Dit initiatiefwetsvoorstel van het Tweede Kamerlid Martens-America (VVD) wijzigt de Politiewet 2012 in verband met het instellen van een verbod op het dragen van zichtbare uitingen van godsdienst of levensovertuiging door geüniformeerde buitengewoon opsporingsambtenaren (boa). Dit verbod geldt voor boa’s die bij hun taakuitoefening in contact met het publiek een uniform of bedrijfskleding dragen.
Met dit voorstel wordt een verbod hiervoor bij wet geregeld. De in 2022 gepubliceerde Richtlijn lifestyle-neutraliteit boa’s (TK 29.628, 1099) blijkt in de praktijk vrijblijvend en wordt niet overal nageleefd. Volgens de initiatiefnemer doen zichtbare uitingen van godsdienst of levensovertuiging bij geüniformeerde boa's afbreuk aan een neutrale uitstraling. In 2025 wilde de regering dit verbod via een algemene maatregel van bestuur regelen. De Raad van State gaf hier toen een negatief advies over, omdat voor de inbreuk op de godsdienstvrijheid (art. 6 Gw) een formele wet is vereist. Omdat de regering hier nog niet op heeft gereageerd wil de initiatiefnemer niet langer wachten en deze formele wetgeving zo snel mogelijk realiseren.
Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.
Het voorstel is in behandeling bij de Tweede Kamer.
ingediend
7 juli 2026titel
Voorstel van wet van het lid Martens-America tot wijziging van de Politiewet 2012 in verband met het instellen van een wettelijk verbod op het dragen van zichtbare uitingen van godsdienst of levensovertuiging voor geüniformeerde buitengewoon opsporingsambtenarenschriftelijke voorbereiding
ondertekening
inwerkingtreding
Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip