Plenair Karimi bij behandeling Wet invoering tweestatusstelsel, Asielnoodmaatregelenwet en novelle aanpassing strafbaarstelling illegaal verblijf



Verslag van de vergadering van 13 april 2026 (2025/2026 nr. 25)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 15.45 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Karimi i (GroenLinks-PvdA):

Dank u wel, voorzitter. De voorliggende wetsvoorstellen, de Asielnoodmaatregelenwet, de Wet invoering tweestatusstelsel en de novelle aanpassing strafbaarstelling illegaal verblijf, grijpen diep in op de rechtspositie van asielzoekers, vluchtelingen en mensen zonder geldig verblijfsrecht. Zij hebben verstrekkende gevolgen voor de uitvoering, de rechtsstaat en de navolging van internationale en Europese verplichtingen.

Het nieuwe kabinet en deze minister verdedigen deze wetten zonder voorbehoud. Daarmee nemen zij niet alleen de analyse en voorstellen van ex-minister Faber en de PVV over, maar ook de volledige politieke verantwoordelijkheid voor zowel de inhoud als de gebreken ervan. Zoals Lamyae Aharouay in haar afscheidsessay als politieke verslaggever schreef: "De erfenis van het tijdperk met de PVV als grootste regeringspartij leeft niet alleen voort in ideeën en woorden." Dat zien we scherp terug in deze Faber-wetten die vandaag voorliggen. Het betreft de grootste stelselwijziging in de Vreemdelingewet in 30 jaar en met een keuze voor afschrikking als strategie, met wetten waarvan de effectiviteit niet overtuigend is aangetoond, maar waarvan de schadelijke gevolgen steeds duidelijker worden.

Voorzitter. Wie vandaag deze wetten verdedigt, verdedigt meer dan alleen de inhoud, die neemt ook verantwoordelijkheid voor het proces waarmee zij tot stand zijn gekomen. Dat is een proces waarin adviezen en waarschuwingen van een uitzonderlijk brede groep gezaghebbende instituties, zoals de Raad van State, het College voor de Rechten van de Mens, de Ombudsman, de Kinderombudsvrouw, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, burgemeesters en wethouders, overheidsinspecties, DJI en IND, het COA, Nidos, de politie, de rechtbanken, de advocatuur en maatschappelijke organisaties van VluchtelingenWerk en Amnesty International Nederland tot de Raad van Kerken Nederland en de artsenfederatie KNMG aan toe, consequent terzijde zijn geschoven. Dat is een alarmsignaal over de staat van onze rechtsstaat.

Het is uitzonderlijk dat wetgeving zo veel burgers in beweging brengt om ons te benaderen: van petities en georganiseerde werkbezoeken tot brieven, kaarten en indringende persoonlijke verhalen. Het laat zien hoe diep deze wetten ingrijpen en hoe breed de zorgen in de samenleving zijn. Die zorgen zijn niet abstract. Vanochtend nog organiseerde de Raad van Kerken een wake in de Haagse Kloosterkerk, om te waken, om wakker te zijn wanneer de medemenselijkheid onder druk staat. "Veel van onze kerken en diaconale locaties zijn plekken waar naar barmhartigheid en menselijkheid gezocht wordt. Vanuit deze plekken weten we uit ervaring hoezeer mensen nu reeds in angst leven, zorg mijden en aarzelen om hulp of recht te zoeken. Door deze ontmoetingen en ervaringen krijgt onze zorg extra scherpte en diepte." Zo luidt hun boodschap aan ons.

Voorzitter. Net, nog geen uur geleden, werden de laatste berichten van burgers aan ons overhandigd door een indrukwekkende coalitie van maatschappelijke organisaties, kerken en ketenpartners. Ik dank namens mijn fractie eenieder van hen van harte voor deze enorme inzet. In meer dan 33.000 berichten laten mensen van zich horen. Ik wil er een paar voorlezen. Wat schrijven zij? "Geachte senator, wat zou je je naasten wensen als ze in crisis verkeren, in onveiligheid verkeren? Juist, medemenselijkheid en de kans om weer een bestaan op te bouwen. Laat je hart spreken. Door mensen mee te laten doen en hun capaciteiten te benutten, bereik je een mooiere, liefdevolle samenleving. Uitsluiting veroorzaakt alleen maar rottigheid." Marieke Vliet uit Utrecht.

"Geachte senator, als arts bij de kindergeneeskunde zie ik dagelijks in de praktijk hoe zwaar vluchtelingen het hebben. Het is uitgebreid onderzocht dat deze stress een enorm schadelijke invloed heeft op de gezondheid en ontwikkeling van kinderen, en dit werkt een leven lang door. Daarnaast zou niemand strafbaar moeten zijn door enkel te bestaan in dit land. Ik vraag u daarom met klem tegen deze nieuwe wet te stemmen." Victoria Beunders, Amsterdam.

"Geachte senator, ik vraag u nadrukkelijk om de asielwetten zoals die voorliggen, niet alleen inhoudelijk te behandelen maar vooral te toetsen op uitvoerbaarheid en op de gevolgen van invoering voor de samenleving. Deskundigen verwachten ontwrichting van onze maatschappij. Natuurlijk vraag ik u ook om rekening te houden met de gevolgen voor individuele mensen. Ik wens u veel wijsheid en medemenselijkheid toe." Bert Boetes, Epe.

"Geachte senator, maak van mensen zonder papieren geen opgejaagd wild. Luister naar uw geweten en bescherm de beschaving. Mijn kinderen en ik rekenen op u. Vriendelijke groeten, Bregje van Dommelen, Eindhoven."

Voorzitter. U ziet het, de kaarten liggen op mijn bankje. Voordat ik de inhoud van deze wetten bespreek, wil ik eerst stilstaan bij de vraag over wie we het hier hebben. Mensen vluchten niet omdat regels in Nederland soepel of streng zijn. Mensen vluchten omdat zij moeten vluchten, voor oorlog, vervolging en geweld. Volgens de meest recente cijfers van de UNHCR zijn wereldwijd meer dan 120 miljoen mensen op de vlucht, met een piek van 123,2 miljoen in 2024. In 2025 zijn de cijfers nog altijd op een historisch hoog niveau. De grootste groepen komen uit Syrië, Afghanistan, Sudan, Oekraïne en Venezuela.

Belangrijk is om te benadrukken dat ruim 60% ontheemd blijft in eigen land. Van degenen die wel de grens overgaan, wordt meer dan 70% opgevangen in lage- en middeninkomenslanden, vaak buurlanden die zelf al zwaar onder druk staan. Met de vele oorlogen en conflicten van dit moment, zoals de agressieve en illegale oorlog van de VS en Israël tegen Iran, waarvoor onze regering begrip toont, moeten we vrezen dat deze aantallen verder zullen toenemen. En terwijl wij hier spreken over wetten die bescherming beperken, zien we wat vluchten in de praktijk betekent. Sinds begin april 2026 zijn alleen al op de Middellandse Zee in korte tijd meer dan 180 vluchtelingen omgekomen of vermist geraakt, onder meer bij bootrampen bij Lampedusa en de Turkse kust. Dit zijn geen incidenten; dit is een structurele werkelijkheid waarin mensen bij gebrek aan veilige routes hun leven wagen.

Soms wordt de werkelijkheid zichtbaar op een onverwachte manier. Neem het voorbeeld van Iran. Sinds eind februari hebben bombardementen, boven op de repressie door het regime, het leven voor Iraniërs ingrijpend veranderd. Van een massale uittocht van Iraniërs is nog geen sprake. En toch, één beeld van een vlucht uit Iran bleef bij mij hangen. Volgens een bericht van de NOS van 25 maart jongstleden moest het Nederlandse ambassadeteam onder leiding van ambassadeur Emiel de Bont Teheran halsoverkop verlaten. Bommen vielen op Teheran. Het werd niet meer veilig geacht. Na een onzekere reis over land bleek bij Astara de grens met Azerbeidzjan gesloten. Het team moest uren wachten, zonder zekerheid en afhankelijk van politieke besluiten en geopolitieke grilligheid. Op de foto zien we een zichtbaar gespannen ambassadeur. Dat beeld is veelzeggend. Een westerse diplomaat, met steun en bescherming van een rijk westers land, ervaart al grote onzekerheid bij een gesloten grens.

Eenieder kan in een situatie terechtkomen waarin die op zoek naar veiligheid moet vluchten. Dat kan iedereen overkomen, maar de vluchtelingen over wie wij hier spreken, hebben geen machtige staat achter zich. Veelal worden zij door de staat vervolgd. Zij krijgen te maken met drie grenzen. Dat is eerst de bureaucratische grens: het is vrijwel onmogelijk om een visum te verkrijgen voor een legale route. Dan is er de fysieke grens: de steeds strengere buitengrenzen van Europa, met controles en poespas na een vaak gevaarlijke reis door woestijnen en over de Middellandse zee, mede door repressie in doorreislanden, zoals Egypte, Tunesië en Libië, die met geld en steun van de EU vluchtelingen en migranten buiten Europa moeten houden. En ten slotte is er, eenmaal binnen, de juridische en maatschappelijke grens: strenge asielwetten, lange procedures, onzekerheid, en gezinshereniging die onder druk staat, waardoor mensen jarenlang buiten de samenleving blijven. Daarom klinkt de uitspraak dat "wie een echte vluchteling is, in Nederland bescherming krijgt" steeds holler en eerlijk gezegd ook steeds cynischer.

Voorzitter. Het zal u niet verbazen dat mijn fractie de voorliggende wetsvoorstellen heeft beoordeeld aan de hand van de in deze Kamer zeer welbekende maatstaven: nut en noodzaak, en daarnaast de rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van wetsvoorstellen. Politiek kan men van mening verschillen over nut en noodzaak, maar het bestaansrecht van deze Kamer is dat de kwaliteit van wetgeving op de punten rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid gewaarborgd blijft. Juist daarop schieten deze voorstellen ernstig tekort. Ik zal aan het einde van mijn betoog uitvoerig ingaan op de strafbaarstelling van illegaliteit.

Wanneer we deze wetsvoorstellen inhoudelijk bekijken, zien we dat die zijn gebaseerd op een ogenschijnlijk helder narratief. De asielketen is overbelast en die overbelasting moet worden bestreden door de instroom te beperken. Daarvoor moet Nederland onaantrekkelijk worden gemaakt, moeten procedures worden versneld en moet terugkeer worden versterkt. Dat vormt de kern van de memories van toelichting, maar juist daar begint de twijfel. Onze fractie heeft steeds gevraagd of het probleem wel juist wordt gedefinieerd. Is er werkelijk sprake van een instroomprobleem of vooral van een opvang-, doorstroom- en capaciteitsprobleem, een probleem dat voortkomt uit jarenlange onderschatting en onderfinanciering, het inkrimpen van de IND en het COA, het sluiten van opvanglocaties, het eindeloze getreuzel rond de Spreidingswet en het vervolgens niet-handhaven daarvan, en het aanwakkeren van verzet tegen opvang vanuit het Binnenhof?

De regering stelt dat de maatregelen naar verwachting invloed hebben op migratiestromen, maar onderbouwt die verwachting niet. Dat raakt de kern van de redenering. De Adviesraad Migratie heeft hierop gewezen. Migratie en vluchtelingenbewegingen worden primair bepaald door oorlogen, conflicten, onderdrukking, bestaande netwerken, regionale instabiliteit en economische dynamiek. Ook de Raad van State stelt dat nut en noodzaak onvoldoende zijn onderbouwd en dat in het debat selectief gebruik wordt gemaakt van internationale voorbeelden. De VNG benadrukt bovendien dat veel problemen juist het gevolg zijn van jarenlang crisisbeleid, kortetermijndenken en onvoldoende financiering van de keten. Met andere woorden, deze wetten worden gepresenteerd als oplossing voor een zelfgemaakte crisis. Een verkeerde diagnose dus, en de voorgestelde behandeling werkt niet. De onderliggende gedachte dat een afschrikwekkend imago van Nederland mensen ervan zou weerhouden om naar Nederland te komen, is niet nieuw. Al decennialang wordt gesproken over een vermeende aanzuigende werking, maar de realiteit is dat wie op de vlucht is voor oorlog, geweld, gevangenschap en marteling, veiligheid zoekt waar die te vinden is.

