Verslag van de vergadering van 16 juni 2026 (2025/2026 nr. 34)
Status: gecorrigeerd
Aanvang: 15.41 uur
Mevrouw Van Toorenburg i (CDA):
O, wat is de verleiding groot om ook uitvoerig te spreken over het tamelijk bijzondere proces dat aan deze begrotingsbehandeling voorafging, maar ik denk dat de minister ook zonder onze recensie zijn eigen beeld wel kan vormen. In de interrupties is er ook al het een en ander over gezegd.
Maar we willen wel terugkijken naar de begrotingsbehandeling van vorig jaar, waarin de motie-Huizinga-Heringa is aangenomen met onze steun. Dienaangaande schrijft de minister namelijk eerst dat hij die motie niet uitvoert. Later staat in het tweede verslag te lezen dat het vorige kabinet hier al uitvoering aan heeft gegeven door het ODA-budget te koppelen aan de ontwikkelingen van het bni en dit jaarlijks bij de voorjaarsnota toe te passen op basis van ontwikkelingen van het bni tussen de laatste CPB-ramingen. Dat maakt dat de motie-Huizinga-Heringa wellicht wel is uitgevoerd, maar de minister zegt dat het niet zo zou zijn. Het is bijna een woordenspel.
De opdracht van deze Kamer was helder: wij willen stap voor stap terug naar 0,7%, in de wetenschap dat er voor direct herstel geen ruimte was en nu helaas ook nog niet is. Maar door nu vast geld uit te geven dat voor de toekomst was bedoeld, is het probleem helemaal niet opgelost. Als CDA vrezen wij zelfs dat het probleem daarmee alleen maar groter is geworden. Een aantal organisaties heeft heel erg duidelijk gemaakt dat, met de schade die was berokkend in het vorige kabinet, het nu juist belangrijk is om langjarig commitment te tonen. Door nu vast geld van de toekomst naar voren te halen zonder te benadrukken dat er stap voor stap wordt toegewerkt naar die 0,7%, wordt het alleen maar ingewikkelder om langjarige commitments aan te gaan. Deze minister moet ons vandaag echt heel duidelijk maken op welke manier hij tracht te komen tot die 0,7%. De schade is anders namelijk niet hersteld. Met de truc van het naar voren halen van geld is het alleen maar onduidelijker geworden wat dit voor de toekomst betekent. Juist een serieus ontwikkelingssamenwerkingsbeleid vraagt om langjarig commitment. Waarom hameren we daar zo op? Niet omdat we het spel van de Tweede Kamer willen herhalen. Het gaat juist om de vraag of het beleid uitvoerbaar is. Het gaat om het beleid dat deze minister ons presenteert, met de middelen die daaraan verbonden zijn. Dat is ook in de geest van artikel 90 van onze Grondwet. Daar zitten onze zorgen.
Voorzitter. Wij snappen heel goed dat je niet vandaag alles kunt oplossen wat in de vorige periode is stuk gemaakt, maar we zijn kritisch op het beeld alsof het beter is om het geld naar voren te halen. We willen graag een reflectie van de minister op dit punt.
De heer Van Apeldoorn i (SP):
Ik denk dat mevrouw Van Toorenburg van de CDA-fractie en ik het eens zijn dat het naar voren halen van het geld uiteindelijk een truc is en dat dat het probleem niet oplost. De koppeling wordt op geen enkele manier hersteld. Mogelijk kan men later in grotere problemen komen, omdat men dan met een gat zit dat weer moet worden gevuld. Het is nog maar de vraag hoe dat gaat gebeuren. Dan zullen al die maatschappelijke organisaties misschien in nog meer problemen komen dan nu het geval is. Maar als je dat politiek weegt, betekent dat dan niet dat de deal die dit kabinet, deze minister, met PRO in de Tweede Kamer heeft gesloten, eigenlijk gewoon een slechte deal is?
Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Ik geef aan dat ik me daar heel grote zorgen over maak. Het beeld is nu dat er extra middelen komen, maar die extra middelen komen uit de begroting van jaren later. Organisaties zijn nu wel blij — natuurlijk zijn zij blij met extra geld — maar zij kunnen zich vervolgens niet langjarig committeren aan bepaalde programma's. En dat is juist wat we willen met elkaar. We willen een effectief buitenlandbeleid, en niet zomaar hier en daar wat geld rondstrooien. Wij zijn daar dus kritisch op. Wij hebben gevraagd, en we vragen het vandaag opnieuw, op welke manier we stap voor stap voor stap — het kan helaas niet nu — komen tot die 0,7%.
De heer Van Apeldoorn (SP):
Dan vermoed ik dat de CDA-fractie in de Eerste Kamer, net als de VVD-fractie in de Eerste Kamer, niet op de hoogte was van deze deal of daar niet bij betrokken was. Ik vraag mij toch af hoe de CDA-fractie dit uiteindelijk politiek weegt. Er ligt nu een begroting voor. Er is een brief waarin wordt uitgelegd dat er een wijziging van de suppletoire begroting komt. Dat is dus de kasschuifoperatie. Daarover zegt mevrouw Van Toorenburg: dat is eigenlijk volstrekt onvoldoende. Wat heeft zij dan van de minister nodig om haar er toch toe te bewegen te zeggen dat deze begroting de steun van de CDA-fractie verdient? Vooralsnog heb ik van de CDA-fractie geen redenen gehoord om voor deze begroting te kunnen zijn.
Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Het leuke is dat er voor mij één hele spannende verleiding in deze nieuwe plannen zit. Dat is namelijk dat de initiatiefwet die ik destijds in de Tweede Kamer ter bespreking had, namelijk het strafbaar stellen van het verheerlijken van terroristisch geweld, hier blijkbaar in gefietst is. Hoera! Dat wordt dus wel een hele grote verleiding. Tegelijkertijd willen wij natuurlijk graag vandaag van deze minister horen …
Voorzitter. Ik blijf me ergeren aan het feit — daar kan de interruptie niets aan doen — dat we de minister niet zien als we hier staan. Deze zaal is echt vreselijk. Ik heb het vaker gezegd: ik vind het heel onbeleefd om het debat zo te voeren. Ik ga het nu dus toch nog een keer zeggen: doe iets aan die camera's, alstublieft. Maar goed, ik heb u afgeleid.
Ik wil dus graag van deze minister horen op welke manier hij gaat knokken voor die weg terug naar die 0,7%, want dat zijn wij als beschaafd land de wereld verschuldigd en het past ook bij artikel 90 van onze Grondwet. Wat ik vandaag dus graag van deze minister wil horen, is: hoe gaat hij knokken voor dat stap voor stap terugbrengen naar die 0,7%? Ik heb ook aangegeven dat ik niet gelukkig ben met de deal die nu voorligt.
De voorzitter:
Tot slot, de heer Van Apeldoorn.
De heer Van Apeldoorn (SP):
Ja, tot slot, voorzitter. Dank voor de beantwoording. Ik begrijp dat de CDA-fractie het nog in het midden laat of zij uiteindelijk voor of tegen zal stemmen, maar dat de verleiding in ieder geval is om misschien toch voor te stemmen vanwege de schaduwdeal die ervoor zal zorgen dat die wet voor de strafbaarstelling van de verheerlijking van terrorisme wel bij de Tweede Kamer wordt ingediend. Ik zal alleen maar zeggen: felicitaties richting GroenLinks-PvdA. Dat onderstreept nog eens een keer hoe deze deal tot stand is gekomen. Of we daar blij mee kunnen zijn of niet, is denk ik uiteindelijk een politieke afweging, maar de mening van de SP-fractie hierover is duidelijk.
Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Er zijn verschillende aspecten aan "een beschaafd land zijn". We begrenzen namelijk ook bepaalde verheerlijkingen. Maar laten we gewoon heel eerlijk zijn: het is natuurlijk leuk om het er af en toe hier even in te fietsen. Laten we heel eerlijk zijn: ik begrijp ook het feit dat heel veel organisaties ons zeggen "steun dit wel want er komt tenminste geld bij". Dat is dus het dilemma dat wij als CDA hebben: we zien dat er geld bij komt, maar het is eigenlijk van de toekomst geleend geld. Daarom is het dus belangrijk dat wij van de minister horen op welke manier hij stap voor stap, zoals ook in het coalitieakkoord staat, komt tot die 0,7%.
