Parlementair jaar 2026/2027, 03e vergadering
Aanvang: 09.30 uur
Sluiting: 00.15 uur
Status: ongecorrigeerd
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
Voorzitter: Vos
Tegenwoordig zijn 71 leden, te weten:
Van Aelst-den Uijl, Van Apeldoorn, Bakker-Klein, Van Ballekom, Baumgarten, Beukering, Bezaan, Van Bijsterveld, Bovens, Croll, Crone, Dittrich, Doornhof, Fiers, Goossen, Van der Goot, Griffioen, Van Gurp, Hartog, Van Hattem, Huizinga-Heringa, Janssen, Janssen-van Helvoort, Jaspers, Kaljouw, Kanis, Karaaslan-Kilic, Karimi, Kemperman, Van Kesteren, Klip-Martin, Kluit, Van Knapen, Koffeman, Kroon, Lagas, Van Langen-Visbeek, Lievense, Van der Linden, Marquart Scholtz, Martens, Van Meenen, Meijer, Moonen, Musa, Nicolaï, Van den Oetelaar, Oplaat, Panman, Perin-Gopie, Petersen, Ramsodit, Recourt, Rietkerk, Van Rooijen, Roovers, Rosenmöller, Van de Sanden, Schalk, Steenkamp, Straus, Van Strien, Talsma, Thijssen, Van Toorenburg, Veldhoen, Visseren-Hamakers, Vogels, Vos, De Vries en Walenkamp,
en de heer Aartsen, minister van Werk en Participatie, de heer Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken, mevrouw Boekholt-O'Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, de heer Van den Brink, minister van Asiel en Migratie, viceminister-president, de heer Van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, de heer Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de heer Heinen, minister van Financiën, mevrouw Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat, mevrouw Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de heer Jetten, minister-president, minister van Algemene Zaken, de heer Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat, mevrouw Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de heer Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, mevrouw Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, de heer Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de heer Van Weel, minister van Justitie en Veiligheid, en mevrouw Yeşilgöz-Zegerius, minister van Defensie, viceminister-president.
De voorzitter:
Ik open de vergadering van de Eerste Kamer der Staten-Generaal van dinsdag 6 oktober 2026. Ik heet de leden, de medewerkers en iedereen die deze vergadering via de livestream volgt van harte welkom in deze enigszins drukke, maar toch gezellige zaal.
De voorzitter:
Ingekomen zijn berichten van verhindering van de leden:
Van Wijk, wegens werkzaamheden voor de Interparlementaire Unie;
Van Gasteren, wegens ziekte;
en van mevrouw Van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei, wegens ziekte.
Deze berichten worden voor kennisgeving aangenomen.
De voorzitter:
Een aantal bewindspersonen zal een deel van de vergadering wegens verplichtingen in de Tweede Kamer afwezig zijn.
Aan de orde zijn de Algemene Politieke Beschouwingen,
en de behandeling van:
- de nota over de toestand van 's Rijks Financiën (37020).
De voorzitter:
Aan de orde zijn de Algemene Politieke Beschouwingen over de Miljoenennota 2027 (37020). Ik heet alle aanwezige leden van het kabinet van harte welkom in de Eerste Kamer.
Voordat ik de beraadslaging open wil ik de leden graag verzoeken om te spreken via de voorzitter — dat ben ik — en interrupties kort te houden. Ik memoreer dat de spreektijd voor de leden inclusief de tweede termijn is. Houdt u daar rekening mee.
Dan meld ik u nog dat conform artikel 66, vierde lid van het Reglement van Orde, moties in de eerste termijn alleen met toestemming van de Kamer kunnen worden ingediend.
"En dan nog iets", om met de veel te vroeg overleden Paulien Cornelisse te spreken: ik hoop op mooi taalgebruik. Zij ving deze gespreksflard op voor een column die ze "Welwillend Meedenken" noemde. "Ik begrijp niet helemaal wat je zegt, maar ik vind wel dat je het heel duidelijk uitlegt." Dat staat in het mooie boekje En dan nog iets, op pagina 76.
Ik geef het woord aan de heer Rosenmöller. Hij spreekt namens de fractie van PRO.
De heer Rosenmöller i (PRO):
Voorzitter, dank u wel.
Voorzitter. Ook van onze kant een woord van welkom aan de minister-president en alle bewindslieden die hier tegenover ons zitten. Ik wil beginnen met twee gebeurtenissen van het afgelopen jaar die veel indruk op mij gemaakt hebben, die mij hebben geraakt. Eén is van persoonlijke aard, de andere is meer politiek. Ze zijn onvergelijkbaar en toch is er samenhang. Ik zal dit toelichten.
Allereerst het persoonlijke. Afgelopen augustus overleed mijn vader, op 98-jarige leeftijd. Dat was een verdrietig moment. Omdat mijn moeder bijna vier jaar geleden overleed, ben ik sinds kort geen kind meer, maar wees. Doordat ik het voorrecht heb 70 jaar kind te zijn geweest, hebben mijn ouders veel tijd gehad mij van alles aan waarden, normen en levenservaring mee te geven. Wezenlijk daarin was dat zij beiden uit katholieke families kwamen en oorlogskinderen waren. Mijn moeder verloor een broer in het verzet. Als kind herinner ik mij de vierde mei als een emotionele dag. Mijn vader was 12 toen de oorlog uitbrak. Van zijn middelbareschooltijd bleef niet veel over. Ik ben opgegroeid onder het motto "wie goed doet, goed ontmoet". Omzien naar anderen en actieve betrokkenheid bij de maatschappij zijn mij met de paplepel ingegoten. Dat geldt a fortiori voor waarden als democratie en vrijheid als reactie op de ervaring van mijn ouders tijdens de Duitse bezetting. Mede daardoor was er in ons gezin geen plaats voor plat nationalisme, haat of discriminatie.
De laatste keer dat ik met mijn vader in Den Haag was, was in november vorig jaar. Dan ben ik bij de tweede gebeurtenis. Hij was gast bij de bijzondere verenigde vergadering van de Staten-Generaal ter gelegenheid van 80 jaar vrijheid, een buitengewoon indrukwekkende bijeenkomst, waarvan ik nog steeds blij ben dat die met een zetje van deze en gene toch is georganiseerd, zeg ik met dank aan mijn gewaardeerde collega Tanja Klip.
Voorzitter. Mijn vader genoot van de ambiance. Hij genoot van, zoals hij zei "jullie charmante Voorzitter". Hij genoot van de mogelijkheid Rob Jetten te kunnen feliciteren met zijn verkiezingsoverwinning. En hij genoot van de tijd die Henri Bontenbal na afloop nam om met hem een praatje te maken. Hij wilde de CDA-voorman graag vertellen waarom hij dacht nooit meer CDA te stemmen na de samenwerking van die partij met de PVV in Rutte I. Hij vond dat een onbeschrijfelijke blunder. Toch wist Bontenbal hem in de campagne voor zich te winnen.
Het meest indrukwekkend die ochtend vonden wij beiden de bijdrage van voormalig generaal Peter van Uhm. Hij verwees naar de bekende uitspraak van de Amerikaan James Freeman Clarke, die ooit zei: "Politici denken aan de volgende verkiezingen, staatslieden aan de volgende generaties." En het waren de staatslieden die vooropgingen in de wederopbouw. "Voor de komende generaties. (…) Met elkaar en met respect voor elkaar", zei Van Uhm. In deze wereld, die letterlijk en figuurlijk in brand staat, zegt Van Uhm dat er twee onderwerpen zijn die partijpolitieke visie overstijgen. Dat zijn onze veiligheid en het klimaat, omdat ze niet over bestaanszekerheid gaan, maar over de zekerheid van ons aller bestaan. Zijn les uit het leven is: "Nietsdoen is geen optie." Zijn pleidooi is: "Het is tijd om te handelen. De klok tikt." Zijn verzuchting is: "We hebben weer staatslieden nodig. Staatslieden die luisteren, verbinden en handelen."
Voorzitter. Ik noem deze twee voorbeelden omdat er een aantal thema's in samenkomen die ik tot diep in mijn vezels voel. Dat is de waarde van onze democratie, maar ook de zorg over de kwetsbaarheid ervan. Dat is de noodzaak om te handelen om die democratie te beschermen en de wereld op een veilig en kwalitatief hoogstaande manier door te geven aan de volgende generatie. Dat is een diep gekoesterde wens samen te werken, wetende dat partijen verschillende visies hebben. Dat is de overtuiging dat langdurige en intensieve samenwerking tussen progressieven, christendemocraten en liberalen nodig is om ons land in een woelige wereld vooruit te helpen. Dat is de hunkering naar staatsmanschap dat verbinding zoekt, daadkracht toont en vertrouwen herstelt.
Wij progressieven bedrijven politiek vanuit de overtuiging dat we ons land kunnen veranderen, kunnen verbeteren. We zien dat ons land, ons continent en de wereld zo veel eerlijker, rechtvaardiger en duurzamer kunnen, en daarmee sterker worden. Progressieven geloven in die vooruitgang en zijn bereid daarvoor te strijden. Wij zijn optimisten die willen werken aan een land waarin gelijke kansen de regel zijn in plaats van de uitzondering. Solidariteit is daarvoor een belangrijke voorwaarde. Progressieven willen onze samenleving inrichten op basis van die solidariteit. Onze eigen zekerheid en veiligheid kunnen we alleen garanderen als we samen zorgen voor een zo goed mogelijk leven voor iedereen, in een vrije en democratische samenleving. Die solidariteit bepaalt ook hoe we naar de wereld kijken.
De idealen van progressieve politiek zijn bovendien geworteld in de geschiedenis. In haar mooie boek Hope in the Dark zegt Rebecca Solnit het zo: "Wie vooruit roeit, heeft de blik naar achteren gericht." Hoop hebben we hard nodig in deze onzekere tijd. We hebben lef nodig om hoop te houden. Hoop is de onontbeerlijke brandstof voor elke politieke beweging. Hoop hebben betekent dat de wereld van morgen anders kan zijn dan vandaag. In progressieve termen betekent dat eerlijker, groener en socialer. In die progressieve en sociale politiek past het om doorsnee werkende of niet-werkende inwoners van dit land te beschermen tegen de grillen van het lot door zekerheid, veiligheid en bescherming te bieden. Vandaar ons verzet, samen met de vakbeweging, tegen de bezuinigingen op de sociale zekerheid. Het was inderdaad een feestje waard toen de regering besloot deze bezuiniging te schrappen. Complimenten daarvoor.
Het geeft PRO en Volt, die ook hier bij begrotingen en het Belastingplan samen optrekken, ruimte de SZW-begroting te steunen en het geeft ruimte aan de polder om tot een sociaal akkoord te komen. De arbeidsongeschiktheidsregeling zal daar zeker een plek in krijgen. Als we erin slagen de te hoge instroom in de WIA te laten dalen en de te lage instroom te laten stijgen, bevordert dat de participatie. Dat levert geld op en draagt bij aan een houdbaar sociaal stelsel.
Om een stap verder te komen in onze steun, heb ik een drietal vragen. Eén. Is het kabinet bereid die enorme belastingverhoging voor werkenden van bijna 8 miljard te herzien? Die lijkt hier namelijk kansloos. Wat ons betreft gebeurt dat door een verschuiving naar het belasten van winst en vermogen.
Twee. Kan de minister-president bevestigen dat als er wordt overgegaan tot een vermogenswinstbelasting in box 3, de dekking van de kosten wordt gevonden binnen datzelfde domein van winst en vermogen?
Drie. Is deze beleidswijziging eigenlijk niet wat omvangrijk voor een novelle? Hoe kijkt de regering naar de gevolgen voor de uitvoering, die voor de Eerste Kamer cruciaal is?
Voorzitter. In die progressieve politiek past het onze planeet gezond te maken en zo door te geven aan de volgende generatie. Ook dat is solidariteit. De natuur heeft waarde in zichzelf. Wij mensen maken onderdeel uit van de natuur. Wanneer de processen in ons klimaat verstoren, raakt niet alleen de natuur uit balans, maar ook de samenleving en onze economie. Die verstoorde relatie tussen mens en natuur moet worden hersteld. Het PBL luidt de noodklok. Onder verwijzing naar Van Uhm is staatsmanschap nodig om met een ambitieus programma de trend te keren en de afgesproken klimaatdoelen te halen. Ik vraag de premier om een reactie en ik vraag hem om leiderschap te tonen.
Die progressieve politiek mag ik hier bedrijven in een fantastische fractie van veertien. Dat doen wij vol passie, met veel plezier, maar ook met een gevoel van verantwoordelijkheid. Primair behandelen we hier wetten. We vellen daarbij een politiek oordeel over de vraag of de wet bijdraagt aan een eerlijker, rechtvaardiger, duurzamer en democratischer land. De premier heeft tijdens het debat over de regeringsverklaring toegezegd dat bij komende wetsvoorstellen inzicht wordt gegeven in de effecten voor de lange termijn. Hoe staat het daarmee, vraag ik hem.
Nu al toetsen we scherp op rechtsstatelijkheid, omdat rechten van burgers in een democratische rechtsstaat bescherming verdienen. We toetsen op uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid, omdat wetten en regels geen doel op zich zijn maar een geloofwaardige bijdrage moeten leveren aan de oplossing van problemen. En die problemen zijn gigantisch. Geopolitiek neemt de turbulentie alleen maar toe. Na de brute Russische inval in Oekraïne zit het conflict muurvast. Frontlijnen bevriezen, mensen sneuvelen. We blijven Oekraïne steunen. Solidariteit is ook hier welbegrepen eigenbelang, maar het conflict verbreedt zich naar buiten Oekraïne. Mark Rutte spreekt als NAVO-chef inmiddels openlijk over een Russische campagne van vijandige acties tegen NAVO-landen. Hoe beoordeelt de premier de verschuiving in dit conflict, vraag ik hem. Hoe beoordeelt hij het recente Russische dreigement nucleaire wapens in te zetten?
Met de oorlog van de Verenigde Staten en Israël tegen Iran speelt iets vergelijkbaars. Er zijn diplomatieke bewegingen, maar regionaal breidt het conflict zich uit. Het Iraanse regime geeft weinig om haar burgers en spint garen bij regionale escalatie. Wat voor Trump begon als een snelle klus, is na zeven maanden door de betrokkenheid van Hormuz, Jemen en de Golfstaten een groot conflictcomplex geworden. Met een hoge olieprijs raakt dit direct onze economie en de portemonnee van de mensen. Is er nog sprake van een Europese strategie richting Trump en Netanyahu om de foute oorlog te stoppen of is het lijdzaam toezien en afwachten?
Sprekend over Netanyahu moeten we de wrange conclusie trekken dat door Iran en andere conflicten Gaza minder aandacht krijgt. Maar minder aandacht is helaas niet minder ellende. Het aantal ontheemden is gigantisch, de humanitaire nood enorm en ook hier neemt de complexiteit toe. Gaza is steeds meer onderdeel geworden van een regionaal veiligheidsvraagstuk waarbij Israël, Iran, Jemen, de Golfstaten én de Verenigde Staten steeds verder met elkaar verweven raken. De ruimte die Israël jarenlang van westerse landen heeft gekregen om het bezettingsbeleid en de dehumanisering van de Palestijnen voort te zetten en de ruimte voor steeds extremer geweld van kolonisten hebben de conflicten op verschillende niveaus verdiept. En daar komt de genocide bij, na die afschuwelijke terroristische aanval van Hamas morgen drie jaar geleden. Ik zie de verschillen in reactie tussen dit en het vorige kabinet. Toch hebben wij drie vragen. Wordt het niet eens tijd om te stoppen met de aankoop van Israëlisch defensiemateriaal, vraag ik de premier. Wat is de strategie van het kabinet om tot een meerderheid in de EU te komen die het associatieverdrag met Israël opschort? Drie: welke vervolgactie nemen we tegen het Israëlische besluit onze diplomaten Ramallah uit te zetten?
Gaza is een testcase voor de geloofwaardigheid van het internationaal recht. Procedures bij het ICC en het Internationaal Gerechtshof, onderzoeken van VN-organen en discussies over burgerbescherming, humanitaire toegang, oorlogsmisdrijven en genocide leggen allemaal een diepere vraag bloot: worden dezelfde juridische normen werkelijk toegepast op tegenstanders én bondgenoten? Juridische instituties dreigen zelf onderdeel te worden van de geopolitieke machtsstrijd. Ik wil de minister-president complimenteren met zijn speech bij de VN als het gaat om het verdedigen van het Internationaal Strafhof. De vraag is of de Europese Unie, zoals de Raad van Europa vorige week unaniem bepleitte, klaarstaat om het zogenoemde Blocking Statute in te zetten als er nieuwe Amerikaanse sancties tegen het Strafhof komen.
Voorzitter. Als we iets meer uitzoomen: het was schokkend kennis te nemen van het meest recente democratierapport van de universiteit van Göteborg, waarin staat dat steeds minder mensen in een liberale democratie leven. Het gaat nog slechts om 7% van de wereldbevolking, terwijl 74% in een autocratie leeft. We zitten daarmee weer op het niveau van 50 jaar geleden.
De heer Van Hattem i (PVV):
Ik hoor de Rosenmöller van PRO hier grote woorden gebruiken over genocide, terwijl daar helemaal niets van bewezen en niets van waar is. Ondertussen ontfermt hij zich volledig over Gaza, terwijl daar juist de echte genocide gepleegd dreigde te worden — richting Israël, met de aanval van 7 oktober 2023. Het was de bedoeling om Israël van de kaart te vegen, net zoals ze eerder hebben geprobeerd in onder andere de Zesdaagse Oorlog. Daar gaat mijn vraag over. In Nederland zien we nu Hamasaanhangers op straat staan met spandoeken met steunbetuigingen aan Hamas en ondertussen is de Joodse bevolking in Nederland doods- en doodsbang aan het worden. Ze voelen zich niet meer veilig met zulk soort tuig op onze straten. Wat vindt de heer Rosenmöller er nou van dat zulk soort tuig hier op straat loopt met pro-Hamasspandoeken, openlijke steun voor terroristen die een genocide wilden plegen op de Israëlische bevolking?
De heer Rosenmöller (PRO):
Het aanloopje van de heer Van Hattem tot zijn vraag verdeelt ons enorm. Ik heb gesproken over de terroristische aanval van Hamas op 7 oktober, die afschuwelijk was, die verworpen is en verworpen moet blijven worden. Ik heb vervolgens gesproken over "de genocide". Immers, 70.000 à 80.000 dodelijke slachtoffers in Gaza: ik weet niet welk ander woord je daarvoor zou kunnen bedenken.
Twee, naar uw vraag over mensen die zich uiten met Hamasvlaggen of anderszins. Anders dan in vele, vele andere landen waar ik net over sprak, die autocratieën, kennen wij gelukkig demonstratievrijheid. Dat betekent dat op het Malieveld of op andere plekken mensen demonstreren die mijn sympathie soms wel hebben, maar vaak ook niet. Er is het recht om te demonstreren en dat is een fundamenteel recht dat we moeten blijven bewaken in onze democratische rechtsstaat — binnen de grenzen van die democratische rechtsstaat. Het is eenieder vrij om zijn gevoelens of opvattingen te uiten binnen de grenzen van de democratische rechtsstaat. Wat ik er verder van vind? De ene keer ben ik het ermee eens, de andere keer ben ik het er niet mee eens. Mensen die zich tooien als Hamasaanhanger weten of kunnen weten, en anders zeg ik het ze nu, dat ik het daar niet mee eens ben. Dat laat onverlet de verontwaardiging die er is en kan zijn rondom de genocide van Israël in Gaza.
De heer Van Hattem (PVV):
Het is in ieder geval goed om te horen dat de heer Rosenmöller het niet eens is met degenen die zich tooien als Hamasaanhanger, maar is hij ook bereid om zich uit te spreken tegen de ontwikkelingen in zijn eigen achterban van PRO? Onder andere bij de jongerenorganisatie wordt gezegd dat er geen bestaansrecht is voor Israël en dat soort termen in de richting van Israël, waardoor Joden in Nederland zich onveilig voelen. Wanneer horen we PRO daar eens over? Wanneer spreekt PRO zich uit richting delen van de achterban waar echt antisemitische tendensen gaande zijn?
De heer Rosenmöller (PRO):
Ik vond het interessant om de eerste zin uit de tweede interruptie van de heer Van Hattem tot mij te laten doordringen. Hij zei: "Het is al winst dat de heer Rosenmöller zich daartegen teweerstelt." Dan heeft u toch jarenlang niet goed geluisterd? Ik heb gezegd dat het morgen drie jaar geleden is. Drie jaar lang hebben wij al stelling genomen tegen deze afschuwelijke, terroristische aanval van Hamas op Israël. Dus als het nu gaat om luisteren, dan zeg ik het u nog één keer, met terugwerkende kracht na drie jaar. Toen hebben we erbij gezegd: Israël heeft het recht zich te verdedigen. Dat was niet zonder discussie, maar natuurlijk heeft Israël het recht om zich te verdedigen. Maar dat is doorgeslagen op een manier die wij toen niet voor mogelijk hadden gehouden, waar we nu politieke oordelen over vellen. Dat is het. Zeker, antisemitisme moet en zal bestreden blijven worden, want ik begrijp de angst van de Joodse gemeenschap in Nederland als het gaat om de wijze waarop zij soms bejegend wordt. Daar moeten we met elkaar voor blijven strijden. Maar, zeg ik tot slot, doen alsof dat nieuw is als het gaat om Israël … Wij zijn voor een tweestatenoplossing. Dat staat in ons verkiezingsprogramma. Dat had u ook allang kunnen weten.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Van Hattem.
De heer Van Hattem (PVV):
Tot slot, voorzitter. Ik hoor de heer Rosenmöller het zeggen. Ondertussen zie ik zijn achterban volop lopen met Palestijnse vlaggen. Er zijn demonstraties waar onder andere die Hamasspandoeken en -vlaggen getoond worden. Dat vind ik toch een veel zorgelijkere ontwikkeling. Dat is eigenlijk het ware gezicht van PRO, dat we op dit moment zien.
Dan kom ik tot mijn laatste vraag. Ik hoor de heer Rosenmöller zeggen dat we geen Israëlische defensieproducten meer moeten afnemen. Is de heer Rosenmöller vanwege deze fanatieke anti-Israëlreflex bereid om zo ver te gaan als het daarmee op het spel zetten van onze eigen veiligheid? Israëlische producten zijn namelijk essentieel voor onze veiligheid.
De heer Rosenmöller (PRO):
Het zijn weer heel veel dingen in één vraag. Ik heb die vraag aan de minister-president gesteld, dus ik krijg daar ongetwijfeld antwoord op. Dan kom ik op het overige. U noemt Palestijnse sjaals, Hamas et cetera. Wees nou één keer overtuigd van het feit en laat het tot u doordringen, als ik zo vriendelijk mag zijn om dat via de voorzitter te zeggen, dat wij niets hebben met Hamas, dat wij Hamas een terroristische organisatie vinden. Dat is nog wat anders dan mensen die zich solidair verklaren met al die honderdduizenden mensen die in Gaza wonen, die voor de Palestijnse zaak pleiten. Wij zijn voor een Palestijnse staat, maar democratisch bestuurd en niet bestuurd door Hamas. Dat onderscheid maken wij. U gooit het allemaal op één hoop en maakt het conflict daarmee nog ingewikkelder. Dit soort conflicten vragen precieze analyses, precieze bewoordingen. Woorden doen ertoe, meneer Van Hattem.
De heer Schalk i (SGP):
Laat ik beginnen met zeggen dat ik geraakt was door de openingsvoorbeelden die de heer Rosenmöller ons meegaf, zowel het persoonlijke als dat van wat we vorig jaar in november hebben meegemaakt. Dat was een prachtige bijeenkomst. De woorden die daar gesproken zijn, maar ook de woorden die hij zojuist sprak, namelijk "woorden doen ertoe", zijn dan van belang. Volgens mij hoeven wij hier niet de strijd te voeren over hoe we kijken naar de situatie rondom Israël op zich. Maar de zuiverheid vraagt nog wel dat ik aan de heer Rosenmöller vraag of hij niet bedoelt "ik ácht het genocide" in plaats van het "het ís genocide wat er in Israël gebeurt". Dat is namelijk niet internationaal vastgesteld. Ik denk dat het ook in deze Kamer van belang is om dit soort grote termen zorgvuldig te gebruiken.
De heer Rosenmöller (PRO):
Het is niet de eerste keer dat ik het zeg. Ik ben politicus. Ik spreek hier namens een fractie. Wij vinden het een genocide.
De heer Schalk (SGP):
Dat is precies waar ik naar zocht. U vindt het genocide, maar dat is op dit moment in ieder geval nog niet internationaal vastgesteld, dus ik kijk daar persoonlijk anders naar. Dit is inderdaad de formulering waar ik PRO in herken.
De heer Rosenmöller (PRO):
Nou, kijk, er is een hele discussie over in hoeverre je dat begrip juridisch of politiek moet duiden. Juridisch is het niet vastgesteld. Het is natuurlijk wel in het kader van het Strafhof zo genoemd, maar niet vastgesteld. Dat moet nog vastgesteld worden, als dat het geval is. Dat zullen we dan verder zien. Mijn tegenvraag zou bijna zijn: als het wordt vastgesteld, vindt u het dan ook genocide?
De heer Schalk (SGP):
Dat is een hele goede tegenvraag. Ik vraag me af of u wilt dat we op dit moment die discussie gaan voeren. Op het moment dat het internationaal vastgesteld wordt, is het in ieder geval een begrip dat we hier op die manier kunnen gebruiken. Ik snap dat u vanuit de fractie van PRO zegt: ik vínd het genocide. Op het moment dat het vastgesteld is, kunnen we die discussie in ieder geval achter de rug laten. Dan is het vastgesteld en dan kunt u zeggen: internationaal gezien is het ook zo. Dan moet ik op dat moment inderdaad ook mijn mind opmaken.
De heer Rosenmöller (PRO):
Dat vind ik dan, eerlijk gezegd, best ingewikkeld. Dat moment gaat een keer komen. Dat moment gaat een keer komen, maar eigenlijk is dat natuurlijk het sluitstuk van de discussie. Als u dan nog uw mind moet opmaken over de vraag of dat zo is, is dat eerlijk gezegd toch een beetje laat. Internationale rechters stellen dan juridisch vast dat dit aan de hand is. Dat zou dan toch voor iedereen een kwalificatie moeten zijn die hij of zij tot de zijne of de hare neemt?
Mevrouw Van Bijsterveld i (JA21):
Ik wil er toch even op voortborduren. Ik ben het volledig eens met wat collega Schalk u hier voorhoudt. PRO heeft altijd de mond vol van de rechtsstaat en vindt dat uitspraken van rechters op de juiste merites moeten worden beoordeeld. Nogmaals, de genocide is niet vastgesteld. Dat u dat vindt, dat mag. U mag een mening hebben, maar dat is iets anders dan dat internationaal is vastgesteld dat Israël genocide pleegt. Ik kom tot mijn vraag. Wat vindt u ervan dat een collega in uw fractie zegt dat datgene wat er van de week is gebeurd met het vliegtuig, een terroristische daad, als een incident moet worden beschouwd? We zien de problemen van het groeiende antisemitisme in Nederland. We zien de dreiging die er is jegens de Joodse bevolking. En dat wordt dan afgedaan als een incident, terwijl het gewoon een terreurdaad is. Wat vindt u daarvan?
De heer Rosenmöller (PRO):
Ik denk dat mevrouw Van Bijsterveld even moet preciseren wat zij bedoelt.
Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):
Ik neem aan dat de heer Rosenmöller ook de krant heeft gelezen over wat er is gebeurd met het vliegtuig.
De heer Rosenmöller (PRO):
Zeker.
Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):
Er is een terroristische daad gepleegd waarbij iemand van plan was om een vliegtuig met 180 vooral Israëlische, Joodse, mensen te laten neerstorten op het vliegveld van Tel Aviv.
De heer Rosenmöller (PRO):
Absoluut. Zeker.
Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):
Om dat dan af te doen als een incident: "Ja, we zijn een beetje geschrokken." Dat is toch gewoon een terroristische daad?
De heer Rosenmöller (PRO):
Ja. Ik dacht dat ik een splijtende interruptie zou krijgen over ons Israël-Gazastandpunt, maar het gaat dus over een tweet van vorige week van een collega? Is het dat?
Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):
Ja. Ik vraag me af wat u ervan vindt dat dat wordt afgedaan als een incident. Als u het heeft over het gebruiken van woorden, dat woorden ertoe doen …
De heer Rosenmöller (PRO):
Nou ja, ik zal u heel eerlijk zeggen wat ik daarvan vond. Dat is iets anders dan waar u naar vraagt. Het was ook een incident, want we wisten niet wat er aan de hand was. Er moest nog heel veel meer gebeuren. Nu weten we iets meer. Dat is één. Als het gaat om de feiten, doen woorden er inderdaad toe. Woorden doen er ook toe wanneer de NOS dan wordt bekritiseerd. Want dat vond ik eigenlijk een beetje onhandig. Daar kan je een collega dan gewoon op aanspreken. Dat is die tweet die u bedoelde, denk ik. Saskia Kluit is een collega van mij maar ook van u, dus spreek haar aan. Ze zit hier. Dan kun je het er met elkaar over hebben. Dan is het in mijn optiek direct uit de lucht.
De voorzitter:
Is dat zo voldoende, mevrouw Van Bijsterveld?
Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):
Dat was voldoende.
Mevrouw Lagas i (BBB):
Ik had bijna de neiging om weer te gaan zitten, want ik stond eigenlijk voor hetzelfde "incident". Maar ik ga de heer Rosenmöller hier toch een vraag over stellen. De heer Schalk zei al dat u een mooie intro had over hoe uw vader onze democratie beleefde, over de veiligheid van de wereld en over hoe we moeten samenwerken. De heer Rosenmöller gaf ook heel mooi aan: dat vindt mijn fractie. Ik haak even aan op uw opmerking over onze rol, het toetsen van rechtvaardigheid en doelmatigheid, en of het niet in strijd is met andere regelingen. Vindt de heer Rosenmöller zelf ook niet dat we vandaag even moeten stoppen met op deze manier onze rol te pakken in de Eerste Kamer door te pas en te onpas te shoppen in wat iemand wel of niet vindt? Wat wij vinden, is in onze rol niet zo interessant. Wij hebben als Eerste Kamer te toetsen. Wij hebben een rol. Ik zou daarop heel graag een reactie van de heer Rosenmöller op ontvangen.
De heer Rosenmöller (PRO):
Eerlijk gezegd, mevrouw Lagas — ik probeer uw vraag te begrijpen — kan ik niet iets toetsen zonder iets te vinden. Dat is het korte antwoord. Ik kan dat antwoord verder toelichten als u dat wilt, maar dit is wat ik vind. Wij zijn politici. Wij proberen ons werk in de Eerste Kamer te doen op een manier die de Eerste Kamer typeert. Dat gaat over de criteria, die we allemaal kennen, met betrekking tot het toetsen van wetsvoorstellen. Sterker, daar zal ik zo nog iets over zeggen. Maar dat gebeurt natuurlijk ook op basis van een politiek oordeel dat je hebt. Juist daarom zei ik richting collega Van Hattem, in de interruptie waarmee hij de vloer opende, om het maar zo te zeggen, dat het hier gaat over een ongelofelijk complex conflict en dat woorden ertoe doen. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat je woorden niet mag gebruiken, maar dat moet je goed kunnen uitleggen. Dat heb ik geprobeerd te doen.
Mevrouw Lagas (BBB):
Het spijt me dat ik de vraag voor de heer Rosenmöller misschien wat ingewikkeld heb gesteld. Ik probeerde het juist te vereenvoudigen. Ik sloot aan bij de opmerking van mijn collega van JA21. "Wij vinden dat", "wij vinden dat iets wel of niet zo is", merkte de heer Rosenmöller op naar aanleiding van het mooie voorbeeld dat de heer Schalk gaf over wel of geen genocide, waarover nog een uitspraak moet worden gedaan. Ik vind dat er een discrepantie zit tussen enerzijds de formele rol van de heer Rosenmöller en hoe hij altijd in de rechtsstatelijkheid zit, en anderzijds hoe hij gebruikmaakt van de woorden "dat vinden wij", "dat vind ik" en "ga eens met een collega in gesprek". Dat kan in de wandelgangen, maar ik duid juist op onze rol hier in de Eerste Kamer. Ik hoef daar verder geen antwoord meer op te hebben, want dat kost alleen maar tijd, maar deze cri de coeur wilde ik wel even meegeven. Verder sluit ik mij aan bij de vorige sprekers.
De heer Rosenmöller (PRO):
Nou, dat is goed, maar dan ontlokt u me toch een reactie. Ik kan me niet helemaal van de indruk losmaken dat dit ook te maken heeft met wat u er zelf van vindt. Dat mag. Dat is uw goed recht. Maar wij vinden op een aantal punten iets anders. We vinden het allemaal afschuwelijk, maar we gebruiken daar wellicht verschillende kwalificaties voor. Daarover mag u mij en mijn fractie bekritiseren, maar ik vind dat er wel hoog van de toren wordt geblazen als wordt gezegd dat dit de Eerste Kamer onwaardig is en dat dit niet bij de Eerste Kamer past. Dit zijn de tweede of derde Algemene Beschouwingen en in het debat over de regeringsverklaring heb ik het ook gezegd, dus deze woorden gebruik ik niet voor de eerste keer. Het roept veel op. Dat zie ik dan maar als een feitelijkheid, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het iets met dat meningsverschil te maken heeft. Maar goed.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Rosenmöller (PRO):
Nou, ik denk …
De voorzitter:
O, de heer Van Rooijen nog.
De heer Van Rooijen i (50PLUS):
Voorzitter. 6 oktober 1973, de inval van Egypte en Syrië in Israël. Laten we niet vergeten dat Nederland toen pal achter Israël stond, met de PvdA-bewindslieden Den Uyl en Max van der Stoel voorop.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Rosenmöller (PRO):
Ik vervolg mijn betoog.
Voorzitter. Ik was bij de democratieën en autocratieën. De democratieën worden minder liberaal omdat de rechtsstaat, de onafhankelijke instituties, de vrije media en de beperkingen op de macht van regeringen worden aangetast. Dat gaat vaak sluipenderwijs. Het is onze overtuiging dat de Eerste Kamer een baken moet zijn dat de waarden van de liberale democratie en de democratische rechtsstaat met zijn checks and balances dient te verdedigen en te versterken. Maar er is meer nodig om een land niet te laten afglijden zoals het ooit Hongarije of Polen overkwam. Wat er in de Verenigde Staten gebeurt, was tot voor kort ondenkbaar. De ontwikkelingen in Duitsland met de AfD en in Frankrijk met Rassemblement National zijn wat anders van aard, maar wel ronduit zorgelijk. Leiderschap om onze waarden actief uit te dragen en onze dagelijkse problemen op te lossen zijn dan cruciaal.
Voorzitter. Op het snijvlak van buiten- en binnenland ligt het Caribisch deel van ons Koninkrijk. Kan de minister-pre…
De voorzitter:
De heer Van Hattem.
De heer Van Hattem (PVV):
Ik hoor nu dat er zorgen zijn over de rechtsstaat in onder andere Frankrijk. We zien dat daar scholen en mensen in brand worden gestoken door allerlei radicale jongeren, vaak van Noord-Afrikaanse, islamitische afkomst. Zij worden opgestookt door een partij daar, LFI, de radicaal-socialistische partij in Frankrijk. Is het niet veel zorgelijker dat op die manier de rechtsstaat onder druk komt te staan en dat er openlijk geweld is tegen scholen? Het Nelson Mandela Lyceum is helemaal tot de grond toe afgebrand in Frankrijk. Waarom horen we de heer Rosenmöller daar niet over?
De heer Rosenmöller (PRO):
U heeft al van alles en nog wat van mij gehoord; ik herhaal mezelf. Onze algemene lijn is: je mag in een democratie protesteren wat je wil — ik denk dat u dat anders ziet, want wij willen de vrijheid van meningsuiting veel ruimte geven en u niet, in uw opvatting — maar binnen de grenzen van de democratische rechtsstaat. Daar past het niet bij om scholen in brand te steken, mensen op een of andere manier met geweld te bejegenen of allerlei andere dingen te doen die buiten de kaders vallen. Dat zullen wij altijd verwerpen.
De heer Van Hattem (PVV):
Ik wil juist de democratie en de vrijheid van meningsuiting alle ruimte geven, maar scholen in brand steken … Dat is wat er nu gebeurt in Frankrijk, onder aanmoediging van extreemlinks. Extreemlinkse burgemeesters lopen voorop bij dat soort acties. Ik hoor de heer Rosenmöller zeggen "ik maak me zorgen vanwege de presidentskandidaat van Rassemblement National in Frankrijk", terwijl dat gewoon de democratische keuze is van de Franse burgers. Zij geven gewoon op democratische wijze een voorkeur aan een bepaalde presidentskandidaat. Dus wie heeft er hier nou een probleem met de democratie? Dat zijn niet wij, dat zijn niet de patriottische partijen in Nederland of in Frankrijk, maar dat is de heer Rosenmöller en dat is extreemlinks, dat tot rellen en het in brand steken van scholen overgaat. Dat is wat er gebeurt. Als de heer Rosenmöller dat ziet als een normaal protest en vrijheid van meningsuiting — dat is namelijk het eerste waar hij mee kwam — dan vraag ik me af waar het misgaat met de rechtsstaat.
De heer Rosenmöller (PRO):
Ik kijk een beetje om mij heen naar de collega's en ik zie allerlei non-verbale reacties in de richting van de heer Van Hattem. Die gaan meer zijn kant op dan mijn kant op, zal ik maar zeggen. U herhaalt het zo vaak dat u er bijna in gaat geloven dat ik er op een of andere manier invloed op heb en dat ik kan bepalen wat er in Frankrijk gebeurt. Wij verwerpen geweld, wij verwerpen brandstichting, wij verwerpen die dingen die buiten de bandbreedte van de democratie gebeuren, in Frankrijk, in Nederland op het Malieveld, waar dan ook. Dat bestrijden wij; dat keuren wij niet goed. Misschien dat u dat voor eens en voor altijd kunt onthouden, want dat helpt ons in de snelheid van dit soort debatten. Het wordt een herhaling van zetten. Wij verschillen van mening over het politieke programma van Rassemblement National, omdat het programma in de kern mensen tegen elkaar opzet en niet verbindt. Dat is de kern van onze kritiek. Daar hebben wij zorgen over en die houden wij wellicht.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Rosenmöller (PRO):
Voorzitter. Ik was bij het Caribische deel van ons Koninkrijk. Kan de minister-president iets meer zeggen over de concrete doelen van de eerste Koninkrijkstop? De grootste zorg is en blijft de armoede op de eilanden. De landen Aruba, Curaçao en Sint-Maarten zijn daar primair zelf verantwoordelijk voor, maar voor Bonaire, Saba en Sint-Eustatius zijn wij verantwoordelijk. In Europees Nederland dalen de armoedecijfers, ook voor kinderen, tot ruim onder de 5%, maar met de beste bedoelingen lukt dat in Caribisch Nederland niet. Daar praten we over 30%. De analyses zijn bekend en worden erkend. De terechte hartenkreet vanuit de eilanden is: "Kom in actie. Kom in actie om het economisch potentieel te versterken, de kosten van levensonderhoud te verlagen, de armoede te bestrijden en de levensstandaard van onze Caribische landgenoten te verhogen." Ik vraag de premier het initiatief te nemen om tot doorbraken te komen op dit terrein.
Als progressieve beweging zijn wij ervan overtuigd dat we een samenleving kunnen bouwen waar mensen vertrouwen in hebben. Dat we letterlijk en figuurlijk moeten bouwen en verbouwen, zijn we met elkaar eens. Iedereen kent de lijst: we moeten betaalbare woningen bouwen, we moeten de verouderde infrastructuur onderhouden, we moeten het stikstofprobleem oplossen, de natuur herstellen, het afgesproken klimaatbeleid uitvoeren en onze economie innoveren, en we moeten de veiligheid bevorderen en de migratie beheersen. Dan heb ik het nog niet over onze Europese en internationale ambities en de invloed van nieuwe technologie en AI op ons toekomstige leven. Die lijst wordt alleen maar langer, omdat we de laatste vijf jaar vooral stilstand hebben gezien.
Daarmee zijn we terug bij de lezing van Peter van Uhm: "Nietsdoen is geen optie." Maar eerlijk gezegd zien we tot nu toe een waardeloze vertoning. Sinds de start in februari is het minderheidskabinet vooral met zichzelf bezig in een eindeloos proces om tot een meerderheid te komen. Alsof we niks anders te doen hebben. Het wordt de hoogste tijd dat deze permanente formatie eindigt. Het kabinet zoekt terecht naar een stabiele meerderheid. Met in ieder geval de fracties van PRO en Volt ligt die voor het oprapen. Wij reiken de hand uit richting een totaalakkoord. Het kabinet heeft daartoe een eerste betekenisvolle, goede stap gezet. In zo'n totaalakkoord zitten vast elementen die wij minder aantrekkelijk vinden en die daarmee misschien breder gesteund zouden kunnen worden.
Mijn oproep aan het kabinet is om te stoppen met de poging om vanuit partijpolitieke belangen Jan en alleman op alles te verenigen. Sterker, mijn oproep is om de oplossing voor de begroting voor 2027 in een breder kader te plaatsen. De uitdagingen waar we nationaal en internationaal voor staan, zijn gigantisch. Ik heb de thema's genoemd. In die politieke context rest ons geen andere keus dan dat de democratische hoofdstromen in de politiek de handen ineenslaan om een langetermijnagenda te maken die wordt uitgevoerd. We moeten handelen. De klok tikt, om het met Van Uhm te zeggen. Dat betekent dat progressieven, christendemocraten en liberalen, met al hun onderlinge verschillen, duidelijk moeten maken wat hen bindt en een compromis zullen moeten vinden voor wat hen scheidt. Zo kunnen we samen met decentrale overheden, werknemers en werkgevers de enorme verbouwing waar we voor staan, realiseren en ons land sterker, eerlijker en duurzamer maken.
Dat vraagt om leiderschap. Meerdere adviseurs van het kabinet hebben het pleidooi voor rechtsstatelijk leiderschap gehouden. Ik noem de Raad van State, de Staatscommissie rechtsstaat en de Raad voor Cultuur. Hoe is het overigens mogelijk, zo vraag ik de premier tussendoor, dat kunst en cultuur, die Joop van den Ende "de ziel van de samenleving" noemt, geheel ontbraken in de troonrede?
Echt langdurig samenwerken is niet makkelijk. Het is wel uitdagend. Het vraagt om iets minder partijbelang en iets meer landsbelang. Mensen zitten daar echt op te wachten. Ik zie die bereidheid, of het begin daarvan, bij progressieven, christendemocraten en sociaalliberalen. Ik zie die nog wat minder bij conservatief-liberalen. Daar is nog huiswerk te doen. Misschien hebben we allemaal nog huiswerk te doen. Als we iets verder kijken dan naar vandaag of morgen, dan ben ik ervan overtuigd dat zij ook gebaat zijn bij deze manier van werken. Dat is ook omdat we weten dat elk alternatief zo veel slechter is en omdat we weten dat antidemocratische en giftige politieke stromingen altijd op de loer liggen om in het gat te springen van het failliet van het politieke midden.
Laat ons dat niet gebeuren. Laten we stoppen over samenwerking en leiderschap te praten. Laten we proberen te leveren als staatslieden, om het nog één keer met Van Uhm te zeggen, voor de huidige en de komende generatie, met elkaar en met respect voor elkaar. Mijn vader zou het toejuichen.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Klip-Martin van de VVD.
Mevrouw Klip-Martin i (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Ik groet het kabinet. Ik wil graag aan vier onderwerpen aandacht besteden in mijn bijdrage: de democratische rechtsstaat, onderhandelen en langetermijndenkers, het vertrouwen van burgers in hun overheid en een aantal inhoudelijke onderwerpen. Het kan niet anders dan dat er een redelijke rode lijn — ik kan ook "blauwe lijn" zeggen — te ontdekken is in de bijdrage van de heer Rosenmöller en mijn bijdrage.
Voorzitter. Na bijna 30 jaar in het openbaar bestuur, op verschillende niveaus, sta ik hier waarschijnlijk voor de laatste keer bij Algemene Politieke Beschouwingen. 30 jaar politiek stemt tot enige reflectie over het grote belang van onze democratische waarden. Democratie kan immers alleen functioneren wanneer politici en bestuurders opereren vanuit die democratische waarden: een diepgeworteld besef dat een keuze gedragen door ons allen beter is dan een keuze gedragen door de helft plus één, het besef dat de meerderheid beslist met inachtneming van de gerechtvaardigde mening van de minderheid, het besef dat de ander ook behoort tot het democratisch collectief en het vertrouwen dat die ander even goed probeert om de maatschappij als geheel vooruit te brengen.
Ik kijk even terug naar het debat over de regeringsverklaring van precies een halfjaar geleden. Onze afsluitende hartenkreet van toen staat nog steeds als een huis: politiek is niet voor bange mensen. We spraken de noodzaak uit voor langetermijndenkers: durf te kiezen voor de lange termijn, ook als die keuze ongemakkelijk is. Geen besluit is immers ook een besluit en de tijd is niet gratis. Of, zoals de koning het verwoordde op 16 september jongstleden: de toekomst wacht niet op achterblijvers.
Voorzitter. Ik begin met een citaat: "Debat en verschil van inzicht horen bij een levende democratie. Maar wat er ook bij hoort, is de bereidheid elkaar over die verschillen heen op een volwassen manier de hand te reiken." En: "Dat betekent dat politiek en samenleving in het hier en nu toekomstgericht moeten blijven denken en handelen." Dat zouden zomaar citaten uit de troonrede van 2026 kunnen zijn, maar de koning sprak deze woorden tijdens de troonrede van 2025. Over urgent en actueel gesproken. In de eerste 130 dagen van dit kabinet hebben we gelukkig kunnen zien dat het kabinet-Jetten ambitieus is. Zo kreeg de Tweede Kamer in dat eerste gedeelte al 56 nieuwe wetsvoorstellen en wetswijzigingen voorgelegd en hoewel het niet gaat om het aantal, geeft dat wel aan wat dit kabinet wil bereiken en dat is resultaat. Dat kan het kabinet, zeker als minderheidskabinet, niet alleen. We zien hoe dit minderheidskabinet met vallen en opstaan een werkwijze ontwikkelt. Met de begrotingsbrief van 29 september heeft een kabinet een meer dan forse stap in de richting van de oppositiepartijen en de polder gedaan.
Samenwerking vraagt iets van elkaar. Het vraagt vertrouwen en begrip voor de buikpijn van de ander, het vraagt om een breed besef van de gedeelde verantwoordelijkheid voor de toekomst van ons land en het vraagt om geven en nemen. Waar we ons inziens in het publieke debat op moeten letten, is dat het meer moet gaan over overeenkomsten en minder over verschillen, dat het meer moet gaan over een gedragen analyse van de problematiek en minder direct over oplossingen en dat het meer moet gaan over de toekomst en minder over het heden. Hoe kijkt het kabinet hiertegen aan, vragen wij de minister-president.
Voorzitter. Alvorens op een aantal inhoudelijke onderwerpen in te gaan — u kunt ongeveer raden welke dat zijn — zijn er nog twee overkoepelende andere thema's die ik namens de VVD-fractie graag aan de orde stel, te beginnen bij de groeiende kloof tussen de systeemwereld en de echte wereld. Wij hebben ons land de afgelopen decennia steeds verder ingericht in systemen, steeds verfijnder en gedetailleerder. Door de dominantie van die systeemwereld is de mens steeds meer uit beeld geraakt. En als het waarom van beleid voor mensen niet meer herkenbaar is, verdwijnt niet alleen het vertrouwen in de overheid, maar ook het gevoel dat mensen zelf verantwoordelijkheid kunnen en moeten nemen. Want mensen zijn best bereid om regels te accepteren en verantwoordelijkheid te dragen als ze begrijpen welk doel ermee gediend wordt en als ze ervaren dat ze daarin zelf betekenisvol kunnen handelen. Een voorbeeld is het ondoorgrondelijke meetinstrumentarium van de stikstofdepositie: begrijpelijk ontstaan, maar niet overtuigend meer als meetinstrument. Daarom is het volgens de VVD-fractie tijd om de mens en zijn persoonlijke wereld weer meer als vertrekpunt te nemen door systemen weer dienstbaar te maken aan hun oorspronkelijke doel.
Het tweede overkoepelende thema dat ook nadrukkelijke aandacht verdient, is onze democratische rechtsstaat. De heer Rosenmöller had het er ook uitvoerig over. Een sterke rechtsstaat is immers geen vanzelfsprekendheid. Zij vraagt voortdurend onderhoud, zorg en bestuurlijke wijsheid. Juist in een tijd waarin vertrouwen in de politiek en instituties onder druk staat, verdient de zorg voor onze rechtsstaat extra aandacht. De ontwikkelingen elders in Europa en in de Verenigde Staten op dit terrein stemmen niet vrolijk en benadrukken die noodzaak alleen maar. Dat hangt nauw samen met de democratische waarden die ik eerder noemde. Het verlangt van ons dat we staan voor die waarden, dat we ze uitdragen en met verve verdedigen wanneer ze onder druk staan.
Maar ook dichter bij huis spelen zorgwekkende ontwikkelingen, zoals bij de recente Malieveldprotesten, waar antidemocratische en neonazistische geluiden te horen waren. We wekken soms de indruk dat we er al aan gewend zijn en dat we het normaal vinden. Dat is het allerergste en eigenlijk de grootste alarmbel, of zoals politicoloog Cas Mudde het verwoordde: "Het politieke gevecht gaat niet meer tussen links en rechts in de democratie, maar om de democratie zelf." Graag horen wij van de premier hoe het kabinet hierin actief positie kiest, zeker ook tegen de achtergrond van het rapport over dit onderwerp dat de AIVD en de NCTV samen uitbrachten.
Voorzitter. Dan ben ik bij een aantal inhoudelijke thema's. Ik behandel graag de Miljoenennota aan de hand van enkele van die thema's. Zonder te pretenderen volledig te zijn, wil de VVD-fractie in elk geval kort de volgende punten aan de orde stellen bij het kabinet: onze economie, de nationale en internationale veiligheid, het asielbeleid, zorg, klimaatverandering en de bouwopgave; u zag ze al eerder voorbijkomen.
Te beginnen bij de economie. Het kabinet heeft in het coalitieakkoord afgesproken te werken naar een economische groei van 1,5%. De VVD-fractie is zich terdege bewust van het feit dat dit, gegeven de politieke omstandigheden, geen gemakkelijke opgave is. De Miljoenennota laat gelukkig zien dat het kabinet deze opdracht serieus neemt en zelfs ziet als nationale opdracht. Dat is terecht. Middelgrote en kleine bedrijven en zeker ook grote ondernemingen die willen investeren, moeten we waarderen, de ruimte geven om stappen te zetten en ook van stabiel en voorspelbaar beleid voorzien, zodat ze ook in Nederland willen blijven. De aangekondigde oprichting van een nationale investeringsinstelling gaat zeker ondersteunend zijn bij de financiering van start-ups en scale-ups.
In dat licht zijn we ook blij met de extra investeringen die worden gedaan op het gebied van infrastructuur, want een goed functionerende infrastructuur is essentieel voor onze nationale veiligheid en voor onze economische ontwikkeling. Maar ook AI verdient op deze plek vermelding. Het raakt ons onderwijs, onze economie, onze concurrentiekracht en het nationale en internationale debat over de hoognodige regulering. Dan de vergrijzing. Hoe ziet ons land eruit met minder werkenden, steeds minder werkenden en steeds meer ouderen? Daarmee is direct een link gelegd met de houdbaarheid van onze sociale voorzieningen en ons zorgsysteem. Hoe kijkt het kabinet daartegen aan na de forse aanpassingen van het regeerakkoord op dit punt?
Voorzitter. Veiligheid is voor de VVD, net als voor vele anderen overigens, altijd een kerntaak van de overheid geweest. Veiligheid gaat verder dan politie, justitie en Defensie. Het gaat tegenwoordig ook over cyberaanvallen, desinformatie, economische en militaire afhankelijkheden en de bescherming van onze vitale infrastructuur. Maar het gaat ook om de individuele vrijheid van mensen, zodat ze zich veilig voelen in hun dagelijks leven en ook achter hun eigen voordeur. Nederland moet waakzaam zijn, zowel fysiek als digitaal. Een belangrijke stap is het op orde brengen van de cyberveiligheid van onze bedrijven, onze infrastructuur en de weerbaarheid van individuele burgers. Ook onze medeoverheden zijn daarmee actief aan de slag. Welke stappen staan het kabinet hierbij de komende jaren voor ogen?
De internationale veiligheid vraagt ook onze nadrukkelijke aandacht. De onzekerheid waar we in april al over spraken, is de afgelopen maanden alleen maar onzekerder geworden, en dan niet in positieve zin, met een almaar voortdurende oorlog in het Midden-Oosten tussen de VS en Iran die alleen maar verliezers kent, het conflict in de Palestijnse gebieden en, niet te vergeten, de agressieoorlog van Poetin in Oekraïne. We ondersteunen het kabinet in zijn niet-aflatende steun voor Oekraïne en in zijn leidende rol daarbij. Specifieke aandacht moet daarbij wat ons betreft gevestigd worden op het ICC, het International Criminal Court, waar de heer Rosenmöller ook al over sprak. Dat kan de daders van genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden veroordelen. Dit instituut verdient dan ook onze onvoorwaardelijke steun en verdient steen voor steen bescherming, zeggen wij de minister-president na.
Dat brengt mij bij immigratie en asiel. De minister voert de Spreidingswet uit, zodat de lasten zo eerlijk mogelijk worden verdeeld. Wij realiseren ons daarbij ook dat gemeenten het zwaar hebben met de huisvesting van statushouders, noodopvanglocaties en de opvang van Oekraïners. Contramal is natuurlijk ook de afgesproken noodzakelijke daling van de instroom, wat voor een goede werking van het Europese Migratiepact essentieel is. De instroom lijkt te dalen, maar mogelijk is het nog te vroeg om hier een trend in te zien of de precieze oorzaak van aan te wijzen. Gaat het kabinet extra maatregelen nemen als de huidige maatregelen onvoldoende blijken te zijn?
Dan ook een woord over de zorg. Nederland heeft een zorgstelsel gebaseerd op solidariteit, waar we heel trots op mogen zijn. Iedereen in Nederland mag zich verzekerd weten van de zorg die hij nodig heeft. Sinds 2006 is er een verzekerd basispakket voor iedereen. We betalen zorgpremie en een eigen bijdrage. Voor mensen met een kleinere beurs bestaat er zorgtoeslag. De totale zorgkosten per jaar bedragen 120 miljard euro. Die kosten blijven stijgen bij ongewijzigd beleid. Zonder ingrepen komt voor volgende generaties ons kroonjuweel solidariteit onder druk te staan. Er kan dus niet snel genoeg begonnen worden met de route naar passende zorg. Hoe gaat het kabinet het antwoord op deze onvermijdelijke keuze vinden, zo vragen wij de minister-president.
Dan kom ik bij klimaatverandering en onze water- en energievoorziening. Bij het klimaatakkoord van Parijs uit 2015 werd wereldwijd afgesproken dat de temperatuurstijging van de aarde bij voorkeur niet boven de 1,5 graad uit zou komen. Inmiddels is duidelijk dat we die grens niet halen. Het Planbureau voor de Leefomgeving berekende dat ons land zonder extra maatregelen ook de eigen klimaatdoelen niet haalt. Ook instituten als het KNMI en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid luidden de noodklok. Wat we nodig hebben, is realistisch langetermijnklimaatbeleid. In de troonrede waren hierover alarmerende en behartigenswaardige woorden opgenomen. Wat is de gedeelde visie van het kabinet hierop, vragen wij de minister-president.
Dat brengt mij bij netcongestie en haperende drinkwaterbeschikbaarheid. Ook de Raad van State wijst er in het advies over de Miljoenennota op dat een gevoel van urgentie en versnelling nodig zijn.
Zal ik dit afmaken, of zal ik even stoppen?
De voorzitter:
Maakt u even uw zin af. Dan hebben we daarna ruimte voor een interruptie.
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Ja, mijn zin was af, maar het kopje niet.
De voorzitter:
Het kopje. Ik praat ook graag in kopjes.
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Hoewel het kabinet erkent dat het wegnemen van knelpunten rond netcongestie en vergunningverlening in de praktijk een belangrijke voorwaarde is voor private investeringen, zorgt het achterblijven van de energie- en watertransitie nog steeds voor een stagnatie van onze productiviteit en daarmee onze economie. Welke stappen zet het kabinet op korte termijn om ook op deze dossiers weerbaar te blijven?
De heer Van Hattem i (PVV):
Mevrouw Klip van de VVD heeft het erover dat er meer maatregelen genomen moeten worden op het gebied van het klimaatbeleid en op het gebied van de energietransitie. Maar ondertussen is die stroomschaarste, het gebrek aan netcapaciteit, vooral ontstaan omdat er is ingezet op wind en zon. Daarmee is het stroomnet eigenlijk helemaal overhoopgehaald voor iets waar het nooit op gebouwd is. Kan mevrouw Klip van de VVD aangeven aan welke klimaatmaatregelen zij zit te denken? Moeten er dan nog meer windturbines en zonneparken worden opgetuigd, om het probleem nog groter en nog erger te maken?
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Dit is een onderwerp waar wij mogelijkerwijs enigszins van mening over verschillen. Het klopt dat de inzet op meer duurzame energie ervoor gezorgd heeft dat het stroomnet overbelast is. We hadden dat natuurlijk ook eerder kunnen bedenken, want we wisten dat we zonnepanelen en windmolens gingen plaatsen. We houden ons wat betreft de klimaatdoelen ook gewoon aan de afspraken die we zelf in 2015 gemaakt hebben.
