De minister van Asiel en Migratie zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Huizinga-Heringa (ChristenUnie), toe om voor de zomer van 2026 een nieuw wetsvoorstel over de afname en verwerking van biometrische gegevens van vreemdelingen met een horizonbepaling bij de Tweede Kamer in te dienen, waarbij de geuite zorgen van de Raad van State en de Autoriteit Persoonsgegevens worden meegenomen.
| Nummer | T04144 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 24 februari 2026 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Asiel en Migratie |
| Kamerleden | J.C. Huizinga-Heringa (ChristenUnie) |
| Commissie | commissie voor Immigratie & Asiel / JBZ-Raad (I&A/JBZ) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | biometrische gegevens horizonbepalingen |
| Kamerstukken | Wet bestendiging bevoegdheden biometrische gegevens vreemdelingen (36.859) |
Handelingen I 2025/2026, nr. 18, item 9 , p. *
Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):
(…)
Daarnaast heeft mijn fractie nog enkele inhoudelijke vragen. Er is enige overlap met eerdere sprekers, maar laat ik de vragen toch maar opnieuw stellen namens mijn fractie. Zowel de Raad van State als de Autoriteit Persoonsgegevens heeft kritische opmerkingen geplaatst bij dit wetsvoorstel. De Autoriteit Persoonsgegevens meent dat een voortzetting van deze wetgeving, gegeven de huidige omstandigheden, strijdig is met het hogere recht. Kan de minister toelichten waarom er bij de totstandkoming van dit wetsvoorstel voor is gekozen om de horizonbepaling uit de wet te halen in plaats van om die opnieuw te verlengen? Kan de minister toezeggen dat hij in het komende wetsvoorstel rekening zal houden met de zorgen van zowel de Raad van State als de Autoriteit Persoonsgegevens en dat hij zich uitgebreider zal verhouden tot de noodzaak om een database met biometrische gegevens te laten bestaan? Kan de minister toezeggen dat hij daarbij ook zal ingaan op de verhouding tot het Europees recht en dat hij daarbij onderscheid zal maken tussen situaties waarvoor de Europese wetgever al uitputtende regels heeft vastgelegd, situaties waarvoor de Europese wetgever nog geen regels heeft gesteld en situaties waarvoor de Europese wetgever heeft voorzien in beperktere mogelijkheden voor het verwerken van biometrische gegevens?
Handelingen I 2025/2026, nr. 18, item 9 , p. *
Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):
(…)
Mijn fractie begrijpt dat het eerder de bedoeling was dat de Tweede Kamer over deze wet zou debatteren. Op het laatste moment is over het wetsvoorstel gestemd zonder dat er een debat heeft plaatsgevonden. Naar mijn fractie begrijpt hangt dit samen met de informele toezegging dat er zo spoedig mogelijk een nieuw wetsvoorstel met een nieuwe horizonbepaling aan de Kamer zal worden toegezonden. Voor mijn fractie is een informele toezegging zonder deadline niet voldoende. Wij hebben behoefte aan een duidelijke en harde toezegging. Op welke termijn kunnen we een nieuw wetsvoorstel met horizonbepaling verwachten? Wat ons betreft gebeurt dat het liefst nog voor het zomerreces. Kan de minister dat toezeggen?
Handelingen I 2025/2026, nr. 18, item 9 , p. *
Minister Van den Brink:(…)
Dat neemt echter niet weg dat uw kritiek op het proces terecht is. Ik deel dan ook de wens om deze materie met een langere procedure opnieuw met u te bespreken. Gedane zaken nemen geen keer, maar ik kan u wel toezeggen dat ik bij u terugkom met een nieuw wetsvoorstel, waarmee de nationale bevoegdheid om biometrische gegevens van vreemdelingen af te nemen en te verwerken weer een tijdelijk karakter krijgt. Dat is dus niet een toezegging achter de schermen, maar een toezegging voor de schermen van mij als minister, hier in de plenaire zaal van de Eerste Kamer. Dat wetsvoorstel zal ik uiteraard zo snel mogelijk indienen. Ik ben bang dat dat dus mijn eerste wetsvoorstel gaat worden. Nadat mijn eerste keer hier, nu, hierover gaat, zal ook mijn eerste eigen wetsvoorstel hierover gaan. Hopelijk volgen er ook nog wat betere voorstellen dan deze. Mijn inzet is om het nog voor de zomer bij de Tweede Kamer in te dienen.
