Plenair Van Langen-Visbeek bij behandeling Wet versterking regie volkshuisvesting



Verslag van de vergadering van 23 juni 2026 (2025/2026 nr. 35)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 14.08 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Van Langen-Visbeek i (BBB):

Voorzitter, dank u wel. Vandaag spreken wij over de Wet versterking regie volkshuisvesting. Dat moet vandaag, aangezien vertraging van de wet kan leiden tot het mislopen van honderden miljoenen aan Europees subsidiegeld. Kan de minister ons informeren over hoe het daarmee staat?

Snelheid is wat de BBB betreft sowieso geboden. Is de minister het met ons eens dat de woningnood op dit moment de belangrijkste crisis is? Neem mijn ouders van bijna 80. Ze zijn net verhuisd naar een appartement, zodat ze hun rijtjeshuis konden verkopen aan starters op de woningmarkt. Jarenlang hebben ze moeten wachten tot er een passende seniorenwoning op de markt kwam.

Voorzitter. Onze kinderen kunnen nergens heen. Ouderen kunnen niet doorstromen naar een passende woning. De werkende middenklasse valt tussen wal en schip, omdat zij te veel verdient voor sociale huur maar te weinig voor een koopwoning. De Grondwet stelt dat bevordering van voldoende woongelegenheid een voorwerp van zorg der overheid is. De vraag die wij ons vandaag moeten stellen, is of deze wet in de praktijk echt gaat zorgen voor meer woningen of opnieuw een probleem neerlegt bij provincies en gemeenten.

De minister wil de regie hernemen. Wat betekent die regie in de praktijk? In het ontwerpbesluit wordt vastgelegd dat op regionaal, provinciaal en landelijk niveau twee derde van de nieuw te bouwen woningen betaalbaar moet zijn, waarvan 30% sociale huur. Gemeenten die op dit moment onder het landelijk gemiddelde van 25,6% sociale huur zitten, worden verplicht om bij nieuwbouw 30% sociaal te realiseren. In de wet wordt een dwingend percentage van 30% sociale huur opgelegd, maar er is nergens een percentage voor betaalbare koopwoningen. In antwoord op onze vragen hierover stelt de regering dat dit is om ruimte te houden voor lokale verschillen en maatwerk.

Voorzitter. De BBB maakt zich grote zorgen over deze starre percentages. Als gemeenten in een woningbouwregio er niet binnen een halfjaar uit zijn hoe ze deze aantallen lokaal gaan verdelen, dan kan de provincie of het Rijk ingrijpen en wordt een vaste verdeling voorgeschreven. Wat is er in dit geval mis met lokaal maatwerk? Lokale gemeenteraden weten zelf het beste wat er in hun dorp nodig is. We moeten oppassen dat de financiële haalbaarheid van projecten niet in het geding komt, waardoor er uiteindelijk minder gebouwd gaat worden. Hoe gaat de minister hier straks mee om? Graag een toezegging van de minister dat ingrijpen een laatste optie is en lokaal maatwerk het uitgangspunt blijft.

Mensen die te veel verdienen voor sociale huur, dreigen hiervan de dupe te worden. Wat gaat de regering concreet doen om marktpartijen te interesseren in de bouw van middenhuurwoningen en betaalbare koop? Wij willen de toezegging van de minister dat gemeenten de absolute vrijheid en flexibiliteit houden om, afhankelijk van hun eigen lokale woningbehoefte, prioriteit te geven aan betaalbare koopwoningen in plaats van blind te moeten varen op de 30% sociale huur die vanuit de regering wordt opgelegd. Krijgen de corporaties de vrijheid om meer te investeren in middeldure huur?

Toch ziet de BBB zeker ook voordelen in deze wet. Eindelijk wordt de zogenaamde Ladder voor duurzame verstedelijking uitgezet voor woningbouwlocaties. Dit is iets waar de BBB samen met lokale bestuurders al vanaf het begin voor strijdt. Als wethouder in Medemblik had ik jarenlang te maken met het ruimtelijk gebod dat er uitsluitend binnenstedelijk gebouwd mocht worden. Projecten liepen vast op eindeloze verantwoordingsplichten, extra onderzoeken en trage juridische procedures om aan te tonen dat buitenstedelijk bouwen echt nodig was, want we mochten niet bouwen voor de leegstand. Ik schrok dan ook toen ik deze minister dat weer hoorde zeggen tijdens het kennismakingsgesprek. De harde realiteit is dat in de regio de doorstroming stagneert, omdat de woningen gekocht worden door mensen uit de Randstad. Invoering van deze wet betekent dat een straatje erbij in onze dorpen en kleine kernen eindelijk gerealiseerd kan worden. Dit geeft plattelandsgemeenten weer de kans om te bouwen voor hun eigen jeugd, om de scholen open te houden en de leefbaarheid van de kernen op peil te houden.