Mevrouw Moonen i (D66):
Ik hoor heel goed wat mevrouw Van Toorenburg zegt. Het spreekt me ook aan dat het een stap-voor-stapbenadering moet zijn. Ik ga daar straks in mijn betoog ook op in. Mijn vraag gaat over het volgende. U gebruikt het woord "truc", de truc van de kasschuif. Daar verzet ik me wel een beetje tegen, want kasschuiven zijn van alle tijden. Minister Schreinemacher heeft 'm ingezet, minister Ploumen heeft 'm ingezet, om de grootste noden in de wereld te kunnen lenigen, om daar betekenisvol in te kunnen zijn. Heel veel departementale begrotingen zetten 'm in. De kasschuif mag alleen worden ingezet met toestemming van de minister van Financiën. Dus het woord "truc" … Het is een heel veel voorkomend principe voor noden in het nu. Ik vond dat mevrouw Karimi er een heel goed betoog over had. Het is ook niet bedoeld als "strooigeld". Dat was een tweede woord dat u gebruikte. Zoals ook heel duidelijk blijkt uit het schrijven van de minister en ook uit het betoog van mevrouw Karimi … Ik zal daar straks in mijn eigen betoog ook op ingaan. U zei er zelf gelukkig ook iets over: over die grote noden in de wereld nu.
Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Wat het ingewikkeld maakt, is dat ik echt wil blijven bij de rol van de Eerste Kamer. De keuze "meer of minder geld" is dus eigenlijk meer voor de Tweede Kamer. Als ik dan kijk naar de doelen van dit programma, dan zie ik dat het echt, ook wat deze minister daarover heeft gezegd, ademt "laten we doen wat effectief is". Je wil een goede partner zijn. Die doelen lijken met deze deal uit het oog verloren te zijn en dat baart mij zorgen. Het is niet het feit dat er extra geld komt; dat wil ik graag. Maar we horen ook van organisaties dat ze nu helemaal geen langjarige afspraken kunnen maken. Daarom wil ik van deze minister horen hoe hij invulling gaat geven aan wat ook in het coalitieakkoord staat, namelijk stap voor stap terug naar die 0,7%. Ik wil dus eigenlijk juist een stapje terug doen en niet hetzelfde zeggen als de Tweede Kamer. Ik kijk echter naar de doelen van deze begroting, de doelen in de aanvullende brief. Dan ben ik bang dat die niet dichterbij komen met deze kasschuif.
Mevrouw Moonen (D66):
Dank voor deze toelichting. Ik begrijp nu beter wat mevrouw Van Toorenburg bedoelt. Tegelijkertijd, D66 heeft heel veel contact gehad met Oxfam Novib, Cordaid en veel organisaties die wereldwijd actief zijn, juist voor die meest kwetsbare mensen ter wereld. U heeft dit volgens mij ook gedaan. Ik heb veel positieve reacties teruggekregen — ik zal daar zo in mijn betoog nog meer van duiden — vanwege de grote noden die er nu zijn. Dat gaat echt wel over die doelen en hoe je nu betekenisvol kunt zijn in een wereld waar heel veel andere mensen de steun aan het terugtrekken zijn.
Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Dat is absoluut waar. Daarom was het ook zo schrijnend wat het vorige kabinet deed. Verschillende organisaties — u heeft het ook gelezen — hebben het de "perfect storm" genoemd. Dat raakt ons ook, alleen is dit niet echt een oplossing. En dat is een beetje het probleem.
De voorzitter:
Voordat ik de heer Schalk het woord geef: ik heb om 16.15 uur een harde pauze, omdat er daarna een aantal commissies beginnen. Ik heb nog u en twee andere sprekers. Laten we met z'n allen proberen om om 16.15 uur te schorsen. Het zou heel fijn zijn als u uw interrupties heel bondig kunt houden.
