1.Vaststellen agenda
2.36.585
Alcoholmeter
Beslispunten
-
-Wenst de commissie het wetsvoorstel gezamenlijk in behandeling te nemen met het voorstel Wet verbetering aanpak rijden onder invloed (agendapunt 3)?
-
-Welke procedure wenst de commissie te volgen?
-
1.een datum te bepalen voor het leveren van inbreng voor een verslag;
-
2.te volstaan met een blanco verslag (geen vragen of opmerkingen, afdoen als hamerstuk of stemming);
-
3.te volstaan met een verslag onder voorbehoud van plenaire behandeling (geen schriftelijke behandeling, wel een mondelinge behandeling plenair)?
Toelichting
Dit wetsvoorstel wijzigt het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering in verband met de introductie van de alcoholmeter als controlemiddel om toezicht te houden op de naleving van een alcoholverbod. Het wetsvoorstel brengt geen wijzigingen aan in de wijze waarop wordt beslist tot oplegging van een alcoholverbod en de daaraan verbonden verplichting om mee te werken aan de controle op de naleving daarvan.
Met dit wetsvoorstel wordt het mogelijk om een alcoholmeter in te zetten voor de controle of een verdachte of veroordeelde zich aan een strafrechtelijk alcoholverbod houdt. In de huidige situatie wordt dit gecontroleerd door middel van bloed- of urineonderzoek. Controle of de betrokkene zich aan het verbod houdt door bloed- of urineonderzoek is beperkt tot bepaalde momenten en hierdoor niet altijd even betrouwbaar. Met de voorgestelde wijziging door een aanvullende mogelijkheid van toezicht met de alcoholmeter, kan het alcoholgebruik continu worden gemeten. Ook hoeft de betrokkene zich bij toepassing van de meter voor controle niet te melden bij de reclassering.
Dit wetsvoorstel is door de Tweede Kamer gezamenlijk behandeld met het voorstel Wet verbetering aanpak rijden onder invloed (36.586).
Amendementen
Er zijn geen aangenomen amendementen die door de regering zijn ontraden.
Internetconsultatie en uitvoeringstoetsen
Conform de Kamernotitie Uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en doenvermogen burgers treft u hieronder een overzicht met link naar de internetconsultatie en uitvoeringstoetsen:
-
-Geen uitvoeringstoetsen meegestuurd alleen adviezen, zie hierover paragraaf 6 (pagina 27 en verder) in de memorie van toelichting
Procedure
3.36.586
Wet verbetering aanpak rijden onder invloed
Beslispunten
-
-Wenst de commissie het wetsvoorstel gezamenlijk in behandeling te nemen met het wetsvoorstel Alcoholmeter (agendapunt 2)?
-
-Welke procedure wenst de commissie te volgen?
-
1.een datum te bepalen voor het leveren van inbreng voor een verslag;
-
2.te volstaan met een blanco verslag (geen vragen of opmerkingen, afdoen als hamerstuk of stemming);
-
3.te volstaan met een verslag onder voorbehoud van plenaire behandeling (geen schriftelijke behandeling, wel een mondelinge behandeling plenair)?
Toelichting
Dit wetsvoorstel wijzigt de Wegenverkeerswet 1994 en het Wetboek van Strafvordering in verband met het vervangen van de recidiveregeling ernstige verkeersdelicten door een pakket strafrechtelijke maatregelen. Daarnaast voert het maatregelen in die gericht zijn op een betere aanpak van rijden onder invloed.
Met dit wetsvoorstel wordt beoogd de aanpak van rijden onder invloed te verbeteren. Om dit te bereiken schrapt het voorstel de huidige recidiveregeling ernstige verkeersdelicten en vervangt dit door een aantal nieuwe maatregelen, te weten:
-
-een bevoegdheid voor de rechter om een ontzegging van de rijbevoegdheid dadelijk uitvoerbaar te verklaren;
-
-de mogelijkheid van vervangende hechtenis bij schending van een ontzegging van de rijbevoegdheid; en
-
-een bevoegdheid voor de rechter om bij oplegging van een ontzegging van de rijbevoegdheid het rijbewijs ongeldig te verklaren voor alle categorieën waarvoor het is afgegeven en voor de resterende duur van de geldigheid van dat rijbewijs.
