Verslag van de vergadering van 7 juli 2026 (2025/2026 nr. 39)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 9.32 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
Mevrouw Lagas i (BBB):
Voorzitter, dank u wel. Ik dacht net: ik hoef niet meer te gaan, want volgens mij zijn we het helemaal eens. Maar het helpt mij ook om wat over te slaan rondom Europa.
Hartelijk dank, voorzitter, voor het woord. Laat ik beginnen met benadrukken dat de BBB-fractie de doelstelling van dit wetsvoorstel begrijpt en onderschrijft. Iedereen verdient een eerlijke kans op bestaanszekerheid en een fatsoenlijke arbeidsrelatie. Dat zijn belangrijke uitgangspunten, die ook voor onze fractie leidend zijn. De vraag die echter voorligt, is niet of het doel wenselijk is. De vraag is of dit wetsvoorstel het juiste middel is om dat doel te bereiken. De Eerste Kamer heeft de taak om wetgeving te beoordelen op kwaliteit. Juist vanuit die verantwoordelijkheid heeft mijn fractie een aantal fundamentele vragen.
Voorzitter. Dit wetsvoorstel vloeit voort uit het arbeidsmarktpakket dat is gebaseerd op het SER-advies Zekerheid voor mensen, een wendbare economie en herstel van de samenleving. Dat pakket kent meerdere pijlers, niet alleen het vergroten van de zekerheid voor werknemers maar ook het voor werkgevers aantrekkelijk maken om mensen een vast dienstverband aan te bieden. Daar wringt wat ons betreft de schoen. Met dit wetsvoorstel worden de rechten van flexwerkers uitgebreid, schijnbaar, maar wij hebben daar onze vraagtekens bij. Nulurencontracten verdwijnen, de ketenregeling wordt aangescherpt en uitzendregels worden strenger. Dat zijn ingrijpende wijzigingen die grote gevolgen kunnen hebben voor werknemers en niet te vergeten: werkgevers kunnen daarmee een fundamenteel groter risico krijgen. Daarom vraagt mijn fractie zich af waar de maatregelen blijven die werkgevers tegemoetkomen. Waar blijft de beloofde verlichting van de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte? Waar blijven de maatregelen die het voor ondernemers daadwerkelijk aantrekkelijk maken om vaste contracten aan te bieden?
Voorzitter. Wij vinden dat de balans zoek is. Wanneer de risico's voor werkgevers toenemen zonder dat daar iets tegenover staat, ontstaat niet automatisch meer zekerheid voor de werknemer, integendeel.
Mijn collega wees daar net ook al op. Mijn fractie acht het onvoldoende aangetoond dat werkgevers op basis van deze wet daadwerkelijk meer vaste contracten aan gaan bieden. Daar is meer voor nodig. Neemt niet juist het risico toe dat tijdelijke arbeidsrelaties simpelweg niet worden verlengd en werknemers na afloop van één tijdelijk contract al op zoek moeten naar een andere werkgever? Over zekerheid gesproken. In een krappe arbeidsmarkt lijkt dat misschien overkomelijk — werk genoeg in Nederland — maar wetgeving maken we niet alleen voor tijden van economische voorspoed; wetgeving moet ook standhouden wanneer de economie afkoelt. Juist dan kunnen deze strenge regels ertoe leiden dat de zekerheid voor werknemers afneemt.
Voorzitter. Een ander punt. De regering gaat ervan uit dat door meer zekerheid automatisch de kwaliteit van het werk toeneemt. De regering doet vervolgens de aanname dat mensen daardoor meer gaan werken en uiteindelijk de personeelstekorten zullen afnemen. Mijn fractie vraagt zich af waarop die veronderstelling gebaseerd is. Is er daadwerkelijk onderzocht of mensen meer gaan werken als hun zekerheid op inkomen geregeld is? Graag een concrete reactie van de minister die verduidelijking en onderbouwing geeft. Dit zie ik in de verhouding met de toeslagen, die men dreigt te verliezen wanneer men iets meer gaat werken.
