Verslag van de vergadering van 13 april 2026 (2025/2026 nr. 25)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 17.22 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Van de Sanden i (Fractie-Van de Sanden):
Dank, voorzitter. Dank ook aan de collega's voor de getoonde flexibiliteit met de sprekersindeling.
Mijn fractie zal vandaag niet betogen dat migratie geen probleem is of dat de politiek niets hoeft te doen. Ik zal wel betogen dat deze wetten en bijbehorende novelle het probleem niet oplossen, dat zij de uitvoering verzwaren in plaats van verlichten, dat zij juridisch niet deugen en dat wij, als wij dit weten en er desondanks mee zouden instemmen, naar het oordeel van mijn fractie niet doen wat wij als Kamer zouden moeten doen, namelijk wetsvoorstellen zuiver en niet-politiek toetsen op rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid.
De Raad van State heeft geadviseerd om deze wetten niet op deze manier in te dienen. De IND heeft gezegd ze niet te kunnen uitvoeren. De Adviesraad Migratie heeft ze "onnodig" verklaard. Drie onafhankelijke organen, drie negatieve adviezen, alle drie genegeerd. Ik ben hier om dat te benoemen, niet als politiek verwijt maar als constitutionele constatering. Want een wetgever die willens en wetens waarschuwingen negeert van de organen die zijn gecreëerd om hem te waarschuwen, ondermijnt het systeem van checks-and-balances waar de rechtsstaat op berust. Dat is geen bijzaak in dit debat; dat is naar het oordeel van mijn fractie de kern ervan.
Voorzitter. Het door mij gehanteerde liberale kompas rust op drie beginselen die al eeuwenoud zijn. Het eerste is dat de vrijheid van de persoon onaantastbaar is, tenzij er een aantoonbaar ernstig en persoonlijk toe te rekenen handelen tegenover staat; niet een toestand, niet een administratieve categorie, maar een handelen. Het tweede is het legaliteitsbeginsel in z'n volle omvang, dus niet slechts dát er een wet moet zijn, maar dat die wet noodzakelijk is, proportioneel is en z'n doel aantoonbaar bereikt. Een wet die dat niet kan aantonen, is geen wet in de liberale zin; het is hooguit een politiek machtsinstrument met een wettelijk jasje. Het derde is: de rechtsstaat beschermt de minderheid tegen de meerderheid — niet de populaire minderheid, want die redt zichzelf wel, maar de onpopulaire, de stemlozen. Dat is de lakmoesproef, altijd, zonder uitzondering.
Voorzitter. Aan deze drie beginselen toets ik de voorliggende wetsvoorstellen. Alle drie doorstaan zij die toets niet.
Voorzitter. Ik begin bij de Wet invoering tweestatusstelsel en de centrale bewering van de regering dat deze wet noodzakelijk zou zijn als voorschot op het EU-Migratiepact. Die bewering is onjuist, niet naar mijn mening, maar naar het oordeel van de Raad van State, de Adviesraad Migratie en de Kwalificatieverordening zelf, die onomwonden stelt dat het lidstaten vrijstaat dezelfde rechten aan beide statussen toe te kennen. Het klopt dat het Migratiepact lidstaten verplicht de twee statussen procedureel te onderscheiden, maar de rechtsgevolgen van dat onderscheid zijn facultatief. Het verschil in rechten is een nationale beleidskeuze, geen Europese verplichting. De regering heeft deze keuze gepresenteerd als onvermijdelijk. Dat is onjuist. Dat is een onjuistheid die de hele rechtvaardiging van dit wetsvoorstel wegneemt, want wat blijft er over als de rechtvaardiging wegvalt? Dat is een wet die inbreuk maakt op het nareisrecht van subsidiair beschermden, op hun gezinsleven, dat wordt beschermd door artikel 8 EVRM, zonder aantoonbare noodzaak, impactassessment of enige kwantificering van het beoogde effect. In het liberalisme is de bescherming van het individu het uitgangspunt. De overheid moet de inbreuk rechtvaardigen, niet de burger de bescherming. Deze wet heeft die rechtvaardiging niet geleverd. Dat is geen gebrek in de memorie van toelichting, maar een constitutioneel tekort.
