheen?

De heer Van Meenen (D66):

U formuleert het heel omfloerst, maar ik denk dat ik wel begrijp wat u bedoelt. Als ik naar dit kabinet kijk, denk ik dat de grote dingen, die ik net genoemd heb en die het kabinet ook zelf genoemd heeft, voorrang hebben. We moeten nu laten zien dat de overheid echt levert op de problemen die mensen in dit land, maar ook internationaal, elke dag ervaren. Dan zijn er in ons politieke landschap nog heel veel andere onderwerpen die voor individuele mensen heel belangrijk kunnen zijn. Als ik denk aan hoe dit nu verder moet, ook in de verhouding tussen kabinet en Kamer, dan denk ik toch vooral terug aan de periode-Rutte II, waarin onze partijen samen, met de ChristenUnie, de constructieve oppositie hebben gevoerd. Daar ging het Lenteakkoord overigens al aan vooraf, waar ook GroenLinks bij betrokken was. Ik heb nooit meer vertrouwen in de politiek ervaren dan op die momenten, toen we dat soort dingen met elkaar vonden. De tegenstellingen zijn er natuurlijk tussen ons. Ik heb net gezegd dat dat de essentie is van onze politiek. Wij zitten daar elke keer naast elkaar. Elke keer denk ik: ik neem hem mee in die voorstem. Dat is toch niet altijd gelukt. Andersom denkt u dat ook. Maar we werken wel samen en we praten met elkaar met respect. We proberen elkaar altijd te vinden. Sterker nog, ik heb in die periode samen met collega Bisschop van de SGP nog een wet door deze Kamer gekregen. Wie kan zich dat voorstellen, een wet van D66 en SGP? Die ging over onderwijs. Toch kan het. Ik ben dus heel optimistisch. Dat zeg ik ook tegen de partijen die hier een sleutelrol hebben, de grootste rol, die de meeste zetels vertegenwoordigen. In mijn eigen ervaring was dat voor D66 een ontzettend goede tijd waarin we heel veel van onze idealen door onze samenwerking dichterbij konden brengen. Die samenwerking bestond vooral uit het steunen van de begroting. Dat kwam net al even aan de orde bij het debat met de heer Rosenmöller. Daar zat de kern. Maar we hebben elkaar op veel meer onderwerpen gevonden. Daarvan weet ik in ieder geval dat het kan werken als je het op die manier doet.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Van Meenen (D66):

Excuses, voorzitter. Dan begrijp ik best dat er ook onderwerpen zijn waarop wij fundamenteel van elkaar verschillen. Dat hebben we toen ook erkend. Of we die wel of niet aan de orde stellen, laat ik nu eerst maar aan het kabinet.

De voorzitter:

De heer Schalk nog tot slot.

De heer Schalk (SGP):

Dat moeten we zeker aan het kabinet laten. Dank voor dit antwoord. Het is dus ook wat de heer Van Meenen betreft glashelder dat we ons moeten focussen op de grote belangrijke thema's, waar ons land echt op zit te wachten, en dat we rekening houden met de gevoelens die er in allerlei fracties zijn en die er zeker bij de SGP zijn op ethische thema's. Als we ons daar namelijk verliezen, is de SGP de route kwijt om nog steeds die uitgestoken hand te aanvaarden. Dat wil ik gewoon goed genoemd hebben.

De heer Van Meenen (D66):

Ik kan mij voorstellen dat de inbreng vanuit de SGP in die onderhandelingen zo ver komt, maar laten we alsjeblieft met elkaar — dat zeg ik net zo goed tegen het kabinet en mezelf — voorkomen dat wij die grote problemen nu niet kunnen oplossen, omdat de kleine problemen of onderwerpen ons in de weg gaan staan. Dat mag echt niet gebeuren. Dat vraagt van alle kanten de bereidheid. Het kan ook niet zo zijn dat er onderwerpen zijn waarover niet meer gesproken mag worden in dit parlement. Dat is de heer Schalk met mij eens, denk ik. Ik zie hem knikken, zeg ik voor het verslag.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

De heer Van Meenen (D66):

Ik keek of ik misschien applaus zag, maar dat kwam nog niet helemaal uit de verf.

De voorzitter:

Ik heb gemerkt dat u het bijna eens bent. De heer Van Hattem.

De heer Van Hattem i (PVV):

We hebben een hele discussie gezien over al dan niet uitgestoken handen van dit minderheidskabinet, waarin D66 de leidende factor is. U mag zelf bepalen of het "leidende" of "lijdende" is. Maar het punt is: wat is die uitgestoken hand waard? We hebben de discussie over de UNRWA gezien. Daarin werden afspraken gemaakt met een paar partijen die meegaan met het kabinet. Vervolgens krijgen die de deksel op de neus en wordt de financiering voor UNRWA alsnog op tafel gelegd door D66-minister Sjoerdsma. Mijn vraag aan de heer Van Meenen is eigenlijk gewoon heel kort en heel simpel: als je je hand uitsteekt richting dit kabinet, hoeveel vingers moet je dan nog natellen?