De heer Van Hattem (PVV):
Maar dat is nog geen begin van een antwoord op mijn vraag. We wisten inderdaad dat je, als je gaat inzetten op die zogenaamd duurzame energie, die instabiele wind en zon, die wiebelstroom, het stroomnet volstrekt overbelast. Dat is daar nooit op gebouwd. Dat is gebouwd op een hele vlakke aanvoer van stroom. Je gaat nu een situatie krijgen dat er honderden miljarden geïnvesteerd moeten worden om die netcapaciteit weer op orde te krijgen. Dan vraag ik aan mevrouw Klip van de VVD of zij bereid is om te stoppen met de inzet op wiebelstroom via wind en zon en alleen nog maar te kijken naar echt stabiele vormen van energie, zoals kernenergie.
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Over kernenergie zijn wij het snel eens. De VVD is altijd groot voorstander geweest van kernenergie. Die heb je alleen niet morgen; dat duurt tien jaar. Daar zijn we overigens mee bezig in dit land; u volgt ongetwijfeld alle berichtgeving daarover.
Ik denk niet dat we zomaar al onze ambitieuze duurzaamheidsdoelstellingen los moeten laten. Overigens is er in de afgelopen jaren ongelofelijk veel gebeurd. Als ik het goed begrijp, is het kabinet nu ook bezig om te kijken hoe bijvoorbeeld procedures verkort kunnen worden. Het gaat namelijk niet alleen om de overcapaciteit van het net en het gebrek aan menskracht, het gaat ook om het feit dat we in dit land — ik had het daar al eerder over — ooit met goede bedoelingen hebben geprobeerd elk risico te vermijden via een heel stringente vergunningverlening. Ik heb begrepen dat daar nu ook naar gekeken wordt.
De voorzitter:
Tot slot, de heer Van Hattem.
De heer Van Hattem (PVV):
Tot slot, voorzitter. Dan hoor ik graag van mevrouw Klip van de VVD, gewoon klip-en-klaar, wat de VVD nu vindt van wind en zon. Mevrouw Klip zegt dat de VVD de duurzame ambities niet wil loslaten. Betekent dit dat er onder dit kabinet met de VVD nog meer zonnepanelen en windparken worden aangelegd, waardoor het probleem voor de netcapaciteit alleen maar groter wordt gemaakt, het stroomnet nog meer wordt belast en de Nederlandse burger alleen nog maar meer gaat betalen voor zijn energie?
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Om te beginnen: u begrijpt dat u niet de eerste bent die het grapje met "klip-en-klaar" maakt.
U gaat van mij als senator, als lid van deze Eerste Kamer, niet allerlei inhoudelijke antwoorden krijgen op de vraag hoe wij tegen het wel of niet intensiveren van de verdere verduurzaming aankijken. Wij zijn ons natuurlijk zeer bewust van het feit — ik weet zeker dat dit ook geldt voor het kabinet — dat we een aantrekkelijk vestigingsklimaat willen houden en dat ook de betaalbaarheid niet onder druk mag komen te staan. Het is inderdaad geen simpele opgave. Maar nogmaals, er wordt door het kabinet zeer actief aan gewerkt. Wij steunen dat.
De voorzitter:
De heer Nicolaï.
De heer Koffeman i (PvdD):
Bijna.
De voorzitter:
Nee, de heer Koffeman natuurlijk. De heer Koffeman van de Partij voor de Dieren.
De heer Koffeman (PvdD):
Ik hoor mevrouw Klip-Martin pleiten voor langetermijndoelstellingen voor klimaatbeleid omdat de huidige doelstellingen niet gehaald worden. Ik onderschrijf dat van harte — hoe meer klimaatdoelstellingen, hoe beter, in de urgente situaties die er zijn — maar niet alleen voor de lange termijn. Uw partij heeft het nu mede voor het zeggen. Ook op korte termijn zouden de klimaatdoelstellingen gerealiseerd moeten worden, maar we zien ze elke keer verder uit beeld schuiven.
Daarna stipte u een ander onderwerp aan, te weten de waterbeheersing en het verbruik van water. Ook sprak u over de energiedoelstellingen en de energietransitie. Wat dat laatste betreft het volgende. Huiseigenaren worden op dit moment ontmoedigd om thuisbatterijen aan te schaffen, omdat ze twee keer belasting moeten betalen: bij het binnenhalen van de energie en bij het weer uit laten gaan van de energie. Is de VVD van mening dat zo'n dubbele belastingheffing voor burgers die hun bijdrage willen leveren aan de energietransitie onrealistisch is, dus dat die belastingheffing verboden zou moeten worden?
Verder zijn de databedrijven weinig transparant, of helemaal niet transparant, over de hoeveelheid water en energie die ze gebruiken. Is de VVD van mening dat dit volledig transparant zou moeten worden?
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
U stelt een aantal heel politiek getinte vragen. Ik vind daar van alles van, maar ik ga u er geen antwoord op geven, want ik vind dat typisch iets waarover besloten moet worden in de Tweede Kamer en niet in de Eerste Kamer. Ik sta hier als Eerste Kamerlid. En als u bij mij op het knopje "water" drukt, sta ik hier nog een uur.
De heer Koffeman (PvdD):
Dat is inderdaad een weinigzeggend antwoord, maar daar moeten we het mee doen, kennelijk.
De heer Rosenmöller i (PRO):
Dan heb ik een Eerste Kamervraag voor u, mevrouw Klip. Misschien is die vraag iets beschouwelijker. Ik merkte op dat er volgens Van Uhm twee dingen zijn die de partijpolitieke visies overstijgen, omdat ze gaan over de zekerheid van ons bestaan: defensie en klimaat. Wij zouden eigenlijk op beide moeten leveren. Mijn vraag is beschouwend bedoeld. We proberen te leveren. Dat is moeilijk, maar we proberen dat te doen. Voor de NAVO-norm, die internationaal is afgesproken, leveren we 3,5%, maar hoe is het nou mogelijk dat met betrekking tot die andere poot, het punt van het klimaat, de doelstellingen, die we ook internationaal afspreken, niet gehaald worden, terwijl het toch over de essentie van ons bestaan gaat?
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
We halen die inderdaad niet. Dat betekent dus dat er een tandje bij moet, met inachtneming van betaalbaarheid en het feit dat we niet het totale bedrijfsleven uit ons land willen jagen. In de afgelopen jaren is inmiddels — dat weet u ook — ongelofelijk veel gebeurd op duurzaamheidsgebied. Dus moeten we daar serieus naar blijven kijken? Ja.
De heer Rosenmöller (PRO):
Het gaat mij niet om de vraag of er iets gebeurd is. Er is wel degelijk iets gebeurd natuurlijk. Maar de wereld zou te klein zijn als wij als Nederland met een paar andere landen, wetende dat je binnen de NAVO 3,5% moet opleveren, zouden zeggen: dat doen we niet; we leveren 2%. De wereld zou dan te klein zijn. Dat hebben we dus ook niet gedaan. We leveren. We maken ons onderdeel van die internationale afspraak. Maar bij die andere internationale afspraak, het verdrag van Parijs, leveren we onvoldoende. De veiligheid heeft met het vestigingsklimaat te maken, maar het klimaat ook. Je kunt toch niet de argumenten die u noemt alleen maar richten op het vraagstuk van het klimaat en niet op het vraagstuk van de veiligheid? Waarom leveren we dus niet op die twee essentiële terreinen?
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Ik dacht dat u zou vragen: bent u het daarmee eens? Ja, daar ben ik het mee eens; daar zijn wij het als VVD-fractie mee eens. Toch vind ik het — dat klinkt flauw — aan de Tweede Kamer om daarin extra stappen te zetten. U, ik en ik denk iedereen in deze zaal is wel degelijk actief binnen zijn eigen partij bezig om daar druk op te zetten. U heeft ook een van mijn laatste vragen gehoord, namelijk wat de gedeelde visie is van het kabinet op onder andere de alarmerende behartigenswaardige woorden die in de troonrede stonden, die overigens ook door dit kabinet geschreven is.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Rosenmöller.
De heer Rosenmöller (PRO):
Ik maak het korter. Ik hoop dat we elkaar kunnen vinden. Vindt u dat we moeten leveren op het punt van veiligheid en vindt u ook dat we onze internationale afspraken rondom klimaat moeten handhaven?
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Die staan nog steeds. Ik heb nergens gehoord of gelezen dat wij afbreuk doen aan de afspraken die we in 2015 in Parijs gemaakt hebben. Maar nogmaals, in ieder geval de VVD heeft daar altijd bij gezegd: het moet wel met inachtneming van zorgen voor het bedrijfsleven zijn — dat zit voor een deel ook in verdere verduurzaming, maar niet helemaal — en het moet voor inwoners van dit land ook betaalbaar blijven.
Mevrouw Visseren-Hamakers i (Fractie-Visseren-Hamakers):
Ik zal proberen aan mevrouw Klip-Martin een Eerste Kamerwaardige vraag te stellen. Ik ben er heel blij mee dat mevrouw Klip-Martin een pleidooi houdt voor klimaatbeleid en waterkwaliteitsbeleid. Zo ken ik haar ook. Ik hoorde aan het begin van het betoog van mevrouw Klip-Martin dat zij ook pleit voor het vasthouden aan de doelstelling van economische groei. Daar gaat het mis in het pleidooi, want sommige economische groei staat de doelstellingen op het gebied van klimaat en waterkwaliteit juist in de weg. Is mevrouw Klip-Martin het met mij eens dat er soms andere keuzes moeten worden gemaakt en dat je, als je de duurzaamheidsdoelstellingen wil bereiken, de economie op een andere manier zou moeten vormgeven?
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Als je je hele bedrijfsleven honderd procent duurzaam wil maken, dan moet je inderdaad met een nieuwe bril kijken naar bijvoorbeeld je productieprocessen. Het perspectief van de VVD, andere organisaties en zeker ook het kabinet — zie ook de woorden in de troonrede van afgelopen jaar — is dat je als bedrijf naar duurzaamheid moet kijken wil je op de lange termijn succesvol zijn. Succesvolle bedrijven zonder verduurzaming van hun productieproces of wat dan ook houden het uiteindelijk niet vol op de lange termijn.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Dat is een antwoord op bedrijfsniveau, maar geen antwoord op Miljoenennotaniveau. Wat voor economie heeft de VVD voor ogen? Mevrouw Klip-Martin geeft daar een beetje antwoord op. Wat doet de VVD op het moment dat er een keuze moet worden gemaakt tussen economische groei en klimaat- of waterkwaliteit?
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Weet u, dat is een hele politieke vraag die mijns inziens echt niet thuishoort in de Eerste Kamer.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Dit kan haast in niet een debat over de Miljoenennota.
De voorzitter:
Dit is tot slot.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
We hebben het over politieke afwegingen en over de uitgaven van de Rijksoverheid. Dit is waar dit hele debat over gaat, volgens mij.
Ik ga nog één laatste vraag stellen. Is mevrouw Klip-Martin zich ervan bewust dat het concept "economische groei" en het concept "bruto nationaal product" ontwikkeld zijn door mensen en dat de mensen die die concepten hebben ontwikkeld, ervoor hebben gewaarschuwd dat die niet bedoeld zijn om het welzijn van landen te meten?
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Ik begrijp uw vraag niet.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Dit is een cliffhanger; vanmiddag zal ik het uitleggen.
De voorzitter:
De heer Kemperman namens Forum voor Democratie. Ik heb nog één vraag aan hem: neemt de heer Dessing niet deel aan het debat?
De heer Kemperman i (FVD):
De heer Dessing is vanwege ziekte afwezig. Ik vervang hem vandaag.
Ik ben het eigenlijk wel eens met de laatste opmerkingen van mevrouw Visseren over dat dit de Algemene Politieke Beschouwingen zijn. In die zin moeten we vandaag wel een beetje politieke kleur bekennen.
Ik ga even terug naar het begin van uw speech, mevrouw Klip-Martin. Ik heb lang zitten wachten om te horen of er iets in zou zitten van politieke kleur bekennen. Behalve heel veel warme woorden over verbinding, democratie, rechtsstaat en waarden — velen van ons zullen die vandaag spreken; de zaal zal zich daarmee vullen — en de verbinding die u een paar keer zocht met uw zeer ervaren collega-senator, de heer Rosenmöller, hangt hier toch een politieke vraag in de ruimte. Die is relevant voor ons als senatoren, maar ook voor de mensen van het kabinet hier achter ons. De vraag is als volgt. Is de grote handreiking waar u over sprak, die het minderheidskabinet deed aan de progressieve partijen, de vakbeweging en de polder, die zelfs reden was tot een feestje bij collega Rosenmöller en zijn medestanders, bij zijn partij, voor u als senaatsfractie van de VVD genoeg? Of komen er nog vele verkapte, eufemistisch verwoorde, een beetje heimelijk verstopte handreikingen richting het progressieve deel van de politiek? Of kunnen we rekenen op het liberale gedachtegoed van de VVD in deze Kamer?
De voorzitter:
Mevrouw Klip.
De heer Kemperman (FVD):
Sorry, voorzitter. We krijgen nog heel veel wetsvoorstellen over huizenbezit, autorijden, belasting, inkomen en box 3. De vraag die iedereen, ook de mensen van het kabinet hier achter mij, bezighoudt, is toch wel: waar staat de VVD nu?
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Het klinkt heel flauw, maar dit is toch bij uitstek een vraag die in de Tweede Kamer hoort. Laat ik het volgende zeggen als VVD-fractie in de senaat. Wij zijn als VVD ongelofelijk dankbaar ... "Dankbaar" is hier een fout woord. Wij zijn ongelofelijk tevreden over het feit dat er, zoals het er nu naar uitziet, een vermogenswinstbelasting zal komen en geen vermogensaanwasbelasting. Wij waren vanaf dag één tegen een vermogensaanwasbelasting. Wij zijn ook heel tevreden, zoals ik net gezegd heb, over de handreiking die het kabinet gedaan heeft in de brief van — dit zeg ik even uit mijn hoofd — 29 september. Er is vorige week wat discussie ontstaan wat betreft de dekking. Wij zijn heel blij dat minister Heinen daarover heeft gezegd: ik ga nog eens goed kijken naar de dekking, want het is natuurlijk ook niet mijn bedoeling om kleine spaarders en kleine beleggers te treffen. Wij wachten dat af. Wij zijn dus blij met die handreiking.
De heer Kemperman (FVD):
Dat zijn hoopvolle woorden. We gaan het per wetsvoorstel, zoals het ons hier betaamt natuurlijk, op de drie pijlers beoordelen en dan zien waar de VVD haar keuze maakt. Tegelijkertijd hoor ik u ook een gloedvol verhaal houden over dat we ons aan alle klimaatafspraken moeten houden, dat we ons aan alle internationale veiligheidsafspraken moeten houden. Op enig moment gaan ze natuurlijk botsen, de binnenlandse belangen van mensen die een klein bezit hebben of een spaartegoedje, mensen die loonheffing moeten betalen of kleine ondernemers en al die grote internationale ambities en verplichtingen waar we onszelf aan hebben gecommitteerd. Dan wordt het natuurlijk interessant waar uiteindelijk de keuze van uw fractie op uit gaat komen, want u zult het met mij eens zijn dat het niet allemaal kan.
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Nee, dat klopt. Om even de heer Remkes na te spreken: nee, niet alles kan overal. Daar ben ik het helemaal mee eens. Natuurlijk komen er conflicterende en schurende situaties, maar dan zult u voor de besluitvorming daarover toch echt bij de Tweede Kamerfractie moeten zijn. Natuurlijk heb ik een mening en heeft mijn fractie een mening, maar u kunt mij niet verleiden tot politieke uitspraken op dit terrein of een aantal andere terreinen waarvan ik vind dat het primaat — ik begrijp dat u het doet — echt bij de Tweede Kamer ligt.
De voorzitter:
Tot slot de heer Kemperman.
De heer Kemperman (FVD):
Mag ik dan de conclusie trekken — die is niet flauw bedoeld — dat u de politieke lijn van uw Tweede Kamerfractie coûte que coûte een-op-een klakkeloos volgt en hier slechts toetst op de pijlers van kwaliteit van wetgeving, uitvoerbaarheid, rechtszekerheid en de dingen die we hier in dit huis geacht worden te doen? De politieke lijn ligt in de Tweede Kamer en die volgt u en hier toetst u vanuit uw senatorschap op die kwaliteitscriteria.
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Als u de laatste paar jaren goed gevolgd had, had u geweten dat de VVD in de Eerste Kamer niet altijd de lijn van de Tweede Kamerfractie volgt, maar daar hoort wel de eerste besluitvorming plaats te vinden. Natuurlijk hebben wij een mening. Natuurlijk, dit is ook een politiek orgaan. Wij zitten hier allemaal gekozen op basis van politieke lijsten. Dus natuurlijk. En natuurlijk praten we daar intern over, maar ik ga niet hier bij de Algemene Politieke Beschouwingen van de senaat de Tweede Kamerfractie, waar het politieke primaat ligt, voor de voeten lopen.
De heer Janssen i (SP):
Ik ga even terug naar het interruptiedebat dat er met mevrouw Visseren-Hamakers was, omdat ik mevrouw Klip volgens mij hoorde zeggen dat bedrijven die niet verduurzamen geen toekomst hebben, dus dat bedrijven ook zullen moeten gaan verduurzamen. Dan is mijn vraag aan haar of bij goed ondernemerschap dan ook hoort dat je gaat sparen voor die verduurzaming als je in de toekomst ook nog een gezond bedrijf wil hebben of dat daarbij hoort of dat je alles uitdeelt aan je aandeelhouders en op het moment dat je moet gaan verduurzamen zegt tegen de overheid: daar wil ik graag belastingbijdrage voor hebben; ik ga dat zelf niet dragen, want ik heb geen geld en anders vertrek ik uit Nederland?
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Uw vraagt mij een keuze te maken tussen die twee punten?
De heer Janssen (SP):
Nee. Misschien ter verduidelijking. U zei: bedrijven zullen moeten verduurzamen, want anders hebben geen toekomst. Naar aanleiding daarvan vraag ik: vindt u dat bedrijven daar zelf voor moeten sparen of vindt u dat als zij niet sparen, zich niet voorbereiden op de toekomst, vervolgens tegen de overheid kunnen zeggen "ik wil geld van u om te verduurzamen, want anders vertrek ik"?
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Volgens mij is het absoluut niet zo zwart-wit. Volgens mij hebben bedrijven absoluut een eigen verantwoordelijkheid. Toch is het zo dat we in dit land al heel lang allerlei subsidieregelingen kennen om ook bedrijven een steuntje in de rug te geven bij hun verduurzaming.
De heer Janssen (SP):
Is mevrouw Klip-Martin het met mij eens — ik heb de verkiezingsposter van de VVD nog even voor ogen: niet je hand ophouden, maar handen uit de mouwen — dat bedrijven …
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Daar bent u het toch ook mee eens, of niet?
De heer Janssen (SP):
... zichzelf voor zouden moeten bereiden op hun toekomst? En dan gaat het niet om een steuntje in de rug, maar om tussendoor enorme bedragen uitkeren aan aandeelhouders zonder te sparen voor je toekomst en dan met het dreigement "anders vertrek ik uit Nederland" die verduurzaming uit belastinggeld gefinancierd te willen krijgen.
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Voorzitter, mag ik een tegenvraag stellen? Waarom vindt u dit een onderwerp waar de Eerste Kamer een mening over zou moeten hebben?
De heer Janssen (SP):
Dat is heel flauw, want mevrouw Klip zei het zelf. Ik haak aan op haar uitlating dat bedrijven die niet verduurzamen geen toekomst hebben. Dus dan vraag ik hoe dat dan betaald zou moeten worden, omdat dat een wezenlijk onderdeel is van ook de Miljoenennota omdat daar heel veel geld naartoe gaat.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Klip.
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Ik zeg dus ook dat we een aantal regelingen en subsidieregelingen kennen, ook voor het bedrijfsleven. Maar u stelt uw vraag heel zwart-wit en absoluut: vindt mevrouw Klip, en dus de VVD-fractie, dat bedrijven die niet gespaard hebben ongelimiteerd geld uit de overheidsruif kunnen krijgen? Het antwoord is nee.
De heer Janssen (SP):
Dan is dat in ieder geval duidelijk.
De voorzitter:
Helder.
Mevrouw Lagas i (BBB):
Mevrouw Klip-Martin is nog niet helemaal klaar met haar betoog, maar ik hoop dat zij wel richting gaat geven aan het kabinet over waar het dan wél over moet gaan. Ik hoorde u ook iets zeggen over de dekking en de begrotingen. Is het standpunt van de Eerste Kamerfractie van de VVD, vraag ik via u, mevrouw de voorzitter, ook dat de begrotingen totaal sluitend moeten zijn en dat er niet meer geleend gaat worden om alle plannen te realiseren? Ik beluister toch een aantal zaken waarvan ik denk: het klopt dat dit Tweede Kamerwerk is, maar het enige wat we in ieder geval zeker kunnen doen, is het kabinet richting meegeven voor hoe de fracties van de Eerste Kamer straks de begrotingen gaan beoordelen. Het hangt wel met elkaar samen. Je kunt het niet los van elkaar zien. Geld kan maar één keer uitgegeven worden.
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Dat ben ik met u eens. Als ik uw vraag vertaal, vraagt u eigenlijk: vindt de VVD-fractie dat het kabinet zich moet houden aan de Europese begrotingsregels? Het antwoord daarop is ja.
Mevrouw Lagas (BBB):
Dat is een heel mooi antwoord, maar daar komt u niet mee weg. Wat ik bedoel te zeggen, is dat het kabinet en alle fracties in de Tweede Kamer … Mevrouw Klip heeft een prachtig verhaal gehouden over de samenwerking. We moeten er wel uit komen. Het geld moet ergens vandaan komen. Geeft de fractie van de VVD het kabinet dan, via uw betoog, wel een richting mee voor waar het wel of geen geld aan moet uitgeven? Dat is eigenlijk mijn vraag.
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Die discussie, dus dat de VVD-fractie in de Eerste Kamer echt aan het kabinet aangeeft "voor dit dossier wel en voor dat dossier niet", hebben we niet gehad. Maar er is elke week overleg in de Eerste Kamerfractie en zeker de leden van het kabinet van VVD-huize weten heel goed hoe wij over sommige dingen denken.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Lagas.
Mevrouw Lagas (BBB):
Dan begrijp ik niet zo goed waarom mevrouw Klip wel de Algemene Politieke Beschouwingen als verschijnsel in de Eerste Kamer houdt.
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Daar hadden wij een gesprek over vlak voordat het debat begon. Misschien moeten we dat dan eventjes delen met deze hele zaal. U gaf aan mij aan dat u al een aantal jaren vindt dat het onzin is dat we dit debat houden. Dat vindt de VVD-fractie ook. En als je het dan toch houdt, waarom combineer je de Algemene Politieke Beschouwingen dan niet met de Algemene Financiële Beschouwingen? Daar zijn wij het over eens.
(Hilariteit)
Mevrouw Lagas (BBB):
Ik hoop dat deze reactie … U vergeet echter één ding toe te voegen. Het is een heel goede opmerking. Ik ben het overigens nog steeds met u eens. Maar mevrouw Klip vergeet nog één ding toe te voegen, namelijk dat ik gezegd heb: als het nu eenmaal de gewoonte is in dit huis, dan doe ik daar wel aan mee, want ik ben een voorstander van democratie en van democratische gewoontes. Daarom stel ik nogmaals mijn vraag aan u. Wij doen mee aan het debat. Wij staan er hetzelfde in als het gaat over waarom wij dat wel of niet belangrijk vinden. Maar dan blijft mijn vraag staan: kan mevrouw Klip aangeven welke boodschap zij het kabinet dan in ieder geval meegeeft om aan het werk te gaan op die belangrijke begrotingsdossiers om de begrotingen dit jaar rond te krijgen?
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Over de punten waar wij over nadenken of langzamerhand een mening aan het vormen zijn, stel ik vragen aan het kabinet. Want volgens mij is het niet alleen de bedoeling van dit debat dat we met elkaar discussiëren, maar vooral dat we vragen stellen aan het kabinet. Ik ben dus heel benieuwd naar de reactie van de minister-president, ook op onze vragen.
Mevrouw Lagas (BBB):
Tot slot.
De voorzitter:
Neenee. U had al vier interrupties en het is mij helder geworden wat wij hier aan het doen zijn.
De heer Schalk i (SGP):
Ook om de mensen die nu achter mij zitten niet het gevoel te geven dat ze hier voor niets zijn: er zijn echt fracties in dit huis die de Algemene Politieke Beschouwingen juist van groot belang achten. Ten eerste is het al heel bijzonder om de minister-president zelf een keer hier te hebben. Anders was hij er alleen bij een debat over de regeringsverklaring. Elk jaar is dat dus een feest apart. Bovendien hebben we met z'n allen in het College van fractievoorzitters gezegd dat we het van belang achten dat er zo veel mogelijk van alle ministeries een minister of staatssecretaris aanwezig is. Laten we dit debat dus niet kleiner maken dan het is; het is een hoogtepunt. Dan kom ik tot mijn vraag, zeg ik tegen de voorzitter, want daar zat zij natuurlijk ook op te wachten. De fractievoorzitter van PRO, de heer Rosenmöller, heeft zojuist gezegd dat hij het van tafel halen van de bezuinigingen op de sociale zekerheid een feestje vond. Vindt de fractie van de VVD dat ook een feestje?
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Hoe zal ik daar nou eens op antwoorden?
De heer Schalk (SGP):
Zal ik helpen?
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Nee. Ik heb helemaal in het begin van mijn betoog aangegeven dat ik vond dat de brief van 29 september een moedige stap was van dit kabinet, gericht op samenwerking. Daar blijf ik bij. Het een feestje noemen gaat onze fractie iets te ver, denk ik, want de problemen die er zijn, zijn niet weg. Je kunt de bezuinigingen wel van tafel halen, of het nou gaat over de sociale zekerheid of de zorg, maar op enig moment zullen we toch moeten kijken hoe we de tekorten oplossen, hoe we bijvoorbeeld de WIA hervormen. Ik weet van de heer Rosenmöller — we hebben daar ook buiten deze Kamer namelijk weleens over gesproken — dat er eigenlijk eensgezindheid is over het feit dat er hervormd moet worden. Dat zou zeker besparingen kunnen opleveren. Maar nogmaals, het moet ergens vandaan komen. Het feit dat de eerste stappen nu zijn gezet, is hoopvol, ook voor mijn fractie, dat we er in gezamenlijkheid met Eerste en Tweede Kamer uit zouden kunnen komen.
De heer Schalk (SGP):
Dank voor het antwoord, want dat bewijst juist waarom we de Algemene Politieke Beschouwingen hebben. Deze antwoorden hebben we nodig en over een paar weken gaan we praten met de minister van Financiën over de financiering.
De heer Rosenmöller (PRO):
Ik begrijp de vraag van de heer Schalk wel, want als iemand een feestneus is, dan is het de VVD'er wel. Die heeft echt heel weinig nodig om een feestje te vieren. Daar staan de VVD'ers om bekend. Eerlijk gezegd is dat jaloersmakend. In ons geval was het twee keer feest. Ik was en ben lid van de FNV én ik ben lid van PRO, dus het is dubbel feest. Maar ik begrijp heel goed dat u dat woord "feest" niet in de mond neemt. Een kwalificatie waarin we elkaar kunnen vinden is misschien echter wel verstandig.
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Ik weet het exacte woord niet meer, maar ik heb gezegd dat ik het een belangrijke stap vond van het kabinet, dat openstaat voor samenwerking in allerlei samenstellingen.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Ik ben bijna klaar, voorzitter.
Als laatste inhoudelijke punt heb ik de bouwopgave. Het gebrek aan voldoende woningen is een van de uitdagingen waarbij van het kabinet daadkracht wordt gevraagd. Ook andere dossiers worden door dit probleem geraakt. Denk bijvoorbeeld aan het gebrek aan adequate opvangplaatsen door de stagnerende uitstroom uit asielzoekerscentra. Over de aanpak van de bouwopgave zijn we als fractie over het algemeen positief gestemd. De Wet regie volkshuisvesting kon vlak voor de zomer in deze Kamer op brede steun rekenen en ook in de bouwsector proeven wij eensgezindheid. De taskforce van het kabinet heeft vorige maand het Actieplan Versnelling Woningbouw gepresenteerd met concrete maatregelen. Natuurlijk, door de schaarste op tal van punten, van menskracht tot energie, moeten we de verwachtingen niet te hoog stemmen, maar we waarderen deze stappen. Een punt van zorg bij onze fractie zit echter bij de stringentere huurregels, een erfenis van de voorganger van de huidige minister, waardoor particuliere huurwoningen in het middensegment massaal worden verkocht. Het is voor de VVD-fractie de vraag of er op dit punt door de regering voldoende ingegrepen wordt. Graag horen wij daarop een reactie van de minister-president.
Voorzitter. Over die blauwe lijn gesproken: ik sluit af met exact hetzelfde citaat waar de heer Rosenmöller in het begin van zijn betoog naar verwees, namelijk de woorden van de negentiende-eeuwse theoloog James Freeman, die werden aangehaald door generaal buiten dienst Peter van Uhm tijdens die bijzondere Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal op 20 november: "Politici denken aan de volgende verkiezingen, staatslieden aan de volgende generaties." Het moet ons als actieve politici toch lukken om ons als kabinet en Kamers in gezamenlijkheid juist wel als staatslieden te gaan gedragen en dus juist wel aan de volgende generaties te denken?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Een interruptie van de heer Van Hattem.
De heer Van Hattem (PVV):
De huidige en volgende generaties kunnen helemaal niet meer aan woningen komen, met name door de massale asielinstroom in dit land. Ik hoor mevrouw Klip van de VVD net zeggen dat we moeten kijken naar de asieluitstroom uit azc's, maar die uitstroom is juist de uitstroom richting onze woningen. Dan vraag ik aan mevrouw Klip van de VVD waarom we de VVD niet horen over het stoppen van de asielinstroom. Dat is toch waar nu het hardste aan moet worden gewerkt: dat er een asielstop komt, zodat eindelijk eens een keer Ter Apel niet meer overloopt en onze huizen niet meer weggegeven hoeven te worden aan die asielinstroom?
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Volgens mij hoort u de VVD daar regelmatig over. De VVD is ook groot voorstander van het internationale Migratiepact. Dat is de tegenhanger. De tegenhanger die we in de wetgeving hebben opgenomen, is het feit dat de asielstroom enorm moet dalen. U heeft mij als het goed is ook een vraag aan de minister-president horen stellen: als die daling nou niet fors genoeg is, zodat we de problemen niet oplossen, gaat het kabinet dan extra stringente maatregelen nemen? Die vraag heb ik gesteld.
De heer Van Hattem (PVV):
Ja, maar die vraag is "als dat gebeurt" en het probleem is dat dat al aan de gang is. Het daalt al niet op het moment. De instroom blijft hoog. We zitten al op 900 per week die er binnen blijven komen, 900 tot 1.000 per week. Dus kan mevrouw Klip van de VVD nu duidelijk aangeven of het nu niet al over de schoenen loopt en of we niet nu direct maatregelen moeten nemen in plaats van zeggen: we gaan maar afwachten of er internationaal een keer iets gaat gebeuren? Wat verwacht mevrouw Klip van dit kabinet dat er nu gaat gebeuren?
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Die vraag stel ik aan de minister-president. Er gebeurt natuurlijk al van alles. De minister van Asiel en Migratie is bezig met het uitvoeren van de wet. We hebben het Migratiepact gesloten. Er komt nu, over een aantal weken, weer nieuwe wetgeving onze kant op als het gaat over asielbeleid en de asielinstroom, onder andere over de dwangsommen, die zowel u als ook ons een doorn in het oog zijn en ik denk veel meer andere partijen. Dus er gebeurt van alles. Een abrupte asielstop kan juridisch helemaal niet. Het klinkt mooi en het klinkt stoer, maar het kan niet. Ik denk dat wij binnen de mogelijkheden die er zijn echt inmiddels fors een tandje bij aan het zetten zijn. We zullen moeten kijken hoe effectief dat is om vervolgens nog verdere stappen te maken. Maar nogmaals, die vraag heb ik aan de minister-president gesteld.
De voorzitter:
Tot slot, de heer Van Hattem.
De heer Van Hattem (PVV):
Ik zie van de andere kant heel weinig gebeuren vanuit het kabinet, behalve dan dat ze die asieldwangwet, die Spreidingswet, vol inzetten richting gemeentes en daarmee nog meer die asielinstroom faciliteren. Is de VVD het met mij eens dat we moeten stoppen met het faciliteren van die asielinstroom en die Spreidingswet eindelijk gewoon van tafel moeten halen, zo snel mogelijk?
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Met dat laatste is de VVD-fractie het niet eens. Dat kan pas op het moment dat inderdaad de tegenhanger is bereikt, dat de asielstoom echt aanzienlijk naar beneden gaat. Je hoopt dat dat snel gaat, zodat we de Spreidingswet niet meer nodig hebben. Maar op dit moment is dat nog wel het geval.
Mevrouw Lagas (BBB):
Ik heb even één verduidelijkende vraag aan mevrouw Klip. Hoorde ik haar in haar betoog nou aangeven dat in het kader van gebrek aan woningen de VVD-fractie spijt heeft van het steunen van de wet van Hugo de Jonge, de Wet betaalbare huur?
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Wij maken ons daar grote zorgen over, omdat er gebeurd is wat we toen tijdens het debat hebben aangegeven, namelijk dat er massaal huurwoningen worden verkocht. En dat was niet de opzet.
Mevrouw Lagas (BBB):
Ik heb nog niet echt een antwoord op mijn vraag. Begrijp ik goed dat de VVD-fractie spijt heeft van het steunen van die wet destijds?
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Wij hebben geen spijt van het steunen van die wet, maar wij zien wel dat er gebeurd is wat wij verwacht hadden en daar moeten we serieus naar kijken. Dus vraag aan het kabinet is of het voldoende doet of plan is om te doen om dat te stoppen.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Lagas.
Mevrouw Lagas (BBB):
Dus het voor- of tegenstemmen van de fractie van de VVD moeten we straks anders afwegen: niet op inhoud, maar op keuzes die ergens anders liggen.
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Dat is geen vraag.
De voorzitter:
Nee. De heer Van Rooijen.
De heer Van Rooijen i (50PLUS):
Ja, voorzitter. Aansluitend op de vragen van collega Lagas. Ik was blij met de opmerking van mevrouw Klip over de wet-Hugo de Jonge. Die wet is hier op de valreep aangenomen. De PVV-fractie zou die ochtend tegen die wet stemmen, maar kreeg de opdracht om voor de wet te stemmen. Als de PVV-fractie tegen de wet-Hugo de Jonge had gestemd, zou de stem van 50PLUS beslissend zijn geweest, want mijn fractie was mordicus tegen die wet. Mijn vraag aan de collega is of de VVD niet alleen spijt heeft — het is natuurlijk een uitnodiging voor de vraag van mij aan u — maar ook bereid is om het kabinet te ondersteunen bij het verzoek dat ik heb straks om die wet fundamenteel te herzien. De evaluatie komt gelukkig sneller, maar daar hebben we niet zo veel aan. Bent u bereid een oproep te doen aan het kabinet om die wet fundamenteel te herzien? Immers, box 3 in combinatie met de Wet betaalbare huur is een giftige cocktail. Boeren en middenstanders, die geen pensioen hebben, moesten leven van de verhuur van die panden en hebben massaal moeten verkopen. Dat is toch een heel zorgelijk gebeuren.
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Ik ga nu niet blind zeggen dat ik ga steunen wat er in die motie staat. Ik neem tenminste aan dat u het over een motie heeft, maar die wil ik dan wel graag even lezen. Ik heb net heel duidelijk in het debat gezegd dat wij ons afvragen of het kabinet voldoende doet om ervoor te zorgen dat het negatieve bijeffect op z'n minst gemitigeerd wordt. Ik hoor graag het antwoord van het kabinet en dan kunnen we er verder over praten.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Wij zijn samen blij dat er ten aanzien van box 3 en die giftige cocktail nu grote stappen worden gezet.
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Zeker.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Maar dat is niet voldoende. Ook bij de Wet betaalbare huur — ik noem het weleens de "Wet onbetaalbare verhuur" — moet fundamenteel iets gebeuren. Ik ga geen motie indienen, maar kunnen wij de komende weken hierin samen optrekken? We krijgen de Financiële Beschouwingen en we krijgen de begrotingen, ook van Volkshuisvesting. Kunnen we hierin samen optrekken om zo een grote stap te zetten?
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Dat lijkt mij in ieder geval een pad om goed te onderzoeken. Wij gaan daar graag met u over in gesprek.
De heer Kemperman (FVD):
Ik was even puzzled en in verwarring. Op zichzelf ben ik redelijk thuis in alle Hugo de Jongewetten of huurwetten, dus de bescherming en alles wat we hier hebben besproken. Ik hoorde mevrouw Klip net zeggen dat zij spijt heeft van de voorstem van haar fractie voor de Wet betaalbare huur. Nou heb ik het even opgezocht, maar u heeft gewoon tegengestemd. Het is niet mijn gewoonte om de VVD te helpen in het debat, maar het is wel de bedoeling dat we zelf weten hoe we gestemd hebben.
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Dat is heel gênant. Ik kijk naar de woordvoerder. Het is inderdaad heel gênant, ik heb dat volstrekt verkeerd geïnterpreteerd, waarvoor excuses.
De heer Kemperman (FVD):
Dan heb ik u hierbij geholpen. Die hele verkrachting van de huurmarkt gaat mij na aan het hart. Ik was zeer blij met de VVD-steun. U heeft ook tegen de Wet vaste huurcontracten gestemd, geef ik u alvast mee, en alle andere huurwetten die tot deze stapeling en vernieling van de huurmarkt hebben geleid. Ik geef het u graag mee.
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Dank u wel.
De heer Rosenmöller (PRO):
Ik heb geen vragen over uw stemgedrag, maar wel over uw mooie slot. Het kan geen toeval zijn dat wij op een of andere manier eenzelfde citaat gevonden hebben dat recht doet aan de kern van ons beider betoog. Ik heb er een beschouwing over gegeven, maar zou u ook willen reflecteren op de gedachte dat met al die thema's die nationaal en internationaal spelen en die buitengewoon ingewikkeld en complex zijn, het land erbij gebaat is als liberalen, christendemocraten en progressieven als hoofdstromen binnen onze Nederlandse democratische politiek elkaar vinden — ik noem het even staatsmanschap, "staatsmensschap" — in een langetermijnagenda waar persoonlijke dingetjes en zo ondergeschikt aan zijn? En dan niet omdat ze hetzelfde zijn, maar wel omdat ze samen aan die langetermijnagenda kunnen werken.
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Dat is een aantrekkelijk toekomstperspectief, waar wij het buiten deze zaal ook vaker over hebben gehad. Dat is zeker iets waar wij serieus naar zouden willen kijken, niet zozeer nu op onderwerp a, b of c dat op dit moment speelt, maar wel als een toekomstvisie. Dat kan misschien ook leiden tot een stabiel midden in onze bestuurlijke samenstelling en minder ruimte voor de flanken.
De heer Rosenmöller (PRO):
Misschien nog één vervolgvraag. Als dat door ons beiden een aantrekkelijk perspectief wordt gevonden, moeten we er dan niet vandaag mee beginnen om daar ook te komen?
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Dat is mij nou net één stapje te ver. Dat ga ik niet doen, maar er verder over doorpraten: zeker.
Mevrouw Van Bijsterveld i (JA21):
Ik zie een soort bromance ontstaan tussen PRO en de VVD in de Eerste Kamer. Dat brengt mij tot de volgende vraag aan mevrouw Klip. U verwijst eigenlijk steeds naar de Tweede Kamer. Maar het is heel duidelijk: als het kabinet spreekt over "breedgedragen consensus over het beleid, de toekomst en de lange termijn", heeft men het uiteraard over draagvlak in beide Kamers. Want nogmaals, we hebben niet voor niks een Eerste en een Tweede Kamer. Dat kan over links en dat kan over rechts. Ik vraag nu rechtstreeks aan de fractievoorzitter van de VVD: hoe ziet u het voor zich? Ik heb het idee dat u eigenlijk het liefst naar een totaalakkoord wilt. Dat is wat ik uit uw verhaal opmaak, maar misschien zie ik dat verkeerd. Dan hoor ik dat graag. Of gaat u liever per begroting kijken hoe wij het bonnetje gaan betalen? Je kunt mooie plannen hebben, maar het moet wel eerst verdiend worden.
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Ja, "wat voor wensen heb je?" is iets anders dan "wat is politiek haalbaar?" Het is voortdurend een stapje de ene richting op en dan weer een stapje terug en een stapje de andere richting op. Het lijkt mij dat beide kunnen. Ook hier vind ik dat de Tweede Kamer echt … Het klinkt zo flauw, maar ik wil het kabinet ook niet voor de voeten lopen. Het is makkelijk om hier te staan als je oppositie bent. Het is veel moeilijker om hier te staan als je coalitie bent, omdat ik, nogmaals, het kabinet niet voor de voeten wil lopen. Dus beide aspecten hebben wat mij betreft kans van slagen, maar we zijn nu bezig in een nieuw systeem, een minderheidskabinet, en kijken nog steeds een beetje met de oude gang van zaken, met het oude instrumentarium, hiernaar. Het is inderdaad een kwestie van vallen en opstaan. In mijn optiek zou het beide kunnen. Dan hangt het echt af van de toenaderingspogingen tussen partijen in de Tweede Kamer en in het kabinet.
Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):
Ik hoor mevrouw Klip zeggen dat zij het kabinet niet voor de voeten wil lopen. Maar u staat hier als VVD-fractievoorzitter in de Eerste Kamer. Ik mag toch aannemen dat de standpunten vanuit de partij ook relevant voor u zijn.
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Zeker.
Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):
Ik wil mevrouw Klip meegeven dat politiek ook betekent dat je soms moeilijke keuzes moet maken. Niet alles kan tegelijk.
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Dat klopt.
Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):
Ik hoor u vooral de nadruk leggen op aan de ene kant veiligheid en de Defensie-uitgaven. Dat vinden we allemaal heel belangrijk. Daar is breed draagvlak voor. Maar ik hoor u het ook over klimaat hebben. Dan denk ik: waar zijn de ondernemers? Uiteindelijk moet het geld wel verdiend worden voordat we het kunnen uitgeven met elkaar. Ik mis toch wel duidelijk de ondersteuning vanuit de VVD voor het mkb, voor het bedrijfsleven, met alle belastingen die we inmiddels heffen. We jagen ze allemaal over de grens. Dan vind ik het eigenlijk wel apart dat de VVD daar weinig aandacht aan geeft. Dat moet u toch ook aanspreken?
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Ik wil geen welles-nietesdiscussie met u gaan voeren, want dat heeft geen zin. Maar ik heb uitvoerig aandacht besteed aan de economische ontwikkeling. Ik heb uitvoerig aandacht besteed aan de vraag wat voor beleid ondernemers nodig hebben, zodat ze graag in Nederland willen blijven. Ik heb het over de nationale investeringsinstelling gehad. Waar ik het nog niet over heb gehad, zijn de 500 regels die inmiddels geschrapt kunnen worden. Ik heb het gehad over het feit dat wij als VVD-fractie in de Eerste Kamer vanaf dag één tegen de vermogensaanwasdeling zijn geweest en altijd voor een vermogenswinstbelasting zijn geweest. Ik heb dus wel degelijk een aantal dingen benoemd ten aanzien van ons midden- en kleinbedrijf en ook ten aanzien van grote bedrijven. Wij delen volledig dat geld natuurlijk eerst verdiend moet worden voordat we het kunnen uitgeven. Ja, dat klopt.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Van Bijsterveld.
Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):
Ik zou alleen nog graag antwoord willen hebben op de vraag over de voorkeur van de VVD: een totaaldeal of per begroting beslissingen nemen?
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Ik ga u daar geen antwoord op geven.
De heer Koffeman (PvdD):
Ik heb goed geluisterd naar mevrouw Klip-Martin. Het valt mij op dat zij kennelijk van mening is dat zaken als het investeringsklimaat, het belastingklimaat en het ondernemersklimaat in de Eerste Kamer thuishoren en dat het algemene klimaat, maatregelen die we moeten nemen om het klimaat te beheersen, vooral bij de Tweede Kamer hoort. Heb ik dat goed begrepen?
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Nee, dat hebt u niet goed begrepen. Het hoort natuurlijk bij allebei. Volgens mij heb ik als Eerste Kamerfractie ook op allebei antwoord gegeven.
De heer Koffeman (PvdD):
Dat is dan toch in zeer beperkte mate geweest, want over het klimaat heeft u alleen maar gezegd: het langetermijnbeleid is belangrijker en het kortetermijnbeleid hoort bij de Tweede Kamer.
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Ik heb aangegeven dat er al heel veel op verduurzamingsgebied gebeurd is. Ik heb aangegeven dat wij samen met, ik dacht, de PVV hebben aangegeven dat wij vanaf dag één een grote voorstander van kernenergie zijn. Ik heb wel degelijk een aantal antwoorden gegeven, maar misschien niet alle antwoorden die u graag had willen horen.
De heer Koffeman (PvdD):
Dat is zeker waar.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Lagas. Zij spreekt namens de fractie van de BBB.
Mevrouw Lagas i (BBB):
Voorzitter, dank u wel. Ik heb inderdaad op een avond eens even gedacht over wat ik zou gaan zeggen.
Allemaal hartelijk welkom. Fijn om u hier allemaal te zijn, maar ik vind dat wij hier deze rol niet hebben. Maar goed, we hebben met elkaar afgesproken dat we dit doen. Het is gewoonte in deze zaal. Ik pak deze gewoonte dan ook graag op namens mijn fractie.
Mevrouw de voorzitter, minister-president, vicepremiers, ministers, collega's en belangstellenden. Er is over een rode en een blauwe draad gesproken. Misschien zit hier een groene draad in. Er was eens een minderheidskabinet dat samen met de oppositie alle grote problemen in Nederland zou oplossen. Het regeerakkoord straalde een ongekende hoeveelheid optimisme uit en velen keken verwachtingsvol toe. Het leek wel een sprookje.
Voorzitter. Als een kabinet toverstafjes gaat gebruiken om het vergunningenprobleem voor de aanpak van een overvol stroomnet en de vergunning voor Schiphol op te lossen, dan moeten er toch ook extra vergunningen getoverd kunnen worden? Of is het kabinet selectief en tovert het niet voor iedereen? De premier zei bij zijn aantreden: ik ben de premier voor heel Nederland. Of was dat wel een sprookje? De BBB gelooft niet in sprookjes. We staan met beide benen op de grond, we blijven bij ons uitgangspunt. Met de stikstofbrief die nu op tafel ligt, kan de BBB niet akkoord gaan; dat zal u niet vreemd zijn. Dit kabinet beweegt op bijna alle dossiers om begrotingen rond te krijgen. Dan zal er toch ook op ons belangrijke stikstofdossier bewogen moeten worden. Dan hebben wij ook eens een feestje. Voor de BBB is de stikstofbrief onlosmakelijk verbonden met het Belastingplan, evenals met alle overige begrotingen.
De realiteit is dat na bijna acht maanden de resultaten zeer teleurstellend zijn. Ik hoorde andere opmerkingen, maar dat zijn veelal voortzettingen van het vorige kabinet. De Miljoenennota is geen succes. Integendeel, er is nog geen enkel zicht op een positieve uitkomst van de verschillende begrotingsdebatten en de daarbij behorende wetten, met als klapstuk de chaos rondom de aanpak van box 3. Dat is al eerder genoemd. BBB gaat voor ten minste een vrijstelling van €2.000 rendement of €50.000 kapitaal per belastingplichtige, maar dat wordt vervolgd bij de Algemene Financiële Beschouwingen.
De heer Rosenmöller i (PRO):
Even over die passage over de stikstofbrief in relatie tot het Belastingplan: kan ik concluderen — misschien zei u het letterlijk zo — dat een forse wijziging van die brief over stikstof noodzakelijk is om steun te geven aan het Belastingplan? Zit u op dezelfde lijn als uw collega's in de Tweede Kamer?
Mevrouw Lagas (BBB):
Dat heeft u goed begrepen.
De heer Rosenmöller (PRO):
En dan moet er vervolgens ook binnen het Belastingplan het een en ander gewijzigd worden als het gaat om de accijns op alcohol, de sierteelt en de belastingverzwaring voor werkenden?
Mevrouw Lagas (BBB):
Klopt.
De heer Rosenmöller (PRO):
Dat zijn twee elementen die samenhangen en als daaraan niet wordt voldaan, dan geeft u geen steun aan het Belastingplan?
Mevrouw Lagas (BBB):
Klopt.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
Mevrouw Lagas (BBB):
Veel van de aanwezigen hier kennen de boeken van de historicus Geert Mak.
De voorzitter:
Wij stoppen even de tijd, want de heer Van Rooijen heeft een interruptie.
De heer Van Rooijen i (50PLUS):
Aansluitend op de opmerking van collega Rosenmöller: ik vind dat een beetje een bizarre vraag van hem, want hij heeft zelf gezegd dat als er door het kabinet getornd zou worden aan de stikstofbrief, de steun van de PRO-fractie zou worden ingetrokken. Ik begrijp niet hoe u het dan vreemd kan vinden als mevrouw Lagas van de BBB-fractie zegt: maar kunnen wij misschien ook vrij praten over de stikstofbrief? Die hoeft wat ons betreft niet helemaal van tafel uiteraard. Wij vinden het heel belangrijk dat de stikstof wordt aangepakt, maar er moet toch minstens over aanpassingen gesproken kunnen worden? Wat vindt u van de opmerking die ik maakte naar aanleiding van de opvatting van PRO en van wat u zojuist vroeg?
Mevrouw Lagas (BBB):
Daar kan ik heel eenvoudig "ja" op zeggen. Dat vind ik ook. Ik denk dat u daar een goede opmerking over maakt.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Dank, maar dat is voor mij niet voldoende. De vraag is eigenlijk of u net zo strijdbaar bent voor stikstof als de onverzettelijkheid — dat is nog meer dan strijdbaar — van de PRO-fractie, die zegt: er wordt niets veranderd aan de stikstofbrief. Ik vind dat in een democratie, zolang er nog over wetgeving moet worden gesproken, die deur ook door PRO niet helemaal dichtgegooid mag worden.
Mevrouw Lagas (BBB):
Ik gaf in mijn reactie al aan dat het voor ons een onlosmakelijk verbonden pakket is. Ik vind het mooi dat er met alle partijen gesproken wordt. Collega's spraken in hun bijdragen al over die samenwerking. Er werd al twee keer gesproken over de feestjes die gevierd werden, onder andere vanwege het sociale pakket. Dit onderwerp zou ons feestje zijn. Ik kan u vertellen dat wij daar stevig voor blijven vechten.
De voorzitter:
Tot slot, de heer Van Rooijen.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Tot slot, voorzitter. Het geeft aan dat we hier in de Eerste Kamer wel degelijk aan zware en hoge politiek doen. Ik begrijp nu van mevrouw Lagas dat als PRO en het kabinet onwrikbaar blijven wat betreft stikstof, we een groot probleem krijgen met het Belastingplan, waar box 3 en de hele dekking bij horen. Volgens mij ligt er op dit debat nu een zware lading, gelet op uw opstelling, die ik overigens helemaal begrijp.
Mevrouw Lagas (BBB):
Dank u wel.
De voorzitter:
En nu ...
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Dat gaat niet zozeer om de koppeling met het Belastingplan op zichzelf.
De voorzitter:
Dank u wel.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Dat gaat om het feit dat het zo politiek is.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog, mevrouw Lagas.
Mevrouw Lagas (BBB):
Ik was gebleven bij: veel van de aanwezigen hier kennen de boeken van historicus Geert Mak. In zijn boeken De eeuw van mijn vader en Het ontsnapte land beschreef hij gedetailleerd hoe Nederland in een eeuw enorm veranderde. De vooruitgang en de toenemende welvaart, zo kenmerkend voor de twintigste eeuw, worden door hem prachtig verwoord. Die boeken doen ons beseffen dat die vooruitgang stagneert. In meerdere opzichten brokkelt onze welvaart zelfs af. Dat gaat ons aan het hart. Veel Nederlanders maken zich dan ook zorgen over hun toekomst. Zij worden geconfronteerd met dure boodschappen, torenhoge energiekosten en absurde brandstofprijzen, zonder perspectief op voldoende woningen. Het kabinet zit zelf door de huurwet van Hugo de Jonge en de belastingwet van Marnix van Rij investeringen voor woningen in de weg. Dat is net al aan de orde gekomen. Zonder aanpassing van beide wetten zal de bouw van huurwoningen in de vrije sector niet tot stand komen en gaat het uitponden door.
Het brede ongenoegen is niet alleen gebleken door de stakingen, demonstraties en berichten op de sociale media, maar ook via de volksvertegenwoordigers in het parlement. Nog nooit was er bij de Algemene Politieke Beschouwingen in de Tweede Kamer zo veel teleurstelling te horen. Bij de Algemene Financiële Beschouwingen was die er zelfs Kamerbreed. Het kabinet mist pijnlijk de steun van een groot deel van de bevolking, van 84 zetels in de Tweede Kamer en van elkaar. Ik refereer hierbij aan een artikel in het AD. Houd me ten goede: wij zijn zeker voor samenwerking.
Voorzitter. Wat de fractie van BBB betreft kiest de regering een verkeerde koers. Die koers maakt Nederland minder welvarend, minder weerbaar en internationaal kwetsbaarder. Wij doen de regering daarom een aantal suggesties. Vertel allereerst alsjeblieft het eerlijke verhaal. Minister Van Weel heeft onlangs ervaren hoe belangrijk dat is. Tien nieuwe steden is een utopie. Uit de landelijke analyse van Netbeheer Nederland blijkt dat er voor circa 300.000 nieuwbouwhuizen voorlopig geen ruimte op het stroomnet is. Sterker nog, veel geplande projecten liggen nu al stil. Geld en ruimte voor de benodigde infrastructuur ontbreken nog en de coöperaties missen financiële middelen. Hoe gaat u om met onze motie over de herverdelingsreserve? De arme Nederlander staat letterlijk in de kou.
Geef daarom ook een realistisch beeld van uw prestaties tot nu toe. Laten we wel wezen: de plannen die nu als succes van het zittende kabinet worden gepresenteerd, bestonden al. Zo is het Actieplan Versnelling Woningbouw een uitwerking van het programma STOER van het vorige kabinet. Ook de plannen om de rekenkundige ondergrens te verhogen en de kritische depositiewaarde uit de wet te schrappen, bestonden al. Hier kom ik zo nog op terug.
Wat de BBB betreft moet Nederland vooral minder bureaucratisch worden. We hebben onszelf met massa's goedbedoelde regels volledig klemgezet. Het valt niet uit te leggen dat een bouwproject in Renswoude maanden stillag door een paar hazen en konijnen. De uitdrukking "voortplanten als konijnen" komt niet uit de lucht vallen. Toch schijnen deze dieren in de provincie Utrecht schaars te zijn. Een ander voorbeeld. De Norgerbrug bij Assen is al vele maanden dicht door een broedende boerenzwaluw. Deze zwaar beschermde vogel zorgt voor tientallen kilometers aan omrijden en daardoor voor gevaarlijk sluipverkeer. Is dit een evenwichtige afweging van belangen?
Over de hele Miljoenennota hangt de schaduw van de stikstofbrief van minister Van Essen. Het kabinet presenteert die als "de doorbraak op het stikstofdossier", maar wij zetten daar grote vraagtekens bij. Dat doen wij niet alleen. Slechts 10% van de Nederlanders gelooft in de aanpak van het kabinet op dit dossier, zo publiceerde het AD. Het kabinet zegt te willen luisteren, maar vraagt historische offers van de agrarische sector, met veel onomkeerbare schadelijke neveneffecten. De plannen gaan, naast alle maatregelen, uit van een forse krimp van de veestapel, zonder enige garantie dat de vergunningverlening daarna daadwerkelijk op gang komt. Zelfs het Planbureau voor de Leefomgeving waarschuwt dat de rekenmeesters concluderen dat vooral de melkveehouderij getroffen wordt en dat veel van de aanpalende bedrijven de aanpak niet gaan overleven.
De heer Kemperman i (FVD):
Er werd net al even gesproken over de brief van de heer Van Essen, de landbouwminister, over het stikstofbeleid. U komt daar nu op terug. Ik steun de woorden die u daarover spreekt. Is mevrouw Lagas het met mij eens dat we het hier nog maar hebben over een brief met beleidsvoornemens? Die brief komt in een zeer turbulent politiek landschap, waar grilligheid van alledag is, waar standpunten net zo makkelijk worden uitgeruild als in een kwartetspel en waar nog helemaal geen sprake is van gestolde afdwingbare wetgeving op basis waarvan we een consistent en stabiele beleid kunnen voeren richting de agrarische sector en de stikstofproblematiek. We hebben het hier dus slechts over een brief. Die moeten we niet belangrijker maken dan die is, zeker niet in de turbulentie van de huidige politieke werkelijkheid. Is mevrouw Lagas dat met mij eens?
Mevrouw Lagas (BBB):
Dan doet u de heer Rosenmöller tekort, want PRO heeft er hard voor gevochten dat er niets mag veranderen aan die brief, om andere dingen te kunnen steunen. Blijkbaar zit er dus meer achter die brief dan wij met elkaar zouden willen en denken. Ik geef dit slechts mee als waarschuwing aan het kabinet, want een brief moet vertaald worden naar beleid. De spoedwetoptie is al langsgekomen in de media. Ik weet niet of die optie echt waar is, maar dat gaan we misschien nog horen van het kabinet. In ieder geval baart deze brief ons zo veel zorgen dat wij die toch zwaarder achten dan zoals u hem nu inzet.
De heer Kemperman (FVD):
Ik deel uw mening dat deze brief natuurlijk zeer zorgelijk is voor met name degenen die erdoor worden getroffen. We herinneren ons nog allemaal het stikstofkaartje van mevrouw Christianne van der Wal, dat zijn schaduw enorm vooruitwierp en boerengezinnen wanhopig maakte. Zij kregen geen financiering meer, zij zagen hun toekomst verdampen. Toen ging het slechts om een kaartje. Nu gaat het om een brief. Vast en zeker zal geprobeerd worden om die om te zetten in beleid.
