Verslag van de vergadering van 19 mei 2026 (2025/2026 nr. 29)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 14.53 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Griffioen i (D66):
Mevrouw de voorzitter, dank. Mijn eerste debat als woordvoerder Migratie en Asiel in deze Kamer was over de Spreidingswet, de wet die ervoor moet zorgen dat elke Nederlandse gemeente het eerlijke aandeel in de opvang van asielzoekers levert. Bijna tweeënhalf jaar later mag ik het woord voeren over het Europees Asiel- en Migratiepact, dat ervoor moet zorgen dat elke Europese lidstaat zijn eerlijke aandeel in de opvang van asielzoekers levert. D66 is een groot voorstander van die eerlijke verdeling en spoort de minister aan om gebruik te maken van alle mogelijkheden die de Spreidingswet en het pact bieden om die eerlijke verdeling binnen Nederland en binnen Europa te realiseren.
Voorzitter. D66 is content dat er na tien jaar onderhandelen een omvangrijk pakket is dat bijdraagt aan meer harmonie in asielprocedures binnen de Europese Unie en aan meer gedeelde verantwoordelijkheid en solidariteit tussen de lidstaten. Mijn partij heeft dat pact in Europa, in het Europees Parlement, gesteund. Mijn fractie spreekt die steun ook hier uit. D66 wil meer grip op migratie en is van mening dat dit pact op termijn gaat bijdragen aan meer grip op de hoeveelheid mensen die naar Nederland en Europa komt. De verwachting is dat die mensen dankzij het pact sneller weten of ze kunnen blijven of niet en, zo ja, dat ze sneller de taal kunnen leren, sneller aan het werk kunnen en sneller onderdeel van de Nederlandse samenleving kunnen worden.
Het pact ligt vandaag niet voor. We bespreken vandaag de keuzes die de regering maakt in de verwerking van het pact in Nederlandse wetgeving. In de verkenning van de nieuwe asielprocedure onder het pact inventariseert de IND ruim 40 wijzigingen voor de IND en de ketenpartners, de rechtspraak en advocatuur. Daar komen de invoering van het tweestatusstelsel en het afschaffen van de voornemenprocedure nog bij. Het is de grootste wijziging in ons asielbeleid in de afgelopen 25 jaar. Ik kan en zal niet alle wijzigingen bespreken, maar mij beperken tot die wijzigingen waar mijn fractie nog vragen over de uitvoerbaarheid, rechtmatigheid of rechtvaardigheid heeft.
Als eerste kinderen in detentie. Het is vandaag al vele keren voorbijgekomen. Mijn fractie heeft, evenals GroenLinks-Partij van de Arbeid, Volt en de Partij voor de Dieren, veel vragen gesteld over het in bewaring plaatsen van kinderen in uitzonderlijke situaties. Het is goed dat de regering in haar antwoord erkent dat het belang van kind altijd leidend moet zijn bij beslissingen over het in detentie plaatsen van kinderen. Op ons verzoek om een limitatieve opsomming van de uitzonderlijke omstandigheden waarin kinderen in detentie kunnen worden geplaatst, is echter geen duidelijk antwoord gekomen. Daarom vraag ik de minister opnieuw om de opsomming van uitzonderlijke omstandigheden. De regering benoemt dat kinderen het recht hebben op een eigen advocaat. Hoe worden kinderen op een voor hen begrijpelijke manier geïnformeerd over dit recht? Kunnen kinderen niet altijd een eigen advocaat krijgen, dus niet een en dezelfde als die van het gezin, zo vraag ik aan de minister.
Voorzitter. De IND heeft aangegeven na inwerkingtreding van het pact maximaal 25.000 nieuwe aanvragen binnen de gestelde termijn te kunnen verwerken, indien daarvoor de benodigde capaciteit wordt vrijgemaakt. Dat gaat ten koste van de bestaande capaciteit van de IND voor aanvragen die voor 12 juni 2026 nog niet zijn afgehandeld. Het gaat om 50.000 aanvragen, om 50.000 mensen die al maanden of zelfs jaren in onzekerheid verkeren, waaronder 6.000 kinderen die hier zonder familie zijn. Mijn fractie wil dat er perspectief komt voor de mensen die wachten op een beslissing, en dat er een plan komt voor de mensen bij de IND. Kan de minister nu in het debat het beloofde plan schetsen?