De heer Van Meenen (D66):

Geen een. U moet ervan uit kunnen gaan … Vertrouwen — u weet het — komt te voet en gaat te paard. Ik begrijp het allemaal. Ik zou zeggen, ook tegen de heer Van Hattem: geef dit kabinet een kans, reken het niet af op iets wat nu in ieder geval in uw waarneming niet goed is gegaan. There are bigger fish to fry, zou ik haast zeggen als dat mag. Ik wil het ook vertalen in het Nederlands. We hebben hele grote problemen waar ook de PVV veel aandacht voor vraagt. Dus laten we die alsjeblieft met elkaar oplossen en niet hier voortdurend, zeker niet in de Eerste Kamer, bewindspersonen gaan recenseren. Dat gebeurt aan de overkant al meer dan genoeg. Laten we kijken naar wat er uiteindelijk goed is voor dit land. Daar roep ik ook de heer Van Hattem toe op.

De heer Van Hattem (PVV):

Er zijn grote problemen genoeg, maar die grote problemen worden niet opgelost wanneer de ministers van D66-huize allerlei politieke spelletjes gaan spelen, zoals we nu hebben gezien. Dat is een veel groter probleem. Is de heer Van Meenen het dan niet met mij eens dat als je die problemen wilt oplossen, dit kabinet hier een hele slechte beurt maakt?

De heer Van Meenen (D66):

Nogmaals, ik ga het optreden niet recenseren. Het is te ver bij mij vandaan. Ik kan dat niet recenseren. Ik lees er wel recensies over en dan denk ik: we moeten heel goed laten zien, en het kabinet ook, dat we onze afspraken nakomen. En één ding uit dit voorbeeld: ik denk dat het niet heel goed gaat werken als we de meerderheid, even in de versimpeling rechts en links, in de Tweede Kamer eerst over rechts zoeken en daarna hier over links. Dat is ook een antwoord op de vraag. Als je grotere akkoorden sluit, dan moeten ze houdbaar zijn in de Tweede Kamer om te beginnen, maar moet je ook een heel goed oog hebben voor of dat hier ook houdbaar is. Daar is dit wel een voorbeeld van. Hopelijk komen we daar nog op een goede manier met elkaar over te spreken, want ook daar ligt een verantwoordelijkheid. Dat is voor mij in elk geval wel een les uit deze gebeurtenis.

De heer Van Rooijen i (50PLUS):

Collega Van Meenen sprak over grote problemen. Mag ik hem klip-en-klaar een antwoord vragen op de vraag of hij bereid is om in het debat volgende week, het asieldebat, met een open mind met ons te discussiëren, te praten, over het asielvraagstuk op basis van de wetgeving die hier voorligt, of neemt men blindelings de tegenstem van de Tweede Kamer hier gewoon over? Dan staat u er volgende week voor spek en bonen bij.

De heer Van Meenen (D66):

Mijn fractie bestaat uit zeer weldenkende mensen die nooit blindelings iets overnemen en al helemaal niet uit de Tweede Kamer. Daarom is het zo goed dat er een Eerste Kamer is, zeg ik dan toch nog maar even. Ik kan het weten, en u trouwens ook. Het is goed dat er altijd nog heel even gekeken wordt naar de worst die daar gemaakt wordt. Dus dat doen wij altijd. Wij laten ons nooit blind leiden door wat onze fractie gedaan heeft, onze Tweede Kamerfractie, of we nou in de oppositie of in de coalitie zitten. Dat doen we niet. Dus wij blijven daar zelfstandig naar kijken. Wel is het zo — dat zal volgende week ongetwijfeld duidelijk worden en dat weet u allang — dat er grote bezwaren zijn tegen deze wetten. Dat zal allemaal volgende week in het debat aan de orde komen.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Laat ik de vraag dan nog duidelijker stellen. Wat vindt u ervan dat bij de besprekingen over het regeerakkoord is afgesproken dat het D66 is toegestaan om in de Eerste Kamer tegen de asielwet te stemmen? Dat is algemeen bekend. Of zegt u: nee, dat is niet zo.

De heer Van Meenen (D66):

Ik weet het niet.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

O, u weet het niet.

De heer Van Meenen (D66):

Ik ben er niet bij geweest.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Nou, ik wel.

De heer Van Meenen (D66):

O, u weet het wel.

De voorzitter:

Via de voorzitter graag, meneer Van Meenen.

De heer Van Meenen (D66):

Pardon, pardon.

De voorzitter:

Een vraag van de heer Van Rooijen en dan bent u.

