De Voorzitter van de Eerste Kamer, Mei Li Vos, en de Ondervoorzitter van de Tweede Kamer, Wieke Paulusma, namen dinsdag 8 september de eerste exemplaren van het publieksrapport van het Parlementsonderzoek 2025 in ontvangst, getiteld Stemmen uit de Staten-Generaal. Het Parlementsonderzoek is een langlopend onderzoek naar opvattingen en ervaringen van de leden van de Eerste en Tweede Kamer. Een van de belangrijkste bevindingen in 2025 is dat Kamerleden veel van hun instrumenten effectief vinden, maar dat sommige ervan, zoals moties en schriftelijke vragen, in hun ogen te veel gebruikt worden.
Het publieksrapport is het resultaat van de achtste editie van dit onderzoek dat sinds 1968 met tussenpozen wordt uitgevoerd door het Instituut Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden. Voor het Parlementsonderzoek 2025 werden alle leden van de Eerste en Tweede Kamer uitgenodigd voor een vraaggesprek over het eigen functioneren en de werking van het parlement. Vanuit de Eerste Kamer namen 41 leden deel aan het onderzoek. Vanuit de Tweede Kamer 58 leden.
Rick van Well, coördinator van het Parlementsonderzoek 2025: 'Het Parlementsonderzoek geeft wetenschappers en historici waardevolle empirische gegevens, biedt huidige en toekomstige Kamerleden de mogelijkheid tot reflectie, en geeft burgers meer inzicht in het werk van hun volksvertegenwoordigers.'
Namens de Eerste Kamer nam Voorzitter Mei Li Vos het publieksrapport in ontvangst: 'De kracht van dit onderzoek is de herhaling. In de afgelopen decennia zijn honderden Eerste en Tweede Kamerleden geïnterviewd over hun werk. Dat geeft bruikbare resultaten en inzichten, voor onszelf in Nederland. En ook voor vergelijkend onderzoek tussen parlementen elders in Europa en de wereld.'
Ondervoorzitter van de Tweede Kamer, Wieke Paulusma: 'Doen we de dingen die we belangrijk vinden ook op de manier die we zelf goed vinden? Dat we dit rapport ontvangen in de Week van de Rechtsstaat, past wat mij betreft daarom mooi. Bij sterke democratische instituties hoort ook de bereidheid om kritisch naar het eigen functioneren te kijken.'