Voorzitter. Dan kom ik bij het overgangsrecht. Het ontbreken van overgangsrecht met betrekking tot gezinshereniging wordt door verschillende deskundigen als juridisch kwetsbaar beschouwd. Mijn fractie vindt dat ook, en vindt het bovendien hardvochtig. In antwoord op onze vragen schrijft de regering dat een beperkt aantal representatieve nareiszaken zal worden uitgeprocedeerd en dat zaken die onder de nieuwe regels anders beoordeeld moeten worden, gedurende deze periode zullen worden aangehouden. Zie ook het antwoord van de minister op onze vraag 62 in de nota van beantwoording. Over hoeveel zaken, en dus over hoeveel mensen en gezinnen, hebben we het eigenlijk? Wat betekent "aanhouden" voor de mensen die erop wachten om herenigd te worden met hun partners en kinderen? Hoeveel langer moeten zij hierdoor wachten?
Voorzitter. Dan kom ik bij de nationale keuzes. De vorige regering heeft de implementatie van het pact aangegrepen om maatregelen in te voeren die niet dwingend voortvloeien uit het pact. We zien dat de Raad van State het volgende constateert: "Met deze invulling wordt niet voldaan aan het uitgangspunt dat bij de implementatie en uitvoering van Europese verordeningen en richtlijnen in de Nederlandse nationale rechtsorde in de regering geen extra nationaal beleid wordt meegenomen (…)".
Vandaag ligt dit totaalpakket voor. Mijn collega Dittrich heeft bij de behandeling van de Asielnoodmaatregelenwet al op de nodige dingen gewezen. Ook heeft hij zijn zorgen geuit over de invoering van het tweestatusstelsel en over een aantal maatregelen, zoals het afschaffen van de voornemenprocedure, de beperking van gezinshereniging, het afschaffen van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd en het ontbreken van overgangsrecht. Op een aantal punten heeft de minister onze zorgen kunnen wegnemen, door toe te zeggen dat er bij lopende en nieuwe nareisverzoeken van ongehuwde partners altijd ambtshalve wordt getoetst aan artikel 8 van het EVRM, en door toe te zeggen dat die minister zijn discretionaire bevoegdheid om een verblijfsvergunning te verlengen bij schrijnende gevallen daadwerkelijk zal gebruiken.
Op een aantal punten blijven de zorgen bestaan. Wij zullen de implementatie van het pact nauwlettend volgen en vragen de minister om, in navolging van de motie-Podt/Rajkowski, ook deze Kamer periodiek te informeren.
Voorzitter, ten slotte en concluderend. Vorige week bleek weer uit onderzoek dat de meeste Nederlanders vinden dat we mensen die vluchten voor oorlog, geweld of vervolging om wie we zijn of wat ze vinden, moeten opnemen. Die meerderheid van de burgers verdient het om naar geluisterd te worden. De relschoppers die intimideren, vernielen of geweld plegen, verdienen dat niet.
Mevrouw Perin-Gopie i (Volt):
Ik heb geluisterd naar het betoog van D66. Ik heb eerder al gehoord, in de afgelopen weken, of eigenlijk naar aanleiding van het laatste debat over de asielwetten, dat D66 voornemens is om vóór deze wet te stemmen. Ik vroeg me iets af. Ik hoor dat collega Griffioen ook zorgen heeft bij het in detentie plaatsen van kinderen, maar wanneer vindt D66 het in het belang van het kind als het in detentie wordt geplaatst, of in vreemdelingenbewaring?
De heer Griffioen (D66):
Mijn fractie vindt dat dat niet in het belang van kinderen is. De minister heeft aangegeven daar in zeer beperkte situaties mogelijk toe te willen besluiten. Wij willen heel kritisch volgen of dat daadwerkelijk gebeurt en we hopen eigenlijk dat de minister nooit zo'n besluit neemt. Maar dat kunnen we niet vooraf weten.
