Plenair Van de Sanden bij behandeling Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026



Verslag van de vergadering van 19 mei 2026 (2025/2026 nr. 29)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 10.29 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van de Sanden i (Fractie-Van de Sanden):

Dank, voorzitter. Vandaag wordt de Eerste Kamer geacht de haast van het kabinet te verwarren met staatsnood. Dat is de kern van wat hier gebeurt. In 1848, terwijl in Europa tronen wankelden, koos Nederland niet voor de barricade en niet voor de noodverordening. Thorbecke koos voor wetgeving, voor procedures en voor constitutie. Zijn inzicht luidde: het recht hoort niet dienstbaar te zijn aan de politieke waan van de dag, maar de politiek hoort dienstbaar te zijn aan het recht.

Het EU-Asiel- en Migratiepact werd vastgesteld in mei 2024. De datum van 12 juni 2026 stond vanaf dag één vast. In Nederland bereikte het wetsvoorstel de Tweede Kamer pas eind 2025, anderhalf jaar later. De Raad van State leverde vervolgens kritiek op de delegatiebepalingen, de proportionaliteit, de rechtsbescherming en de uitvoerbaarheid. En wat deed het kabinet? Vrij weinig, behalve hopen dat de klok zich zou ontpoppen als een meegaande oppositiepartij.

Nu, 24 dagen voor de deadline, wordt deze Kamer geacht in enkele weken af te handelen wat het kabinet in twee jaar niet op orde kreeg. Dat is geen urgentie; dat is uitgesteld huiswerk met constitutionele gevolgen. Mede daarom hebben senator Van Gasteren en ik vorige week op grond van artikel 68 van de Grondwet drie informatieverzoeken aan de regering gericht, met als termijn 22 mei aanstaande, ruim voor de stemming en redelijk, gegeven het belang van de vragen. Of en hoe de regering die termijn benut, zal meewegen in de eindbeoordeling.

Er is nog iets dat opvalt: deze Kamer heeft zich laten opjagen. Een plenaire behandeling werd ingepland voordat de bijna 100 pagina's aan beantwoording van ruim 300 vragen door deze Kamer waren gelezen. Sterker nog, dit gebeurde zelfs voordat die vragen überhaupt waren gesteld. Dat is niet de werkwijze van de chambre de réflexion. Dat is meer uitvoeren dan controleren.

Mevrouw Van Bijsterveld i (JA21):

Ik wil collega Van de Sanden graag een vraag voorhouden. We hebben dit in de commissie uitvoerig behandeld. De commissie heeft in meerderheid besloten dat het debat op 19 mei zou plaatsvinden als de antwoorden uiterlijk op 12 mei binnen zouden zijn.

De heer Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden):

Ja.

Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):

Dus we doen met elkaar iets wat we democratisch hebben afgestemd in de commissie, zoals het hoort. Kunt u daarop reageren?

De heer Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden):

Zeker, daar kan ik op reageren. Dank voor de vraag. Het enkele feit dat het in de commissie zo is afgesproken, betekent nog niet dat dit een zorgvuldige voorbereiding is. Sterker nog, dit wetsvoorstel is de grootste wetswijziging op het gebied van het asielrecht van de afgelopen 25 jaar. Dit wetsvoorstel is van een omvang en complexiteit waar deze Kamer de afgelopen jaren, de afgelopen decennia, gemiddeld tien tot twaalf maanden over heeft gedaan. U kunt dat nazoeken. Hoelang hebben wij erover gedaan? Anderhalve maand. We hebben niet eens de gelegenheid gehad voor het stellen van schriftelijke vragen in de tweede ronde bij een wetsvoorstel dat zo omvangrijk is. Ongeacht het besluit van de commissie, neemt dat niet weg dat dit niet bepaald de voorbereidingstijd is die een dergelijk wetsvoorstel zou verdienen.

Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):

Nogmaals, het is in de commissie bepaald. U kunt daar nu omheen buigen en maar blijven roepen dat het onzorgvuldig is, maar met alle respect: iedereen zat op het EU-Migratiepact te wachten, want dat was de heilige graal. Al die wetgeving waar we al wekenlang of maandenlang mee bezig zijn, zit in het pact. Dus het is natuurlijk niet nieuw wat hier voorligt.

De heer Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden):

Ik draai nergens omheen. Ik erken ook dat de commissie dit inderdaad zo heeft besloten. Technisch klopt dat, maar niet alles wat technisch klopt is ook wenselijk. Dit wetsvoorstel zou absoluut meer voorbereidingstijd verdiend hebben dan nu het geval is geweest.

Als laatste. Thorbecke ontwierp deze Kamer als rem op haast, niet als handlanger daarvan. In de wandelgangen hoorde ik de afgelopen weken vaak hetzelfde argument: als deze Kamer niet instemt, ontstaat er chaos. Dat argument houdt op drie gronden geen stand. Ten eerste. De Europese verordeningen werken rechtstreeks. Zij gelden met ingang van 12 juni, met of zonder deze wet.