Deze maatregelen zijn gekoppeld aan de ontzegging van de rijbevoegdheid. Dit betekent dat ze ook kunnen worden opgelegd voor andere verkeersdelicten dan rijden onder invloed. Hierbij valt onder andere te denken aan het veroorzaken van gevaar of hinder op de weg, zeer gevaarlijk rijgedrag zonder gevolgen of het verlaten van de plaats van een ongeval. De maatregelen zijn er primair op gericht om tot een betere naleving van opgelegde ontzeggingen van de rijbevoegdheid te komen. Daarnaast worden specifiek voor rijden onder invloed twee aanvullende wijzigingen voorgesteld.
Dit wetsvoorstel is door de Tweede Kamer gezamenlijk behandeld met het wetsvoorstel Alcoholmeter (36.585).
Amendementen
De Tweede Kamer heeft twee amendementen aangenomen die door de minister van J&V de appreciatie 'ontraden' hebben ontvangen. Beide amendementen hebben betrekking op de in het wetsvoorstel voorgestelde bevoegdheid voor de rechter om een ontzegging van de rijbevoegdheid dadelijk uitvoerbaar te verklaren. In het strafrecht geldt het uitgangspunt dat rechterlijke beslissingen pas ten uitvoer worden gelegd wanneer deze onherroepelijk zijn (art. 6:1:16 Sv). Het is echter mogelijk om bepaalde beslissingen dadelijk uitvoerbaar te verklaren. In dit wetsvoorstel wordt voorgesteld om dadelijke uitvoerbaarheid ook mogelijk te maken voor de rechterlijke beslissing tot oplegging van een rijontzegging.
-
-De rechter kan bij zijn uitspraak, ambtshalve of op vordering van het Openbaar Ministerie, bevelen dat de bijkomende straf dadelijk uitvoerbaar is, indien er 'ernstig rekening mee moet worden gehouden' dat de verdachte opnieuw een feit pleegt ter zake waarvan een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen kan worden opgelegd. Amendement nr. 20 regelt het schrappen van het woord ‘ernstig’ in artikel 180, tweede lid en beoogt hiermee de drempel te verlagen voor het dadelijk uitvoerbaar verklaren.
-
-De minister van J&V heeft het amendement ontraden met als reden dat de kwalificering van het woord 'ernstig' aansluit bij het criterium in andere wettelijke regelingen over dadelijke uitvoerbaarheid. Het behoud van dit woord verzekert de eenduidigheid in het rechtsyssteem, volgens de minister. Daarnaast geeft de minister aan dat rechters in hun afweging zich niet zullen laten remmen door het woord 'ernstig' en dat het belangrijk is enige terughoudendheid te betrachten bij het afwijken van het uitgangspunt dat een opgelegde straf pas uitvoerbaar is wanneer deze onherroepelijk is geworden.
-
-Het Openbaar Ministerie kan via een strafbeschikking ook een rijontzegging opleggen. Het is echter niet mogelijk voor het Openbaar Ministerie om deze rijontzegging dadelijk uitvoerbaar te verklaren. Amendement nr. 21 regelt de mogelijkheid om een rijontzegging die via een strafbeschikking is opgelegd door het Openbaar Ministerie, ook dadelijk uitvoerbaar te kunnen verklaren.
-
-De minister van J&V heeft het amendement ontraden omdat hij het niet wenselijk acht dat het Openbaar Ministerie de mogelijkheid krijgt om een bij strafbeschikking opgelegde rijontzegging dadelijk uitvoerbaar te verklaren. Dit past volgens de minister niet binnen het Nederlandse rechtssysteem: uitgangspunt is dat rechterlijke beslissingen niet uitvoerbaar zijn totdat ze onherroepelijk zijn. Het dadelijk uitvoerbaar verklaren van een opgelegde straf vormt een uitzondering hierop die is voorbehouden aan de rechter.
Internetconsultatie en uitvoeringstoetsen
Conform de Kamernotitie Uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en doenvermogen burgers treft u hieronder een overzicht met link naar de internetconsultatie en uitvoeringstoetsen:
-
-Geen uitvoeringstoetsen meegestuurd alleen adviezen, uitvoeringstoetsen worden genoemd in paragraaf 8 (pagina 22) van de memorie van toelichting.
