T04182

Toezegging Externe expertise betrekken bij vorming fiscale hervormingsagenda (36.800 IX)



De staatssecretaris van Financiën zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van Rooijen (50PLUS), toe om in lijn met de motie Van Rooijen bij de uitwerking van de hervormingsagenda voor het belastingstelsel externe expertise te betrekken voor een onafhankelijke reflectie op de gewenste richting en deze reflectie mee te nemen in de aangekondigde brief over de vereenvoudiging en hervorming van het belastingstelsel.


Kerngegevens

Nummer T04182
Status openstaand
Datum toezegging 12 mei 2026
Deadline 1 januari 2027
Verantwoordelijke(n) Staatssecretaris van Financiën
Kamerleden drs. M.J. van Rooijen (50PLUS)
Commissie commissie voor Financiën (FIN)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Onderwerpen belastinghervorming
belastingstelsels
externe commissie
Kamerstukken Begrotingsstaten Financiën en Nationale Schuld 2026 (36.800 IX)


Uit de stukken

Handelingen I 2025/2026, nr. 28, item 8, p. 3

De heer Van Rooijen (50PLUS):

(…)

Vanuit Financiën regende het sinds 2020 bouwstenen, maar dat betekent niet dat er een integrale visie kwam en tot uitvoering werd gebracht. Integendeel, ik zei het al: het bleef bij pleisters plakken. Door de bomen kun je het fiscale bos allang niet meer zien. In mijn motie heb ik dat toen als volgt toegelicht. Er is behoefte aan een integrale visie op ons gehele stelsel. Een commissie van enkele topdeskundigen zou moeten komen met wat ik een "helikoptervisie" noemde. Vervolgens kan de staatssecretaris, uiteraard samen met de ambtenaren, de uitwerking ter hand nemen. De commissie kan haar werk in korte tijd verrichten. Het gaat immers over contouren, de hoofdlijnen van ons gehele belastingstelsel: inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, btw, schenk- en erfbelasting et cetera. Het moet futureproof zijn voor de langere termijn. Onze economie is sinds 2000 grondig veranderd.

Het werk van de commissie kan snel, binnen enkele maanden. Het is een oneigenlijk argument van het ministerie dat dat twee jaar zou moeten duren. De opdracht dient uiteraard door het kabinet te worden geformuleerd. Helaas maakte de instelling van zo'n commissie geen deel uit van het regeerakkoord. De tekst over belastingen aan het eind van het akkoord was wel heel mager en niet concreet. Ik heb nog niet eerder meegemaakt dat belasting een soort aanhangsel op de laatste pagina van een regeerakkoord was. Dat zegt wel iets. Wel was duidelijk dat het kabinet zelf vindt dat het dat wel kan. 50PLUS vindt dat een heilloze weg en vraagt dus nogmaals: minister, voer de motie uit en stel de in de motie gevraagde commissie nu terstond in.

De heer Kroon (BBB):

Meneer Van Rooijen, net als u ken ik de minister al een tijdje. Ik verwacht dat de minister op uw verzoek voor een commissie teksten zal zeggen in de trant van: we hebben het heel druk en de Belastingdienst heeft al een volle agenda. Begrijp ik goed uit uw tekst dat u de minister niet oproept om morgen het stelsel te veranderen maar om een langetermijnplaatje te schetsen waarbinnen incrementele veranderingen in de toekomst passend zouden zijn?

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Ja, dat klopt. En ik vraag om dat te doen via een commissie op korte termijn die de contouren schetst. Vervolgens kan het departement de hele uitwerking doen. Er is dus geen sprake van het passeren voor korte tijd van het ministerie. Derden komen met een blauwdruk en het ministerie pakt dat op om dat verder uit te werken en tot wetgeving te brengen.

Handelingen I 2025/2026, nr. 28, item 8, p. 14

Staatssecretaris Eerenberg:

(…)

Een andere reden die we erin willen houden om vriend van de belastingbetaler te willen zijn, is dat ons stelsel natuurlijk ook beheersbaar moet blijven. De heer Van Rooijen vroeg hoe het met de hervormingen gaat. Dat is een belangrijke opgave, ook voor mij persoonlijk. We hebben een buitengewoon ingewikkeld stelsel. Dat zit op het stelsel zelf en op allerlei regelingen. Ja, we hebben de opdracht om dat te versimpelen en te vereenvoudigen. Ik kom aan het einde van het jaar ook met een brief waar echt al een agenda in staat voor de manier waarop we dat moeten doen.