Voorzitter. Nu de rechtmatigheid van de voorgestelde wetten. Juist hier heeft de Eerste Kamer een bijzondere verantwoordelijkheid. Deze Kamer moet toetsen of wetgeving verenigbaar is met hogere rechtsnormen, of keuzes voldoende zijn gemotiveerd en proportioneel zijn, of grondrechten zorgvuldig zijn gewogen en of de rechtszekerheid is gewaarborgd. Op al deze punten roepen deze wetsvoorstellen ernstige vragen op.

Allereerst de beperking van gezinshereniging. Die is juridisch gezien hoogst kwetsbaar. De voorstellen raken direct aan fundamentele rechten, met name waar het gaat om subsidiair beschermden. Voor hen, net als voor erkende verdragsvluchtelingen, vervalt het recht op gezinshereniging voor ongehuwde partners, meerderjarige kinderen en pleegkinderen. Daarnaast worden cumulatieve voorwaarden ingevoerd: een wachttijd van twee jaar, een inkomenseis en een huisvestingseis. Zelfs alleenstaande minderjarigen moeten aan de inkomens- en huisvestingseis voldoen voordat zij zich met hun ouders kunnen herenigen. Deze maken een gezinshereniging praktisch onmogelijk. Wat resteert, is in veel gevallen slechts een beperkte route via artikel 8 EVRM.

Daarmee rijst de kernvraag hoe deze maatregelen zich verhouden tot het recht op gezinsleven, het non-discriminatiebeginsel en de rechten van het kind. De regering stelt dat dit binnen het EVRM en binnen het Unierecht past, maar de waarschuwingen stapelen zich op. Het College voor de Rechten van de Mens wijst op reële risico's en veel beroep op rechters. VluchtelingenWerk benadrukt de negatieve gevolgen van langdurige gezinshereniging voor integratie en maatschappelijke stabiliteit. De Raad van State stelt dat zulke beperkingen alleen houdbaar zijn als zij proportioneel zijn, goed gemotiveerd en voorzien van een daadwerkelijke individuele belangenafweging. Die overtuigende motivering ontbreekt. Sterker nog, de juridische twijfel neemt toe. Het Belgische Grondwettelijk Hof heeft op 26 februari jongstleden vergelijkbare beperkingen in de Belgische wetgeving geschorst en prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het Belgische Grondwettelijk Hof wijst op mogelijke strijdigheid met het EU-recht, onder meer vanwege langdurige gezinsscheiding, de rechten van het kind en het onderscheid tussen vluchtelingen en subsidiair beschermden. Het Belgische Grondwettelijke Hof vraagt het Europese Hof nu letterlijk of dit soort maatregelen, namelijk wachttijden, inkomenseisen en onderscheid tussen groepen vluchtelingen, nog wel verenigbaar zijn met het recht op gezinsleven en de rechten van het kind.

De Commissie Meijers heeft terecht benadrukt dat deze procedure direct relevant is voor de Nederlandse wetgeving. De vragen die in Luxemburg voorliggen, raken de kern van het ingrijpende onderscheid tussen vluchtelingen en subsidiair beschermden, het verbod op discriminatie, het recht op gezinsleven en de plicht tot het prioriteren van het belang van het kind, zoals deze zijn vastgelegd in het Handvest van de grondrechten van de EU. Daarom adviseert de Commissie Meijers de Kamer dat deze onderdelen niet eerder in werking moeten treden dan enige tijd nadat het Hof van Justitie in een arrest heeft geoordeeld of deze wet wel in overeenstemming is met het Unierecht. Het opschorten van deze maatregelen in afwachting van de beantwoording van het Hof van Justitie is niet zozeer een kwestie van fatsoen, als wel een naleving van het Unierechtelijke loyaliteitsbeginsel. Is de minister bereid om dit toe te zeggen?

Dat zelfs de minister twijfels heeft, blijkt uit het voornemen om de nieuwe regels slechts beperkt toe te passen en eerst juridische procedures af te wachten. Vindt de minister dat dit getuigt van deugdelijke wetgeving? Wat betekent dit concreet voor de praktijk? Moeten andere aanvragers jarenlang blijven wachten tot de rechter een uitspraak heeft gedaan?

Tot slot ga ik ervan uit dat de minister de prejudiciële vragen uit België niet bagatelliseert, zoals eerder in de Tweede Kamer is gebeurd. Het is immers het Hof van Justitie dat uiteindelijk de uitleg van het Unierecht bepaalt. Graag een reactie. Ik overweeg hierover in de tweede termijn een motie in te dienen.

Voorzitter. In de schriftelijke beantwoording wekt de regering geregeld de indruk dat de gevolgen van het beperken of afschaffen van gezinsherenigingsrechten beperkt blijven, omdat er altijd nog een beroep kan worden gedaan op artikel 8 EVRM. Wat betekent dat in de praktijk? Het gaat om een individuele en onzekere afweging waarin het staatsbelang zwaar weegt, zonder geborgde bescherming en met een terughoudende toets, een zwaardere procedure, leges en een aanzienlijk zwakkere verblijfsrechtelijke positie. Afhankelijk zijn van een individuele belangenafweging betekent dus jarenlange onzekerheid voor de asielaanvrager. Bovendien zal een individuele toets veel meer capaciteit vragen van de IND, de advocatuur en de rechterlijke macht. Is de minister het met mijn fractie eens dat een beroep op artikel 8 EVRM geen volwaardig alternatief vormt voor een wettelijk recht op gezinshereniging? Voor ongehuwde partners, die in de Nederlandse rechtsorde op veel terreinen juist gelijk worden behandeld aan gehuwde, betekent dit een forse en moeilijk te rechtvaardigen achteruitgang.

Dat geldt in het bijzonder voor mensen uit de lhbtq+-gemeenschap, die vaak al vervolging hebben meegemaakt in hun landen van herkomst en in Nederland opnieuw in onzekerheid belanden. Voor meerderjarige afhankelijke kinderen en pleegkinderen kan dit ertoe leiden dat gezinnen feitelijk blijvend gescheiden raken. Wie stelt dat artikel 8 EVRM dit opvangt, reduceert een recht tot een noodvoorziening. Graag een reactie van de minister.

Daarnaast is de positie van kinderen onvoldoende gewaarborgd. In vrijwel alle adviezen die wij hebben ontvangen, wordt gewezen op de schadelijke gevolgen van langdurige gezinsscheiding. Nidos benadrukt de impact op de ontwikkeling van kinderen en VluchtelingenWerk Nederland wijst erop dat juist jonge kinderen, afhankelijke meerderjarige kinderen en pleegkinderen buiten beeld raken of in onveilige situaties achterblijven. Ook het Belgische Grondwettelijk Hof heeft gewezen op het belang van artikel 24 van het EU-Handvest en het VN-Kinderrechtenverdrag, waarin is vastgelegd dat het belang van het kind een eerste overweging moet zijn. De vraag is dan ook eenvoudig. Is dat hier daadwerkelijk het geval? Mijn fractie meent van niet. Waarom denkt de minister dat deze wetgeving bij de rechter stand zal houden?

Ook bij wijzigingen in de procedure zijn er ernstige rechtmatigheidsvragen. De afschaffing van de rechterlijke dwangsom is daarvan een voorbeeld. De Raad van State heeft eerder geoordeeld dat dit in strijd is met het Unierecht wanneer er geen adequaat alternatief bestaat om tijdige besluitvorming af te dwingen. Is de minister het met ons eens dat een alternatief op dit moment ontbreekt? Daarnaast tast het ontbreken van overgangsrecht de rechtszekerheid aan. De nieuwe regels krijgen onmiddellijke werking, ook voor lopende aanvragen. Dat is ongebruikelijk bij ingrijpende wijzigingen in de Vreemdelingenwet. Hierdoor kunnen tienduizenden mensen die al lange tijd in procedure zitten, ineens onder zwaardere regels gaan vallen. Mensen die al maanden of jaren wachten door vastgelopen procedures, zien hoe hun rechtspositie plotseling verslechtert. Dat raakt de rechtszekerheid direct. Het argument dat onmiddellijke werking noodzakelijk is vanwege de druk op het systeem overtuigt niet. Integendeel, het vergroot de kans op vertraging en juridische onzekerheid. Het risico op verdere procedurele chaos is daarmee reëel.

Voorzitter. Zelfs wie de rechtmatigheid wil laten afhangen van toekomstige rechterlijke uitspraken, kan niet om de uitvoeringsrealiteit heen. Vrijwel alle betrokken organisaties in de asielketen, bij gemeenten en in de maatschappelijke ondersteuning zijn eensgezind: deze wetten vergroten de problemen in plaats van ze op te lossen.

Allereerst ontlast de wetgeving de keten niet, maar verzwaart zij de keten. Waar de regering spreekt van verlichting, leiden de voorstellen in de praktijk tot meer beoordelingen, meer procedurele stappen, meer bezwaar en meer beroep en dus tot meer druk op een al overbelaste uitvoering. De IND heeft duidelijk gemaakt dat verkorting van de verblijfsduur en het afschaffen van een permanente status juist tot structureel meer herbeoordelingen en rechtszaken leidt. Tegelijk vergen de nieuwe regels, met name die rond gezinshereniging, grote aantallen extra fte's, zonder dat duidelijk is of die capaciteit überhaupt beschikbaar komt. Dit is uitvoering op krediet, zonder dekking. Graag een reactie van de minister.

Ook de procedurele wijzigingen dreigen averechts te werken. Het schrappen van de voornemenprocedure, een belangrijk instrument voor zorgvuldige besluitvorming, kan ertoe leiden dat fouten niet vooraf maar pas bij de rechter worden gecorrigeerd. Volgens VluchtelingenWerk wordt circa 10% van de voorgenomen afwijzingen alsnog ingewikkeld. Door deze stap weg te nemen, neemt het risico op onterechte afwijzingen en langere procedures toe, evenals de druk op de rechtspraak en op de IND, die in de rechterlijke procedures moet investeren en eventueel een nieuw besluit moet nemen. De IND verwacht dit deels op te vangen met kwaliteitsverbeteringen: filters, de inzet van geautomatiseerde systemen en artificial intelligence. Maar dat roept nieuwe vragen op. Systemen moeten uitlegbaar en controleerbaar zijn en mogen menselijke beoordeling niet vervangen. De vraag is dus niet alleen of dit tijd oplevert, maar ook of de zorgvuldigheid niet verder onder druk komt te staan. Daarnaast belemmert de onzekere verblijfspositie integratie. Het verkorten van de verblijfsduur en het afschaffen van de permanente status worden gepresenteerd als stimulans, maar dit miskent de realiteit. Taalverwerving kost tijd. Veel vluchtelingen kampen met trauma's, verhuizen vaak, ervaren discriminatie op de arbeidsmarkt en hebben te maken met een stroef integratie- en inburgeringsstelsel. Gemeenten bevestigen dat onzekerheid integratie en arbeidsparticipatie belemmert. Waarom zou een werkgever trouwens investeren in iemand die mogelijk binnen enkele jaren moet vertrekken? Onzekerheid werkt in de praktijk ontwrichtend. Bovendien zijn beide maatregelen op geen enkele manier een noodzakelijk gevolg van het EU-Asiel- en Migratiepact of andere EU-regels. Het gaat dus om vrijwillige besluiten die zowel meer toetsingscapaciteit kosten als een zware wissel trekken op de integratie en participatie van asielstatushouders.

