Regeling dienstverlening aan huis: debat samengevat



De Eerste Kamer debatteerde dinsdag 8 juni met minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over een aanpassing van dienstverlening aan huis voor houders van een persoonsgebonden budget (pgb). Dit zijn mensen die zelf zorg, hulp of ondersteuning inkopen. Met de aanpassing krijgen hun zorgverleners recht op uitkeringen zoals de Werkloosheidswet en de Ziektewet. De Kamer stemt dinsdag 22 september over het wetsvoorstel en de ingediende motie.


Parlement voor het blok

De wet is op 1 januari 2026 inwerking getreden, terwijl de behandeling in de Tweede en Eerste Kamer nog niet was afgerond. De Kamerleden waren eensgezind en niet te spreken over het proces. 'De Eerste Kamer staat voor een voldongen feit,' zei senator Ramsodit (GroenLinks-PvdA). 'Het parlement is niet serieus genomen en voor het blok gezet,' volgens senator Baumgarten (JA21). De andere woordvoerders sloten zich hierbij aan.

Minister Vijlbrief trok het boetekleed aan en zei dat het 'nooit zo had gemogen.' Hij noemde het 'een rommeltje'. Niet omdat het parlement bewust buiten spel zou zijn gezet, aldus de minister, maar omdat de uitvoering nog doorging toen het parlementaire proces langer duurde dan eerst gedacht. Vijlbrief besloot: 'Als ik dit nog een keer doe, dan moet u mij maar naar huis sturen.'


Centrale Raad van Beroep

De aanpassing van de regeling is het gevolg van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Die bepaalde dat mensen die worden ingehuurd onder de oude regeling niet dezelfde rechten hebben als werknemers in andere sectoren. Omdat vooral vrouwen werken voor pgb-houders werden zij vaker getroffen. Daarmee was er ook sprake van indirecte discriminatie oordeelde de Centrale Raad.

Vijlbrief zei daarover dat als er een arbeidsrelatie is de werknemersrechten geregeld moeten worden: 'Wat we doen is mensen die feitelijk in een arbeidsrelatie zitten, die geven we rechten. Vraag is of we dat nu goed hebben gedaan. Dat is de essentie.' Het merendeel van de woordvoerders was het ermee eens dat de regeling wordt aangepast omdat 'mensen die werken recht hebben op bescherming tegen risico's van ziekte en werkloosheid,' aldus senator Karaaslan (D66). Senator Van Apeldoorn (SP) waarschuwde er wel voor dat 'sterke werknemersrechten en goede zorg niet tegen elkaar worden uitgespeeld'. Volgens senator Bezaan (PVV) moet de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep 'vanzelfsprekend worden gerespecteerd, maar dat is iets anders dan onomkeerbare maatregelen nemen voordat het parlement heeft ingestemd.'

Meerdere Kamerleden vonden dat de minister verder was gegaan dan waar de uitspraak van de rechter over ging. Zo maakte senator Kemperman (FVD) 'bezwaar tegen de reikwijdte' van de regeling. Senator Petersen (VVD) vroeg: 'Is de complexiteit niet onnodig vergroot door ruime interpretatie van de uitspraak van de centrale raad van beroep?'


Zorgen over uitvoerbaarheid

Tot slot waren er zorgen over de uitvoerbaarheid. De Sociale Verzekeringsbank heeft de wet als onvoldoende uitvoerbaar beoordeeld. 'In hoeverre kunnen we als overheid de budgethouders blijven vragen de verantwoordelijkheid te dragen?' vroeg senator Van Wijk (BBB). Senator Schalk (SGP) sloot daarbij aan: 'De werkgeversrol wordt hiermee bij de budgethouders gelegd. Daardoor krijgen kwetsbare mensen een zware taak.'

Senator Huizinga-Heringa (ChristenUnie) voegde daaraan toe: 'Het zou zonde zijn als het flexibele informele karakter van de dienstverlening verdwijnt door dit wetsvoorstel.' Senator Bakker-Klein (CDA) vroeg tot slot of de minister kon toezeggen dat bij de evaluatie 'ook gekeken wordt naar de werkgeverslasten voor de budgethouders, en ook welk ministerie, SZW of VWS, waarvoor verantwoordelijk is.'


Motie

Er is een motie ingediend:

  • De motie-Bezaan c.s. over het vooruitlopen op parlementaire besluitvorming. De motie kreeg het advies 'Oordeel Kamer' van de minister.

Op verzoek van senator Bezaan zal eerst over de motie worden gestemd, daarna over het wetsvoorstel.

Over het wetsvoorstel

Het voorstel zorgt ervoor dat zorgverleners die uit een persoonsgebonden budget (pgb) worden betaald vanaf 1 januari 2026 recht krijgen op uitkeringen zoals de WW en de Ziektewet. Zij vielen eerst onder de Regeling dienstverlening aan huis (Rdah), waardoor ze geen recht hebben op deze werknemersverzekeringen.

Met de aanpassing wordt invulling gegeven aan de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, waarin de rechter oordeelde dat pgb-zorgverleners niet mogen worden uitgesloten van de verplichte verzekering voor de Werkloosheidswet (WW). Het uitsluiten van deze zorgverleners levert namelijk indirecte discriminatie op grond van geslacht, omdat het merendeel hiervan vrouw is.

Om dit te voorkomen vervalt met dit wetsvoorstel niet alleen de uitzondering op de verzekeringsplicht voor werknemersverzekeringen, maar wordt pgb-zorgverleners ook de volledige arbeidsrechtelijke bescherming geboden die werknemers buiten de Rdah ook ontvangen.