Procedure
4.36.835
Implementatiewet herziene Europese richtlijn mensenhandel
Beslispunt
Wenst de commissie de Kamer te verzoeken ten aanzien van het wetsvoorstel 36.835, meer in het bijzonder amendement (36.835, nr. 17), een voorlichtingsaanvraag bij de Raad Van State in te dienen en/of advies te vragen aan de Autoriteit Peroonsgegevens?
Als dit niet het geval is: welke procedure wenst de commissie te volgen:
-
-een datum te bepalen voor het leveren van inbreng voor een verslag;
-
-te volstaan met een blanco verslag (geen vragen of opmerkingen, afdoen als hamerstuk of stemming);
-
-te volstaan met een verslag onder voorbehoud van plenaire behandeling (geen schriftelijke behandeling, wel een mondelinge behandeling plenair)?
Toelichting
-
-Dit wetsvoorstel implementeert de EU-Richtlijn 2024/1712 over de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers van mensenhandel. Deze wijzigt de al bestaande EU-Richtlijn 2011/36, welke is geëvalueerd door de EC. Door deze evaluatie werd duidelijk dat de oude richtlijn niet voldoende bijdraagt aan het verminderen van de vraag naar diensten van slachtoffers van mensenhandel en dat hiaten bestaan in de coördinatie van de bestrijding van mensenhandel. Tegen deze achtergrond is de herziene richtlijn tot stand gekomen.
-
-Met dit wetsvoorstel worden enkele aanpassingen in de nationale strafwetgeving doorgevoerd. Zo wordt de opsomming van vormen van uitbuiting uitgebreid met uitbuiting van draagmoederschap, uitbuiting van gedwongen huwelijken en uitbuiting van illegale adoptie. Daarnaast wordt het bereik van de strafbaarstelling van het gebruikmaken van seksuele diensten van een slachtoffer van mensenhandel verbreed tot het gebruikmaken van niet-seksuele diensten van een slachtoffer van mensenhandel. Ook is de positie van de nationale coördinatoren voor de bestrijding van mensenhandel versterkt.
-
-De richtlijn moet voor 15 juli 2026 geïmplementeerd zijn in nationale wetgeving.
-
-Op 25 september 2026 kondigde de Europese Commissie aan dat er een aanmaningsbrief is verzonden naar een aantal lidstaten, waaronder Nederland, in het kader van een inbreukprocedure. De lidstaten hebben een aantal weken om te reageren voordat de Commissie een met redenen omkleed advies stuurt.
-
-De Europese Commissie publiceerde op 16 oktober 2026 een nieuwe strategie ter bestrijding van mensenhandel. De strategie hangt samen met Richtlijn 2024/1712 en moet een aanvulling vormen op het bestaande wetgevingskader door verdere doelstellingen vast te stellen die de meest actuele uitdagingen aanpakken. De nieuwe strategie staat vermeld op de bij de mededelingen en informatie gevoegde lijst van nieuwe Europese voorstellen en mededelingen.
Amendement
-
-De Tweede Kamer heeft, ondanks ontrading door de minister van J&V, amendement nr. 17 van de leden Boomsma (JA21) en Bikker (ChristenUnie) aangenomen over het introduceren van een meld- en informatieplicht voor online platforms met seksadvertenties (TK 36.835, 17). De minister ontraadde het amendement omdat hij eerder heeft aangekondigd vóór het einde van het jaar met een plan van aanpak te komen, waarin ook de aangehouden motie van de leden Boomsma en Bikker zou worden betrokken (TK 36.835, 21). Met die motie wordt de regering verzocht een integraal actieplan tegen de seksualisering van de samenleving op te stellen, inclusief maatregelen gericht op het tegengaan van de normalisering van pornografie.
Ambtelijke verkenning mogelijkheden voorlichting Raad van State / advies Autoriteit Persoonsgegevens
-
-Op 27 oktober 2026 heeft de commissie besloten de bespreking van de procedure van onderhavig wetsvoorstel aan te houden en de griffie verzocht ambtelijk te informeren bij de Raad van State (hierna: RvS) en de Autoriteit Persoonsgegevens (hierna: AP) naar de mogelijkheden om te adviseren over voornoemd amendement. De resultaten van deze ambtelijke navraag zijn als volgt:
-
-De RvS heeft aangegeven dat zij bereid is voorlichting te geven over bij het wetsvoorstel aangenomen amendementen met dien verstande dat wanneer de adviesaanvraag betrekking heeft op privacy-aspecten, zij de advisering graag overlaat aan de AP, gelet op diens specialistische kennis op dit vlak. De RvS kan binnen 6-8 weken reageren op een eventuele voorlichtingsaanvraag.