Ten tweede. Het is juist dit wetsvoorstel dat chaos creëert. Geen integrale capaciteitsanalyse, geen overgangsrecht voor 132.000 lopende procedures, geen hardheidsclausule, een ICT-systeem dat niet gereed is, een plan van aanpak dat nog moet worden geschreven: dat is geen zorgvuldig wetgevingsproces, maar een sprong in het duister. Ten derde. Wie veroorzaakt deze chaos? Niet deze Kamer, niet de Raad van State, maar een regering die twee jaar wachtte en vervolgens haast inzet als politiek drukmiddel.

Tot zover de procedure, nu de inhoud. Het kabinet had één opdracht, namelijk het implementeren van het Migratiepact. Implementatie is precisiehandwerk, geen politieke gelegenheid om wensen mee te smokkelen die de Europese verordeningen niet vereisen. Toch is precies dat hier gebeurd: verzwaringen van detentieregimes, beperkingen in nareis die verdergaan dan het pact verlangt, aanscherpingen die Brussel nooit heeft voorgeschreven. Op de bagagedrager van een Europese implementatiewet wordt er zo een politiek programma meegefietst: "het strengste asielbeleid ooit".

Voorzitter. Dat is geen implementatie, dat is een sluiproute. Elk van die nationale koppen had als zelfstandige titel naar deze Kamer moeten komen, met eigen advisering, een eigen impactanalyse, eigen overgangsrecht, een eigen parlementaire weging, en niet als bijrijder van een wet die in de kern over iets anders gaat. Wie het strengste asielbeleid ooit wil voeren, mag dat uiteraard verdedigen, voor de kiezer, voor de rechter, voor de geschiedenis, maar niet weggemoffeld onder de vlag van een Europese implementatiewet. Dat is geen wetgevingstechniek, maar een verpakkingstruc.

Drie onafhankelijke adviesorganen bogen zich over dit wetsvoorstel: de Raad van State, de IND en de Adviesraad Migratie. Alle drie oordeelden negatief, niet op één punt, maar op meerdere fundamenten. De Raad van State schreef dat de delegatie van regelgevende bevoegdheden — collega Van Gasteren had het daar zojuist ook al over — onvoldoende is afgebakend. Het antwoord van de minister: men deed het vroeger ook zo. Dat is redeneren vanuit de afwezigheid van problemen, niet vanuit de aanwezigheid van oplossingen. De bewaring van minderjarigen kan oplopen tot twaalf maanden. De Raad van State vroeg om een proportionaliteitsonderbouwing. Het antwoord luidde, samengevat: het is eenvoudiger voor de IND.

Voorzitter. Efficiëntie is een prachtig begrip, maar niet wanneer het dient als argument om kinderen langer vast te zetten. Wanneer drie adviesorganen, die elkaar zelden eensgezind tegenkomen, op dezelfde punten dezelfde zorg uiten, dan is het niet langer eigenwijs om niet te luisteren, maar zelfs onbehoorlijk om niet te luisteren. 52.000 nareisaanvragen liggen open. Ik vroeg welk recht geldt voor aanvragen die zijn ingediend voor 12 juni, maar daarna behandeld. Het antwoord was: het nieuwe, strengere regime. Ik vroeg of er een risicoanalyse is gemaakt voor het ontbreken van overgangsrecht. Het antwoord was: nee. Ik vroeg of er een hardheidsclausule wordt overwogen. Het antwoord was: nee. Vier keer vroeg deze Kamer om fundamentele waarborgen en vier keer luidde het antwoord in feite: nee, dank u wel. Rechtszekerheid is geen dogmatische voorkeur van staatsrechtjuristen; het is een fundamenteel beginsel dat burgers mogen vertrouwen op het recht zoals dat gold op het moment dat zij handelden.

Voorzitter. Een vluchteling schreef mij afgelopen week: "Voor duizenden gezinnen, waaronder het mijne, staat niet alleen een procedure op het spel, maar het recht om als mens in waardigheid te leven." En hij heeft gelijk: de wet biedt hem geen overgangsrecht, geen hardheidsclausule, geen risicoanalyse, alleen een datum. Op pagina 64 van de nota naar aanleiding van het verslag staat misschien wel de meest veelzeggende zin van het hele dossier. Ik vroeg de regering of er een integrale capaciteitsanalyse was gemaakt. Het antwoord was: nee, er is geen integrale capaciteitsanalyse gemaakt, niet voor de IND, niet voor de rechtspraak, niet voor de advocatuur, terwijl dit — het is zojuist al gezegd — de grootste wijziging van het asielrecht betreft van de afgelopen 25 jaar.

De president van de Algemene Rekenkamer constateerde vorig jaar in NRC dat de asielbegroting in 23 jaar maar liefst 21 keer tussentijds moest worden bijgesteld. Zijn diagnose, en ik citeer: "Echt politieke onwil." Dat is de hoogste auditor van de rijksoverheid, niet een activist, maar iemand die jarenlang actief is geweest voor een van de coalitiepartijen. Met die diagnose op tafel vraagt het kabinet deze Kamer opnieuw erop te vertrouwen dat een wetsvoorstel zonder integrale capaciteitsanalyse uitvoerbaar is. Waar is dat vertrouwen op gebaseerd? Op hoop, op optimisme, of op het klassieke Haagse verschijnsel dat problemen pas bestaan wanneer ze in het journaal verschijnen?

