Verslag van de vergadering van 23 juni 2026 (2025/2026 nr. 35)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 15.26 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Kanis i (D66):
Voorzitter. Als u mij af en toe een beetje hoort snuiven: dat is de hooikoorts, geen emotie.
Hoe je woont, vormt je leven. Traditioneel gezien groeien de meeste mensen in Nederland op in een ouderlijk huis. Ze vliegen uit, worden zelfstandig en belanden vaak na een korte of lange omzwerving in een huis dat voor hun eigen kinderen weer een ouderlijk huis vormt. In een goed functionerende woningmarkt is er veel vrijheid. Dat is de vrijheid om een woning te zoeken en te vinden die past bij jouw wensen en behoeften: dicht bij vrienden of familie of in de buurt van werk of studie. Maar de huidige Nederlandse woningmarkt zit muurvast. Dat heeft grote invloed op de levens van mensen, bijvoorbeeld bij jongeren die soms tot ver in hun twintiger of dertiger jaren onvrijwillig bij hun ouders blijven wonen of ouderen die geen passende woning kunnen vinden en daardoor veel te lang in een gezinswoning blijven zitten. Uit onderzoek blijkt dat steeds meer mensen belangrijke levenskeuzes uitstellen, zoals op kamers gaan, samenwonen of kinderen krijgen, omdat ze geen passende woning kunnen vinden bij hun levensfase. In die woningmarkt is er geen vrijheid, maar stress, frustratie en teleurstelling.
Het is een grote opgave voor de overheid, een opgave die we vandaag met de Wet versterking regie volkshuisvesting weer een stap in de goede richting brengen. Met kortere procedures en een beter kader voor gemeenten kan deze wet de woningbouwopgave versnellen. Daarnaast zorgen we ervoor dat er in iedere gemeente genoeg betaalbare woningen komen. Op twee punten heeft de fractie van D66 nog vragen aan de minister. Eén punt ziet op de uitvoerbaarheid van de wet en een ander ziet op de toekomstgerichtheid.
Allereerst de uitvoering. In de schriftelijke voorbereiding heeft de fractie van D66 de minister gevraagd naar de uitvoering van de motie-De Hoop/Grinwis die bij de behandeling van de novelle in de Tweede Kamer is aangenomen. Enerzijds geeft deze motie gemeenten namelijk meer duidelijkheid over hoe de verdeling verloopt van 30% in het sociale segment en 37% in het betaalbare segment. Anderzijds past dit de werkwijze in de woningbouwregio's nu gaandeweg het proces weer aan. Hoe kan de regering gemeenten ondersteunen die meer tijd en/of geld nodig hebben vanwege het herprogrammeren van lopende projecten?
Gemeenten, provincies en corporaties gaan in hun brief aan de Eerste Kamer zelfs nog een stap verder. Zij vragen in feite om nog meer regie vanuit de landelijke overheid door een eenduidige systematiek vast te leggen voor hoe de eisen rondom betaalbaarheid uitgevoerd moeten worden. Hoe kijkt de minister naar deze vraag vanuit de corporaties en medeoverheden? Deelt zij de zorgen die zij uiten over vertraging, onduidelijkheid en bestuurlijke drukte? Wat is de minister van plan om met dit signaal te doen?
Dan de toekomstgerichtheid. De fractie van D66 kijkt bij ieder besluit dat we nemen expliciet naar de effecten op de lange termijn. Bij het aanpakken van urgente problemen is dat vaak extra belangrijk, omdat we zo snel de positieve resultaten van zo'n wet willen voelen dat we de lange termijn nog weleens uit het oog verliezen. De G40, een samenwerking van 40 middelgrote en grote steden in Nederland, geeft aan zich zorgen te maken over de uitvoerbaarheid van de ministeriële regeling bij deze wet. Onderdeel van die regeling is dat gemeenten die bijvoorbeeld een grote gevangenis of jeugdzorginstelling binnen hun grenzen hebben, de verantwoordelijkheid krijgen om de mensen die uitstromen uit deze instelling, van een woning te voorzien. Dit legt een extra grote druk op de markt voor sociale huurwoningen in deze gemeenten en is vaak ook niet in het belang van de mensen die uit zo'n instelling komen. Voor hen is het namelijk vaak veel beter om terug te keren naar de plek waar zij hun vrienden en familie hebben. Als maatschappij hebben we er veel baat bij dat er gemeenten zijn die bereid zijn om dit soort instellingen te huisvesten. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat juist die gemeenten daardoor extra problemen krijgen op het gebied van volkshuisvesting. Naar de toekomst toe kunnen wij ons zelfs voorstellen dat gemeenten er wel twee keer over nadenken voordat zij toestemming geven voor de komst van zo'n nieuwe instelling.
Voorzitter. Is de minister bereid om de ministeriële regeling zo aan te passen dat zij uitvoerbaar is voor deze gemeenten, bijdraagt aan het herstel van mensen die uit de instellingen komen en ervoor zorgt dat er ook in de toekomst gemeenten blijven die hun hand opsteken als er een locatie voor een grote instelling wordt gezocht?
Voorzitter. Voordat ik tot een slot kom, kort iets over de novelle. Mijn fractie herkent zich in de algemene woorden van de heer Meijer over de terughoudendheid met amendementen. Daar hebben wij ook regelmatig gesprekken over met onze collega's in de Tweede Kamer. Bij deze novelle ging het wel een stapje verder, want het is echt kwalijk dat deze novelle nodig is en dat er in de Tweede Kamer een meerderheid is voor een amendement dat rechtstreeks indruist tegen artikel 1 van de Grondwet. Enerzijds laat deze casus maar weer eens zien hoe belangrijk een zorgvuldig wetgevingsproces is. Anderzijds laat het ook zien hoe opportunistisch stemgedrag een wet op een van de meest urgente dossiers van deze tijd meer dan een halfjaar kan vertragen.
Voorzitter, tot slot. Het is hier vanmiddag veel gegaan over de uitvoering van de wet en over de rol van gemeenten, provincies, corporaties en ontwikkelaars. Maar als wij vanavond stemmen over deze wet, dan hoop ik ook van harte dat iedereen stilstaat bij de mensen waarvoor we het doen: de student die honderden uren per jaar in de trein doorbrengt omdat hij geen kamer kan vinden, de ouders met een dertiger op zolder of het stel dat zo graag een gezin wil beginnen. Voor hen is deze wet namelijk weer een puzzelstukje in de oplossing, want hoe je woont, vormt je leven.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Wenst een van de leden nog het woord in de eerste termijn? Dat is niet het geval. Dan schors ik tot 16.00 uur.
De vergadering wordt van 15.32 uur tot 16.01 uur geschorst.