Dan over de novelle. Ybo Buruma, oud-raadsheer van de Hoge Raad, schrijft deze week in het Nederlands Juristenblad dat strafbare illegaliteit — ik citeer — "fundamenteel onjuist" is. Zijn redenering is eenvoudig en onweerlegbaar. Eerstejaars rechtenstudenten leren dat een strafbaar feit een menselijke gedraging vereist, een handeling, en niet een toestand. Illegaal verblijf is op zichzelf geen handeling. Het is een toestand, de toestand van hier aanwezig zijn zonder te beschikken over het juiste papier. Het strafrecht is niet ingericht om toestanden te bestraffen; het is ingericht om gedragingen te vergelden. Dit is geen opinieverschil; dit is de dogmatische kern van het strafrecht, die in Nederland al meer dan een eeuw geldt. Een oud-raadsheer van de Hoge Raad zegt dat dit wetsvoorstel die kern schendt. De Grote kamer van het Hof van Justitie heeft in dezelfde richting gewezen. Maatregelen die tot gevolg hebben dat een derdelander wordt ontmoedigd om bescherming te verzoeken, zijn in strijd met artikel 18 van het EU-Handvest. De regering presenteert de novelle als reparatie van het hulpverlenersprobleem, maar ook na de novelle kunnen mensen en organisaties bij hulp aan mensen zonder papieren nog steeds strafrechtelijk worden geraakt. De reparatie is op haar best onvolledig. Een wet die een oud-raadsheer van de Hoge Raad "fundamenteel onjuist" noemt, dient door deze Kamer zeer kritisch tegen het licht te worden gehouden.
Voorzitter. Stel dat ik de rechtmatigheidsvragen terzijde zou leggen en uitsluitend zou kijken of deze wetten werken. Dan stuit ik op een uitvoeringsprobleem dat minstens even vernietigend is. De IND heeft vastgesteld het tweestatusstelsel niet uit te kunnen voeren voor de inwerkingtreding van het Migratiepact op 12 juni. Dat is niet omdat de IND dat niet wil, maar dat naar eigen zeggen feitelijk niet kan. De Raad van State heeft geoordeeld dat de kans groot is dat de maatregelen juist zullen leiden tot extra belasting voor de IND en de rechtspraak, in plaats van de beoogde ontlasting. Dat is niet een randopmerking; dat is het centrale oordeel over de uitvoerbaarheid van deze wet.
Er is bovendien een uitvoeringsprobleem dat onvoldoende aandacht heeft gekregen. Het tweestatusstelsel creëert een procesbelang dat nu niet bestaat. Dat verandert fundamenteel zodra de twee statussen verschillende rechten met zich gaan meebrengen. De IND heeft een significante toename van zijinstroomzaken voorzien. Dat zijn tienduizenden extra procedures boven op de al bestaande achterstanden, op het moment dat het Migratiepact zelf al een enorme implementatielast zal gaan opleggen. Een wet die beoogt de asielketen te ontlasten maar die aantoonbaar verzwaart, is geen beleid, maar een vergissing. Het is een vergissing waarvoor alle adviezen hebben gewaarschuwd. Wanneer een wetgever willens en wetens die waarschuwingen negeert, is wetgeving geen instrument van het recht meer; dan is zij hooguit een instrument van de politiek. Dat is precies de willekeur waartegen de liberale rechtsstaat in het leven is geroepen. Ik vraag de minister op welke grond de regering de adviezen naast zich neergelegd heeft. Ik vraag niet om de politieke grond, want die ken ik, maar om de juridische grond. Ik vraag om de inhoudelijke weerlegging van de argumenten.
Voorzitter. Een wet die niet gehandhaafd kan worden, is geen wet maar een verklaring van intentie met strafrechtelijke taal. Nederland telt tienduizenden onrechtmatig verblijvende vreemdelingen. Structurele handhaving vereist opsporing, aanhouding, vervolging en berechting door politie, OM en een rechterlijke macht, die nu al opereren op de grens van hun capaciteit. Wat overblijft is een wet die wordt ingezet wanneer het politiek zo uitkomt tegen de mensen die het minst weerstand bieden, mensen zonder stem, mensen zonder advocaat, mensen zonder lobby. In het liberalisme heet dat "willekeur". Willekeur, de selectieve toepassing van de wet op grond van opportuniteit in plaats van principe, is het exacte tegendeel van de rechtsstaat. Het is datgene waartegen Montesquieu schreef, waartegen Locke argumenteerde, waartegen de liberale traditie zich in twee eeuwen heeft gedefinieerd.
Mevrouw Van Toorenburg i (CDA):
Ik zit te luisteren en iets begint me toch een beetje te ergeren, moet ik u heel eerlijk zeggen. De heer Van de Sanden was lid van de VVD. Sinds 2002 roept de VVD niets anders dan dat illegaliteit strafbaar moet worden gesteld. Als CDA'er in de Tweede Kamer ben ik daar altijd tegen in het geweer gekomen, want ik vond dat alleen het niet meewerken aan uitzetting strafbaar zou moeten worden gesteld. De VVD bleef echter hameren op strafbaarstelling van illegaliteit. Op die slippen is de heer Van de Sanden toch gewoon de politiek in gekomen? Wat is dit nou voor mooipraterij?