Ik kom hier even op omdat u net zei dat als deze brief van tafel gaat, u bereid bent om met de BBB-fractie begrotingen te gaan steunen. Ik snap die inzet vanuit het perspectief van BBB, maar die brief heeft nog een heel moeizame weg te gaan. Die wordt mogelijk afgezwakt, blijkt niet uitvoerbaar, vindt provincies op zijn weg, enzovoorts, enzovoorts. Laten wij die brief daarom niet nu al uitruilen door in te stemmen met begrotingen. Dat zijn immers concrete wetsvoorstellen die wij hier in de komende maanden gaan zien.
Mevrouw Lagas (BBB):
De wetsvoorstellen voor die begrotingen zijn er nog lang niet. Er moet nog heel veel geschoven en bewogen worden. Ik heb dat net al aangegeven in mijn bijdrage. Het is ook echt een signaal. Een brief van tafel halen is natuurlijk een mooi symbolisch gebaar, maar ik wijs even naar minister Vijlbrief. Toen de sociale partners de barricades op gingen rondom de sociale zekerheid, zei minister Vijlbrief niet letterlijk "de brief gaat van tafel". Nee, hij zei gewoon "we stoppen hiermee, we gaan opnieuw beginnen". Laat dit een signaal zijn dat ook rondom het stikstofdossier opnieuw begonnen moet worden. Overigens is dit ook belangrijk voor de woningbouw. Daar hoef ik u niets over te vertellen, want daar bent u specialist in.
Zoals ik net al aangaf, is alles helemaal niet zeker. Sterker nog, het is al een keer uitgerekend: wanneer alle dieren die gehouden worden uit Nederland vertrekken, halen we nog de huidige stikstofnorm niet.
De voorzitter:
Tot slot de heer Kemperman.
De heer Kemperman (FVD):
Als laatste opmerking dan. Er is één actuele casus van een Waddeneiland waar dit daadwerkelijk gebeurd is. Daar werd de stikstofnorm toch nog overschreden. Dat kunnen we dus in het stikstofdebat in ieder geval wél proefondervindelijk aantonen. De rest allemaal niet. Daar wil ik het bij laten.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
Mevrouw Lagas (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Geen Nederlander die ik ken, is tegen natuur. Geen fatsoenlijke ondernemer is tegen verstandig milieubeleid. En iedereen begrijpt dat op een aantal plekken emissieverlaging nodig kan zijn. Maar als vijf pluimveehouders bereid zijn hun emissie met 75% terug te brengen, verdienen ze geen intrekkingsprocedure die hen zal ruïneren, maar een schouderklopje en investeringsruimte om die reductie te realiseren.
Ik las een interessante analyse van Hans van Soest. Ik citeer: "Als ergens een probleem opdoemt, is de reflex al snel: trek er extra geld voor uit. Maar vaak stopt dan het denken". Als miljarden aan uitkoop onvoldoende effectief blijken, moeten we ons afvragen of we die middelen niet verstandiger kunnen besteden aan innovatie en maatwerk. Te vaak zien we bijvoorbeeld dat een ondernemer wil verduurzamen — het kwam net al langs — maar daarvoor geen vergunning kan krijgen. Dan klopt ons systeem niet. Mevrouw Klip wees daar al op. Dan zitten wij gevangen in het systeem en wij, de bestuurders van dit land, zijn daarvoor verantwoordelijk. Het is aan ons om het systeem aan te passen en helder te zijn over de doelen van het beleid. Het stikstofrapport Van verwarring naar verbinding geeft daarvoor een interessante aanzet. Beleid moet vervolgens eerlijk, effectief en betaalbaar zijn en niet uitgaan van een modellenwerkelijkheid. Zelfs het RIVM heeft zeer recentelijk moeten erkennen dat hun berekeningen waarop beleid en vergunningverlening leunen niet kloppen, met alle gevolgen van dien. Wij willen graag een reactie van het kabinet hierop.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Mevrouw Lagas maakt een opmerking over het RIVM en dat de berekeningen niet zouden kloppen of niet kloppen. Kunt u dat nader toelichten?
Mevrouw Lagas (BBB):
Ja, dat wil ik graag. Het RIVM meet bijvoorbeeld al sinds 2021 in het Noord-Hollands Duinreservaat. Nergens kwam de droge depositie stikstof boven de 0,75 kilogram per hectare uit en als je die periode af zou zetten tegen de uitkomsten van het AERIUS-model, kwam het er bij lange na niet aan toe. In Den Haag is het ook gebeurd in de duinen. Daar zijn in 2015 al metingen gedaan, maar die heeft men lang onder de pet gehouden. Die werden in 2023 pas vrijgegeven. Het resultaat was dat het een factor 2,4 lager was dan wanneer ze het hadden gedaan met de berekeningen volgens het AERIUS-model.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Ik begrijp dat u meer duidelijkheid van het kabinet wil hebben over die modellenwerkelijkheid en of die berekeningen wel of niet kloppen.
Mevrouw Lagas (BBB):
Dat klopt. Ik hoorde mevrouw Klip al iets zeggen over de methodes op basis waarvan dit gedaan wordt. Wij huldigen nog steeds het standpunt: meten is weten.
De voorzitter:
Dank u wel. U vervolgt uw betoog.
Mevrouw Lagas (BBB):
BBB wil graag dat de vergunningverlening weer normaliseert, in de eerste plaats voor de PAS-melders, natuurlijk. Wij verwachten nog dit jaar aanpassing van de rekenkundige ondergrens, de KDW uit de wet en zo spoedig mogelijk doelsturing op gebiedsniveau, ruimte en tijd voor innovatie en vooral dat er niet meer berekend, maar gemeten wordt. Wat het beleid ook wordt, er moet altijd een impactanalyse bij zijn. Daar hebben wij graag een reactie op van het kabinet.
De complexiteit van het landelijk gebied laat zich niet vangen in een model, een getal of een landelijke maatregel. Nederland is geen kamerbreed tapijt, maar een prachtige lappendeken. Nederland kan mooier, schoner, ondernemender en innovatiever worden, maar dan moeten we af van het huidige systeem en van de huidige stikstofwet. De agrarische sector is essentieel voor de voedselzekerheid in Nederland en Europa, heel belangrijk in deze tijd van toenemende internationale conflicten. Voedsel en water zijn, naast een parate defensie, de basis van onze onafhankelijke weerbaarheid. Ik begon er al mee: het toverstafje. Is de regering bereid de toverstaf die zij voor het stroomnet gebruikt ook voor de agrarische sector in te zetten? Wij dienen hiervoor eventueel een motie in.
Het stikstofdossier is voor BBB cruciaal, maar er zijn meer zaken. De visserij. Vanzelfsprekend kan ik de visserij tijdens de APB niet ongenoemd laten. Ik vraag de minister-president expliciet wat de regering doet om deze tak van voedselvoorziening te beschermen. Wij zijn getuige geweest van een enorme kapitaalvernietiging in deze sector. De zo milieuvriendelijke pulsvisserij werd de das om gedaan. Nu horen wij geluiden dat het mogelijk is dat die weer opgepakt wordt. Klopt dit? Laat alstublieft deze sector niet kapotgaan. En om in de maritieme sfeer te blijven: wil de regering ook toezeggen te onderzoeken hoe de Nederlandse koopvaardij, van groot belang in deze tijden van oorlog en crisis, beschermd kan worden?
Cultuur en tradities. Er werd net al naar verwezen. Velen zijn van mening dat kunst en cultuur behouden moeten blijven. Het kabinet onderschrijft dat en heeft daarvoor dan ook een flink bedrag gereserveerd. De sector heeft volgens het kabinet rust en continuïteit nodig. Wij wijzen er nogmaals op dat ook de agrarische sector die rust in continuïteit kan gebruiken. Naast de rust in de portemonnee van de VVD, maar die is inmiddels een beetje weggetoverd, zijn we bang. Graag zou de BBB vernemen welk deel van het beschikbaar gestelde bedrag is gereserveerd om de Nederlandse cultuur en tradities van het platteland te behouden en te beschermen. U kunt daarbij denken aan de paasvuren, jaarmarkten, buurtfeesten en andere waardevolle elementen die zo kenmerkend zijn voor de regio. Erkent het kabinet de waarde van onze Nederlandse cultuur? Wat bent u bereid om voor deze cultuur te betekenen en dan vooral buiten de Randstad?
Economie. Door aanhoudende hoge inflatie en hoge energieprijzen zijn de kosten voor bedrijven in de afgelopen jaren sterk gestegen. Nederlandse bedrijven verliezen de concurrentiestrijd met buitenlandse ondernemingen. Binnen de transportsector vallen bedrijven bijvoorbeeld nu bij bosjes om. Wij maken ons daar grote zorgen over. Samen met de dienstensector verdienen onze bedrijven het geld voor Nederland. Zij snakken naar vermindering van regeldruk. De Rekenkamer concludeerde onlangs dat er 53 geëvalueerde fiscale regelingen zijn die niet doelmatig of doeltreffend zijn. Het schrappen van deze regelingen betekent volgens de Rekenkamer veel voor de deregulering. Wat BBB betreft moet de evaluatie hierover opgepakt worden. Er zou geen departement een begroting mogen indienen zonder een lijst met bezuinigings- en dereguleringsvoorstellen. Graag een reactie hierop: hoever bent u met het schrappen van de 500 regels?
De arbeidsproductiviteit in Nederland daalt. Talrijke plannen stagneren door gebrek aan personeel, terwijl er toch arbeidspotentieel is. Wat gaat het kabinet doen om dit arbeidspotentieel te benutten en de arbeidsproductiviteit te verhogen? Mede door het niet beheersen van de Nederlandse taal is de inzet van 10% tot 15% van de migranten beperkt. Bron: CBS. Het beheersen van de Nederlandse taal is een voorwaarde voor de inburgering en maakt mensen kansrijker op de arbeidsmarkt. Kan het kabinet toezeggen te sturen op taalvaardigheid, ook na de afronding van de inburgering?
Voorzitter. Het kabinet reserveert miljarden voor klimaat, steun aan andere landen, asiel, uitkoopregelingen en energietransities. Deze miljarden worden opgehoest door alle werkenden en het bedrijfsleven. Waarom zet het kabinet deze miljarden niet eerst in voor het aanjagen van de economie en daarmee ook voor verduurzaming? Het kwam al langs vandaag. De economische en financiële effecten van de brandstofcrisis, de stijgende energiekosten, de slechte infrastructuur en het vertrek van de bedrijven zijn echt reële risico's. Dat is geen rocketscience. Graag een reactie.
Wij zijn altijd al kritisch geweest op de haast bij en de omvang van de energietransitie. Onze zorgen over dit proces zijn groot. Lokale energiecoöperaties van zonneparken hebben op dit moment te maken met negatieve stroomprijzen, terugleverboetes en te hoge netbeheerkosten. Is het kabinet bereid om stappen te zetten om faillissementen onder deze coöperaties te voorkomen? Hoe gaat het overigens met de plannen voor de nieuwe kerncentrales en de kleine SMR-centrales? Hoe staat het met onze gasvoorraden? De plannen van het kabinet rondom Europese vulverplichtingen voor onze gasopslagen stuitten op felle kritiek van de energie-experts. Die noemen het letterlijk "roekeloos beleid".
Voorzitter. BBB zet geen handtekening onder de afbraak van ons sociale stelsel, wel onder maatregelen die fraude en misbruik aanpakken. Ook plannen die mensen ondersteunen in een poging deel te kunnen uitmaken van de maatschappij kunnen op onze steun rekenen. Wij blijven sturen op "werk moet lonen". Zonder aanpassingen van het toeslagenstelsel en de belasting- en premiedruk ontstaat er geen hogere participatieambitie.
Voorzitter. In januari werd in de Tweede Kamer een BBB-motie aangenomen over een plattelandstoets. Kunt u de stand van zaken aangeven? Nederland kampt met grote problemen, maar de regio wordt daarbij extra geraakt. Laten we niet vergeten dat steden ooit konden ontstaan omdat het platteland bestond. Noodzakelijk onderhoud aan wegen, bruggen en tunnels blijft uit en het ov wordt steeds verder uitgekleed. Voor BBB is het schrappen van wegenonderhoud in Noord-Nederland het toppunt.
U maakt graag gebruik van het aanbod om een belangrijke uitbreiding van Defensie te realiseren in Staphorst, maar hoe staat het met de middelen voor de bijbehorende infrastructuur? We werden onaangenaam verrast door het stopzetten van de plannen voor de Nedersaksenlijn en het knelpunt bij Meppel. Realiseert u zich hoe belangrijk deze plannen zijn voor Noordoost-Nederland en de verbinding met Duitsland? Weet u eigenlijk wel hoeveel de regio betekent voor onze economie?
De BBB wijst nog graag op de specifieke rol van de agrarische sector en de daaraan verbonden mensen en bedrijven in de regio. Zij zorgen voor het onderhoud van het landschap. Zij zijn de ruggengraat van de plattelandseconomie en dragen voor een belangrijk deel bij aan de sociale leefbaarheid. Wat de BBB betreft mist er aandacht voor het volgende. Er zijn partijen die wensen dat gronden met een agrarische bestemming bestempeld worden als natuur. Zijn zij zich wel bewust van de financiële gevolgen voor gemeenten en waterschappen? Agrarische percelen hebben immers een hogere WOZ-waarde. Gemeenten op het platteland, die in het Gemeentefonds sowieso financieel achtergesteld worden, kunnen die inkomsten niet missen. Voor de waterschappen geldt hetzelfde. De afdracht per hectare agrarische grond is stevig. De taken van de waterschappen nemen niet af, terwijl de kosten stijgen. Als agrarische grond natuur wordt en de regering niet zorgt voor compensatie, zullen burgers en bedrijven meer moeten gaan betalen. Heeft u wel rekening gehouden met deze lastenverzwaring? BBB gaat er niet van uit, maar het is natuurlijk ook mogelijk dat natuurorganisaties bereid zijn om hun uitzonderingspositie op te geven en om deze misgelopen inkomsten voor hun rekening te nemen.
Voorzitter. Door de focus op de kwaliteit van wetgeving levert de Kamer een onmisbare toevoeging aan de waarde van de besluitvorming in de Tweede Kamer, maar het kan altijd beter. Daarvoor doe ik een paar kleine suggesties. Af en toe bereiken wetten en amendementen ons nog veel te laat. Die hebben soms ook nog een discutabel effect. Het zou goed zijn om in de Wet op de Raad van State op te nemen dat de Raad van State ook de Eerste Kamer adviseert nadat moties en amendementen op de wet zijn aangenomen door de Tweede Kamer. Graag een reactie. Het zou de kwaliteit van besluitvorming en democratie ten goede komen. Wij moeten niet vlak voor of tijdens recessen wetswijzigingen voor- of nahangen en belangrijke beleidsbrieven toegestuurd krijgen. Wij verzoeken u dringend geen internetconsultaties te starten tijdens vakanties, zoals bij de fusie tussen Hilversum en Wijdemeren. Graag een reactie.
De Eerste Kamer kreeg de afgelopen jaren departementale begrotingen toegestuurd nadat die hadden moeten zijn ingegaan. Dat is slecht voor de democratie. En zet ons alstublieft niet meer zo onder tijdsdruk omdat een wet op stel en sprong binnen een maand behandeld moet worden. Dat komt de kwaliteit en de besluitvorming niet ten goede. Wilt u toezeggen hiervoor met een voorstel te komen?
Voorzitter. Moties en toezeggingen aan deze Kamer blijven soms vele jaren liggen. De democratie zou gebaat zijn bij een wettelijke reactie- en realisatietermijn. Graag uw reactie.
Ten slotte zou ik de regering graag nog een keer willen oproepen om de vervolgstappen te zetten met betrekking tot grondwetswijzigingsvoorstellen die in behandeling zijn. Kan de minister-president toezeggen dat daar een lijst van komt en in een brief aan de Kamer aangeven hoe hiermee wordt omgegaan?
Voorzitter, ik rond af. Het klinkt misschien utopisch, maar het land dat Geert Mak in zijn prachtige boeken beschreef, keert vroeg of laat terug. Daar is BBB wel voor nodig. Een economisch gezond land waar mensen centraal staan en zich gesteund voelen in hun bestaan, waar werken loont, mensen zich veilig voelen, de basale levensbehoeften kunnen betalen en geen zorgen hebben over een warm huis, betaalbare gezondheidszorg, onderwijs en goede bereikbaarheid, een land met een betrouwbare overheid en gezond voedsel van vaderlandse bodem. Overigens bevalt het latere werk van Geert Mak ons een stukje minder. Van feitelijk beschrijvend en analyserend kreeg het steeds meer een moraliserend karakter, een beweging die wij in de politiek helaas ook steeds vaker zien. Noem ons gerust oldschool. Leest u in ieder geval die oude boeken van Geert Mak nog eens goed en probeer voor uzelf te bepalen welke veranderingen we onze kinderen en kleinkinderen — ik moest even aan de heer Van Meenen denken; die kon ik niet weglaten — de komende eeuw bij nader inzien niet willen aandoen. De leden van het kabinet zijn altijd van harte welkom om daarover met onze fractie te komen bomen en terug te dromen.
Voorzitter, ik dank u.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Van Meenen, die spreekt namens de fractie van D66.
De heer Van Meenen i (D66):
Een mooi bruggetje, mevrouw Lagas. Voor iemand die er eigenlijk niks in ziet, heeft u toch enorm uw best gedaan en veel duidelijkheid gecreëerd. Een hartelijk welkom aan onze ministers en de hartelijke groeten aan de staatssecretarissen; die zijn hier niet, maar zitten ongetwijfeld allemaal aan de buis gekluisterd.
Voorzitter. Vandaag en de komende maanden spreken we over de toekomst van ons land, over vergezichten, over vele miljarden en over Politiek met een grote P. Maar ten diepste spreken we over mensen, over 18 miljoen mensen en misschien nog wel meer in het bijzonder over kinderen: onze kinderen, onze kleinkinderen, álle kinderen. Ik zie bijna dagelijks vier van hen, mijn kleinkinderen. Ik strijd voor hun toekomst. Mijn hele leven heb ik via het onderwijs geprobeerd dat te doen voor alle kinderen, net als mijn partij al 60 jaar. Als ik met mijn kleinkinderen speel, eet en leef, realiseer ik me dat zij net als alle andere kinderen in ons land straks leven met de keuzes die wij hier maken. Zij kunnen vandaag niet deelnemen aan dit debat, zij kunnen ons niet vertellen welke keuzes wij moeten maken, maar wij bepalen wel mede in welk Nederland zij later zullen wonen, werken en leven. Dat maakt de vraag naar de toekomst voor mij heel concreet: welk land willen wij aan hen en aan de generaties die na hen komen doorgeven? Dat is de vraag die wij als D66 vandaag centraal willen stellen.
Voorzitter. In februari trad een nieuw kabinet aan, met voor het eerst een premier van D66-huize. Een minderheidskabinet, dat voor zijn plannen telkens opnieuw steun moet zoeken in beide Kamers. Maar ook een kabinet dat begon met de belofte om Nederland weer in beweging te brengen, met een coalitieakkoord met flinke ambities op tal van terreinen. Inmiddels zijn we iets meer dan een halfjaar verder. De eerste grote besluiten zijn genomen, de eerste doorbraken zijn in gang gezet en de eerste ervaringen zijn opgedaan. Tegelijkertijd is duidelijk geworden hoe weerbarstig de praktijk kan zijn.
Want sinds het kabinet aantrad, is de wereld niet stil blijven staan. De oorlog in Oekraïne duurt voort, internationale verhoudingen zijn onzekerder geworden en de Europese veiligheid staat onder druk. Tegelijkertijd blijven binnenlandse vraagstukken zoals de woningnood, de druk op de zorg, de kwaliteit van ons onderwijs, de vergrijzing en de veranderingen op de arbeidsmarkt onverminderd groot. En juist daarom is het belangrijk dat we niet alleen kijken naar de problemen van vandaag, maar ook naar het Nederland dat we over 10, 20 of 30 jaar willen zijn.
Voorzitter. Bij het debat over de regeringsverklaring sprak ik over de Leidse politiek, waarin ik lang actief heb mogen zijn, en over wat ik daar geleerd heb. In een stad als Leiden komen mensen elkaar voortdurend tegen. Dat merkte ik dit weekend met Leidens Ontzet weer eens; een geweldig feest, komt allen. Je kunt het in de politiek hartgrondig met elkaar oneens zijn over de richting, maar uiteindelijk moet je samen verder. Misschien herken ik daar ook iets in uit mijn tijd voor de klas. Een groep komt niet verder wanneer iedereen alleen maar bezig is zijn eigen gelijk te bewijzen. Vooruitgang vraagt niet alleen dat verschillen verdwijnen, maar ook dat je elkaar blijft vinden in wat je samen wilt bereiken.
Wie naar onze geschiedenis kijkt, ziet eenzelfde patroon. Neem de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. Nederland moest herstellen wat was verwoest en ondertussen opnieuw bouwen aan een land dat sterker en beter voorbereid was op de toekomst. Dat vroeg meer dan ooit tevoren de bereidheid om met elkaar de schouders eronder te zetten, over politieke en maatschappelijke verschillen heen. Er werd geïnvesteerd in woningbouw, infrastructuur, sociale zekerheid en onderwijs. Of neem de Watersnoodramp van 1953. Het antwoord was meer dan alleen het herstellen van de schade. Nederland koos ervoor structureel na te denken over de veiligheid van ons land en investeerde vervolgens decennialang in de Deltawerken.
Ook de Europese samenwerking laat zien wat er mogelijk is als landen verder kijken dan wat in hun directe belang lijkt. Na twee wereldoorlogen in één generatie kozen Europese landen ervoor hun belangen met elkaar te verbinden omdat zij inzagen dat samenwerking noodzakelijk was. En steeds weer zien we hetzelfde: grote doorbraken ontstaan wanneer een land bereid is over grenzen heen te kijken, samen de schouders eronder te zetten en te investeren in een toekomst die verder reikt dan vandaag.
Voorzitter. De geschiedenis laat zien dat iedere generatie voor haar eigen keuzes komt te staan. Onze generatie vormt daarop geen uitzondering. De wederopbouw is voltooid, de Deltawerken liggen er, maar nu zijn er nieuwe vraagstukken die bepalend zijn voor de toekomst van ons land. Dat begint bij onze veiligheid. De wereld om ons heen is onveiliger geworden en de vanzelfsprekendheid van vrede en stabiliteit in Europa is verdwenen. Daarom is het goed dat deze begroting de komende jaren miljarden euro's extra vrijmaakt voor onze defensie en voor het versterken van de weerbaarheid van ons land. Maar veiligheid is meer dan de bescherming van ons land tegen bedreigingen van buitenaf. Het gaat er ook om of mensen zich veilig voelen in hun straat, in hun eigen huis, in hun eigen omgeving. Daarom is het goed dat deze begroting bijvoorbeeld extra aandacht heeft voor geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld.
We moeten echter ook erkennen dat er in Nederland op dit gebied nog steeds een wereld te winnen is. Zo laat recent onderzoek zien dat de homoacceptatie onder jongeren sterk is afgenomen, terwijl Nederland ook op het gebied van gendergelijkheid is gedaald, naar de 46ste plek op de wereldranglijst. Dat zijn cijfers die ons zouden moeten raken. Daarom vraag ik de minister-president — ik weet dat dit voor hem een belangrijk onderwerp is — wat dit kabinet concreet gaat doen om ervoor te zorgen dat we aan onze kinderen en kleinkinderen een land kunnen doorgeven waarin iedereen vrij en gelijkwaardig kan zijn.
Ook op het gebied van sociale zekerheid en zorg staan we voor keuzes die bepalend zijn voor de toekomst. De vergrijzing verandert de verhouding tussen werkenden en niet-werkenden, terwijl de zorgvraag toeneemt. Juist daarom moeten we nu keuzes maken die niet alleen houdbaar zijn voor de generatie van vandaag maar ook voor onze kinderen en kleinkinderen. Wat D66 betreft is het daarom uitermate goed dat het kabinet de bezuinigingen op de sociale zekerheid van tafel heeft gehaald en daarmee ruimte heeft gemaakt voor een gesprek met de polder over de toekomst van ons socialezekerheidsstelsel.
Het is wat mijn fractie betreft ook heel positief dat in deze begroting opnieuw veel geld wordt uitgetrokken voor onderwijs, onderzoek en de ontwikkeling van talent. Dat zijn de investeringen waarvan we over 10, 20 of 30 jaar de vruchten plukken. Wie vandaag investeert in een kind dat leert lezen, in een student die een vak leert of in een onderzoeker die nieuwe kennis ontwikkelt, investeert in het Nederland van morgen.
De heer Schalk i (SGP):
Nog even terug naar de sociale zekerheid. De heer Van Meenen zegt dat het goed is dat die bezuinigingen van tafel zijn, maar daarmee zijn natuurlijk nog niet de bezuinigingen van tafel. Er moet wel geleverd worden.
De heer Van Meenen (D66):
Zeker.
De heer Schalk (SGP):
Stel dat dat niet op een gemakkelijke manier lukt. Dan zal de kaasschaaf toegepast worden en dan komen we juist bij die Onderwijsbegroting terecht. Hoe kijkt de heer Van Meenen daarnaar?
De heer Van Meenen (D66):
De heer Schalk kent mij goed genoeg om te weten dat ik als, áls, áls dat scenario zich eventueel zou voordoen dan ook nog hier sta, en hij trouwens ook, om dat scenario te voorkomen, maar ik wil daar nu niet bij stilstaan. Ik wil vooral kijken naar wat er nu nodig is en wat er nodig is, is een heel goed gesprek over de toekomst van ons land als het gaat over een sociale zekerheid die ook standhoudt voor toekomstige generaties. Ik ben daar heel optimistisch over na wat er de afgelopen weken is gebeurd. Als we erin slagen om de instroom in de WIA te verkleinen en de uitstroom te vergroten, dan zal dat ook een financiële opbrengst hebben en die is misschien nog wel veel groter dan de bezuiniging die oorspronkelijk in de boeken stond. We gaan het zien. Dit gaat uiteindelijk — dat is weer politiek met een grote p — over mensen die nu aan de kant staan en die we gewoon moeten helpen om weer mee te doen in onze samenleving. Dat is onze grote opdracht. Die gaat niet over links-rechts of over grote politiek. Die gaat gewoon over mensen. Dit onderwerp gaat heel erg over mensen. Dat hebben we ook gezien aan de emoties die er allemaal omheen hangen. Ik ben zeer gemotiveerd om alles te doen wat de Eerste Kamer dan doen om dat goed te laten landen.
De heer Schalk (SGP):
Dank voor dit uitvoerige antwoord. Wat ik in ieder geval van belang acht, is om duidelijk te hebben, ook hier in deze Kamer, dat we met het van tafel halen van de bezuinigingen op dit moment niet van de financiële lasten af zijn. Die moeten op de een of andere manier gedragen worden. Als dat niet op de een of andere manier via de andere begrotingen gaat, hoe zou de fractie van D66 dat dan willen duiden?
De heer Van Meenen (D66):
Ik weet niet wat nu precies moet gaan duiden. Sorry. Wat moet ik duiden?
De voorzitter:
Iets duidelijker.
De heer Schalk (SGP):
Nou, al die miljarden moeten opgebracht worden.
De heer Van Meenen (D66):
Ik heb net al gezegd dat we als gebeurt wat wij allemaal hopen en wat de heer Schalk denk ik ook hoopt, namelijk dat die instroom in die WIA verkleint en dat er weer meer mensen aan het werk komen, dat meer mensen ook daar versneld uit kunnen komen, een opbrengst hebben die het niet meer noodzakelijk maakt om deze bezuinigingen te hebben. Maar mocht het zo zijn: u kunt mij altijd wakker maken als iemand dreigt op onderwijs te bezuinigen. Dan sta ik hier weer en dan spreken we daarover, en vind ik u hopelijk aan mijn zijde.
De heer Kemperman i (FVD):
Ik genoot van de warme woorden waarmee u begon: het overbruggen van politieke verschillen, samenwerken. Ik zou bijna zeggen "het kan wel", om er maar een term aan te geven.
De heer Van Meenen (D66):
Ja, hou dit vast.
De heer Kemperman (FVD):
Maar de twee referenties die u erbij gebruikte, verontrusten mij weer. De ene is een natuurramp, de Watersnoodramp. Daarna konden we samenwerken om het land weer op te bouwen. De andere was vijf jaar oorlog en platgebombardeerde steden, waaronder mijn Rotterdam. Dat soort referenties als het gaat om het komen tot politieke samenwerking en het overbruggen van verschillen vind ik wonderlijk. Dan is mijn vraag aan u: vergelijkt u Nederland, de huidige staat van ons land op alle sociale domeinen en met alle politieke vraagstukken die we hebben, met het land na een oorlog of een watersnoodramp of preludeert u op de oorlog waarop we afkoersen? Zit die samenwerking er nu al in of heeft het zoiets desastreus nodig als de twee referenties die u net aanhaalde?
De heer Van Meenen (D66):
Ik begrijp wat de heer Kemperman zegt, maar nee. We zitten niet, althans niet op die manier, in een oorlog als de Tweede Wereldoorlog. We hebben nu geen watersnoodramp, maar voorkomen is beter dan genezen. Ik denk dat het onze opdracht is als politici bij elkaar om te zorgen dat we ook niet opnieuw in die situatie komen, want er zijn wel hele grote bedreigingen voor de manier waarop hier met elkaar leven, ook voor toekomstige generaties. Dat zie ik wel degelijk als een zeer ernstige situatie, die het noodzakelijk maakt dat alle positieve krachten bij elkaar komen en dat met elkaar oplossen. Er is geen andere keuze wat mij betreft. Dat is onze plicht, niet alleen naar de mensen die er nu zijn, maar ook naar de toekomstige generaties.
De heer Kemperman (FVD):
Dat deel ik met u. Dat ben ik met u eens. Ik onderschrijf het pleidooi daarvoor. U noemde ook de korte termijn van deze regering en de toch grote successen die al geboekt zijn. Nou zien we vooral, zou ik bijna zeggen, een beetje een markthandel in het uitruilen van standpunten om tot succesjes te komen. Wat zijn nou — u mag er met één volstaan of twee — de grote successen die dit kabinet ons inmiddels heeft kunnen leveren? Het is vooral overleven, heb ik het idee.
De heer Van Meenen (D66):
Nou, ik zie een kabinet dat maar liefst 50 maatregelen voorstelt om de woningnood die er in Nederland is te lenigen. Dat vind ik een heel groot succes, dat we die met elkaar kunnen vinden. Daar is volgens mij ook brede steun voor. Het tweede dat ik zou willen noemen is stikstofbrief. U denkt daar anders over, maar ik zie het als een echte doorbraak dat we erin zijn geslaagd om een meerderheid die stand zal houden in beide Kamers te vinden om dat grote probleem dat heel Nederland op slot houdt, de woningbouw, bedrijven die willen innoveren en groeien, maar ook de boeren en, niet het minste, ook de natuur, verder zal helpen. Dat zie ik echt als een enorm winstpunt.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Kemperman.
De heer Kemperman (FVD):
Ik ben altijd graag bereid om de heer Van Meenen een voorzet te geven, zodat hij even zijn politieke successen kan uitventen in deze Kamer. Zo kennen we elkaar. Die stikstofbrief laat ik maar even voor een volgende interruptie, heb ik zo het vermoeden, maar toch even die 50 maatregelen voor de woningbouw. Ik moet u helaas teleurstellen, want dat is slechts op een opsomming van alle maatregelen die de afgelopen ministers en kabinetten in het verleden al hebben genomen. Er zit niet een werkelijk baanbrekend nieuw element in om die woningmarkt vlot te trekken. Sterker nog, veel maatregelen, instructieregels, waarmee vorige ministers hebben geprobeerd om die woningmarkt vlot te trekken — ik noem de vermaledijde Wet betaalbare huur — worden zelfs ingetrokken. Dus daar zit niet veel vernieuwends in. Daar moet u echt op zoek naar een beter voorbeeld. En een reactie over die stikstofbrief laat ik dan maar even.
De heer Van Meenen (D66):
Ik denk dat wij makkelijk deze hele ochtend en misschien ook wel de middag zouden kunnen vullen met de discussie of dit nu de goede dingen zijn voor de woningmarkt. Daar denken wij al sinds we elkaar ruim drie jaar geleden ontmoet hebben totaal verschillend over. Ik ben er blij mee dat er nu eindelijk schot in komt. Overigens, voordat er allerlei vragen komen over de Wet betaalbare huur en over andere maatregelen: daar zie ik ook heel positieve elementen in. Natuurlijk moet je altijd blijven kijken of het optimaal werkt, maar aan de woningmarkt als een pure markt waarop steeds meer mensen niet meer aan een woning komen maakt dit kabinet op die manier eigenlijk een einde en dat is goed. Ik denk bijvoorbeeld dat de Wet versterking regie volkshuisvesting goed is. Dat zou in het onderwijs ook moeten gebeuren. Ik heb het al eens vaker hier gezegd. De overheid moet ook z'n rol weer pakken ten behoeve van de mensen, om hun problemen op te lossen. En wonen is meer dan een markt. Wonen gaat om huizen. Sterker nog, het gaat om thuizen. Het gaat erom dat mensen een dak boven hun hoofd hebben en een sociale omgeving hebben. Dat is superbelangrijk en dat kun je niet alleen aan een markt overlaten.
De voorzitter:
U was al bij uw slot.
De heer Kemperman (FVD):
Dit is mijn derde.
De voorzitter:
Nee, hoor. Die had u net. Dit zou dan uw vierde zijn.
De heer Kemperman (FVD):
Nou, dank u wel.
De voorzitter:
Misschien kunnen we het later nog eens over wonen gaan hebben, maar ik zie mevrouw Lagas al een tijdje staan, op die mooie hakken.
De heer Kemperman (FVD):
Mag ik dan als laatste alleen nog opmerken dat de Wet versterking regie volkshuisvesting al door minister Hugo de Jonge is ingediend en niet door dit kabinet. Dat kan dus niet als succes van dit kabinet beschouwd worden.
De voorzitter:
Dat is helder. Mevrouw Lagas.
De heer Van Meenen (D66):
Nee, maar dit kabinet gaat 'm ook houden …
De voorzitter:
Mevrouw Lagas, mevrouw Lagas.
Mevrouw Lagas i (BBB):
Ik ga het helemaal niet over de stikstofbrief hebben met meneer Van Meenen. Ik wil graag van meneer Van Meenen — via u, mevrouw de voorzitter — horen hoe hij kijkt naar de opgave die er is om al die huizen aan te sluiten op het elektriciteitsnet. Ik heb net al gemeld dat de autoriteiten die daarover gaan, zeggen dat 300.000 woningen nog niet aangesloten kunnen worden. Sterker nog, om dicht bij huis te blijven: in de gemeente Dalfsen, waar ik vlak naast woon, is een heel groot project met ik-weet-niet-hoeveel huizen stopgezet omdat ze niet aangesloten kunnen worden. Ik zou graag van de heer Van Meenen willen horen hoe hij dat wil gaan oplossen. Wat voor maatregelen wil hij gaan steunen om dat probleem op te lossen?
De heer Van Meenen (D66):
Volgens mij hebben we er een kabinet voor om die voorstellen te doen. Ik wil van alles zeggen over hoe ik dat persoonlijk zou willen oplossen, maar ik denk niet dat dit heel veel gaat helpen. We hebben een heel goed kabinet, dat zich daar zeer van bewust is. Het staat ook voor die opgave om niet alleen volgend jaar — dat gaat gewoon lukken — 100.000 woningen te realiseren, maar ook in de jaren daarna. Natuurlijk is de hele netwerkcongestie, zoals het zo mooi heet, daar een belangrijk onderdeel van. Volgens mij neemt dit kabinet allerlei maatregelen om daarin zo snel mogelijk stappen vooruit te zetten, zodat we daar inderdaad van afkomen.
Mevrouw Lagas (BBB):
Ja, ik hoop ook dat dat gaat gebeuren; dat doe ik samen met de heer Van Meenen. Als ik het goed begrijp, is de heer Van Meenen er dus ook voor om met het toverstafje vaart te zetten achter de vergunningverlening, zodat de aanleg niet stagneert, want de vergunningverlening kan procedures vertragen. Ik begrijp van de heer Van Meenen dat hij daarvoor is. Tenminste, ik heb niet het idee dat hij daartegen is. Ik sluit me daarbij aan. Vindt de heer Van Meenen, als vertegenwoordiger van de partij die een hoofdletter D in zijn naam heeft staan, ook dat de inzet op dat soort instrumenten breder moet dan alleen maar op het elektriciteitsnet?
De heer Van Meenen (D66):
Bij dat laatste verliest u mij even. Ik begrijp niet helemaal wat u nu bedoelt: het elektriciteitsnet en de democratie? Ik krijg een beetje kortsluiting.
(Hilariteit)
Mevrouw Lagas (BBB):
Dit is een handige tactische zet om eventjes wel een antwoord te verzinnen. Overigens wil ik u er even op wijzen dat de Watersnoodramp in 1953 was, dus niet in '54.
De heer Van Meenen (D66):
Ik zei ook '53, dus …
Mevrouw Lagas (BBB):
Dan heb ik het verkeerd verstaan. Neemt u het mij niet kwalijk.
De heer Van Meenen (D66):
Geeft niet, kan gebeuren.
Mevrouw Lagas (BBB):
Maar even terug naar mijn vraag. Daar heeft u misschien inmiddels wel over kunnen nadenken, want ik ken u; u bent een snelle denker. Volgens mij staat de D van Democratie in "D66" ervoor dat niemand anders behandeld wordt. Heb ik dat goed, mevrouw de voorzitter?
De voorzitter:
De heer Van Meenen.
De heer Van Meenen (D66):
O, ik dacht dat het een vraag aan de voorzitter was.
(Hilariteit)
De voorzitter:
Alles gaat via de voorzitter, hè?
De heer Van Meenen (D66):
Nou, laat ik het zo zeggen: ik vind dat een vrij smalle definitie van "democratie". Maar "gelijke rechten voor allen die er in dit land zijn" is een kernwaarde van onze democratie, van artikel 1 van de Grondwet et cetera. Dus daar kan ik alleen maar ja op zeggen.
Mevrouw Lagas (BBB):
Daar ben ik heel blij mee, want daarmee steunt de heer Van Meenen indirect de opmerking tijdens mijn bijdrage dat het, als het toverstafje ingezet kan worden voor het oplossen van het vergunningenprobleem voor de netcongestie, ook moet kunnen voor de PAS-melders.
De heer Van Meenen (D66):
Dat klinkt natuurlijk leuk, als we maar in het verhaal van dat toverstafje blijven geloven. Ik denk dat we heel blij mogen zijn met een kabinet dat voorstellen doet die ook binnen de rechtsstaat en binnen onze wet- en regelgeving passen. Dat is in het ene geval eenvoudiger dan in het andere geval. Ik wil het hier niet uitgebreid over hebben, want de kwestie met de PAS-melders is heel ingewikkeld. We zitten met ons hart allemaal bij deze mensen. Dit kabinet wil dat oplossen. Maar het moet wel op een houdbare manier gebeuren. Dus ja, ik wou ook dat er toverstafjes waren, maar die zijn er in beide gevallen niet. Toch is het een binnen onze regelgeving eenvoudiger te doen dan het andere, denk ik. Maar makkelijk is het nergens.
De voorzitter:
Inderdaad. U vervolgt uw betoog.
De heer Van Meenen (D66):
Voorzitter. Dan de woningmarkt. Daar heb ik eigenlijk al een heleboel over gezegd. Ik ga het heel kort houden. Ik ben er heel blij mee dat het kabinet allerlei plannen heeft, want een huis is meer dan een dak boven je hoofd. Het is een plek om een thuis op te bouwen en aan je toekomst te werken. Wie de woningbouw niet versnelt, raakt daarmee aan de kansen van een hele generatie. Daarom is het goed dat het kabinet geld uittrekt om de woningbouw te versnellen. Ik zou haast willen zeggen: het bouwen van "thuizen". Zo noemt onze minister het volgens mij ook.
Maar als we die woningen daadwerkelijk willen bouwen, moeten we ook het stikstofprobleem oplossen. We kunnen het ons niet permitteren om jaren te wachten. De onzekerheid raakt boeren, bouwers, bedrijven en natuur. Daarom is het goed dat het kabinet na zeven jaar stilstand laat zien dat het wél kan en met een stikstofpakket komt om Nederland van dat slot af te halen.
Voorzitter. Van het slot komen is echter niet genoeg. We moeten ook vooruit. Daarom is het ook goed dat in deze begroting geïnvesteerd blijft worden in een duurzame en sterke economie. De oprichting van een nationale investeringsinstelling is daar een voorbeeld van. Daarmee kunnen we investeren in nieuwe technologie en de energietransitie verder op gang helpen. Dat is goed voor het halen van de klimaatdoelen, maar ook voor de bedrijven en de banen van de toekomst.
Vooruitkijken betekent bovendien dat Nederland niet naar binnen gekeerd raakt. Juist in een politiek onzekere wereld hebben we sterke internationale relaties nodig. Daarom is het goed dat Nederland opnieuw investeert in zijn diplomatieke netwerken en in ontwikkelingssamenwerking. Maar het gaat ook om de houding waarmee Nederland de wereld tegemoet treedt. Ik zie een interruptie aankomen, maar zal ik deze alinea even afmaken, voorzitter? Ik hoop dat dit kabinet weer het initiatief neemt, door pal te staan voor de internationale rechtsorde en het Internationaal Strafhof, zoals onze minister-president zo goed deed, en door binnen Europa kansen te pakken. Nu de Britse premier Andy Burnham toenadering zoekt tot Europa en serieus een terugkeer in de EU lijkt te willen overwegen, vraag ik de minister-president: ziet hij ook een kans om die band verder te versterken en in ons beider belang, dus het belang van onze beide landen, deze weg te stimuleren?
Mevrouw Lagas (BBB):
Ik hoorde de heer Van Meenen even kort het woordje "duurzaamheid" aanstippen. Hij had het hierbij over de klimaattransitie. Doelt de heer Van Meenen dan ook op het doorzetten van wind op zee, wind op land en zonnepanelen of kijkt u naar een andere vorm van duurzaamheid?
De heer Van Meenen (D66):
Volgens mij is die aanpak breder dan alleen dat, maar dat is wel een wezenlijk element. Ik had het overigens over de energietransitie.
Mevrouw Lagas (BBB):
Ja, u had het over de energietransitie. Ik kom daar in mijn reactie op het kabinet nog op terug.
De heer Van Meenen (D66):
Fijn.
Voorzitter. Samenwerken is niet altijd de makkelijkste politieke route, maar het is de opdracht van de politiek om verder te kijken dan de waan van de dag en verantwoordelijkheid te nemen voor de toekomst. Zoals de plafondschildering in de Eerste Kamer — die oude, u weet wel — laat zien: toekomstige generaties kijken altijd met ons mee. Ik weet zeker dat ieder van u ook het allerbeste wil voor hen. We verschillen eigenlijk alleen nog maar van mening over wat dan dat beste is. Dat is ook de bestaansgrond van de parlementaire democratie. Het gaat om een samenkomst van mensen die het niet met elkaar eens zijn, maar die wel bereid zijn om naar elkaar te luisteren en verder met elkaar te komen.
Dat gesprek is niet alleen van belang om tot goede besluiten te komen, maar het is ook hoe we onze democratische rechtsstaat sterk houden. Juist wanneer krachten proberen het vertrouwen in onze instituties en democratische spelregels te ondermijnen, vanbinnen en vanbuiten, moeten wij met alle positieve krachten laten zien dat democratie werkt, door naar elkaar te luisteren, door ruimte te bieden aan verschillen en door samen verantwoordelijkheid te nemen voor het algemeen belang.
Die verantwoordelijkheid ligt bij ons allemaal, bij coalitie en oppositie, bij kabinet en parlement. Zoals eerdere generaties de schouders eronder zetten voor de wederopbouw, zo moeten wij ook samen bouwen aan het Nederland van morgen. Ik zie een kabinet dat daar ruimte voor biedt en dat bereid is die samenwerking aan te gaan. Daarvoor dank ik het kabinet.
Voorzitter. De begroting die er nu ligt, bevat wat mijn fractie betreft belangrijke stappen. Er is beweging op het gebied van veiligheid, woningbouw, zorg, onderwijs, economie en sociale zekerheid. Niet alles is af, maar er is veel in gang gezet. Juist daarom is dit ook het moment om de lat hoger te leggen. De vraag is namelijk niet alleen wat deze begroting volgend jaar oplevert, maar ook of we hiermee de basis leggen voor een Nederland dat over tien of twintig jaar veilig en welvarend is. Daarom moeten de belangen van toekomstige generaties een vaste plek krijgen in beleid en wetgeving.
Deze Kamer heeft daartoe al stappen gezet met de motie-Aerdts over een generatietoets bij iedere miljoenennota en de oproep van collega Rosenmöller in april om langetermijneffecten standaard mee te nemen in nieuwe wetsvoorstellen. De minister-president zegde in reactie op die oproep toe dat dit standaardonderdeel zou worden van de memorie van toelichting. Mijn vraag aan hem is daarom hoe bij deze Miljoenennota uitvoering is gegeven aan de motie-Aerdts en de toezegging aan collega Rosenmöller.
Voorzitter. Dat zijn belangrijke eerste stappen, maar er is volgens mijn fractie, D66, meer nodig. Zo constateert ook de Raad van State in zijn jaarverslag van 2025. Daarom zou ik willen vragen: is het kabinet bereid toe te werken naar een verplichte generatietoets bij beleid en wetgeving en een ombudsman voor toekomstige generaties in te stellen? Is het bereid te onderzoeken of de belangen van toekomstige generaties, zoals inmiddels in 41% van de grondwetten wereldwijd gebeurt, ook in onze Grondwet verankerd kunnen worden?
Voorzitter en teerbeminde collega's, als — ja, het is gewoon zo; ik kan het echt niet onderdrukken — ik straks mijn kleinkinderen zie, dan zullen zij waarschijnlijk niet aan mij vragen wat ik vandaag in deze Kamer heb gezegd. Zij zullen waarschijnlijk niet weten welke moties zijn aangenomen of welke compromissen zijn gesloten. Zij zullen echter wel leven met de gevolgen van wat wij hier besluiten. Daarom moeten we ervoor zorgen dat Nederland ook morgen de kracht en de ruimte heeft om eigen keuzes te blijven maken: investeren waar dat nodig is, hervormen waar dat moet, en samenwerken waar dat kan.
Voorzitter. De toekomst overkomt ons namelijk niet. Ze wordt gevormd door de keuzes die wij vandaag maken. De eerste stappen zijn gezet. Nu komt het eropaan door te pakken zodat mijn kleinkinderen, uw kinderen en kleinkinderen en de generaties na hen kunnen leven in een Nederland dat veilig, welvarend, sociaal en vol kansen voor iedereen is. Dat is onze verantwoordelijkheid. Laat ons die voluit nemen.
Dank u wel.
De heer Van Hattem i (PVV):
Ik hoor de heer Van Meenen van D66 zeggen "onze verantwoordelijkheid voluit nemen" en "keuzes maken". Maar wat er nu ligt en wat we vandaag bespreken, is een beetje een halffabricaat, want we weten nog absoluut niet wat er nu daadwerkelijk op tafel komt te liggen ten aanzien van de begroting van komend jaar. Bijna elke dag verschuift er wel weer iets. Het zijn compleet dagkoersen. Mijn vraag aan D66, aan de heer Van Meenen, is dus welke keuzes hij nu daadwerkelijk maakt met wat er nu voorligt.
De heer Van Meenen (D66):
Ik maak die keuzes niet. Die maken wij hier niet. Die worden in de Tweede Kamer gemaakt. Dat weet ik uit ervaring; daar heb ik ook lang gezeten. Mijn oproep gaat erover dat wij, wij hier en ook de mensen daar, over ons eigen gelijk heenstappen en samenwerken moeten. We hebben hier een voorbeeld gezien: de heer Rosenmöller heeft daar iets over gezegd. Dat is echt een belangrijk gebaar, vind ik, een belangrijk signaal. Men is bij PRO, bij Volt — wellicht geldt dat ook voor anderen; dat gaan we nog horen — bereid om niet alleen lippendienst te bewijzen aan samenwerking, maar om het ook echt te doen. Het is geen vrije keuze; het moet gewoon gebeuren. Ik roep dus alle positieve krachten, hier en aan de overkant en in het kabinet, op om dat echt te doen. De optie om het niet te doen is er niet. En wat die keuze is, is niet hier nu te bepalen. Daar heeft mevrouw Klip voldoende over gezegd, lijkt mij. Dat ga ik allemaal niet herhalen.
De heer Van Hattem (PVV):
Er ligt een Miljoenennota voor. We hebben de afgelopen weken gemerkt dat er elke dag weer wat verschuift ten aanzien van die Miljoenennota. Er is dus eigenlijk gewoon helemaal geen keus gemaakt door dit kabinet. Daarmee zitten we eigenlijk met het probleem dat D66 hier als grootste partij heeft gecreëerd: er is gewoon geen duidelijkheid tussen de coalitiepartijen; onderling worden er nog allerlei vliegen afgevangen. Samenwerking: ja, er wordt nu ineens richting PRO geleund. We hoorden gisteren Jesse Klaver bijvoorbeeld nog op televisie zeggen over bezuinigingen op onderwijs dat hij daar weer radicaal op tegen was. Wat gaat er dus nu daadwerkelijk gebeuren met Nederland onder D66? Dit is toch geen leidinggeven?
De heer Van Meenen (D66):
Wellicht is het de heer Van Hattem bekend dat de behandeling van die Miljoenennota, die begrotingen en dat Belastingplan nog plaats moet vinden, in de Tweede Kamer. Ik zou zeggen: laten wij dat nou eens gewoon even netjes afwachten en er dan ons oordeel over geven. Dat is volgens mij onze rol. Onze rol is niet om nu te zeggen "het wordt dit" of "het moet zus" of "het moet zo", of "het moet over links" of "over rechts". Ik weet dat iedereen daar heel erg op zit te wachten. Nee, wat moet is wat gezegd werd door … Hoe heet ze ook weer: onze mevrouw van Trots op Nederland? Ik kom even niet op haar naam. Hoe heet ze nou? Ja: Rita Verdonk!
(Hilariteit)
De heer Van Meenen (D66):
Of misschien beter Dries van Agt: "Ik buig niet naar links en ik buig niet naar rechts." Nee, we moeten vooruit. Mijn oproep aan alle positieve krachten is: ga vooruit; zorg dat je levert aan de mensen om wie het gaat. Het gaat niet om de spelletjes die we hier spelen. Het gaat erom dat we eindelijk een keer over ons eigen gelijk heen stappen en elkaar vinden. Dat is waar Nederland op zit te wachten.
Mevrouw Visseren-Hamakers i (Fractie-Visseren-Hamakers):
Dank aan de heer Van Meenen voor zijn gepassioneerde betoog.
De heer Van Meenen (D66):
Graag gedaan.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Waar de D66-fractie volgens mij ook gepassioneerd over is, is het perspectief van brede welvaart. D66 heeft afgelopen voorjaar mijn motie gesteund die het kabinet oproept om brede welvaart centraal te stellen in de Miljoenennota die we vandaag bespreken. Wat vindt de heer Van Meenen van de wijze waarop de inhoud van die motie terecht is gekomen in de Miljoenennota?
De heer Van Meenen (D66):
Iets in mij, een soort fingerspitzengefühl, zegt mij dat u er niet zo tevreden over bent.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Joh! Scherp, scherp.
De heer Van Meenen (D66):
Maar dat is politieke ervaring, hoor! Ik moet u eerlijk zeggen dat ik graag uw betoog daarover hoor voordat ik daar een oordeel over heb. Ik heb daar niet voldoende naar gekeken om daar nu iets over te kunnen zeggen, maar ik heb wel het gevoel, en dat hoor ik toch ook wel op verschillende momenten van het kabinet, dat daar wel degelijk oog voor is. We doen hier meer dan alleen maar geld verdienen; het gaat over zo veel meer. Het gaat over het welzijn en de welvaart van mensen. Dat is uw betoog en dat is ook het mijne. Het is altijd schipperen en keuzes maken. Dat is best lastig; dat weet ik uit ervaring. Dus ja, ik weet het niet. U gaat het me vertellen. U vindt het vast niet genoeg.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Joh! Ik ben hier helemaal overbodig. Toch ga ik een vraag stellen. "Brede welvaart" staat welgeteld twee keer op een totaal nutteloze manier in deze Miljoenennota. Er is dus geen gehoor gegeven aan de motie waar u voor heeft gestemd. Daar kunnen we lacherig over doen en daarvan kan worden gezegd "dat is onderdeel van de keuzes die zijn gemaakt", maar het is een fundamentele keuze. Of je kiest voor de ouderwetse economische groei óf voor een bredere afweging van welzijn, niet alleen voor mensen maar ook voor dieren en natuur, niet alleen hier maar ook elders op de wereld, en niet alleen hier en nu maar ook voor toekomstige generaties, waar de heer Van Meenen het over had. Als de heer Van Meenen hoort dat brede welvaart in het gedachtegoed van deze Miljoenennota geen rol speelt, wat vindt de heer Van Meenen daar dan van?
De heer Van Meenen (D66):
Nou, dat ben ik niet op voorhand met u eens. Kijk, je kunt de woorden misschien te weinig noemen, maar je kunt het wel doen. Ik vind wel degelijk dat dit kabinet dat doet op een aantal aspecten die u noemt. Overigens ben ik van mening dat moties gewoon uitgevoerd moeten worden. Ik ben het dus met u eens dat u het kabinet daar streng op bevraagd, maar ik ben — net als u dat ongetwijfeld bent — benieuwd naar het antwoord van de minister-president op deze vraag die u nu al in het vooruitzicht stelt.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Die vraag ga ik zeker stellen, dus de minister-president is gewaarschuwd. Dan nog een andere vraag, over de toekomstige generaties. Ik vind de oproep van de heer Van Menen om daar een verplichte toets voor te maken heel mooi. Zou de heer Van Meenen ook toekomstige generaties van natuur en dieren daarin mee willen nemen?
De heer Van Meenen (D66):
Ik begrijp niet precies wat u bedoelt. Bedoelt u nu mensen of dieren?
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Nee, niet alleen toekomstige generaties mensen, maar ook toekomstige generaties van soorten die in de natuur voorkomen en dieren.
De heer Van Meenen (D66):
Ja, natuurlijk, natuurlijk. Ik denk dat we een onleefbare wereld krijgen als daarin geen plek is voor natuur en dieren, dus als u het zo bedoelt, dan ben ik het met u eens.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Ja, zo bedoel ik het.
De heer Van Meenen (D66):
Laten we daar vooral zuinig op zijn.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Misschien kan het kabinet in zijn beantwoording die brede opvatting van toekomstige generaties meenemen.
De heer Van Meenen (D66):
Ja, maar ik ben nog wel van mening dat dat belang door mensen verdedigd moet worden.
(Hilariteit)
De voorzitter:
Deze discussie gaat nog uitgebreid terugkomen. De heer Van Rooijen over waarschijnlijk andere generaties.
De heer Van Rooijen i (50PLUS):
Ik heb een vraag aan mijn beminde collega. U pleitte voor woningen, meer dan een dak. U noemde de woningbouw. Het kabinet heeft ambitieuze plannen, net als het vorige kabinet overigens, voor de woningbouw: 100.000 woningen. D66 wil ook meer steden, tien steden. Ik heb de volgende vraag. Uw partij is voor de beperking van de hypotheekafrenteaftrek voor de eigen woning. Denkt u die doelstellingen te bereiken? Ik denk toch dat u het met me eens bent dat zekerheid over het voortbestaan van de volledige renteaftrek van groot belang is. In dat verband wijs ik — ik ga toch even terug — naar het kabinet-Den Uyl. In het regeerakkoord stond dat de renteaftrek moest worden afgeschaft. Toen wisten ze nog niet dat ik staatssecretaris zou worden. Dat leidde er uiteindelijk toe dat de renteaftrek onder een links kabinet, met tien ministers van links, niet werd beperkt. Dat betekende dat het eigenwoningbezit tussen '73 en '77 in Nederland van 35% — we hadden het laagste eigenwoningbezit van heel Europa — naar 53% ging, dus in vier jaar tijd. Dus als u het beleid van het kabinet-Den Uyl voortzet en niet het beleid van D66, is deze minister van Volkshuisvesting heel blij.
De heer Van Meenen (D66):
Ik zou graag een enorme boom met de heer Van Rooijen opzetten over de hypotheekrenteaftrek. Dat ga ik helemaal niet doen. U kent het standpunt van mijn partij hierover. Dat wordt vooral in de Tweede Kamer uitgedragen. Daar heeft dit kabinet ook een opvatting over. Daar doe ik het mee. Overigens hoop ik dat we, als ik net als de heer Van Rooijen weer in de volgende Kamer mag zitten, hier nog heel lang over kunnen praten. Met dezelfde gevoelens ben ik nu al de heer Rösenmuller en mevrouw Klip half aan het missen. Dat wilde ik ook nog even gezegd hebben. Ja, half, meneer Rosenmöller, want jullie zijn er nog. Zo bedoel ik het.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Ik ga hier natuurlijk geen uitspraken doen over de toekomst, maar u geeft geen antwoord op mijn vraag. Mijn vraag is klip-en-klaar. Gelet op het beleid van het kabinet, dat wij allemaal ondersteunen, waarbij er enorm gebouwd wordt, 100.000 woningen per jaar, is het toch van belang dat er ook voor de jonge generatie … Daar hebben we 'm weer. We hebben het hier over generaties. Ik heb ook zeven kleinkinderen, die straks willen wonen en een dak willen hebben.