Voorzitter. De heer Van Rooijen vroeg in het bijzonder hoe het dan met de externe commissie zit. De minister-president heeft dat ook gekoppeld aan die brief. Ik zie iets voor me wat eigenlijk lijkt op de suggestie die u hier in het debat deed, namelijk dat als wij toch aan die brief werken, wij natuurlijk externe experts een soort reflectie kunnen laten geven op wat er nou wijs is om te doen. U mag die externe expertise een "commissie" noemen, maar het moet wel in de tijdlijn van die brief passen; u refereerde ook aan een aantal maanden. Dan kunnen we vanuit die brief en vanuit die reflectie, ook ingegeven door een externe helikopterview, zo u wilt, volgende stappen zetten. Wat mij betreft gebeurt dat overigens nadrukkelijk op basis van heel veel rapporten die er al liggen — er ligt namelijk al veel — maar voorzien van frisse externe expertise.

Voorzitter. Dan een vraag die zowel door de heer Van Rooijen werd gesteld … Maar ik vermoed dat ik eerst nog een vraag over de commissie krijg.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Kort. Ik kom er vanwege de tijd ook in tweede termijn niet meer op terug; daarom doe ik het even per interruptie. Ik begrijp dat de staatssecretaris zegt dat hij het idee om er externen bij te betrekken op zichzelf niet zo gek vindt, maar mijn fractie trekt het breder, ook gelet op de motie die aanvaard is. Stel nou eerst met een paar kopstukken, zoals vroeger ook gebeurde, de hoofdlijnen vast en leg die dan vervolgens bij het departement neer. Daar gaat men het dan verder uitwerken. U zegt dat er aan het eind van het jaar een brief komt. Dat komt me eigenlijk goed uit, want ik had het over het binnen enkele maanden aan de slag gaan met die commissie. Als u die commissie morgen instelt, kan die in de zomer, bij wijze van spreken uiterlijk augustus, die contouren schetsen. Die contouren kunt u meenemen naar de brief die u aan het eind van het jaar zou opstellen. Is dat wellicht een oplossing?

Staatssecretaris Eerenberg:

Volgens mij zitten wij verrassend dicht bij elkaar. Ik heb u dus gezegd dat wij aan die brief werken. Onderdeel van die brief is de agenda voor de manier waarop we gaan hervormen en versimpelen. Daar moet een visie richting de toekomst in zitten, maar er moet ook sprake zijn van een pragmatische aanpak, omdat je stap voor stap en telkens weer wil zorgen voor het afbouwen van regelingen die bijvoorbeeld ondoelmatig zijn. Ik wil die brief verrijken met kennis van de door u gesuggereerde commissie. Dat is dan wel in de tijdlijn van die brief, want we moeten ook aan de slag.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Bent u bereid om die commissie snel in te stellen? Kunt u dat toezeggen? Ik wil u de namen aanreiken van mensen die dat graag willen doen.

Staatssecretaris Eerenberg:

Ik had al zo'n vermoeden dat u daar suggesties voor had, meneer Van Rooijen. Als ik het wil doen zoals ik het nu zeg, kan het niet anders dan dat ik snel moet handelen.

De heer Kroon (BBB):

Ik ben optimistisch maar toch een beetje in verwarring over de voorgaande woordenwisseling. We krijgen van de regering een brief met plannen, ideeën en een praktische uitvoeringsvolgorde. Tegelijkertijd zit daar een lakmoesproef van een commissie bij, of komt daar een brede visie bij van een onafhankelijke commissie, die samen met die brief gelezen moet worden.

Staatssecretaris Eerenberg:

Ik snap deze vraag, maar dit is eerlijk gezegd ook iets wat in mijn hoofd is ontstaan, gehoord dit debat. We waren bezig met die brief en die agenda. Ik heb goed gehoord dat er een motie ligt met daarin een goed idee, waarvoor hier ook breed draagvlak is. Ik ga die twee in elkaar proberen te schuiven zodat ze elkaar versterken. Dan lijkt het mij zinvol dat u dat uiteindelijk ook in samenhang leest. Maar als u mij nu vraagt hoe dat er precies uit gaat zien en hoe die commissie gaat werken, is mijn antwoord: het idee is 35 minuten oud.


Brondocumenten


Historie

  • 12 mei 2026
    toezegging gedaan