De heer Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden):
Dat is een interessante interruptie en ook een interessante vraag. Ik kan me niet vinden in uw schets dat ik op de slippen van wie dan ook zou zijn binnengekomen. Geen lid zijnde van de VVD en geen lid meer van de VVD-fractie sta ik hier om aan te geven wat ik op grond van mijn liberale kernwaarden, op grond van mijn liberale kompas van deze wetgeving vind. Dat is waarvoor ik hier ben ingehuurd.
Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Ik denk toch dat het goed is dat ik het even heb aangegeven. Sinds 2002 wil de VVD niets anders dan strafbaarstelling van illegaliteit. Wat het CDA betreft moest dat worden beperkt. Ik denk dat die beperking voorligt, maar daar komen we vanzelf nog over te spreken. Maar dat is de partij waardoor de heer Van de Sanden hier de politiek in is gekomen, enthousiast vóór en nooit afstand genomen hebbende van die bepaling. Ik denk dus dat het toch goed is om dat even te markeren. Dit was te superieur.
De heer Nicolaï i (PvdD):
Ik vind het ook goed om dit even vast te stellen, en dat zeg ik ook als jurist en als iemand die de ethiek hoog in zijn vaandel draagt. Ik vond het een voortreffelijke analyse, die de heer Van de Sanden naar voren heeft gebracht. Ik heb daar heel veel waardering voor en wij hebben daar als senatoren allemaal goed naar moeten luisteren. Dat is denk ik ook de reden waarom het CDA naar voren komt om het eigenlijk weer eventjes weg te poetsen. Maar het CDA staat, als ik het goed begrepen heb, achter deze willekeurwet.
De voorzitter:
Is dat een vraag aan mevrouw Van Toorenburg voor straks, of is dat een vraag aan de heer Van de Sanden? Ik vermoed: aan mevrouw Van Toorenburg. Ik nodig de heer Van de Sanden dus uit om zijn betoog te vervolgen.
De heer Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden):
Dank voorzitter. De Raad van State heeft het zelf vastgesteld: de strafbaarstelling is ondoelmatig omdat vreemdelingen die verwijderd kunnen worden, al in bewaring gesteld kunnen worden, terwijl anderen door een gevangenisstraf niet opeens verwijderbaar worden. Het terugkeerdoel wordt door deze maatregel niet bereikt. Wat wel werkt, is strafbaarstelling van het niet meewerken aan terugkeer. Dat raakt de gedraging, niet een toestand. Dat is proportioneel en dat had met precisie in deze wetgeving kunnen worden opgenomen, maar dat is nagelaten. Dat kan ook niet meer met een toezegging of motie worden gerepareerd.
Voorzitter. Het liberalisme is niet groot geworden door mee te bewegen met de wind.
De heer Schalk i (SGP):
Nog even een vraag over de toepassing van de strafbaarstelling. In alle uitingen van de regering heb ik gelezen dat die niet gericht is op zomaar in het wilde weg zoeken naar mensen die misschien illegaal verblijven, maar dat die gericht is op mensen die crimineel gedrag vertonen of zorgen voor overlast. De regering heeft dus toch al ingeperkt op welke wijze ze hiermee wil omgaan? Wil de heer Van de Sanden daar ook nog op reflecteren?
De heer Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden):
Dank voor de vraag. De uitlatingen waar u aan refereert, zijn geen uitlatingen in de memorie van toelichting. Alleen dan zou het rechtskracht kunnen hebben, zij het in minimale mate, bij eventuele procedures, procedures die ongetwijfeld gevoerd zullen worden. Met andere woorden: het zou gepast zijn als de uitlatingen waar u naar verwijst, een weerslag zouden hebben gevonden in de wetteksten zelf. Maar die zie ik niet.
De heer Schalk (SGP):
Ik heb tot nu toe, zo lang als ik in deze Kamer mag functioneren, altijd begrepen dat datgene wat in de schriftelijke behandeling wordt meegenomen of zelfs hier mondeling wordt toegelicht, onderdeel is van de wetsgeschiedenis. Daar kan de rechter zich op beroepen. Daar kan elke burger zich op beroepen. Het is toch werkelijk niet te geloven als je zegt: het moet in de memorie van toelichting gestaan hebben, want anders hoort het er niet bij?