De heer Van Meenen (D66):
Zeker.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Die zekerheid is essentieel. U vindt dat de renteaftrek voor de eigen woning moet worden beperkt, zo niet moet worden afgeschaft. Als u die onzekerheid laat voortbestaan, in hoeverre helpt dat dan bij het bereiken van de doelstelling van 100.000 woningen? U kunt niet zeggen: ja, dat is een zaak van de Tweede Kamer; daar ga ik hier geen antwoord op geven. Uw politieke partij heeft een uitgesproken standpunt hierover. U heeft een minister van Volkshuisvesting. Ik hoop dat deze minister in staat is om die doelstelling te behalen, ook de doelstelling van 270.000 seniorenwoningen. Daar zijn we nog ver van weg. Dan is de hypotheekrenteaftrek niet alleen voor mijn partij, 50PLUS, een heilig huis. Wij willen dat er niet aan getornd wordt. Bent u bereid om met mij die weg op te gaan?
De heer Van Meenen (D66):
Nee. Het korte antwoord is nee. Die bereidheid heb ik niet. Ik sta hier inderdaad namens een politieke partij. Ik heb niet de rol dat ik daarvoor initiatieven ga nemen, maar het standpunt van mijn partij is helder. Natuurlijk wil ook mijn partij dat woningen juist ook voor jonge mensen bereikbaar worden. Maar er zijn wellicht wel betere maatregelen voor te verzinnen. Dat gaan wij hier niet doen. Dus ik ga niet met u mee in deze redenering. Het kabinet neemt een heleboel maatregelen die juist ook voor jonge mensen geschikt zijn. Die gaan wij beoordelen. Ik ga nu niet met u een hele discussie over de hypotheekrente beginnen. Het spijt me zeer.
De voorzitter:
Tot slot, en graag via de voorzitter.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Ja, voorzitter. Ik ben blij met de duidelijkheid die u me geeft. U zei letterlijk: nee. Uw nee op de hypotheekrenteaftrek …
De heer Van Meenen (D66):
Nee …
De heer Van Rooijen (50PLUS):
… dat die moet worden beperkt … U zei nee. Maar dat betekent dat dat enorme schade kan toebrengen aan het beleid van het kabinet om het aantal woningen te halen. U wilt de renteaftrek beperken. Dan moet u de gevolgen daarvan ook onderkennen. Dat betekent dat het beleid dus niet haalbaar is.
De voorzitter:
Tot slot, en graag ook via de voorzitter.
De heer Van Meenen (D66):
Waar ik nee op zei, was op de vraag van de heer Van Rooijen of ik bereid was om nu met hem mee te gaan in die gedachte. Daar heb ik nee op gezegd — punt — en niet op wat hij nu suggereert.
De voorzitter:
Het is helder.
Mevrouw Perin-Gopie i (Volt):
Ik ga nog even terug in de inbreng van collega Van Meenen, want hij noemde heel kort iets over de Europese Unie en het versterken daarvan. Ik ben heel benieuwd hoe hij dan kijkt naar de Miljoenennota en het budget dat is vrijgemaakt voor de Europese Unie.
De heer Van Meenen (D66):
Het budget voor de Europese Unie?
Mevrouw Perin-Gopie (Volt):
Ja, het budget dat Nederland bijdraagt aan de Europese Unie, waarin we inmiddels behoren tot de zuinige zes. Hoe kijkt hij daartegen aan in relatie tot de versterking die hij wenst in de samenwerking?
De heer Van Meenen (D66):
Ik denk dat de opvatting van mijn partij het best weer te geven is door te zeggen dat wij ons zorgen maken over waar het geld in Europa naartoe gaat, namelijk nog steeds in hele hoge mate naar boeren. Wij willen dat het meer naar kennis en innovatie gaat. Dat is een discussie die op Europees niveau door onze minister van Buitenlandse Zaken en door onze minister-president gevoerd wordt. Daar ga ik nou niet in treden. Dat. Maar dat wij Europa zeer belangrijk vinden …
De voorzitter:
Dat "dat" klonk heel erg concludent. Mevrouw Perin.
De heer Van Meenen (D66):
… dat delen we, maar niet als een oneindige hoeveelheid geld die daarheen moet.
Mevrouw Perin-Gopie (Volt):
Waar ik eigenlijk meer naar op zoek was, is het EU-budget dat Nederland heeft, dus wat we daaraan uitgeven. Nederland behoort tot de zuinige zes, terwijl ik de heer Van Meenen en D66 ken als een partij die staat voor versterkte samenwerking. De uitdaging waar we in Europa voor staan, ligt op andere terreinen dan collega Van Meenen aangaf, denk ik. Het gaat om onze veiligheid, maar ook om het versterken van ons concurrentievermogen binnen dit continent. Hoe verhoudt dat zich dan tot de zuinigheid van Nederland?
De heer Van Meenen (D66):
Ik denk dat u dat het best kunt samenvatten als niet "de zuinige zes" maar in ieder geval "de innoverende één". Ik denk dat het standpunt van de Nederlandse regering op dit moment is — maar u moet dat vooral ook aan de minister-president vragen — dat wij zien dat er meer en betere doelen, onder andere de doelen die u zojuist noemde, te bereiken zijn met een budget als we daarin ook echt keuzes durven te maken voor de toekomst.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Perin.
Mevrouw Perin-Gopie (Volt):
Ja, tot slot. Dan wil ik collega Van Meenen toch meegeven dat als we willen innoveren, landen die daartoe in staat zijn en die zijn zeer welvarend zijn binnen de Unie, daar ook de verantwoordelijkheid voor dragen. Dan passen we niet echt bij "de zuinige zes".
Mevrouw Van Bijsterveld i (JA21):
Ik heb uw betoog over toekomstige generaties beluisterd. Dat is mooi, maar is de heer Van Meenen het dan ook met mij eens dat we toekomstige generaties niet moeten opzadelen met een enorme staatsschuld?
De heer Van Meenen (D66):
Zeker.
Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):
Is de heer Van Meenen het dan ook met mij eens dat dat betekent dat we keuzes moeten maken in schaarste en dat er dus ook moeilijke keuzes moeten worden gemaakt, omdat we, nogmaals, onze toekomstige generaties niet met een enorme schuldenlast willen achterlaten?
De heer Van Meenen (D66):
Ja, eens.
Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):
Prima.
De voorzitter:
Dank u wel. O, ik zie de heer Rosenmöller nog voor de lunchpauze.
De heer Rosenmöller i (PRO):
Ja, toch nog even. Wij hebben beiden gepassioneerd gesproken over de verbinding tussen democratische krachten in dit huis en daarbuiten. Nu is de politieke werkelijkheid op deze 6de oktober om 12.30 uur dat de BBB-fractie zegt allerlei voorwaarden te hebben aan steun voor het Belastingplan, zoals intrekken of fundamenteel wijzigen van de stikstofbrief en nog een paar andere dingen. Dat zien wij met elkaar niet gebeuren. Hoe komen we nu tot een stap vooruit, niet zijnde verkiezingen? Want dat willen we, denk ik, allebei niet. Maar hoe komen we nu met het pleidooi dat u en ik allebei gehouden hebben een stap vooruit op weg naar de begroting 2027?
De heer Van Meenen (D66):
Ik denk dat die stap vooruit vooral gezet moet worden in de Tweede Kamer en door het kabinet. Daarom is het toch wel goed dat dit debat gehouden wordt, zodat het kabinet en de Tweede Kamer zich ook een oordeel kunnen vormen over hoe de situatie is als men uiteindelijk met de plannen hier terechtkomt. We hebben ook bij het debat over de regeringsverklaring al wat vooruitblikken gegeven. Dat is, denk ik, de maximale invloed die wij op dit moment hebben. Meer moeten we er hier ook niet van gaan maken.
De heer Rosenmöller (PRO):
Maar we krijgen dat natuurlijk allemaal op ons bordje. We wegen als politici allemaal de situatie. We zijn rolvast of vinden dat we dat moeten zijn. Wij zijn dat in ieder geval. Er gebeurt aan de andere kant veel. We kunnen straks vragen stellen aan de minister-president, maar ik vraag het nu aan u. Je kunt, met de kennis van nu, concluderen dat de taxatie is dat het via die route niet gaat werken. We hebben het erover dat we over onze schaduw heen moeten stappen. Hoe komen we dan, op weg naar 2027, bij het verder weg liggende doel voor de toekomstige generaties et cetera? Dat begint vandaag, op weg naar 2027. Hoe komen we daar? We willen geen verkiezingen.
De heer Van Meenen (D66):
Laat ik het heel praktisch maken: ik zou het zeer betreuren — ik verwacht het ook niet — als dit kabinet afscheid gaat nemen van de stikstofbrief. Laat ik het zo concreet maken. Ik denk dat dat het helderste is wat ik erover kan zeggen.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Rosenmöller.
De heer Van Meenen (D66):
Dat kan gewoon niet richting de toekomstige generaties, in mijn ogen.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Van Meenen (D66):
Wat betekent dat allemaal? Laat ik er iets anders naast zetten. Ik zit ook al zo'n 25 jaar in de politiek. Ik heb in alle mogelijke constellaties samengewerkt, van links tot rechts, tot uw orders. Ik heb in de Leidse politiek zelf colleges mogen maken met aan de ene kant de SP en aan de andere kant de VVD. Het kan allemaal, maar het moet wel beginnen met echte bereidheid. Nogmaals, dat is meer dan lippendienst. Ik denk dat uw partij ook heeft laten zien dat men bereid is om er meer dan lippendienst van te maken. Het begint ermee dat je het werkelijk wilt, dat je dat laat zien en dat je ook bereid bent om pijn op je te nemen. Dat moet gebeuren, maar dat moet nu dáár gaan gebeuren.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Rosenmöller.
De heer Rosenmöller (PRO):
Dat ben ik met u eens. We zullen het met elkaar moeten doen. In een totaalakkoord zit altijd pijn. Het is niet allemaal feest. We weten nu welke route wel kan en welke route niet kan. De gezamenlijke oproep van u en mij aan het kabinet, op basis van het bredere betoog dat we allebei hebben gehouden, zou kunnen zijn: koers niet af op verkiezingen, maar op de route die kan; daarmee doen we iets goeds voor de huidige en de toekomstige generaties.
De heer Van Meenen (D66):
Laten we alsjeblieft niet afkoersen op verkiezingen. Ik denk dat nog meer partijen dan alleen de partijen die echt willen samenwerken dat met elkaar delen. Dat ben ik helemaal eens met de heer Rosenmöller. Ik denk dat men vandaag scherp ziet wat hier gebeurt, maar het is aan anderen om dat te beoordelen. Het is niet aan mij om daar nu conclusies aan te verbinden. Een scherp standpunt is een scherp standpunt, voor dit moment. Het is aan het kabinet en de Kamer om daarmee om te gaan.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors de vergadering voor de lunchpauze tot 13.30 uur.
De beraadslaging wordt geschorst.
De vergadering wordt van 12.32 uur tot 13.33 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering.
Ingekomen zijn berichten van verhindering van de leden:
Holterhues, wegens werkzaamheden voor de Interparlementaire Unie;
Dessing, wegens ziekte.
Deze berichten worden voor kennisgeving aangenomen.
De voorzitter:
De vastgestelde notulen van de plenaire vergadering van 29 september 2026 liggen ter inzage bij de Griffie. Als aan het einde van de vergadering daartegen geen bezwaren zijn ingekomen, neem ik aan dat de Kamer zich hiermee heeft verenigd.
Daarnaast ligt een lijst bij de Griffie ter inzage met door de Tweede Kamer aangenomen wetsvoorstellen en de commissies waaraan ik deze wetsvoorstellen heb toegewezen.
Aan de orde is de behandeling van:
-
-het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 in verband met een aanpassing van de bijzondere regelingen voor ondernemers die diensten verrichten voor andere dan ondernemers, of goederen op afstand verkopen, of bepaalde goederen binnenlands leveren (Wet implementatie Richtlijn btw in het digitale tijdperk – enkele btw-registratie) (36920);
-
-het wetsvoorstel Wijziging van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en enkele andere wetten met het oog op het vereenvoudigen van het partnerbegrip voor toeslagen (Wet vereenvoudiging partnerbegrip toeslagen) (36932);
-
-het wetsvoorstel Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de structurele invoering van de mogelijkheid van digitale aanvraag van rijbewijzen (Wet digitale aanvraag rijbewijzen) (36937);
-
-het wetsvoorstel Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten die betrekking hebben op de BES eilanden (Fiscale verzamelwet BES eilanden 2027) (36939);
-
-het wetsvoorstel Goedkeuring van het op 9 september 1998 te Farnborough tot stand gekomen Verdrag tussen de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, de Regering van de Franse Republiek, de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland en de Regering van de Italiaanse Republiek tot oprichting van een Gezamenlijke Organisatie voor Samenwerking op Defensie-materieelgebied (Organisation Conjointe de Coopération en matière d’Armement) OCCAR (Trb. 1999, 174 en Trb. 2024, 109) en het op 24 september 2004 te Parijs tot stand gekomen OCCAR-Beveiligingsverdrag tussen de Regering van de Franse Republiek, de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de Regering van het Koninkrijk België, de Regering van de Italiaanse Republiek en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, zoals gewijzigd door het op 13 november 2025 te Parijs tot stand gekomen Verdrag tussen de Regering van de Franse Republiek, de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de Regering van het Koninkrijk België, de Regering van de Italiaanse Republiek, de Regering van het Koninkrijk Spanje en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot wijziging van het OCCAR-Beveiligingsverdrag (Trb. 2024, 31 en Trb. 2025, 95) (36952).
Deze wetsvoorstellen worden zonder beraadslaging en zonder stemming aanvaard.
De voorzitter:
Verlangt iemand aantekening? Dat is niet het geval.
Dan heb ik begrepen dat de heer Van Hattem een ordevoorstel wil doen.
De heer Van Hattem i (PVV):
Zeker, voorzitter. Ik heb een ordevoorstel. Dat heeft betrekking op de plenaire behandeling volgende week van de Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring en de novelle bij de Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring. Die staan geagendeerd voor 13 oktober. Dat is echter de dinsdag voor het herfstreces. Ik zou willen voorstellen om direct na afloop van het plenaire debat over deze wetsvoorstellen te stemmen, zodat de stemming niet over het herfstreces heen hoeft te worden getild. Dat hangt natuurlijk samen met het uitkeren van dwangsommen, dat onderdeel is van deze wet. Dat kost enkele miljoenen per week. Het verzoek is dus om hier direct na de vergadering over te stemmen.
De voorzitter:
Omwille van de snelheid stel ik voor om hier fractiegewijs over te stemmen. Heeft u een stemverklaring, mevrouw Lagas?
Mevrouw Lagas i (BBB):
Mevrouw de voorzitter. Wij zullen dit niet tegenhouden, maar we hebben er wel wat moeite mee dat dat nu zo moet. We hadden dit al rond kunnen breien bij de stemming over de wetten die toen voor ons lagen. Toen heeft de PVV tegen die novelle gestemd. Dat stuit ons wel tegen de borst. Desalniettemin steunen we het voorstel.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Bovens.
De heer Bovens i (CDA):
Mevrouw de voorzitter. Normaal gebeurt zoiets op verzoek van het kabinet. Het is dus even de vraag of het kabinet dit ook vindt. Als het kabinet zegt dat het rustig twee weken later kan, dan is het een politieke wens. Ik ben het met mevrouw Lagas eens dat het niet nodig was geweest om dit zo te doen. Ik wil de collega's vragen of, als men voor het herfstreces zou willen stemmen, iemand van plan is om hier een hoofdelijke stemming over aan te vragen. Het scheelt namelijk enorm in de voorbereiding als we dat vooraf weten.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Rosenmöller nog.
De heer Rosenmöller i (PRO):
Ik vind het een ingewikkeld verzoek. Dat heeft te maken met het feit dat we niet precies weten wat er uit het wetsvoorstel komt wanneer we het behandelen. Het zijn een novelle en een wet. Dan moeten we ons politieke mind opmaken na de behandeling en voor de stemming op diezelfde avond. Dat is wat er dan gebeurt. De een weet nu al wat hij stemt en bij de ander kan het zijn dat hij dat nog niet precies weet. Misschien kan daar enig respect voor zijn. Dat gebeurt bij andere fracties namelijk ook. Dat is een dilemma bij de normale werkwijze van de Kamer.
De voorzitter:
De normale werkwijze — dat zeg ik ook voor de mensen op de publieke tribune — is dat wij een week na de behandeling van een wetsvoorstel erover stemmen, maar daar zit nu een herfstreces tussen. Dat is de normale wijze van stemming over een wetsvoorstel. De heer Janssen van de SP.
De heer Janssen i (SP):
Voorzitter. Ik sluit me aan bij de woorden van de heer Rosenmöller. In antwoord op de heer Bovens zeg ik dat ik niet weet hoe het debat gaat lopen. Ik weet dus niet of er aanleiding is om daar al dan niet hoofdelijk over te stemmen. Dat voorbehoud maak ik dus. Ik kan dat op voorhand niet zeggen.
De voorzitter:
Mevrouw Huizinga.
Mevrouw Huizinga-Heringa i (ChristenUnie):
Voorzitter. Ook mijn fractie denkt dat de gewoonte om een week later te stemmen er niet voor niks is. Dan kun je nog even nadenken en kun je het met elkaar bespreken. We wijken daar weleens van af, maar dat doen we als er spoed is en een verzoek van de minister. Dat hebben we nu niet gehoord. Mijn fractie is dus niet van plan om dit te steunen.
De voorzitter:
Ik zie de heer Van Meenen.
De heer Van Meenen i (D66):
Wij hebben begrip voor het standpunt van de fractie van PRO, die blijkbaar naar verwachting die tijd nodig heeft. Dat speelt bij ons een rol, tenzij wij van dit kabinet horen dat het echt onvermijdelijk is dat dit kan, maar dat heb ik nog niet gehoord. Misschien kunt u ook de minister nog het woord geven, zodat we uiteindelijk onze mind kunnen opmaken.
De voorzitter:
Ik zie mevrouw Van Bijsterveld.
Mevrouw Van Bijsterveld i (JA21):
Collega Rosenmöller had het in zijn betoog over de ja en nee knikkende menigte en ik zag toch een groot enthousiasme bij de minister komen voor snelle stemming op dezelfde dag. Mijn fractie ondersteunt het dus van harte.
De voorzitter:
De heer Schalk.
De heer Schalk i (SGP):
Voorzitter. Ik heb dit ook even opgebracht in het College van fractievoorzitters. Ik heb er nu verder over doorgedacht en ik heb geen bezwaar om volgende week meteen te stemmen. Het gaat niet om enkele miljoenen, maar om behoorlijk veel. Gemiddeld zal het ongeveer 7 miljoen per week schelen en die 14 miljoen kunnen we heel goed gebruiken.
De voorzitter:
De heer Van Rooijen.
De heer Van Rooijen i (50PLUS):
Voorzitter. Of we gaan stemmen gaat gelukkig niet over dwang, maar wij vinden het stoppen van de dwangsommen zo belangrijk dat wij steun geven aan volgende week stemmen.
De voorzitter:
Mevrouw Klip.
Mevrouw Klip-Martin i (VVD):
Ik constateer dat als je als fractievoorzitter niet het woord voert, je er niet bij hoort. Wij steunen het voorstel om volgende week te stemmen, maar ik sluit me ook aan bij — ik weet niet wie dat zei — de mogelijkheid dat de minister een hartenkreet in onze richting zou kunnen uiten, hoewel dat protocollair niet klopt.
De voorzitter:
De heer Nicolaï.
De heer Nicolaï i (PvdD):
Voorzitter. Wij als Eerste Kamer kijken vooral naar de rechtmatigheid, uitvoerbaarheid enzovoort. Het afschaffen van de rechtelijke dwangsom is zo'n principiële kwestie waar ook juridisch het een en ander over te zeggen is. Dat ga ik ook doen. Het hangt ook af van de antwoorden van de minister. Het zou kunnen zijn dat er voor mij aanleiding is, juist omdat het een principiële kwestie is, om een hoofdelijke stemming te vragen. Moet dat dan ook diezelfde avond?
De voorzitter:
Als u hoofdelijke stemming aanvraagt, is de regel — ik benadruk de regel — dat die de week erna plaatsvindt. Ook dat kan in de commissie geïnventariseerd worden. Ik heb hier een voorstel. Het is gebruikelijk dat als de regering haast heeft, er een brief over komt. Ik stel voor dat de minister hierover een brief stuurt, als daar behoefte aan is. Dan kunnen we volgende week — ik kijk naar de heer Van Hattem — over dat ordevoorstel stemmen.
De heer Van Hattem (PVV):
Voorzitter. Heel eerlijk gezegd vind ik dat we het onszelf wel onnodig moeilijk maken door eerst de minister een brief te laten sturen. We hebben de minister net duidelijk zien knikken dat er haast is bij deze procedure. De minister neemt formeel deel aan deze vergadering, dus hij kan hier in de zaal het woord voeren. Het lijkt mij niet nodig om hierop per se tot volgende week te wachten. Ik zou vandaag hierover stemming willen.
De voorzitter:
Er is geen verzoek geweest van de minister. Dan stel ik voor om nu te gaan stemmen over het voorstel van de heer Van Hattem over de vraag of wij volgende week direct gaan stemmen na afloop van het debat over de twee wetsvoorstellen 34309 en 35501. De vraag aan u is — u kunt er even over nadenken — en ik ga die even goed formuleren: wilt u volgende week 13 oktober direct na afloop van het debat op dezelfde dag stemmen over de twee wetsvoorstellen? Als u daarvoor bent, gaat u staan. Als u daartegen bent, blijft u zitten.
Voor het voorstel hebben gestemd: de leden van de fracties van het CDA, de SGP, de VVD, PVV, JA21, BBB, 50PLUS, Fractie-Walenkamp, Fractie-Van de Sanden, Fractie-Beukering. Daartegen hebben gestemd: de leden van de fracties van Volt, PRO, de ChristenUnie, D66, de SP, de Partij voor de Dieren, OPNL, Fractie-Visseren-Hamakers. Het voorstel is aanvaard. Ik merk daarbij op dat de Fractie-Van Gasteren afwezig is.
De heer Van Rooijen was eerst.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Voorzitter. Als we volgende week stemmen, wil ik, hoewel ik maar met één persoon in de fractie ben, nu al weten of er een hoofdelijke stemming gevraagd wordt. Ik zou het ordentelijk vinden als dat vandaag werd aangekondigd. Overigens kunnen we ook bij de stemming zeggen: we willen vanavond hoofdelijke stemming. Dan kunnen we dat in meerderheid besluiten. Het zou koninklijk zijn om dat nu al bekend te maken. Als u dat wilt doen, graag nu aangeven. We kunnen het altijd weer intrekken, maar wel graag aangeven dat u dat eventueel hoofdelijk wilt, anders wordt deze stemming onderuitgehaald.
De voorzitter:
De heer Rosenmöller eerst.
De heer Rosenmöller (PRO):
Voorzitter. Ik heb het ordevoorstel zo begrepen dat dit gaat over fractiegewijs stemmen. Dat gebeurt volgende week. Mocht er volgende week tijdens de behandeling iemand zijn die een hoofdelijke stemming vraagt, dan vraagt dat weer een nieuwe procedure over wanneer die hoofdelijke stemming plaatsvindt.
De voorzitter:
Dat is de volgende vergadering, tenzij de Kamer anders besluit. Het is wel weer een cursus Reglement van Orde hier! De heer Janssen van de SP.
De heer Janssen (SP):
Voorzitter. Daarom heb ik mijn voorbehoud exact zo geformuleerd als ik het geformuleerd heb. Ik wil het debat afwachten en ook de antwoorden van de minister-president, sorry, de minister — de minister-president hoeft niet alles te doen — om te kijken of daar aanleiding toe is. Dat is heel gebruikelijk. Als het over andere zaken gaat, zoals de Embryowet et cetera, is het heel duidelijk dat er andere partijen zijn die een week of twee of een maand van tevoren zeggen hoofdelijke stemming te willen. In dit geval wil ik het echt van het debat laten afhangen. Vandaar het voorbehoud dat ik heb gemaakt. Dat ga ik nu niet anders doen dan volgende week, afhankelijk van het debat.
De voorzitter:
De heer Van Hattem.
De heer Van Hattem (PVV):
Voorzitter. Ik denk dat het gelet op het zojuist genomen besluit een slechte zaak is om een hoofdelijke stemming als een zwaard van Damocles boven de uitkomst van dit debat te laten hangen. Om het klip-en-klaar te maken zodat iedereen weet waar hij aan toe is en iedereen zich daar keurig op kan voorbereiden, zou ik hierbij alvast een hoofdelijke stemming willen aanvragen. Indien nodig kunnen wij die hoofdelijke stemming volgende week alsnog intrekken. Maar dan weet in ieder geval iedereen dat er een hoofdelijke stemming kan komen en hoeven we daar volgende week niet op te wachten, waardoor er uitstel en daarmee extra uitkering van dwangsommen zou kunnen ontstaan.
De voorzitter:
Dank u wel.
Aan de orde is de voortzetting van de Algemene Politieke Beschouwingen,
en de behandeling van:
-
-de nota over de toestand van 's Rijks Financiën (37020).
De voorzitter:
Meneer Van Hattem, u kunt gelijk naar het spreekgestoelte lopen, want aan de orde is de voortzetting van de eerste termijn van de kant van de Kamer van de Algemene Politieke Beschouwingen. Het woord is aan de heer Van Hattem van de PVV.
De heer Van Hattem i (PVV):
Voorzitter. Het kabinet-Jetten geeft met deze Miljoenennota een slag vol in het gezicht van iedere Nederlander. Lastenverzwaringen, aanhoudende massa-immigratie, azc-dwingelandij, klimaatgedram, stikstofgekte, meer geld naar Brussel, Afrika en Oekraïne, hogere zorgpremies. Terwijl de premier vooral bij de VN in New York rondhangt om vrolijk met de radicale islamitische regeringsleiders van Syrië en Iran op de foto te gaan, krijgen onze eigen mensen, onze eigen boeren, onze eigen ondernemers, klap op klap op klap van Jetten. Volledig murw gebeukt door dit kabinet mag de Nederlander zijn "welvaart opnieuw verdienen", zoals de titel van de Miljoenennota luidt. Onze Nederlanders hebben hun welvaart al verdiend, generaties lang keihard gewerkt, belastingen betaald, premies afgedragen, btw afgetikt, hypotheken netjes afbetaald, gespaard en pensioenen opgebouwd. Maar het is dit kabinet dat er alles aan doet om die welvaart van onze burgers af te pakken en over te maken naar het buitenland, te verkwanselen aan de asielindustrie en massa-immigratie en te verspillen aan wanbeleid.
Sinds het debat over de regeringsverklaring weten we eigenlijk nog steeds niet waar het met dit kansloze minderheidskabinet naartoe zal gaan. Iedere dag, soms meerdere keren per dag, veranderen de plannen en de overlegpartners. Van box 3 tot de stikstofmaatregelen en de sociale zekerheid: er is geen richt mee te schieten. Dus wat is de inhoud van deze Miljoenennota nu eigenlijk nog waard? Welk verhaal staat de minister-president hier vandaag eigenlijk te verdedigen?
In ieder geval verdedigt dit kabinet niet onze grenzen. Het stopt zelfs met de eerder door minister Faber ingestelde grenscontroles. Loze woorden over grip op migratie lossen niets op. Ter Apel zit weer propvol met gelukszoekers. Per week blijven er 900 binnenkomen. Omwonenden en ondernemers worden gek van de onveiligheid in Ter Apel. Dit kabinet wil via de asieldwangwet doordrammen en van iedere Nederlandse gemeente een Ter Apel maken, met overal onveiligheid, criminaliteit en overlast, en iedere week steekpartijen in of rond azc's, zoals afgelopen week in onder andere Alkmaar, Simpelveld en Almere. Ook zijn er steekpartijen door Syrische jongeren, die door het land trekken om onze steden te terroriseren. Het wordt steeds erger. Kijk ook naar wat er nu in Frankrijk gebeurt met rellende, vooral Noord-Afrikaanse, islamitische jongeren met Palestijnse vlaggen in de hand, die scholen en mensen in brand steken onder aanmoediging van extreemlinks. Het is een kwestie van tijd, want dit islamosocialistische geweld komt ook onze kant op. Net over de grens in Luik is het al aan de gang.
Als de veiligheid verdwijnt, verdwijnt ook de vrijheid. De vrijheid om als jonge vrouw onbezorgd over straat te gaan. De vrijheid om je veilig te voelen in je eigen huis. De vrijheid van je eigen wijk of dorp. We worden overlopen met gelukszoekers die oververtegenwoordigd zijn in de criminaliteit, met veiligelanders die ons land onveilig maken. Ondertussen mag de Nederlander die in zijn eigen land niet meer veilig is van dit kabinet wel een forse vrijheidsbijdrage gaan betalen. Het is de wereld op z'n kop.
Mevrouw Perin-Gopie i (Volt):
Ik wil eigenlijk een punt van orde maken, denk ik. De heer Van Hattem staat hier onwaarheden te verkondigen. Hij geeft aan zich zorgen te maken om de vrijheid van vrouwen, maar vrouwen in Nederland zijn onveilig vanwege hun eigen partners en familieleden die hun geweld aandoen. Dat heeft helemaal niks te maken met mensen die hier komen voor een asielaanvraag.
De heer Van Hattem (PVV):
Vertel dat aan de nabestaanden van Lisa die bij Amsterdam vermoord is door een illegaal die hier in een asielzoekerscentrum werd opgevangen. Vertel dat aan de vele meisjes en vrouwen die op straat worden lastiggevallen door oververtegenwoordigd allochtoon tuig. Dat zijn de feiten. Daar lieg ik geen woord over. Dit blijkt gewoon uit alles.
Mevrouw Perin-Gopie (Volt):
Feit is dat we in Nederland inderdaad te maken hebben met femicide. Feit is ook dat de daders van die femicide gewoon Nederlanders zijn. Dat zijn de partners of ex-partners van die vrouwen.
De heer Van Hattem (PVV):
Femicide is ook een groot probleem, maar we hebben het nu over de veiligheid op straat. Die veiligheid op straat staat onder druk. Veel jonge vrouwen en ook oudere vrouwen durven 's avonds gewoon niet meer alleen de straat op. We zien het overal gebeuren: rond azc's neemt de veiligheid af, rond amv-locaties neemt de veiligheid af. Ik vind het stuitend dat een spreekster van Volt die zegt op te komen voor de veiligheid van vrouwen dit eigenlijk op zo'n manier bagatelliseert. De spreekster van Volt, mevrouw Perin-Gopie, bagatelliseert de veiligheid van vrouwen op straat. Dat is wat mij betreft een regelrechte schande.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Perin.
Mevrouw Perin-Gopie (Volt):
Ik zou willen dat meneer Van Hattem echt opkwam voor de veiligheid van vrouwen. Ik zou willen dat meneer Van Hattem al die mannen die vrouwen geweld aandoen en die vrouwen vermoorden gewoon veroordeelt. Dat zijn ook witte mannen. Het zijn alle typen mannen. Daar is niet één selectieve groep mannen schuldig aan. Alle soorten mannen hebben daarmee te maken. Niet alle mannen, maar het zijn wel altijd mannen die femicide plegen.
De heer Van Hattem (PVV):
Als we het dan toch over de rechtsstaat hebben: ik sta hier niet als rechter of om mensen te veroordelen. Als dan het justitiële apparaat aan zet is, zien we dat er juist bij dat soort femicidezaken heel veel aangiftes zijn blijven liggen. Dat op zich is ook een grote zorg, maar het punt waar ik het net over had ging over de openbare ruimte en dat mensen zich daar niet meer veilig voelen. Dat is wat mij betreft een andere discussie dan waar mevrouw Perin-Gopie van Volt het net over had.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
Mevrouw Perin-Gopie (Volt):
De helft van de samenleving bestaat uit vrouwen, dus ik vind het een beetje schokkend dat ik de enige ben die hier bij de microfoon staat om het op te nemen voor die vrouwen. De heer Van Hattem schetst hier het beeld dat vrouwen niet veilig over straat kunnen. Dat is waar, maar er zijn zat vrouwen die de laatste tijd te maken hebben gehad met mannen die "hoer" op hun huis schilderden. Zij vallen die vrouwen lastig. Daar hoor ik meneer Van Hattem niet over. Vrouwen zijn bang om hun huis uit te gaan, alleen omdat ze een poster op hun raam hadden hangen waarmee ze zeggen dat ze voor een solidaire samenleving zijn en omdat ze vinden dat we mensen die geen veilige plek hebben moeten opvangen. Die vrouwen, die voor van alles werden uitgemaakt, voelden zich ook onveilig. Daar hoor ik de heer Van Hattem niet over.
De heer Van Hattem (PVV):
Ik moet toch concluderen dat mevrouw Perin-Gopie van Volt echt wegloopt voor het probleem van de veiligheid op straat. Daar had ik het over. Dat is de kern van mijn verhaal. Die wordt er niet beter op. We zien juist dat er heel veel incidenten plaatsvinden. Dat zijn geen incidenten meer; het is gewoon een structureel probleem. Daar moeten we op doorpakken. Het is jammer dat daarvoor weggekeken wordt.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Van Hattem (PVV):
Ook blijkt weer dat binnen de bestuurlijke kringen van de politie prioriteiten verschoven worden. Zo bleek onlangs uit het regionaal veiligheidsplan van de politie Oost-Brabant dat er een ambitie is voor "minder politie-inzet op lichtere strafbare feiten, zoals winkeldiefstal". En dat terwijl met name alleenstaande minderjarige vreemdelingen juist ver oververtegenwoordigd zijn bij winkeldiefstallen. Krijgen zij nu vrij spel? Worden winkeliers aan hun lot overgelaten?
Tegelijkertijd is het ook wel duidelijk waardoor de politie haar handen vol heeft aan zwaardere criminaliteit. Ook die neemt hand over hand toe door de massa-immigratie, voor zover we de cijfers over bijvoorbeeld onbehandelde aangiften al in beeld hebben en die niet worden achtergehouden door een minister.
Dan die lichtere strafbare feiten. Die kunnen wél een enorme impact hebben. Afgelopen week bijvoorbeeld in Eindhoven, waar een ernstig zieke eigenaresse van een Filipijns eethuisje werd bestolen van haar foodtruck. Heel haar onderneming ligt nu plat. Ze krijgt niets terug van de bedrijfsverzekering en krijgt van de politie te horen dat ze te druk zijn met zaken die een hogere prioriteit hebben.
Of het verhaal van een 97-jarige vrouw die slachtoffer werd van een straatrover. Haar kleinkinderen spoorden zelf de dader op, omdat de politie te weinig tijd had. Kan de premier aangeven of de Nederlandse burger nog wel mag rekenen op de politie als zwaardmacht van de overheid? Of ligt de prioriteit bij het bijwonen van iftars, wat nog steeds doorgaat vanwege het zoeken van verbinding, het opnemen van jubelfilmpjes over de islam en allerlande woke-activiteiten?
Premier Jetten maakt zich ondertussen vooral druk om het Internationaal Strafhof, maar niet om het bestraffen van het tuig in Nederland. Integendeel, dat tuig krijgt hier alle ruimte. Zoals de Palestijnse student die juicht voor de jihadistische slachtpartij van 7 oktober, nadat hij door zijn D66-fanclub naar Nederland werd gehaald en hier gewoon zijn gang mag gaan.
Morgen is het 7 oktober. Dan is het op de kop af drie jaar geleden dat Hamas Israëlische burgers massaal liet lijden onder ontvoering, verkrachting en moord, met als ultiem doel de hele Israëlische bevolking van de kaart te vegen. Gaat de premier daar nog bij stilstaan of, nog beter, gaat hij daar iets mee doen, nu de antisemitische demonstraties en het verheerlijken van Hamasgeweld in Nederland aan de orde van de dag zijn en joodse mensen zich in ons land niet meer veilig voelen? Zelfs een senator van PRO, hier in deze Kamer, doet een islamitische terreuractie op de Flydubai-vlucht vol Israëlische passagiers af als een naar incident waar de NOS te veel aandacht aan besteedt. Is dit het PRO waar dit kabinet op wil steunen?
En waarom die Palestijnse jihadstudent niet linea recta terugsturen naar Gaza en stoppen met het ridicule importverbod van Israëlische producten uit Judea en Samaria? Het rot van het antisemitische zit diep en het rot door de voortwoekerende islamisering alleen maar dieper.
Vooral ook in het onderwijs rukt de islamisering op. "Islamitische scholen van Soner Atasoy veroorzaken paniek bij de onderwijsinspectie", kopte de afgelopen week het BD in Tilburg. De Onderwijsinspectie zit nu in haar maag met nieuwe islamitische scholen waar men eerder goedkeuring aan heeft gegeven. Deze organisatie heeft een kwart van de islamitische scholen in handen. Ze vergelijkt de onderdrukking van Nederlandse moslims met de Holocaust en onderwijst op basis van strikt islamitische principes. Ze staat dus afwijzend tegenover andere godsdiensten en homoseksualiteit. Eerder werd door de AIVD gewaarschuwd voor deze organisatie vanwege radicale invloeden en terroristische banden.
Ondertussen schieten nieuwe initiatieven voor deze islamitische scholen als paddenstoelen uit de grond. In Gouda proberen ze bijvoorbeeld nieuwe leerlingen binnen te halen met een laptop of een fatbike. Kan de minister-president aangeven of hij richting deze islamitische scholen ook eens een vuist wil opsteken? Laat duidelijk zijn: de islam hoort niet bij Nederland.
En terwijl de zorgpremie stijgt, staan mensen langer op wachtlijsten. Zo is de wachttijd voor de afdeling cardiologie van het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven al opgelopen tot 180 dagen voor een eerste hartafspraak. De treeknorm wordt hiermee niet gehaald. Zulke wachtlijsten zijn letterlijk levensbedreigend. Wat gaat het kabinet hieraan doen?
De heer Van Meenen i (D66):
De heer Van Hattem van de PVV stelt echt nooit teleur. We krijgen hier weer een riedel van zorgvuldig geselecteerde knipseltjes uit lokale krantjes waar gelukkig voor de PVV af en toe ook nog iemand met een niet-Nederlandse achternaam iets verkeerd gedaan heeft. Dat wordt hier in één grote opsomming gebruikt om één bevolkingsgroep helemaal weg te zetten. Mevrouw Perin-Gopie heeft daar ook al iets van gezegd. Ik wil het hier namens D66 verre van mij werpen. De heer Van Hattem topt het verhaal af met de opmerking: de islam hoort niet bij Nederland. Nou, meneer Van Hattem is van de Partij voor de Vrijheid, maar blijkbar is die vrijheid dan niet voor iedereen die hier in Nederland is. Mijn vraag aan hem is: wat betekent artikel 1 van de Grondwet eigenlijk voor u? Wat betekent voor u de zin dat iedereen in Nederland door de overheid — dar bent u zelf onderdeel van — gelijk behandeld wordt? Wat betekent die zin voor u?
De heer Van Hattem (PVV):
Allereerst ben ik er trots op dat ik ook eens een keer in lokale krantjes kijk. D66 staat ondertussen ergens te oreren. De D66-premier doet dat in New York bij de VN. Wij staan met onze poten midden in de samenleving. Wij zien wat er op straat gebeurt. Wij nemen dat mee. Wij luisteren naar waar mensen echt mee zitten. Dat is waar wij als PVV voor staan. D66 vindt dat allemaal niet belangrijk en spreekt denigrerend over "lokale krantjes". Maar daarin staat wat er echt gebeurt onder het beleid van het kabinet-Jetten.
De heer Van Meenen sprak over artikel 1 van de Grondwet. Laat ik het volgende zeggen. Als de islam hier aan de macht zou zijn met de daarbij behorende politieke ideologie, dan is artikel 1 van de Grondwet het eerste wat zou sneuvelen. Bij de islam is ongelijkheid juist de norm.
De heer Van Meenen (D66):
Gelukkig leven we in een land waarin niet "iemand" alleen aan de macht komt. Dat is niet de islam, ook niet de PVV en zelfs niet D66. De heer Van Hattem wekt de indruk alsof dat laatste totaal het geval is. Ik zou haast "was het maar zo" zeggen, maar dat droombeeld laat ik zelfs achter me. Ik weet ook niet of dat zo'n goed idee zou zijn.
Ik wil wel bestrijden wat u hier allemaal zegt. De agenda van de PVV is één grote agenda van haat, haat tegen mensen. Het doet er helemaal niet toe wat de feiten zijn. Het doet er helemaal niet toe wat mevrouw Perin-Gopie, nota bene als vrouw, zegt over de bedreiging van vrouwen. U heeft het allemaal al bedacht: het is allemaal de schuld van vreemden. Vreemdelingenhaat is wat u drijft en dat is wat u aanblaast. Ik laat mij hier niet zeggen dat ik niet met mijn poten in de klei sta. Ik heb g… Pardon, laat ik geen krachttermen gebruiken. Ik heb bijna 50 jaar lang gewerkt voor het publieke belang. Dat geldt voor heel veel mensen hier. Die staan elke dag in de frontlinie. Ik lees ook de lokale bladen. Ik lees ook wat er goed gaat in Nederland. Daar hoor ik u nooit over. U zou eens een keer moeten stoppen met dit aanblazen van haat en geweld. Doe dat alsjeblieft een keer. Doe eindelijk eens een keer iets goeds voor Nederland.
De heer Van Hattem (PVV):
Dit is een smaadverhaal van de heer Van Meenen van D66, want aanzetten tot haat is een strafbaar feit. Dat verwijt hij mij hier en dat is totaal nergens op gebaseerd. Dat wil ik verre van mij werpen. Het is ook een stukje onmacht. D66 beschuldigt mij nu van het zaaien van haat, maar ondertussen haat D66 Nederland. D66 staat niet voor de Nederlanders. D66 staat alleen maar voor geld van onze mensen weggeven aan het buitenland: meer geld voor de Europese Unie, meer geld voor ontwikkelingshulp en meer geld voor asiel, om zo ons land kapot te maken. Als dit zo doorgaat, onder het D66-bewind, dreigt de islam uiteindelijk wel een meerderheid te krijgen in Nederland. Ik denk dat er dan heel weinig overblijft van de idealen waar D66 ooit voor stond.
Voorzitter. Volgens het regeerakkoord zou er geen asielopvang meer plaatsvinden in hotels, maar dit kabinet gaat daar onophoudelijk mee door. Zo werd er een hotel in Oisterwijk afgehuurd voor asielopvang, zonder vergunning, terwijl de gemeenteraad van niets wist: een overval door het COA. Het COA is eigenlijk één groot krakersbolwerk. Als ze eenmaal in een pand zitten, dan gaan ze er niet meer weg, ook niet als het contract met de gemeente is afgelopen, zoals in Friesland en in Hardenberg gebeurde.
Grenspomphouders verdienen door de Nederlandse btw en accijnzen geen kruimel droog brood meer. Het is zelfs al op zo'n 60 kilometer afstand van de grens rendabel om in het buitenland te tanken, al helemaal in combinatie met goedkopere boodschappen, alcohol en tabak. Als ze een paar jerrycans vullen, is het zelfs verder van de grens al rendabel. Wanneer gaat dit kabinet iets doen met de btw en de accijnzen? Of moeten onze grenspomphouders kopje-onder gaan en moeten een tank brandstof en een kar boodschappen voor veel Nederlanders onbetaalbaar blijven?
Dit kabinet draait ook nog het kleine voordeeltje dat personeel in de detailhandel met personeelskorting heeft, de nek om. Iedere cent moet uit de Nederlander geperst worden, om maar bijvoorbeeld 1,1 miljard extra over te kunnen maken aan ontwikkelingshulp, waaronder aan UNRWA. Daarover kan de volstrekt eenzijdige NPO, die van dit kabinet ook extra geld vangt, dan weer jubelend berichten.
Ook is het de vraag waar al het geld toch blijft dat jaarlijks wordt opgehaald met de motorrijtuigenbelasting. Blijkbaar is dat niet voor onze bruggen, die praktisch op instorten staan, of voor het wegennet, dat bol staat van de files. Het kabinet heeft grotendeels een streep gezet door de investeringen in de wegeninfrastructuur, waardoor Nederland als transportland steeds meer stil komt te staan. Waar zijn die centen voor onze bruggen en wegen gebleven?
De Telegraaf plaatste in de afgelopen week de veelzeggende kop "Nederland moest met alle geweld van kolen, olie en gas af, terwijl het stroomnet nooit toereikend was: zo ging het helemaal mis met de energievoorziening". Rob Jetten stond voorop met zijn klimaatdrammertrui om te poseren voor een gesloten moderne kolencentrale, en dat terwijl het stroomnet zo'n transitie naar wind en zon helemaal niet aankon. Waarschuwingen werden genegeerd. Voorheen was het stroomnet superbetrouwbaar en stabiel, maar door het klimaatgedram tegen fossiele brandstoffen trekt het kabinet nu een slordige 235 miljard euro uit voor netverzwaring. Welvaart opnieuw verdienen is zo wel een hele cynische kreet.
Van de 100.000 woningen per jaar, komt nu ook niets terecht. In veel gebieden gaan woningbouwprojecten al niet meer door vanwege het stroomtekort. In sommige regio's dreigt zelfs 75% van de woningbouwplannen niet door te kunnen gaan dankzij de wiebelstroom door zon en wind.
Met de aanhoudende asieltsunami zullen onze woningzoekenden daardoor nog langer op wachtlijsten moeten blijven staan. Dat is reden te meer om direct te stoppen met de voorrang voor statushouders.
We moeten ons land ook niet langer laten gijzelen door het onzinnige stikstofbeleid. Het is te gek voor woorden dat onze boeren massaal moeten verdwijnen vanwege een modellenwerkelijkheid. Onze boeren moeten gewoon kunnen ondernemen. De waanzinnige stikstofbrief moet dus van tafel. Daartoe zullen we een motie indienen.
Dat stikstofbeleid is gericht op de staat van de natuur, maar het blijft onduidelijk waar dit op gebaseerd is. Natuurmonitoring van de natuurdoelanalyses is gebaseerd op ruwe data die niet openbaar zijn. Het is essentieel dat ook onafhankelijke deskundigen hier toegang toe hebben. Aangezien het informatie is die aan Brussel moet worden geleverd, beschikt de overheid over deze data. Daarom dien ik een motie in om deze ruwe data zo snel mogelijk vrij te geven.
Vorig jaar gaf de directeur van Frontex al aan dat de meeste asielzoekers de EU binnenkomen met een Schengenvisum, dit laten verlopen en vervolgens asiel aanvragen. Dit valt daarmee niet eens onder de irreguliere migratie. Wetenschappers schatten deze aantallen op vele honderdduizenden in de afgelopen jaren. Kan de premier dit beeld bevestigen? En kan hij aangeven wat het kabinet hiertegen doet? Of wil het kabinet hier niets tegen doen, net zoals het niets doet aan het ongekend grote aantal illegalen dat in Nederland verblijft? Weet de premier inmiddels hoeveel illegalen er zijn? Deze moeten niet langer onze samenleving belasten, maar moeten massaal worden gedeporteerd naar een plek buiten onze grenzen.
D66 wil echter helemaal geen strengere asielwetten en de VVD en het CDA laten het gebeuren in dit kabinet. Het enige waarop wordt doorgepakt is de dwang richting gemeenten met de asieldwangwet. Wanneer komt er een dwangwet richting illegale vreemdelingen, criminele allochtonen en uitgeprocedeerden die hier niets meer te zoeken hebben? Het is de allerhoogste tijd om hiervoor keihard in te zetten op remigratie. De gemeenten die niet meewerken aan azc's houden hopelijk voet bij stuk, want ieder extra azc maakt het probleem alleen maar groter en Nederland een stuk minder Nederland. We komen dan ook met een motie om de Spreidingswet direct in te trekken.
Het COA heeft maling aan onze democratie. Bij de procedure rond een amv-opvang in Engelen bleek uit de Woo-stukken dat het COA de gemeente had verzocht om het besluit over de gemeenteraadsverkiezingen heen te tillen. Bij navraag naar deze situatie gaf de gemeente het volgende aan. Ik citeer: "De medewerker van het COA is bekend met het gegeven dat belangrijke of politiek beladen besluiten, zoals over een opvanglocatie, vaak door gemeenten worden genomen na een verkiezingsperiode." Blijkbaar is het dus bewust beleid van het COA en gemeenten om het bekendmaken van een voornemen tot vestigen van een azc of amv-opvang over verkiezingen heen te tillen. Kan de minister dit bevestigen? Kan hij aangeven in hoeveel gevallen dit nog meer is gebeurd? Wat vindt hij ervan dat de kiezer zo door een uitvoeringsorganisatie buitenspel wordt gezet? Dit is toch gewoon antidemocratische bestuurlijke corruptie? Graag een reactie.
Voorzitter. Uit diverse opiniepeilingen blijkt dat vrijwel niemand in Nederland vertrouwen heeft in dit kabinet-Jetten. Het was niks, het is niks en het zal niks worden. Daarom moeten we deze D66-soap niet onnodig lang laten voortduren en dient de PVV-fractie een motie van wantrouwen in.
Voorzitter, tot zover in de eerste termijn.
De heer Schalk i (SGP):
Ik heb in dit betoog van de heer Van Hattem een paar keer gehoord dat hij in ieder geval vindt dat de instroom van asielzoekers moet worden beperkt. Terwijl hij bezig was, las ik in mijn Bijbel. Daarin zegt Jezus dat er vreemdelingen zijn die moeten worden geherbergd. Kan de heer Van Hattem zich voorstellen dat er mensen zijn die in Nederland opgevangen moeten worden?
De heer Van Hattem (PVV):
Laat ik heel duidelijk zijn: als mensen geherbergd moeten worden, moet er in de eerste plaats opvang zijn in de eigen regio. Het moet niet gaan zoals nu, waarbij men via illegale smokkelaars de Middellandse Zee oversteekt, zeven of acht veilige landen passeert, om vervolgens Nederland te bereiken. Het andere voorbeeld dat ik noemde is dat een Schengenvisum wordt aangevraagd en dat men dat laat verlopen om vervolgens hier asiel aan te vragen. Dat is gewoon puur misbruik maken van het systeem. Daarom zeg ik: opvang in de eigen regio — dat is volgens mij iets waar de Here Jezus ook prima mee zou kunnen leven — en niet iedereen naar Nederland laten komen.
De heer Schalk (SGP):
Misschien toch nog even iets preciezer: ik begrijp dat er allerlei verschillende manieren kunnen zijn, waarbij regels en wetten worden omzeild. Maar helemaal dicht zit de grens in Nederland toch niet voor die mensen die nergens terechtkunnen en die geholpen moeten worden omdat ze anders naar het leven worden gestaan bijvoorbeeld? Zouden wij die vreemdelingen niet moeten herbergen? Oftewel, moeten we tegenover die rechtmatige of rechtvaardige kant ook niet de barmhartigheid laten meewegen? Zijn er geen gevallen waarvan misschien zelfs de heer Van Hattem zou zeggen: ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om ze buiten te laten staan?
De heer Van Hattem (PVV):
Eigenlijk moeten we daar heel duidelijk over zijn: het is te ver uit de hand gelopen. We kunnen het gewoon niet meer aan. Er komen hier gewoon te veel mensen binnen. Ter Apel loopt gewoon over. We hebben geen huizen meer voor onze eigen mensen. We kunnen wel zeggen dat we volgens de Bijbel de vreemdelingen moeten herbergen, maar we kunnen onze eigen mensen niet eens meer herbergen. Als het dan over specifieke groepen gaat, klinkt dat allemaal leuk en aardig, maar de asielwetgeving zit zo in elkaar dat het op een gegeven moment weer een precedentwerking krijgt waar anderen ook weer gebruik van kunnen maken. Daardoor blijven die grote stromen aanhouden. Ondertussen zien we ook dat er allerlei manieren worden ingezet om het systeem te frustreren, onder andere door het kerkasiel. Daardoor zijn er mensen die eigenlijk het land al hadden moeten verlaten, waarover de rechter een uitspraak heeft gedaan, en van wie de zaak vervolgens via de kerken wordt gefrustreerd. Op deze manier komen we er ook nooit.
De voorzitter:
Tot slot, de heer Van Schalk.
De heer Schalk (SGP):
Gewoon Schalk.
De voorzitter:
De heer Schalk.
De heer Schalk (SGP):
Ik was eigenlijk even op zoek naar het hart van de heer Van Hattem, niet naar al die rechterlijke regels en dergelijke, maar naar het hart. Is er liefde tot de medemens?
De heer Van Hattem (PVV):
Er is bij mij en bij de PVV heel veel liefde tot de medemens, voor onze eigen mensen, voor onze eigen Nederlanders. Daarvoor klopt ons hart zeer warm. Tegelijkertijd zijn we wel hard, met een d, voor degenen die hier asiel komen aanvragen, misbruik komen maken van ons systeem en onze samenleving onder druk komen zetten. Het is dus hard met een d, voor asielprofiteurs en hart met een t, voor onze eigen mensen.
Mevrouw Klip-Martin i (VVD):
Er is een uitdrukking bij kleine kinderen: ik ben twee, dus ik zeg nee. Als grootmoeder van een groot aantal kleinkinderen is dat precies wat bij mij opkwam toen ik de heer Van Hattem hoorde, want hij zegt tegen alles nee. Ik ben zo nieuwsgierig: wat vindt u dat er wel goed gaat in Nederland?
De heer Van Hattem (PVV):
Allereerst, kinderen spreken heel vaak de waarheid. Dat is ook vaak iets. Ik kan het aan de kinderen en aan de kleinkinderen van mevrouw Klip niet uitleggen dat zij straks geen huizen meer kunnen krijgen, dat ze jarenlang op wachtlijsten moeten staan om voor een woning in aanmerking te komen en dat zij zich niet meer veilig op straat kunnen begeven. Dat is gewoon een probleem en dat gaat gewoon niet goed. Kijk, ik heb hier maar een beperkt aantal minuten spreektijd. Als ik ook nog een lofrede moet houden op al hetgeen er goed gaat in Nederland — daar kan ik ook heel lang over spreken — dan zal de voorzitter mij toch veel meer spreektijd moeten gunnen.
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Dat zou wel verrassend zijn, als u zo'n speech zou kunnen houden. Noem eens twee voorbeelden.
De heer Van Hattem (PVV):
Voorbeelden van wat er goed gaat?
De voorzitter:
De heer Van Hattem.
De heer Van Hattem (PVV):
Nou ja, als de voorzitter mij die tijd gunt … Ik ben zelf wel heel trots op wat wij als Nederland bereiken op het gebied van … bijvoorbeeld onze technologiesector en zo. Dat is iets dat gewoon heel goed in elkaar zit. Dat is dankzij ons bedrijfsleven. Ons bedrijfsleven loopt al generatieslang mee aan de top in Europa. Dit zijn wel allemaal zaken die onder druk komen te staan, ook door de maatregelen op fiscaal vlak die het kabinet neemt. Het wordt voor werkenden in Nederland niet meer aantrekkelijk om je brood te verdienen als de belastingen omhooggaan. Ik zou dus zeggen: hou Nederland aantrekkelijk; hou Nederland een aantrekkelijk land voor bedrijven, en niet door alle belastingen omhoog te gooien. Wie wil hier nog werken als onder de VVD de belastingen alleen nog maar omhooggestuwd worden en er hier geen droog brood meer overblijft, juist voor de mensen die hard werken?
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Het kost wel moeite om iets positiefs te zeggen, begrijp ik. Dank.
De heer Rosenmöller i (PRO):
Ik denk dat de heer Schalk meer tijd nodig heeft om het hart, met een t, te zoeken bij de heer Van Hattem. Ik vind eerlijk gezegd wel dat deze bijdrage zo onmiskenbaar duidelijk maakt hoe de hoofdtegenstelling in de Nederlandse politiek zit, namelijk tussen democratische partijen aan de ene kant — die verschillen van elkaar en discussiëren met elkaar over reële problemen — en anderzijds niet-democratische partijen, want daar is de PVV er een van natuurlijk. Hij probeert met één klaagzang een hele bevolkingsgroep weg te zetten, zonder het begin van een oplossing, zonder het begin van iets positiefs in de richting van mevrouw Klip. Hij komt alleen maar met een pleidooi voor meer spreektijd. U heeft in 2023 alle kans gehad. U was de grootste partij, by far, met 37 zetels. U mocht regeren. U heeft er geen bal, maar dan ook helemaal niets, van gebakken. De vraag is: waarom heeft u dat kabinet opgeblazen en waarom heeft u niet iets weten te bereiken van die klaagzang die u nu twintig minuten lang volhoudt? U bent geen knip voor de neus waard.
De heer Van Hattem (PVV):
Allereerst, ik had geen twintig minuten spreektijd, dus dat gezegd hebbende; misschien worden interrupties meegeteld. Het punt dat de heer Rosenmöller maakt, is dat wij geen democratische partij zijn. Wij zijn juist superdemocratisch. Wij luisteren juist naar wat de kiezer in Nederland te melden heeft. Dat doet een partij als PRO niet. Die kijkt juist weg van de problemen die er spelen. Dat is, denk ik, ook een essentieel verschil. De arrogantie van de macht, waar PRO en de heer Rosenmöller misschien wel het vleesgeworden voorbeeld van zijn, gaat gewoon door, ook met deze fusie. De oude regentenmentaliteit die de PvdA kenmerkte, is enerzijds overgenomen in PRO en anderzijds in het linkse activisme van GroenLinks, waardoor de regenteske houding er met radicale veren nu vanaf spat. Daar wordt Nederland niet beter van. Die regenteske houding is juist antidemocratisch.
Dan hoorde ik nog een aantal opmerkingen over het vorige kabinet. Nou, ik wil nog wel één ding duidelijk maken. Dat is massaal tegenwerkt door een partij als NSC. Die hebben niet de moeite genomen om daar steun voor te geven, juist vanwege allerlei argumenten waar de heer Rosenmöller en anderen nu mee komen op het gebied van deugen, zoals ik het maar even kortweg noem. Maar ik moet eerlijk zeggen: ook BBB heeft ons laten zitten op momenten dat het erop aankwam. Kortom, we hebben niet de medewerking gekregen die we hadden mogen verwachten van coalitiepartners om dit te bereiken voor Nederland.