Verder worden de gevolgen afgewenteld op gemeenten. Een hogere druk op de IND betekent vollere opvanglocaties en meer noodopvang. Het beperken van gezinshereniging belemmert doorstroom op een toch al krappe woningmarkt. Langdurige scheiding vergroot de druk op maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp en welzijnswerk. Een onzeker verblijfsrecht maakt gemeenten terughoudender in huisvesting en zonder perspectief op vertrek neemt dakloosheid toe. Gemeenten zijn duidelijk: deze wetten helpen niet, maar verergeren de problemen. Dat blijkt ook uit recente oproepen van de VNG, een gezamenlijke brief van wethouders uit Amsterdam, Utrecht, Groningen, Den Haag en Eindhoven en, nogmaals, de oproep van het G40-stedennetwerk aan ons in aanloop naar vandaag. Hoe kan de minister zo onverschillig blijven ten opzichte van de oproepen vanuit het lokaal bestuur, terwijl hij het zo dringend nodig heeft voor de opvang en integratie van vluchtelingen in onze samenleving? Ook het ontbreken van overgangsrecht leidt tot uitvoeringsproblemen. Lopende zaken moeten opnieuw worden beoordeeld met nieuwe eisen en afwegingen. Dat veroorzaakt extra druk bij de IND en de rechtspraak en vergroot voor betrokkenen de onzekerheid en wachttijden. We horen van de minister geen gedegen reactie op deze bezwaren.

Voorzitter. Dan de handhaafbaarheid. Die gaat niet alleen over de vraag of regels formeel kunnen worden gehandhaafd, maar over de vraag of zij in de praktijk bijdragen aan hun doel, uitvoerbaar zijn en geen willekeur of schadelijke neveneffecten veroorzaken. Juist op dat punt schiet met name de strafbaarstelling van illegaliteit, illegaal verblijf, tekort. Zo kom ik bij het onvoorstelbaar onbarmhartige plan van strafbaarstelling van onrechtmatig verblijf, een voorstel dat grote maatschappelijke onrust heeft veroorzaakt. Deze maatregel raakt mensen die al in kwetsbare omstandigheden leven en proberen te overleven aan de randen van de samenleving. Strafbaarstelling drijft hen verder in het nauw. Wie strafbaar is, zoekt geen hulp meer. Angst voor vervolging leidt ertoe dat mensen geen medische zorg zoeken, geen aangifte doen wanneer hun onrecht wordt aangedaan en uit beeld verdwijnen. Het maakt het bovendien moeilijker om hen te begeleiden naar terugkeer of naar een verblijfsrecht waarmee de situatie van illegaliteit zou worden opgeheven.

De signalen uit de praktijk zijn indringend. Tijdens het werkbezoek van een aantal fracties aan het Wereldhuis in Den Haag hoorden wij van hulpverleners aan ongedocumenteerden dat mensen nu al bang zijn om hulp te zoeken. Er werden schrijnende verhalen gedeeld van mensen die te lang met ziektes rondlopen, slachtoffers die zwijgen en vrouwen die in situaties van geweld en uitbuiting blijven en geen hulp vragen of aangifte doen. Strafbaarstelling vergroot hun kwetsbaarheid en maakt hen onzichtbaarder, terwijl juist zicht nodig is om problemen aan te pakken. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hulpverleners en kerken spreken over een aantasting van de medemenselijkheid. Gemeenten en hulporganisaties waarschuwen dat mensen zonder verblijfsrecht minder contact zullen zoeken met autoriteiten en instellingen, met meer dakloosheid, gezondheidsproblemen en mogelijke overlast tot gevolg.

Zoals ook de Raad van State heeft opgemerkt, is dit voorstel onzorgvuldig tot stand gekomen en ontbreekt een overtuigende onderbouwing van nut en noodzaak. De minister stelt dat strafbaarstelling een norm stelt en grip op migratie versterkt, maar die redenering wordt niet onderbouwd en niet gedeeld door de praktijk. Het Openbaar Ministerie, de politie, gemeenten en maatschappelijke organisaties zien hierin geen oplossing. Integendeel, zij zien juist problemen. Ook de effectiviteit is niet aangetoond. Het is niet aannemelijk gemaakt dat deze maatregel bijdraagt aan terugkeer, terwijl bestaande bestuursrechtelijke instrumenten al beschikbaar zijn. Tegelijkertijd is het vervolgingsbeleid nog onduidelijk en afhankelijk van het Openbaar Ministerie. En de minister blijft maar roepen dat we geen jacht gaan maken op illegalen. Dat roept de vraag op wat hiermee daadwerkelijk wordt bereikt.

In de uitvoering stapelen de problemen zich op. Handhaving vraagt capaciteit die er niet is en leidt tot verdringing van andere taken, zoals ook door de politie is benadrukt. Prioritering wordt daardoor problematisch en het risico op herhaalde detentie zonder perspectief op terugkeer is reëel. Dat geldt in het bijzonder voor mensen die niet kunnen terugkeren of geen land hebben om naar terug te keren, zoals staatlozen, die daarmee feitelijk permanent in angst voor vervolging moeten leven. Ook de Dienst Terugkeer en Vertrek en andere ketenpartners worden hierdoor afgeleid van hun kerntaken.

Daarnaast is er fundamentele juridische kritiek. Naast vele praktijkorganisaties, kerken en lokale bestuurders hebben ook juristen zich uitgesproken. Zo wees Ybo Buruma, voormalig raadsheer van de Hoge Raad, er recentelijk op dat deze strafbaarstelling botst met de basisprincipes van het strafrecht. Hij benadrukt dat een strafbaar feit een menselijke gedraging vereist en dat je niet strafbaar kunt zijn om wie je bent. Bij het voorgestelde artikel 108a wordt dat uitgangspunt losgelaten. Mensen worden strafbaar gesteld omdat zij hier zijn en blijven, zonder dat er sprake is van een schadelijke handeling. In zijn woorden: strafbaarstelling omdat je een sans-papiers bent, betekent dat we jou zonder meer straffen omdat we jou hier niet moeten. Vervolgens vraagt hij zich terecht af: wat is de volgende groep die we hier zonder nadere reden niet moeten en die we strafbaar stellen omdat de leden ervan niet vertrekken? Wil de minister deze vraag beantwoorden?