Handelingen I 2025/2026, nr. 18, item 9 , p. *
Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):
(…)
Kan de minister toezeggen dat hij in het komende wetsvoorstel rekening zal houden met de zorgen van zowel de Raad van State als de Autoriteit Persoonsgegevens en dat hij zich uitgebreider zal verhouden tot de noodzaak om een database met biometrische gegevens te laten bestaan? Kan de minister toezeggen dat hij daarbij ook zal ingaan op de verhouding tot het Europees recht en dat hij daarbij onderscheid zal maken tussen situaties waarvoor de Europese wetgever al uitputtende regels heeft vastgelegd, situaties waarvoor de Europese wetgever nog geen regels heeft gesteld en situaties waarvoor de Europese wetgever heeft voorzien in beperktere mogelijkheden voor het verwerken van biometrische gegevens?
Handelingen I 2025/2026, nr. 18, item 9 , p. *
Minister Van den Brink:
(…)
Mevrouw Huizinga van de ChristenUnie heeft gevraagd of we kunnen toezeggen dat we in het komende wetsvoorstel uitgebreider zullen ingaan op de zorgen van de Raad van State en de Autoriteit Persoonsgegevens. Zij wil dat die noodzaak duidelijker naar voren wordt gebracht. Dat kan ik zeker toezeggen. In de toelichting bij het nieuwe wetsvoorstel zal ik ingaan op de zorgen die in het wetgevingstraject zijn geuit, onder meer door de Raad van State en de Autoriteit Persoonsgegevens. Ook zal ik daarin nader ingaan op de noodzaak van een nationaal bestand van biometrische gegevens van vreemdelingen en de verhouding daarvan tot de Europese verordening met betrekking tot biometrische gegevens.
Handelingen I 2025/2026, nr. 18, item 9 , p. *
De heer Dittrich (D66):
Dank, voorzitter. Dank aan de minister. Ik moet zeggen dat dit niet een debat is dat mijn fractie, D66, geruststelt. De minister heeft gezegd dat een situatie die qua uitvoering onrechtmatig is in Q2 wordt gerepareerd. Op de vraag van mevrouw Karimi of het in strijd met de wet handelen nu is gestopt, heb ik geen helder antwoord gehoord. Ik ben dan ook benieuwd hoe zich dat vertaalt, mocht er een rechtszaak worden aangespannen. Maar goed, dat zullen we zien.
Wat ik wel goed vind, is dat de minister duidelijk heeft gezegd: ik zeg toe dat er voor de zomer een wetsvoorstel met een horizonbepaling zal worden ingediend bij de Tweede Kamer. Daar wil ik graag de toezegging bij hebben dat daar ook een uitvoerbaarheidstoets bij zit. Daar hebben wij in de Eerste Kamer ook een motie over aangenomen waarin staat dat bij al dit soort wetten de uitvoeringsinstanties expliciet moeten zeggen: wij kunnen dit goed uitvoeren.
Handelingen I 2025/2026, nr. 18, item 9 , p. *
Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Wij zijn blij met de toezegging van de minister om nog voor het zomerreces te komen met een nieuw wetsvoorstel met een horizonbepaling, waarin hij ook rekening zal houden met de zorgen van de Raad van State en de Autoriteit Persoonsgegevens.
Handelingen I 2025/2026, nr. 18, item 9 , p. *
Minister Van den Brink:
(…)
De heer Dittrich vraagt of ik kan toezeggen dat er bij het nieuwe wetsvoorstel een uitvoerbaarheidstoets wordt gedaan. Dat kan ik zeker toezeggen. De IND zal daar graag op ingaan. Dit is nu namelijk ook al een belangrijk onderdeel van het identificatieproces. We doen daar voor de nieuwe wet graag een toets op.
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2025/2026, nr. 18, item 9
-
11 maart 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van A&M over de planning van wetgevingsprocedures op het gebied van asiel en migratie
Voor kennisgeving aangenomen op 24 maart 2026.
EK 36.859 / 36.332 / 36.871, D
-
-
24 februari 2026
toezegging gedaan