Een ander punt waar de BBB heel blij mee is, is de regeling voor de mantelzorgwoningen en familiewoningen. Voor de BBB zijn noaberschap en de zorg voor eigen familie een van de pijlers van onze samenleving. Het helpt ook om de zorg betaalbaar en uitvoerbaar te houden. Het is dan ook prachtig dat het vergunningvrij bouwen van een mantelzorgwoning op het achtererf nu landelijk geregeld wordt. Nog mooier is dat deze regeling wordt uitgebreid naar familiewoningen, waardoor ook premantelzorg of opvang van volwassen kinderen mogelijk wordt op het eigen erf. Maar wat blijft ervan over in de uitvoering? We zien ingewikkelde formules voor maximale oppervlaktes, variërend van 50% bebouwing tot complexe berekeningen bij erven groter dan 300 vierkante meter, en eisen over schuine daken en maximale nokhoogtes. Is dit in de praktijk wel haalbaar? De plaatsing van vergunningsvrije mantelzorg- en familiewoningen wordt strikt beperkt tot het achtererfgebied. De regering erkent zelf dat zich in de praktijk situaties voordoen, bijvoorbeeld bij erven in het uitgestrekte landelijk gebied, waarin de plaats van een dergelijke woning op een zijerf of voorerf ruimtelijk juist passend en wenselijk kan zijn.

Voorzitter. Waarom maken we het mensen die voor hun ouders willen zorgen zo vreselijk moeilijk? Gaat de motie-Wiersma ook echt zorgen voor een verruiming? Hoe gaat de minister dat doen? En vooral: welke communicatie gaat hierover plaatsvinden met provincies en gemeenten? Krijgen we daar een terugkoppeling van? Kan de minister toezeggen dat er ondertussen ook gewerkt wordt aan de kostendelersregeling, waardoor ouders met een uitkering in geval van nood hun kinderen niet de deur hoeven te wijzen?

Voorzitter. De wet verplicht elke gemeente nu om een huisvestingsverordening met daarin een urgentieregeling vast te stellen. Veel gemeenten kiezen er nu nog bewust voor om dat niet te doen, omdat het veel werk is en te weinig toegevoegde waarde heeft. Er komt een dwingende lijst met wettelijk verplichte urgentiecategorieën, waaronder uitstromers uit instellingen, slachtoffers van huiselijk geweld en, via een aangenomen amendement, nu ook dreigend dakloze gezinnen met minderjarige kinderen. Wij steunen de intentie om kwetsbare gezinnen te helpen volledig. Gelukkig heeft de minister regels in de ontwerpregeling opgenomen om te voorkomen dat iedereen en uiteindelijk niemand urgent is.

Voorzitter. Deze wet zorgt voor een toenemende druk op de plattelandsgemeenten. De minister stelt dat het doel is om urgente doelgroepen beter te spreiden over de regio, om zo de centrumgemeenten te ontlasten. Dit betekent dus dat landelijke gemeenten en dorpen meer kwetsbare mensen met een zware zorgvraag moeten gaan opvangen. De minister erkent zelf dat de sociale en zorginfrastructuur in niet-centrumgemeenten hier niet toereikend voor zijn. We moeten kwetsbare mensen dus wel een huis geven in een klein dorp, maar creëer je geen nieuwe problemen als er geen ov, weinig politie en geen winkel is en de begeleiding, de ggz of de maatschappelijke ondersteuning lokaal ontbreekt? Deelt de minister onze zorg?

Dan is er nog de dreiging in de vorm van een terugvalpercentage. Als gemeenten niet snel genoeg regionale afspraken maken, gaat er een verplichting gelden van 15% van de vrijkomende huurwoningen voor urgenten. Hoe leggen we dit uit aan onze eigen inwoners? De voorrang voor statushouders wordt niet geschrapt, maar de lokale starter of het jonge gezin uit het eigen dorp, die al jaren op een wachtlijst staan, komen weer verder achteraan in de rij te staan. De menselijke maat moet, in de ogen van de BBB, ook gelden voor deze jongeren.

Dat brengt mij op de juridische en praktische houdbaarheid van de wetgeving. We behandelen in samenhang met deze wet ook de novelle. Deze novelle is een noodgreep, puur omdat eerdere amendementen vanuit de Tweede Kamer onuitvoerbaar, onverantwoord of zelfs ongrondwettelijk bleken. De BBB wil wetten die werken. Daarom hebben we nog enkele aandachtspunten.