Mevrouw Perin-Gopie (Volt):
Het staat nu eenmaal wel in de wet. Ik heb ook gelezen wat de minister heeft geschreven in reactie op de vraag hierover. Hij noemt daarin ook dat het belang van het kind altijd meegewogen zou worden. Dat moet ook de eerste overweging zijn volgens het internationale Kinderrechtenverdrag, dus mijn vraag aan D66 is nogmaals wanneer het dan in het belang van een kind is als het in detentie wordt geplaatst. Ik weet dat D66 dit ook liever niet wil, maar het staat zo meteen wel heel duidelijk op papier.
De heer Griffioen (D66):
U zegt dat wij dat "liever niet zouden willen". Dat gaat wat D66 betreft wel wat verder; eigenlijk willen we dat het helemaal niet gebeurt. Maar gegeven de voorliggende wet kunnen we het niet honderd procent uitsluiten. We hopen dus echt heel serieus dat het nooit gaat gebeuren, maar dat kunnen we nu niet uitsluiten.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Perin.
Mevrouw Perin-Gopie (Volt):
Tot slot. Dan hoop ik toch echt dat D66 zich realiseert dat als zij voor deze wet stemt en deze wet wordt aangenomen, we die mogelijkheid wel gecreëerd hebben. Dan kunnen we er wel op vertrouwen dat deze minister zegt dat hij dat niet zal doen — ik mag hopen dat hij dat zo meteen ook gaat toezeggen — maar zo kan elk van zijn opvolgers kinderen alsnog in detentie plaatsen, omdat dat nu eenmaal in die wet staat.
De heer Griffioen (D66):
Dat realiseren wij ons terdege.
Mevrouw Thijssen i (GroenLinks-PvdA):
Ik had eigenlijk verwacht dat er nog wel het een en ander gezegd zou worden over de uitvoerbaarheid. Kan daar iets meer over gezegd worden? Er zijn veel uitvoeringstoetsen uitgevoerd en die geven best een zorgwekkend beeld. Dat geldt ook voor de brief die wij op 22 april kregen. Daarin komt echt het beeld naar voren dat de uitvoerende organisaties hier over drieënhalve week eigenlijk nog niet helemaal klaar voor zijn. Hoe kijkt uw partij daartegenaan? Wat is uw oordeel daarover?
De heer Griffioen (D66):
Laten we even teruggaan in de tijd. Een kabinet-Rutte is gevallen op asiel, op nareizigers, op het aantal. Het kabinet-Schoof is ook gevallen op asiel. Er zit nog maar kort een nieuw kabinet. We hebben een aantal weken geleden gestemd over een novelle, een tweestatusstelselwet en een noodmaatregelenwet, en maar één wet heeft het gehaald. En nu is er Europa: Europa komt met een begin van harmonisatie, een begin van grenscontrole, een begin van meer eenvoudige procedures, ook voor de IND, en een verwachting van minder lange doorlooptijden en meer duidelijkheid voor vluchtelingen. Dat is een start. Ik ben het helemaal met collega Van Toorenburg eens dat er nog heel veel moet gebeuren en dat er een heleboel dingen fout zullen gaan de komende jaren. Dan zullen we zeggen: dit hebben we hier allemaal al gezegd; het komt allemaal uit. Maar we moeten ergens starten.
Heel het land — volgens mij geldt dat ook voor alle politieke partijen — wil grip op migratie. Dat is helaas ook een kreet geworden. We zien wat er in de maatschappij gebeurt. Elke dag zijn er nu protesten in Loosdrecht. De vraag is of de Kindervierdaagse daar wel door kan gaan. Eigenlijk is het erg dat we daarover moeten nadenken. Het is dus belangrijk dát we starten. Het feit dat er een aantal elementen in zitten die niet fijn zijn, die we niet graag willen, moeten we helaas maar op de koop toe nemen, omdat we tot nu toe niet in staat zijn geweest om het te regelen zoals we het eigenlijk graag hadden willen regelen volgens de regels van onze rechtsstaat, zoals de heren Van Gasteren en Van Zanten hier ook naar voren hebben gebracht.