-
-De AP bespreekt intern de mogelijkheden. Naar verwachting is hier maandag 2 november meer over bekend. Dan zal de agenda op dit punt worden aangepast.
Internetconsultatie en uitvoeringstoetsen
Conform de Kamernotitie Uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en doenvermogen burgers treft u hieronder een overzicht met link naar de internetconsultatie en uitvoeringstoetsen:
-
-geen internetconsultatie
-
-geen uitvoeringstoetsen meegestuurd, wel adviezen en reacties. Voor uitvoerings- en handhavingsconsequenties zie pagina 27 en 28 van de memorie van toelichting.
Procedure
5.36.688 (R2205)
Goedkeuring Verdrag met het Koninkrijk Marokko inzake uitlevering
Beslispunt
Wenst de commissie:
-
-een datum te bepalen voor het leveren van inbreng voor een tweede verslag?
-
-het wetsvoorstel af te doen als hamerstuk of na stemming?
-
-aan de Kamervoorzitter een datumvoorstel voor een plenair debat te doen?
Toelichting
-
-Dit voorstel van Rijkswet regelt de goedkeuring van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden met het Koninkrijk Marokko over uitlevering (Trb. 2024, 1). Hiermee wordt de uitlevering tussen deze staten geregeld van personen die zich onttrekken aan strafvervolging of aan tenuitvoerlegging van een opgelegde vrijheidsstraf.
-
-Met dit verdrag wordt het mogelijk om uitlevering te verzoeken voor misdrijven die in beide verdragsstaten bestraft kunnen worden met een maximum van ten minste een jaar of met een zwaardere vrijheidsstraf. Denk hierbij bijvoorbeeld aan moord, doodslag en andere geweldsdelicten. Als om uitlevering wordt verzocht met het oog op de tenuitvoerlegging van een strafvonnis, dient het deel van de straf dat nog moet worden uitgevoerd ten minste zes maanden te bedragen. Het verdrag bevat eveneens enkele weigeringsgronden voor de uitlevering van personen. Op grond van het EVRM houdt het Koninkrijk der Nederlanden bij de uitlevering van personen rekening met de mensenrechtelijke aspecten van het uitleveringsverdrag. Omdat het Koninkrijk Marokko geen partij is bij het EVRM bevat het verdrag enkele bepalingen die de instanties die het verdrag moeten toepassen in staat stellen om aan het EVRM en andere mensenrechtelijke verdragen te toetsen.
-
-Op 14 juli 2026 heeft de commissie het verslag vastgesteld met vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA, mede namens de leden van de fracties van D66, PvdD en ChristenUnie. Op 28 oktober 2026 heeft de minister van J&V de nota naar aanleiding van het verslag aangeboden.
Nadere procedure
6.31.731, AF
Brief van de staatssecretaris van J&V ter aanbieding van de Staat van de wetgeving 2026; Integraal wetgevingsbeleid
Beslispunt
Wenst de commissie naar aanleiding van de brief van 29 oktober 2026 (31.731, AF) in schriftelijk overleg te treden met de staatssecretaris van J&V of neemt zij kennis van deze brief?
Toelichting
-
-Bij brief van 29 oktober 2026 biedt de staatssecretaris van J&V uw commissie de tweede editie van de Staat van de wetgeving aan. Deze tweejaarlijkse beschouwing is ditmaal gewijd aan het thema 'de groeiende complexiteit van wetgeving.' De staatssecretaris geeft aan dat het kabinet bezig is met het zetten van concrete stappen om beleid en wetgeving eenvoudiger te maken en verwijst hierbij naar initiatieven zoals de Actieagenda Slagvaardige Overheid, de aanpak van regeldruk voor ondernemers en operaties op specifieke terreinen zoals belastingen, toeslagen en sociale zekerheid, zorg, woningbouw en het aanbestedingsrecht. Met dit rapport beoogt het kabinet verdere voeding te geven aan de inspanningen om wetgeving structureel te vereenvoudigen. Het rapport bundelt de beschikbare kennis over vereenvoudiging van wetgeving.