We zien de vervreemding ook terug in de regels rondom de particuliere sector en het eigendomsrecht. De wet reguleert het eigendom van verhuurders en bouwers behoorlijk streng. Er komen harde, uniforme definities voor betaalbare koopwoningen en middenhuur. Voor de middenhuur wordt de maximale aanvangshuurprijs nu landelijk vastgelegd via het woningwaarderingsstelsel. Voor betaalbare koopwoningen, tot een grens van €405.000, komen er constructies waarbij de koper bij doorverkoop een fors deel van de overwaarde moet afstaan via anti-speculatiebedingen. De minister heeft dit zelfs op het nippertje moeten harmoniseren met de regels van de Belastingdienst, omdat kopers door dit gebrek aan eigendomsrecht anders geen hypotheekrenteaftrek of Nationale Hypotheek Garantie meer konden krijgen.

Dan kom ik op de instandhoudingstermijn. Particuliere huurwoningen tellen in de gemeentelijke opgave straks alleen als sociale huur mee als de particuliere verhuurder zich verplicht om deze woningen voor 25 jaar als sociale huur te verhuren aan specifieke inkomensdoelgroepen. We moeten heel erg oppassen dat we de particuliere investeerders, bouwers en pensioenfondsen niet volledig wegjagen met maximumprijzen, dwingend toewijzen en de lange instandhoudingstermijnen. Als de businesscase niet meer rond te rekenen is, gaat de bouw gewoon niet door. Net als bij de Wet betaalbare huur scoren we dan misschien op papier, maar staan de woningzoekenden met lege handen.

Uit de Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden blijkt dat deze wet vele miljoenen aan extra incidentele en structurele uitvoeringskosten met zich meebrengt. Gemeenten moeten volkshuisvestingsprogramma's opstellen, de opgave van aandachtsgroepen monitoren, regionale afspraken maken over percentages en data verzamelen over daklozen en arbeidsmigranten die soms niet eens in de systemen staan. Wie gaat die instandhoudingstermijn van 25 jaar voor particuliere sociale huur controleren? Kan de minister bevestigen dat dit de gemeenten zijn? Gaat de minister de wettelijke bewaartermijn hiervoor laten aanpassen? Wat is de sanctie hierop? Hebben de plattelandsgemeenten over tien of twintig jaar de capaciteit, de tijd en de financiële middelen om dure, jarenlange rechtszaken te gaan voeren tegen particuliere verhuurders? Zo nee, gaat het Rijk de gemeenten hierin tegemoetkomen? Kan de minister toezeggen dat ze op basis van de UDO in gesprek gaat met de VNG om al die extra kosten te vergoeden? Bovendien vragen we de minister in hoeverre het eigenlijk rechtmatig is om particuliere grondeigenaren vergaand te beperken in hun eigendomsrecht. Lopen we hiermee niet het risico dat particuliere investeerders door alle maatregelen simpelweg besluiten om helemaal niet te gaan bouwen? We zijn dan nog verder van huis.

We horen beloftes over versnelling bij de Raad van State, beroep in één instantie en een uitspraak binnen zes maanden voor woningbouwprojecten. Dat klinkt fantastisch, maar de Raad voor de rechtspraak waarschuwt zelf voor een groot tekort aan juristen en stijgende doorlooptijden. Een wettelijke termijn van zes maanden opschrijven is één, maar kan de minister ons ook toezeggen dat er tegelijkertijd wordt gewerkt aan het gebrek aan capaciteit? De vorige spreker merkte dat ook al op.

Wij zijn ook bezorgd over de woningcorporaties. Zij moeten 30% sociale huur gaan realiseren, maar kampen nu al met een tekort van 20 miljard. Als de corporaties afhaken, halen we die 30% niet. Vandaar dat wij benieuwd zijn naar de uitvoering van de net aangenomen motie over de vpb. Wilt u ons hiervan op de hoogte houden?

Ten slotte de infrastructuur. De regering wil stoppen met investeren in nieuwe infrastructuur, die hard nodig is voor heel veel woningbouwplannen. Mijn vraag aan de minister is: deelt u onze zorgen en wat gaat u hieraan doen?

Voorzitter, ik kom tot een afronding. De BBB is de partij van het doen. Wij willen bouwen, bouwen, bouwen. We steunen de onderdelen van deze wet die woningzoekenden echt helpen: de vergunningvrije mantelzorgwoningen, de familiewoningen en het definitief afschaffen van de Ladder voor duurzame verstedelijking, zodat het straatje erbij overal mogelijk wordt. We blijven strijden tegen de bureaucratie. We hebben bouwvakkers nodig, geen regisseurs. Geef het lokale bestuur het vertrouwen, zorg voor echt financiële ondersteuning en schrap de overbodige regels. Het grootste risico is niets doen. Wij zien uit naar de antwoorden van de minister op onze vragen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Hartog van de fractie van Volt.