De heer Van Meenen (D66):

Ik weet wel dat niemand mij toestemming hoeft te geven om ergens voor of tegen te stemmen. Dat staat als een huis. Onze opvatting was bekend en ik wijs op wat in het coalitieakkoord staat. Er wordt vaak even simpel gezegd: de coalitie heeft afgesproken om voor deze wetten te stemmen. Nee, er staat: de coalitie heeft beloofd deze wet uit te voeren als die door de Eerste Kamer komt. Dat is wat er letterlijk staat. En als de wet wordt aangenomen, zal mijn fractie het kabinet daaraan houden. Het zou namelijk erg gek zijn als het kabinet zo zeggen: o, de wet is aangenomen, laten we 'm maar niet uitvoeren want die bevalt ons niet. Dat is heel goed. Maar de vraag of de wet wordt aangenomen, staat gewoon nog open en zal in de komende weken beantwoord worden.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

U beantwoordt mijn …

De voorzitter:

Meneer Van Rooijen, ook u via de voorzitter. Tot slot.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Excuus, voorzitter. Ik ben wat laat geland vanochtend vanuit Indonesië, maar ik probeer bij de les te blijven, zoals u ziet. Mijn vraag was: vindt u het niet vreemd dat bij de onderhandelingen over het regeerakkoord is afgesproken dat D66 in deze Kamer tegen mag stemmen en dus het CDA en de VVD de appels laat plukken?

De voorzitter:

Tot slot, meneer Van Meenen.

De heer Van Meenen (D66):

Ik denk dat ik er genoeg over gezegd heb. Ik vind het vreemd dat dat blijkbaar rondzingt. De D66-fractie heeft van niemand toestemming nodig om ergens voor of tegen te stemmen.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

De heer Van Meenen (D66):

O ja. Die samenwerking — u weet nog wel, die samenwerking waar ik het over had — moet in de eerste plaats in de Tweede Kamer plaatsvinden. Ik weet als geen ander — nou, er zijn nog een paar anderen die het ook goed weten — hoe moeilijk dat is aan de overkant, maar ook dat dat kan. Ik noemde het al. Bij de economische crisis, de bankencrisis, het lenteakkoord, corona en de Russische inval in Oekraïne hebben — ik neem het over van mevrouw Klip — niet-coalitiepartijen en coalitiepartijen elkaar de hand gereikt. Dat zijn ook de momenten — ik zei het al eerder — waarop de mensen in dit land veruit het meeste vertrouwen in de politiek hebben. De politiek kan wel wat. We kunnen elkaar vinden.

De zaken moeten in de Tweede Kamer gedaan worden, maar er moet met een schuin oog naar de verhoudingen in de Eerst Kamer gekeken worden. Wij toetsen de kwaliteit van wetgeving. Het kabinet kan ons daarbij helpen door met goede wetten te komen en de Tweede Kamer door alleen amendementen aan te nemen die de wetten beter maken, zeg ik tegen mijn oud-collega's aan de overkant. Goede wetten waarborgen ieders rechten en plichten, zijn doenbaar voor burgers en bedrijven en uitvoerbaar voor medeoverheden en uitvoeringsorganisaties en werken voor huidige en toekomstige generaties. Juist nu, nu het voelt alsof we in een storm zitten die de geschiedenis doet kantelen en de wereldorde doet verschuiven, moeten we oog houden voor de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen. Staatssecretaris Aerdts heeft als Eerste Kamerlid een motie aangenomen gekregen — met anderen, ze zijn al genoemd — om bij elke miljoenennota een generatietoets te doen. Ik sluit me aan bij de vragen van collega Rosenmöller over wat het kabinet voor mogelijkheden ziet om dit ook bij andere wetten te doen.

Voorzitter. Als voormalig schoolmeester met 25 jaar ervaring in de politiek kan ik het natuurlijk niet laten om een paar lessen te suggereren aan dit kabinet. Ik ben heel voorzichtig. De ervaring leert dat we elkaar veel sneller vinden op gezamenlijke doelen en dan vervolgens het debat moeten voeren over de middelen. We hebben net in het interruptiedebatje tussen de heer Rosenmöller en mij de AOW als voorbeeld daarvan gezien. Laten we ons vooral niet vastzetten op de gedachte dat er maar één weg naar Rome is. Ik noem een voorbeeld. Iedereen in deze Kamer is het erover eens dat vergrijzing veel goeds brengt — ik lees het toch maar even voor — zoals wijsheid en oppasopa's en -oma's, maar ook kwetsbaarheden: de druk op steeds minder werkenden om voor steeds meer ouderen te betalen en de druk op steeds minder zorgmedewerkers om voor steeds meer ouderen te zorgen.

Mijn oproep aan het kabinet: werk meer dan in het verleden met scenario's. Luister goed naar de samenleving en de maatschappelijke organisaties en laat de Tweede Kamer in meerderheid beslissen. Dus stel het doel in zo breed mogelijke gezamenlijkheid vast, geef vervolgens wegen waarlangs dat doel bereikt zou kunnen worden en geef de Kamer daarin ruimte. Dat is ook hoe we het destijds in Leiden gedaan hebben. Dat werkt heel goed en geeft ook de Kamers weer de ruimte die de Kamers verdienen en nodig hebben om het goede debat te kunnen voeren.