De heer Rosenmöller (PRO):
Is het feit dat u zelf die medewerking niet heeft gekregen, ook niet het beste voorbeeld van de onoverbrugbare tegenstelling tussen u aan de ene kant en partijen als NSC of BBB of ga zo maar verder? U heeft niks voor elkaar gekregen en u heeft ook niks voor elkaar willen krijgen in een kabinet waar u zelf willens en wetens in gestapt ben. Had iets gedaan! U had 10%, 15%, 20% van die hele klaagzang in 2023 in het kabinet voor elkaar kunnen krijgen, vier jaar lang. Maar wat gebeurt er? Geert Wilders trekt de stekker eruit. Hij stopt ermee en verbant zijn eigen partij voor eeuwig naar de oppositie. Dan kan je makkelijk praten.
De heer Van Hattem (PVV):
Dit zijn hele flauwe verwijten, want het punt is: het ging er nou juist om dat wij een heel pakket hadden klaarliggen. We hadden een tienpuntenplan klaarliggen om de asielinstroom tegen te gaan, maar het waren juist de andere partijen die zeiden: wij willen daar geen uitvoering aan geven. Je bent de kiezer voor de gek aan het houden als je dan maar door blijft gaan met dat laffe, slappe beleid waar andere partijen in dit huis, zoals PRO, voor staan. Dan zeg ik: we moeten juist gewoon doorpakken, want dit is niet iets waar we nog langer als toeschouwer naar kunnen kijken. We moeten zorgen dat de grens gesloten wordt voor die massale asielinstroom. We moeten zorgen dat er remigratie plaatsvindt. Zo gauw wij hier die termen laten vallen, staan partijen als PRO op de achterste poten om te zeggen: dat is schande en dat is antidemocratisch. Maar ondertussen zijn er geen huizen meer voor onze eigen mensen en is alles onbetaalbaar geworden. Er vloeien miljoenen per week weg naar die asieldwangsommen, waar PRO ook nog de stemming over wilde uitstellen. Kortom, het is te gek voor woorden. Daarom zeg ik nou: het is genoeg geweest!
De heer Nicolaï i (PvdD):
Ik wilde even terug, na al deze smurrie, naar de menselijkheid en de barmhartigheid, waar de heer Schalk het ook over had.
De heer Van Hattem (PVV):
Voorzitter, ik maak ook een punt van orde. Als ik de heer Nicolaï van de Partij voor de Dieren "smurrie" hoor zeggen, wat bedoelt hij daar dan mee? Bedoelt hij dat hetgeen ik hier zojuist als democratisch gekozen volksvertegenwoordiger naar voren heb gebracht, smurrie is?
De heer Nicolaï (PvdD):
Ik bedoel de inleiding van het betoog van de heer Van Hattem. Ik bedoel daarmee dat hij in feite "eigen volk eerst" vooropzet en mensen, die ook mensen zijn, niet wil zien als mensen. Dat was ook mijn vraag. Ik probeerde aan te sluiten bij de vraag van de SGP over barmhartigheid. De vraag …
De heer Van Hattem (PVV):
Voorzitter, ik heb nog een punt van orde, want dit was …
De voorzitter:
Eerst even de heer Nicolaï. Dan kunt u uw punt van orde maken.
De heer Nicolaï (PvdD):
Die vraag heb ik al eens eerder aan de heer Van Hattem gesteld, in het kader van het debat over het strafbaar stellen van illegale vreemdelingen, vluchtelingen. Ik heb gezegd: verplaats je nou eens naar de jaren 1936, 1937 of 1938. Veel Joodse mensen stemmen op de PVV. Begrijp ik goed dat meneer Van Hattem van de PVV het volgende zegt? "Ook de Joden die toen probeerden te vluchten uit Duitsland, waar Hitler aan de macht kwam, hadden we bij de grens terug kunnen en zelfs moeten sturen. Eigen volk eerst!" Dat is toch een beetje hetzelfde?
De heer Van Hattem (PVV):
Ik kan niet anders concluderen, als de heer Nicolaï hier loopt te roepen over smurrie en Hitler en van alles erbij haalt, dat ik hier sta te spreken tegenover een verwarde oude man, die geen zinnig woord kan uitbrengen in mijn richting. Dit heeft totaal geen inhoud. Ik laat me dit niet aanleunen. Dat wij hier met Hitler worden vergeleken … Dat "smurrie" en zo … Dan neem ik aan dat de voorzitter ingrijpt in de richting van de heer Nicolaï. Dat hij mij, de PVV en haar kiezers op zo'n manier bejegent, door vergelijkingen met Hitler te maken en door te zeggen dat er smurrie is … Dit vind ik gewoon wartaal. Dat mag ook weleens gezegd worden. De heer Nicolaï zou beter moeten weten.
De voorzitter:
Als voorzitter stel ik voor dat we op de inhoud en over de Miljoenennota gaan debatteren. Bepaalde woorden zijn inderdaad niet prettig. Ik heb u zelf in een eerder debat het woord "bagger" horen gebruiken. Ik heb zelf een keertje het woord "drek" gebruikt. Ik hoor het woord "smurrie". Het is niet netjes. Laten we het bij de zaak houden en niet elkaar gaan kwalificeren.
De heer Nicolaï (PvdD):
Voorzitter, ik heb een vraag gesteld. Ik heb de heer Van Hattem totaal niet met Hitler vergeleken. Ik heb gevraagd hoe zijn partij en hijzelf erin gestaan zouden hebben in 1936, 1937, 1938 en 1939. Joden probeerden Nederland als vluchtgastland binnen te komen. Zou hij dan ook het volgende gezegd hebben? "Nee, hoor. Het is vol. Eigen volk eerst! Zoek het maar uit." Dat was mijn vraag.
De heer Van Hattem (PVV):
Dit is een dusdanig idiote vraag dat ik er geen reactie op ga geven. Dit is een vergelijking maken met Hitler, Duitsland en dat soort zaken. Dat is gewoon totaal niet aan de orde. Ik vind het dusdanig beneden peil … Op dit moment woekert het antisemitisme in de straten voort. Zelfs in dit huis wordt het door sommigen uitgedragen en ondersteund. Om dat soort antisemitisme maak ik me echt zorgen. Het verhaal waarmee de heer Nicolaï van de Partij voor de Dieren nu komt … Sorry, als hij zelf "smurrie" gebruikt, dan is dit een hoop braaksel en een enorme beerput.
De voorzitter:
Ik stel voor dat we doorgaan met de inhoud. Het gaat over de Miljoenennota. Het gaat niet over de jaren dertig. De heer Van Hattem was klaar met zijn betoog.
De heer Van Hattem (PVV):
Dat klopt, voorzitter.
De voorzitter:
Dan wil ik graag het woord geven aan de heer Bovens van het CDA. Ik hoop op een heilige van de dag, meneer Bovens!
De heer Bovens i (CDA):
Iets geheel anders, mevrouw de voorzitter! Maar goed.
Mevrouw de voorzitter. Politiek gaat over perspectief. Vanuit welke waarden kijk je naar de samenleving? Hoe breed is je blikveld? Hoe zie je de doelen, zowel op de korte als op de lange termijn? Verleden week was ik met een vijftal senatoren in Straatsburg voor een vergadering van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa. Terwijl hier in Den Haag, in de Tweede Kamer, fors werd gedebatteerd over box 3 en terwijl de Nederlandse gemeentebestuurders in Oost Gelre en Winterswijk samenkwamen om over hun samenwerking met het Rijk te spreken, ging het in Straatsburg over de bescherming van het Internationaal Strafhof, de positie van het Europese Hof van Justitie, de opstart van het Oekraïnetribunaal, de diverse facetten van de oorlog in Oekraïne, zoals de zorg voor gewonde oorlogsveteranen, pluriformiteit in de media en het behoud van de vrije pers, kinderen in militaire gevangenschap in Israël en de situatie in het Spaanse Ceuta, om er maar een paar onderwerpjes uit te nemen. We luisterden naar testimonia van democratische oppositie in Wit-Rusland, in Rusland en in Georgië. De Havelprijs voor de mensenrechten werd uitgereikt. Kortom, het bevorderen van mensenrechten, de rechtsstaat en de democratie stond en staat centraal.
Vanuit Straatsburg kijken we natuurlijk ook naar ons eigen land. Veel van wat besproken werd, heeft immers een directe relatie met ons land. Het Oekraïnetribunaal wordt gevestigd in Den Haag, waar ook het ICC staat. Nederland wordt internationaal nog steeds als een betrouwbare partner gezien. Ik was blij om in de plannen van de regering te lezen dat het bevorderen van de democratische waarden, de rechtsstaat en een veiligere wereld uitgangspunten blijven van ons buitenlandbeleid. De metafoor van de koopman en de dominee, die beiden ons buitenlandbeleid bepalen, is nog steeds actueel. Misschien mag ik zeggen: die is weer actueel.
Ik vraag de minister-president om in een paar zinnen te reflecteren op de Nederlandse ambitie voor deze woelige wereld, mede in het licht van het naderend voorzitterschap van Nederland van de Raad van Europa in 2027. Wat is zijn perspectief op de rol van Nederland in de wereld? Krijgt hij voldoende steun voor een onbedreigd, onafhankelijk en sterk ICC? Kunnen we in 2027 het Oekraïnetribunaal reeds in werking zien? En slagen we erin om met Europa, het Gemenebest en de andere middelgrote landen in de wereld één blok te vormen dat wordt gekenmerkt door gedeelde waarden ten aanzien van democratie en mensenrechten?
De binnenlandse koopman zag ik ook terug in de passages in de Miljoenennota over ons verdienvermogen, het bevorderen van het investeringsklimaat, het concurrentievermogen van Nederland en het inzetten op de banen en de economie van de toekomst. Daarbij houden we tegelijkertijd de doelen van het klimaatakkoord van Parijs in het vizier en werken we hard aan het versterken van de energie-infrastructuur. Wij geloven dat natuurherstel en perspectief voor de boeren, ook die in de veeteelt, samen kunnen gaan, dat Nederland van het slot kan en dat er gebouwd kan worden aan waterbescherming, wegen en woningen.
Binnen Nederland vraagt zeker het landelijk gebied om perspectief: vergunningverlening voor de boeren, natuurherstel en vergunningverlening om woningen te bouwen en om wegen en stroomkabels aan te leggen. Kan de premier aangeven wanneer we die spoedwet hier in de senaat kunnen agenderen? En is de premier ervan overtuigd dat we daarna snel van de theorie naar de uitvoeringspraktijk kunnen gaan? Mijn fractie staat in ieder geval klaar om de wetgeving in een hoog tempo te behandelen, lettend op rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en proportionaliteit.
Maar dan zijn we er nog niet, want perspectief op succes heeft nog twee flankerende bewegingen nodig, die van samenwerking en die van deregulering. Beide bewegingen hangen vanuit het CDA-perspectief samen met hoe wij kijken naar de verantwoordelijke samenleving en de kracht van burgers. De grote opgaves op het terrein van armoede, woningbouw, klimaatadaptatie, asielopvang en vervoer kunnen alleen maar slagen als we in de bungalow van Thorbecke samen optrekken met de collega-overheden, maar ook met de relaties van die vier overheidslagen, zoals werkgevers en werknemers, woningbouwkoepels, natuurorganisaties, reizigersverenigingen enzovoorts. Je hebt studentenorganisaties en onderwijskoepels nodig om lestijden aan te passen, zodat we ons duurzamer kunnen verplaatsen. Je hebt werkgevers en vakbonden nodig om af te spreken dat we niet allemaal op dinsdag en donderdag op kantoor werken, terwijl de fabrieken en kantoren op de andere dagen een stuk leger zijn. Je hebt de gemeenten, de provincies en de waterschappen nodig om met corporaties, energieleveranciers, ov-bedrijven en investeerders te spreken over de juiste woningbouwlocaties. Kortom, samenwerken vraagt om wederzijds respect en vertrouwen.
Het CDA las dat er snel een soort bestuursakkoord met de medeoverheden tot stand gaat komen. Kan de premier nader toelichten wat hij daarin graag geregeld wil zien? Krijgen de medeoverheden ook voldoende mogelijkheden om hun taken gefinancierd te krijgen? Taken met knaken dus. Mede gelet op het vandaag beginnende IPO Jaarcongres in Enschede — dat blijft toch altijd een beetje mijn stad — waar het thema "Ruimte zonder grenzen" is, vraag ik hoe integraal de afspraken worden. Zit daar bijvoorbeeld ook het doel van een einde aan dakloosheid in, om er maar eentje te noemen?
Het woord "deregulering" zal daar ongetwijfeld in vallen. Ik doel op het terugdringen van de regeldruk, ook bij andere overheden en zbo's. Voor een deel is dat een technische operatie: overbodige regelgeving slopen uit onze wetten en afspraken. Maar voor het CDA zit daar ook een vraag achter: met welk respect en met welke visie kijk je naar de burgers en de samenleving? Heb je vertrouwen in de burger? Accepteer je dat er soms dingen fout gaan, zonder in de regelreflex te schieten? Kun je wetten meer normatief maken en minder gedetailleerd? En moet er niet meer ruimte komen voor hardheidsclausules, differentiatie en discretionaire bevoegdheden? Graag verneemt het CDA het perspectief van de premier hierop.
Het CDA wijst daarbij nog op de perverse financiële prikkel die uitgaat van meer regelgeving. Burgers en verenigingen hebben steeds minder zin om de organisatie van culturele evenementen, sportwedstrijden en feesten op zich te nemen, terwijl dat toch vaak het cement van de samenleving is. Ikzelf mocht voorzitter zijn van de organisatie van de zevenjaarlijkse Heiligdomsvaart in Maastricht in 2025. Dat is het grootste katholieke evenement van Nederland, met ruim 176.000 bezoekers. Ik ben ook bestuurlijk betrokken bij veel andere evenementen. Ik heb die regelgeving in de afgelopen jaren alleen maar zien toenemen, en niet alleen de regelgeving, maar ook de kosten die organisaties moeten maken om aan elk voorschrift te voldoen. Een groot deel van de overheidssubsidie vloeit weer terug naar diezelfde overheid om toezicht en facilitering te financieren. Herkent de premier dit beeld? Is dat voor hem een motivatie om ook met dat perspectief naar het verminderen van regeldruk te kijken?
Samenwerken is dus het gewenste perspectief voor het CDA, zeker voor een minderheidskabinet dat al moet samenwerken met andere politieke partijen om meerderheden te vinden. Daarmee zijn we er nog niet. Die samenwerking moet er ook, of misschien wel eerst, komen met burgers en het middenveld. Dat betekent: geen 100.000 woningen zonder een pact met Aedes, NVM en ABP, geen afname van het aantal mensen dat in de economie afhaakt zonder een pact met de Stichting van de Arbeid, geen uitvoering van stikstof- of klimaatbeleid zonder afspraken met al die partijen die ooit het Klimaatakkoord tekenden en geen enkele ruimtelijke stap zonder een pact met waterschappen, provincies en gemeentes. In 2021, toen ik nog voorzitter van het IPO was, deed ik voor de Kamerverkiezingen de uitspraak: sluit eerst een akkoord met het land en zoek dan de partijen erbij die dit landelijk gaan regelen. Als werkgevers en werknemers het samen eens zijn over het economisch beleid en de sociale zekerheid, is dat waarschijnlijk voor de Haagse politiek het perspectief voor nieuwe wetgeving. Dat geldt mutatis mutandis voor veel meer grote opgaven. Hoe ziet de premier de verhouding tussen het sluiten van akkoorden met de samenleving en het sluiten van akkoorden met andere politieke partijen?
Mevrouw de voorzitter. Vanwege de beperkte tijd ga ik nu niet onze punten uit het debat van april herhalen. Daarvoor verwijs ik u naar mijn inbreng van toen over ontwikkelingssamenwerking, brede welvaart, grensoverschrijdende samenwerking en het thema Elke regio telt! Ik verwijs u daarbij ook naar de door ons allen aangenomen motie. De inbreng van toen mag u als hier ingelast beschouwen. Punt.
Mijn perspectief in deze bijdrage is evenmin gericht op de concrete politieke twistpunten in en rond de Miljoenennota. Het CDA houdt — ik heb dat vaker betoogd — van rolvastheid van onze Kamer in de taakopvatting. Het primaat van de politiek hoort in die opvatting de Tweede Kamer toe. Wij zijn geen beroepsinstantie van die Tweede Kamer. De conventie van Tjeenk Willink is al 30 jaar oud: beperk je tot de beoordeling van wetten, met name op de aspecten rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en doelmatigheid. De praktijk van de afgelopen jaren om steeds meer politiek, lees partijpolitiek, te bedrijven, noopt ons echter tot het opnieuw kijken naar die rolopvatting. U hoorde mij al stiekem het criterium "proportionaliteit" noemen. Voor het CDA wordt het aspect van uitvoerbaarheid ook ingevuld met de vraag: is het uitvoerbaar voor een gemeente of een provincie? Wij gaan die discussie niet uit de weg nu we in het laatste jaar van deze Kamerperiode zitten. Het CDA zal dan ook voorstellen inbrengen in de discussie, die we ongetwijfeld onderling gaan hebben, zoals een voorstel voor een hechtere band met waar onze kiezers zitten, namelijk de provincies, of voor het introduceren van de mogelijkheid om je bij politieke moties die geen verband houden met het wetgevingsproces te onthouden van het uitbrengen van een stem.
Het CDA vindt het een heel interessante gedachte dat deze Kamer in deze beschouwingen veel meer een langetermijnperspectief gaat hanteren. Wat zijn onderliggende trends? Hoe duurzaam en houdbaar is wetgeving op de langere termijn? Hoe verandert wetgeving de maatschappelijke processen? Ik heb andere collega's daar ook al over gehoord. De christendemocratie schuwt daarbij de normatieve kant van wetgeving niet. Ik noem een voorbeeld. Toen wij verleden week in Straatsburg zaten, was ook paus Leo XIV in Frankrijk. Bij UNESCO in Parijs sprak hij over de ethische aspecten van de toepassing van kunstmatige intelligentie. Dat was niet voor het eerst en zal ook niet voor het laatst zijn. Hij roept bestuurders van AI-bedrijven, sociale partners en politici op om samen met wetenschappers, onderwijsmensen en de culturele sector na te denken over de positie van de creatieve, unieke mens in en boven de wereld van AI. Een Eerste Kamer zou een platform kunnen bieden om de verbinding tussen dat maatschappelijke debat aan de ene kant en de politiek aan de andere kant een juiste plek te geven.
Mevrouw de voorzitter. Ik zal, zoals gebruikelijk, eindigen met de heilige van de dag. Dat is Bruno van Keulen, de stichter van de orde van de kartuizers. Deze contemplatieve orde van kluizenaars leeft in totale afzondering. Iedere monnik heeft een eigen cel met een eigen klein ommuurd tuintje, waar hij wat voedsel verbouwt. De uitzondering is de zondag, waarop men in gemeenschap samenkomt om de liturgie te vieren, gedachten te delen en praktische zaken te organiseren. Elke monnik is gelijkwaardig aan de andere monniken. Besluiten worden alleen unaniem of althans met grote meerderheden genomen.
Senatoren zijn allesbehalve kluizenaars. Wij worden geacht midden in de samenleving actief te zijn. Onze zondag is de dinsdag, als we hier samenkomen om de rituelen met elkaar te vieren, onze gedachten met elkaar uit te wisselen en de zaken inderdaad te regelen. Ook hier is elke senator gelijkwaardig aan de andere, maar wij kennen minderheden en meerderheden. Unanimiteit is blijkbaar geen doel op zich. Het gaat helaas te vaak om macht, de macht van het getal, en dat is in ons geval 38. Maar als ik één ding telkens weer leer in Straatsburg, is het dat democratie niet gaat om powerplay, maar om fair play. Oftewel, het democratisch ethos vraagt dat we streven naar grotere meerderheden dan strikt noodzakelijk zijn.
Ik heb gezegd.
De voorzitter:
Dank u wel. Er is een interruptie van de heer Van Hattem.
De heer Van Hattem i (PVV):
Allemaal hele interessante beschouwingen van de heer Bovens van het CDA over de kartuizermonniken. Die hebben ook mijn dorp Vinkel ooit gesticht en daar heilzaam werk gedaan door onder andere de Monniksgraaf te graven en dat soort zaken, maar daar hebben we het vandaag eigenlijk allemaal niet over. Het gaat vandaag eigenlijk gewoon over de Miljoenennota en over wat wij als Eerste Kamer van de plannen van dit kabinet vinden. Daar heb ik de heer Bovens eigenlijk niet of nauwelijks over gehoord. Mijn vraag is dus gewoon: wat vindt het CDA van de voorliggende plannen uit de Miljoenennota?
De heer Bovens (CDA):
Ons zal niet gevraagd worden om al dan niet in te stemmen met de Miljoenennota. We hoeven ook niet in te stemmen met de regeringsverklaring. We hoeven ook geen kabinetten te stichten en naar huis te sturen of anderszins. Wij worden hier geacht de beschouwende politiek, zoals die zich op dit moment aan ons voordoet, te bedrijven. Ik denk dat we dat in ruime mate ook hebben gedaan door te zeggen wat voor ons de accenten zijn et cetera. Daar kan het kabinet bij het uitwerken van voorstellen zijn voordeel mee doen. Wij krijgen straks wel de beoordeling van de individuele wetten en de belastingwetgeving et cetera hier op tafel. Dan zult u uiteraard ook onze mening over die wetten horen. Maar ik heb ook gezegd dat het politieke primaat wel degelijk in de Tweede Kamer ligt en dat de voorstellen daarvandaan zullen moeten komen. Die voorstellen komen, nadat ze in de Tweede Kamer zijn geamendeerd of niet zijn geamendeerd, hiernaartoe.
De heer Van Hattem (PVV):
Als ik de heer Bovens van het CDA zo beluister, zijn deze politieke beschouwingen hier misschien wel geheel zinloos.
De heer Bovens (CDA):
Als u mijn bijdrage aan het voorjaarsdebat heeft gehoord, weet u dat ik toen inderdaad al vond — het ging toen over de regeringsverklaring — dat het niet nodig was om dat hier nog een keer te doen. Dat wil niet zeggen dat we geen Algemene Beschouwingen kunnen houden en dat die geen waarde hebben, maar het is niet bedoeld om langs de meetlat te zeggen: ik ben hiervoor of hiertegen. Dat wordt ons niet gevraagd.
De heer Van Hattem (PVV):
Misschien kunnen we dan beter tot de kern komen. Als het hier dan toch geen waarde meer heeft, kunnen we de Eerste Kamer dan niet net zo goed gewoon afschaffen?
De heer Bovens (CDA):
De heer Van Hattem vraagt of wij de Kamer zouden kunnen afschaffen. Nee, niet als wij rolvastheid tonen. Dan heeft die meerwaarde. Op het moment dat wij hier hetzelfde doen als aan de overkant, kan ik me voorstellen dat sommige mensen zeggen: waarom moeten we debatten twee keer doen? We gaan debatten hier niet twee keer doen. We gaan debatten op een andere manier doen. We brengen andere zaken in, ook op een andere wijze. Dan heeft de Eerste Kamer wel degelijk zin.
Ik geef één voorbeeld, dat ik ook heb genoemd: de relatie met onze kiezers. Onze kiezers zijn Provinciale Staten. We kijken met een regionale bril naar politiek, bijvoorbeeld wat betreft de uitvoering et cetera. Denk aan het feit dat wij iedere vier jaar gekozen worden en niet in het schema zitten van verkiezingen en eventueel kabinetten die sneuvelen of niet sneuvelen. De afgelopen veertien jaar heeft geen enkel kabinet een meerderheid gehad in deze Kamer. Desondanks hebben wij onze taak als Eerste Kamer steeds vervuld. Met andere woorden: wij kijken op een andere manier naar wetgeving en voorstellen dan ze aan de overkant kijken.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Janssen van de SP.
De heer Janssen i (SP):
Ik ben nog net op tijd voor de afschaffing. Dank u wel, voorzitter. De vraag die door journalisten het meest aan mij gesteld is, is: hoe vindt u dat het kabinet het doet? De neiging kwam dan toch even bij me op om een uitlating te parafraseren van de voormalig CDA-minister van Justitie, die uitlatingen deed over de Eerste Kamer, maar ik heb besloten om dat toch maar niet te doen. Wij spreken hier met respect over anderen. Dat doen we niet alleen voor de schermen, maar dat doen wij ook achter de schermen. Mijn antwoord is dan wel dat de minister-president in ieder geval op één punt woord heeft gehouden. Bij het debat in deze Kamer in april over de regeringsverklaring zei hij: we nemen de tijd; we gaan in gesprek. Dat hebben we gemerkt. Het probleem is alleen dat heel veel van die gesprekken vooral nodig zijn tussen coalitiepartijen onderling. Ze zijn het gewoon op veel punten met elkaar niet eens en dat zullen ze uit zichzelf ook niet worden. Dat was ook voorspelbaar als je kijkt naar de verschillende oplossingsrichtingen die gekozen werden in het formatiestuk Jetten-Bontenbal en het coalitieakkoord met de VVD. Het gevolg is nu een permanente formatie en van dag tot dag overleven voor dit minderheidskabinet. Het is Feyenoord en Ajax in één kabinet en dat past niet bij elkaar. De mentaliteit is anders. De houding is anders. Het is de haven tegen de Zuidas. Het is de ziel van de Kuip tegen het beton van de Arena, met als resultaat dat iedere begrotingsbehandeling de komende maanden een risicowedstrijd gaat worden.
Ik heb zelf acht jaar als bestuurder namens de SP deel uitgemaakt van een coalitie op provinciaal niveau, toevallig met dezelfde drie partijen die nu deze minderheidscoalitie vormen, D66, VVD en CDA. We hebben acht jaar bestuurd met één zetel meerderheid. Los van de inhoud hebben wij toen vooraf een paar duidelijke omgangsregels met elkaar afgesproken. Die gingen over gunnen, woord houden tegenover elkaar en elkaar niet verrassen. Mijn vraag aan de minister-president is of die afspraken ook tussen deze coalitiepartners zijn gemaakt? Zo ja, hoe vindt de minister-president zelf dat het gaat met die afspraken?
Misschien wel de belangrijkste afspraak die wij destijds in onze coalitie hebben gemaakt, was dat wij als coalitiepartijen geen politieke feestjes vierden over de ruggen van onze coalitiepartners. Volgens mij gaat het daar mis. Mijn vraag aan de minister-president is of die afspraak ook tussen deze partijen is gemaakt. Ik kom hierop omdat het beeld bij mij blijft hangen van de triomfantelijke VVD-billboards langs de snelweg aan het begin van de coalitieperiode. Die moesten nog eens volkomen duidelijk maken dat zij de winnaars waren van die onderhandelingen en D66 en CDA de verliezers. Dat ettert door. Het feest van PRO nu is dan weer pijnlijk voor de VVD. Ik heb de woorden van mevrouw Lagas vandaag goed gehoord. Die lijken de route over rechts in deze Kamer toch heel erg te beperken, dus ik zou niet verbaasd zijn als PRO binnenkort het verzoek krijgt om zich wat minder feestelijk te gaan gedragen. Dat zou ik ook begrijpen. Maar dan weten we waar het vandaan komt.
Voorzitter. Over 162 dagen, op 17 maart, zijn de verkiezingen voor de Provinciale Staten en weten we met een kleine slag om de arm hoe de nieuwe Eerste Kamer eruit zal gaan zien vanaf juni 2027. Dat zijn maar 162 dagen, dus iedere koerskeuze die het kabinet nu gevraagd wordt te maken — ik heb me bij de Algemene Politieke Beschouwingen verbaasd over de vragen of het kabinet naar links of naar rechts gaat — zou een keuze zijn voor de zeer korte termijn. Erkent de minister-president dat? We zien nu al dat het kabinet moet grijpen naar uitstel, afstel en het strooien met miljarden om te proberen de eerste begrotingen te redden. Maar u hoort ons niet klagen. U hoort de SP niet klagen over het schrappen van de bezuinigingen op de sociale zekerheid. Hulde aan de vakbeweging. Hulde aan de stakers. De SP zal die strijd samen met hen voortzetten, ook voor de zorg en ook voor het onderwijs.
Die strijd is ook hard nodig, gezien de politieke discussie in de Tweede Kamer bij de Algemene Financiële Beschouwingen. De stelposten bij het ministerie van Financiën moeten nog worden ingevuld. Iedere ingetrokken bezuiniging zal immers ergens anders gaan landen, conform de wens van de VVD. Er leek licht te zitten tussen de uitlatingen van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de minister van Financiën over de gesprekken over de WW en de WIA. Moeten die nou wel of niet een bezuiniging opleveren? Vooral vanuit VVD-hoek blijft dat herhaald worden. VVD-fractievoorzitter Brekelmans zei deze week nog die hervormingen miljarden moeten gaan opleveren. Het doel voor de VVD is bezuinigen. Dat is helder. Ik hoor dus graag van de minister-president een duidelijke uitspraak en de bevestiging dat er vooraf geen bezuinigingsdoel ligt bij deze gesprekken en dat het gesprek op de inhoud gevoerd zal gaan worden om tot afspraken te komen die goed zijn voor de mensen om wie het gaat. Voorzitter. Dan black box 3. Over box 3 komt ook de Eerste Kamer nog uitgebreid te spreken. Gisteravond hebben we weer een update gehad van het kabinet. De door het kabinet voorgestelde oplossing kon vorige week al binnen een dag de prullenbak in. De novelle die nu door de minister van Financiën voor een spoedadvies naar de Raad van State is gestuurd, wordt pas eind oktober, voorzien van dat advies, terugverwacht. De valkuil die dan lokt, is toch weer dat de Haagse politieke wenselijkheid het gaat winnen van de zorgvuldigheid en de uitvoerbaarheid, met alle uitvoeringsproblemen van dien. Wij zullen daar de komende tijd zeker aandacht voor blijven vragen. De financiën zullen in zijn algemeenheid de komende maanden ook in deze Kamer volop worden besproken. De SP is daar duidelijk over: tekorten voor sociale zekerheid, onderwijs, zorg en de aanpak van armoede los je niet op met cadeaus aan de grootste vermogens. Ik hoop dat het kabinet dat nu ondertussen zelf ook inziet. Graag een reactie van de minister-president.
Voorzitter. Ondertussen bouwt het amendementencircus zijn tent weer op in de Tweede Kamer, voor het eerst met stemmingen zonder blokkerende meerderheid van de coalitiepartijen. Niemand kan daarom nu al voorspellen of en hoe het Belastingplan en de begrotingen de eindstreep gaan halen, en hoe die ons gaan bereiken. De minister-president blijft zeggen dat hij brede afspraken met niet-coalitiepartijen wil maken. Dat gaat gepaard met een beroep op het landsbelang. Ik stel vast dat coalitiepartijen er zelf niet in slagen en er niet in geslaagd zijn hun partijbelang opzij te zetten voor het landsbelang. We zien coalitiepartijen die vanuit partijbelang andere partijen, en daarmee een meerderheidskabinet, hebben uitgesloten. We zien coalitiepartijen die de hele zomer tot de laatste seconden met elkaar bezig zijn geweest hun partij te vuur en te zwaard te verdedigen, boven het landsbelang, om dan vervolgens bij niet-coalitiepartijen een beroep op het landsbelang te doen. Graag een reflectie hierop van de minister-president.
Voorzitter. Met alle aandacht voor de overleggen over de miljarden, signaleert de SP dat dit kabinet een ongewenste koers inzet, die tot nu toe te weinig aandacht krijgt. Het kabinet zet namelijk met een serie aan maatregelen de bijl aan de wortel van de tegenmacht in Nederland, terwijl macht wordt versterkt en uitgebreid. De tegenmacht van controle en toezicht wordt sluipenderwijs afgebroken en dat is een ontwikkeling die onze maatschappij en onze burgers gaat schaden, ernstig gaat schaden. De voorbeelden zijn legio. In een steeds digitalere wereld, waarin AI steeds grotere risico's met zich meebrengt, wordt vanaf 2029 door dit kabinet drastisch bezuinigd op de Autoriteit Persoonsgegevens. Waarom? Het breed afschaffen van een dwangsom voor een overheid die verzaakt, is wat er gebeurt. Je verwaarloost als overheid je uitvoeringstaken dramatisch. Alles loopt vast. En dan roept diezelfde overheid "crisis en overmacht" en zorgt diezelfde overheid niet voor herstel, maar richt de verwijten op de burgers die als redmiddel tegen een verzakende overheid de rechter kunnen vragen een dwangsom in te zetten. Het kabinet breekt dit af en legt de schuld vervolgens bij de burger.
Het kabinet wil de bevoegdheden van de inlichtingendiensten fors uitbreiden en tegelijkertijd de controle daarop ernstig verzwakken en afbouwen. Het kabinet wil drastisch regels gaan schrappen. Dat zal onherroepelijk leiden tot aantasting van de rechtsbescherming van burgers. Heeft het kabinet zelf de optelsom van al deze maatregelen wel gemaakt? En wat betekenen al deze maatregelen in samenhang voor het rechtsgevoel van de burgers en voor het vertrouwen van de burger in de overheid? Graag een reactie van de minister-president.
De SP is blij dat de minister van SZW wel tot bezinning lijkt te zijn gekomen over zijn wetsvoorstel om de dwangsommen bij de WIA tijdelijk te stoppen. Terecht trekt hij zich de kritiek aan en lijkt hij in te zien dat dit het rechtsgevoel van burgers enorm gaat schaden. Het kabinet heeft niets geleerd van het verleden en creëert meer macht met minder tegenmacht. Dat gaat leiden tot ongelukken, omdat macht nu eenmaal corrumpeert. Zelfregulering van de markt is een illusie; zie bijvoorbeeld het falen van het tuchtrecht bij banken. Dat zelfregulerende tuchtrecht stopt, omdat de banken iedere medewerking weigeren. Het toeslagenschandaal en het Groningendossier zijn nog steeds niet opgelost. Sterker nog, er komen nieuwe schandalen bij. Kijk maar naar het UWV deze week. Het betreft slachtoffers van het gebrek aan tegenmacht tegen de overheid en een falende uitvoering. En toch vergroot het kabinet de kloof tussen macht en tegenmacht ten voordele van de macht. We zien het recht van de sterkste dat tot nu toe al de internationale rechtsorde uitholt en aanvalt. De vraag van de SP aan de minister-president is waarom het kabinet in ons eigen land het recht van de sterkste omarmt en verder versterkt in plaats van de tegenmacht te koesteren en die te versterken. Aan wiens kant staat u? Dat is mijn vraag aan de minister-president. Voorzitter. De Nederlandse defensie-uitgaven zijn de afgelopen vijf jaren al verdubbeld. De Algemene Rekenkamer is zeer kritisch over hoe Defensie met een groot deel van dat geld omgaat. En toch komt daar nog eens 19,3 miljard per jaar bovenop om aan de Trumpnorm te voldoen. Is het waar, zo vraag ik de minister-president, dat dat een belangrijke reden is waarom de druk om te bezuinigen zo groot blijft? Erkent de minister-president dat?
Over oorlog en vrede valt veel meer te zeggen. In de Verenigde Staten wordt Elon Musk nu aangesteld om autonome oorlogsvoering voor te bereiden en mogelijk te maken. Autonome oorlogsvoering is oorlog zonder menselijke tussenkomst. Denk aan alles wat we nu al leren over de gevaren van AI. Dank aan een op hol geslagen Amerikaanse AI-agent die de Chinezen de oorlog verklaart. Wat vindt de minister-president van deze ontwikkeling en hoe denkt hij dat nog meer conventionele bewapening tegen deze ontwikkeling gaat helpen?
De minister-president heeft als D66-partijleider in het verleden ook veel over de uitwassen van de oorlog gezegd. Mijn vraag is of ook minister-president Jetten van mening is dat er door zijn kabinet "een lijn moet worden getrokken tegen het onmenselijke geweld en de genocide in Gaza". Ik citeer hem. Hoe geeft het kabinet invulling aan een politiek die niet wegkijkt maar opstaat voor menselijkheid? Ik kijk uit naar de reactie van de minister-president.
Voorzitter. Tot slot kom ik op een toezegging van de minister-president aan de SP bij het debat over de regeringsverklaring. Die gaat over kinderarmoede, een schandvlek in onze samenleving. Ik sprak de minister-president er in april op aan dat er in de regeringsverklaring geen woord werd gerept over de aanpak van kinderarmoede. Dat zou in het najaar beter worden en er zou meer tekst aan worden besteed, zei de minister-president toen. Waar kan ik die teksten vinden? Noch in de Miljoenennota met bijlagen noch in de afzonderlijke begrotingen wordt kinderarmoede genoemd, met uitzondering van de begroting SZW, waarin het woord drie keer voorkomt, met de kille mededeling dat de kinderarmoede daalt naar 2,3%. Maar er staat niet bij dat dit een daling is van 0,1%. Dat zijn 100 kinderen per 100.000 kinderen die leven in armoede. Dat zijn in Nederland 350 kinderen op de 350.000 die in schrijnende armoede opgroeien en hun toekomstkansen zien vervliegen. Daarbij is nog geen rekening gehouden met de absurde stijging van de energiekosten als gevolg van de ontketende oorlog in het Midden-Oosten. Die daling van het aantal kinderen in armoede komt er dus niet en zal eerder een stijging worden. De vraag van de SP aan de minister-president is daarom helder: wat gaat het kabinet concreet doen om eindelijk die kinderarmoede aan te pakken en Nederland uit te helpen? Hoe gaat dit kabinet die 350.000 kinderen een toekomst bieden? Dat kan niet wachten, geen dag.
Voorzitter. De komende maanden wordt de politiek chaotisch. De coalitiepartijen hebben ervoor gekozen om snel op het bordes te willen staan en dachten ten onrechte dat ze in de zomer wel even een breed akkoord zouden kunnen sluiten door wat zoet en zuur te verdelen. Het land is daardoor opgezadeld met een permanente formatie en voortdurende onzekerheid. De laatste vraag van de SP aan de minister-president is daarom of hij er nog steeds van overtuigd is dat het experiment met zijn minderheidskabinet het beste is voor ons land.
Voorzitter. Ik kijk uit naar de beantwoording van de minister-president.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik geef nu graag het woord aan mevrouw Huizinga-Heringa van de ChristenUnie.
Mevrouw Huizinga-Heringa i (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. De Algemene Politieke Beschouwingen vinden dit jaar onder een ander gesternte plaats dan in voorgaande jaren. Dat heeft te maken met de politieke positie waarin deze Eerste Kamer haars ondanks terecht is gekomen. Door de verkiezingsuitslag in de Tweede Kamer, die geleid heeft tot een minderheidskabinet, is de Eerste Kamer bij het centrum van de macht beland. Dat is lastig voor het kabinet, maar ook voor deze Kamer. Het past niet bij de rol die wij voor de Eerste Kamer zien. Idealiter toetsen wij wetgeving op rechtmatigheid, uitvoerbaarheid, proportionaliteit en handhaafbaarheid. Deze Kamer heeft de mogelijkheid om een door de Tweede Kamer aangenomen wet alsnog te verwerpen, maar geen recht van amendement. Dat geldt ook voor begrotingen. De Eerste Kamer heeft budgetrecht, maar kan een begroting niet wijzigen. Daarmee ligt formeel alleen het paardenmiddel om een begroting te verwerpen in onze handen. Kortom, het instrumentarium van de Eerste Kamer past niet bij een positie in het centrum van de macht.
Bij de Algemene Politieke Beschouwingen in de Tweede Kamer werd het kabinet van verschillende kanten opgeroepen om een keus te maken tussen links of rechts. De minister-president gaf daar geen gehoor aan. Niet verwonderlijk, denkt mijn fractie. De premier realiseert zich natuurlijk ook dat de Eerste Kamer, die een belangrijke rol speelt bij het uiteindelijk kunnen doorvoeren van beleid, volgend jaar mei opnieuw gekozen wordt door de leden van Provinciale Staten. Niemand weet hoe de verhoudingen in deze Kamer er dan uit zullen zien. Als de route nu over links voert, kan dat na de verkiezingen zomaar veranderen. De heer Janssen wees daar in zijn termijn ook op.
Belangrijker nog dan links of rechts vindt mijn fractie de manier waarop het minderheidskabinet wil omgaan met de Eerste Kamer. Kan de minister-president toelichten welke verhouding met de Eerste Kamer dit kabinet voor ogen heeft? Hoe zorgt hij ervoor dat de verwerping van een begroting door de eerste Kamer niet bij voortduring als een zwaard van Damocles boven dit kabinet blijft hangen?
Voorzitter. De bijzondere situatie waarin de Eerste Kamer zich bevindt, heeft alles te maken met de grote versplintering en polarisatie in ons land. Die versplintering ziet u ook in deze Kamer, die inmiddels 20 fracties kent. De polarisatie gaat ook aan het kabinet niet voorbij. De drie partijen van dit minderheidskabinet kunnen het nu al maanden niet eens worden over box 3 of over de dekking van box 3. De burgers van ons land weten nog steeds niet waar ze aan toe zijn, omdat het kabinet tot nu toe niet in staat is om meerderheden te vinden om zijn beleid uit te voeren.
Voorzitter. De ChristenUnie vindt dit een treurige situatie. Er zijn zo veel problemen in ons land. Van boeren, die al jaren niet weten hoe hun toekomst eruitziet, tot bruggen die op instorten staan omdat ze niet goed onderhouden zijn. De drie noordelijke provincies krijgen doodleuk te horen dat er de komende jaren niets aan hun wegen wordt gedaan, omdat daar geen geld voor is. De sociale zekerheid staat dan niet meer op de tocht, maar over de dekking daarvan is het gesprek nog volop gaande. Woningbouw komt door het stikstofprobleem en netcongestie bijna niet van de grond en jongeren vinden geen huisvesting. Energieprijzen gaan door het dak. De wereld om ons heen is koud en guur geworden. We zijn nog maar nauwelijks bekomen van de schok dat onze trouwste bondgenoot, de Verenigde Staten, zich van ons afkeert. De dreiging van buitenaf noodzaakt ons om onze defensie zo snel mogelijk op peil te krijgen. En we moeten alert zijn op cyberaanvallen. De afgelopen vijf jaar woedde een oorlog in Europa die steeds grimmiger lijkt te worden.
Voorzitter. Wat een wereld! In zo'n wereld is een daadkrachtige politiek nodig en een kabinet dat verder kijkt dan de eerstvolgende voorjaarsnota of Prinsjesdag. Want voor de lange termijn staat ons land voor grote uitdagingen. Het op orde brengen van onze defensie zal een groot beslag leggen op onze financiële middelen, terwijl we daarnaast veel geld zullen moeten uitgeven aan klimaatadaptatie. Ook de vergrijzing van onze bevolking zal uiteindelijk negatieve economische en financiële effecten hebben.
Voorzitter. Het lijkt erop dat het kabinet op dit moment niet verder kijkt dan het Belastingplan 2027. Mijn fractie zou van de minister-president willen horen hoe hij kijkt naar de grote uitdagingen waar ons land in de komende decennia mee te maken krijgt. Ik noemde defensie, vergrijzing, klimaatmitigatie en -adaptatie, maar mijn fractie denkt bijvoorbeeld ook aan woningbouw. Kan de minister-president zijn visie op deze terreinen voor de lange termijn met ons delen?
Voorzitter. De uitdagingen voor de toekomst liggen niet alleen op het financiële terrein. Het gaat er ook om welke samenleving wij willen zijn. Hoe bouwen we aan een weerbare samenleving die de uitdagingen van de toekomst aan zal kunnen? We willen wel een voorzet geven. Wanneer de vraagstukken van de vergrijzing en de woningmarkt aan elkaar gekoppeld worden en van daaruit keuzes worden gemaakt, kan dat leiden tot meer seniorenwoningen en wijken waarin generaties gemengd zijn. In die nieuwe steden of wijken kunnen vitale ouderen ingezet worden om bij te dragen aan de samenleving, ook al nemen ze geen deel meer aan het arbeidsproces. Dat draagt bij aan onderling begrip tussen generaties.
Voorzitter. Mijn fractie zou willen dat dit kabinet bouwt aan een samenleving waarin generaties niet tegenover elkaar staan, maar elkaars waarde zien. Zo'n samenleving, waarin iedereen zich inzet, is weerbaar. In deze tijd, waarin zo veel dreiging op ons afkomt, hebben we weerbare gemeenschappen nodig. Kan de minister-president erop ingaan hoe het kabinet gaat bouwen aan weerbare gemeenschappen, aan een weerbare samenleving?
Voorzitter. Het vertrouwen in de politiek is laag. Dat is een jaarlijks terugkerend thema. Om kans te maken om dat vertrouwen terug te winnen, moet de politiek zich slagvaardig en de overheid zich betrouwbaar tonen. Op dat terrein is nog een wereld te winnen. Het lijkt wel of de overheid zo langzamerhand in haar eigen bureaucratie en regels verdrinkt. De afwikkeling van bijvoorbeeld de toeslagenaffaire, asielaanvragen, aanvragen van gedupeerden in Groningen en WIA-aanvragen is zo vastgelopen dat mensen geen recht meer wordt gedaan. De chaos is zo groot dat zelfs dwangsommen geen effect meer hebben en burgers met lege handen staan tegenover een overheid die niet doet wat ze beloofd heeft. Ik sluit me aan bij de heer Jansen, die minister Vijlbrief, die nu even verdwenen is, een compliment maakte over zijn opmerkingen in Buitenhof. Ook mijn fractie heeft zijn uitspraken met waardering gehoord.
Voorzitter. Wat gaat de minister-president doen om te zorgen dat mensen weer kunnen vertrouwen op een overheid die haar woord houdt, die niet alleen technocratisch vanuit een onaantastbare ivoren toren besluiten neemt, maar die naar mensen luistert en hen serieus neemt? Ik kan u in dit verband het boek De symfonie van onvrede van politicoloog Catherine de Vries aanbevelen; misschien kent u het. Wil de minister-president reageren op dit vertrouwensvraagstuk?
Voorzitter. Zoals u weet, hoort mijn fractie bij een christelijke partij. Wij laten ons inspireren door christelijke denkers en tradities, zo ook door de benedictijnse spiritualiteit. Die spiritualiteit roept niet op tot specifieke politieke standpunten, maar tot een bepaalde houding, ook in de politiek. Deze houding bestaat uit vier aspecten. Ik noem ze hier op. Luisteren: luisteren naar de samenleving en de burgers, met de bereidheid je te laten corrigeren. Maathouden: proportioneel reageren en je niet laten opjutten door de waan van de dag. Stabiliteit: niet opgeven, maar doorgaan als het moeilijk wordt om meerderheden te vinden. Als laatste — dat is geen populair woord in de politiek — nederigheid: weten dat je fouten maakt en ze ook erkennen, om ervan te leren. Deze houding van luisteren, maathouden, stabiliteit en nederigheid proberen wij als fractie ons eigen te maken. Wij wensen ook het kabinet deze wijsheid van de benedictijnse spiritualiteit toe.
Voorzitter. We zien uit naar de beantwoording.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Kemperman van Forum voor Democratie.
De heer Kemperman i (FVD):
Voorzitter. Dank u wel. Tegen de heer Rik Janssen van de SP zeg ik: de ziel van de Kuip ken ik goed. Dat mag wel even gezegd worden.
Voorzitter, leden van het kabinet, toehoorders en Johan. Speciaal voor de premier zeg ik: let's get ready to rumble.
Wat is er met Nederland gebeurd? Er is een historische wooncrisis. De huurmarkt is door eenzijdige overregulering kapotgemaakt en de leefbaarheid in onze grote steden gaat wellicht dezelfde kant op als in de grote steden van Frankrijk, België en Duitsland. De kwaliteit van ons onderwijs, en hierdoor het niveau van onze scholieren, is volgens recente onderzoeken wat betreft basale kennis en vaardigheden verontrustend laag en dalende. Ook de mentale gezondheid van onze jeugd zou ons ernstige zorgen moeten baren. Er zijn nog steeds lerarentekorten en te volle klassen, en er is sprake van taalinflatie vanwege leerlingen die niet eens op het basisniveau Nederlands spreken, waardoor een algehele daling van het taalniveau de norm wordt.
Nog maar vijf jaar geleden vreesden wij voor overbelasting van onze intensivecarezorg en klapten we voor onze zorghelden. Het aantal ic-bedden is sindsdien gedaald met meer dan 10%. De ouderenzorg verschraalt. Onze jeugdzorg verslechtert en is bovendien een fraudespeeltuin. Huisartsen zitten vol. Ziekenhuizen moeten vaker sluiten. Een lichtpuntje is dat het eigen risico, onder massieve politieke druk, dit jaar niet stijgt. Hiervoor waren in het afgelopen jaar overigens al twee afzonderlijke moties aangenomen in beide Kamers. Dit is dus niet zo'n verrassend groot politiek resultaat.
Voorzitter. Onze infrastructuur staat letterlijk op instorten. Deze week kregen we via de NOS nog te horen dat zestien bruggen op ieder moment zouden kunnen instorten. Het tekort van 80 miljard is een politieke keuze. Tientallen miljarden euro's vloeien vooral naar defensie, massa-immigratie en de klimaatagenda, terwijl wegen en spoorbruggen afgesloten worden of dreigen in te storten.
Onze energie is onbetaalbaar en kwetsbaar. De Groningse gasputten zijn kapotgemaakt. De Nord Stream 2-pijpleiding is door onze bondgenoten verwoest. In plaats van energieonafhankelijk zijn we nu energieafhankelijk geworden en moeten we peperduur importeren. Door de energietransitie stagneren onze bouw en bedrijvigheid en loopt het energienet vast. De brandstofprijzen aan de pomp zitten op een alltime high. Nederland is het duurste land van Europa door een aandeel van meer dan de helft aan belasting op een liter diesel of benzine.
Dit kabinet slaat de oorlogstrom, met alle gevolgen van dien. Het gelooft dat de Russen straks doormarcheren tot aan Rotterdam, want dat zeggen de inlichtingendiensten. De premier van Litouwen riep tijdens een gezamenlijke persconferentie met NAVO-baas Mark Rutte op om de Russische dreiging niet te overdrijven en gaf aan dat er geen bewijs is dat Rusland op dit moment een militaire aanval voorbereidt.
Recent gingen in Duitse steden studenten massaal de straat op om te protesteren tegen hun dreigende lot: de dienstplicht. Pistorius, de Duitse minister, reageerde door te zeggen dat het goed is dat er discussie is, maar dat hij ervan overtuigd is dat "deze jongeren straks hun verantwoordelijkheid zullen nemen". Hij bedoelt: naar het front gaan. Dat is me een eufemisme, grenzend aan minachting. Het is dus niet zo verwonderlijk dat vorige week in Münster in Westfalen de heren Merz en Rutte door het publiek werden uitgejouwd toen ze op het balkon een vredesprijs aan elkaar gingen uitreiken. Je ziet dit overigens niet op het NOS-journaal, dat wel vaker wat eenzijdig bericht, maar gelukkig wel in beelden op social media van mensen die ter plekke aanwezig waren. Ik geloof dat minister-president Jetten er ook bij was. Het is dus niet zo vreemd dat in grote delen van Duitsland Alternative für Deutschland massaal aan aanhang wint. Zij willen met Rusland gaan praten in plaats van oorlog voeren. Je kunt het ermee eens zijn of niet, maar grote groepen kiezers willen dit. Als we het hier over democratie hebben, dan telt dat.
In ruim één jaar tijd zegde twee staatssecretarissen toe dat de dienstplicht, of eigenlijk de actieve opkomstplicht, er niet komt in Nederland. Dat was recent nog, op 29 juni jongstleden, hier in de senaat. Het is bijzonder dat er toen met geen woord gerept werd over de selectieve dienstplicht, waarvoor de plannen op dat moment al op het ministerie geprint lagen. Twee maanden later werden die naar de Tweede Kamer gestuurd. Zou voormalig minister Grapperhaus dit bedoeld hebben met "geriatrische beunhazerij" als kwalificatie voor de senaat? Bedoelde hij een gebrekkig geheugen toen hij zich uitliet over de Eerste Kamer tijdens de parlementaire enquête?
Voorzitter. Onze arbeidsmarkt is structureel ontwricht, de bureaucratie is verstikkend en een hoger percentage ondernemers dan ooit overweegt een vertrek naar het buitenland. Wat doet dit kabinet? Het doet handjeklap met dit beleid door beide Kamers, als een slalommende skiër op een ijzige piste. Met dwangpolitiek en verkeerde keuzes worden gemeenten gedwongen de massa-immigratie op te vangen. Boeren worden in de stikstofgekte geslachtofferd voor kwetsbare heideplantjes. Grote delen van onze beschikbare ruimte worden straks opgeëist via de defensienoodwet.
Klimaatangstpolitiek, massa-immigratie, oorlogsfinanciering — dat heet een "vrijheidsbijdrage" — een hogere belasting op arbeid en vermogen en meer macht naar Brussel. Wat doet de bestuurlijke elite? Die legt de stukadoor nog maar eens uit dat hij met zijn peperdure elektrische bus in de 30 kilometerzone de planeet zal gaan redden en de boer dat hij beter kan stoppen om de natuur te redden, want voedsel kunnen we ook uit Zuid-Amerika importeren. Het vertrouwen in de politiek zit volgens het CBS wederom op een historisch dieptepunt. Verkiezing na verkiezing stemmen grote groepen kiezers telkens weer op een andere partij, in de hoop dat er nu iets verandert. De kiezer wil daadkrachtig bestuur en zichtbaar leiderschap, zo stelt een recent nationaal kiezersonderzoek.
Voorzitter. Vorige week nog debatteerde de Eerste Kamer met minister Berendsen over Europa. De rode lijn door dit debat was dat Brussel te groot, te dominant en te duur werd en te ver af komt te staan van de leefwereld van de inwoners van Europa en dat lidstaten te veel van hun soevereiniteit moeten inleveren. De minister antwoordde keurig en hij werkte plichtmatig zijn mapjes af, maar de cri de coeur werd niet gehoord.
Voorzitter. Wanneer de politiek volhardt in het opvoeren van haar afstandelijke rituelen en in haar bubbel blijft oordelen over de wereld van gewone mensen, groeien het onbegrip en hiermee de kloof in de samenleving. Wanneer een premier in de eerste acht maanden van zijn termijn achttien buitenlandreizen maakt en zich vooral presenteert op evenementen, terwijl zijn land en zijn kabinet diep, diep verdeeld zijn, zijn begroting niet sluitend is en niet gedragen wordt en er hele grote uitdagingen liggen in zijn eigen land, dan gaat het mis. Dan vervreemd je van de samenleving, die harder dan ooit om politiek leiderschap vraagt. Ik heb een serieuze vraag. Hoe ziet de premier dit zelf? Binnenlandse politiek is toch geen corvee? Ik krijg hierop graag een antwoord. Ik doel dan op een antwoord dat ik voel en dat ik geloven kan. Geen holle, voorspelbare mantra's. Ik moet overigens eerlijk zijn: het kan nog erger. Premier Schoof ging in twintig maanden tijd maar liefst 53 keer op reis. Dat is dan weer een plusje.
De Miljoenennota en de plannen zoals deze gepresenteerd zijn, met een overheidstekort van 2,9% en een koopkrachtdaling van 0,1%, zijn ambitieus te noemen. Als dit de traditie weerspiegelt van conservatief begroten, dan rijst de vraag wie dit minderheidskabinet met deze cijfers in vredesnaam aan een meerderheid durft te helpen. Dat moeten haast wel partijen zijn waarvoor deze cijfers tamelijk betekenisloos zijn, omdat in de goede sociaaldemocratische traditie van Keynes geld immers kan worden bijgeprint en bezit kan worden herverdeeld. Dat helpt onteigening alleen maar in de hand en klinkt hun als marxistische muziek in de oren. We zijn aardig op deze afgrond aan het afkoersen.
De politieke vraag is natuurlijk hoelang de VVD nog in deze coalitie blijft zitten. Wanneer besluiten zij dat dit desastreuze beleid voor de economie en de ondernemers niet meer uit te leggen is aan hun achterban? In de peilingen zakken zij weg. Het meestribbelen met box 3 is VVD-onwaardig.
We hoorden tijdens Prinsjesdag zelfs de commentatoren van de NOS zich hardop afvragen waarom de verwachte lastenstijging voor burgers buiten beschouwing wordt gelaten en geprobeerd wordt om dit alles maar zo stilzwijgend en wheelend en dealend door het parlement te loodsen. Zoals gezegd wordt een koopkrachtdaling verwacht van 0,1% door hogere belastingen en premies op arbeid, maar daar blijft het natuurlijk niet bij. Werkenden met een middeninkomen of hoger inkomen gaan er steeds meer op achteruit. Onze vraag aan de minister van Financiën is dan ook: welke gevolgen zal dit hebben voor onze economie en is dit, net als bijvoorbeeld mogelijke prijseffecten van toenemende schaarste, ook meegenomen in de koopkrachtberekeningen?
Voorzitter. Op de derde dinsdag van september wordt vaak uitgegaan van conservatief begroten. Dat geldt niet alleen voor het op zichzelf staande cijfer van de koopkracht, maar ook voor de verwachte loonstijging en inflatie. Even voor de burgers thuis: de afgelopen jaren hebben wij gezien dat zowel de inflatie als de verwachte loonstijging later in de werkelijke wereld veel harder toenamen dan geraamd. Onze economie wordt telkens harder opgeblazen. Dit werkt op de middellange tot lange termijn door in de prijzen. Uiteindelijk blijven wij betalen voor cijfers die ons steeds als behapbaar of marginaal gepresenteerd worden. Nee, het valt niet mee. Armoede wordt een realiteit die op dit moment voor een groeiende groep Nederlanders helaas al voorstelbaar is. Stagnatie is een realiteit voor jonge mensen die geen woning vinden en hun gezinsplanning moeten uitstellen. En moeite met het halen van het einde van de maand is de harde realiteit voor grotere groepen Nederlanders. Het is onverdedigbaar.
Voorzitter. Wat gaat er gebeuren als dit kabinet straks daadwerkelijk over links zal moeten gaan en als de VVD uit angst voor potentieel zetelverlies haar liberale principes inlevert voor onvervalste progressieve socialistische idealen? Wat zullen de gevolgen zijn voor de verzorgingsstaat, die nog meer migranten moet opvangen, waarbij er nog meer geld naar ontwikkelingshulp en klimaatredding zal gaan? De belastingen zullen meer en meer verhoogd worden voor de hogere inkomens en vermogens en zullen doorberekend worden in prijzen van arbeid, goederen en diensten. Het Rijk legt meer en meer regels op en de uitvoering ligt bij lagere overheden, die als uitvoeringsknechten van progressieve ideologieën de ambtelijke capaciteit nu al niet op orde krijgen.