Mevrouw Thijssen (GroenLinks-PvdA):
U noemde het woord "grip" in de zin van "grip op migratie". Ik doelde meer op "grip op de uitvoering". Straks wordt alles geïmplementeerd, maar de uitvoerende organisaties lijken nog niet helemaal klaar te zijn. Ik zoek een beetje naar instrumenten waarmee wij toch nog gewoon puur in de uitvoeringspraktijk kunnen bijsturen, mocht dat mogelijk zijn. Misschien verbaast het volgende u, gezien het debatje dat mevrouw Van Toorenburg en ik net hadden. U heeft me namelijk enorm geïnspireerd, mevrouw Van Toorenburg. Ik heb namelijk goed geluisterd bij het debat vier weken terug. Toen had u het over een invoeringstoets. Toen dacht ik: is een invoeringstoets voor ons allemaal niet een heel goed instrument om voor de komende jaren de vinger aan de pols te houden in de uitvoering, voordat er een echte evaluatie gaat plaatsvinden? Zo kan er nog bijgestuurd worden. Hoe kijkt u daartegenaan?
De heer Griffioen (D66):
Dat zou op zich een goede suggestie kunnen zijn, maar de minister heeft in de Tweede Kamer en in het vorige debat dat we hier over asiel hebben gehad ook toezeggingen gedaan. De vraag is hoe dat zich allemaal tot elkaar verhoudt en of dat allemaal passend is. In die zin ben ik het met u eens, maar het moet wel passen binnen alle toezeggingen die al gedaan zijn. Misschien is dat te combineren, dus het zou best een suggestie kunnen zijn.
De heer Nicolaï i (PvdD):
Ik hoor de heer Griffioen namens D66 zeggen dat we toch een keer aan de slag moeten. Daar kan ik me wel iets bij voorstellen, maar als je aan de slag gaat, moet je dingen kunnen doen. Dan moet je geld hebben om dat te doen. Is D66 het volgende met mijn fractie eens? Als de Raad voor de rechtspraak heeft becijferd wat voor extra werk er allemaal komt en wat dat financieel zou betekenen, dan kan het niet zo zijn dat een minister zegt "we gaan kijken of we dat kunnen verzachten", maar dan moet ook duidelijk zijn dat er voldoende budget is voor alles wat er nu gestart gaat worden. De heer Van Gasteren heeft het nog verder getrokken en er een enorme rekenpartij op losgelaten. De minister heeft dat tot op heden niet gedaan. Dat staat op dit moment voor ons. Is D66 bereid om te zeggen dat daar dan ook budget voor moet komen?
De heer Griffioen (D66):
De fractie van de Eerste Kamer gaat niet over het budget van de regering en de budgetten van de ministers. Ik kan me wel voorstellen dat het heel veel geld gaat besparen als deze regering, en zeker deze minister, in staat is om het aantal noodopvanglocaties drastisch te beperken en over te gaan op azc's. Dan zou je misschien ook een deel van het geld kunnen overhevelen naar de procedures, de rechtspraak en het versterken van de IND. Ik zie er dus wel een mogelijkheid in.
De heer Nicolaï (PvdD):
Dat is mijn vraag niet. Als je hier wat verdient, dan kan je dat misschien daar weer uitgeven. Even los daarvan gaat het om het volgende. Hoort D66, als fatsoenlijke partij, en vooral de Eerste Kamerfractie, die naar de uitvoerbaarheid moet kijken, niet te zeggen "het moet duidelijk zijn dat de middelen aanwezig zijn om die enorme taken die er komen wanneer dit pakket in werking treedt, te kunnen uitvoeren"? En staat zij daar dan ook voor?
De heer Griffioen (D66):
Het is de vraag of u de fractie van D66 kunt voorhouden dat die dat zou moeten doen. Als je een besluit neemt om deze wetten te implementeren, met alle ingewikkeldheden en alle uitvoeringsproblemen die er nog komen, moet er uiteraard voldoende financiering komen om die uitvoering op een goede manier te ondersteunen. Daarnaast komen er per jaar 140 rechters bij en gaan er 115 met pensioen. Dat weet u heel goed. Per saldo komen er 25 rechters bij. Dat is onvoldoende om de juridisering en alle rechtszaken bij te houden, zeker op het gebied van asiel en andere familiezaken. Er ligt een heel groot probleem, dus natuurlijk moet er voldoende geld komen.
De heer Nicolaï (PvdD):
Ik heb in het betoog van de heer Griffioen niets gehoord over de vraag of de fractie zich al gebogen heeft over de uitvoeringslasten. Is het voor de fractie duidelijk dat de uitvoering zorgvuldig zal kunnen gebeuren?
