Verslag van de vergadering van 29 september 2026 (2026/2027 nr. 02)
Status: gecorrigeerd
Aanvang: 9.39 uur
De heer Nicolaï i (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Ik ga drie moties indienen. De eerste motie luidt aldus.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat artikel 8 EVRM ruimte laat voor een afweging waarin gewicht wordt toegekend aan enerzijds de belangen van omwonenden bij bescherming tegen ernstige hinder en slaapverstoring en anderzijds de publieke en economische belangen die met de exploitatie, bereikbaarheid en netwerkkwaliteit van Schiphol zijn gemoeid;
overwegende dat de minister erkent dat die afweging dient te getuigen van een "fair balance", dat een "ondergrens" geldt "dat uiteindelijk iedereen aanspraak houdt op een aanvaardbaar woon- en leefklimaat" en dat "alleen binnen deze ondergrens ruimte is voor een afweging over de verdeling van de geluidsbelasting";
overwegende dat uitvoering van het voorliggende LVB volgens gegevens van de minister kan leiden tot 30.800 ernstig slaapgestoorden en meer dan 100.000 ernstig gehinderden;
overwegende dat bij inachtneming van de door de minister bedoelde "ondergrens" het onaanvaardbaar moet worden geoordeeld dat zo veel omwonenden ernstige hinder en slaapverstoring zullen ondervinden omdat voorrang wordt gegeven aan de publieke en economische belangen die met de exploitatie, bereikbaarheid en netwerkkwaliteit van Schiphol zijn gemoeid;
overwegende dat de regering het in haar macht heeft om zulke hinder te voorkomen door maatregelen te treffen die zien op onder meer vluchtvermindering, een nachtvluchtregeling en een versneld isolatieprogramma;
verzoekt de regering door aanpassing van het LVB en versnelling van het isolatieprogramma het aantal te verwachten slaapgestoorden en ernstig gehinderden substantieel te verminderen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Nicolaï en Van Aelst-den Uijl.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.
Zij krijgt letter CI (31936).
De heer Nicolaï (PvdD):
Dan de tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de rechtbank Den Haag heeft geoordeeld dat de Staat praktische en effectieve rechtsbescherming moet bieden die toegankelijk is voor alle ernstig gehinderden en slaapverstoorden en waarbij de belangen van het individu voldoende geïndividualiseerd en gemotiveerd worden meegewogen;
constaterende dat de regering heeft bevestigd dat ernstige individuele geluidhinder of slaapverstoring op zichzelf geen grond voor handhaving vormt zolang de toepasselijke Lden- en Lnight-grenswaarden van het LVB worden nageleefd;
constaterende dat de individuele rechtsbescherming volgens de regering daarmee in hoofdzaak bestaat uit de mogelijkheid naleving van de juridisch bindende grenswaarden af te dwingen;
constaterende dat de inspecteur-generaal van de ILT in de deskundigenbijeenkomst van de Kamer over de nieuwe handhavingspunten heeft verklaard dat deze "best heel ruim zijn vastgesteld" en dat "de kans heel klein is dat deze handhavingspunten in de praktijk van invloed zijn op keuzes die daar gemaakt worden" en dat de minister in het mondeling overleg met de Kamer heeft erkend dat bij het vaststellen van de grenswaarden een ruime marge is aangehouden;
overwegende dat het enkele bestaan van juridisch handhaafbare grenswaarden nog geen praktische en effectieve rechtsbescherming oplevert indien die grenswaarden zo ruim zijn vastgesteld dat zij onder redelijkerwijs te verwachten omstandigheden nauwelijks een daadwerkelijke begrenzing van de geluidbelasting vormen of in de praktijk geen of nauwelijks aanknopingspunten voor handhaving bieden;
verzoekt de regering het ontwerp-LVB en, voor zover nodig, de daarmee samenhangende regelgeving zodanig aan te passen dat voor ernstig gehinderde en slaapverstoorde omwonenden praktische en effectieve rechtsbescherming wordt gewaarborgd die voldoet aan wat de rechtbank heeft verlangd;
verzoekt de regering daarbij ervoor zorg te dragen dat deze rechtsbescherming niet uitsluitend afhankelijk is van de overschrijding van de thans voorgestelde jaarlijkse Lden- en Lnight-grenswaarden indien deze grenswaarden in de praktijk geen of nauwelijks aanknopingspunten voor handhaving blijken te bieden, maar dat wordt voorzien in juridisch afdwingbare normen of andere concrete voorzieningen waarmee de belangen van ernstig gehinderde en slaapverstoorde omwonenden daadwerkelijk en, waar nodig, geïndividualiseerd kunnen worden beschermd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Nicolaï.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.
Zij krijgt letter CJ (31936).
De heer Nicolaï (PvdD):
De laatste motie is een procesmotie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de Evaluatie NNHS concludeert dat "omwonenden niet goed genoeg beschermd (zijn) tegen vliegtuighinder";
overwegende dat de rechtbank Den Haag op 20 maart 2024 heeft geoordeeld dat de Staat bij het Schipholbeleid geen passende belangenafweging heeft gemaakt tussen de belangen van omwonenden enerzijds en die van de luchtvaart en de luchthaven anderzijds;
overwegende dat bij de keuze tussen verschillende beschermingsscenario's inzichtelijk en controleerbaar moet worden gemaakt welk gewicht wordt toegekend aan enerzijds de belangen van omwonenden bij bescherming tegen ernstige hinder en slaapverstoring en anderzijds de publieke en economische belangen die met de exploitatie, bereikbaarheid en netwerkkwaliteit van Schiphol zijn gemoeid;
verzoekt de regering:
1. het concept-LVB te beschouwen als een tijdelijke regeling en bij vaststelling onverwijld de voorbereiding van een vervangend LVB ter hand te nemen;
2. uiterlijk 1 maart 2027 een helder en afrekenbaar beschermingsdoel voor de geluidhinder vast te stellen en aan de Kamer voor te leggen, dat niet is afgeleid van een vooraf vastgesteld aantal vliegtuigbewegingen maar grenswaarden hanteert die gericht zijn op bescherming van omwonenden, waarbij de WHO-advieswaarden als gezondheidskundige referentie worden betrokken, de actuele blootstelling-responsrelaties van het RIVM worden gebruikt en daarnaast rekening wordt gehouden met piekgeluid, frequentie van vliegtuigpassages en voldoende aaneengesloten rustperioden;
3. daarbij verschillende uitvoerbare scenario's voor dag, avond en nacht uit te werken, waaronder scenario's met een aanzienlijke vermindering van het aantal vliegtuigbewegingen en voor ieder scenario inzichtelijk te maken wat de gevolgen zijn voor enerzijds het aantal ernstig gehinderden en ernstig slaapverstoorden en anderzijds de publieke en economische belangen;
4. bij de keuze tussen de scenario's te motiveren waarom de gekozen uitkomst proportioneel is en een fair balance in de zin van artikel 8 EVRM oplevert en waarom niet voor een scenario met een hoger beschermingsniveau voor omwonenden wordt gekozen;
5. uiterlijk binnen achttien maanden na de inwerkingtreding van het concept-LVB een vervangend LVB vast te stellen dat is gebaseerd op het nieuwe beschermingsdoel en op de onder punt 3 en punt 4 bedoelde belangenafweging,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Nicolaï, Thijssen, Van Aelst-den Uijl en Van der Goot.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.
Zij krijgt letter CK (31936).
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Van Aelst. Zij spreekt namens de Fractie-Visseren-Hamakers, omdat mevrouw Visseren vastzit in het openbaar vervoer.