Plenair Baumgarten bij voortzetting behandeling Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis



Verslag van de vergadering van 8 september 2026 (2025/2026 nr. 40)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 21.31 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Baumgarten i (JA21):

Voorzitter. Allereerst dank ik de minister en zijn ambtenaren voor de antwoorden die we mochten ontvangen. Ook de excuses die de minister maakte, worden zeer gewaardeerd.

In tweede termijn wil ik nogmaals kort stilstaan bij het rechtsstatelijke punt van de verhouding tussen rechter en wetgever. Dat liep ook als rode draad door dit debat. De minister kan zeggen dat de Centrale Raad van Beroep geldend recht heeft toegepast. Dat is waar. Maar recht is geen exacte wetenschap. Recht vergt beoordeling en interpretatie. Daarmee ontstaat er ruimte voor verschil van inzicht, bijvoorbeeld tussen rechter en wetgever. De rechtsstaat draait om de scheiding der machten. Het gaat om het evenwicht der machten vanuit een gezond wantrouwen tegenover een te sterke concentratie van macht. Het is volkomen te billijken — sterker nog, het is wenselijk — dat de wetgever zich soms teweerstelt tegen de rechter, zoals de rechter zich teweerstelt tegen de wetgever. Zo werkt een gezonde rechtsstaat. Dat evenwicht vraagt vanuit dit huis om een onafhankelijke en assertieve wetgever.

In deze zaak maakte de wetgever bewust onderscheid tussen een formele en informele arbeidsrelatie. Vervolgens werd een op zichzelf volkomen sekseneutrale, informele regeling juridisch geproblematiseerd, omdat zij in de praktijk meer vrouwen dan mannen zou treffen. Daarna woog de rechter of de redenen voor het onderscheid, dat eerder door de democratisch gelegitimeerde wetgever werd gemaakt, objectief gerechtvaardigd, geschikt en noodzakelijk waren. Dat zijn open beoordelingscriteria. Dat maakt ze niet verkeerd, maar ze geven de rechter aanzienlijke ruimte om maatschappelijke belangen, die de wetgever eerder tegen elkaar heeft afgewogen, opnieuw juridisch te wegen. Wanneer open rechtsnormen de rechter veel ruimte geven om sociaal-economische en politieke afwegingen te beoordelen, kan iedere afzonderlijke uitspraak juridisch verdedigbaar zijn, terwijl het constitutionele evenwicht tussen wetgever en rechter wezenlijk verschuift. Dat vraagt om een antwoord van de wetgevende macht.

Voorzitter. Daarmee is in deze zaak slechts de helft van het verhaal verteld. Tussen de uitspraak van de rechter en eventuele doorwerking in de wet bevindt zich nog altijd de politiek, met als eindgebruiker de cliënt die gewoon zorg nodig heeft. Laten we dat niet vergeten. De uitspraak van de Centrale Raad betreft concrete uitsluiting van pgb-zorgverleners van de WW. Vervolgens heeft de regering bepaald welke verdere consequenties zij daaraan wenst te verbinden voor andere werknemersverzekeringen, dit om het spreekwoordelijke lid op de neus, zoals we dat bij het interruptiedebat hebben benoemd, bij een volgende juridische kwestie te voorkomen.

Er resteren derhalve nog twee meer filosofische vragen aan de minister. Erkent de minister dat de toepassing van open normen als noodzakelijkheid en objectieve rechtvaardiging de rechter aanzienlijke ruimte geven om belangen te wegen die tot het politieke domein behoren? Hoe weegt de minister die rechterlijke ruimte ten opzichte van een democratisch gelegitimeerde wetgever? Twee. Welke verantwoordelijkheid ziet de minister voor regeringen en parlementen om rechterlijke uitspraken te respecteren, maar tegelijkertijd de politieke afwegingsruimte van een democratische wetgever daadwerkelijk en assertiever te benutten, opdat wij niet gedwee overdadige wetgeving hoeven te stempelen naar aanleiding van rechterlijke uitspraken, die bovendien op heel veel uitvoeringsproblemen stuit?

Voorzitter. Een onafhankelijke rechter heeft geen behoefte aan een volgzame wetgever. Een gezonde rechtsstaat heeft beide nodig: een onafhankelijke rechter én een zelfbewuste democratisch gelegitimeerde wetgever. Wij, de wetgever, als vertegenwoordiger van de kiezer, hebben hier in concreto iets laten liggen. We zijn met dit wetsvoorstel afgedreven van waar het pgb als informeel instrument ooit voor bedoeld was. Daarmee is de zorg in het algemeen en die voor een kwetsbare cliënt in het bijzonder uiteindelijk niet gediend.

Voorzitter, dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Bezaan van de PVV.