De heer Griffioen (D66):
U kunt ervan uitgaan dat wij daar sterk op zullen proberen te sturen.
De heer Dessing i (FVD):
Dit laatste antwoord sluit goed aan op een vraag die ik aan de heer Griffioen wil stellen. Hij zegt: we gaan kijken of het allemaal uitvoerbaar is. Ik merk heel veel vragen over de uitvoerbaarheid en ik bemerk heel veel onzekerheid bij D66 over de vraag of de uitvoerbaarheid wel gegarandeerd is. Ik hoor de heer Griffioen zeggen: we moeten ergens beginnen. Maar dan begrijp ik niet waarom de fractie van D66 de Nederlandse asielwetten een paar weken geleden heeft weggestemd. Dan had je ergens kunnen beginnen en als Nederland het heft in eigen hand kunnen houden wat betreft asielmigratie. Waarom heeft D66 toen niet voorgestemd als er nu twijfels zijn en we nu onze hoop vestigen op een Europese wet? Hoe rijmt dat zich met elkaar?
De heer Griffioen (D66):
Ik draai het even om, meneer Dessing. Ik zei net dat er twee regeringen op asiel zijn gevallen en dat één asielwet het enkele weken geleden niet gehaald heeft. In Nederland zijn we in de afgelopen jaren niet heel ver gekomen. Ik heb juist gezegd dat het goed is dat er een pact is, omdat we dan echt kunnen beginnen met een stukje harmonisatie. Daarin redt Europa ons, en ook Forum. U bent tegen Europa, maar dit is wel een start waarmee wij verder kunnen en waarmee wij het op onderdelen strenger doen dan Europa voorschrijft. Het is dus een goede start. Natuurlijk zijn er allerlei uitvoeringsproblemen, maar dat speelt bij heel veel wetgeving en dus ook bij deze.
De heer Dessing (FVD):
Met alle respect, het is toch geen antwoord op mijn vraag. De sleutel lag namelijk een paar weken geleden juist bij D66, dat door voor de asielwetten in Nederland te stemmen juist die stap had kunnen maken, hoe streng of hoe hardvochtig je dat dan ook vindt. Maar als ik D66 hoor zeggen "we moeten ergens beginnen", dan was dat toch het moment om daarmee te kunnen beginnen? Dan is dat toch geen reden om de wet toen te hebben weggestemd en te zeggen: we wachten wel af wat er uit Europa komt? Dat blijkt dus niet goed te zijn.
De heer Griffioen (D66):
U weet net zo goed als ik dat 60% van die strenge regels die in de Asielnoodmaatregelenwet zaten eigenlijk al in deze Implementatiewet zitten. Die zijn dus niet helemaal weg. We doen het eigenlijk weer opnieuw. We hebben de zekerheid dat met dit pact … Over dat pact stemmen we niet; dat wordt ingevoerd op 12 juni. We stemmen over de Implementatiewet, waarmee we als Nederland een aantal strengere maatregelen nemen, die ook in de Asielnoodmaatregelenwet stonden. Dus eigenlijk is er helemaal geen man overboord.
De voorzitter:
Meneer Dessing, tot slot.
De heer Dessing (FVD):
Ik probeer het voor de laatste keer. Dan had de fractie van D66 dus een paar weken geleden voor die wet kunnen stemmen.
De heer Griffioen (D66):
Ik hoor geen vraag, voorzitter.
De voorzitter:
Nee, dus vervolgt u uw betoog.
De heer Griffioen (D66):
Nog even kort. De meerderheid van de burgers verdient het dat ernaar geluisterd wordt, niet de relschoppers die intimideren, vernielen en geweld plegen tegen vluchtelingen, politie, brandweermannen, volksvertegenwoordigers en burgemeesters. Laten we erop vertrouwen dat de spankracht van de samenleving groot is en dat er grenzen zijn aan wat de samenleving aankan, maar dat we daar met elkaar over praten, met woorden en niet met vuurwerk en stenen, en democratische besluiten respecteren. Dat maakt Nederland sterk.