-
-De staatssecretaris geeft aan dat de lessen over vereenvoudiging van wetgeving vanaf heden worden bijgehouden op de website van het Kenniscentrum voor beleid en regelgeving (www.kcbr.nl/staat), met de bronnen en cijfers achter dit rapport, praktijkvoorbeelden van geslaagde en mislukte vereenvoudigingen en instrumenten om effectief te vereenvoudigen. Daarnaast schrijft de staatssecretaris dat iedereen in het openbaar bestuur een deel van de sleutel tot vereenvoudiging in handen heeft en dat het rapport Staat van de wetgeving is bedoeld als ondersteuning van het gesprek over de vraag hoe die sleutels bij elkaar te brengen.
-
-Dat gesprek, zo schrijft de staatssecretaris, krijgt de komende maanden ook een fysiek vervolg, onder meer in een trialoog op de Dag van de Wetgeving. De inzichten uit deze gesprekken vormen de basis voor de Agenda wetgevingskwaliteit die het kabinet in het voorjaar van 2027 met de Kamer zal delen. Deze Agenda biedt een overzicht van nieuwe acties om de kwaliteit van wetgeving te versterken en blikt terug op de uitvoering van eerdere acties.
-
-De tweede editie van de Staat van de wetgeving is op 29 oktober 2026 overhandigd aan de Voorzitter van de Eerste Kamer en in fysieke bundels ook aan alle Kamerleden.
Voorgeschiedenis
-
-Op 12 november 2024 is door de toenmalige staatssecretaris Rechtsbescherming de eerste editie van de Staat van de wetgeving aan uw commissie aangeboden (31.731, T). Op 6 juni 2025 heeft uw commissie ook een brief van de staatssecretaris Rechtsbescherming ontvangen over een kabinetsbrede agenda met initiatieven voor het versterken van de kwaliteit van wetgeving (31.731, U).
-
-Uw commissie heeft vervolgens op 22 oktober 2025 schriftelijk overleg over beide brieven gevoerd met de staatssecretaris (31.731, Z). Op 11 november 2025 leverde de commissie inbreng voor nadere schriftelijke vragen. Deze nadere schriftelijke vragen zijn heden nog onbeantwoord. Op 17 februari 2026 ontving uw commissie een brief van de staatssecretaris van J&V over een onderzoek betreffende hoe en op welke wijze parlementaire controle kan plaatsvinden op het gebruik van algoritmen in en ter uitvoering van wetgeving (31.731 / CXLVII, AB). In deze brief gaf de staatssecretaris van J&V aan dat de antwoorden op de nadere schriftelijke vragen zullen worden opgenomen in de kabinetsreactie op het WODC-onderzoek naar de wijze van parlementaire controle op het gebruik van algoritmen in en ter uitvoering van wetgeving (31.731, AC). Deze kabinetsreactie wordt verwacht in het vierde kwartaal van 2026.
Tweede Kamer
De Tweede Kamercommissie voor J&V bespreekt deze brief tijdens de procedurevergadering op 4 november 2026. Het voorstel hierbij is om de brief te agenderen voor het nog niet geplande commissiedebat staat van de wetgevingskwaliteit.
Bespreking
7.34.608, C
Brief van de staatssecretaris van J&V met de kabinetsreactie op het evaluatieonderzoek Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA); Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie
Beslispunt
Wenst de commissie naar aanleiding van de brief van 12 oktober 2026 (34.608, C) met de staatssecretaris van J&V in schriftelijk overleg te treden?
Toelichting
De WAMCA (Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie) heeft per 1 januari 2020 de regeling voor collectieve acties (artikel 3:305a BW) gewijzigd. Het doel is de toegang tot de rechter te verbeteren door geschillen die grote groepen mensen of maatschappelijke belangen raken via één collectieve procedure te behandelen. Op grond van de wet is na vijf jaar een evaluatie uitgevoerd. Deze bestaat uit twee delen, het rapport Rechtsvergelijking toegang tot de rechter van belangenorganisaties in algemeenbelangactie en het rapport Vijf jaar WAMCA: Evaluatie Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie. Deze rapporten onderzochten in hoeverre de WAMCA haar doelstellingen heeft bereikt in de praktijk en keek specifiek naar de vraag of aanvullende eisen nodig zijn voor de representativiteit van belangenorganisaties met een ideëel doel.