Voorzitter. We willen niet provoceren of schelden langs de zijlijn. We zeggen dit als betrokken parlementariërs die de teloorgang van Nederland, de schijnbaar marginale verschillen tussen alle partijen en het gewoon weer doorgaan met hetzelfde beleid van de afgelopen decennia, op geen enkele manier meer kunnen uitleggen aan de burgers. Het was twintig jaar geleden, aan de vooravond van de kredietcrisis, al niet meer uit te leggen. Fortuyn waarschuwde hier een kwart eeuw geleden al voor.
Forum heeft als enige partij nooit concessies gedaan. Forum heeft dit voorspeld en heeft een concreet en uitgewerkt plan om het tij te keren, net als een visie die afwijkt van wat hier politiek gemeengoed is. Het maakt namelijk niet uit welk kabinet het roer vasthield de afgelopen vijftien jaar. De koers wijzigde niet of nauwelijks. Forum stelt dat er juist weer vertrouwen moet worden gegeven aan het volk door bindende referenda. Wij vertrouwen de kiezer wel. Wanneer bijvoorbeeld vraagstukken als massa-immigratie, Europese eenmaking en oorlogseconomie zouden worden voorgelegd aan het volk, zouden zij dit naar onze verwachting niet accepteren en verwerpen. Hiervoor moeten wij onze soevereiniteit herpakken, door verstikkende internationale verdragen op te zeggen en bestuursstructuren te verlaten. Met de miljarden die wij hiermee vrijspelen, kunnen kerntaken als zorg, onderwijs, infra en veiligheid weer verbeterd worden en kunnen alle lasten voor de burgers fors omlaag, waarmee het dagelijkse leven in Nederland weer betaalbaar wordt.
Vandaag ligt echter een regelrechte inversie van deze droom die Forum voor Democratie heeft voor. Het is geen twee voor twaalf meer, het is kwart over twaalf. Waarom zien wij toe dat ons mooie land afglijdt en onze samenleving kapotgaat? Alle voorgaande kabinetten hebben genoeg kansen gehad om het verschil te maken en het goede te doen voor ons land en de Nederlanders. Het tegenovergestelde is bereikt en we zijn waar we zijn op dit moment. In veel landen in Europa gebeurt hetzelfde en lijkt de kiezer deze aftakeling te doorzien. Een politieke ommekeer lijkt aanstaande. Ook in Nederland sluiten meer en meer mensen zich aan bij onze beweging. Wij verwachten voor het einde van het jaar 100.000 leden te halen, die zelf onderdeel durven zijn van de door ons gewenste maatschappelijke verandering en durven uitkomen voor een andere mening. Wij danken deze dappere andersdenkers. Stel je eens voor hoe het ook zou kunnen zijn wanneer wij gewoon in de mainstreammedia zouden worden uitgenodigd. Hoe ongemakkelijk zou dat zijn?
Voorzitter, tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel, dan geef ik het woord aan de heer … O, ik zie de heer Bovens van het CDA staan voor een interruptie.
De heer Bovens i (CDA):
Ik kon het niet helemaal nalaten om toch een vraag te stellen aan de spreker, mevrouw de voorzitter. Die gaat over het opzeggen van internationale verdragen et cetera. Ik proef daarin een heel nationalistische toon. Dat is inderdaad op dit moment een soort trend aan het worden in Europa. Er zijn landen die internationale verdragen hebben opgezegd. Ik noem het Verenigd Koninkrijk, dat bijvoorbeeld uit de Europese Unie is gestapt. Is dat het perspectief dat u voor de Nederlandse Staat ook heeft, dat we allemaal uit Europa stappen, dus de nexitachtige zaken? Is het nou echt zo dat de negentiende-eeuwse uitvinding van het nationalisme ons zo veel vrede heeft gebracht in de wereld?
De heer Kemperman (FVD):
Nee, ik denk dat onze Engelse vrienden het niet zo slim hebben gedaan met hun brexit. We pleiten ook niet voor een brexit zoals Engeland dat gedaan heeft, maar een slimme uittreding waarin je telkens bekijkt wat de belangen van Nederland zijn en hoe je die het beste kan dienen. Wat ze daar gedaan hebben, is een botte brexit, zonder heel veel zaken goed te regelen, waardoor onder andere de massa-immigratie kon blijven doorgaan. Het gaat veel te ver om dat nu in detail uit te werken. Wij vinden dat een slecht voorbeeld. Daar zou je van kunnen leren. Je zou een slimme uittreding kunnen doen en weer in allerlei handelsverdragen kunnen stappen, zoals IJsland, Noorwegen en Denemarken dat doen. Orde.
De voorzitter:
Ik zou graag wat rust willen hebben in de zaal. Dan geef ik de heer Bovens weer het woord.
De heer Bovens (CDA):
Het riekt mij een beetje naar een beweging als America first. Daar hebben wij toen hele leuke filmpjes van gemaakt. Ieder land deed dat. Sterker nog, in Limburg zijn nog filmpjes gemaakt in de trant van "Limburg uit Nederland" en "Maastricht uit Limburg", allemaal van dat soort mooie filmpjes. Ik vraag mij af of de spreker werkelijk meent dat dat nou een verbetering is voor bijvoorbeeld de groei van de wereldhandel en onze positie als handelsnatie, onze positie voor kennisverwerving, het internationale bedrijfsleven, ASML, de bewegingen aan de grenzen et cetera. Bewijs je de bevolking daar nou inderdaad een dienst mee? Als u dat inderdaad denkt, hebben we een verschil van mening. Maar goed, het is dan uiteraard aan de kiezer om daar een keuze over te maken. Ik kom nog geen voorbeelden tegen in de wereld waarbij het sluiten van grenzen of het oprichten van muren ooit heeft geleid tot een verbetering van de positie van de burger.
De heer Kemperman (FVD):
Laat ik vooropstellen dat we constateren dat de overdracht van soevereiniteit aan Europa, het meegaan in allerlei internationale handelsverdragen en de belemmering die Europa ons oplegt op alle domeinen waar we het vandaag met elkaar over hebben, vaak niet in het belang van Nederland zijn. Nederland is eeuwenlang prima in staat gebleken om zelfstandig handel te drijven met de rest van de wereld. Sterker nog, daar waren we toonaangevend in; daarom werden we gekend en gerespecteerd. Sinds de overdaad, de te grote toename van bemoeienis en regelzucht van Europa en het opgaan in grotere structuren is het niet beter gegaan met de Nederlandse economie en de welvaart. Daar willen wij kritisch naar kijken. We willen niet gelijk alles opzeggen en doorscheuren op trumpiaanse … Dat speelt allemaal niet. Wij willen gewoon kijken naar hoe we als Nederland onze eigen zaakjes beter en goed kunnen regelen, zoals we het eeuwenlang gedaan hebben en zoals het minder is in de laatste decennia sinds we opgegaan zijn in de grote Europese heilstaat.
De heer Van Meenen i (D66):
Ik heb de heer Kemperman van Forum voor Democratie recent wél in de mainstreammedia gezien, namelijk tijdens zijn aanwezigheid bij de Malieveldrellen en -demonstraties, midden tussen mensen die daar Hitlergroetend en oproepend tot geweld en haat rondliepen. Daar liep hij ook rond. Mijn vraag aan hem is: neemt hij afstand van dat antisemitisme, dat zowel daar op het Malieveld als in zijn eigen partij welig tiert?
De heer Kemperman (FVD):
Ik ben aan de ene kant blij dat de heer Van Meenen deze vraag stelt. Ik vind het jammer dat wij elkaar vandaag misschien wel anderhalf uur een-op-een gesproken hebben en deze vraag voor u schijnbaar niet relevant was. U maakt er dus een politiek punt van. Dat is uw goed recht.
De heer Van Meenen (D66):
Fijn.
De heer Kemperman (FVD):
Ik heb op geen enkele manier sympathie voor de gedachten en de organisaties die daar liepen en die daar protesteerden. Ik heb zojuist tegen de NOS gezegd dat ik blij ben dat ze mij die vraag gesteld hebben, want ik heb het gemeld aan de journalist die een artikel geschreven heeft. Die heeft het waarschijnlijk selectief vergeten, want anders was er geen verhaal. Ik neem afstand van wat daar op het Malieveld was, van het geweld sowieso. Mijn partij heeft dat ook officieel gedaan. Die was daar niet aanwezig en zou daar ook nooit naartoe gegaan zijn. Ik was daar omdat ik een afspraak had in Den Haag en dacht dat er een boerenprotest aanwezig was. Zoals u weet ben ik als Statenlid en woordvoerder zeer begaan met wat er met de boeren gebeurt. Daar heb ik me voor ingezet. Ik ben gaan kijken. Ik wilde weg en ik mocht niet weg. Dat kunt u verifiëren. Voor mij is hiermee de kous af. En als u er nog een politiek spelletje van wil maken en mij van alles in de mond wil leggen, dan ga ik daar niet aan meedoen.
De heer Van Meenen (D66):
Ik leg u niks in de mond; het is gewoon een vraag. Ik stel de heer Kemperman de vraag of hij afstand neemt van zowel het antisemitisme daar alsook in zijn eigen partij. Dat tiert daar welig. Dat kunnen we op alle mogelijke manieren zien. Neemt hij daar afstand van?
De heer Kemperman (FVD):
Laat ik vooropstellen dat wij hier de Algemene Politieke Beschouwingen met elkaar doen, maar kunt u mij voorbeelden geven van het antisemitisme dat zo welig tiert in mijn partij? Ik kan dat namelijk noch in verkiezingsprogramma's noch in uitingen en debatten van mijn collega's hier dan wel in de Tweede Kamer ophalen. Ik vind dat als u mij daarvan beticht, u ook met voorbeelden moet komen en concreet moet worden. Dat doet u niet, dus gooit u weer een wolk op. U laat weer een ballon op en u bevestigt weer dat er schijnbaar iets aan de hand zou zijn met FVD. Ik bestrijd dat ten zeerste en ik vind het zeer verwerpelijk dat u dat doet.
Mevrouw Klip-Martin i (VVD):
Ik ga u ook niks in de mond leggen, maar ik heb wel een vraag. U heeft in mijn bijdrage gehoord dat de grootste alarmbel niet alleen antisemitisme, racisme, neonazisme of wat dan ook is, maar het feit, en zo zie ik ook de opmerking van de heer Van Meenen, dat we de schouders erover ophalen en denken "nou ja, dat is nou eenmaal zo" of "dat is elders ook zo".
Even over dit specifieke voorbeeld. Ik las, en ik ga ervan uit dat dat waar is, dat zowel de AIVD als de NCTV met name politici gewaarschuwd hadden om daar niet naartoe te gaan en geen contact met deze mensen te hebben. Dat was dus eigenlijk nog een soort extra waarschuwingssignaal. Mijn vraag is waarom u dat genegeerd hebt, als ik het kort samenvat.
De heer Kemperman (FVD):
Ik was mij niet bewust van deze waarschuwing. Het vervelende feit is dat wij Prinsjesdag hadden op een dag waarop er normaal gesproken een fractievergadering was. Dan had ik daar misschien kennis van kunnen nemen. Ik was in Den Haag. Ik loop daar. Ik ga even kijken. Ik constateer: dit is niet mijn demo; ik wil hier niet zijn. Ik wil weg en ik mag niet weg. Ik heb aan vijf agenten gevraagd of ik weg mocht, tot het vervelend werd. Ik ben daar vastgehouden. En er was gelegenheid genoeg om een senator van Forum op de foto te zetten. Dan maak je er chocoladeletters boven met "rellen" en dan staat er een keurige man in een pak die daarlangs loopt en die onnozel daarzo was. Ik neem daar afstand van. Dat is het verhaal.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Koffeman van de Partij voor de Dieren.
De heer Koffeman i (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Regeren is halveren. Die gedachte beheerst op een verlammende manier het politieke debat van vandaag. We hebben te maken met een kabinet dat pas kort voor Prinsjesdag tot een fragiele overeenstemming kwam over de begroting, met een verstandshuwelijk tussen partners die na de wittebroodsweken totaal anders denken over de toekomst. We zien de premier van links naar rechts schuiven en weer terug, zonder vooruit te komen. Dat is pijnlijk. We hebben behoefte aan een kabinet met visie en daadkracht en aan een premier die richting geeft.
In plaats daarvan zien we twijfel, uitstel en uitvluchten. Een deel van de Miljoenennota is alweer achterhaald. De coalitiepartijen lijken nog in campagnetijd te leven. Alles wordt gedaan voor de eigen achterban. Dan wordt regeren letterlijk vooruitschuiven. Elke impopulaire maatregel wordt uitgesteld, of het nu de belastingheffing in box 3 of de bezuinigingen op de sociale zekerheid is. Alleen de uitgaven voor Defensie lijken boven elke twijfel verheven.
Voorzitter. Een groot deel van de Miljoenennota draait om de bezuinigingen op alles wat voor burgers belangrijk is en om extra budget voor Defensie. Het kabinet houdt vast aan de NAVO-norm van 3,5%. Daardoor neemt de Defensiebegroting in 2027 toe met 3,4 miljard, naar maar liefst 28,9 miljard euro. De gedachte lijkt te zijn dat meer wapens er vanzelf toe zullen leiden dat de Russen geen NAVO-lidstaat aanvallen. Wie daarover kritische vragen stelt, wordt al snel "naïef" of, erger nog, een "Poetinversteher" genoemd.
Mijn fractie heeft daar grote moeite mee. We hebben twijfels bij het gemak waarmee ervan uitgegaan wordt dat extra bewapening de enige weg naar vrede en veiligheid is. Onder het motto "wie vrede wil, bereide zich voor op oorlog" moet de krijgsmacht de komende jaren fors worden uitgebreid. Er worden miljarden gepompt in extra tanks, pantserwagens, drones en munitie. Maar leidt een verdere wapenwedloop niet juist tot meer dreiging en meer escalatie? Is het doden van jonge mensen, het verwoesten van natuur, woningen en cultureel erfgoed, en het van huis en haard verjagen van mens en dier de enige weg naar vrede? Wij betwisten die opvatting. Een eerlijk debat over nut en noodzaak van verdere militaire opschaling moet mogelijk zijn, maar zonder stigma. Dat debat is en wordt onvoldoende gevoerd. We horen graag hoe de premier dit ziet.
Via de vrijheidsbijdrage worden extra inkomsten opgehaald. Die zullen vooral de lagere en middeninkomens hard raken. Dat terwijl De Nederlandsche Bank adviseert tot vreedzamere bestedingen. Heilige huisjes zoals de hypotheekrenteaftrek, het zwaarder belasten van vermogenden en grote vervuilers blijven ongemoeid. Gelukkig zijn de plannen om zieken en werklozen uit hun uitkering te prikkelen inmiddels van tafel. De vraag blijft: waarom kiest dit kabinet ervoor om de zwakste schouders het zwaarst te belasten? Waarom kunnen directeuren-grootaandeelhouders hun latente belastingplicht in box 2 voor zich uitschuiven, terwijl daar 400 miljard in geparkeerd staat? Waarom worden de allerrijksten, de grootste vervuilers en de grootste energieslurpers ontzien ten opzichte van de mensen die weinig te besteden hebben?
Zelfs burgers die met een thuisbatterij hun bijdrage willen leveren aan de energietransitie en het terugdringen van de netcongestie, moeten daarvoor dubbel boeten, via een dubbele belastingheffing. Is het kabinet bereid snel een einde te maken aan die dubbele heffing? Graag een reactie. Ik overweeg een motie.
Voorzitter. Welk Nederland ziet het kabinet eigenlijk voor zich? Een land waar grote industrieën en techbedrijven alle ruimte krijgen, maar betaalbare woningen schaars blijven, waar natuurgebieden moeten wijken voor tanks en explosievenopslag, waar jongeren meer kans hebben te worden opgeroepen als militair dan om een woning te vinden en waar de groei van Schiphol zwaarder weegt dan de gezondheid van omwonenden? Dat is niet het Nederland waar de fractie van de Partij voor de Dieren voor kiest.
Ook de verdeling van onze schaarse ruimte vraagt om fundamenteel andere keuzes. De landbouw neemt meer dan de helft van ons land in beslag, terwijl de primaire landbouwsector slechts 1,3% van het bruto binnenlands product bijdraagt. Uit de maatschappelijke kosten-batenanalyse van Deloitte blijkt dat de landbouw ons netto 5,3 miljard euro per jaar kost. Het gaat om schade aan het klimaat, de natuur, de waterkwaliteit en de volksgezondheid, die uiteindelijk door de samenleving wordt gedragen. Waarom behandelen we de huidige verdeling van onze ruimte alsof die vanzelfsprekend en onveranderlijk is? Waarom kijken we niet veel fundamenteler naar de omvang en de inrichting van de landbouw, zodat er ruimte ontstaat voor natuurherstel, woningen en een gezonde leefomgeving?
Voorzitter. Dieren kwamen in de troonrede niet voor. Ze hebben geen lobbyisten, kunnen niet demonstreren en zitten niet aan de onderhandelingstafel. Toch wil meer dan 80% van de Nederlanders dat dieren in de veehouderij een dierwaardig leven kunnen leiden, in overeenstemming met hun wettelijk erkende intrinsieke waarde, die desalniettemin met voeten getreden wordt. Het ontwerpbesluit dierwaardige veehouderij is letterlijk een doekje voor het bloeden. De overgangstermijnen lopen tot 2040. Honderden miljoenen dieren zullen voorafgaand aan die marginale verbetering moeten sterven na een kort en ellendig leven. Er komt geen harde einddatum voor bestaande kraamkooien, pijnlijke ingrepen, zoals het couperen van varkensstaarten, blijven toegestaan en een afdwingbaar recht op weidegang of buitenlucht ontbreekt. Ook wordt nog steeds niet verplicht dat kalfjes bij hun moeder kunnen opgroeien. Er zou een totaalverbod komen op het elektrocuteren van pluimvee in een waterbad. Dat is een methode waarvan minister Verburg al in 2009 beloofde dat die geheel uitgefaseerd zou worden, maar die nog steeds wordt toegepast. Niet de behoefte van het dier of de wettelijk erkende intrinsieke waarde blijken leidend, maar wat haalbaar en betaalbaar is voor de sector. Dat was niet het uitgangspunt van het amendement-Vestering, dat aan de basis lag van de dierwaardige veehouderij. Kan de premier hierop reflecteren?
Voorzitter. We missen hem: de Rob Jetten die zichzelf benoemde tot klimaatdrammer, die zei dat de veestapel gehalveerd moest worden en met wie goede afspraken te maken waren over een einde aan de biomassasubsidies en de vogelsterfte door windmolens. Met hem aan het roer hadden we een voortvarend klimaatbeleid verwacht. Het tegendeel is waar. We hadden "regeren is halveren" begrepen als het zou gaan om het halveren van de veestapel, zoals de Rob Jetten van 2025 nog vurig bepleitte. Maar nu lijkt dat standpunt verlaten. Graag een reactie van de minister-president.
Dit kabinet doet dit jaar helemaal niets aan CO2-reductie en zet vooral in op CO2-opslag in lege gasvelden. De afschaffing van de CO2-heffing voor vervuilende industrieën blijft gehandhaafd, terwijl huishoudens geconfronteerd worden met hoge energierekeningen. De energiebelasting wordt niet aangepast en drukt zwaarder op burgers dan op bedrijven. Dat is niet uit te leggen. Het Planbureau voor de Leefomgeving waarschuwt ervoor dat Nederland ver achterloopt op de doelen voor 2030. Uitstel maakt het halen van die doelen moeilijker, duurder en ingrijpender.
Terwijl burgers proberen om zuinig te doen met water en energie blijken de datacenters in ons land die besparingen genadeloos teniet te doen. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek verbruikten de Nederlandse datacenters in 2024 ongeveer 5,1 miljard kilowattuur elektriciteit. Dat is 4,6% van het totale Nederlandse elektriciteitsverbruik. Tegelijkertijd blijkt uit onderzoek dat van de 186 grote commerciële datacenters in Nederland nog niet eens een kwart openbare gegevens over energie- en waterverbruik beschikbaar stelt. We hebben dus geen idee hoeveel water en energie ze precies verbruiken. Dat is toch absurd? We vragen burgers om energie en water te besparen, terwijl een snelgroeiende sector het vertikt om transparant te zijn over zijn verbruik. Hoe kan het kabinet de klimaatimpact van datacenters beoordelen als de essentiële gegevens daarvoor ontbreken? En hoe kan de overheid kiezen tussen het verdelen van schaarse elektriciteit en zoet water tussen datacenters, huishoudens, ziekenhuizen, de woningbouw en de industrie wanneer ze niet weet hoeveel er onder de streep overblijft? Wie aanspraak maakt op schaarse grondstoffen moet inzage geven in de boeken. Mijn fractie wil daarom volledige openheid over het energie- en waterverbruik van datacenters in Nederland en duidelijkheid over de voorwaarden waaronder deze sector mag groeien. Graag een reactie van de minister-president. Ik overweeg een motie.
Voorzitter. De coronaverhoren zijn afgerond, maar hebben schijnbaar weinig indruk gemaakt. Toch waarschuwen experts dat het niet de vraag is óf er een volgende pandemie komt, maar wanneer. De kans is aanzienlijk dat het dan opnieuw om een zoönose gaat. Uitbraken van vogelgriep, varkenspest, het westnijlvirus en ebola laten zien hoe nauw de gezondheid van mens, dier en omgeving met elkaar verbonden zijn. Waarom bezuinigt het kabinet op pandemische paraatheid? Veiligheid gaat ook over een gezonde leefomgeving en het voorkomen van ziekten. Wanneer voert het kabinet afstandsnormen in tussen varkens- en pluimveestallen? Wat gaat het kabinet doen aan de gezondheidsrisico's van geitenhouderijen voor omwonenden? Heeft de minister van VWS daadwerkelijk doorzettingsmacht als de situatie kritiek wordt?
Voorzitter. Mijn fractie roept het kabinet op om te kiezen voor samenhangend beleid waarin klimaat, natuur, volksgezondheid en dierenwelzijn niet steeds het onderspit delven. Verdeel de lasten eerlijk, want een veilig Nederland is een land waarin mensen gezond kunnen leven, jongeren perspectief hebben, dieren een waardig bestaan leiden en de natuur wordt beschermd. Ik zie uit naar de beantwoording door de minister-president. Voorts zijn wij van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie. Regeren is halveren. Het kan wél.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Van Bijsterveld. Zij spreekt namens JA21.
Mevrouw Van Bijsterveld i (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Voordat ik begin, wil ik graag zeggen dat ik het geen enkel probleem vind als sommige mensen even lekker willen gaan staan. Vandaag is namelijk ook Het Nationale Sportdebat bezig. Zitten is het nieuwe roken, dus ik zou zeggen: voel u vrij, als u zin heeft, om er even lekker bij te gaan staan. Dat lijkt me een goed streven. Heel goed, voorzitter, geef het goede voorbeeld.
Voorzitter. Omdat regeren vaak in verband wordt gebracht met vooruitzien, zijn politici sterk geneigd om voortdurend naar de toekomst te kijken. Ik moet bekennen dat ik op dit moment even vol genegenheid naar het kabinet-Balkenende II kijk. Ik kijk even naar collega Van Rooijen, want ik begeef me misschien een beetje op glad ijs, aangezien het niet over het kabinet-Den Uyl gaat. Het kabinet-Balkenende II hervormde de sociale zekerheid ingrijpend: de WIA verving de WAO, de bijstand werd herzien en het fiscale voordeel voor VUT en prepensioen werd afgebouwd. Het kabinet veranderde daarmee de regels voor arbeidsongeschiktheid en vervroegd stoppen met werken. Ook toen stuitte dat op stevig verzet. Rutte II versoepelde vervolgens het ontslagrecht en hervormde de WW.
De politieke situatie is nu onzekerder dan in die jaren. Na een mislukt experiment in de vorm van een extraparlementair kabinet volgde een nieuw experiment: een minderheidskabinet. Hoewel een minderheidskabinet in principe geen onsympathieke staatsrechtelijke constellatie is, heeft dit kabinet nog veel te oefenen. Dat maakt hervormen moeilijk, maar toch is het noodzakelijk. Dit land snakt naar een daadkrachtig hervormingskabinet, niet naar een kabinet dat geen richting durft te kiezen, niet naar een kabinet dat intern maar niet op dezelfde lijn kan komen en al helemaal niet naar een kabinet dat zelfgecreëerde stilstand afwentelt op de oppositie. De brief van 29 september jongstleden laat zien dat de regering bereid is te bewegen; het is alleen nog volstrekt onhelder welke kant op. Minister Heinen kan geen starre dogmatiek verweten worden, maar wellicht is het niet het toonbeeld van prudentie om dinsdag een plan te publiceren dat al op donderdag in de prullenbak verdwijnt. Minister Heinen probeert de problemen rond box 3 op te lossen en wil tegelijkertijd alle partijen te vriend houden, maar dat is helaas niet mogelijk. Ik kom terug bij die hervormingen, want die zijn toch echt nodig. De voortekenen zijn niet goed: de regering heeft de hervormingen van de sociale zekerheid uit de begroting gehaald. Eerst moet de polder aan de slag, maar laten we wel wezen: de organisatiegraad van vakbonden in Nederland was in 2025 slechts 15%. Is dat dan wel draagvlak? Hoe democratisch is dat dan? Wie regeert hier nu eigenlijk? Welke koers kiest de regering?
Voorzitter. In het land heerst een gevoel van malaise, stilstand en muurvast zitten. Bouwen gaat traag, ondernemen wordt ontmoedigd, de asielinstroom neemt niet genoeg af, desastreus stikstofbeleid is heilig en Nederland raakt achterop in de wereld. Het verdienvermogen van Nederland staat onder druk, maar er wordt wel belastinggeld uitgegeven alsof er geen morgen is. De collectieve sector groeit jaar op jaar. Dat uit zich in een onhoudbaar uitgavenpatroon.
Neem de sociale zekerheid. Ingrepen in de WIA en de WW mogen geen taboe zijn. Volgens het UWV stijgt het aantal uitkeringen in de verschillende arbeidsongeschiktheidsregelingen van ongeveer 872.000 eind 2025 naar 890.000 eind 2026. Niet alleen over het aantal, maar ook over de duur van deze uitkeringen is dringend een debat nodig. Zeker in tijden van krapte op de arbeidsmarkt mag het geen doel zijn om mensen twee jaar lang in de WW te laten zitten. Het kabinet erkent in zijn brief dat de WIA-instroom te hoog is. Zoals ik zo-even al zei, zijn de voorgenomen maatregelen voor de WW, de tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten en de IVA van de begroting gehaald, maar wat als de polder er niet uitkomt? Welke hervormingen zal de regering dan zelf voorstellen? Is de verzorgingsstaat die wij hebben opgetuigd wel doelmatig en betaalbaar?
Neem de loondoorbetaling bij ziekte. In Nederland kan die verplichting voor een werkgever twee jaar duren. Vooral voor kleine bedrijven is dat een zware verantwoordelijkheid, bovenop de kosten en onzekerheid voor vervanging en re-integratie. Bescherming van zieke werknemers blijft nodig, maar de lasten moeten wel eerlijker verdeeld worden. Het kabinet heeft maatregelen voorgesteld om de re-integratie voor werkgevers werkbaarder te maken. Dat is een stap. Maar JA21 wil ook de duur van de loondoorbetaling verkorten, vooral voor het mkb. De situatie vraagt dus om hervormingen à la Balkenende II.
Intussen wordt de premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds gebruikt om andere kabinetsplannen te financieren. Een deel van de zogenoemde vrijheidsbijdrage wordt via een hogere Aof-premie bij werkgevers opgehaald. Dat vergroot de kosten van arbeid, terwijl het kabinet zegt dat werken en ondernemen moet lonen. Werkgevers betwisten bovendien de hoogte van de premie in juridische procedures. Wil de premier bij de herziening van de fondssystematiek ook deze manier van lasten verhogen aanpakken? En hoe beoordeelt hij het financiële risico van die procedures?
Voorzitter. Dan is het nu tijd voor de evergreen: werken moet lonen. Die ligt elke parlementariër in de mond bestorven, maar regering na regering neemt dat devies niet zo letterlijk. De marginale druk blijft te hoog en wordt hoger. Werkenden merken dat meer werken te weinig oplevert. De afbouw van heffingskortingen en de inkomensafhankelijke regelingen stapelen zich op. Terwijl het land piept en kraakt door personeelstekorten, maakt de overheid extra werken onaantrekkelijk. Wanneer volgt nu eens een serieuze vereenvoudiging van het stelsel in plaats van de volgende compensatieregeling?
Ook het hervormen van het toeslagenstelsel is noodzakelijk en een breed gedragen wens van beide Kamers, zoals ook de aangenomen motie-Baumgarten van 26 november 2024 illustreert, waarin de regering wordt opgeroepen om een concreet tijdpad op te stellen voor de hervorming van het toeslagenstelsel. Ondanks de eerder verkregen toezeggingen is de motie nog steeds niet uitgevoerd en is de deadline nogmaals verstreken. Kan de regering toelichten wat de huidige status van de uitvoering van deze motie is en toezeggen het gevraagde tijdspad voor het herfstreces met deze Kamer te delen?
Het kabinet stelt nu voor om de grens voor het toptarief te verhogen van €78.426 naar €80.578 en de algemene heffingskorting langzamer af te bouwen. Dat is een verbetering, maar volgens de eigen tabel in de brief gaat de mediane koopkracht van werkenden nog steeds met 0,1% achteruit. Dit pakket lost de hoge marginale druk dan ook niet op. "Werken moet lonen" blijft dan ook niet meer dan een slogan.
Voorzitter. Dan graag aandacht voor de ondernemers. Dat doe ik aan de hand van de industrie. De industrie vraagt om betaalbare energie, ruimte op het stroomnet en vergunningen. Het mkb vraagt om minder regels en om voorspelbare lasten. Welke concrete belemmeringen neemt het kabinet dit jaar nog weg? Waarom zou een ondernemer vertrouwen hebben in een overheid die eerst de kosten verhoogt en vervolgens subsidies aanbiedt om die kosten te dragen?
De cijfers over de Nederlandse industrie laten een triest plaatje zien. Volgens de laatste cijfers groeide minder dan de helft van de industriële branches, maar werd het gemiddelde van de industrie gestut door de enorme groei van de machine-industrie. Het CBS splitst dat niet uit, maar het zou mij verbazen als de positieve cijfers voor de Nederlandse industrie niet voor een significant deel te danken zijn aan het hightechcluster rond ASML, onze Nederlandse trots. De keerzijde is dat de traditionele industriële powerhouses, zoals de chemie, wegkwijnen door torenhoge energieprijzen, verduurzamingseisen en een vastgelopen elektriciteitsnetwerk. Deze week hoorden we nog dat de enige Nederlandse zinksmelterij mogelijk de deuren sluit om precies deze redenen.
We kunnen helaas niet al onze eieren onderbrengen in één mandje. Het toekomstig verdienvermogen van Nederland, als thema bekend van oud-ASML-topman Wennink, is in het geding. De urgentie lijkt niet gevoeld te worden, omdat het misschien nog te goed lijkt te gaan. Maar geef het nog één crisis en het is duidelijk wat er op het spel staat: de welvaart van toekomstige generaties en die van nu. Niet dat die welvaart zo veel welzijn oplevert, laat staan welstand, want er zijn nog altijd een half miljoen woningen te weinig in Nederland. De regering borduurt slechts voort op plannen die onder voorgaande kabinetten al in voorbereiding waren en heeft vijf locaties aangewezen voor de versnelde bouw van ongeveer 30.000 woningen. Maar daarmee zijn we er nog lang niet. Er is maandenlang geschamperd, deels terecht, over de geringe prestaties van het kabinet-Schoof, maar waar zijn de verdiensten van dit kabinet? In welke mate kunnen we zelfs maar spreken van de beloofde grote ambities?
Ook op het gebied van asiel is er opvallend weinig klaargespeeld. Hoewel de regering erg trots is op het implementeren van het EU-migratiepact, zien we dat de asielinstroom niet voldoende daalt en het terugsturen van asielzoekers naar het eerste land van aankomst nog steeds wordt tegengehouden door de rechter. Zolang de instroom niet voldoende wordt beperkt, blijft ook de druk op de opvang bestaan. In het debat over het Asiel- en migratiepact heb ik al gewaarschuwd dat dit pact een papieren tijger dreigde te worden. Toen ik de minister van Asiel en Migratie vroeg welke aanvullende nationale maatregelen hij zou treffen indien dit het geval bleek te zijn, kwam er geen concreet antwoord. Later schreef de regering dat zij, mede naar aanleiding van de inzet van JA21, alle juridische ruimte wil benutten om de asielinstroom te beperken. Daarom vraag ik de regering opnieuw: waar ligt voor dit kabinet de grens? Wanneer concludeert de regering dat het Asiel- en migratiepact onvoldoende resultaat oplevert en dat de aanvullende nationale maatregelen noodzakelijk zijn? Welke nationale maatregelen mogen wij dan van deze regering verwachten?
Voorzitter. Als conservatief-liberale fractie kijken wij zo nu en dan achterom en grijpen we terug op de lessen uit het verleden. Die boodschap wil ik vandaag ook meegeven. Kijk terug naar een niet al te ver verleden om te hervormen voor de toekomst, want hervormen is het devies op allerlei terreinen. Laat ik tot slot mijn bijdrage met een paar zalvende woorden positief eindigen. Ook al gaat het allemaal moeizaam en is het soms wat chaotisch, JA21 waardeert de inzet van u allen en de premier in het bijzonder.
Voorzitter, dank u wel. Ik kijk uit naar de beantwoording.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik heb een voorstel. Meneer Schalk, u staat al, maar ik wil even heel kort schorsen en dan wil ik tot ongeveer 17.00 uur, 17.15 uur doorgaan met de volgende acht sprekers. Dan plakken we de pauze die we hadden ingepland vast aan de dinerpauze waarin ook de commissies OCW en Binnenlandse Zaken dan hun vergadering kunnen hebben. Dan hebben we een iets langere dinerpauze en kunnen wij zo 18.30 uur, 18.45 uur weer verder met de termijn van de kant van de regering en de tweede termijn van de Kamer. Dan schors ik nu tien minuten tot 15.50 uur. U krijgt een mail hierover met de gewijzigde tijden.
De vergadering wordt van 15.42 uur tot 15.55 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde zijn de Algemene Politieke Beschouwingen van de Eerste Kamer. We zijn in de eerste termijn van de Kamer en ik geef graag het woord aan de heer Schalk. Hij spreekt namens de SGP.
De heer Schalk i (SGP):
Mevrouw de voorzitter. Het is morgen precies een halfjaar geleden dat de minister-president hier was voor het debat over de regeringsverklaring. Toen heb ik hem een raadseltje verteld. Ik vertel het nog even in het kort voor de andere ministers die hier zitten. Het ging over de oude man, die onderweg naar de stad op een splitsing kwam en niet wist welke weg hij zou moeten nemen, en over het kleine jongetje dat zei: deze weg is heel kort, maar ook heel lang en de andere weg is heel lang, maar ook heel kort. Toen liep het jongetje hard weg en liet de oude man helemaal alleen achter. Welnu, de oplossing van dat raadsel leek toen zo simpel. Een halfjaar verder moet ik wel met een bekende Bijbelse uitdrukking zeggen: hoe lang hinkt gij op twee gedachten? Dat ging destijds over het kiezen tussen het dienen van God of van de afgoden. Vandaag gaat het hinken op twee gedachten over de keuze voor links of voor rechts. Allebei tegelijk gaat niet. Nederland snakt naar een vaste koers in het landsbelang. Sinds vorige week lijkt het erop dat het kabinet toch de korte weg kiest door over links te gaan, door voor dit moment de bezuinigingen op de sociale zekerheid te parkeren. Dat uitstel wordt door de vakbonden en de linkse partijen als een overwinning gezien, maar die euforie zal snel versmoren als duidelijk wordt waar de rekening komt te liggen. Immers, de grote vraag is wat er gebeurt met de begrotingen als de kaasschaaf gehanteerd gaat worden. En hoe, is mijn vraag aan de minister-president, voorkomt het kabinet dat het gedoe opnieuw begint bij de begrotingen of straks bij de Voorjaarsnota?
Het is duidelijk. Als het kabinet de korte route over links kiest, hebben we er heel wat problemen bij. De boerenstand wordt dan hard geraakt en we worden voor ons voedsel afhankelijk van het buitenland. Ondernemers worden gekraakt, de economie gaat op slot, de energievoorziening komt niet op orde en de energierekening wordt onbetaalbaar. Daar gaan we lang last van houden. Wat de SGP betreft kan het kabinet nog steeds kiezen voor de meer rechtse route met realistisch bestuur en gedegen financieel beleid. Daar zijn wij voor. Net als voor het gezin, voor het leven, voor Israël, voor de boeren, voor de ondernemers, voor inperking van de asielinstromen voor onze veiligheid met sectoren als politie en defensie. Ik loop een paar van deze punten langs.
Eerst het gezin. Dat staat voor de SGP voorop als hoeksteen van de samenleving. Daar moet warmte en geborgenheid zijn en dat vraagt om stabiele gezinnen waarin kinderen mogen rekenen op ouders die voldoende inkomen hebben om binnen het gezin zelf keuzes te maken. En daar schort het aan bij de plannen van het kabinet, want opnieuw komen de eenverdieners er bekaaid af. De kloof tussen een- en tweeverdieners wordt zelfs nog vergroot door de verhoging van de arbeidskorting. En dat terwijl de minister-president bij het debat over de regeringsverklaring hier een toezegging heeft gedaan de Kamer uiterlijk bij de Miljoenennota inzicht te geven in de uitwerking van de nieuwe kindregeling en de gevolgen daarvan voor het verkleinen van de kloof tussen een- en tweeverdieners. Waar kan ik de inlossing van deze belofte in de Miljoenennota terugvinden?
Ik zei het al, kinderen hebben recht op geborgenheid en warmte, veiligheid en zorg. Die bied je niet door te komen met de vergaande wet over draagmoederschap, louter om de kinderwens van iemand anders te vervullen. Je weet van tevoren dat het kind de meest fundamentele relatie kwijtraakt, namelijk die met de moeder die haar kind negen maanden onder het hart heeft gedragen. Is de regering bereid een pas op de plaats te maken en het belang van het kind centraal te gaan stellen? In dat gezin moet je veilig zijn, ook al ben je nog heel klein, ja, zelfs al lig je nog in de moederschoot. Jaar in, jaar uit waarschuwt de SGP tegen de toenemende abortusaanvallen, aantallen moet ik zeggen. Inmiddels zijn dit er rond 40.000 per jaar. Dat is meer dan 100 per dag. Zomaar één vraag: is de premier echt van mening dat dit allemaal noodgevallen zijn? Dan is het toch schokkend als je deze zomer hoort van een proef met late abortussen op sociale gronden? Kinderen waarvan de geboorte wordt opgewekt na 22 tot 24 weken zwangerschap en die gewoon levensvatbaar zijn, worden vervolgens niet verzorgd, zodat ze vanzelf wegsterven. Dat is toch tenhemelschreiend, letterlijk? Hoe ziet de minister-president dat? Valt dit puur juridisch onder dood met voorbedachten rade of onder dood door schuld? En wat is moreel gezien eigenlijk precies het verschil tussen zo'n ongeboren kindje van 23 weken en een van 25 weken of 39 weken zwangerschap? Is de regering bereid deze pilot stil te leggen en eerst een fundamenteel debat te voeren over het afwijken van de bestendige wetstoepassing?
Mevrouw de voorzitter. Veiligheid is niet alleen nodig binnen de gezinnen, maar ook in ons land. Vandaag mogen we wel ons diepe respect uitspreken voor onze politiemensen. Als je ziet wat die voor de kiezen krijgen … Dat is onbeschrijfelijk. En het gaat van kwaad tot erger. Het is zonneklaar dat onze politie vooral wordt geconfronteerd met beroepsrelschoppers, die elke gelegenheid aangrijpen om de openbare orde te verstoren. Waarom komen deze relschoppers als ze wetten overtreden, ermee weg, meestal zonder boete of zelfs zonder geregistreerd te worden? Welke mogelijkheden biedt het snelrecht om mensen niet alleen op te pakken maar hen ook te laten opdraaien voor de door hen veroorzaakte schade?
Onze veiligheid vraagt ook om een blik op het wereldtoneel. Dan kom ik bij onze defensie. Defensie, dat gaat over het geheel aan maatregelen, middelen en de krijgsmacht waarmee een land zichzelf en bondgenoten beschermt tegen aanvallen en bedreigingen. Dat geldt voor ons land, maar natuurlijk ook voor al die landen in de brandhaarden van deze wereld. Binnen de NAVO staan we pal voor het recht van zelfverdediging van al onze bondgenoten. Mijn vraag is: geldt dat ook voor landen die geen onderdeel zijn van de NAVO, zoals Oekraïne, Sudan, Israël, Somalië en de Democratische Republiek Congo?
Wereldwijd is er veel aan de hand. Dat heeft ook consequenties voor de enorme migratiestromen, die ook Nederland raken. De fractie van de SGP was van mening dat de Asielnoodmaatregelenwet een goede stap was, maar helaas heeft die wet het uiteindelijk niet gehaald toen door een aantal partijen in deze Kamer om opportunistische redenen de medemenselijkheid die in de novelle werd aangereikt, niet werd aanvaard. Veel partijen verwezen destijds naar het Migratiepact. Kan de minister-president aangeven wat inmiddels de effecten van dat pact zijn? Er is veel overlast van asielzoekers. Is het met snelrecht mogelijk om mensen die zich hier niet weten te gedragen, snel terug te zenden?
Mevrouw de voorzitter. De SGP vraagt ook aandacht voor de boeren. Onze boeren verdienen onze steun. Ze zorgen voor de voedselvoorziening en ze dragen mede zorg voor natuur en milieu door te innoveren en door mee te doen aan agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Maar het wipwapbeleid van de laatste decennia brengt hen tot wanhoop. De generieke-uitstootnorm in het laatste plan van de regering vraagt onhaalbare investeringen voor de boeren, juist de extensieve bedrijven worden hard geraakt en provinciale gebiedsprocessen worden doorkruist. Hoe gaat de regering de onlangs aangekondigde maatregelen zo ombuigen dat het behapbaar is voor onze boerenbedrijven? Boeren zijn ook nog eens ondernemer, net als al die mensen in tal van sectoren die hun ondernemerschap tonen en zorgen voor economische impulsen. Wanneer gaan de ondernemers iets merken van de ambitie van het kabinet om te snoeien in regelgeving?
Mevrouw de voorzitter, tot slot. Toch nog iets over de minderheidscoalitie. Er is een opmerkelijk verhaal over David, die koning werd over twaalf stammen van Israël. In de Kronieken van Israël is genoteerd wat elke stam aanbracht. De ene stam had 4.000 soldaten, de volgende had er 7.000 en er was er ook eentje met 20.000 of zelfs 50.000 krijgers. Dan staat er ineens één stam tussen genoemd met maar 200 man, een minderheid, zou je kunnen zeggen. Maar weet u wat daarover in de Bijbel staat? Dat waren "mannen met verstand van de tijden". Verstand van de tijden, dat hebben we nodig: dat we gaan verstaan, zien, begrijpen wat er nu eigenlijk echt aan de hand is. In de Bijbel zien we keer op keer dat het niet goed gaat als we God, de schepper van hemel en aarde, vergeten. Dan loopt het gewoon spaak. Als je kijkt naar de problemen in ons land, lijken ze wel onoplosbaar. Wordt het niet eens tijd om ons te bezinnen, terug te keren naar Gods goede geboden, die heilzaam zijn?
Verstand van de tijden. In de Statenvertaling van de Bijbel staat een mooie kanttekening, een toelichting op die term. Dat is: "verstandige en ervaren mannen, die goeden raad konden geven, op welken tijd men allerbest wat zou mogen of kunnen doen of laten, hetzij in den krijg en de regering, of ook in de landbouwerij".
Mevrouw de voorzitter. Dat wens ik het kabinet toe: verstand van de tijden.
Ik dank u wel.
De voorzitter:
Meneer Bovens, voor een exegese.
De heer Bovens i (CDA):
Het is natuurlijk goed om nog even Augustinus aan te halen: wij zijn de tijden. Maar dat zal ik bij de heer Schalk niet doen.
De heer Schalk (SGP):
"Wij zijn de tijden."
De heer Bovens (CDA):
Ik wil wel wijzen op wat hij zei over kiezen voor links of rechts. Hij had daar een mooie Bijbeltekst bij. Dat is een goeie. Ik heb even gekeken, maar ik zie bij Jozua 1 staan: zorg dat je je houdt aan de wet, wijk daarvan niet af, naar rechts noch naar links, dan zul je overal slagen. Volgens mij zegt de Bijbel dat het in het midden te vinden is.
(Hilariteit)
De heer Schalk (SGP):
Ik ben natuurlijk ontzettend blij als ik andere Bijbelteksten hoor dan die ik zelf gelezen heb. Inderdaad, bij Jozua was dat het geval. Dat ging natuurlijk overigens wel over de doordocht door de Jordaan. Als je dan naar links of rechts ging, kwam je nergens. Ik vind dat toch nog wat anders dan een politieke keuze die hier gemaakt wordt, maar dank voor de prachtige suggestie.
Voorzitter, dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik geef graag het woord aan mevrouw Perin. Zij spreekt namens Volt.
Mevrouw Perin-Gopie i (Volt):
Voorzitter, dank u wel. Ik heet ook nog de ministers en de minister-president van harte welkom hier. Ik hoop dat u comfortabel zit en nog even wil blijven zitten.
Vandaag doen we iets unieks in deze Kamer, want we hebben een debat met de premier over plannen die geen meerderheid kennen. In deze Kamer is dat niet heel uniek, maar dat ze in de Tweede Kamer ook geen meerderheid kennen, vind ik vrij uitzonderlijk. Dat die meerderheid er niet is, is niet omdat kiezers dat willen of omdat wij dat met elkaar een goed idee vinden, maar omdat de coalitie er heel bewust voor heeft gekozen, zeker gezien het gegeven dat Volt en PRO samen optrekken in dit proces en hebben aangegeven met de regering in gesprek te willen gaan om te komen tot een pakket van het Belastingplan en de begrotingen van '27 die kunnen rekenen op een meerderheid in de Tweede Kamer maar ook hier, in de Eerste Kamer. Mijn eerste vraag aan de minister-president is dan ook: waarom maakt het kabinet geen gebruik van deze uitgestoken hand om tot een stabiele meerderheid te komen?
De brief van de minister-president en de minister van Financiën van 29 september maakt het vooruitzicht van het kabinet over de keuze of het gaat voor een stabiele meerderheid diffuser. In de brief schrijft de minister-president namelijk onder andere dat hij in gesprek wil met Volt over AI en met BBB over stikstof, maar dat hij ook nog wil praten over medisch-ethische kwesties. Dit zijn voor mij wel zeer principiële onderwerpen, waar je verschillende kanten mee kunt opgaan. Ik vroeg me dus wel af: wat is de waarde van de gespreksvorm die de minister wil volgen, en welke ruimte ziet het kabinet op deze dossiers?
Voorzitter. Ik vraag me toch ook wel af of de minister-president zich er wel van bewust is dat er, als we de grote uitdagingen waarvoor we staan willen aanpakken, een heldere koers nodig is. Alle crisissen en uitdagingen van vandaag, of het nu gaat om de wooncrisis, stikstof of de vastgelopen asielketen, klimaatverandering, de betaalbaarheid van de zorg of het sociale stelsel, zijn al decennialang voorspeld. Die crisissen zijn ontstaan doordat we ook al decennialang te maken hebben met doorschuifpolitiek, een politiek van pappen en nathouden en de tijd met elkaar uitzitten totdat de peilingen voor iemand gunstig worden.
Voorzitter. Als u het mij vraagt, is het aardig brutaal voor een minderheidskabinet om te gaan shoppen voor verschillende meerderheden en om vervolgens een doorstart te maken met de doorschuifpolitiek, waarbij Nederland geen stap verder komt in een duurzame, toekomstbestendige samenleving. Voor een duurzame, toekomstbestendige samenleving is het nodig voorbereid te zijn op die toekomst.
Dat brengt mij bij AI. AI is de grootste sociaal-economische en geopolitieke verandering van deze generatie. De ontwikkeling van AI gaat zo snel dat inmiddels al is gebleken dat AI sneller en intelligenter is dan de beveiliging van overheden, bedrijven en financiële instellingen. Daar kun je als overheid nooit grip op krijgen als je niet samen optrekt in Europa tegen de techgiganten. We zijn daar nu al rijkelijk laat mee, maar nog niet te laat. Ik vraag me af hoe de minister-president daarnaar kijkt. Welke rol gaat Nederland in de EU pakken om ervoor te zorgen dat Europa marktleider wordt op het gebied van AI? Niet zozeer omdat AI nu zo hot en happening is, maar omdat we zonder investeringen in AI talenten zullen zien vertrekken naar andere continenten, onze veiligheid in gevaar komt en de Nederlandse en Europese economie langzaam zullen afbrokkelen. In de brief van de minister-president lees ik dat AI onder het kopje "niet-financiële wensen valt". Dan worden de zorgen van Volt niet minder.
Voorzitter. Daarnaast is het uitgerekend in deze Kamer van belang hoe we mensenrechten blijven beschermen in tijden waarin AI zich steeds verder ontwikkelt. AI en ook andere technologie moet primair tot doel hebben om mensen te dienen, en niet andersom. We weten inmiddels dat AI bestaande discriminatie kan reproduceren, dat AI desinformatie kan verspreiden en de impact ervan kan vergroten, en dat AI kan worden ingezet om mensen te manipuleren, en voor nog veel meer, gelukkig ook positieve dingen.
Voorzitter. De volgende generatie groeit nu op in een samenleving waarvan wij de digitale spelregels moeten bepalen tijdens het spel. Daarom wil Volt dat bij wetgeving over AI expliciet wordt gekeken naar de gevolgen voor kinderen en naar kinderrechten. Of het nu gaat om de toepassing van AI in het onderwijs, de zorg of online, kinderrechten moeten goed geborgd zijn. Is het kabinet bereid om een kinderrechtentoets een structureel onderdeel te maken van toekomstige wetsvoorstellen over AI die raken aan de leefwereld van kinderen?
Voorzitter. Dan wil ik het nog hebben over twee grote uitdagingen waar Nederland voor staat: wonen en klimaat. Twee dossiers die vaak als gescheiden worden gezien en behandeld, maar die heel duidelijk verband met elkaar houden. Klimaat is meer dan alleen groen. Klimaat is een prettige temperatuur, droge voeten en de nabijheid van een prachtige natuur vol biodiversiteit. Wonen is meer dan een dak boven je hoofd. Het is ook toegang tot het energienet, een betaalbare energierekening en een buurt zonder hittestress. Maar ook: voor iedereen een dak boven het hoofd. En daar ligt de grootste link tussen klimaat en wonen. Om meer woningen te kunnen bouwen moet Nederland van het stikstofslot af. Dat kan alleen wanneer in de stikstofplannen van het kabinet voldoende wordt geïnvesteerd in natuurherstel.
Natuurherstel is noodzakelijk om aan onze Europese verplichtingen te voldoen en juridisch houdbare vergunningverlening weer mogelijk te maken. Investeren we te weinig in natuurherstel, dan zitten we binnen de kortste keren weer in een nieuw stikstofslot, met alle gevolgen van dien voor agrarische ondernemers, de woningnood en uiteraard de natuur. Daarom vraag ik de minister-president vandaag om een heldere toezegging. Kan hij toezeggen dat het budget voor natuurherstel niet taakstellend is maar volgend is aan de natuurherstelopgave die noodzakelijk is om aan onze Europese verplichtingen te voldoen en juridisch houdbare vergunningverlening mogelijk te maken? Kan hij bovendien toezeggen dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de samenhang en het doelbereik van het stikstofpakket dat nu aan de Kamer is gestuurd? Voor Volt is het heel belangrijk dat we deze toezegging krijgen, want alleen als we zeker weten dat er voldoende wordt geïnvesteerd in natuurherstel, kunnen wij de stikstofplannen steunen.
Voorzitter. Dan wil ik ook nog even iets breder ingaan op Europa. Wat mijn fractie betreft zijn de Europese ambities van dit kabinet te beperkt en komen ze ook niet duidelijk uit de Miljoenennota naar voren. Daarom vraag ik de minister-president hoe hij gaat bijdragen aan meer draagvlak in Nederland voor een ambitieuze Europese agenda. Hoe verhoudt dit zich tot de terughoudende Nederlandse opstelling als het gaat om het EU-budget dat niet lijkt te passen bij de steeds grotere opgave waar we in Europa voor staan? Ik denk dat ik niemand hier in de Kamer eraan hoef te herinneren dat er een oorlog woedt op ons continent. Ook de uitdagingen rondom onze concurrentiekracht, veiligheid, energie en AI moeten we Europees aanpakken.
Mevrouw Lagas i (BBB):
Centen en betaling zijn natuurlijk altijd een probleem in Europa. Ik vraag aan mevrouw Perin van Volt of er misschien een mogelijkheid bestaat om de uitgaven van Europa wat te kanaliseren. Ik denk dan met name aan de regelmatige, idioot dure volksverhuizing naar Straatsburg. We hadden het daar in de pauze al even over en u was het eigenlijk met mij eens. U heeft als Volt, als partij in Europa, heel veel macht. Volt is een Europese beweging. Ik hoop dat mevrouw Perin mij steunt in mijn vraag aan haar om de inzet van Volt in Europa in te zetten voor het stopzetten van de verhuizingen naar Straatsburg. Dat gaat ons ontzettend veel geld schelen waar veel betere dingen mee gedaan kunnen worden.
Mevrouw Perin-Gopie (Volt):
Bedankt voor deze leuke vraag van collega Lagas. Zoals in ons Europese verkiezingsprogramma staat, vinden wij ook dat het Europese heen-en-weergereis onnodig is en dat dat zou moeten stoppen. Dat moet je zien in samenhang met het feit dat we de Europese Unie veel democratischer moeten organiseren. In die samenhang, met een democratische Europese Unie, hoort het er niet meer bij dat je heen en weer reist tussen twee locaties. Er zou dan één centrale locatie moeten zijn waar het parlement vergadert.
Mevrouw Lagas (BBB):
Fijn dat u dit voorstel steunt. Ik kijk uit naar de inzet van Volt in Europa om dat nu eindelijk op te pakken.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
Mevrouw Perin-Gopie (Volt):
Dan een ander belangrijk punt. De democratische rechtsstaat dient gerespecteerd te worden, maar die wankelt. Het respecteren van een democratische rechtsstaat betekent onder andere dat adviezen van instituties, zoals een Raad van State, niet worden behandeld als zomaar een mening. Het betekent ook dat bij wetgeving grondrechten daadwerkelijk het uitgangspunt vormen en dat het verbod op discriminatie niet alleen mooi in artikel 1 van onze Grondwet staat, maar ook bepalend is voor de keuzes die we hier maken. Voor de zomer rondde de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme haar werkzaamheden af en leverde ze vele adviezen op aan het kabinet. Inmiddels zijn we in de herfst beland en lezen we dat lhbtiq-acceptatie afneemt, dat steeds meer mensen begrip hebben voor mannen die hun vrouw slaan, en dat Roma, Sinti en reizigers nog altijd gediscrimineerd worden door de overheid. Gisteren bereikte ons het nieuws dat het UWV onze eigen burgers discrimineert op basis van migratieachtergrond of gender. Dit is nog maar een beperkte opsomming van voorbeelden van discriminatie waar achtergestelde groepen in Nederland mee te maken hebben. Mijn vraag aan de minister-president is dan ook wanneer er een reactie komt op de adviezen van de staatscommissie. Hoe gaat het kabinet ervoor zorgen dat er een duurzaam stelsel ontstaat dat discriminatie tegengaat en dat duurzaam gefinancierd wordt, zodat discriminatie en racisme echt uit de samenleving kunnen worden verbannen?
Binnen een democratische rechtsstaat hebben we natuurlijk ook het rechtsstatelijke. Dat betekent voor Volt ook dat de regering serieus omgaat met de uitspraken van een meerderheid van de senaat. In januari 2024 is in een debat over de Spreidingswet de motie-Perin-Gopie c.s. aangenomen. In die motie werd de regering verzocht om duurzame, kleinschalige asielopvang actief te stimuleren en belemmeringen weg te nemen. Deze motie is met een ruime meerderheid door deze Kamer aangenomen en nota bene medeondertekend door D66 en CDA. Inmiddels zijn we ruim tweeënhalf jaar verder en staat de motie nog altijd als niet uitgevoerd geregistreerd. Deze Kamer heeft het kabinet al gerappelleerd. Ik vraag de minister-president toch echt wanneer deze motie wordt uitgevoerd. Het uitvoeren van deze motie draagt namelijk ook bij aan een oplossing voor de verstopte asielketen.
Voorzitter. Ik kom tot een afronding. Normaal gesproken draagt een meerderheid de verantwoordelijkheid voor een stabiel landsbestuur en bevindt die meerderheid zich in het kabinet. Nu ligt die meerderheid niet bij het kabinet alleen, maar is een constructieve oppositie onmisbaar. Daarbij heeft het kabinet een gemakkelijke of een moeilijke weg te kiezen. In het belang van de samenleving reiken Volt en PRO het kabinet de hand om tot een stabiele meerderheid te komen voor het Belastingplan en de begrotingen voor 2027. Het is aan het kabinet om nu de keuze te maken tussen een stabiele meerderheid met steun in zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer, of de hand te overspelen en te gokken dat er voor elke begroting wel een meerderheid komt in deze Kamer. In het laatste geval worden grote keuzes weer niet gemaakt en wordt, zoals al decennialang wordt gedaan, gewerkt aan doorschuifpolitiek, ten koste van Nederland.
Voorzitter, ik kijk uit naar de reactie van de minister-president.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Van Rooijen van 50PLUS.
De heer Van Rooijen i (50PLUS):
Voorzitter. Welkom aan de minister-president en zijn ministersploeg. We leven wereldwijd in onrustige tijden. Ik ben zelf een kind uit de laatste oorlog op ons eigen grondgebied. Ik heb het weleens verteld: ik heb nog samen met veel dorpsgenoten uit Drunen in november 1944 in een molen dekking gezocht tegen granaten. Ik heb toen de angst gevoeld die daarbij hoort.
Ik hoop een kind van de vrede te blijven, samen met onze kinderen, kleinkinderen en komende generaties. De Tweede Wereldoorlog heeft Nederland niet gezocht, niet bevorderd en ook niet veroorzaakt, maar wel over zich heen gekregen. Sindsdien is de wereld alleen maar internationaler en meer verweven geworden, aanvankelijk vooral ten goede. We hebben gewerkt aan onderlinge betrokkenheid en zelfs aan economische wederzijdse afhankelijkheid, niet alleen om welvaart te ontwikkelen, maar ook om nieuwe oorlogen te voorkomen, met de Europese Unie als supervoorbeeld.
Belangentegenstellingen worden nu echter veeleer uitgevochten dan uitgepraat, zoals door de Verenigde Staten, Israël en Iran, maar ook hier in Europa, door Oekraïne en Rusland. 50PLUS blijft Oekraïne steunen.
De verzorgingsstaat, ooit als ideaal omarmd, vertoont nu forse slijtplekken, zoals een te grote overheid die zich inmiddels voor alles verantwoordelijk voelt, die de persoonlijke verantwoordelijkheid van burgers niet meer serieus neemt en die door eindeloze stromen verplichtingen, voorschriften en regelgeving de eigen verantwoordelijkheid zelfs ondergraaft. Een overheid die bovendien zelf in de uitvoering grote fouten begaat en die ook de economie niet stimuleert, maar langzaam wurgt in lasten, regels en onvermogen om knelpunten aan te pakken en problemen op te lossen.
Doordacht beleid om de samenleving te stimuleren heeft plaatsgemaakt voor telraambeleid dat voornamelijk gaat over gaten in de begroting en niet over gaten in de samenleving. De rekening wordt bijna vanzelfsprekend telkens over de schutting naar de burgers en het bedrijfsleven gegooid, in de vorm van steeds nieuwe lastenverhogingen. Daarbij wordt ook nog eens gepolariseerd door tamelijk opportunistisch en te gemakkelijk de rijk-armkaart te spelen, om nog maar niet te spreken over de links-rechtskaart. 50PLUS zegt: we buigen niet naar links en we buigen niet naar rechts. In mijn herinnering hoor ik het Van Agt nog zeggen.
Al met al piept en kraakt het en faalt zelfs ons belastingstelsel, soms helaas ook de Belastingdienst zelf. De motie-Van Rooijen over de instelling van een onafhankelijke adviescommissie over belastinghervormingen en toeslagen moet snel worden uitgevoerd. Gaat dat nu gebeuren?
Voorzitter. Het lijkt paradoxaal, maar op zich is een minderheidskabinet in een situatie als de huidige een uitstekende oplossing voor een doorbraak ten goede. De coalitie kan niet doordenderen, maar moet laveren op wisselende steun van buiten. De niet-regeringspartijen zijn soms oppositie, maar zitten soms ook aan tafel. Men heeft elkaar nodig. Tot nu toe werkt dat helaas niet, of amper. Graag horen we van de minister-president zijn grondige analyse. 50PLUS heeft de indruk dat het al begint bij het kabinet zelf. Het straalt geen eenheid uit, wat toch van levensbelang is voor een minderheidskabinet.
Mijn collega-fractievoorzitter in de Tweede Kamer, Jan Struijs, heeft zijn bijdrage aan de Algemene Politieke Beschouwingen helemaal in het teken gesteld van gezamenlijkheid, onderling vertrouwen en verbinding tussen generaties. Interne verdeeldheid vreet aan het gezag van een regeringsploeg. Dat gezag heeft het kabinet juist nodig om helpers van links of van rechts in te huren voor de vele klussen die moeten worden geklaard. Een buitenpartij — ik noem ze expres niet "oppositie" — krijg je pas mee als ze erop kan vertrouwen dat het ergens toe leidt en dat er ten minste een plan is.
CDA-collega Henri Bontenbal uit de Tweede Kamer heeft in zijn HJ Schoo-lezing verwezen naar de ervaringen met minderheidskabinetten in Denemarken. Ik plaats daarbij de kanttekening dat Denemarken een eenkamerparlement heeft. Bij ons is het wel ietsje gecompliceerder, met twee Kamers die bovendien verschillende meerderheden kennen. De Eerste Kamer wordt zo politieker. Werken met wisselende meerderheiden vergt in de politiek niet zozeer liefde, maar gezag, behendigheid en vertrouwen van twee kanten, waarbij elk vermoeden van zwartepieten en spinnen al destructief is.
Het depolariseren van de politiek en het weer werken aan constructief beleid en maatschappelijk draagvlak zijn enkele van de hoofdtaken van deze premier en zijn kabinet. Ziet de premier dat ook zo? Als het lukt, dan heeft zijn kabinet straks meer betekend voor ons land dan alleen zijn beleid. Dan is er weer verbondenheid en uitzicht. Als het mislukt, wat ik niet hoop, dan zal het kabinet niet lang leven en wordt de volgende verkiezingsuitslag een complete chaos. Ik neem aan dat de premier zich dat terdege realiseert. Ik hoop overigens ook dat deze Eerste Kamer zich dat realiseert.
Ook van de buitenpartijen kan inschikkelijkheid worden verwacht. Het op hoge toon blameren van het kabinet heeft geen enkel nut: niet voor de inhoud, niet voor het kabinet, maar ook niet voor die buitenpartij zelf. De overstap naar een deal met het kabinet wordt er lastig, zo niet onmogelijk, door. Wie is daarmee geholpen?
Zoals het kabinet eenheid en bescheidenheid zou moeten uitstralen, zo zou de betreffende buitenpartij veelal langs de binnenlijn moeten werken als voorbereiding op een gezamenlijke uitkomst. In het openbaar met elkaar loven en bieden scherpt eerder de verschillen aan dan dat het gezamenlijke uitkomsten genereert. Hoe het ook zij, de 50PLUS-fracties in de Tweede en de Eerste Kamer zijn bereid tot een constructieve opstelling jegens het kabinet. Ik hoop dat wij anderen daarbij ook zullen treffen. Nederland moet vooruit. Er zijn te veel problemen die maar blijven sudderen, van immigratie tot stikstof en boeren, van gasverbruik tot stroomtekort, van belasting op vermogen tot toeslagen en van woningnood tot mobiliteit. De klok slaat wat 50PLUS betreft nu voor het einde van de polarisatie, voor gezamenlijkheid, voor inhoud boven show en voor investeren boven al die passen op de plaats. Dat zal in de komende tijd dan ook de marsroute van 50PLUS zijn.
Voorzitter. Het kabinet is eindelijk eensgezind over box 3, met een novelle. De motie-Van Rooijen uit 2023 is toch uitgevoerd. Nu nog snel eensgezindheid over de dekking van de novelle. De aangehouden motie-Van Rooijen van 30 juni jongstleden, over de verlaging van de dividendbelasting in box 2, wordt gelukkig ook uitgevoerd, hoewel wij de 1,8% verlaging wat aan de zuinige kant vinden. Wij willen een nog grotere verlaging, in lijn met de motie van het VVD-lid in de Tweede Kamer, mevrouw Van Eijk. Die motie is medeondertekend door het CDA en JA21. Die motie komt vanmiddag in stemming. Is het kabinet daartoe bereid?
Voor alle duidelijkheid: 50PLUS is tegen elke beperking van de hypotheekrenteaftrek bij de eigen woning en tegen elke verhoging van het eigenwoningforfait. Dat is nota bene een puur fictief rendement. Wij zijn ook tegen elke verhoging van de erfbelasting. We willen ook geen afschaffing van de zogenaamde papieren schenking, aan kinderen bijvoorbeeld. Dat is geen constructie. Het bestaat al decennia. Je noemt het alleen een constructie om geld binnen te harken. Ten slotte is 50PLUS voorstander van een verhoogde vrijstelling van €1.800 en liever nog €2.000.
Voorzitter. Dan over ramingen. Wat opvalt is de precisie waarmee de verschillen in opbrengst tussen de vermogensaanwasbelasting en de vermogenswinstbelasting door het ministerie van Financiën kunnen worden berekend. Blijkbaar weten we nu al exact wat deze belastingen in 2040 zullen opbrengen. Uiteraard lijkt dit maar zo en zijn deze uitkomsten louter becijferd op basis van bepaalde financiële modellen. De vraag is dan ook: hoe goed zijn die modellen en in welke mate voeren wij hier schijndiscussies over allerlei technische aannames over de toekomstige vermogensgroei van aandelen en vastgoed in box 3? Op z'n minst zou je verwachten, zeg ik tegen de minister van Financiën, dat een aantal scenario's zou worden doorgerekend. Is het kabinet of is de minister hiertoe alsnog bereid? Ik overweeg anders een motie in de tweede termijn.
Voorzitter. Dan de pensioenen. Ik noem het toch maar. Ik heb het nog niet gehoord vandaag. Het gaat over 4 miljoen Nederlanders die AOW of pensioen krijgen, voor wie wij staan. Volgens het kabinet gaan de gepensioneerden er volgend jaar met 0,3% licht in koopkracht op vooruit. Dat is natuurlijk onzin. Dat is gebaseerd op een verwachte eenmalige bonus van het ABP, die bij invaren wordt gegeven. De rest van de gepensioneerden zal er in koopkracht op achteruitgaan. Waarom? Omdat Nederlandse pensioenfondsen nog steeds tientallen miljarden verliezen door de enorme rentedekking. Dat kan zo niet doorgaan. We praten hier over het pensioenvermogen van meer dan 10 miljoen Nederlanders. Ik zal in de tweede termijn een motie indienen om te vragen aan de minister van Sociale Zaken om op Verantwoordingsdag in mei inzicht te geven in de rendementen van de pensioenfondsen.
Mijn fractie wacht de antwoorden van de premier met belangstelling af.
De voorzitter:
Ik dank u wel, meneer Van Rooijen. Ik geef graag het woord aan de heer Van der Goot. Hij spreekt namens OPNL.
De heer Van der Goot i (OPNL):
Voorzitter. Welkom aan de minister-president en zijn ministersploeg. Mijn collega's in de Eerste Kamer zijn al lang vertrouwd met OPNL, maar misschien geldt dat niet voor alle kabinetsleden. Daarom geef ik een korte introductie.
OPNL is een platform van provinciale partijen die op dit moment twee gedeputeerden hebben, één in Noord-Brabant en één in Friesland. Daarnaast zijn er negentien Statenleden in zeven provincies. Deze achtergrond verklaart, denk ik, waarom OPNL staat voor de kracht van de regio. Dat sluit goed aan bij het coalitieakkoord van dit kabinet. Op dat regioaspect van het coalitieakkoord wil ik vandaag dan ook graag nader ingaan.
Voorzitter. In mijn bijdrage zal ik stilstaan bij een tweetal thema's, allereerst bij "Elke regio telt!" en het instrument van wetgeving, en ten tweede bij mijnbouw en het belang van een goede schadeafwikkeling.
Niet langer tegenover elkaar staan, maar eendrachtig samenwerken, is kort gezegd waar de coalitie van D66, CDA en VVD voor staat in relatie tot de regio's. In het coalitieakkoord Aan de slag buitelen de goede voornemens op dat vlak over elkaar heen, zoals eerder dit jaar in Binnenlands Bestuur te lezen was. Het regent regionale agenda's, regionale oplossingen en steunen op regionale kennis en kunde bij de aanpak van regionale uitdagingen. De regionale uitdagingen vragen om regionale oplossingen, vindt het kabinet. Er moet een goede regionale mix komen voor wat betreft het aanbod van onderwijs, de regionale en lokale omroepen moeten worden versterkt en we moeten zorgen voor meer regionale bereikbaarheid.
Dat regionale uitdagingen om regionale oplossingen vragen, weten we al langer. Wetenschappers, beleidsmakers en maatschappelijke organisaties bepleiten dat al jaren. Het rapport Elke regio telt! bracht die boodschap helder over. Het toenmalige kabinet beloofde daarop onder meer anders te gaan investeren. In de Voorjaarsnota moet duidelijk worden gemaakt hoe het kabinet die belofte waarmaakt. Wat gaat het daarvoor doen en welk geld trekt het daarvoor uit? Die praktijk is in de afgelopen jaren ook ontstaan.
Anders investeren zien we ook terug in het voorstel voor de Wet toekomstbestendige financiering mbo, dat nu in consultatie is. Als gevolg van de huidige financiering van mbo-instellingen dreigt forse verschraling van mbo's in de regio, bijvoorbeeld in Zeeland en Limburg, omdat de financiering nu gebaseerd is op studentenaantallen. In het wetsvoorstel leest mijn fractie de kern van Elke regio telt! impliciet terug, omdat de nieuwe verdeelsleutel nu ook nadrukkelijk rekening gaat houden met die regionale verschillen, juist omdat deze mbo'ers van levensbelang zijn voor de regionale economie. Met deze lijn wil ik het kabinet en zeker ook de MBO Raad complimenteren. Wat mij betreft is het wetsvoorstel een schoolvoorbeeld van hoe zowel Elke regio telt! als de kabinetsreactie vertaald zou moeten worden in wetgeving, waar van toepassing, uiteraard.
Ik wil de minister-president graag aanmoedigen om als kabinet deze lijn door te trekken. Regionale omstandigheden moeten bij het maken van wetgeving vanaf het begin meewegen. Dat voorkomt regelingen die versterken wat al sterk is, terwijl het Rijk elders in het land, zoals in de laatste jaren, een terugtrekkende beweging maakt. Daarom luidt mijn eerste vraag aan de premier, via u, voorzitter, of hij bereid is om bij de jaarlijkse regioparagraaf in de Voorjaarsnota aan te geven welke aankomende wetsvoorstellen belangrijke regionale gevolgen hebben, ook financieel, of kunnen hebben en hoe hij daarmee rekening houdt. Dan kan het parlement ook volgen hoe de ambities daadwerkelijk doorwerken in wetgeving, beleid en middelen. Immers, zo kan het kabinet laten zien dat elke regio telt. Mijn fractie overweegt een motie op dit punt.
Voorzitter. Dan ben ik bij mijn tweede onderwerp, dat ook in een aantal regio's een groot onderwerp is: mijnbouw en, met name, de schadeafhandeling daarvan. U begrijpt, de ervaringen in Groningen en uit de parlementaire enquête vormen een belangrijke inspiratiebron voor de volgende paragraaf. Daarin wordt Groningen overigens niet meer genoemd. Wanneer het Rijk mijnbouw toestaat, moet schadeafhandeling vooraf geregeld zijn. Inwoners moeten weten waar ze terechtkunnen, wat de risico's zijn en hoe de afhandeling is geregeld indien schade optreedt aan een woning of aan de omgeving. Niemand zou een langlopende administratieve procedure moeten doorlopen. Dat is van het grootste belang voor toekomstige besluiten over onze bodem. Of het nu gaat om het exploiteren van bodemschatten of het gebruik van de ondergrond voor de energietransitie, inwoners en medeoverheden moeten erop kunnen vertrouwen dat het Rijk verantwoordelijkheid neemt als er schade optreedt.
Dat vertrouwen ontbreekt. Neem Zuid-Limburg, waar we zien hoelang het Rijk al tekortschiet. Het is ruim 50 jaar geleden dat de mijnen sloten en nu is I3ML in een tijdelijke variant opgericht, maar er is nog niets uitbetaald. In Limburg ervaren ze de huidige staatssecretaris Jo-Annes de Bat als betrokken en benaderbaar, waarvoor ik hem via de premier wil complimenteren. Mijn fractie wil hem dan ook steunen bij het vlottrekken van de uitvoering. Denk aan het schrappen van onnodige administratieve stappen; dat gaat over I3ML. Geef medewerkers de ruimte om aanvragen af te handelen. Bind de Commissie Mijnbouwschade aan vaste, redelijke beslistermijnen en geef I3ML een permanente basis.
Dan mijn tweede vraag aan de minister-president. Wanneer neemt dit kabinet daarover een besluit? Of het een zelfstandig bestuursorgaan wordt of een Limburgse dependance van het IMG is voor mijn fractie niet doorslaggevend, wel dat inwoners tijdig en behoorlijk worden geholpen. Dat was ook de strekking van mijn breed aangenomen motie uit februari 2025: een toegankelijke, toereikende en tijdige schaderegeling, bij voorkeur via één loket, één samenhangend systeem, met regionale toegang. Het lijkt nu vooral een patroon te zijn van steeds een nieuwe regeling boven op een net wat andere regeling met andere procedures. Voor de regelingen wordt niet zelden ook weer een nieuwe administratie opgetuigd. Dat draagt niet bij aan slagvaardigheid, maar wel aan het wantrouwen.
Voorzitter. Wat er gebeurt als dat vertrouwen ontbreekt, zien we bijvoorbeeld in de provincie Fryslân, bij het gasveld Akkrum. Daar gaat het om een middelgroot gasveld dat zich over een lengte van 40 kilometer uitstrekt, ruwweg van Sneek via Drachten tot Oosterwolde, voor een belangrijk deel in een kwetsbaar veenweidegebied waar de druk op bodem en waterbeheer sowieso al zorgwekkend groot is. De provincie Fryslân, het Wetterskip Fryslân en de betrokken gemeenten, waaronder Leeuwarden en Heerenveen, zien veel risico's voor dit kwetsbare gebied en menen dat de lokale effecten niet goed meegewogen zijn in de winningsvergunning. Het ontbreekt de provincie Fryslân en de andere overheden in dit gebied aan zekerheid en vertrouwen, en dat in zo ernstige mate dat de betrokken medeoverheden onlangs hebben gekozen voor een gang naar de rechter. Zover zou het tussen overheden niet hoeven komen. Vandaar, voorzitter, via u mijn derde vraag aan de minister-president: graag uw reflectie hierover.
Harlingen, waar de problematiek speelt rond de zoutwinning, laat zien dat vertrouwen ook kan worden opgebouwd. Inwoners maakten in 2019 binnen de pilot Harlingen rechtstreeks afspraken met medeoverheden en de exploitant: een earlywarningsysteem voor "de hand aan de kraan" en toepassing van omgekeerde bewijslast. Daar werd samengewerkt om de winning en de afhandeling van eventuele schade goed te regelen. Maar vervolgens komt er nu vanuit het Rijk een ontwerpbesluit voor uitbreiding van de zoutwinning zonder eerst met diezelfde betrokkenen om tafel te gaan. Daarmee zet het Rijk het vertrouwen, dat lokaal jarenlang is opgebouwd, op het spel. En u weet: vertrouwen komt te voet en gaat te paard.
Voorzitter. Dit voorbeeld laat duidelijk zien dat de regio niet alleen een vragende partij is als we het hebben over regiobeleid. Hier had de regio een prachtig model te bieden waarmee alle belangen, de maatschappelijke cohesie en het vertrouwen in de overheid zijn gediend. En dat op mijnbouw, een enorm weerbarstig dossier. Vandaar, voorzitter, via u mijn vierde vraag aan de minister-president: wat moeten we hiervan leren over de intenties van het kabinet betreffende regionale oplossingen? Wil het kabinet vertrouwen opbouwen en behouden, dan moet het daaraan werken. Dan moet het Rijk een ordentelijke schadeafhandeling vooraf verzekeren en laten zien dat het huidige stelsel verbeterd wordt. Dat is een noodzakelijke voorwaarde voor toekomstige activiteiten in onze bodem, want als inwoners en regionale en lokale overheden vandaag niet op herstel kunnen rekenen, waarom zouden zij het Rijk morgen dan nog geloven? Graag een reflectie hierover, zo vraag ik via de voorzitter aan de premier.
Ik kijk uit naar de reactie van de minister-president.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Walenkamp namens de Fractie-Walenkamp.
De heer Walenkamp i (Fractie-Walenkamp):
Voorzitter, dank voor het woord. Taal is zeg maar echt mijn ding. Negen hoofdpunten, tien verzoeken. De toekomst van onze jongeren staat centraal. Mijn ogen heb ik daarom niet op de komende verkiezingen of lijsten gericht, maar op wat essentieel is voor de komende generaties.
Eén. Veiligheid en democratie. Wij moeten pal staan voor onze veiligheid en de democratische rechtsstaat en we moeten onze minderheden beschermen. Dan denk ik hier in de allereerste plaats aan onze Joodse gemeenschap, die al eeuwen een goede, mooie bijdrage levert aan Nederland, aan Europa, en die het de afgelopen jaren steeds moeilijker heeft. Ik woon zelf in Utrecht Overvecht. Ik zie dat daar de Joodse inwoners het steeds moeilijker hebben. Ze worden bespuugd en belaagd. De politie kan of wil niks doen. Morgen is het drie jaar geleden dat er iets afschuwelijk verschrikkelijks gebeurd is. Op 7 oktober 2023 viel Hamas Israël aan. Ik ben benieuwd hoe het kabinet dat drie jaar later duidt. Gaat het er de komende paar weken op reflecteren? Hoe relateren ze het aan onze veiligheid en democratie? Antisemitisme is de kanarie in onze kolenmijn.
Twee. Onderwijs. De uitslagen van het rapport van PISA, Programme for International Student Assessment, waren funest en verschrikkelijk. Nederland staat onderaan allerlei lijstjes, in ieder geval wat betreft leesvaardigheid. Slechts 4% van de Nederlandse scholieren scoort goed. 40% scoort gewoon slecht. Dat was 50 jaar geleden veel beter en 40 jaar geleden nog veel beter. We hebben het er eerder hier over gehad. Ik zou het kabinet via u, voorzitter, heel dringend willen vragen om op korte termijn met een plan van aanpak te komen. Deze jongeren vormen namelijk onze toekomst. Als deze jongeren niet geholpen worden, dan gaat het ook de komende jaren met onze economie en bewustwording van de democratie en de rechtsstaat zienderogen achteruit. Ziet het kabinet dat ook zo? Graag een heldere toezegging.
Onderwijs deel twee. Op veel scholen gaan voor de zomervakantie bijna alle leerboeken, of in ieder geval veel, gewoon de kliko in. Als er iets niet duurzaam is, is het dat er ieder jaar voor miljoenen mensen echt heel veel dure boeken gewoon worden weggegooid. Ik vind dat zonde. De Autoriteit Consument & Markt heeft er ook aandacht voor gevraagd. De markt voor schoolboeken werkt dus niet. Stop met de koppelverkoop. Organiseer een goed handhavingsverzoek, geacht kabinet.
Scholen hebben veel werk te doen. Het kost scholen veel moeite om over te stappen. Er gaat heel veel tijd in zitten. Docenten hebben al geen makkelijk beroep. Bij het overstappen moeten zij in de zomervakantie volledig de methode doornemen. Dat gebeurt bijna ieder jaar. Er moeten beter passende leermaterialen ontwikkeld worden, niet alleen voor de leraren en de scholen, maar ook voor de toekomst. Geacht kabinet, beloon de overstappers. Het ministerie van Onderwijs moet dat stimuleren met onorthodoxe maatregelen.
Men kan bijvoorbeeld tijdelijk extra geld geven aan scholen die overstappen naar een andere uitgever. Heel veel les- en werkboeken op Nederlandse scholen gaan maar één jaar mee. Ze worden gewoon standaard weggegooid. Dat is echt een enorme berg afval. Daar kunnen we echt wat aan doen. Bij dezen vraag ik het kabinet, via u, mevrouw de voorzitter, in ieder geval drie toezeggingen op dit dossier. Ik vraag het kabinet om scholen meer ruimte te geven tot bepaling van het lesmateriaal, los van de dwingende monopoliepositie van uitgevers. Twee. Ik vraag het om boetes te geven aan scholen die boeken binnen vijf jaar weggooien. Drie. De opbrengst daarvan plus een bonus moet qua stimuleringsgelden ingezet worden voor scholen die het wél creatief en zuinig aanpakken.
Drie. Gemeentes. We wonen allemaal in een gemeente in Nederland. Ik spreek heel wat gemeentes. Ik heb jarenlang betrokkenheid bij gemeenteraden gehad. Heel wat gemeentes kampen met structurele, krappe en onzekere inkomsten. Ik noem de krappe woningmarkt, de krappe jeugdzorg en de krappe Wmo. Kabinet, gelieve de volgende drie dingen toe te zeggen. Ik doe het maar even kort, gezien de tijd.
Focus op zware gevallen in de jeugdzorg. Het is echt van de ratten besnuffeld — neem me niet kwalijk, mevrouw de voorzitter — dat nu een op de zes jongeren in Nederland … Als leraar betekent het dat ik vijf leerlingen in de klas heb die in de problemen zitten. Dat moet echt anders. Focus op zware gevallen in de jeugdzorg. Organiseer het hele jeugdzorgsysteem zo snel mogelijk echt anders. Het kan echt beter.
Drie. De woningmarkt zit nu op slot. Het is echt idioot dat een hele hoop gewone mensen geen woning kunnen kopen. Kom met concrete voorstellen.
Vier. Over het Nationaal Archief heb ik hier nog niets gehoord. Daarop wordt flink bezuinigd. Daar gebruiken ze de Archiefwet voor. Archieven zijn en blijven belangrijk zodat iedereen toegang kan krijgen tot alle relevante informatie om een reconstructie van het verleden mogelijk te maken, nu en in de toekomst. Dit is een conditio sine qua non voor een goed functionerende wetenschap, journalistiek en tegenmacht, de countervailing power, die we in ons land moeten blijven behouden, zeker ook voor de toekomst. Is het kabinet dat met mij eens?
Het Nationaal Archief zegt dit te moeten doen vanwege de bezuinigingen als gevolg van de nieuwe Archiefwet. Die lees ik heel anders. Geldt dat ook voor u? Het betekent: het afstoten van publiekstaken, stoppen met historisch onderzoek en geen particuliere archieven meer aannemen. Je zou denken: waar maakt die Walenkamp zich druk over? Als alleen overheidsinformatie en overheidsvoorlichting worden bewaard, dan betekent dat buitengewone eenzijdigheid. Dat lijkt me nogal gevaarlijk. Dat is niet conform de countervailing power, die we hier moeten willen cultiveren. Die nieuwe koers is echt gevaarlijk. Dat heeft ook 50% van de medewerkers van het Nationaal Archief aangegeven. Wat gaat dit kabinet daaraan doen?
Vijf. Onze economie ligt aan het infuus en moet gezonder worden. Daar heb ik drie keer eerder op gewezen. Laat ik één punt noemen. ASML-CEO Peter Wennink heeft zeker 30 concrete suggesties gedaan. Ik heb in september vorig jaar om een toezegging gevraagd. Ik geloof dat daaraan gewerkt wordt, maar het is nu tijd voor actie. Ik bedoel dan niet zozeer een staking in het ov. Wat is de stand van zaken?
Ik wil u specifiek vragen wat er gedaan kan worden om de marginale belastingdruk te verlagen. Op Prinsjesdag wordt meestal een pdf gepubliceerd met de tabellen van de marginale druk. Er wordt aangegeven wat men gaat verdienen, hoe dat afgedragen wordt en in welke vorm. Wennink heeft het hier ook over, maar dan ten aanzien van de situatie voor bedrijven. Overigens gaat het dan niet alleen over de befaamde marginale druk, maar ook over het tijdstip waarop de fiscus langskomt, bijvoorbeeld in een relatief vroeg stadium. Dat klinkt herkenbaar. Hij noemt het een "opeenstapeling van maatregelen, waardoor steeds vaker belasting geheven wordt op momenten waarop investeringen bedrijfseconomisch nog geen rendement opleveren". Dit lijkt een ver-van-mijn-bedshow, maar dat betekent dat heel wat nieuwe bedrijven en de start-upscene het steeds moeilijker krijgen. Zie bijvoorbeeld pagina 125 van het rapport-Wennink. Wat gaat u eraan doen om ervoor te zorgen dat het belastingsysteem doelmatiger wordt ingericht?
Zes: werk. Het lukt zeer slecht om mensen in de bijstand aan het werk te krijgen. Zie Binnenlands Bestuur van 30 september, onder andere het interview met hoogleraar Paul de Beer. "Alle initiatieven hebben weinig tot geen zin gehad", aldus hoogleraar Paul de Beer. Dat is echt zorgwekkend. Liever de warmte van een baan dan de kilte van een uitkering, zou ik zeggen. Wil het kabinet toezeggen hier op korte termijn werk van te maken?
Punt zeven. Uitgeprocedeerde asielzoekers moeten zo snel mogelijk worden uitgezet. Dat doen andere landen vele malen beter dan Nederland. Hier heb ik ook drie keer eerder aandacht voor gevraagd. Dit is een heel belangrijk punt. Het zorgt voor meer draagvlak om rechthebbende mensen te blijven ontvangen en om hulp te bieden als mensen die dat recht niet hebben, zo snel mogelijk worden uitgezet. 95% blijft hier hangen en daar doen we niets aan. Dit kan echt niet. Het draagvlak valt weg. Dat ziet u ook aan de zorgen in de samenleving.
Acht. Taal is de sleutel tot integratie, cultuurkennis is de deur tot participatie en OTVEM, Opdracht, Terrein, Vijand/Vrienden, Eigen middelen en Methode, is het succes. Waarom zeg ik dit? Een heleboel nieuwkomers leren met moeite Nederlands op A1-niveau als basisgebruiker, conform de Wet inburgering 2021. Mijn voorstel zou zijn om deze eisen te versterken, ook voor die mensen zelf. Wie binnen twee jaar B2-niveau haalt, krijgt een bonus, bijvoorbeeld een actieve coach om een baan te zoeken. We hebben heel wat vacatures. Geef nieuwkomers die binnen twee jaar B1-niveau of binnen drie jaar B2-niveau halen, een gratis werkbezoek, stage of andere hulp, specifiek op een gebied waar vacatures zijn. Kabinet, wilt u met een plan hiertoe komen?
Kabinet, taal is zeg maar echt mijn ding. Dat gun ik jullie allemaal. Het verrijkt je leven en de maatschappij, en zeker onze jongeren. Met dank aan Paulien Cornelisse. En dan nog iets, ook met dank aan Paulien Cornelisse: het gaat nog weleens mis in de communicatie, dus goed onderwijs is van levensbelang. Ik wens u veel succes. Geef ons perspectief. We zien uit naar de beantwoording.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik geef het woord aan de heer Van de Sanden. Hij spreekt namens de Fractie-Van de Sanden.
De heer Van de Sanden i (Fractie-Van de Sanden):
Dank, voorzitter. Ook namens mijn fractie hartelijk welkom aan alle ministers. Ik heb de indruk dat zij na bijna zevenenhalf uur behoorlijk gesetteld zijn in vak K.
Vorige week nam ik deze Kamer mee naar 1980, naar een schoolreis naar Checkpoint Charlie, naar de spiegels, naar de honden en naar een Donald Duck die met volstrekte ernst in beslag werd genomen. Ik eindigde toen met de woorden: het antwoord van de regering is aan haar; de vraag is aan ons. Vandaag geef ik het antwoord van mijn fractie. Dat antwoord is kort: Nederland handelt te traag en kijkt nog te naïef. In een tijd die snelheid en helderheid eist, is dat geen schoonheidsfout, maar een veiligheidsrisico. Ik zeg dat langs drie lijnen: Oekraïne, de bescherming van ons eigen land en de technologie die de aard van macht verandert.
Voorzitter. Er zijn oorlogen die over grenzen gaan en er zijn oorlogen die over een beginsel gaan. Deze oorlog is van de tweede soort. Oekraïne verdedigt het beginsel dat grenzen niet met geweld worden hertekend. Dat beginsel heeft ons sinds 1945 beschermd. Valt het daar, dan valt het overal. Steun aan Oekraïne is daarom geen gunst die wij verlenen, maar de prijs van onze veiligheid. Elke dag dat Oekraïne standhoudt, hoeft niemand anders die linie te houden. Nederland heeft al veel gedaan; daar mogen we best trots op zijn. Oekraïne is ook het land waarvan Europa het meest kan leren. Geen Europees leger kent de oorlog van vandaag zo goed: drones, elektronische oorlogsvoering en aanvallen op energienetten. Wie samen met Oekraïne produceert, versterkt beide. Steun zonder doel is een gebaar. Het doel is helder: Oekraïne moet aan de goede kant van het nieuwe IJzeren Gordijn komen te liggen.
Ik heb in 1980 gezien wat de andere kant daarvan betekent. Op dinsdag vroeg ik de regering welke meerjarige verplichting zij wil aangaan. Het antwoord was dat de Unie essentieel is voor de steun. Dat is waar, maar een vaststelling is nog geen verplichting. Moskou leest onze begrotingen mee. Wie per jaar steunt, zegt tegen het Kremlin dat het slechts hoeft te wachten. Ik vraag de regering daarom om een toezegging: veranker de steun aan Oekraïne voor ten minste vier jaar in de meerjarenramingen. In deze oorlog is voorspelbaarheid zelf een wapen.
Terwijl Oekraïne de voorste linie houdt, ligt de achterste linie hier. Ik moet vaststellen dat die dunner is dan de regering mogelijk denkt. Naïviteit heeft vele gedaanten: we kochten gas in Moskou en grondstoffen in China en noemden dat efficiency, maar het was afhankelijkheid. De gedachte dat Washington ons hoe dan ook zal blijven beschermen, is ook naïef. Een Amerikaanse regering die Europa en het bondgenootschap tegen elkaar uitspeelt, zorgt niet voor garanties. Europa moet zichzelf kunnen verdedigen, desnoods zonder Amerika. Dat brengt een ongemakkelijke waarheid met zich mee. Vroeg of laat zal Europa de moeilijkste vraag moeten beantwoorden, namelijk wie de afschrikking draagt als Washington twijfelt.
Naïviteit zit ook dichter bij huis. Gegevens over Defensielocaties en Defensiepijpleidingen stonden openbaar online. Op 9 juni zegde de minister van Defensie toe die per direct offline te laten halen. Samen met de collega's Van Gasteren, Beukering en Marquart Scholtz vroeg ik wat "per direct" betekende. Vorige week maandag kwam daarop het antwoord. "Per direct" bleek een ambtelijk verzoek op 11 juni, formele opdrachten in juli, een deel van de gegevens offline op 24 augustus en pas een structurele oplossing voor het landelijke register vanaf november. De minister van Defensie kan een ander ministerie niet opdragen gevoelige gegevens af te schermen. Een protocol acht de regering desgevraagd niet nodig. De minister-president werd niet geïnformeerd omdat er — ik citeer — "geen aanwijzingen waren voor een concrete of acute dreiging". Ik laat die zin even landen.
In de Oostzee zijn kabels en leidingen beschadigd, boven Europese kazernes en vliegvelden verschijnen drones, er zijn sabotageacties in diverse Europese landen en westerse chips duiken op in Russische wapens. Mijn vragen daarover van 4 september wachten nog op een antwoord en de regering wacht op een concrete aanwijzing. Ik verwijt de minister niets. Zij deed slechts wat het stelsel haar toestond. Maar wat ik zie, is erger dan onwil: het is de naïviteit van het systeem, dat in deze tijd eerst wacht op een concrete aanwijzing, op de aanval zelf.
In 1980 besloot een grenswacht in enkele minuten dat een Donald Duck een gevaar was. Dat regime was paranoïde. We hebben meer dan een zomer nodig gehad om alle gegevens over onze eigen defensie-infrastructuur, grotendeels althans, van het internet te halen. Tussen paranoia en naïviteit loopt een smal pad. Dat pad heet waakzaamheid. De regering zegt dat volledige afscherming nieuwe risico's schept voor grondroerders en hulpdiensten. Dat klopt. Daarom vraag ik daar ook niet om. Ik vraag de regering toe te zeggen tijdelijke afscherming als uitgangspunt te nemen wanneer Defensie daarom vraagt, met toegang voor wie die beroepsmatig nodig heeft, totdat de afweging is afgerond. Eerst beschermen, dan wegen: dat is geen gebrek aan zorgvuldigheid; dat is de juiste volgorde.
Voorzitter. Diezelfde naïviteit dreigt bij de technologie die de aard van macht verandert. Vorige week dinsdag vroeg ik wie kunstmatige intelligentie bouwt. Vandaag vraag ik wie ons beschermt tegen wat zij mogelijk teweegbrengt. AI is geen dossier; het is een revolutie. Zij raakt de arbeid, het onderwijs, onze democratie, onze netwerken. Denk aan deepfakes die een verkiezing ontwrichten en aan cyberaanvallen die met AI sneller worden dan onze verdediging. Een staat die daarop niet is voorbereid, wordt door de gebeurtenissen geregeerd in plaats van andersom. En wij weten in dit land wat er gebeurt wanneer een systeem over burgers beslist zonder dat iemand kan uitleggen waarom. Die les hebben wij duur betaald. We mogen hem, nu op nog grotere schaal, niet opnieuw leren.
Wij bereiden ons voor op overstromingen en pandemieën. Wij brengen de risico's in kaart, oefenen en wijzen verantwoordelijken aan. Daarvoor bestaat een beproefd instrument, namelijk de Rijksbrede Risicoanalyse Nationale Veiligheid. Ik vraag dus niets nieuws. Ik vraag alleen dat wij dat instrument ook op deze omwenteling als zelfstandige veiligheidsfactor richten. Ik vraag de regering toe te zeggen precies dat te doen: per domein de risico's, de maatregelen en de verantwoordelijke bewindspersoon aan te wijzen voor 1 april 2027.
Vorige week dinsdag zei ik dat de rechtsstaat geen handrem is, maar het stuur. Een stuur zonder bestuurder is een ongeluk dat op een bocht wacht. Ik heb twee vragen aan de minister-president. Hij werd niet betrokken bij een kwestie van nationale veiligheid. Is hij bereid bij interdepartementale veiligheidsrisico's voortaan zelf doorzettingsmacht te nemen? Wanneer ontvangt deze Kamer antwoord op de vragen over de exportcontrole van chips?
Voorzitter. Ik sluit af bij die bus. In 1980 stond ik aan de goede kant van de spiegel. Ik had daar niets voor gedaan. Anderen hadden het voor mij gedaan, mensen die weigerden op te geven toen alles verloren leek. Op 18 juni 1940 sprak een van hen, generaal De Gaulle, vanuit Londen. Hij zei: wat er ook gebeurt, de vlam van het verzet mag niet doven en zal niet doven. Vandaag staan de Oekraïners bij die spiegel. Hun vlam brandt nog. Zij vragen ons niet om bewondering; zij vragen ons om volharding. De vraag was aan ons. Vandaag liggen er drie antwoorden op tafel en ik vraag de regering die toe te zeggen. Mijn fractie draagt een motto: nulli inclinans. Voor niemand buigend, niet voor Moskou, niet voor Peking en, met alle vriendschap, ook niet voor Washington.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Visseren-Hamakers van de Fractie-Visseren-Hamakers.
Mevrouw Visseren-Hamakers i (Fractie-Visseren-Hamakers):
Dank, voorzitter. Dit zijn mijn eerste Algemene Politieke Beschouwingen. Het is echt een enorme eer om tijdens dit belangrijke debat de Partij voor de Dieren te mogen vertegenwoordigen.
Voorzitter. Het kabinet breekt met deze Miljoenennota met de trend van de afgelopen jaren om in toenemende mate niet economische groei, maar brede welvaart centraal te stellen. Deze Miljoenennota keert dus terug naar de economische logica van de spreekwoordelijke donkere Middeleeuwen. Het verlichte inzicht van de afgelopen jaren dat er meer op aarde is dan economische groei laat dit kabinet, in navolging van het kabinet-Schoof, links liggen. Het concept "brede welvaart" komt welgeteld, op een totaal irrelevante manier — ik zei het eerder al in een interruptiedebatje — twee keer voor in deze Miljoenennota, terwijl de Eerste Kamer afgelopen voorjaar een motie heeft aangenomen die het kabinet oproept om brede welvaart een centrale rol te geven in deze Miljoenennota. Waarom heeft het kabinet deze motie naast zich neergelegd, vraag ik de premier.
Voorzitter. Wie de geschiedenis bestudeert van de concepten "bruto nationaal product" en "economische groei", concepten die pas in de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw gemeengoed zijn geworden, leert dat dit geen neutrale concepten zijn. Het zijn specifieke antwoorden op de vraag hoe we vooruitgang definiëren en wie profiteert en wie opdraait voor de kosten. De ontwikkelaars van het concept "bruto nationaal product" waren zich er toen al van bewust dat het bnp geen maatstaf is voor welzijn. Toch verheft het kabinet economische groei in de Miljoenennota tot nationale opdracht. Het kabinet hangt dus zijn hele beleid op aan cijfers die nooit zijn bedoeld om het welzijn van een land te meten.
Voorzitter. Wat heb je aan economische groei als door die groei veel bestuivers met uitsterven worden bedreigd? Wat heb je aan economische groei als vervolgens door klimaatverandering en vervuiling een tekort aan schoon drinkwater dreigt? Wat heb je aan economische groei als er pfas in het bloed van vrijwel alle Nederlanders te vinden is? Wat heb je aan economische groei als omwonenden van Schiphol ziek worden door slaapgebrek? Graag een reactie van de premier. Maakt dit kabinet onderscheid tussen gewenste en ongewenste economische groei? Zo ja, wat is dan gewenst en ongewenst, vraag ik de premier. Is het kabinet bereid om brede welvaart alsnog centraal te stellen in de uitwerking van haar plannen en in de zoektocht naar meerderheden in de Tweede en Eerste Kamer?
Voorzitter. Deze beschouwingen over brede welvaart hebben invloed op de hele Miljoenennota. Ik zoom in op drie onderwerpen waarop de noodzaak om af te stappen van het op een ouderwetse manier meten van welzijn het meest acuut is. Ik overweeg moties op alle drie de onderwerpen. Ten eerste de natuur. Gezonde ecosystemen vormen de basis van ons bestaan. De biodiversiteit in ons koninkrijk blijft achteruitgaan. Eén manier om de natuur te beschermen is door democratische vernieuwing, door de natuur een stem te geven in besluitvormingsprocessen. Is het kabinet bereid te onderzoeken hoe rechten van de natuur in de wet kunnen worden vastgelegd?
Ten tweede onze drinkwatervoorziening. Zonder water geen leven. Dat weten we allemaal. Het zorgen voor voldoende schoon drinkwater is dan ook een belangrijke verantwoordelijkheid van de overheid. We merken dat beschikbaarheid en kwaliteit van drinkwater onder druk staan, onder meer door klimaatverandering en vervuiling. De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur, waterschappen en drinkwaterbedrijven vragen het kabinet om actie. Is het kabinet bereid het Watermanifest 2026 als uitgangspunt te nemen voor het beleid voor voldoende en goed drinkwater?
Ten derde ons voedselsysteem. De keuzes binnen ons voedselsysteem zijn doorslaggevend voor dierenwelzijn, stikstof, natuur, water en klimaat. De doelen op deze beleidsterreinen kunnen alleen worden bereikt door te werken aan een echt duurzaam en een echt diervriendelijk voedselsysteem. De plannen van het kabinet zijn onvoldoende. De premier heeft tijdens het debat over de regeringsverklaring afgelopen voorjaar in deze Kamer beaamd dat de veehouderij uiterlijk in 2040 100% dierwaardig zal zijn. De staatssecretaris stelt nu in zijn brief dat "maatregelen wel realistisch, uitvoerbaar en betaalbaar moeten blijven". De wetenschappelijke toets maakt inderdaad, letterlijk en figuurlijk, vegan gehakt van de plannen van de staatssecretaris en constateert dat de veehouderij als geheel ook na 2040 niet dierwaardig zal zijn. Zelfs niet ten aanzien van routinematige ingrepen zoals het couperen van varkensstaartjes, wat al decennialang verboden is en al decennialang wordt gedoogd. Wat is nou het kabinetsbeleid, vraag ik de minister-president. Kan de Kamer nog vertrouwen op een heldere uitspraak van de premier tijdens een debat?
Het lijkt erop dat de dieren ook met dit kabinet nog steeds het slachtoffer blijven van het dogma van economische groei. Daarom heeft de Partij voor de Dieren een eigen wetsvoorstel ingediend om echt een einde te maken aan de bio-industrie. Daarnaast constateert PBL dat de stikstofplannen weliswaar een stap in de goede richting zijn, maar niet voldoende zijn om de gestelde doelen te halen. Het aantal dieren dat in de landbouwsector wordt gehouden, zal volgens het PBL verder moeten dalen. Volgens de recente Klimaat- en Energieverkenning ligt Nederland niet op koers voor de klimaatdoelen van 2030, 2040 en 2050. De emissies in de landbouw zijn nauwelijks gedaald en er is weinig specifiek beleid voor de veehouderij. We moeten dus echt tempo maken met de transitie naar een duurzame en diervriendelijke landbouw. Veel boeren en organisaties, zoals die verenigd in het Groenboerenplan, laten zien dat het kan. Het landbouwbeleid barst van het geld. Het nieuwe MFK biedt kansen om dit geld te besteden aan de voedseltransitie. Is het kabinet bereid om binnen het Nederlandse NRPP de landbouwsubsidies vooral in te zetten om de transitie naar een duurzame en diervriendelijke landbouw te realiseren? Dit kan onder meer door de voorlopers te ondersteunen.
Voorzitter. Het kabinet zal moeten kiezen. Door af en toe over rechts en af en toe over links meerderheden te zoeken, haal je de doelen op het gebied van duurzaamheid niet. Een beetje milieuvriendelijker is niet duurzaam. Een beetje minder dierenleed is niet dierwaardig. En een beetje schoon water is nog steeds vies. Ik kijk uit naar de beantwoording door het kabinet en voorts ben ik van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie.
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft een interruptie van de heer Van Hattem.
De heer Van Hattem i (PVV):
Mevrouw Visseren-Hamakers, die namens de Partij voor de Dieren in deze Kamer spreekt, maar voor de duidelijkheid namens de Fractie-Visseren-Hamakers spreekt, hebben we horen zeggen dat de pfas-vervuiling in ons bloed zit en overal. Ze heeft het over een "beetje schoon water". Maar we hebben ook moeten vaststellen dat windturbines jaarlijks vele tientallen kilo's microplastics loslaten die in ons milieu, onze leefomgeving en daardoor ook in ons lichaam terechtkomen. Is mevrouw Visseren het met mij eens dat we ook kritisch moeten kijken naar windturbines en wat mij betreft er helemaal mee moeten stoppen als die zo veel microplastics in ons milieu loslaten?
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Dank aan de heer Van Hattem voor deze vraag. De oplossing voor het energievraagstuk is het minder verbruiken van energie. Dus we zullen woningen moeten isoleren. We moeten gewoon minder energie gaan gebruiken. Dat is stap één. In al onze economische sectoren, in huishoudens, in bedrijven is dat stap één in onze energietransitie. Daarmee zullen we minder energie nodig hebben en dus ook minder energie hoeven te produceren. Dat er afval is, zoals bij elke manier waarop je energie produceert, is een gegeven. Daarom zet de Partij voor de Dieren in op het zo min mogelijk gebruik maken van energie en op de noodzaak om het produceren van energie te verminderen. We zullen kritisch moeten kijken naar het afval dat wordt geproduceerd door elke energievoorziening, of het nu kernenergie is, waarbij afval geproduceerd wordt dat nog honderdduizenden jaren radioactief is, of windturbines.
De heer Van Hattem (PVV):
Het punt is … We kunnen zeggen dat we minder energie moeten verbruiken, maar het kabinet zet ook in op elektrificatie, om juist meer naar elektrisch te gaan in plaats van fossiele brandstoffen. Daarbij is er een steeds hogere energievraag voor elektriciteit, die onder andere wordt ingezet via die windturbines. Ik vraag me af of het dan wel voldoende is om te zeggen dat we minder energie moeten gebruiken. Kunnen we niet zeggen: we gaan het alleen nog maar doen op de manier die zo min mogelijk afval produceert? Dat is bijvoorbeeld met thorium, een ontwikkeling die nu in gang wordt gezet, met een veel kortere vervaltijd van radioactiviteit. Het is ook herbruikbare energie, het is veel veiliger, het is niet exclusief. Als we nu inzetten op thorium in plaats van op windturbines, kunnen we toch een veel beter leefmilieu voor ons allemaal bereiken?
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
De heer Van Hattem verwijst naar het kabinetsbeleid. Ik hoop dat de heer Van Hattem begrijpt dat ik hier niet het kabinetsbeleid ga verdedigen.
De heer Van Hattem (PVV):
Uiteraard.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Dat is fijn. Wat de Partij voor de Dieren betreft, moeten we minder energie gaan verbruiken, omdat bij elke vorm van energieproductie je afval produceert of een impact hebt. We zullen dus ook kritisch moeten kijken hoe we onze economie vormgeven. Dat was eigenlijk de kern van mijn betoog: laten we nou kijken welke economie we willen ontwikkelen in Nederland. Niet elke economische groei is immers duurzaam. En als je die keuzes hard maakt, als je heel kritisch kijkt welke sectoren de meeste energie verbruiken en welke sectoren energiezuiniger zijn, dan zal je dus minder energie nodig hebben en dus ook minder energie hoeven te produceren. Uiteindelijk heeft de Partij voor de Dieren natuurlijk een voorkeur voor hernieuwbare energie, en dat is wind en zon.
De heer Van Hattem (PVV):
Dan komen we tot de kern. Door in te zetten op windenergie komen die microplastics in ons milieu en wordt onze gezonde leefomgeving te grabbel gegooid. Zouden we dan niet, in plaats van in te zetten op windenergie, moeten kijken naar veel betere alternatieven? Dat zijn in ieder geval geen windturbines.
De voorzitter:
Mevrouw Visseren tot slot. U hebt eigenlijk al geantwoord op deze vraag.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Ik heb gezegd dat, als windturbines aan het einde van hun levensduur zijn, er afval wordt geproduceerd. Ik weet dat de sector heel hard bezig is met het recyclebaar maken van die windturbines. Maar het is evident dat er afval wordt geproduceerd. Dat is bij elke soort energieproductie zo, met name bij kernenergie.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik tot slot graag het woord aan de heer Beukering. Hij spreekt namens de fractie Beukering.
De heer Beukering i (Fractie-Beukering):
Voorzitter, dank u wel. Vandaag is het goed om te bedenken waarom zo veel Nederlanders het gevoel hebben dat de politiek steeds verder af komt te staan van hun dagelijkse werkelijkheid. Dat vertrouwen herstelt niet door een communicatiecampagne op TikTok, X of Instagram. Het vertrouwen herstelt wanneer de regering uitlegbare keuzes maakt, afspraken nakomt en zichtbaar, zorgvuldig en betrouwbaar omgaat met belastinggeld. Daar ontbreekt het aan.
Neem Oekraïne. Laat ik helder zijn: Oekraïne is aangevallen en verdient onze steun. Maar solidariteit ontslaat het Westen niet van een eerlijke lastenverdeling. Volgens de meest recente Kiel-cijfers over bilaterale steun komt Nederland uit op ongeveer €620 per inwoner, Frankrijk op circa €115 en Italië op ongeveer €70. Daarmee draagt een Nederlander per hoofd ruim vijf keer zo veel bilaterale steun bij als een Fransman, en bijna negen keer zo veel als een Italiaan. Mijn vraag aan de minister-president is waarom Nederland zo'n scheve verdeling accepteert. Waarom moet de Nederlandse belastingbetaler per hoofd zoveel meer bijdragen dan inwoners van grotere Europese economieën? Dat wringt bijvoorbeeld als we kijken naar de bruggen, wegen, sluizen en spoorlijnen in ons land die toe zijn aan renovatie en vervanging. Maar ook bij de brandstofprijzen wringt het. Ik maak geen simpele tegenstelling met "óf Oekraïne, óf Nederland", maar een kabinet moet wel kunnen uitleggen waarom miljarden voor internationale verplichtingen snel gevonden kunnen worden, terwijl noodzakelijke investeringen in de fysieke faciliteiten in ons eigen land jarenlang worden doorgeschoven.
Dan ontwikkelingssamenwerking. Voor de jaren 2027 tot en met 2029 komt er opnieuw ruim 1,1 miljard extra beschikbaar. Daarbinnen wordt 50 miljoen euro per jaar extra ingezet voor maatschappelijke organisaties, democratieprojecten en onder meer de oprichting van het Civic Space Fund. Daarnaast staat er expliciet €750.000 per jaar voor pleitbezorging en beleidsbeïnvloeding in Nederland. Ik zeg niet dat iedere ngo nutteloos is. Integendeel, maatschappelijke organisaties kunnen concrete hulp bieden. Maar het wordt principieel iets anders wanneer de overheid belastinggeld inzet om maatschappelijke organisaties ook de publieke opinie, het Nederlandse beleid en het debat te laten beïnvloeden. Daar wordt de NPO al vaak genoeg van beschuldigd. Daarom vraag ik de minister-president wie bepaalt welke maatschappelijke opvattingen en meningen met belastinggeld worden versterkt en welke niet. Kan hij garanderen dat politieke kleur bij ngo's of de NPO geen beslissende invloed heeft? Beïnvloeding die door de overheid wordt geselecteerd én betaald verdient op z'n minst transparantie, afspraken en duidelijkheid. Anders is het ordinaire propaganda.
Voorzitter. Over Israël is genoeg gezegd. Ik heb eigenlijk maar één vraag aan de minister-president. Zou hij ons kunnen uitleggen dat hier geen sprake is van selectieve verontwaardiging? Juist bij internationaal recht mag rechtsgelijkheid geen gelegenheidsbegrip worden.
Dan defensie. Ik steun de NAVO-afspraak dat Nederland voorlopig doorgroeit naar 3,5% van het bbp voor de kern van defensie. Maar geld alleen creëert geen krijgsmacht. Dat doen mensen. Defensie telt inmiddels ruim 86.000 medewerkers en moet in 2030 boven de 100.000 uitkomen. De vraag is dus niet alleen wat we gaan kopen, maar vooral waar we de mensen die militair willen worden vandaan halen. Daarbij wil ik twee groepen mensen benoemen die Defensie zelf nog steeds onvoldoende bereikt. Om te beginnen zijn dat jongeren met een migratieachtergrond. Waarom lukt het na jaren van inclusiebeleid nog steeds onvoldoende om hen voor de krijgsmacht en voor de verdediging van onze mooie maatschappij te interesseren? En dan de vrouwen. Slechts één op de acht militairen is vrouw, ondanks jarenlang bevorderingsbeleid. Vrouwen vormen de helft van de arbeidsmarkt. Hoe verklaart het kabinet dit verschil? Ligt het probleem bij de werving, bij de organisatiecultuur of bij de realiteitswaarde van het beleid, dat wensdenken als basis heeft? Ik hoor heel graag wat Defensie de komende vier jaar aantoonbaar anders gaat doen, en niet alleen welke campagne of welk nieuw reclamelogo eraan komt.
Voorzitter. Er is nog een ander personeelsvraagstuk dat aandacht behoeft, te weten de cultuur binnen Defensie. Een krijgsmacht die zich voorbereidt op oorlog moet zeker kunnen omgaan met tegenspraak of kritiek. Fouten moeten kunnen worden gemeld, misstanden moeten boven tafel komen. Defensie heeft gelukkig onlangs zelf erkend dat veel klokkenluiders geen positieve ervaring over hun melding hebben. Maar er verandert voorlopig weinig. De klokkenluiders staan nog steeds in de kou. Ik vraag de minister-president: hoe realistisch zijn onze ambitieuze groeiplannen als medewerkers niet het volle vertrouwen hebben dat zij veilig hun mond open kunnen doen? Militaire weerbaarheid is niet alleen materieel. Militaire weerbaarheid is ook leiderschap, voorbeeldgedrag, vertrouwen en bescherming van mensen die hun professionele verantwoordelijkheid nemen.
Voorzitter. Ik spreek over logistieke weerbaarheid uit eigen ervaring. Als jonge stafofficier heb ik gewerkt aan Lines of Communication en Host Nation Support. Een mooie tijd. In de Koude Oorlog was de les al eenvoudig: de krijsmacht is slechts zo sterk als de logistieke lijnen waarover mensen, munitie, brandstof en materieel kunnen worden aangevoerd. Dit is een harde les van Napoleon, die helaas steeds wordt vergeten. Nederland is geen achterland. Wij zijn de toegangspoort voor Europa. Wij moeten als het nodig is Amerikanen, Canadezen en Engelsen kunnen ontvangen en doorvoeren naar de oostflank. Onze infrastructuur is daarmee niet alleen een verantwoordelijkheid van Rijkswaterstaat. Onze infrastructuur is onderdeel van onze nationale veiligheid en onze economie, en ook van onze verplichtingen als Host Nation.
Mijn vraag aan de minister-president is daarom: kunnen onze huidige wegen, bruggen, spoorwegverbindingen en havens die massale militaire aanvoer in een ernstige crisis daadwerkelijk aan? Je kunt honderden tanks kopen, maar als een brug het gewicht van een tank niet aankan, blijft die tank staan. Daarom overweeg ik in tweede termijn in het kader van de bredere NAVO-opgave van 5% een motie in te dienen over het uit oogpunt van veiligheid en weerbaarheid prioriteit geven aan Nederlandse infrastructuur die aantoonbaar noodzakelijk is. De 3,5% voor de kern van defensie blijft staan; het gaat met name over de aanvullende 1,5%.
Voorzitter. Over onze energie en maakindustrie is voldoende gezegd. Kernenergie is en blijft nodig. We kunnen kernenergie echt niet om ideologische redenen steeds het eeuwige sluitstuk van de begroting maken. Wanneer wordt betrouwbare en betaalbare energie, waaronder een toegankelijke beschikbare gasvoorraad, weer een harde economische en strategische randvoorwaarde? Zonder concurrerende energieprijzen verliezen we niet alleen banen en industrie, maar ook een deel van onze zelfstandigheid en weerbaarheid.
