Plenair Van der Goot bij behandeling Wet invoering tweestatusstelsel, Asielnoodmaatregelenwet en novelle aanpassing strafbaarstelling illegaal verblijf



Verslag van de vergadering van 13 april 2026 (2025/2026 nr. 25)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 23.52 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van der Goot i (OPNL):

Dank u wel, voorzitter. Nog acht minuten en dan zit het erop voor vandaag.

Terwijl wij ons in de Eerste Kamer buigen over onze eigen asielwetgeving, hebben wij ons als fractie natuurlijk met onze achterban gebogen over wat voorligt. We weten dat de samenleving vraagt om iets te doen aan de instroom en dat er wetgeving dient te komen. Daar is in de Tweede Kamer over gestemd. De rol van de Eerste Kamer — ik heb dat al geprobeerd in de interruptie bij mevrouw Kaljouw — is om op grond van de rolneming die we hebben te kijken naar rechtmatigheid, uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en effectiviteit en naar zaken die daarmee samenhangen. Dat bepaalt ons oordeel over dit wetsvoorstel. Onze fractie hecht eraan om dat met de Kamer te delen en niet te zeggen: wij hebben een klap gedaan en dat was het.

Terwijl wij ons in de Eerste Kamer buigen over onze eigen asielwetgeving, zijn de nieuwe asielwetten van België door de rechter teruggefloten; dat is al vaker gezegd. Het Grondwettelijk Hof, de constitutioneel rechter in België — die hebben wij niet — heeft op 26 februari 2026 bepalingen uit het Belgische gezinsherenigingsbeleid per direct onverbindend verklaard. Wat was er aan de hand? De bepalingen rondom gezinshereniging die van toepassing waren op subsidiair beschermden, waren mogelijk in strijd met het Europees recht. Het gevolg van deze prejudiciële vraag is dat in België in deze vorm voorlopig geen onderscheid meer mag worden gemaakt tussen nareizende familieleden van vluchtelingen.

Voorzitter. De Eerste Kamer heeft de taak om te controleren of wetsvoorstellen voldoen aan internationaal en Europees recht. Als de rechtmatigheid van het tweestatusstelsel in ons buurland ter discussie staat, kunnen we hier niet aan voorbijgaan. De Belgische rechter heeft prejudiciële vragen gesteld aan het Hof in Luxemburg. Het is goed voorstelbaar dat hierover ook in Nederland duidelijkheid zal worden gevraagd. Ik vraag de minister dan ook om een reactie op de suggestie van de Commissie Meijers om het tweestatusstelsel pas in te voeren zodra er duidelijkheid bestaat over de rechtmatigheid van de bepalingen rond gezinshereniging.

Voorzitter. Wij spreken vandaag over politiek en inhoudelijk zwaarwegende wetsvoorstellen. Al decennia verdeelt het asielvraagstuk de Nederlandse samenleving en houdt het ook het politieke debat stevig in zijn greep. Juist daarom is het van belang dat we toewerken naar oplossingen die zowel effectief zijn als breed gedragen worden. Het is goed dat het kabinet de ambitie heeft uitgesproken om tot een meer bestendige en evenwichtige aanpak te komen. Vanuit die invalshoek heeft de OPNL-fractie naar deze wetsvoorstellen gekeken. Daarbij hechten wij groot belang aan het advies van de Raad van State en de zorgen die door uitvoeringsinstanties naar voren zijn gebracht, zoals de politie, de IND en verdere instanties van de asielketen. Mijn fractie wenst een asielregime dat streng is maar ook rechtvaardig, rechtsstatelijk én uitvoerbaar. Tegen die achtergrond rijzen bij ons een aantal fundamentele vragen, ten eerste over de verhouding tot het Europees Asiel- en Migratiepact. Op 12 juni treedt het in werking. Hoe verhouden de voorliggende wetsvoorstellen zich tot dit pact? Er is vandaag veel over gezegd. Ik zal het hierover korter houden, want is bijna middernacht.

Ten tweede de uitvoerbaarheid. De Raad van State en anderen zijn kritisch, zeker ook waar het het tweestatusstelsel betreft. Het beeld ontstaat dat het stelsel, zoals nu ingevuld, nauwelijks bijdraagt aan het oplossen van bestaande knelpunten maar wel leidt tot extra druk op de uitvoering, terwijl juist de uitvoering ook nu al een probleem is. Hoe beoordeelt de minister dat?

Ten derde de rechtszekerheid. Diverse maatregelen treden onmiddellijk in werking en grijpen in op lopende procedures. De Raad van State spreekt in dat verband van "een onaanvaardbare aantasting van de rechtszekerheid". Mijn fractie deelt die zorg. Mijn vraag aan de minister is: hoe wordt voorkomen dat mensen gedurende hun procedure geconfronteerd worden met veranderende regels?

Ten slotte de vraag in hoeverre deze wetsvoorstellen daadwerkelijk bijdragen aan het ontlasten van de asielketen. Ook daarover bestaat gerede twijfel, zoals ook tijdens de hoorzitting in oktober tot uitdrukking werd gebracht. Als de minister die twijfel niet deelt, kan hij dan onderbouwen of en hoe de wetsvoorstellen de asielketen daadwerkelijk zullen ontlasten?

Voorzitter. Ik ben de laatste spreker vanavond. Laat ik afsluiten met het volgende. Na alles wat we vandaag van verschillende kanten, van het maatschappelijk veld tot de uitvoeringsinstanties, hebben gehoord, dringt zich één beeld op. De wetten die hier voorliggen, vormen geen stevig bouwwerk. De constructie daarvan rammelt. Degenen die er straks mee moeten werken en leven, waarschuwen dat het zo niet kan. Het lijkt op daadkracht om daadkracht, en dus wordt er voortgebouwd alsof het voldoende is dat er iets op papier staat, in plaats van dat het in de praktijk ook staat als een huis. Het lijkt op een oud-Hollands kinderliedje: "Er was eens een mannetje dat was niet wijs, die bouwde zijn huisje al op het ijs." U weet hoe het met dat huisje afloopt als het voorjaar wordt. Daar wringt het. Juist een dossier dat de samenleving zo verdeelt, vraagt om wetgeving die niet alleen politiek draagvlak zoekt, maar ook bij de rechter standhoudt. Maatschappelijke verdeeldheid vraagt juist om solide wetgeving, wetgeving die werkt, die uitvoerbaar is en die recht doet aan de complexiteit van het asielvraagstuk. Ik roep het kabinet dan ook op die verantwoordelijkheid te nemen en te kiezen voor zorgvuldigheid en houdbaarheid in plaats van politieke druk van de korte termijn en het turen in de achteruitkijkspiegel naar de peilingen. De OPNL-fractie wacht met belangstelling de beantwoording van de minister af.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Wenst een van de leden in de eerste termijn nog het woord? Dat is de heer Nicolaï. Gaat uw gang.