Plenair Bakker-Klein bij voortzetting behandeling Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis



Verslag van de vergadering van 8 september 2026 (2025/2026 nr. 40)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 19.16 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Bakker-Klein i (CDA):

Dank u wel, voorzitter. We hebben als CDA-fractie heel veel vragen gesteld. We gaan daar nu niet opnieuw op in. Laat ik vooraf heel duidelijk stellen dat onze fractie de noodzaak onderschrijft om arbeidsrechtelijke bescherming voor pgb-zorgverleners goed te regelen. Wij hebben echter grote zorgen over de gevolgen van deze wet voor de continuïteit van zorg voor mensen met een pgb. Het pgb is geen doel op zich, maar een effectief middel voor mensen met een vaak levenslange en levensbrede ondersteuningsbehoefte om mee te kunnen doen in onze samenleving. Het gaat om een bewuste keuze van mensen om zorg en ondersteuning zelf te willen regelen. Niet altijd, maar vaak is dat omdat zorg in natura in hun situatie niet passend is. Het is voor hen dan ook van levensbelang dat we hier in deze Kamer met elkaar het pgb niet om zeep helpen. Daar voelt onze fractie een grote verantwoordelijkheid voor.

Ziehier het dilemma waarvoor we ons vandaag gesteld zien. In meerdere bijdragen van collega's heb ik dat ook gehoord. Het is een waardeafweging. Natuurlijk willen we allemaal niet discrimineren. Daar is in dit wetsvoorstel ook voor gekozen. Daar staat een andere waarde tegenover. Dat is dat mensen die ondersteuning en zorg nodig hebben, die ook moeten krijgen voor hun deelname aan de samenleving. Als je voor het een kiest, moet je dus ook kijken wat de gevolgen zijn voor het ander.

Voorzitter. Voordat ik aan de inhoudelijke behandeling van dit wetsvoorstel begin, wil ik stilstaan bij het gevolgde wetgevingsproces. Hierover wil onze fractie haar grote bezorgdheid en ongenoegen uitspreken. Voor zover wij het kunnen overzien, is er nog nooit eerder een wet in uitvoering genomen die nog niet door het parlement was goedgekeurd. Het proces stemt tot bezorgdheid, omdat het in strijd is met het legaliteitsbeginsel, dat aan de basis ligt van onze democratische rechtsstaat. Als we deze kant opgaan, welke precedentwerking gaat hier dan van uit? Het gaat dan nu misschien nog over een relatief klein wetsvoorstel, maar het kan zomaar ook gebeuren in situaties waarin er nog veel meer op het spel staat. Was spoedwetgeving hier niet op zijn plaats geweest? Kan de minister hierop reflecteren?

Wat betekent het voor de rechtsbescherming van burgers als het handelen door de overheid geen wettelijke grondslag heeft, zoals in dit geval? Is het dan voldoende, zo vraag ik nu ook maar aan de minister, om dat met terugwerkende kracht te repareren? Of kunnen we de komende tijd juridische procedures verwachten?

Voorzitter. Er is ook ongenoegen omdat dit voelt als minachting voor het parlement. Kennelijk wordt ervan uitgegaan dat het wel goedkomt. We voelen ons ook voor het blok gezet. We kunnen in deze Kamer de wet nog wel verwerpen, maar dan worden we verantwoordelijk voor chaos in de uitvoering.

Voorzitter. Dat gezegd hebbend ga ik nu naar de inhoud van het wetsvoorstel. Onze fractie heeft in twee schriftelijke rondes vragen gesteld vanuit bezorgdheid over de continuïteit van zorg voor budgethouders en de uitvoerbaarheid van dit wetsvoorstel voor budgethouders. Uit de Kamerbrief die de minister van VWS in juni jongstleden naar ons heeft gestuurd, blijkt dat er nu al sprake is van problemen in de uitvoering. Sommige gemeenten compenseren de budgethouders al voor de extra kosten. Andere doen dat niet en geven ook aan dat niet te zullen doen. Weer andere wachten de uitkomsten van de behandeling van deze wet af. Zorgverzekeraars menen soms dat ze de werkgeverslasten niet mogen vergoeden. Dat wordt weliswaar door de NZa ontkracht, maar het is nog wel de praktijk.