Mijn oproep aan mijn collega's, hier en aan de overkant: neem gezamenlijk verantwoordelijkheid. In Leiden hebben we bijvoorbeeld met alle partijen afgesproken om nooit een motie of amendement zonder deugdelijke dekking in te dienen. Ja, het klinkt een beetje gek, maar dat gaat al vijftien jaar goed. Er is in die afgelopen vijftien jaar — het is al zestien jaar eigenlijk, sinds 2010; kunt u nagaan hoe vroeg ik met deze tekst begonnen ben — geen wethouder meer gevallen. Nou, dat voor een gemeente van 130.000 inwoners waar de cultuur was: een maand geen wethouder gevallen is een maand niet geleefd. En je kunt het ook zien. Kom vooral naar Leiden, een prachtige stad. En die is alleen maar veel mooier geworden doordat we als politiek weer bezig waren met de mensen en niet met onszelf. Alleen dan kom je toe aan je rol: kijken naar de kwaliteit van voorstellen. Zo neem je een wezenlijk argument weg om goede voorstellen terzijde te schuiven.

Zo werkt het ook met wetgeving. Zorg dat wetgeving onze rechtsstaat stut in plaats van afbreekt. Neem de tijd om amendementen te beoordelen. Vraag extra advies aan de Raad van State en voorkom dat wij wetgeving onnodig moeten wegstemmen. Dat is de enige weg om de doorbraken die dit kabinet en mijn fractie voor ogen staan, werkelijkheid te laten worden. Voor de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen, voor de toekomst van ons land. Als D66 zeg ik niet alleen "het kan wél", maar ook "het kan niet anders". Ik kijk uit naar de reactie van de minister-president.

De voorzitter:

Een interruptie van de heer Janssen van de SP.

De heer Janssen i (SP):

Ik heb toch even een korte verduidelijkende vraag aan de heer Van Meenen na zijn lofzang over Rutte II. Er zijn nogal wat onderwerpen waar die fantastische samenwerking achteraf toch minder fantastisch bleek. Ook bleek dat er voor een paar dingen "sorry" is gezegd. Vindt u bijvoorbeeld de afschaffing van de basisbeurs zo'n pareltje van samenwerking voor de partijen die u net heeft genoemd?

De heer Van Meenen (D66):

Nou, ik kan rustig de rest van deze dag besteden aan een debat over de basisbeurs. Het is eigenlijk heel erg vergelijkbaar met de discussie over de AOW. Ik zeg tegen jongere mensen ook wel: de AOW is de basisbeurs voor oudere mensen. Je kunt je serieus afvragen of je heel veel geld moet geven aan mensen die het niet nodig hebben. Dat is eigenlijk de kernvraag die we toen met elkaar beantwoord hebben. De vier partijen die toen dat akkoord gesloten hebben, hadden dat alle vier in hun verkiezingsprogramma staan. Het waren tijden waarin er fors bezuinigd moest worden op onderwijs. Dat hebben we op die manier weten om te draaien. Ik ken de rest van de geschiedenis. Ik ben er trots op dat het toen gelukt is. Ik ben helemaal niet trots op hoe het daarna gegaan is. Het is terechtgekomen in een moeras van desinformatie en verkeerde beelden, met uiteindelijk als resultaat — gelukkig, zeg ik — dat de investeringen van toen, dat miljard extra, behouden zijn gebleven en dat tegelijkertijd de basisbeurs weer terug is gekomen. Het is nooit een doel op zichzelf geweest om de basisbeurs af te schaffen.

De heer Janssen (SP):

Mijn vraag was redelijk kort, dus het lange antwoord lag niet aan mij. Ik wil toch even reageren op de uitspraak van de heer Van Meenen over "een basisbeurs voor ouderen". Het is een voorziening waar premie voor ingelegd is en waarvoor betaald is. Dus ik zou richting de heer Van Meenen willen zeggen: hou op met spreken van een basisbeurs als een soort gift of gunst aan ouderen die daar niet zelf premie voor betaald hebben. Ik wilde alleen even aangeven dat samenwerking achteraf soms kan leiden tot spijt, waarvoor ruiterlijk excuses zijn aangeboden, en dat te veel samenwerking, zonder daar heel hard over na te denken, soms ook tot ongelukken kan leiden.

De voorzitter:

Ik heb geen vraag gehoord. Ik wil naar meneer Koffeman gaan.

De heer Koffeman i (PvdD):

Ik heb wel een vraag. D66 heeft altijd een groot punt gemaakt van halvering van de veehouderij. Ik werd net door een fractielid van u aangesproken op het feit dat dat niet meer het actuele standpunt zou zijn van D66. Dat heeft mij benieuwd gemaakt. Ik heb het in uw bijdrage ook niet gehoord. Uw partijleider, hier aanwezig, althans uw partijleider in 2025 …

De heer Van Meenen (D66):

Dat is hij nog steeds, hoor.

De heer Koffeman (PvdD):

Die pleitte in 2025 nog voor halvering van de veehouderij, ook na de uitspraak van de rechter in Den Haag in de Greenpeacezaak met een dwangsom van 10 miljoen om de doelen in 2030 te halen. Ik ben heel erg benieuwd of D66 ook in de huidige coalitie nog steeds voor halvering van de veehouderij staat.