Mijn fractie vraagt de regering dan ook om vier toezeggingen, niet in de vorm van politieke poëzie, maar klip-en-klare, ondubbelzinnige toezeggingen. Eén. Geen inwerkingtreding van de nareis- en tweestatusstelselbepalingen zolang er geen adequaat overgangsrecht bestaat voor de 52.000 lopende aanvragen. Rechtszekerheid is geen exotische hobby, maar een fundament van behoorlijk bestuur. Twee. De minister zegt dat het wetsvoorstel uitvoerbaar is. Dan kan hij ook een integrale capaciteitsanalyse overleggen, en wel vóór het koninklijk besluit en niet pas erna. Een stelselwijziging van deze omvang verdient meer dan bestuurlijk wensdenken als onderbouwing.

Drie. Is de minister bereid een voorhangprocedure toe te zeggen voor AMvB's die raken aan grondrechten, detentie en gezinsvereniging? Wanneer wetgeving zo veel delegeert, moet parlementaire controle sterker worden en niet zwakker. Anders verschuift het zwaartepunt van het recht stilletjes van het Binnenhof naar het Bezuidenhout. En vier, tot slot. Geen beleidsproza, maar harde uitvoeringscijfers aan beide Kamers binnen twaalf maanden na inwerkingtreding: doorlooptijden, achterstanden, gegrondverklaringen, cijfers. Aan elke onbeantwoorde of onvolledig beantwoorde vraag om een toezegging overweegt mijn fractie een motie te verbinden, niet uit obstructie, maar omdat de Eerste Kamer anders stemt over een wet waarvan zij de uitvoerbaarheid niet kan beoordelen.

Voorzitter. De Eerste Kamer heeft één fundamentele taak, namelijk beoordelen of wetgeving rechtmatig, uitvoerbaar en handhaafbaar is, niet of de coalitie haast heeft, niet of de minister politieke druk ervaart. Thorbecke ontwierp deze Kamer niet als administratief afhandelingsloket van de regering. Hij ontwierp haar als chambre de réflexion, de instelling die overeind blijft wanneer de politieke druk het grootste is, niet om populair te zijn, maar om te toetsen. En dan de belofte van een plan van aanpak: ja, het kabinet belooft een plan van aanpak en dat is op zichzelf bemoedigend. Het is alleen jammer dat wij moeten stemmen voordat dat plan er is.

Voorzitter, tot slot. Een rechtsstaat bewijst zijn waarde niet wanneer alles eenvoudig is. Hij bewijst zijn waarde juist wanneer de politieke druk groot wordt. De klok tikt. Iedere fractie wordt opgeroepen tot snelheid en de instituties moeten toch overeind blijven. Dit wetsvoorstel bevat verstrekkende nationale keuzes die verder gaan dan het Europees pact vereist, zonder overgangsrecht, zonder hardheidsclausule, zonder integrale uitvoeringsanalyse, zonder overtuigende beantwoording van fundamentele rechtstatelijke vragen. Dan is het aan deze Kamer om te doen waarvoor zij is ontworpen, namelijk standhouden. De rechtsstaat is immers geen obstakel voor beleid, maar de voorwaarde waaronder het beleid legitiem kan zijn. Wanneer deze Kamer die voorwaarde uit het oog verliest omdat de agenda dringt, dan schiet niet alleen het kabinet tekort, maar ook wij in deze Kamer in de uitvoering van onze taak.

Ik zie met belangstelling uit naar de beantwoording van de minister.

De voorzitter:

Voordat u weggaat ...

De heer Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden):

Ik zou niet durven, voorzitter!

De voorzitter:

... zie ik dat er een interruptie is van de heer Van Hattem van de PVV. Gaat uw gang.

De heer Van Hattem i (PVV):

Een heel korte interruptie. Toch een vraag aan de heer Van de Sanden. Van wie was de uitspraak dat deze Kamer grond noch doel heeft?

De heer Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden):

Ik denk dat u het antwoord daarop op dit moment waarschijnlijk beter weet dan ik.

De heer Van Hattem (PVV):

Dat was de voortdurend door u aangehaalde heer Thorbecke. Dus telkens als u zegt dat hij deze Kamer ontwierp voor heel de trits zaken die u opnoemt: Thorbecke was juist de minst grote fan, laat ik het zo maar noemen, van deze Eerste Kamer.

De heer Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden):

Had u ook nog een vraag, meneer Van Hattem, of was dat het?

De heer Van Hattem (PVV):

Nee. Ik voeg dit alleen even toe omdat hier te pas en te onpas Thorbecke wordt aangehaald.

De heer Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden):

Waarvan akte, zou ik dan zeggen. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. U was klaar met uw betoog. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Perin-Gopie van Volt, die ook spreekt namens de fractie Visseren-Hamakers.