Bij brief van 12 oktober 2026 biedt de staatssecretaris de kabinetsreactie op de voornoemde rapporten aan. De staatssecretaris van J&V geeft, kort gezegd, aan dat er op dit moment onvoldoende aanleiding bestaat voor aanpassingen in de met de WAMCA ingevoerde wetgeving. Wel kondigt de staatssecretaris van J&V een vervolgonderzoek door het WODC aan die zal kijken naar de maatschappelijke effecten van de WAMCA, waaronder de gevolgen voor het investerings- en vestigingsklimaat en naar de kosten, financiering en financierbaarheid van collectieve acties.
Voorgeschiedenis
-
-Op 16 juni 2025 is het eerste deel van het WODC-rapport ‘Rechtsvergelijking toegang tot de rechter van belangenorganisaties in algemeenbelangactie’ door de toenmalige staatssecretaris Rechtsbescherming aan uw Kamer toegezonden (35.925 VI / 34.608, AQ). Deze vindt u als bijlage bij dit agendapunt.
-
-Op 19 november 2025 heeft uw Kamer het tweede deel van het onderzoek per brief (35.925 VI / 34.608, AT) ontvangen, betreffende de verdere evaluatie van de Wet afhandeling massaschade in collectieve actie (WAMCA). Deze vindt u als bijlage bij dit agendapunt.
-
-Deze rapporten, inclusief de toezeggingen T03660 Afschrift brief representativiteitstoets WAMCA en T03473 juridische acties belangenorganisaties, zijn door uw commissie besproken op 13 januari 2026. Uw commissie heeft de toezeggingen toen als 'voldaan' aangemerk en de brieven van de staatssecretaris van J&V van 16 juni 2025 (35.925 VI / 34.608, AQ) en 19 november 2025 (35.925 VI / 34.608, AT) voor kennisgeving aangenomen.
-
-Het lid Schalk (SGP) heeft de griffie in een eerder stadium verzocht de commissie te (blijven) informeren over ontwikkelingen met betrekking tot de WAMCA en juridische belangenorgansaties.
Tweede Kamer
De Tweede Kamercommissie voor J&V bespreekt deze brief tijdens de procedurevergadering op 4 november 2026. Het voorstel hierbij is om de brief te agenderen voor het nog niet geplande commissiedebat over civielrechtelijke onderwerpen.
Bespreking
8.33.996, AF
Brief van de staatssecretaris van J&V ter aanbieding van de Monitoringsrapportage online kansspelen najaar 2026; Organiseren van kansspelen op afstand
Beslispunt
Wenst de commissie naar aanleiding van de brief van 29 oktober 2026 (33.996, AF) met de staatssecretaris van J&V in schriftelijk overleg te treden?
Toelichting
-
-Bij brief van 29 oktober 2026 biedt de staatssecretaris van J&V de Monitoringsrapportage online kansspelen najaar 2026 (33.996, AF) aan. Deze aanbieding vindt plaats op basis van toezegging T02765 die is gedaan op 5 februari 2019, na een vraag van het lid Dercksen (PVV), om de Kamer jaarlijks te informeren inzake aantallen spelers, het aantal afgegeven vergunningen, de ontwikkeling van de markt en het effect van reclame.
-
-Op 1 oktober 2021 werd een nieuw vergunningsstelsel voor kansspelen op afstand (Koa) toegevoegd aan de Wet op de kansspelen. Sindsdien publiceert de Kansspelautoriteit (Ksa) halfjaarlijks een zogenaamde monitoringsrapportage, waarin ze de ontwikkelingen schetst op de online gokmarkt. Dit is de elfde editie, die betrekking heeft op de eerste helft van 2026.
-
-In een eerder stadium heeft uw commissie schriftelijk overleg gevoerd over de Monitoringsrapportage, zie het verslag van een schriftelijk overleg 33.996, X en het verslag van een schriftelijk overleg 33.996, AE. Vandaag ligt de nieuwe Monitoringsrapportage najaar 2026 (over voorjaar 2026) ter bespreking voor.
Tweede Kamer
De Tweede Kamercommissie voor J&V bespreekt deze brief tijdens de procedurevergadering op 4 november 2026. Het voorstel hierbij is om de brief te agenderen voor het ongeplande commissiedebat over de justitieketen van het Caribisch deel van het Koninkrijk.