Voorzitter. De BBB-fractie onderschrijft de ambitie van brede welvaart, maar brede welvaart vraagt ook om evenwicht. Een gezonde arbeidsmarkt vraagt niet alleen om bescherming van werknemers, maar ook van ondernemers en werkgevers, die bereid en in staat zijn om mensen in dienst te nemen. Dat evenwicht zien wij in dit wetsvoorstel onvoldoende terug. Wij constateren dat de lasten voor werkgevers concreet toenemen, terwijl de eerder aangekondigde maatregelen die deze lasten zouden moeten compenseren, nog steeds ontbreken. Daarom stellen wij aan de minister de volgende vragen. Kan de minister toezeggen dat de onderdelen van het arbeidsmarktpakket die werkgevers daadwerkelijk ontlasten, met dezelfde urgentie worden uitgewerkt als de maatregelen die vandaag voorliggen? Kan de minister in dat kader duidelijkheid geven over de termijn waarop concrete voorstellen naar de Kamer zullen komen?
Voorzitter. Vandaag gaat het ook over de keuzevrijheid van werknemers. Dit wetsvoorstel gaat er impliciet van uit dat een vast contract voor iedereen de meest wenselijke situatie is. In een interruptie hebben we al een aantal voorbeelden gehoord; ik kan een heel avondvullend programma maken van voorbeelden waarbij dit absoluut niet gaat werken. Vandaag gaat het ook over de keuzevrijheid van werknemers. Dit wetsvoorstel gaat er impliciet van uit dat een vast contract voor iedereen de meest wenselijke situatie is. Is dat wel zo? Niet iedere werknemer ervaart een flexibel contract als een probleem. Er zijn studenten, seizoenswerkers, mensen die bewust kiezen voor flexibiliteit en mensen die werk willen combineren met mantelzorg — dat hebben we al eerder gehoord — met ondernemerschap of met een opleiding. De vraag is daarom of deze wet voldoende ruimte laat voor die verschillende wensen en omstandigheden. Daarnaast zijn er bepaalde sectoren waarin werknemers heel bewust voor een nulurencontract kiezen, daar wel bij varen en niet anders willen; het is al meerdere keren gezegd. De zorg is hier een voorbeeld van. Een verbod op nulurenovereenkomsten is daardoor van grote invloed op de beschikbaarheid en betaalbaarheid van onze zorg en het onderwijs; dat werd ook al genoemd. Daarbij vragen we ook aandacht voor het volgende. Hoe verhoudt deze wet zich tot de Wet aanpassing regeling dienstverlening aan huis, waarbij de budgethouder nota bene de zorgovereenkomsten moet gaan sluiten? Deze wet behandelen we 8 september. Ziet u het al voor u, zo'n nulurencontract dat niet meer bestaat voor mensen met een pgb? Dat lijkt me voor deze mensen heel erg lastig.
Daarom stel ik de volgende vraag aan de minister. Is de minister bereid het verbod op een nulurencontract te heroverwegen en een mogelijkheid te bieden hiervan af te wijken wanneer werkgevers en werknemers beiden de wens hebben dit vast te leggen in een cao? Er werd net ook al even gememoreerd dat er sectoren zijn waarin er geen cao is. Volgens mij kan de energie daar beter in gestoken worden dan in dit wetsvoorstel. Sterker nog, zij versterken elkaar wanneer de juiste balans wordt gevonden. Op dit moment zijn wij er echter niet van overtuigd dat deze wet daaraan bijdraagt, net zoals de Raad van State aangeeft. Wij zien dit als een kans voor de Stichting van de Arbeid om de noodzakelijke flexibilisering in cao's te gaan regelen in plaats van nu massaal achter deze wet te gaan staan en hele groepen werknemers buitenspel te zetten. Dit zeg ik in acht nemend de vraag van mevrouw Ramsodit; daar sloot ik me al bij aan.
Voorzitter. U zult begrijpen dat om de redenen die net allemaal genoemd zijn en waar ik me bij aangesloten heb, onder andere het verhaal van Europa van JA21, onze fractie op dit moment niet een grote voorstander is van het steunen van deze wet. We zien uit naar de beantwoording van de minister.
De voorzitter:
Dank u zeer. Een vraag van mevrouw Ramsodit.
Mevrouw Ramsodit i (GroenLinks-PvdA):
U noemde net even de Stiching van de Arbeid. Zij hebben juist vorige week laten weten dat zij zich goed in deze wet kunnen vinden en de wet steunen. Welke opmerking maakte u daar nu over? Die snapte ik niet helemaal.
Mevrouw Lagas (BBB):
Nou, dat is een ervaringsopmerking, kan ik u vertellen. Wij hebben hier in deze Kamer ooit de Wet werken waar je wilt weggestemd, die ook heel positief ontvangen was door de sociale partners. Op doorvragen en navragen bij de achterban waar de steun vandaan kwam, kwam het heel simpele antwoord: dat was het best mogelijke alternatief. Dan sluit ik weer aan bij de vragen die u allemaal gesteld heeft. Het best mogelijke alternatief. Ik denk dat we allemaal steun en rechtszekerheid voor werknemers belangrijk vinden, maar er zijn te veel losse eindjes in deze wet voor andere groepen die dit niet goed afhechten. Dus wij vinden de wet zoals die er nu ligt gewoon niet goed genoeg.
