Verslag van de vergadering van 23 juni 2026 (2025/2026 nr. 35)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 18.14 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
Mevrouw Van Langen-Visbeek i (BBB):
Voorzitter. Gehoord de antwoorden van de minister zijn we tevreden met de toezegging van de minister van een gedetailleerde evaluatie van deze wet. Dank voor de uitgebreide toelichting over de uitvoering van de BBB-motie over de mantelzorgwoningen. We zijn blij dat landelijk dezelfde regels gaan gelden en dat de gemeenten ondersteund gaan worden bij de uitvoering van de huidige landelijke regeling. Maar we vinden ook dat de huidige regels ruimer kunnen en dienen een motie om deze regels bij de eerstvolgende evaluatie te verruimen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Besluit versterking regie volkshuisvesting de plaatsing van vergunningsvrije mantelzorg- en familiewoningen strikt beperkt tot het achtererfgebied;
constaterende dat de regering erkent dat zich in de praktijk situaties voordoen dat plaatsing op een zijerf of voorerf ruimtelijk zeer passend en wenselijk kan zijn;
constaterende dat er door gemeenten meer beperkende regelgeving wordt toegepast, wat de uitvoerbaarheid in de weg staat;
overwegende dat mantelzorg essentieel is voor de samenleving en niet onnodig belemmerd mag worden door complexe ruimtelijke regels;
overwegende dat eerder een motie van de BBB is aangenomen om gemeenten die die mogelijkheid hebben om een ruimere lokale regeling toe te passen, hierbij te ondersteunen;
verzoekt de minister om bij de evaluatie van de huidige regeling te bezien of verruiming mogelijk is,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Langen-Visbeek, Jaspers, Van Kesteren en Lagas.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.
Zij krijgt letter N (36512, 36881).
Ik zie een vraag van de heer Rietkerk.
De heer Rietkerk i (CDA):
Ik heb een vraag over de motie. Provincies hebben de mogelijkheid om in de verordening en in hun ruimtelijk beleid ruimte te bieden. Ik ken een provincie, waar ik zelf woon, waar dat optimaal is, Overijssel. Ik zit even te zoeken waartoe u de minister nu oproept. Als gemeenten een goed beleid hebben en goed formuleren dat er vanwege een gehandicapt kind of vanwege ouders bijgebouwd kan worden, los van de vraag of dat achter, voor of opzij gebeurt — er moet kwaliteit zijn — dan kan dat ook binnen die ruimte. Ik zit dus even te zoeken waar u ruimte voor vraagt.
Mevrouw Van Langen-Visbeek (BBB):
Nu is het zo dat, als je landelijk regels vaststelt, het meest beperkende geldt. Je kunt daar als provincie of gemeente van afwijken, maar je kunt als gemeente ook zeggen dat het achtererf of een bepaalde grootte van de tuin leidend blijft. Dan denk ik: laat het gewoon los. Zeg gewoon dat het mogelijk is, tenzij het overlast veroorzaakt of zo.
De heer Rietkerk (CDA):
Dit is mijn laatste vraag, wat mij betreft. U pleit eigenlijk voor ja-mitsbeleid in plaats van nee-tenzijbeleid. Juist de kern van de omgevingswetgeving is ja-mitsbeleid, denken wij. Ik ga de motie dus even lezen om te zien of zij daarbij aansluit of niet.
De voorzitter:
Over de motie gesproken: de motie krijgt de letter N (36512, 36881).
Mevrouw Van Langen-Visbeek (BBB):
Oké. Wij zijn tevreden met het antwoord van de minister over het geld voor de gemeenten. Het is fijn dat u op basis van de uitkomsten van de UDO in gesprek gaat met de VNG en dat u ons daarover informeert. We waren van plan om hierover een motie in te dienen, maar deze bewaren we dan voor de evaluatie, eventueel.
We zijn ook tevreden met de beantwoording van de minister over het belang van het kind. De minister heeft toegezegd in de tweede termijn terug te komen op de gelden uit het gemeentefonds voor de zorginfrastructuur in de plattelandsgemeenten. In afwachting daarvan dienen wij de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering met regionale afspraken en een wettelijk terugvalpercentage van 15% wil afdwingen dat alle gemeenten, ook in de regio, urgente en kwetsbare doelgroepen opnemen om centrumgemeenten te ontlasten;
overwegende dat plattelandsgemeenten en kleine kernen vaak niet beschikken over de benodigde intensieve sociale- en zorginfrastructuur om deze groepen, zoals uitstromers uit instellingen, op een veilige en verantwoorde manier op te vangen;
verzoekt de regering om plattelandsgemeenten niet te verplichten tot het opnemen van deze zware urgente doelgroepen, noch strafkortingen op te leggen, zolang door de Rijksoverheid niet eerst structurele middelen en capaciteit zijn geleverd om de lokale zorg-, handhavings- en politie-infrastructuur op peil te brengen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Langen-Visbeek, Jaspers, Van Kesteren en Lagas.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.
Zij krijgt letter O (36512, 36881).
Mevrouw Van Langen-Visbeek (BBB):
Dank voor uw toezegging met betrekking tot de motie aangaande de herbestedingsreserves, namelijk dat de mogelijkheden worden onderzocht en dat we worden geïnformeerd over de uitkomsten.
Ook zijn wij blij met uw toezegging over het onderzoek dat nu wordt gedaan naar de kostendelersregeling, namelijk dat ook jongeren boven de 27 worden meegenomen en dat de Kamer hierover wordt geïnformeerd.
We wilden minder kaders. Daarom twijfelen wij nog om de 30%-verplichtingen bij de gemeenten neer te leggen. Het is van groot belang dat projecten rondgerekend kunnen worden. We vinden echter ook dat de regie zo laag mogelijk moet liggen, dus dat er geen dwang moet zijn vanuit de regio of het Rijk. We wachten dus nog even af wat we ten aanzien daarvan gaan doen.
We wachten ook uw voorstel over de voorrang voor statushouders af. Op dit moment wordt onderzocht hoe u dat wil gaan doen. Wij ervaren echter wel dat de huidige voorrang betekent dat de reguliere woningzoekenden nog verder achteraan in de rij komen te staan. Dat zien wij ook als een probleem.
Afrondend. Dank voor uw uitgebreide beantwoording. Voor de rest denk ik dat ik alle punten hiermee heb besproken.
Dank u wel.
De voorzitter:
De moties die u net heeft ingediend, zijn ook medeondertekend door de heer Jaspers en mevrouw Lagas, dus niet alleen door u en de heer Van Kesteren, zoals u aangaf. Dat moet ik even melden voor het verslag. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Meijer van de VVD.