Bespreking
9.Stand van de uitvoering DJI
Beslispunt
Wenst de commissie naar aanleiding van de Stand van de uitvoering 2026 van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) van 22 september 2026 in schriftelijk overleg te treden met de staatssecretaris van J&V?
Toelichting
De DJI voert namens de staatssecretaris van J&V straffen en vrijheidsbenemende maatregelen uit die door de rechter zijn opgelegd. In deze editie van de Stand van de Uitvoering van DJI staan vier knelpunten centraal: tekort aan gebouwelijke capaciteit, tekort aan personeel, een steeds complexere doelgroep en gebrek aan doorstroom. De organisatie acht 'fundamentele keuzes nodig over hoe we vrijheidsbeneming en behandeling organiseren.'
In de commissievergadering van 12 november 2024 is de notitie 'Uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en doenvermogen' ter kennisneming bijgevoegd. Deze notitie is opgesteld door een werkgroep van de Eerste Kamer en bevat concrete aanbevelingen om in de Kamercommissies focus te blijven houden op uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van ontwerpregelgeving en rekening te houden met het doenvermogen van burgers. De notitie bevat vijf voorstellen voor acties in de Eerste Kamercommissies. Voorstel 4 luidt: De jaarlijkse standen van de uitvoering van de uitvoeringsorganisaties (die ten grondslag liggen aan het generieke rapport Staat van de Uitvoering) ter bespreking agenderen in de verantwoordelijke commissie(s). In de ambtelijke toelichting in de agenda van 12 november 2024 is ook meer te lezen over de achtergrond van de notitie.
De commissie heeft op 13 oktober 2026 besloten dit agendapunt 3 november 2026 (vandaag) opnieuw te agenderen en verzocht de griffie na te gaan of en zo ja, hoe behandeling van de Stand van de uitvoering 2026 DJI door de Tweede Kamer plaatsvindt. Hieronder treft u de bevindingen hieromtrent aan.
Tweede Kamer
De Stand van de uitvoering is niet aangeboden aan de Tweede Kamer door het ministerie van J&V en is niet in behandeling bij de Tweede Kamercommissie voor Justitie en Veiligheid.
De Stand van de uitvoering evenmin aan de Eerste Kamer aangeboden. De griffie heeft de Stand van de uitvoering geagendeerd, conform de onder het kopje toelichting genoemde aanbeveling uit de notitie 'Uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en doenvermogen,'.
Bespreking
10.IPC over de bestrijding van geweld tegen vrouwen
Inventarisatie
Welke leden wensen deel te nemen aan de IPC over de bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld op 18 november 2026?
Toelichting
-
-Op woensdag 18 november 2026 zal een IPC plaatsvinden over de bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld in het Europees Parlement in Brussel ter gelegenheid van de Internationale Dag voor de Uitbanning van Geweld tegen Vrouwen. De conferentie zal o.a. de uitvoering van de EU-richtlijn inzake de bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld bespreken, met inbegrip van uitdagingen op het gebied van omzetting in nationale wetgeving, handhaving en parlementair toezicht. Ook zal aandacht worden besteed aan preventie, bescherming van slachtoffers, toegang tot de rechter en ondersteunende diensten, evenals aan internationale goede praktijken voor de aanpak van gendergerelateerd geweld in de politiek en het openbare leven.
-
-Er is ruimte is voor 2 leden om aan de IPC deel te nemen.
-
-Tijdens de commissievergadering van 27 oktober 2026 heeft het lid Talsma (ChristenUnie) onder voorbehoud aangegeven deel te willen nemen aan de IPC.
Bespreking
11.Mededelingen en informatie
A - Evaluatie Wet bestuur en toezicht rechtspersonen
Bij brief van 27 oktober 2026 biedt de staatssecretaris van J&V de Kamer het WODC-rapport Evaluatie Wet bestuur en toezicht rechtspersonen: wetenschappelijk evaluatieonderzoek naar de werking van de nieuwe bepalingen uit de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen aan. Het betreft een evaluatieonderzoek naar de werking van de nieuwe bepalingen uit de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (34.491) die op 1 juli 2021 in werking is getreden. De onderzoekers concluderen dat de wet en met name ook de flankerende (sectorale) wet- en regelgeving hebben gezorgd voor een belangrijke verbeterslag in de regulering van bestuur en toezicht van verenigingen en stichtingen die
opereren in semipublieke sectoren. De onderzoekers zien op basis van het evaluatieonderzoek reden voor wijziging, aanvulling en verduidelijking van de in Boek 2 BW opgenomen wettelijke basisregeling voor bestuur en toezicht bij verenigingen en stichtingen in het algemeen en in de vrijwilligerssector. Zij doen daarvoor enkele concrete voorstellen.