De heer Schalk i (SGP):
Ik zal het onmiddellijk voor mezelf herformuleren. Ik denk dat we het met elkaar eens zijn dat het doel is om mensen te helpen. Wat mij triggert, is het feit dat mevrouw Van Toorenburg heel eerlijk antwoord geeft op een van de vragen, namelijk dat ze wel erg verleid wordt om voor te gaan stemmen, omdat de strafbaarstelling van terrorismeverheerlijking erin gefietst is, terwijl GroenLinks-PvdA zo blij is dat de UNRWA-begroting weer zal worden hersteld. Zijn die twee doelen niet enorm strijdig met elkaar? We weten wat de UNRWA betekent.
Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Dat vind ik nou echt een thema waar de Tweede Kamer zich op stuk kan bijten. Ik denk ook dat het politieke keuzes zijn. Ik vind het niet aan ons om dat punt erbij te halen. Wij zijn daar ook heel kritisch op en de SGP weet dat. Ik kijk nu naar deze begroting en de gekozen oplossing. En omdat in deze Kamer een paar keer heel kritisch werd gezegd dat er aan de deal iets verschrikkelijks kleeft, namelijk de strafbaarstelling van het verheerlijken van terroristisch geweld, dacht ik: yes. Dan maakt iedere keer mijn hart een vreugdesprong. Andere mensen hebben voor mijn thema hebben geknokt. Beter kan je het niet hebben in de politiek.
De heer Schalk (SGP):
Dat snap ik. Ik vind het een mooie draai. Maar laat me ook heel helder zijn: we spreken vandaag over een deal, hoe je het ook wendt of keert. Je kunt het politiek noemen of niet, maar deze Kamer is een politiek orgaan. Als een onderwerp ons niet zo goed bevalt, kunnen we niet zeggen: doe dat maar in de Tweede Kamer. Het onderwerp is hier aan de orde gekomen en dus mogen we er met elkaar over spreken. Dit is juist belangrijk, omdat het onderdeel is van zo'n belangrijk wetsvoorstel waarvan we allemaal de doelen onderstrepen, namelijk dat mensen geholpen worden. Nu gebeurt het op een manier waarop we zo meteen enorm in de problemen kunnen komen. Net als ik heeft ook mevrouw Van Toorenburg voorgerekend dat we zo meteen 2 miljard nodig hebben, plus nog een keertje die 380 miljoen. Hoe krijgen we dat ooit voor elkaar? En ondertussen wordt het wel geknoopt aan een onderwerp dat we liever niet bespreken, maar dat wel onderdeel van de deal is.
Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Dat was een heel gek onderdeel van de deal. In eerste instantie werd gezegd "het gaat daar niet heen" en vervolgens gaat het daar wel heen. Dat werkt voor ons heel erg onduidelijk. Het CDA geeft vandaag aan dat wat nu voorligt, iets is wat de diverse organisaties aan de ene kant heel graag willen — het geld om hun werk te kunnen doen — en aan de andere kant geen enkel zicht biedt op de toekomst. Daarom wil ik vandaag van de minister horen hoe hij terugbouwt naar die 0,7%. Over sommige van die andere politieke dingen kan ik een vreugdedansje maken en andere zaken laat ik aan de Tweede Kamer. So be it.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Schalk (SGP):
Een laatste opmerking, die niet eens meer een vraag hoeft te zijn. Bij haar eerste inbreng bracht mevrouw Karimi dit thema al in. Dat was voordat ze erover bevraagd werd. Dat wilde ik hier heel graag even gestipuleerd hebben.
Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
En toen keken mijn collega en ik elkaar aan en dachten we: doe dat nou niet. Dat dachten wij allebei. Want het was een soort verknoping, waarvan wij dachten: ach, maak het nou niet meteen zo ingewikkeld!