De heer Van Meenen (D66):

Wat ik net zei, dat we ons moeten richten op doelen in plaats van op middelen, zeg ik niet alleen in deze zaal. Dat zeg ik ook weleens in mijn eigen partij. Er zijn ook anderen die dat weleens zeggen. Een van die mensen is overigens de huidige minister van LNV. Die heeft destijds al gezegd: dit is eigenlijk niet de weg die we op moeten gaan, want ons doel is niet de halvering van de veestapel. Dat was het overigens destijds in het standpunt van Tjeerd de Groot ook al niet, maar dat sneeuwde totaal onder in wat er daarna allemaal gebeurde. Het doel was halvering van de stikstof. Net als ik nu bepleit om dat breder te bekijken, om te zeggen dat dat ons doel is, zeg ik: laten we met elkaar praten over het middel. En dan werd het middel er meteen even bij geleverd. Dan gaat het heel vaak fout in de politiek. Dat is hier ook gebeurd. Dus wij hebben ons standpunt ontwikkeld. Wij blijven nog steeds voor een forse reductie van stikstof. Dat zal ongetwijfeld betekenis krijgen voor boeren, maar ik zeg het ook "mijn" minister van Landbouw na — zo noem ik hem maar even — als ik zeg: ik zal altijd naast de boeren staan, als ze willen innoveren, als ze willen vernieuwen, als ze willen stoppen of als ze willen verhuizen. Op elk van die momenten zult u zien dat deze minister naast hen staat, ook als het gaat om het natuurbeleid.

De voorzitter:

De heer Koffeman nog.

De heer Koffeman (PvdD):

Dat is een heel lang antwoord op een korte vraag. Ik heb hier een bericht van de huidige minister-president uit januari 2025. Die zegt: als we echt zo snel mogelijk meer huizen willen bouwen en boeren echt willen helpen, dan is het onvermijdelijk dat de veestapel wordt gehalveerd. Deze coalitie zag de muur staan en reed er blind op af. De rekening is voor boeren, voor woningzoekenden en voor de natuur. Mijn vraag aan u is of we opnieuw op die blinde muur afgaan door te zeggen: nou ja, misschien kunnen we ook wel het voerspoor volgen of misschien kunnen we tovervloeren inzetten of luchtwassers. We kunnen allerlei middelen aanwenden om stikstofdoelen te halen, is wat ik u hoor zeggen. Maar wat betreft de halvering van de veehouderij, die niet alleen van Tjeerd de Groot was, maar ook van de huidige minister-president vorig jaar nog, vraag ik: is die doelstelling verlaten door D66 en wat is dan de aanleiding geweest om die te verlaten?

De voorzitter:

Een kort antwoord van de heer Van Meenen.

De heer Van Meenen (D66):

De doelstellingen zijn en waren een forse reductie van stikstof, naast boeren staan en de natuur verbeteren. Dat zijn de doelstellingen. Hoe het kabinet die gaat bereiken, zullen we zien. We kennen het standpunt van anderhalf jaar geleden van deze minister-president. Ik heb zomaar het gevoel — maar u kunt het hem straks zelf zeggen — dat dat niet meer helemaal aansluit bij wat er nu in het regeerakkoord staat. Ik ben niet de minister van LNV, dus vraag het te gelegener tijd ook aan hem. Ik zou de heer Koffeman ook in overweging willen geven dat je soms ook wel gewoon eens een keer je standpunt kunt veranderen. Dat is helemaal niet zo erg in de politiek. Daar wordt het soms ook gewoon beter van, met name als het gaat over wel vasthouden aan je doel, maar niet per se aan het middel. We hebben … Mag ik nog even, voorzitter?

De voorzitter:

Nou, eigenlijk niet.

De heer Van Meenen (D66):

Verkeerde vraag.

De voorzitter:

Deze discussie gaan we nog heel lang voeren. Ik wil meneer Koffeman nog even een kort slotwoord geven en dan wil ik naar de heer Van Hattem.

De heer Koffeman (PvdD):

Tot slot. Voor D66 is al heel lang het adagium: regeren is halveren. Ik wil de heer Van Meenen vragen of dat halveren ook van toepassing kan zijn op de veestapel, zoals beloofd in de verkiezingsbeloftes van D66.

De heer Van Meenen (D66):

Nee, hoor. Dan heeft u ons verkiezingsprogramma toch niet helemaal goed gelezen, geloof ik.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Van Hattem van de PVV. Daarna zullen wij schorsen voor de lunchpauze en zal er ook tijd zijn voor de petitie die zal worden aangeboden. Dat vindt buiten plaats. De heer Van Hattem van de PVV.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Hattem i (PVV):