De heer Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden):
Dank ook voor deze vraag. Ik weet zelf ook na twintig jaar als advocaat rond te hebben gelopen dat de wetsgeschiedenis als zodanig een interpretatiefactor kan zijn bij het beoordelen van wetgeving. Het is echter geen verplichting voor de rechter om datgene wat niet in de wettekst vastligt, als zodanig toe te passen.
De voorzitter:
Tot slot, de heer Schalk.
De heer Schalk (SGP):
Een van de interessante aspecten van het werken in deze Kamer is dat je af en toe op bezoek mag bij de Hoge Raad. Daar wordt ons juist uit en te na verteld: het is belangrijk wat u met de minister deelt in de Eerste Kamer, want dat is onderdeel van de wetsgeschiedenis. Daar mag iedereen zich op beroepen. Daar hoort de rechter zich zelfs op te beroepen. Laten we dat niet wegwuiven, want dan doen we hier geen deugdelijk werk.
De heer Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden):
Dank ook weer voor deze vraag. Ik vrees dat ik toch bij mijn standpunt blijf dat datgene wat niet in de memorie van toelichting staat, geen bindende factor is voor een rechter bij het doen van uitspraken.
Mevrouw Karimi i (GroenLinks-PvdA):
Is de heer Van Santen het met mij eens dat de wettekst luidt "De meerderjarige vreemdeling die in Nederland verblijft terwijl hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat dat verblijf niet rechtmatig is, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de tweede categorie"?
De heer Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden):
Zeker.
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Herinnert de heer Van Santen zich ook dat in de toelichting van het amendement dat dit in de wet geïntegreerd heeft, staat — en dat is eigenlijk in absolute termen: "Wie geen recht heeft om in Nederland te verblijven, moet het land verlaten"?
De heer Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden):
Ik hoor dat u zegt dat dat in de memorie van toelichting staat.
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Dus is de heer Van Santen het met mij eens …
De voorzitter:
Het is: de heer Van de Sanden.
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Is de heer Van de Sanden het met mij eens dat ook dit een onderdeel is van de wetsgeschiedenis? Dat is exact wat in de wet staat.
De heer Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden):
Zeker, dat is onderdeel van de wetsgeschiedenis. Maar ook daarbij geldt dat dat maar in beperkte mate een rol speelt bij het doen van een uitspraak door een rechter.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden):
Het liberalisme is niet groot geworden door mee te bewegen met de wind. Het is groot geworden door de rechtsstaat te verdedigen wanneer dat niet gemakkelijk was, maar juist wanneer het iets kostte. Asielzoekers zonder papieren zijn de minst populaire minderheid in de Nederlandse politiek van dit moment. Dat maakt hen in de ogen van de wet niet tot tweederangs burgers. Juist de minst populaire minderheid is de werkelijke lakmoesproef voor de rechtsstaat, niet de populaire minderheid. Die redt zichzelf wel.
Ik noteer voor het verslag en voor de geschiedenis van dit dossier dat deze traditie vandaag niet door allen die haar claimen, ook wordt beleden. Wetten die de toets van de rechtsstaat niet doorstaan, komen vroeg of laat voor de rechter. Op dat moment geldt wat er wordt gezegd, wat er werd geweten en wat er desondanks mogelijk toch werd goedgekeurd. Ik heb in een eerder betoog al gezegd dat de rechtsstaat geen handrem maar het stuur is. Deze wetten zetten dat stuur opzij en zij doen dat met medeweten van allen die straks voorstemmen.
Voorzitter. Ik sluit af. Drie vragen aan de minister. Mijn eerste vraag: kan de minister aantonen, niet beweren maar aantonen, met een impactassessment dat de voorliggende wetten een instroomreducerend effect hebben boven op het Migratiepact dat op 12 juni 2026 in werking treedt? Als dat antwoord er niet is, stemt deze Kamer dan mogelijk in met wetgeving waarvan de effectiviteit niet is aangetoond?
Mijn tweede vraag. Heeft de IND op de beoogde inwerkingtredingsdatum de capaciteit om het tweestatusstelsel correct uit te voeren, gegeven zijn eigen uitvoeringstoets die het tegendeel stelt? Als dat antwoord er niet is, stemt deze Kamer dan mogelijk in met wetgeving waarvan de eigen uitvoeringsorganisatie heeft gezegd dat zij haar niet kan uitvoeren?