De staatssecretaris heeft aangegeven ernaar te streven de Kamer in het eerste kwartaal van 2027 een inhoudelijke reactie op het rapport toe te zenden.
B - Uitnodiging ICM over AI-gegenereerde kunst en auteursrecht
Op 10 december 2026 vindt er in Brussel een ICM plaats over 'AI-generated art and copyright – Toward EU-national convergence in protecting artists.' Deze bijeenkomst, mede georganiseerd door de Committee on Legal Affairs (JURI), zal zich richten op twee cruciale onderwerpen voor het creëren van een juridisch kader ter bescherming van kunstenaars en hun werk: auteursrechtelijke bescherming van door AI gegenereerde kunst en door AI gegenereerde kunst die inbreuk maakt op auteursrechten.
Er is ruimte voor 2 leden om aan de ICM deel te nemen.
C - Termijnbrief
Op de termijnbrief van 16 oktober 2026 is een wetsvoorstel opgenomen dat relevant is voor de commissie voor J&V. Het betreft het wetsvoorstel
12.Rondvraag
13.Openstaande correspondentie
Hieronder is een overzicht van de openstaande correspondentie weergegeven. Een overzicht van wetsvoorstellen die bij de commissie voor Justitie en Veiligheid (J&V) in (schriftelijke) behandeling zijn, is hier te raadplegen.
Overzicht openstaande correspondentie |
|||
|---|---|---|---|
Verzonden |
Onderwerp (+link brief) |
Reactietermijn |
Toelichting |
18 november 2025 aan stas. J&V |
Brief over de Staat van de wetgevingskwaliteit en de kabinetsbrede agenda met initiatieven voor het versterken van de kwaliteit van wetgeving |
16 december 2025 |
Update (brief) 17 februari 2026: De antwoorden zullen worden opgenomen in de kabinetsreactie op het WODC-onderzoek naar de wijze van parlementaire controle op het gebruik van algoritmen in en ter uitvoering van wetgeving. Een update van het onderzoek wordt rond de zomer verwacht. Update 1 oktober 2026: na ambtelijke navraag is gebleken dat de kabinetsreactie naar verwachting voor het kerstreces 2026 met uw Kamer gedeeld zal worden. |
16 juni 2026 aan min. J&V |
Brief inzake de uitvoering van de motie-Van de Sanden c.s. |
14 juli 2026 |
Het ministerie heeft op 16 september ambtelijk laten weten dat wordt gestreefd naar beantwoording voor het herfstreces. Update 30 oktober: in ambtelijk overleg over de laatste stand van zaken. |
24 juni 2026 aan de EC |
Politiek dialoog over het voorstel voor een verordening tot oprichting van EU inc. COM(2026)320 en COM(2026)321 |
24 september 2026 |
|
29 september 2026 aan min. J&V |
Brief inzake toezeggingen- en motierappel |
13 november 2026 |
|
29 september 2026 aan min. J&V |
Brief over het rapport en de kabinetsreactie op "Strafverzwaring in samenhang" en de gesprekken over de invoering van minimumstraffen |
27 oktober 2026 |
|
29 september 2026 aan stas. J&V |
Brief over het Jaarverslag Rechtspraak 2025 |
27 oktober 2026 |
|
20 oktober 2026 aan min. J&V én min. VWS |
Brief over de uitkomsten van onderzoek 'Experiment gesloten coffeeshopketen: eerste vervolgmeting 2025'. |
17 november 2026 |
|
20 oktober |
Brief over het rapport van de ARK 'Een ernstige zaak'. |
17 november 2026 |
|
Wetgeving |
|||
30 juni 2026 |
Verbetering bestrijding heling, witwassen en de daaraan ten grondslag liggende vermogensdelicten (36.036) |
28 augustus 2026 |
Het ministerie heeft op 30 september ambtelijk laten weten dat beantwoording volgt voor het herfstreces. Update 30 oktober: in ambtelijk overleg over de laatste stand van zaken. |
Bijgewerkt: 30 oktober 2026 |
|||