Voorzitter. We zijn nu van het demissionaire rompkabinet-Schoof naar het rampkabinet-Jetten overgegaan. Met de vreselijk slechte regeringsverklaring van dit kabinet die we vandaag bespreken, kan het wat de PVV-fractie betreft zo snel mogelijk weer een demissionair kabinet worden, want onze Nederlandse burgers en bedrijven mogen niet de dupe worden van deze onacceptabele plannen. Het gaat van kwaad tot erger. Het coalitieakkoord schenkt al bakken vol zuur voor de Nederlanders, zoals het verhogen van het eigen risico, het verhogen van de AOW-leeftijd, wat we vandaag hier gaan stoppen, het uithollen van de sociale zekerheid en de ouderen- en gehandicaptenzorg, en bovenal het openlaten van onze grenzen voor de massa-immigratie. Om daar een scheut zuur bovenop te doen: D66 werkt, zeker ook hier in de Eerste Kamer, asielmaatregelen tegen. De VVD en het CDA laten dit gebeuren. De aangekondigde tegenstem van D66 bij de asielwetten, het tegensputteren bij de Terugkeerverordening, het door blijven drammen op voorrang voor statushouders, het weigeren om ook maar iets te doen aan de veel te hoge brandstofaccijnzen en energieprijzen, het alsnog geld willen overmaken naar UNRWA: het houdt maar niet op om het ons Nederlanders zo zuur mogelijk te maken.

Als dit kabinet al zo begint, vragen ze als minderheidskabinet niet om vertrouwen maar om een rode kaart. Het kabinet-Jetten kijkt daarbij niet verder dan de eerste drie letters van het woord "coalitieakkoord". Niet de Nederlander, maar het COA staat voorop om de asielmigratie volop te blijven faciliteren. Het motto van dit coalitieakkoord, Bouwen aan een beter Nederland, lijkt meer op bouwen aan één groot azc in Nederland. Voor de PVV zijn de maatregelen op het gebied van asiel essentieel. Wanneer komen er concrete instroombeperkende maatregelen en op welke wijze? Minister Van den Brink moet niet bij gemeenten gaan leuren met asielzoekers en een klemmend beroep gaan doen, maar acuut een asielstop invoeren. Waarom doet hij dat niet? Graag een reactie.

Terwijl in het coalitieakkoord wordt beweerd dat er geen asielopvang meer zal plaatsvinden in hotels, zien we het COA nog steeds hotels volstoppen met asielzoekers. Afgelopen week nog in het dorpje Ooij in de gemeente Berg en Dal bij Nijmegen. Omroep Gelderland berichtte daarover dat het COA 86 asielzoekers gaat opvangen in Fletcher Hotel De Gelderse Poort. Dat zal in eerste instantie voor een jaar zijn. Ik citeer een inwoner: "De asielzoekers komen volgende donderdag of vrijdag naar Ooij. Het wordt je door de strot gedrukt. We mogen geen bezwaar maken en krijgen alleen een mededeling. Het is verschrikkelijk. Er zijn genoeg dingen bekend over criminaliteit en geweld door asielzoekers en noem maar op. Als je de media volgt, weet je wat er gebeurt rond azc's. We zijn een klein dorp. De deuren staan open, vrijheid, blijheid. Dat kunnen we nu wel op onze buik schrijven. Er is vooral vrees voor de vrouwelijke medemens. Dat is een vooroordeel, maar er zijn genoeg bewijzen dat het gebeurt dat zij worden lastiggevallen."

Die zorg is niet onterecht, integendeel. Twee jaar geleden werden in deze gemeente twee 14-jarige zusjes afzonderlijk van elkaar door een groep van vijftien minderjarige asielzoekers omsingeld en lastiggevallen. De ouders werden vervolgens niet serieus genomen door de locatiemanager van de asielopvang en afgepoeierd. Dus gingen de inwoners van Ooij protesteren tegen de komst van het azc in hun dorp, met spandoeken op het plein daar en bij het hotel. Bij de ingelaste raadsvergadering in het gemeentehuis mochten slechts vijftien bewoners naar binnen. Is dat herstel van vertrouwen in de overheid? In een brief van de gemeente Berg en Dal geeft de burgemeester aan dat het COA had doorgegeven dat de keten Fletcher Hotels per direct meerdere hotels beschikbaar had gesteld, waaronder dat in Ooij. Daarnaast heeft het COA een verzoek ingediend voor 246 opvangplekken in Fletcher Parkhotel Val Monte in Berg en Dal. Weliswaar wil de gemeenteraad daar het aantal enigszins beperken tot de 64 asielzoekers die zij volgens de Spreidingswet zouden moeten opvangen en afzien van de locatie Val Monte, maar de vraag is of het COA hier überhaupt een boodschap aan heeft, nu ze rechtstreeks zakendoen met de hotelketens.

Kan de minister hier duidelijkheid over geven? Wat betekent het dat hotelketens zoals Fletcher nu blijkbaar meerdere hotels beschikbaar hebben gesteld? Gaan er in andere gemeenten in ons land nu ook spontaan zulke asielhotels oppoppen? Hoe verhoudt dit zich tot het coalitieakkoord waarin juist staat dat asielopvang in hotels zou stoppen? Is de minister-president bereid om de contracten en afspraken die het COA met hotelketens heeft, openbaar te maken? Dan kunnen we als parlement onze controlerende taak uitoefenen, zeker na het schandaal binnen Van der Valk, waarbij een vete over de asielinkomsten bij de rechter wordt uitgevochten en er sprake lijkt van malversaties.