De voorzitter:
Een vervolgvraag, mevrouw Ramsodit.
Mevrouw Ramsodit (GroenLinks-PvdA):
Dit wetsvoorstel is het resultaat van een heel lang voortraject, waarbij alle stakeholders en werknemers- en werkgeversorganisaties zijn betrokken. U wil dat, ten eerste, terzijde leggen. Dat is mijn eerste vraag: wilt u dat dan terzijde leggen met uw tegenstem? De tweede vraag is de volgende. Ik vind het heel mooi dat u zegt: wij ondersteunen de rechtsbescherming voor werkenden. Maar de manier waarop u net uw bijdrage leverde, gaf mij de indruk dat u eigenlijk vindt dat bedrijfsrisico's moeten kunnen worden afgewenteld op de samenleving en de organisatie die niet hoeft te dragen. Misschien kunt u dat bevestigen of weerleggen. Dat is mijn afdronk van uw betoog.
Mevrouw Lagas (BBB):
Nou, het spijt me zeer dat dat uw afdronk is, want zo heb ik het niet willen verwoorden. Ons uitgangspunt is dat er een goede balans moet zijn voor werkgevers en werknemers. We weten drommels goed dat dat voor grote bedrijven geen enkel punt is, maar wij kijken ook naar de kleine mkb-werkgevers. Die zijn lang niet allemaal zo stevig vertegenwoordigd in dit soort overlegorganen als wij weleens vermoeden met elkaar. U zei net dat er heel lang over is onderhandeld. Daar zit 'm juist de crux. Het is vaak geen goed teken als er zo veel jaar aan iets gewerkt wordt. Ik kom nogmaals terug op die Wet werken waar je wilt. Daar is ook jaren over onderhandeld. Uiteindelijk bleek het een draak van een wet te zijn, die gelukkig ook niet doorgegaan is. Ik zit hier niet om tegen te stemmen, mevrouw Ramsodit. Wij zitten hier om ervoor te zorgen dat een wet goed is en aan alle randvoorwaarden voldoet wanneer die naar de samenleving gaat. Dat is de reactie.
Mevrouw Ramsodit (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor nog graag uw reactie op de afwentelingsvraag.
Mevrouw Lagas (BBB):
Nee, het is geen afwenteling; het is een spiegel. Ik wil 'm teruggeven. Wat betreft die afwenteling: als dat hele proces goed doorlopen was, dan waren alle vragen die u gesteld heeft ook in dit proces meegenomen. Het feit dat dat niet is meegenomen, geeft aan dat ook u eigenlijk die wet zoals die er nu ligt, niet goed genoeg vindt.
Mevrouw Ramsodit (GroenLinks-PvdA):
Dat wil ik nogmaals weerleggen …
De voorzitter:
Mevrouw Ramsodit, een moment. U hoeft nu niet met elkaar in debat te gaan. U mag nog een vraag stellen aan mevrouw Lagas als u dat wilt. Daar komt dan een kort antwoord op en dan gaan we door.
Mevrouw Ramsodit (GroenLinks-PvdA):
Ik kreeg een interpretatie over mijn standpunt te horen. Dat zou ik graag willen weerleggen door de volgende stelling. Dat mag wel, denk ik, voorzitter.
De voorzitter:
Zeker.
Mevrouw Ramsodit (GroenLinks-PvdA):
Het gaat om de betekenisgeving in de laatste fase van wetgeving. Dat is wat ik nu doe.
Mevrouw Lagas (BBB):
Dat mag, en ik vond ook dat u dat goed had voorbereid, maar ik mag ook teruggeven dat ik het betreurenswaardig vind dat alles wat u er nog uit haalde wat nog niet duidelijk genoeg is en wat nog gekaderd moet worden, niet al gekaderd is bij dat hele grote, jarenlange overleg. Waar is het misgegaan?
De voorzitter:
Dank u zeer, mevrouw Lagas, voor uw bijdrage. Ik geef graag het woord aan mevrouw Bezaan als volgende spreker van de kant van de Kamer. Ze spreekt namens de fractie van de BB…; niet van de BBB, maar van de PVV. Mevrouw Bezaan, gaat uw gang.