De heer Van Hattem i (PVV):
De heer Griffioen van D66 haalt heel de tijd één onderzoekje aan met een gekleurde vraagstelling, waar schijnbaar uit naar voren is gekomen dat er een meerderheid zou zijn voor asielopvang, maar ik kan er jarenlang aan tig andere onderzoeken tegenoverstellen, waaruit blijkt dat een meerderheid van de Nederlandse kiezers juist zegt: we moeten immigratie beperken en we moeten juist minder asielzoekers opvangen. Is de heer Griffioen van D66, als hij dan toch naar die onderzoeken verwijst, bereid om die uitkomsten ook te ondersteunen?
De heer Griffioen (D66):
Ja, hoor. Uit alle onderzoeken blijkt ook dat we in Nederland een grens bereikt hebben aan wat we aankunnen en dat er iets moet gebeuren. De minister maakte in zijn eerste opmerking na het debat over de Asielnoodmaatregelenwet de opmerking over de spankracht van Nederland. Dat is een heel belangrijke vraag: wat kunnen we aan met z'n allen, wat kunnen we oplossen met z'n allen en wat kunnen we niet oplossen met z'n allen? Maar het is niet zo dat de grote meerderheid tegen opvang is; dat is niet zo. Ik ga me dus niet verschuilen achter het percentage van die onderzoeken. Wel heeft de VNG recent een vrij groot onderzoek gedaan waaruit blijkt dat 60% de overlast eigenlijk wel vindt meevallen. Ik ga met u dus niet debatteren over percentages voor of tegen; dat heeft, denk ik, nu geen zin.
De heer Van Hattem (PVV):
Dat is zo out of the blue weinig zinvol, want het ligt natuurlijk ook aan de vraagstelling die bij zo'n onderzoek gepleegd wordt. Die vraagstelling kan, zoals ik net al zei, heel gekleurd zijn. Daar kan al een bepaalde bias in zitten. Dan kun je inderdaad tot bepaalde uitkomsten komen. Ik vond het echter wel belangrijk dat de heer Griffioen net aangaf dat het eigenlijk wel duidelijk is dat Nederland aan de taks zit van wat Nederland aankan, om het maar even in mijn eigen woorden te zeggen. Tegelijkertijd hoorde ik net in het betoog van de heer Griffioen van D66 dat hij zei: sommige maatregelen moeten we heláás nemen. Hij vroeg de minister ook allerlei zaken nog te bevestigen, waarbij allerlei uitzonderingen worden gemaakt. Dan hoor ik toch graag van de heer Griffioen wat dit betekent voor D66. Is dit een afzwakking van de uitwerking van het Asiel- en Migratiepact? Gaat dit betekenen dat de grip op migratie met de eisen die zojuist werden gesteld door de heer Griffioen juist zwakker gaat worden?
De heer Griffioen (D66):
We hebben het pact. Het pact wordt geïmplementeerd op 12 juni. In Nederland heeft de regering besloten om daar extra maatregelen op te zetten. Die liggen nu voor. Het wordt dus wel strenger dan het pact; dat is een feit.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Van Hattem.
De heer Van Hattem (PVV):
Tot slot. Dat is inderdaad nog door het vorige kabinet ingestoken, maar ik hoorde de heer Griffioen in zijn betoog de minister ook expliciet vragen om voor bepaalde gevallen toch weer wat uitzonderingen te maken. Ik vat dat even heel kort samen. Ik neem aan dat de heer Griffioen dat kan beamen. Wat betekent dat dan? Betekent dit dan niet dat door al die uitzonderingen de strengere maatregelen die uit het pact voortkomen, weer worden afgezwakt? Wordt de uitvoering van het pact niet afgezwakt ten aanzien van die strengere maatregelen nu dit kabinet, waarin D66 de grootste partij is en de dienst uitmaakt, deze uitvoering vorm moet gaan geven?
De heer Griffioen (D66):
Ik heb om geen enkele afzwakking gevraagd. Ik heb wel heel nadrukkelijk gepleit voor een zeer beperkte toepassing van het mogelijk in detentie nemen van kinderen, in de hoop dat dit niet gebeurt. Dat heb ik meerdere keren gezegd. We zetten niet in op afzwakkingen.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Griffioen (D66):
Voorzitter. De laatste zin is dat ik alles overwegende mijn fractie zal adviseren om voor deze wet te stemmen.
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Van Rooijen van 50PLUS.