Mijn derde vraag. Op welke strafrechtsdogmatische grond is strafbaarstelling van illegaal verblijf gebaseerd, gegeven het feit dat illegaal verblijf een toestand is en geen handeling, en gegeven het oordeel van Ybo Buruma, oud-raadsheer van de Hoge Raad, dat deze strafbaarstelling fundamenteel onjuist is? Als dat antwoord er niet is, dan stemt deze Kamer later mogelijk in met een wet die een van de meest gezaghebbende strafrechtsjuristen van Nederland fundamenteel onjuist noemt.
Voorzitter. Ik heb de afgelopen weken de parlementaire stukken bestudeerd. Ik heb gezocht naar de onderbouwing die deze wetten legitimeert, naar het impactassessment, naar de weerlegging van de Raad van State en naar het antwoord op de IND. Ik heb het niet gevonden. Het bestaat niet. Wat wel bestaat, is politieke urgentie die is en wordt omgezet in wettelijke taal; de behoefte om iets te doen, ook al werkt het niet, ook al deugt het niet en ook al heeft niemand die er verstand van heeft er ooit iets goeds over geschreven. Dat is geen wetgeving. Dat is een gebaar. En een gebaar kost niets, behalve de mensen op wie het wordt toegepast.
De heer Van Hattem i (PVV):
Ik hoor de heer Van de Sanden al de hele tijd een voor zichzelf interessant betoog houden over hoe hij illegalen een te beschermen factor vindt. Hij heeft het over willekeur. Maar hoe zit het met de willekeur voor de gewone Nederlander die ineens een azc naast zich krijgt, die daar helemaal niks over te zeggen heeft? Of de gewone Nederlander die zijn winkel beroofd ziet worden door asielzoekers, door illegalen, die daar niks over te zeggen heeft? Is dat niet een veel grotere en veel ernstigere willekeur dan die illegalen, die er zelf voor kiezen om hier als vreemdeling in het land te verblijven terwijl ze hadden moeten vertrekken?
De heer Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden):
Dank voor uw vraag, collega. Ik deel uw zorg en vind ook dat heel goed gekeken moet worden hoe het past bij mensen die hier al langere tijd wonen en die hier geboren en getogen zijn. Maar dat is niet waar het hier vandaag over gaat. Wij hebben het hier vandaag over de beoordeling van de voorliggende wetsvoorstellen. Ik hoor uw zorg. Die deel ik voor een belangrijk deel. Maar dat is volgens mij niet waar wij hier vandaag voor staan.
De heer Van Hattem (PVV):
Dan vraag ik me af waar de heer Van de Sanden wel voor staat. Staat hij hier dan om illegalen te beschermen, die eigenlijk al moeten vertrekken, die al te horen hebben gekregen dat ze het land hadden moeten verlaten en die daarmee een handeling plegen die in strijd is met de wet? Ze hadden gewoon moeten vertrekken. Vaak gaat het dan ook nog om criminele illegalen, die onze samenleving verruïneren. Is dat de groep waar hij hier vandaag voor staat?
De heer Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden):
Waar meneer Van de Sanden voor staat, is deugdelijke wetgeving die op een effectieve manier bijdraagt aan het beperken en beheersen van de instroom van migranten. Dat is waar ik voor sta: deugdelijke wetgeving.
De voorzitter:
Tot slot, de heer Van Hattem.
De heer Van Hattem (PVV):
Deugdelijke wetgeving is niet het nog meer beschermen van illegalen. Dat is juist ondeugdelijk. Dat is ondeugdelijk naar de Nederlandse samenleving, naar de gewone burgers, naar gewone hardwerkende ondernemers die hun winkels leeggeroofd zien worden en die in hun huizen ingebroken zien worden door criminele asielzoekers. Is het niet veel belangrijker om dat aan te pakken dan hier nu een obligaat verhaal te houden over wat wel of niet liberaal is?
De heer Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden):
Ik hoor u en ik laat uw woorden graag voor uw rekening. Waar wij vandaag voor staan en waar wij ook volgende week voor staan als we moeten gaan stemmen, is het beoordelen van de wetgeving die voorligt. Het andere laat ik graag aan u.
Voorzitter, tot slot. Mijn fractie kijkt uit naar de beantwoording van de vragen. Kritisch, niet uit onverschilligheid voor het migratievraagstuk, maar vanuit de overtuiging dat de rechtsstaat zijn eigenlijk beginselen niet opgeeft als dat politiek uitkomt. Dat is geen handrem. Dat is de enige reden waarom hij bestaat.
Dank u wel.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Ik kijk naar de klok. Ik wil schorsen voor de dinerpauze tot 18.45 uur. Ik verzoek iedereen om de woordvoerders even eerst te laten eten. Dank u wel. Ik schors tot 18.45 uur.