In België is na Kamervragen van onze Vlaams Belangcollega's duidelijk geworden dat de Belgische overheid vele miljoenen betaalt aan hotels en vakantieparken, waaronder Nederlandse bedrijven zoals de Oostappen Groep van Peter Gillis: alleen al 5 miljoen euro voor de opvang op één vakantiepark, zo meldde Omroep Brabant onlangs. Die transparantie moeten wij hier ook krijgen om er zo snel mogelijk een eind aan te kunnen maken. Wat is de boodschap van premier Jetten aan de inwoners van Ooij en Berg en Dal, die nu geen inspraak hebben en geen bezwaar kunnen maken? Het is de gemeente waar hij zelf jarenlang heeft gewoond. Hoe verkoopt hij deze asieldwang aan zijn voormalige buren, dorpsgenoten en gemeentegenoten? De premier heeft aangegeven gemeenten te zullen overrulen als zij geen asielzoekers opvangen en dat dit geen vrijblijvende keuze is. Kan hij aangeven wat dit in de praktijk betekent en hoe dit zich verhoudt tot de asieldwangwet, oftewel de Spreidingswet? Wat betekent dit voor de positie van de provinciale overlegtafels? Wat de PVV betreft verdwijnt deze asieldwangwet zo snel mogelijk.

De gevolgen van de massa-immigratie, met name uit islamitische landen, zien we steeds harder op ons afkomen. Nederland is in moordtempo aan het vervreemden en islamiseren. Burgemeesters, wethouders, politiechefs en schoolbesturen bezochten de afgelopen weken massaal iftars. De burgemeester van Waalwijk bood zelfs haar excuses aan omdat zij vergeten was een hoofddoek te dragen. Dit gedrag en deze zelfislamisering ten spijt zien we een golf van islamitische haat tegen onze westerse samenleving, met name bij de pro-Iraanse ayatollah- en anti-Israëldemonstraties van de afgelopen weken. Keiharde haat tegen Joden wordt daar openlijk geuit. Bij een demonstratie hier in Den Haag werd afgelopen week "Khaybar, Khaybar, ya yahud" gescandeerd, een verwijzing naar de Slag bij Khaybar een oproep tot het doden van Joden. Afgelopen zondag, op Eerste Paasdag, waren bij de manifestatie "Sta op voor Al-Aqsa" van pro-Hamasorganisaties in Rotterdam soortgelijke kreten te horen, inclusief oproepen tot het met harde hand inzetten van jihadistisch geweld. Rotterdam leek overgenomen door een vijfde colonne met Iraanse regimevlaggen en Palestijnse vlaggen, terwijl leuzen als "Allahu akbar", "from the river to the sea" en ander jihadistisch en antisemitisch geschreeuw klonken. In Amsterdam kon ongestoord worden opgeroepen om Israëliërs op te hangen, terwijl mensen met een Israëlische vlag juist door de politie werden afgevoerd. Het is de wereld op zijn kop. De vraag aan de premier is: vindt hij dit normaal? Accepteert hij dit en wat gaat hij hieraan doen? Waarom horen we hem hier niet over?

Voorzitter. Dan over de portemonnee van onze burgers. Nu het kabinet daar met zijn vingers in graait en de kosten van levensonderhoud fors oplopen, is er allerminst rust in die portemonnee. Het Financieele Dagblad meldde op 25 maart dat de inflatie volgens De Nederlandsche Bank kan oplopen richting de 5%. Dat is onhoudbaar. De brandstofprijzen knallen door het dak en zijn met name torenhoog door accijnzen en btw. Bovendien liggen ze aanzienlijk hoger dan in de ons omringende landen. De minister-president gaf afgelopen week in zijn persconferentie aan daar nu nog niets aan te willen doen en in ieder geval tot het einde van de maand te willen wachten. Dat is onbegrijpelijk, want voor de hardwerkende automobilist en het bedrijfsleven is tanken onbetaalbaar geworden. Via accijnzen en btw komen er nu extra inkomsten binnen in de staatskas. Het kost de overheid dus niets extra's om dit bij te stellen. Dit kabinet-Jetten wil deze extra inkomsten echter inzetten om de energietransitie door te drukken en de zogenoemde ambities te behalen voor de onzinnige klimaatopgave. Het kabinet wil 60 miljard euro extra investeren in windmolens op zee, voor nog meer wiebelstroom die regelmatig moet worden afgeschakeld. Kan de minister-president aangeven of het klopt dat volgens Netbeheer Nederland maar liefst 269 miljard euro nodig is om Nederland tot 2040 klaar te maken voor de energietransitie, oftewel om alle zonne- en windenergie op het net aan te sluiten? Dat zou neerkomen op 2.300 euro per huishouden per jaar tot 2040, uitgaande van 8,4 miljoen huishoudens. Is dat rust in de portemonnee? Hoe tegenstrijdig is het om enerzijds in te zetten op nog meer elektrificatie, waaronder de gedwongen warmtepompen, en ondertussen zo de netcongestie op te jagen? Graag een reactie.