Mevrouw Karimi i (GroenLinks-PvdA):
Ik ben natuurlijk blij met de inzet van het CDA om 0,7% werkelijk te realiseren. Daar knokken wij al lang voor. Ik ben ook heel blij dat u nu tegen de minister zegt dat u echt bij de volgende begroting wilt horen hoe dat gerealiseerd is. Ik hoop dat u het ook wilt zien. Mag ik mevrouw Van Toorenburg vragen wat tegenspreekt dat er dit jaar extra geld beschikbaar is, waardoor die 0,7%-systematiek van de berekening hersteld is? Dat gaat dus niet om het bedrag, maar om de systematiek van de berekening. Ten tweede zegt ze dat organisaties daardoor niet kunnen plannen. Dat is gewoon niet waar. Als organisaties geld krijgen, of het nu multilaterale of andere maatschappelijke organisaties zijn, hebben zij gewoon een beschikking voor drie, vier of vijf jaar. Er is dus al commitment aangegaan. Van noodhulp weten wij dat het altijd kortlopende toezeggingen zijn. Er worden dus gewoon een heleboel dingen aan elkaar geknoopt die niet waar zijn. Klopt dat?
Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Nee, dat klopt niet. Dat is niet waar. Wij krijgen namelijk wel van diverse organisaties te horen dat zij zich zorgen maken over het feit dat ze geen langjarig commitment kunnen aangaan, omdat het geld naar voren is getrokken. Daar maken wij ons zorgen over. Waarom ik het zo benadruk, is omdat we een beetje een halleluja-sfeer kregen. Het was alsof de begroting was gered, want er kwam geld bij. Dan denk ik: nee, dit is niet de manier waarop we dit met elkaar zouden moeten doen. Probeer ervoor te zorgen dat we stap voor stap naar die 0,7% gaan en dat organisaties niet hoeven te zeggen: beste vrienden, we hebben weer wat geld gekregen, maar dit was het geld dat we straks hadden moeten krijgen, dus een langjarig commitment kunnen we niet aangaan. Dat is onze zorg, juist omdat het kabinet in de Tweede Kamer en hier steeds aangeeft dat we een effectief buitenlandbeleid willen hebben. Dat betekent dus dat we systematischer middelen willen geven aan organisaties waaraan we ons kunnen verbinden. Het is dus niet een beetje geld hier en daar geven, maar juist dat structurele. Dat moet stap voor stap. Dat wordt door de deal van het geld naar voren halen niet dichterbij gebracht. Dat is onze visie. Ik kijk er dus anders naar. We zijn het nog niet eens.
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Ik begrijp dat mevrouw Van Toorenburg er anders naar kijkt, maar het moet toch ook feitelijk kloppen? Wij proberen niet alleen opinies te hebben en feitenvrij te debatteren, maar op basis van de feiten. Het feit dat de organisaties geen langjarig commitment kunnen aangaan, is omdat er gewoon te weinig geld beschikbaar is. Er is überhaupt te weinig geld beschikbaar. Onze vorige regering heeft meer dan 2 miljard gekort. De huidige regering bouwt daarop voort. En wereldwijd is er minder geld. Dat snap ik. Maar dat er nu extra geld beschikbaar is en dat dit nog een extra zorg is en de kwaliteit aantast, dat bestrijd ik. Ik vind dat dit feitenvrij politiek bedrijven is. Dat betreurde ik. Mevrouw Van Toorenburg is het toch met mij eens dat onze strijd erom moet gaan dat wij dit jaar die koppeling gerealiseerd hebben en dat die koppeling gewoon doorgezet wordt voor de komende jaren?
Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Laat duidelijk zijn wat ons standpunt is, maar als ik mevrouw Karimi geen gelijk geef, vind ik het jammer dat er toch een soort discussie ontstaat alsof ik feitenvrij politiek bedrijf. Nee, ik kijk naar de feiten. Er is geen extra geld gekomen. Er is geld van de toekomst naar voren gehaald, waardoor de organisaties weten dat het geld er in de toekomst in ieder geval niet meer is. Dat baart ze zorgen. Wij zeggen: zorg voor die stap voor stap. Dat hebben we met elkaar afgesproken, ook in het regeerakkoord. Het geld naar voren halen, is niet de oplossing. Dat een heleboel organisaties "pfoe, nu hebben we tenminste geld" zeggen, verleidt ons om toch voor deze wet te stemmen. Dit is dus geen oplossing. Nogmaals, dat de verheerlijking van terroristisch geweld daarmee strafbaar wordt: yes, topidee!
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Van Apeldoorn van de fractie van de SP.