Pas na aanneming van het amendement van de PVV werd bovendien duidelijk hoe verstrekkend de gevolgen zijn: ook hulpverleners zouden strafbaar kunnen zijn als medepleger of medeplichtige. De voorliggende novelle probeert dit te ondervangen, maar laat belangrijke onduidelijkheden bestaan, met name in relatie tot hulp aan mensen met een ongewenstverklaring of inreisverbod. Door de verruiming daarvan neemt ook het risico voor hulpverleners toe.

Zelfs een kerkbestuur of vrijwilligersorganisatie die onderdak biedt, kan onder omstandigheden strafrechtelijk worden vervolgd, omdat de bestaande strafbepalingen, zoals artikel 197 van het Wetboek van Strafrecht over mensensmokkel en artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht over criminele organisaties onverkort van kracht zijn. Hoewel de novelle beoogt hulpverleners uit te zonderen, blijft de onzekerheid dus bestaan. De grenzen zijn onduidelijk en de risico's blijven aanwezig. Dat schaadt de rechtszekerheid en belemmert de praktische uitvoerbaarheid van basale hulp en opvang. Bovendien, zo vertelden hulpverleners mij vanochtend tijdens de wake in de Kloosterkerk, doet het psychisch iets met je als je voortdurend moet bedenken dat je mogelijk iemand helpt bij het plegen van een strafbaar feit, bij een misdrijf. Kan ik straks nog wel op een verjaardag vertellen wat ik doe, was de vraag van een van hen. Kan de minister die vraag beantwoorden? Een breed netwerk van lokale voorzieningen, kerken en maatschappelijke organisaties wordt daarmee in een juridisch grijs gebied geplaatst. Ik vraag de minister om helder uiteen te zetten wat de reikwijdte is van de strafbaarheid van hulpverlening, mede in het licht van de verruiming van de ongewenstverklaring, de strafbaarstelling van illegaal verblijf en het inreisverbod.

Voorzitter, ik kom tot een afronding. De structurele oorzaken van de problemen in de asielketen blijven grotendeels onaangeroerd. Het gebrek aan stabiele opvangcapaciteit, capaciteitsproblemen bij de IND, vastlopende huisvesting, gebrekkige doorstroom en een voortdurende miskenning van het lokaal bestuur: deze wetten lossen die systeemproblemen niet op, maar verplaatsen, verergeren en verharden die. Daarom herhaal ik de oproep van de VNG aan de collega's: stem alleen in met wetgeving die aantoonbaar uitvoerbaar is voor de asielketen en gemeenten, financieel en juridisch consistent is ingericht en is ingebed in een stelsel dat doorstroom en integratie bevordert. Deze wetten zijn dat duidelijk niet. Deze wetten dienen een politiek doel, dat ver af staat van hoe mijn fractie vindt dat wij met kwetsbare mensen moeten omgaan. Wij staan voor deugdelijk bestuur, dat echte oplossingen biedt voor echte problemen. Wij lopen niet met open ogen een fuik in van onrechtmatige, onuitvoerbare en onbarmhartige wetgeving. Met deze wetten wordt het gedachtegoed van radicaal rechts verder genormaliseerd en verankerd in wetgeving. In de woorden van Lamyae Aharouay: "Een verschuiving in de geschiedenis hoeft niet groots en abrupt te zijn, het zijn de kleine stapjes waar we op moeten letten."

Voorzitter. We zijn uiteraard heel geïnteresseerd in de beantwoording van de minister.

De heer Lievense i (BBB):

Het is inderdaad een heel betoog. Het is een hele voorbereiding geweest, uiteraard ook voor mijn fractie. Het is zelfs een voorbereiding die ver teruggaat in jaartallen, bewindspersonen, regeringen en noem het maar op. Ik heb bewust gewacht tot het einde van het betoog. Ik dacht: ik wacht eerst het hele betoog af om te horen of de vraag dan nog blijft staan. Ik hoorde mevrouw Karimi in het betoog spreken over "een zelfgemaakte crisis". Daar sla ik eigenlijk wel op aan, die "zelfgemaakte crisis". Het is een crisis die eigenlijk al sinds 2015 bestaat en waardoor er uiteindelijk ook op Europees niveau de aanloop is geweest naar het Migratiepact, dat in 2020 is gaan lopen. Nu liggen bij deze Kamer de uitvoeringswetten daarvan. Overigens is dat Migratiepact jaren geleden al aangenomen. Ik kom tot mijn vraag, voorzitter. Heel veel collega's hier zitten natuurlijk ook in andere functies, in andere parlementaire functies. Ik zag natuurlijk in mijn voorbereiding ook veel GroenLinks-Partij van de Arbeid voorbijkomen. Ik zag ook een inbreng van mevrouw Karimi voorbijkomen, vooral op het Migratiepact. Toen dacht ik bij mijzelf: als ik deze asielwetten naast het Migratiepact leg, dan zit zo'n 60% tot 80% daarvan, of in ieder geval iets wat erop lijkt, ook in dat Migratiepact. Kan mevrouw Karimi dan eens namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid een reflectie geven op de bijdrage van haar fractie in de afgelopen zes jaar aan de totstandkoming van dat pact, dat in juni in werking gaat treden?

Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):

Ik probeer de vraag te begrijpen, maar dat is een beetje moeilijk. Is de vraag wat mijn fractie de afgelopen zes jaar met het pact gedaan heeft? Ja? Het pact is een pact van tien wetgevingselementen, dus negen verordeningen en één richtlijn, die in Europa zijn afgesproken. Daar heeft het Europees Parlement natuurlijk, met ook de fracties van GroenLinks en Partij van de Arbeid, eerst afzonderlijk en later gezamenlijk, posities over ingenomen. Daar hebben de facties over gestemd, soms voor en soms tegen bepaalde onderdelen van het pact. Het pact is nu eigenlijk zover dat het door nationale staten met invoeringswetten, implementatiewetten, geïmplementeerd moet worden, en 12 juni gaat het in werking treden. De implementatiewet is in de Tweede Kamer geweest en wij hebben 'm nu in behandeling genomen. Nederland heeft een aantal nationale koppen op dat Migratiepact gezet, onder andere betreffende onderwerpen waar wij vandaag over spreken, bijvoorbeeld gezinsherenigingsmaatregelen rondom niet-statushouders subsidiair niet-beschermden. Ik heb nu geprobeerd duidelijk te maken hoe we daarin staan. Dan weet u het dus. Dat is ook een van de redenen waarom in de Tweede Kamer de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid tegen heeft gestemd. Als dat de vraag was, denk ik dat …

De heer Schalk i (SGP):

Mevrouw Karimi heeft in haar betoog een heleboel zorgen geuit, ook een aantal zorgen die ik herken of die ik gehoord heb. Ik was ook onder anderen in het Wereldhuis. Ik wou echter zomaar een paar onderwerpen benoemen waarvan ik denk dat daarover in de schriftelijke rondes vrij stevig doorgevraagd is. Heeft dat dan niet de zorgen enigszins weggenomen? Denk bijvoorbeeld aan ongehuwde partners. Daar zijn in de schriftelijke ronde vragen over gesteld. De regering geeft aan dat datgene wat in andere landen geldend recht is meegewogen wordt, dus als mensen inderdaad in bijzondere situaties zijn. Denk aan de zorgen van mensen in de zin van "kunnen wij zo meteen nog wel gebruikmaken van het zorgsysteem hier in Nederland?" en dergelijke. Denk ook aan de vraag: hoe zit het nou zo meteen met de hulpverleners? Daar zijn zulke heldere antwoorden op gegeven. Zou je niet op een gegeven moment kunnen zeggen: laten we dit debat nou gebruiken om het nog een keer goed te laten bevestigen door de minister? Dan hebben we namelijk de wetsgeschiedenis eigenlijk rondgemaakt. Dat is een vraag aan mevrouw Karimi.

Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):

Dat is inderdaad zo; we hebben echt honderden vragen gesteld. Ik moet zeggen dat ik niet altijd overtuigd ben door de antwoorden die wij gekregen hebben. Er zijn heel vaak concrete vragen gesteld en in plaats van concrete antwoorden kwamen er meningen van de regering en een heleboel verwachtingen, hoop en wensen. Dat heeft ons dus in heel veel gevallen niet overtuigd. Dat is het eerste punt dat ik wil maken. Het tweede punt is het volgende. U heeft het over het voorbeeld van de ongehuwde partners. Daarover zegt de regering dat daar bijvoorbeeld artikel 8 EVRM gebruikt kan worden. Daar ben ik juist heel uitgebreid op ingegaan. Artikel 8 van het EVRM kan niet een recht vervangen. Je kunt er een beroep op doen, maar de regering kan dan een afweging maken van de belangen van de Staat ten opzichte van bijvoorbeeld het belang van één individu. Dat is dus geen recht. Dat is een noodsituatie. Het is dus niet vergelijkbaar.

En dan over het gebruikmaken van bijvoorbeeld zorg. Inderdaad heeft in Nederland iedereen recht op zorg. Maar u was met mij in het Wereldhuis. U heeft ook mensen gehoord die directe hulp verlenen. Zij hebben verteld dat de mensen nu al bang zijn en er geen gebruik van maken. Mensen hebben niet altijd de juiste informatie. Gezien het gesprek dat wij in het Wereldhuis hadden, denk ik dat een van uw punten gaat zijn hoe er beter geïnformeerd kan worden. Betere informatie is prima, maar dat neemt de zorg van mensen niet weg, omdat het juist mensen zijn die niet zo makkelijk te bereiken zijn, die niet zo makkelijk informatie kunnen krijgen. Op het moment dat er tegen jou gezegd wordt dat jij, om wie je bent, namelijk iemand hier in Nederland, eigenlijk geen recht hebt om hier te zijn en dat je daardoor per definitie strafbaar bent, dan word je echt heel voorzichtig en ben je bang om een beroep te doen op zorg of andere hulp. Dat is de kern van de zorg van hulpverleners.

Dan het laatste punt, over hulpverleners. Ik heb inderdaad heel veel vragen gesteld om dat scherp te krijgen, maar de regering blijft maar zeggen: ja, nee, dat kan. Maar als je weet of er weet van kan hebben dat iemand bijvoorbeeld een inreisverbod heeft of ongewenst verklaard is, kun je vervolgd worden.

De heer Schalk (SGP):

Ik denk dat we niet alle punten heen en weer moeten uitpellen. Ik snap de zorgen van mevrouw Karimi en ik snap ook dat die er in de samenleving zijn. Ik denk dat we dit debat moeten gebruiken om die in ieder geval op het juiste level te krijgen, zodat we hopelijk klip-en-klaar van de minister te horen krijgen hoe het er echt voor staat. Maar misschien kan hij ook toezeggen te kijken op welke manier je de informatievoorziening veel beter kunt krijgen, zodat mensen weten dat, als ze uitgebuit worden of gechanteerd of wat dan ook, ze gewoon naar de politie kunnen, en dat ze geholpen kunnen worden als ze ziek zijn. Ik was onder de indruk van dat prachtige werk in het Wereldhuis. We kunnen hen volgens mij veel beter helpen door goede informatie te geven dan door hen nog bezorgder te maken. Dat zou mijn oproep zijn: laten we gezamenlijk aan de minister vragen om met heldere teksten te komen.

Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):

Ik ben ervan overtuigd dat mijn collega deze vragen aan de minister gaat stellen. Het zijn zeker goede vragen om te stellen. Maar het is natuurlijk gek om te zeggen: eerst gaan we hier een wet aannemen — ik hoop dat we dat niet gaan doen, maar stel je voor dat die onverhoopt wordt aangenomen — waar heel duidelijk in de wettekst staat dat iemand strafbaar is omdat hij hier is zonder verblijfsrecht, en eromheen gaan we mensen die heel moeilijk bereikbaar zijn informeren dat zij naar de dokter mogen als ze ziek zijn. Ik denk dat dat niet de manier is waarop wij de wetgeving hier moeten behandelen.

Mevrouw Van Toorenburg i (CDA):

Mevrouw Karimi heeft een heel bevlogen relaas gehouden. Zo kennen we haar ook. Ik wil het even concreet maken op één punt. Heel veel zorgen die mevrouw Karimi heeft, hebben wij ook. Die zullen wij straks ook adresseren. Aan het eind zegt mevrouw Karimi: stel dat deze wet onverhoopt wordt aangenomen, dan kan dat wat ons betreft nooit zijn zonder invoeringstoets. Als ik straks een motie maak om een invoeringstoets te doen indien deze wet wordt aangenomen, staat de handtekening van mevrouw Karimi dan ook onder die motie?

Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):

Ik wil er echt alles aan doen om ervoor te zorgen dat deze wet niet aangenomen wordt. Echt. Ik zie wat het totale pakket alles bij elkaar in de samenleving teweeg heeft gebracht. Ik ken mevrouw Van Toorenburg als iemand die hier altijd als eerste over de uitvoering staat te praten. Als we kijken wat wij van de uitvoeringsorganisaties te horen krijgen, dan kan ik me niet voorstellen dat een invoeringstoets een antwoord zou zijn op de zorgen die zij nu al hebben. Zij maken heel duidelijk dat ze deze wetten eigenlijk niet zien zitten.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Ik had een heel concrete vraag. Dit is geen antwoord op mijn vraag. Ik begrijp de zorgen van mevrouw Karimi. Die heeft ze gedeeld. Die heb ik ook. De vraag is: als deze wet wordt aangenomen, vereist Partij van de Arbeid-GroenLinks dan ook een invoeringstoets? Of is het dan oké?

Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):

Ik heb volgens mij als antwoord gegeven, namens GroenLinks-PvdA — eigenlijk Progressief Nederland — dat we er op dit moment alles aan willen doen om leden van deze Kamer ervan te overtuigen dat deze wetten niet aangenomen moeten worden. U weet net als ik dat wij geen als-danvragen beantwoorden. Wij zien uw motie verschijnen. Daarna gaan we in de fractie bekijken of we die kunnen steunen of niet.

De heer Walenkamp i (Fractie-Walenkamp):

Dank voor uw bevlogen betoog, via de voorzitter aan mevrouw Karimi. Feit één: slechts 20% van de uitgeprocedeerde asielzoekers keert terug. Feit twee: 50% tot 75% van de asielzoekers in Nederland krijgt een verblijfsvergunning. Feit drie: het is een aanname dat tussen de 30% en 37% economische vluchteling is. Erkent mevrouw Karimi en erkent Partij van de Arbeid-GroenLinks deze feiten? Dat is de eerste vraag. Twee. Vindt u werkelijk dat we al die mensen volledige bescherming en zorg moeten blijven geven? Zo niet, waar legt u dan de grens? Zo ja, hoe gaat u dat betalen en uitvoerbaar houden?

De voorzitter:

Twee vragen. En: het is "GroenLinks-PvdA".

Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):

De cijfers zijn de cijfers. Daar ga ik geen discussie over voeren. We zeggen niet dat iedereen die hier komt recht heeft op asiel. Dat hebben we nooit gezegd. Daar hebben we een procedure voor. Daar kijken we naar. Wie mag blijven, blijft. Voor wie niet mag blijven, wordt aan vertrek gewerkt. Dat is eigenlijk het verhaal. Deze wetten maken het veel moelijker en zwaarder voor de asielzoekers, voor de uitvoerende organisaties en voor de gemeenten, met de bedoeling om de instroom te beperken. Dat is eigenlijk wat de memorie van toelichting zegt. Ons punt is: met deze wetten maak je het heel erg moeilijk voor de vluchtelingen, voor de uitvoerende organisaties en voor de hulpverleners. Eigenlijk kun je de instroom niet beperken. Stel je voor: morgen vluchten miljoenen mensen uit Iran. Gaan zij kijken of hun in Nederland een permanente vergunning wordt gegeven of niet? Denkt u werkelijk dat mensen zo denken als op de vlucht zijn? Nee, zo denken zij niet.

De heer Walenkamp (Fractie-Walenkamp):

Zeer kort, als u me toestaat, mevrouw de voorzitter. Er blijft dus toch wel een probleem qua uitvoering. Als mevrouw Karimi deze feiten erkent, als zij de echte, echte, echte vluchtelingen wil blijven opvangen en als zij ook de illegalen tijdelijk wil opvangen zodat ze snel terugkeren naar het land van herkomst, dan daag ik haar uit om tot oplossingen te komen; betaalbare en uitvoerbare oplossingen alstublieft.

Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):

Weet u, meneer Walenkamp, ik ben al heel lang met dit dossier bezig. We hebben de afgelopen tijd van alles gedaan. Bijvoorbeeld bezuinigingen op opvang, terwijl het COA zei: doet dat niet. Bezuinigingen op de IND, terwijl men zei: doe dat niet. Men deed het. En achteraf gaan we hotels inhuren en gaan we boten inhuren. Hartstikke duur! Die voorzieningen kosten veel geld, terwijl structurele opvang veel goedkoper is. Dat is de zelfgemaakte crisis waar ik het over heb.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Huizinga-Heringa van de ChristenUnie.