Kan de premier aangeven welke mogelijkheden hij ziet voor onze grenspomphouders, die door de hoge accijnzen en btw hun inkomsten volledig zien verdampen, nu er massaal over de grens wordt getankt? Welke toekomst ziet hij voor deze ondernemers? Is hij bereid ook voor hun belang op te komen en maatregelen te nemen? Is de premier bereid om net als in Duitsland de btw op boodschappen op 0% te gaan zetten?

In zijn regeringsverklaring had premier Jetten het over "de hoopvolle belofte dat kinderen het beter kunnen krijgen dan hun ouders", om daar vervolgens nog wat zoetsappige woorden aan toe te voegen over de politieman op straat, de jonge boer in de melkput, de starter op de woningmarkt en de winkelier in de buurt. Die zijn juist allemaal de klos met dit kabinet en krijgen het juist slechter dan de voorgaande generaties. Het coalitieakkoord rept wel over een "leefbaar sociaal minimum in Caribisch Nederland", maar in Europees Nederland mag de burger bloeden.

Het perspectief van boeren is stoppen en uitkoop voor vele miljarden vanwege onzinnige stikstofdoelen. Starters zien nog steeds woningen voor hun neus weggekaapt worden door statushouders, want een fatsoenlijke opvang is belangrijker voor dit kabinet dan een huis voor de eigen woningzoekende. Volgens de cijfers van het CBS gaan steeds meer corporatiewoningen naar statushouders. De winkelier ziet zijn handel verdwijnen door de zero-emissiezones. Op straat hoeft de agent niet meer op gezag te rekenen, maar mag hij wel zo'n €600 extra aftikken voor de vrijheidsbijdrage. Allemaal mogen ze nog langer doorwerken, als stank voor dank. Kan de premier aangeven hoe hij concreet tot meer wijkagenten en meer politieposten wil komen, zoals geschetst in het coalitieakkoord, en hoe die betaald worden?

De aantoonbare stikstofreductie waar het kabinet op inzet, klinkt een beetje als het beleid van Mao Zedong, die de mussen de schuld gaf van slechtere oogsten na de collectivisatie van de landbouw. Door alle mussen weg te laten vangen ging het van kwaad tot erger, met hongersnood tot gevolg. De mus van Mao is de stikstofdeken van Jetten. Onze boeren worden door krankzinnig stikstofbeleid kapotgemaakt, en daarmee onze voedselvoorziening. Boeren hebben via Agractie al laten weten woest te zijn over de stikstofbrief van het kabinet, dat uiteindelijk in blijft zetten op een krimp van onze veestapel. Welk perspectief hebben onze boeren, nu de stikstofnormen in de praktijk volstrekt onrealistisch zijn en louter gebaseerd zijn op een modellenwerkelijkheid?

De NPO krijgt ook weer extra geld. De bezuinigingen worden teruggedraaid en waarvoor? Voor omroepen als BNNVARA, die het onlangs in het tv-programma 2 voor 12 nodig vond om Hitler, Mussert en Mussolini op één lijn te zetten met Pim Fortuyn in een vraag over populisten; walgelijk! Is dit waar de NPO extra geld voor krijgt? Terwijl BNNVARA iemand die zich door zulke linkse demonisering en de daaropvolgende politieke moord niet meer kan verdedigen, ongestoord zwart kan maken, moet een omroep als Ongehoord Nederland voor iedere scheet op het matje komen bij het Commissariaat voor de Media, onder dreiging van boetes en verlies van licentie; de wereld op zijn kop.

Voorzitter. Met D66 als grootste partij was dit de kans om de oude kroonjuwelen op het gebied van directe democratie te verzilveren, maar wat zien we terug? Een aantal voorstellen uit de staatscommissie-Remkes, maar geen bindend of raadgevend referendum. Ook de gekozen burgemeester ontbreekt. Onze inspraak in de EU wordt onder de bus gegooid door in te zetten op meer besluitvorming met gekwalificeerde meerderheden, dus nog meer macht voor de eurocraten in Brussel en nog minder democratie. Dat D66 haar oude kroonjuwelen verkwanselt, zal niemand een zorg zijn, maar dat ze de stem van de burger negeert, is des te kwalijker, zeker aangezien premier Jetten in zijn regeringsverklaring wel Jan Terlouw aanhaalt over de "vertrouwensdemocratie", om het vertrouwen in de overheid en de politiek terug te winnen. Dat vertrouwen wordt door dit minderheidskabinet keihard onderuit geschoffeld met de enorme bezuinigingen op zorg en sociale zekerheid, het langer doorwerken en het buigen voor de massa-immigratie. Maar ondertussen wel geld blijven smijten voor extra ontwikkelingshulp — een slordige 270 miljoen — de EU, Palestijnse terreurvrienden van de UNRWA en het klimaatgedram. Dat verdient geen genade, maar een motie van wantrouwen, die de PVV-fractie in tweede termijn zal indienen.

Voorzitter, tot zover in eerste termijn.

De voorzitter:

Ik dank u wel.

De beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:

Ik schors de vergadering voor een pauze tot 13.30 uur.

De vergadering wordt van 12.28 uur tot 13.29 uur geschorst.