Een ander zorgpunt is de tijdelijke compensatie die met dit wetsvoorstel wordt geregeld. Hoe kan de minister de terechte zorg van budgethouders wegnemen dat over twee jaar, waarvan er dus nu al negen maanden voorbij zijn, geen compensatie van werkgeverslasten meer wordt verstrekt? Daardoor zal het pgb-budget wederom te krap zijn om het inkomen van kwalitatief passende zorg en ondersteuning mogelijk te maken, en lopen we derhalve dus weer tegen dezelfde problematiek aan als vandaag.

Mensen die nieuw instromen, krijgen de compensatie nu al niet meer. Er zijn signalen dat zij nu al te maken krijgen met ontoereikende tarieven, zeker in gemeenten die voor het pgb het wettelijk minimumloon aanhouden. Na aftrek van werkgeverslasten is het onmogelijk om voor een bruto-uurloon van €20 inclusief vakantiegeld, vakantie-uren, compensatie, onregelmatigheidstoeslag en reiskosten een geschoolde zorgmedewerker in te huren. De minister geeft aan hierover constructief in gesprek te zijn met de VNG en de gemeenten. Maar is dit voldoende voor de uitvoering van een wet die zo fundamenteel is voor de continuïteit van zorg en ondersteuning voor de budgethouders? Kunnen er richtlijnen komen, eventueel in samenwerking met de NZa, voor minimumtarieven, die beschikbaar moeten worden gesteld om kwalitatief passende zorg in te kopen?

Voorzitter. De wet verwerpen betekent chaos in de uitvoering, geen oplossing voor noodzakelijke bescherming van werknemers en ook geen verbetering voor mensen met een pgb. De wet aannemen leidt tot het risico dat de urgentie eraf is om aanpassing van tarieven, voorwaarden en tegenstrijdige wet- en regelgeving te regelen en daarmee het pgb toekomstbestendig te maken.

In de beantwoording van onze vragen, waarvoor uiteraard onze dank, erkent de regering de problematiek en zegt ze ook voornemens te zijn een gedegen analyse van verschillende oplossingen ter hand te nemen. Ik citeer: "Het probleem van het werkgeverschap voor budgethouders reikt verder dan alleen dit wetsvoorstel. Op dit moment is er nog geen concrete oplossing voorhanden die rekening houdt met de verschillende aspecten van het werkgeverschap. Wel wil de regering toezeggen voor het eind van dit jaar te komen met de uitkomsten van een breed onderzoek en deze met het parlement te delen."

Voorzitter. Hoe kunnen we hier nu met elkaar uitkomen? De CDA-fractie zal met het wetsvoorstel kunnen instemmen als een aantal garanties wordt gegeven. Kan de minister toezeggen dat er niet alleen een onderzoek wordt gedaan, maar dat uiterlijk in december 2028 in nauwe samenwerking met de vereniging van budgethouders een werkbare aanpak is gevonden waarmee budgethouders voldoende pgb-budget hebben om kwalitatieve zorg in te kunnen kopen? In die aanpak moet dan rekening worden gehouden met de werkgeverslasten, waardoor de continuïteit van zorg gewaarborgd blijft, moet er ook helderheid bestaan over welke wet daarbij voorliggend is en welk ministerie, VWS of SZW, welke verantwoordelijkheid draagt, en moet het werkgeverschap voor budgethouders aanzienlijk zijn vereenvoudigd.

Kan de minister toezeggen dat budgethouders, als er in die periode geen oplossing wordt gevonden, niet de financiële consequenties dragen van dit wetsvoorstel, maar dat er structureel adequaat gecompenseerd wordt voor de reële kosten, dus inclusief de werkgeverslasten, van de benodigde zorg en ondersteuning?

Ik wacht de beantwoording van de minister af.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Huizinga-Heringa van de fractie van de ChristenUnie.