Voorzitter. Vertrouwen ontstaat wanneer woorden en werkelijkheid weer bij elkaar komen, wanneer internationale solidariteit eerlijk wordt verdeeld, wanneer belastinggeld controleerbaar wordt besteed, wanneer rechtsprincipes consequent worden toegepast, wanneer Defensie niet alleen geld, maar ook mensen, tegenspraak en logistieke daadkracht krijgt, en wanneer wij onze eigen infrastructuur en energievoorziening behandelen als fundamenten van onze nationale veiligheid. Dat is de samenhang die ik vandaag van het kabinet vraag. Wie zijn eigen fundamenten niet op orde heeft, kan zijn bondgenoten onvoldoende steunen. Brengen wij die fundamenten wel op orde, dan versterken we niet alleen Nederland, maar ook de verdediging van het vrije Westen.
Afsluitend, voorzitter. Op haar hoogtepunt gaf de Sovjet-Unie bijna de helft van het bbp uit en dat doet Nederland nu ook. Zes van de tien Nederlanders werken voor de overheid of zijn afhankelijk van de overheid. Sinds 2000 zijn de overheidsuitgaven met ruim 50% gestegen. In de komende jaren groeien de overheidsuitgaven, en daarmee de belastingen, nog steeds verder. Ik denk dat we op een gegeven moment moeten ophouden met te vragen wie er nu meer belasting moet gaan betalen, maar ons misschien eens moeten afvragen waar al dat geld naartoe gaat. Is het nu niet eens tijd om het tij te keren en drastisch het mes te zetten in ons eigen overheidsvlees? 30% minder communicatie- en beleidsambtenaren lijkt een goede start.
Ik kijk uit naar de antwoorden. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Wenst een van de leden nog in de eerste termijn het woord? Dat is niet het geval. Dan ga ik schorsen voor twee commissievergaderingen en de dinerpauze, tot 18.45 uur.
De vergadering wordt van 17.26 uur tot 18.46 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik moet nog even melden dat ik bij de stemming over het ordevoorstel vanmiddag een fout heb gemaakt. Toen heb ik geheel onterecht niet genoemd dat Forum voor Democratie ook voor het ordevoorstel heeft gestemd. Dat heeft overigens niks uitgemaakt voor de uitslag van de stemming, maar ik wil melden dat Forum voor Democratie ook voor het voorstel van de heer Van Hattem heeft gestemd.
Dan zijn wij nu toe aan de beantwoording van de regering in de eerste termijn. Ik geef het woord aan de minister-president.
Minister Jetten i:
Dank u wel, voorzitter. Het was interessant om aan het begin van de dag te aanschouwen dat een deel van uw leden nog dacht: waarom voeren we dit debat eigenlijk? U bent er toch vanuit alle inhoud in geslaagd om twee keer zo veel vragen te stellen als de Tweede Kamer bij de Algemene Politieke Beschouwingen. Dat is toch een eerste compliment waard.
De voorzitter:
Het gaat in deze Kamer om de inhoud.
Minister Jetten:
Zeker, zeker. In al die inbrengen en vragen zag je één rode draad terug, namelijk een diep gevoel van urgentie en de overtuiging dat we het met elkaar moeten doen, en met respect voor elkaar. De heer Van Uhm is een aantal keren aangehaald vanwege zijn indrukwekkende bijdrage tijdens die bijzondere verenigde vergadering, met de tekst "nietsdoen is geen optie". Dat bleek vandaag ook het geval te zijn. Het kabinet deelt dat urgentiegevoel. Wij zijn aangetreden met de belofte dat we aan grote doorbraken willen werken op de gebieden van stikstof en de toekomst van de landbouw, meer woningbouw, het beperken van de asielinstroom en meer grip op migratie, het bouwen aan een nieuwe economie via innovatie en investeringen in infrastructuur, de energietransitie en ruimte voor ondernemers en een sociaal stelsel en zorg die klaar zijn voor de toekomst. Op al die thema's zijn we vanaf dag één vol aan de slag gegaan.
Dat is meer en meer in de overtuiging dat dat extra nodig is in een steeds onrustigere wereld, waarin de veiligheid van Nederland onder druk staat. Het punt wat betreft veiligheid zien we steeds dichterbij komen, zoals onlangs bij de luchthaven van Leipzig waar Russische drones zijn aangetroffen en tijdens de permanente aanvallen op het Internationaal Strafhof en de internationale rechtsorde, die onder druk staat. In zo'n turbulente wereld kunnen we ons verdeeldheid eigenlijk niet permitteren, niet in Nederland, niet in Europa en niet met onze bondgenoten wereldwijd.
Het was waardevol dat onder meer de heer Rosenmöller in dat verband ook de ervaringen van de oorlogsgeneratie aanhaalde, met een prachtige bijdrage waarin ook zijn vader centraal stond. Ik denk ook aan de heer Van Rooijen, die zijn eigen herinneringen aanhaalde uit de tijd dat hij in het kabinet nog hard aan het werk mocht.
In het coalitieakkoord hebben we ook erkend dat die grote doorbraken taai zijn en hard werken vergen. Heel eerlijk gezegd hebben we dat zelf inmiddels ook ondervonden. Besturen met een minderheidskabinet betekent namelijk dat meerderheden elke dag verdiend moeten worden, ook in dit huis en ook in dit debat. Daar heeft mevrouw Huizinga-Heringa een paar mooie woorden over gesproken.
Sinds de zomer, sinds Prinsjesdag, wil het kabinet ook laten zien dat we bereid zijn om te luisteren, om plannen aan te passen en compromissen te sluiten. Zo krijgen ook niet-coalitiepartijen meer en meer de ruimte om met ons samen resultaten te boeken. Ik ben dan ook hoopvol dat we zowel in de politiek als in de polder de komende tijd weer meer naar elkaar toe kunnen bewegen. Dat gaat soms met drie stappen vooruit en weer twee achteruit, maar uiteindelijk gaan we er komen. Dat is ook mijn hoop voor dit debat. Ik hoop dat we weer een stap dichter bij oplossingen komen voor een aantal van de grote uitdagingen die voor ons liggen, vanuit verbinding en vertrouwen, zeker ook richting de samenleving.
Een van uw illustere voorgangers zei daarover: "Indien de politiek de burger wil inspireren om zelf verantwoordelijkheid te nemen, zullen politici zelf de bereidheid moeten hebben om verantwoordelijkheid te tonen." Met die wijze woorden van Herman Tjeenk Willink zou ik graag de inhoudelijke beantwoording willen starten.
Voorzitter. Dat doe ik allereerst langs alle thema's in het kader van geopolitiek, justitie, veiligheid en migratie. Het tweede blok gaat over economie, de arbeidsmarkt en financiën. Het derde blok betreft alles wat de fysieke leefomgeving raakt. Tot slot zijn er een aantal overige vragen.
Voorzitter. Laat ik allereerst nog wat uitgebreider ingaan op dat samenspel tussen kabinet en beide Kamers. Daar hebben namelijk velen van u uitgebreid bij stilgestaan. Daarbij wil ik nogmaals benadrukken wat we hier ook in het debat tijdens de regeringsverklaring al uitgebreid met elkaar hebben gewisseld, namelijk dat dit kabinet weigert te geloven dat samenwerken of polderen versleten begrippen zijn. Dit is voor ons namelijk echt de weg vooruit op een aantal grote thema's waarvan Nederlanders al langer denken: is de politiek nog in staat om grote problemen op te lossen en grote doorbraken te realiseren? De beweging die het kabinet de afgelopen weken heeft gemaakt op het terrein van de SZW-begroting, het Belastingplan of box 3 moet u ook echt in dat licht zien: luisteren naar de oppositie en het zetten van een stap in uw richting om meerderheden voor onze plannen dichterbij te brengen.
Een aantal van de fracties hebben gewaarschuwd dat constant werken met wisselende meerderheden ook risico's met zich meebrengt. Tegelijkertijd is het wel echt onze overtuiging dat het op grote thema's als internationale veiligheid of het oplossen van de stikstofproblematiek beter is om altijd te kijken of je een meerderheid meer kunt laten zijn dan de helft plus één en of je maximaal rekening kunt houden met gevoelens van verschillende minderheden in de Kamer of in het land, omdat we daarmee meer draagvlak realiseren voor een aantal grote hervormingen die niet in één kabinetsperiode zullen zijn afgerond.
De heer Bovens wees daarbij terecht …
De voorzitter:
Mevrouw Lagas heeft eerst een interruptie.
Mevrouw Lagas i (BBB):
Ik zou het de premier niet aan willen doen dat hij iets overslaat. Zo ken ik u niet. U bent altijd stipt. U noemde een mooi rijtje op van zaken waarover gesproken is. U noemde daar onder andere sociale zekerheid netjes in. Ik mis er nog eentje. Ik heb een dringend verzoek gedaan om ook stikstofproblemen in dat rijtje te zetten. Die noemde u niet. Ik neem aan dat dat een omissie is en dat dat onderwerp er wel bij hoort?
Minister Jetten:
Volgens mij heb ik stikstof helemaal aan het begin genoemd als een van de belangrijkste thema's: stikstof en toekomstperspectief voor de landbouw. Ik ga straks zeer uitgebreid in op alle vragen die u daarover heeft gesteld.
Mevrouw Lagas (BBB):
Dank u.
De voorzitter:
Zoals altijd zeg ik: graag via de voorzitter.
Mevrouw Lagas (BBB):
Ja, mevrouw de voorzitter, u heeft helemaal gelijk.
De voorzitter:
Dat doet u altijd, maar ik zeg het even tegen de minister-president.
Mevrouw Lagas (BBB):
Ik vond het een beetje tricky zoals de minister-president dat net zei. Hij noemde het namelijk in zijn inleiding een probleem, maar hierna noemde hij een rijtje op van thema's waarmee hij direct aan de slag ging qua overleg en het maken van een beweging, en volgens mij horen de stikstofproblemen ook in dat rijtje thuis. Ik doel dan op het rijtje waarbij hij sprak over in overleg gaan en aan tafel gaan zitten. Dat heeft de minister-president volgens mij nu ook toegezegd. Dat heb ik goed begrepen?
Minister Jetten:
Ja, dat klopt, want zeker de grote uitdagingen op het gebied van stikstof en landbouw kunnen we alleen voor elkaar krijgen als we dat in gezamenlijkheid doen, met partijen in de Kamer maar zeker ook met heel veel agrarische organisaties. Daar zal ik straks uitgebreider op ingaan.
Dat sluit aan bij de vraag van de heer Bovens, waar ik net bij aankwam, omdat hij mij ook vroeg wat de rol is die de samenleving kan spelen in het herstel van het vertrouwen. Wij hebben daarbij als kabinet vanaf dag één gezegd dat wij de partijen in de polder de hand willen reiken, omdat die voor een heel groot deel cruciaal zijn in het vinden van een aantal oplossingen. Dat is in de volle breedte. Dat zijn de medeoverheden, de waterschappen, de gemeenten en de provincies, die voor veel van onze inwoners de eerste overheid zijn. Het zijn vaak de wethouders en de raadsleden die in de zaaltjes staan om moeilijke discussies met inwoners aan te gaan of besluiten uit te leggen. Dat doen we met de sociale polder als het gaat om het aanjagen van economische groei of het vernieuwen van de sociale zekerheid. Dat doen we zeker ook met agrarische organisaties en natuurorganisaties als het gaat om het verbeteren van de stikstofaanpak. Soms kan het dus ook helpen om eerst een maatschappelijk akkoord te sluiten en daarna het draagvlak in de Kamer te zoeken. We zijn wat dat betreft ook erg blij dat we binnen enkele weken de samenwerkingsagenda met de medeoverheden formeel kunnen tekenen.
In deze turbulente tijden, waarin er veel druk bij de politiek ligt, waarschuwde mevrouw Lagas terecht voor de kwaliteit van de besluitvorming, die ook een onderdeel is van het vertrouwen dat we moeten herstellen. Wij zullen er bij wetgevingsprocedures alles aan doen om zo zorgvuldig mogelijk om te gaan met de positie van beide Kamers, maar we voelen tegelijkertijd ook de druk om de doorlooptijden van wijziging van wet- en regelgeving fors te versnellen. We weten dat we daarom af en toe ook een beroep doen op de Eerste Kamer om vaart te maken met de behandeling van wetgeving waarvan u denkt: daar hadden we graag wat weken of maanden extra de tijd voor genomen. We zullen in onze wetgevingstrajecten telkens proberen om daar zo goed mogelijk rekening mee te houden, maar dat zal niet altijd lukken. Het voorbeeld dat mevrouw Lagas aandroeg was onder andere om internetconsultaties niet in bepaalde periodes te laten starten. We zien die internetconsultaties juist als een heel goed middel om heel veel mensen in Nederland mee te laten denken en praten over wetsvoorstellen. Daar is vaak een vrij ruime termijn voor. Als we die ook nog gaan inperken, dan zou dat nog meer druk op de wetgevingsprocedures in beide Kamers kunnen leggen. Ik ben het niet eens met de suggestie om de Raad van State ook de Eerste Kamer te laten adviseren, omdat heel nadrukkelijk in de wet is opgenomen dat de Raad van State adviseert voorafgaand aan de stemmingen in de Tweede Kamer. Het zou raar zijn om dan na de definitieve stemmingen in de Tweede Kamer een nieuw advies voor de Eerste Kamer te vragen.
Voorzitter. Veel van uw leden hebben mij kritisch bevraagd op een aantal van de toetsen die we uitvoeren bij wetgeving.
Mevrouw Lagas (BBB):
Ik vind dit antwoord toch wat jammer, want we hebben nu een aantal keren meegemaakt dat op het moment dat er een wetsvoorstel wordt aangenomen in de Tweede Kamer dat zwaar geamendeerd is, wij soms toch wel vraagtekens hebben of het wetsvoorstel dat voorligt in de Eerste Kamer nog wel past bij het wetsvoorstel zoals het ooit door de Raad van State is beoordeeld. Ik ben voorzitter van de commissie voor BIZA. Het komt daar best vaak langs. We hebben zelfs een keer een verzoek gedaan bij een wet die dermate was aangepast en daarop kregen we als antwoord: nee. Ik doe dus nogmaals het verzoek aan het kabinet om nog eens te kijken wat voor oplossingen we daarvoor kunnen vinden, want het geeft soms wat ongemak en we willen niet weer een toeslagenaffaire, lijkt mij.
Minister Jetten:
Ik snap de zoektocht naar hoe je een zwaar geamendeerde wet op een goede manier kan beoordelen. Dat is volgens mij ook de reden dat de Tweede Kamer zelf nu meer tijd heeft ingebouwd tussen de stemmingen over amendementen en over het wetsvoorstel, zodat het kabinet soms ook nog de tijd heeft om een aanvullende Kamerbrief te sturen. Ik neem deze suggestie van mevrouw Lagas even mee terug en zal die bespreken met de minister van Binnenlandse Zaken. Maar het principe van wanneer de Raad van State antwoordt, heb ik u net aangegeven.
De heer Schalk i (SGP):
Natuurlijk is dat principe bekend, maar het is gelukkig ook bekend dat de Eerste Kamer natuurlijk altijd het instrument heeft om een extra voorlichting te vragen. We hebben in deze Kamer ook ooit een motie van mijn hand aangenomen: juist waar wetten enorm geamendeerd zijn, vraagt dat eigenlijk ook om een extra voorlichting. Mijn vraag gaat eigenlijk over het onderwerpje dat de minister-president net daarvoor noemde. Het is, denk ik, voor iedereen in deze Kamer zonneklaar dat dit kabinet enorm op zoek is naar samenwerking. Eigenlijk zei de minister-president in zijn korte eerste rondje dat het kabinet zoekt naar een soort gezamenlijkheid. Dat begrijp ik. Zeker in een democratie met minderheden is het heel mooi als een meerderheid een grotere meerderheid wordt. Het wordt ingewikkeld als de regering bijvoorbeeld in de Tweede Kamer iets langs de linkerroute door de Kamer haalt en vervolgens zegt: in de Eerste Kamer gaan we het even via de andere route doen. Ik vraag de minister-president daarop te reflecteren. We hebben van het voorjaar een voorbeeld gehad. We gaan dat nu niet helemaal uitplussen, maar u weet waarop ik doel, minister-president. Hoe voorkomen we dat? Want dat helpt eigenlijk niet.
Minister Jetten:
Ik denk dat iedereen uit dat voorbeeld inderdaad de les trok: laten we proberen dat zo veel mogelijk te voorkomen. Dat is ook de reden waarom we deze zomer vele uren met fractievoorzitters en financieel specialisten in de Tweede Kamer hebben gesproken. Ik geloof niet dat het eerder is gebeurd dat een kabinet al ten tijde van de zomerbesluitvorming zo veel ruimte aan de oppositie heeft geboden. We hebben echt geprobeerd om zo veel mogelijk van die wensen in te passen in de Miljoenennota. Dat was een behoorlijke puzzel. Daardoor kwamen we eind augustus net wat tijd tekort om nog een afsluitende ronde gesprekken met fracties te voeren. Daar heb ik tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen in de Tweede Kamer al uitgebreid op gereflecteerd. Nu, na de Algemene Financiële Beschouwingen, kunnen de minister en de staatssecretaris van Financiën opnieuw wegen wat er eventueel in het Belastingplan en een aantal begrotingen kan worden aangescherpt om aan wensen van de Tweede Kamer tegemoet te komen. We realiseren ons echter heel goed dat er niet op elke begroting, en niet op het Belastingplan, unanimiteit in de Tweede of Eerste Kamer zal ontstaan. Ergens wordt er, door die inhoudelijke gesprekken, natuurlijk wel een keuze gemaakt. Maar we zullen op de grote hervormingen en de grote uitdagingen maximaal proberen om zo veel mogelijk rekening te houden met verschillende gevoelens in de Kamer.
De heer Schalk (SGP):
Dank voor deze uitleg en toelichting. Ik herken dat. Via de media weten we namelijk met wie er allemaal gesproken is. Soms heb ik er ook via de bandbreedte wel wat van gehoord. De minister-president zegt nu zelf: eigenlijk zijn we net niet toegekomen aan de laatste ronde. Dan begrijpt hij misschien ook beter dat hier in de Kamer het gevoel nog heel erg is dat er eigenlijk geen echte keus wordt gemaakt. We moeten natuurlijk bij de actualiteit zijn. Ik zag bijvoorbeeld vanmiddag in de Tweede Kamer, rond de moties op box 3, dat er zelfs tussen de coalitiefracties verschillen zijn. Het is dus heel ingewikkeld. Hoe komen we daar nou uit?
Minister Jetten:
Tegelijkertijd hebben we al vaker gezegd dat de coalitiesamenwerking tussen deze drie partijen geen partijfusie tussen die drie partijen oplevert. Er zal dus af en toe verschillend worden gestemd. Ik denk dat dat in een sterke parlementaire democratie alleen maar gezond is. We hebben in de aanloop naar de Politieke en de Financiële Beschouwingen natuurlijk wederom laten zien dat de gesprekken worden voortgezet. Vandaar is er de beweging, die de minister van Financiën vorige week volgens mij uitgebreid heeft toegelicht, op SZW, box 3 en het Belastingplan. Daarmee wordt echt tegemoetgekomen aan veel van de inbreng die tijdens de Politieke Beschouwingen is geleverd. Maar de komende weken, bij de WGO's over het Belastingplan, moeten zeker nog de punten op de i worden gezet.
De heer Van Rooijen i (50PLUS):
Ik sluit me aan bij de opmerking van collega Schalk over de verdeeldheid bij box 3. Alweer! Jammer. Ik vreesde dat vanmiddag al een beetje: men is eensgezind, maar niet over de dekking. Mijn vraag is de volgende. Ik zag Tweede Kamerlid Dassen eerder in de slipstream van Klaver, als een soort slippendrager, vertellen — dat heeft hij u waarschijnlijk ook verteld — dat zijn partij in de Tweede Kamer maar één zetel heeft, maar hier twee. Daarmee kan Dassen hier de minderheid de das omdoen. Wat vindt u ervan dat politiek een soort telraamspelletje wordt? Klaver weet dat als hij Dassen op zak heeft, hij hier de minderheid de das kan omdoen. PRO zegt: er valt niet te onderhandelen. Dat zei ik vanmiddag al. Als de BBB dan vraagt of er gepraat kan worden over aanpassingen op een brief — nog geen wet, hè, maar de stikstofbrief — heb ik de indruk dat PRO en Dassen zeggen: nou, minister-president dat komt wel goed; luister niet naar BBB, want wij zijn hier de baas. Dat is een soort democratie van de helft plus één, waar u zelf gelukkig ook niet voor bent. Ik noem dat dan "de arrogantie van de macht" en "telraampolitiek". Wat vindt u daarvan?
Minister Jetten:
De heer Van Rooijen weet als geen ander hoe machtig één zetel in de Eerste Kamer soms kan zijn, dus niks menselijks is hem vreemd, denk ik, zeker niet in de politiek.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Die zit.
Minister Jetten:
Tegelijkertijd zien we PRO en Volt veel samen optrekken. Dat zien we ook bij de SGP en JA21. Ik vind het ook wel iets moois hebben dat ook oppositiepartijen elkaar opzoeken om duidelijk te maken: er valt met ons zaken te doen. Er is grote bereidheid om verantwoordelijkheid te dragen, maar dan staan daar wel een aantal inhoudelijke en politieke wensen of eisen tegenover. De minister van Financiën en ik merken in die gesprekken, denk ik, dat als je echt de inhoud induikt, er ook wel bereidheid is om uiteindelijk een compromis met elkaar te sluiten. Niemand kan honderd procent zijn zin krijgen in deze politieke constellatie, maar dat partijen het soms even stevig spelen, hoort ook bij de taak die de Tweede en de Eerste Kamer te vervullen hebben.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Ik hoor de minister-president zeggen dat niemand helemaal zijn zin kan krijgen. Als u dat nou ook tegen PRO blijft zeggen, dan geeft dat misschien ook perspectieven naar BBB, die ook niet helemaal hun zin krijgen en willen krijgen, maar wel de dialoog met het kabinet aan willen gaan over de stikstofbrief. Ik blijf zeggen: laten we die brug met elkaar proberen te slaan. Wilt u mij toezeggen dat u alles zal doen om ook de brug tussen PRO en BBB te versterken? Dat zou namelijk voor de continuïteit van een minderheidskabinet fantastisch zijn.
Minister Jetten:
Zeker. Om maar even heel concreet op stikstof in te zoomen: wij hebben als kabinet ook te maken met twaalf provincies, die voor een heel groot deel daarvoor de uitvoering ter hand nemen. In veel van die provincies zitten sterke BBB-gedeputeerden die verantwoordelijk zijn voor de stikstofaanpak en die bijvoorbeeld, zoals in de provincie Gelderland, echt hun nek uitsteken om onmogelijke dingen toch mogelijk te maken. Het kabinet heeft daar niet voor niets nu al — wat is het? — 300 miljoen voor uitgetrokken. Het is ook bereid om met Gelderland daar verder zaken op te doen. Dat geldt voor mij dus in algemene zin. Ik zal straks meer in detail zeggen hoe we denken dat de stikstofaanpak verder kan worden verbeterd zodra we bij wetgeving aankomen, maar wel met als doel onder de streep om de vergunningverlening op gang te brengen.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Van Rooijen.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
U prijst de BBB-fractie in Gelderland als constructief. Als u nou PRO ook eens vraagt om wat constructiever te zijn in dat dossier, dan zijn we het snel eens. Wilt u die boodschap meenemen?
Minister Jetten:
Voorzitter …
De voorzitter:
Hij staat achter u!
Minister Jetten:
Ik denk dat de heer Van Rooijen dit met de heer Rosenmöller moet uitvechten.
De voorzitter:
Eerst zie ik de heer Kemperman staan.
De heer Kemperman i (FVD):
Dit voelde voor mij als Statenlid in Gelderland en oud-BBB'er bijna als uitlokking. Ik was bij de totstandkoming van het Gelderse stikstofbeleid en bij de recente vaststelling van de stikstofstroken, die natuurlijk wel botsen, letterlijk, met de 500 dan wel de 1.000 meter. Ik kijk achter u. Ik zie uw minister van Landbouw nee schudden. Mijn vraag is: botst dat nu? Blijft dat Gelderse stikstofbeleid overeind, of zegt het Rijk: wij hebben twee keer zo veel stikstofstroken waar de emissie omlaag moet en dat is leading? Het is bijna uitlokking die vraagt om een toezegging. Kan ik terug naar Gelderland en in ieder geval zeggen dat het daarbij blijft? Of komt uw minister Van Essen nog met: het spijt me, maar het Rijk gaat voor? Dat is mijn vraag aan u.
Minister Jetten:
Wij zullen binnenkort een aantal landelijke maatregelen treffen. Daar ga ik straks uitgebreider op in. We zijn al langere tijd heel constructief in overleg met Gelderland, waarbij duidelijk is welke stikstofreductie behaald moet worden in Gelderland om daar de natuur beter te beschermen, vergunningverlening op gang te krijgen en boeren in Gelderland weer toekomstperspectief te geven. De provincie heeft gezegd: wij komen met een eigen aanpak, die aan verschillende kanten van de Veluwe weer andere zoneringen bevat, bijvoorbeeld, maar wel met als doel om de reductiedoelstellingen te halen. Dat zullen we gewoon op de inhoud beoordelen. Als het nodig is, dan voeren we daar vervolggesprekken over met de provincie. Maar we hebben ook gezegd: als je met een andere aanpak hetzelfde doel kunt bereiken, dan zijn we ook bereid om daarbij te helpen en om daar voor een deel ook financiële middelen voor in te zetten, in de wetenschap dat Gelderland een van de grootste opgaven van Nederland heeft.
De heer Kemperman (FVD):
Ik begrijp dat het te behalen doel, de realisatie van de stikstofemissie, uiteindelijk dominant is boven de absolute breedte van de stroken. Die laatste zijn natuurlijk relevant voor de daar gevestigde boerenbedrijven. Je zal maar net op 600 meter zitten en vrezen dat uw kabinet en uw minister alsnog met een verzwaard stikstofstrokenbeleid komen. Maar ik hoor u nu duidelijk zeggen: het gaat om de te realiseren stikstofdoelen en daarbinnen is maatwerk mogelijk; we gaan kijken hoe we het met de provincies kunnen oplossen.
Minister Jetten:
Ja. We hebben al in de Kamerbrief voor de zomer aangegeven dat er ruimte is voor regionaal maatwerk, mits het natuurherstel en ruimte voor vergunningverlening oplevert.
Mevrouw Lagas (BBB):
Ik wil de premier een compliment geven. U heeft namelijk bevestigd dat mijn verhaal over de lappendeken klopt. Het moet dus niet een kamerbreedtapijtbeleid zijn, maar een lappendekenbeleid, waarbij gekeken wordt naar de verschillende plekken in het land. U knikte net, zeg ik even voor degenen die alleen maar luisteren en niet kijken. Dat betekent dus ook dat u weer met PRO om tafel moet, want daar heeft u een andere afspraak mee gemaakt. Wat in de brief staat, moet blijven staan.
Minister Jetten:
Nee. Zo staat het ook niet letterlijk in de brief. Er blijft een beetje een sfeer hangen van: de brief is heilig. Nee. We hebben in het debat met PRO en anderen gewisseld dat we na jaren van stilstand en nul perspectief voor boeren de pleister er nu eindelijk goed vanaf trekken. In oktober zullen voorstellen van het kabinet volgen rondom de rekenkundige ondergrens, de Kaderrichtlijn Water en de maatregelen die gaan gelden voor de zonering rondom natuurgebieden. Er komt heel veel uitwerking aan. Dat kunt u allemaal stuk voor stuk beoordelen. Het is alleen wel de taak van de minister van Landbouw om er uiteindelijk voor te zorgen dat het totaalpakket van maatregelen voldoende is om het stikstofslot open te breken. Ik heb ook van andere partijen in de Tweede Kamer gehoord dat ze bereid zijn om mee te denken over verbeteringen van het pakket, zolang dat niet een afzwakking van het pakket betekent.
Mevrouw Lagas (BBB):
Nogmaals, ik geef de premier echt het volgende mee. Dit klinkt hetzelfde als wat minister Vijlbrief heeft gedaan: we gaan datgene wat we bedacht hebben even parkeren en we gaan met alle partijen in gesprek om te kijken hoe we tot die doelen kunnen komen. Dat betekent echt veel meer dan hoe het in eerste instantie geduid werd. Ik ben blij met deze reactie, want die betekent dat het gesprek over maatwerk in de volle breedte op tafel ligt. Dat betekent heel wat.
Minister Jetten:
Ik wil daar nog even heel kort iets over zeggen. De provincies zijn sinds juni of juli superhard aan het werk om via de gebiedsgerichte aanpak te kijken: wat kan er bij ons in de provincie anders? We hebben een aantal natuurgebieden aangewezen waar een bepaalde zonering moet plaatsvinden. Het zou kunnen dat die zonering in een aantal gebieden niet in die mate nodig is, bijvoorbeeld omdat er andere maatregelen kunnen worden getroffen. Maar er zijn ook heel veel andere vragen, bijvoorbeeld hoe je extensieve en biologische boeren hierin een goede plek kunt geven. Er ligt daarvoor een initiatiefvoorstel vanuit de Tweede Kamer. Er is dus op heel veel manieren ruimte om dit op een verstandige manier verder uit te werken met elkaar.
De heer Van Hattem i (PVV):
Ik hoor de minister zeggen dat ook de Kaderrichtlijn Water wordt meegenomen in de uitwerking van de stikstofaanpak. Mijn vraag is: hoe gaat het kabinet voorkomen dat het activistische netwerk rondom MOB, Johan Vollenbroek en heel die keten, alsnog de Kaderrichtlijn Water gaat gebruiken om onze boeren klem te zetten en om opnieuw te gaan procederen, om dat vervolgens als stok te gebruiken om onze boeren mee te slaan?
Minister Jetten:
Er zitten twee elementen aan. Als wij allereerst niet voor een totaal samenhangend pakket zorgen dat voldoende reductie oplevert, blijft het juridisch kwetsbaar. Dan zul je de PAS-melders niet kunnen legaliseren, dan houd je natuurgebieden die niet in een goede staat van instandhouding komen en dan blijft de weg open om vergunningen juridisch aan te vechten. Daarom hechten wij zo aan de totaalbalans in dat pakket. Ten tweede denk ik dat het aantal rechtszaken dat de afgelopen jaren is gestart en het aantal handhavingsverzoeken dat is ingediend puur en alleen een teken is dat de politiek en de overheid al zeven jaar falen om het stikstofprobleem op te lossen. Dat moeten we de ngo's en de mensen die die zijn gestart dus niet zozeer kwalijk nemen, denk ik. Dat heeft daarom nu onze topprioriteit.
De heer Van Hattem (PVV):
Ik neem het die ngo's persoonlijk wel kwalijk, want die zijn heel destructief voor ons land. Mijn vraag is als volgt. Als het kabinet maatregelen neemt op het gebied van de Kaderrichtlijn Water — ik pak die er even specifiek uit, omdat die echt boven de markt hangt, aangezien 2027 daar eigenlijk de gestelde deadline voor is — dan moet het niet zo zijn dat er straks weer allerlei bepalingen en bepaalde doelen worden opgenomen die zodanig worden ingericht dat ze juridisch zo kwetsbaar zijn dat al die organisaties daar weer mee aan de haal kunnen gaan. Bij die natuurdoelstellingen hebben we de lat bijvoorbeeld ook gewoon veel en veel te hoog gelegd. Kan de minister-president aangeven of dat voorkomen wordt en of de lat wat betreft de natuurdoelen eventueel lager kan worden gelegd?
Minister Jetten:
Het vraagt wel om een pakket aan flankerende maatregelen om snel een andere rekenkundige ondergrens in te voeren en om op een andere manier om te gaan met de Kaderrichtlijn Water. Ik hoop dat we dan ook op de steun van de PVV-fractie kunnen rekenen om die flankerende maatregelen door te voeren, zodat we een juridisch stevige basis hebben voor de maatregelen die we willen treffen.
De voorzitter:
De heer Van Hattem, tot slot.
De heer Van Hattem (PVV):
Ja, tot slot. Ik vraag niet om flankerende maatregelen. Ik vraag om het realistisch in te richten, zodat organisaties, wie dat dan ook zijn, straks niet naar de rechter kunnen stappen en handhavingsverzoeken kunnen indienen, juist omdat het in de praktijk gewoon onhaalbaar is. Dat hebben we bij stikstof ook gezien. Er worden gewoon onhaalbare doelen gesteld. Wat wordt er gedaan om te voorkomen dat er bij de Kaderrichtlijn Water opnieuw onhaalbare doelen op tafel komen te liggen?
Minister Jetten:
Die flankerende maatregelen leiden toch echt tot minder stikstofemissie en stikstofdepositie.
Voorzitter. Daarmee kom ik bijna aan het einde van dit blok. O, er is nog een interruptie, zie ik.
De voorzitter:
Misschien kan de minister-president dit blokje even afmaken. Dan geef ik daarna het woord aan de heer Rosenmöller.
Minister Jetten:
Volgens mij had een vijftal fracties vragen gesteld over de verschillende toetsen die we bij wetgeving kunnen invoeren om ervoor te zorgen dat we de belangen van toekomstige generaties of van grensregio's beter kunnen meewegen. We zijn het er als kabinet helemaal mee eens dat het belangrijk is om bij beleid nog veel meer naar de langetermijneffecten te kijken op al deze verschillende aspecten. We hebben daarom het Beleidskompas aangepast. Dat is een verplichte werkwijze voor de ontwikkeling van beleid binnen de Rijksoverheid. In het Beleidskompas is nu ook een leidraad over toekomstgericht beleid opgenomen, zodat veel explicieter wordt meegewogen wat de effecten zijn op kinderen, toekomstige generaties en eigenlijk alles wat daarbij komt kijken. Een ombudsman voor toekomstige generaties of een aanpassing van de Grondwet vinden we nu dan ook te vergaand. Ik denk dat het beter is om eerst te bezien hoe het Beleidskompas goed kan worden doorgevoerd. Tijdens het debat over de regeringsverklaring hebben we inderdaad toegezegd dat het ministerie van VWS de kinderrechtentoets expliciet zal toepassen op alle wetgevingstrajecten rondom de jeugdzorg. Zo wordt daar meer ervaring mee opgedaan en kan worden bezien of die toets voor andere departementen ook goed zou kunnen werken.
Voorzitter. Tegelijkertijd zijn we bezig met de Taskforce Slagvaardige Overheid. Ik kom daar straks uitgebreider op terug. In de voorbereiding van de Kamerbrief die eind dit jaar komt, hebben we geconstateerd dat we echt een veelheid aan beleidsevaluaties achteraf en allerlei toetsen vooraf hebben waar we met z'n allen eigenlijk heel weinig mee doen. Samen met de staatssecretaris Slagvaardige Overheid zal ik dus nog met een aantal voorstellen komen om de instrumenten die we hebben ook echt goed te benutten, zowel bij het maken van beleid en wetgeving als bij het beoordelen van beleid en wetgeving.
De voorzitter:
Dat was het einde van uw blok, van uw intro?
Minister Jetten:
Ja.
De voorzitter:
Oké. Dan geef ik het woord aan de heer Rosenmöller.
De heer Rosenmöller i (PRO):
Ik kom toch nog even terug op dat vorige punt. Voordat je het weet, ontstaat er iets van onduidelijkheid, mist of whatever. Ik zou graag van de minister-president willen horen dat er op geen enkele wijze sprake is van het afzwakken van het beleid dat in de brief van minister Van Essen staat.
Minister Jetten:
Ook dat klopt, want het PBL en andere adviseurs geven een paar dingen aan. Met het pakket dat we voor de zomer hebben gepresenteerd, doen we bijna al het mogelijke wat technisch uitvoerbaar, maar ook maatschappelijk implementeerbaar is. Er wordt wel ook gewaarschuwd: dit is zo'n beetje het maximale dat je in de komende paar jaar van die regio's en van de agrarische sector kan vragen. Maar je moet het wel doen, omdat je daarmee die staat van instandhouding van de natuur eindelijk weer dichterbij brengt en dit de enige manier is om regio voor regio de vergunningverlening weer op orde te krijgen. Dat neemt niet weg dat nu bij de uitwerking van die brief in wetsvoorstellen en beleid er natuurlijk ruimte is voor verbeteringen en aanvullingen.
Een heel concreet voorbeeld. Ik ben zelf tijdens een aantal werkbezoeken bij extensieve boeren geweest. Als je daar op het bedrijf rondkijkt, denk je: dit is eigenlijk het schoolvoorbeeld van waar we naartoe willen. Maar als je daar dan heel sec de brief zou toepassen, zouden ook die boerenbedrijven soms met de handen in het haar zitten, terwijl er dus heel veel mogelijkheden zijn om juist voor extensieve boeren ook een veel betere uitwerking van het beleid vorm te geven.
Zo zullen we de komende tijd dus steeds kijken of we suggesties uit de Kamer of de samenleving ook echt kunnen benutten voor wetgeving of richtlijnen die verder worden afgerond. Maar onder de streep staat dat doel wel als een paal boven water, omdat dat de enige manier is om dit land van het slot te halen, niet alleen voor woningbouw, maar uiteindelijk ook voor het toekomstperspectief, voor jonge boeren die nu willen weten of het nog zin heeft om het bedrijf van hun ouders over te nemen.
De heer Rosenmöller (PRO):
Dat is best een behoorlijk antwoord, zal ik maar zeggen, maar het ging mij eigenlijk even om de eerste en de laatste zin. Er is natuurlijk ook afgesproken dat als je in de uitwerking provinciaal iets wilt aanpassen wat wellicht regionaal, provinciaal iets van een afzwakking is, je een aanscherping doet op het andere terrein, omdat je anders onderaan de streep niet uitkomt. Het gaat ons erom dat is afgesproken dat, willen we Nederland van het slot halen, we onderaan de streep de afspraak die er nu is als minimumniveau zien en we die niet gaan afzwakken.
Minister Jetten:
Dat klopt, en als je meer ruimte biedt voor maatwerk, kan het ook zijn dat er meer druk komt op meer generieke maatregelen, die ook niet altijd als rechtvaardig worden ervaren. In die balans zullen we dat altijd moeten afwegen. Maar een maatregel schrappen of aanpassen betekent: een nieuwe maatregel daarvoor in de plaats.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Rosenmöller.
De heer Rosenmöller (PRO):
Precies dat brengt mij toch tot de vraag die wij ook in het interruptiedebat hadden. De BBB-fractie zegt namelijk: "Die brief moet ingetrokken worden of die moet op z'n kop. Dat is voor ons randvoorwaardelijk voor steun aan het Belastingplan." Mijn vraag is: hoe beoordeelt de minister-president dat?
Minister Jetten:
Ik hoop dat de BBB-fractie het Belastingplan op z'n merites wil beoordelen, want er zitten, denk ik, een aantal hele grote bewegingen in die ook de afgelopen jaren door BBB zijn bepleit, onder andere op het gebied van accijnzen en het versterken van de luchtvaartsector in Nederland. De brief die voor de zomer is verstuurd, is het staande kabinetsbeleid. Die brief wordt niet ingetrokken en gaat wat ons betreft niet van tafel. Sterker nog, we zijn vanuit de Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof volop bezig met de uitwerking. We hopen eind deze maand de eerste drie uitgewerkte voorstellen naar de Tweede Kamer te kunnen sturen of aan de Raad van State ter advisering voor te leggen.
De heer Rosenmöller (PRO):
Maar goed, u heeft natuurlijk ook gehoord wat mevrouw Lagas zei. Ze is fractievoorzitter van de een-na-grootste partij. Ze hebben een consistente lijn daarin, ook met haar collega's van de Tweede Kamer. Sterker, haar collega Vermeer in de Tweede Kamer zei: daar is onze partij voor opgericht. Dat begrijp ik tot op bepaalde hoogte. Ik bedoel: daar verschillen we ook in. Op een gegeven moment moet je ook erkennen dat er verschillen zijn en moet je keuzes maken voor routes. Dan gaat het niet over links of rechts of weet ik allemaal wat, maar dan gaat het om het erkennen van het feit dat we hier niet bij elkaar komen. Dan is de vervolgvraag: hoe komen we dan wel een stap verder op weg naar onder andere dat drieluik van koopkracht, box 3 en het Belastingplan? Hoe komen we daar dan uit? Dat is eigenlijk mijn vraag in de politieke realiteit van nu in deze Kamer.
Minister Jetten:
De minister van LVVN voert met verschillende fracties in de Tweede Kamer nu gesprekken in aanloop naar de uitwerking van de voorstellen die eind deze maand komen. Volgens mij gaat hij morgen zelfs langs bij de BBB-fractie in de Tweede Kamer. Wij zullen daar in ieder geval proberen te laten zien dat alles wat we doen, ook goed is voor boeren en voor regio's. Maar het is uiteindelijk aan de BBB in de Tweede en Eerste Kamer om te beoordelen of ze mee willen doen aan de uitwerking van het stikstofpakket en of ze dat blijven koppelen aan de behandeling van het Belastingplan. Ik hoop dat ze die twee onderwerpen los van elkaar kunnen beoordelen, want ik zou het zonde vinden als die koppeling blijft.
Mevrouw Perin-Gopie i (Volt):
Ik wilde het hebben over de kinderrechtentoets, maar omdat het zo veel over stikstof gaat wilde ik even checken of u later nog terugkomt op stikstof.
Minister Jetten:
Ik kan nu ook het hele fysieke blok gaan doen, als u dat handiger vindt. Dat maakt mij niet zo veel uit.
Mevrouw Perin-Gopie (Volt):
Dan doe ik nu mijn interruptie op de kinderrechtentoets waar u het net over had. Ik had in mijn inbreng verzocht om een kinderrechtentoets uit te voeren op AI-wetgeving die eraan komt. U geeft terecht aan dat dat nu in de jeugdzorg wordt gedaan, naar aanleiding van onze aangenomen motie. Daar ben ik heel blij mee, juist omdat de ontwikkeling van AI zo ontzettend snel gaat. In Noorwegen is het al verboden om de AI-bril te dragen in speeltuinen en in de kinderopvang, omdat informatie die met AI over kinderen verzameld wordt misbruikt wordt. Onder andere op het darkweb gebeuren daar de meest verschrikkelijke dingen mee. Daar moeten we heel scherp op zijn, want AI-toepassingen zijn zo ongekend groot. Daarom wil ik vragen hoe dit kabinet ervoor gaat zorgen dat bij de ontwikkeling van AI-beleid en -wetgeving de rechten van kinderen de eerste prioriteit zijn.
Minister Jetten:
Ik ben het helemaal met mevrouw Perin-Gopie eens. Dat is precies de reden dat we vanaf dag één zo hard hebben gewerkt aan die strengere wetgeving ten aanzien van toegang tot social media. Ik denk dat dat ook geldt voor heel veel andere zaken die met het digitale domein en AI te maken hebben. Ik zal uw suggestie overdragen aan de staatssecretaris van EZK. Eigenlijk is alles wat zij doet erop gericht de jongere generatie beter te beschermen tegen de gevaren van het digitale tijdperk en hen op een goede manier de kansen te laten benutten. Als het helpt om explicieter stil te staan bij de generatietoets en de kinderrechtentoets, dan lijkt het me mooi als dat in de memories van toelichting van die specifieke wetten wordt opgepakt.
Mevrouw Perin-Gopie (Volt):
Begrijp ik dus goed dat de minister-president toezegt dat bij wetgeving over AI een kinderrechtentoets in de memorie van toelichting terechtkomt?
Minister Jetten:
Het is sowieso de bedoeling dat in memories van toelichting veel meer aandacht wordt besteed aan die verschillende toetsen. Naast de jeugdzorg is het hele AI-domein, denk ik, een goede plek om daar meer ervaring mee op te doen. Ik zeg u dus toe dat ik dat aan de staatssecretaris zal overbrengen.
De voorzitter:
Dank u wel. Nog heel kort dan.
Mevrouw Perin-Gopie (Volt):
Ik dank de minister-president voor die toezegging. Ik wil wel nog benadrukken dat AI niet alleen in het domein zit van staatssecretaris Aerdts. Ook in het onderwijs, overal komt het voor. Wil het kabinet daar ook rekening mee houden?
Minister Jetten:
Zeker.
De voorzitter:
Mevrouw Lagas had nog een korte vraag. Het was een goed idee om daarna gelijk door te gaan met het mapje over het fysieke domein.
Mevrouw Lagas (BBB):
Ik wil graag even toetsen bij de minister-president of ik iets goed of verkeerd gehoord heb. Gaf u in uw reactie op PRO nou aan dat u de bedrijven met extensieve veehouderij anders gaat behandelen dan reguliere bedrijven? Of heb ik dat verkeerd begrepen?
Minister Jetten:
Er komt uitgewerkt beleid voor extensieve boeren en voor biologische boeren. Je merkt dat onder andere daar veel vragen zijn over hoe het voorgenomen stikstofbeleid op die bedrijven gaat neerslaan. Dat zijn vaak ook bedrijven die voorlopers zijn, omdat ze de afgelopen jaar al heel veel maatregelen hebben getroffen om de impact op de leefomgeving te verminderen. Die willen nu eigenlijk ook wel weten hoe ze zich de komende jaren moeten gaan verhouden tot het aangescherpte beleid dat fors zal ingrijpen in de intensievere bedrijven, maar soms ook vragen oproept bij de meer extensieve bedrijven.
Mevrouw Lagas (BBB):
Ik denk dat uw minister van Landbouw nu een beetje met kromme tenen zit, want er zijn natuurlijk ook heel veel reguliere bedrijven die daar allang mee bezig zijn, maar die een andere bedrijfsvoering hebben. Bij het blokje stikstof kom ik daar misschien nog op terug. Ik ga er toch echt van uit dat de premier bedrijven allemaal hetzelfde behandelt in dit moeizame dossier.
Minister Jetten:
Aan de ene kant wordt ons gevraagd om maximaal maatwerk te bieden en heel veel ruimte aan regio's en sectoren. Als we dat dan doen, is de reactie dat het allemaal langs dezelfde lat moet. Dat gaat natuurlijk niet samen. Ik ga dan nu maar meteen de vragen beantwoorden in het blok fysieke leefomgeving. Misschien kan ik dan ook deze vraag ondervangen.
De voorzitter:
Nog tot slot dan, mevrouw Lagas, voor de verduidelijking.
Mevrouw Lagas (BBB):
Dan loopt de premier te makkelijk weg. Zo bedoelde ik "precies hetzelfde behandelen" natuurlijk niet, want we zijn juist heel erg voorstander van maatwerk. Ik had het al over die lapjesdeken. Het gaat er gewoon om dat u de extensieve bedrijven niet anders gaat behandelen dan de reguliere bedrijven. Daar ging het even om. Maar dat komt vast nog terug in dat blokje. Dan kijk ik wat daar nog langskomt.
Minister Jetten:
We hebben gelukkig door deze interrupties daar al heel veel van kunnen behandelen. Het doel is uiteindelijk om met het stikstofpakket en de uitwerking daarvan Nederland stap voor stap weer van het slot te halen zodat er ruimte ontstaat voor de PAS-melders, we meer woningen kunnen bouwen, de industrie kan verduurzamen, infrastructuur beter kan worden aangelegd, en er ook, niet in de laatste plaats, duidelijkheid en perspectief ontstaat voor de agrarische sector. Het kabinet heeft voor die aanpak 20 miljard gereserveerd. Dat zijn middelen die we kunnen inzetten voor natuurherstel, innovatie en het helpen van boeren bij de transitie als ze het trappetje van Remkes aflopen. De komende tijd werken we aan de invulling en verbetering van dat pakket en daarvoor is in deze Miljoenennota alvast 4 miljard overgeheveld naar de begroting van LVVN om die ook direct te besteden.
In oktober verwachten we uw Kamer te kunnen informeren over diverse onderdelen van het pakket, zoals het wetsvoorstel voor het uit de wet halen van de kritische depositiewaarde met daarbij natuurlijk het bijbehorende programma aan maatregelen om de juridische basis te kunnen garanderen. Op hoofdlijnen zullen we inzicht geven in de maatregelen die voor de zones rondom Natura 2000-gebieden gaan gelden. Parallel daaraan wordt samen met provincies hard gewerkt aan het zo snel mogelijk invoeren van een houdbare rekenkundige ondergrens. Onze verwachting is dat het pakket daarmee een basis biedt om de handhavings- en intrekkingsverzoeken af te wijzen en vergunningsverlening voor maatregelen die bijdragen aan emissiereductie weer mogelijk wordt, zoals het salderen en het vergunnen van nieuwe projecten. Het zal per regio verschillen in welk tempo dit kan, want dit hangt ook samen met de opgave die er in het natuurgebied ligt.
Samen met een aantal agrarische organisaties kijken we heel intensief naar mogelijkheden om het pakket te verbeteren op basis van praktijkvoorbeelden. Ik denk dat de extensieve boeren, zoals die net aan de orde kwamen daar een goed voorbeeld van zijn. Maar er is ook een aantal vragen dat bij jonge boeren leeft over hoe ze zelf als ze een bedrijf van een familielid of van iemand anders overnemen, het financieel met elkaar rond kunnen breien.
De heer Koffeman vroeg terecht wat dan de leidende principes zijn bij een aantal ruimtelijke keuzes die worden gemaakt. In de Nota Ruimte zetten we echt in op meervoudig ruimtegebruik, waarbij een combinatie van defensie en natuur of agrarisch natuurbeheer centraal staat, maar waarbij we ook de verantwoordelijkheid voelen om voldoende ruimte te houden voor een duurzame en toekomstbestendige landbouwsector. Met de brief Weer ruimte voor boer, natuur en bouw hebben we daar zo veel mogelijk invulling aan gegeven. Maar het zal afhangen van de plek in het land. Hoe dicht zit je op een Natura 2000-gebied? Wat voor type grondsoort is het? Welke ruimte is voor een bepaalde mate van intensiteit van landbouw geschikt?
De generieke emissienormen willen we meer gaan doorvertalen naar normen op bedrijfsniveau. Dat is een wens die al veel langer bestaat. Die normen gaan gelden vanaf 2035, zeg ik in de richting van de heer Schalk. Daardoor hebben veehouders de tijd om richting die normen van 2035 toe te groeien. Hoe eerder we weten wat die normen gaan zijn, hoe meer voorspelbaarheid er in het beleid komt. We gaan veehouders daar de komende jaren stevig bij ondersteunen. Er is onder andere 2 miljard voor stal- en managementregelingen gereserveerd en die regelingen worden op dit moment ontwikkeld.
De heer Koffeman i (PvdD):
De minister-president zegt: we gaan kijken of het via andere maatregelen kan. Dat moet dan voor 2035. Dan zijn we al weer een hele tijd verder. Ik wil u er via de voorzitter aan herinneren dat al in 1988 de VVD-fractie zei dat als dat mestprobleem niet wordt opgelost, de veehouderij drastisch moet inkrimpen. In het verleden is creatief naar andere maatregelen gezocht die ook zouden kunnen werken en hebben we gezien dat tovervloeren en luchtwassers niet werken. Op het moment dat je nieuwe maatregelen introduceert, waarover in de stikstofbrief wordt gesproken, kan je zeggen: we zullen eerst moeten afwachten of het wel of niet werkt. Dan zal dat opnieuw uitstel zijn. Kan de minister-president toezeggen dat het maatwerk niet gaat leiden tot nieuw uitstel?
Minister Jetten:
Dat is de inzet. Als het gaat om technologische innovaties, is er alleen ruimte voor bewezen technieken. We hebben inderdaad in het verleden te vaak gezien dat niet-bewezen technieken boeren met een kluitje in het riet hebben gestuurd.
De heer Van Hattem (PVV):
Het is wel heel makkelijk om te spreken over bewezen technieken. Ik spreek heel veel met veehouders en die hebben onder andere met subsidie van de overheid staltechnieken ontwikkeld waarmee ze echt een heel grote reductie teweeg kunnen brengen. Maar om de een of andere reden blijft certificering maar achterwege. Deze ondernemers hebben het allerbeste gegeven om te zorgen dat ze aan alle mogelijke eisen voldoen. Ze hebben innovaties ingezet en nog steeds vissen ze achter het net. Wat is nu de boodschap van de minister-president voor deze veehouders, met name kalverhouders, die echt hun best doen om dit voor elkaar te krijgen? Er worden elke keer best bewezen technieken in het vooruitzicht gesteld, maar er wordt niets aan gedaan. Kan hier een slag op worden gemaakt?
Minister Jetten:
Er zitten volgens mij twee elementen aan. Ten eerste hebben heel veel boeren de afgelopen jaren al forse stappen gezet om te verbeteren. Aan de andere kant hebben we met een te rooskleurig beleid boeren opgezadeld met maatregelen die ze hebben getroffen en gefinancierd, maar die uiteindelijk onvoldoende hebben opgeleverd. Daarom moeten we nu aan de voorkant streng zijn over wat we uiteindelijk opnemen in het definitieve beleid. We moeten niet te makkelijk zelf gaan zeggen "dit is wel goed genoeg, investeert u maar weer een paar ton", om vervolgens bij diezelfde boer over een paar jaar weer aan te kloppen dat het toch anders moet. Dat is het geknakte vertrouwen dat veel boeren hebben in de aanpak van de overheid in de afgelopen twee decennia.
De heer Van Hattem (PVV):
Dan komt het streng zijn aan de voorkant eigenlijk op een moment dat heel veel van die boeren al met hun rug tegen de muur staan en eigenlijk geen kant meer op kunnen. We zien nu al overal op het platteland borden staan met "u zit nu 1.000 meter van een Natura 2000-gebied" of "u zit nu 500 meter van een Natura 2000-gebied". Met de stroken die nu in de stikstofbrief zijn aangekondigd, kunnen ze geen kant meer op. Dan vraag ik aan de minister-president: hoever moeten die boeren nog met hun rug tegen de muur worden gezet en hoe veel onduidelijkheid moeten ze nog krijgen? Juist tegen degenen die er hard aan hebben bijgedragen om oplossingen te vinden, wordt nu heel makkelijk gezegd: we hebben het te rooskleurig voorgesteld. Dan ligt de fout toch niet bij deze boeren, dan ligt de fout toch bij de overheid?
Minister Jetten:
Zeker. Dat laatste is sowieso waar. De boeren hebben de afgelopen tien jaar ook in grote onzekerheid gezeten. Sinds het verwerpen van het PAS-beleid weten boeren totaal niet waar ze aan toe zijn. Het is dus nu de hoogste tijd om er een keer goed op door te pakken. Daarom was het ook een topprioriteit om dit voor de zomer af te krijgen. Ik kom dan bij een vraag van mevrouw Lagas, die zei: laten we dan wel zorgen voor "meten is weten", zodat we de komende jaren een heel goed systeem introduceren, waarbij we echt meten wat er daadwerkelijk aan de hand is, ook op het boerenerf, en wat dat betekent voor de afrekening die boeren op bedrijfsniveau krijgen, zodat ze zelf de ruimte hebben om af te wegen wat het beste past bij hun type bedrijfsvoering.
De voorzitter:
Tot slot, de heer Van Hattem.
De heer Van Hattem (PVV):
Als ik boer was, als ik veehouder was, zou ik van zo'n antwoord gillend gek worden: we gaan de komende jaren eens kijken wat werkt. Dat hebben ze nu al heel veel jaren gehoord.
Minister Jetten:
Dat zeg ik niet.
De heer Van Hattem (PVV):
Nu is de vraag … Die boeren willen gewoon zekerheid hebben. Die willen niet elke keer te horen krijgen dat we het de komende jaren moeten gaan meten. Ze hebben al allerlei deadlines opgelegd gekregen, onder andere vanuit de provincies. Die deadlines zijn vaak totaal onhaalbaar. Wat wordt nu de duidelijkheid die dit kabinet de boeren gaat geven? Is de beste duidelijkheid niet gewoon om die stikstofbrief, waarvoor geen enkele basis was onder het grootste deel van de boerenachterban, van tafel te halen en met de boeren in gesprek te gaan over wat zij zelf wenselijk, haalbaar en betaalbaar achten?
Minister Jetten:
U kunt het kabinet niet verwijten dat we geen duidelijke keuzes hebben gemaakt in het stikstofbeleid. Ik ben de afgelopen weken en maanden bij veel boerenbedrijven op bezoek geweest. Zij zeggen eigenlijk allemaal: ik ben het niet eens, of met grote delen van de aanpak niet eens, maar er wordt eindelijk gekozen, dus zet nu ook door, want dan weet ik waar ik aan toe ben. Op een aantal elementen is er behoefte aan specifieke uitwerking. Die volgt onder andere eind deze maand. Het is een harde boodschap op veel plekken, maar we maken duidelijk dat onder andere in de zones rondom kwetsbare natuurgebieden niet meer alles kan. Dat is een boodschap die we als politiek veel te lang niet hebben durven uitspreken.
Mevrouw Lagas (BBB):
Misschien loop ik op de troepen vooruit. Misschien komt het antwoord nog. Hoe verhoudt de stikstofbrief en het beleid dat u daarop wilt gaan ontwikkelen, zich tot de resultaten van het RIVM, waarover ik in mijn bijdrage al iets zei? Dat ten eerste. Ik heb een aansluitende vraag daarop. Dan kunt u die meteen beantwoorden. De vijf boeren in Brabant zijn inmiddels heel bekend vanwege het intrekken van de vergunning. Ik vond het heel opvallend dat een boswachter in dat gebied constateerde dat negen bedrijven al gestopt zijn en dat er daar in de natuur geen aantoonbare verschillen zijn. Hoe gaat u al deze informatie die is binnengekomen afwegen bij het uitvoeren van het beleid binnen de stikstofbrief? Ik heb eigenlijk ook een vraag aan PRO. Maar goed, we zijn nu met het kabinet in gesprek. Om de redenen die ik nu aandraag, kan ik me zo voorstellen dat, als er een keuze gemaakt wordt om te gaan schuiven en bewegen in het stikstofbeleid, PRO misschien zegt: sorry, maar op deze manier steunen wij het Belastingplan niet.
De voorzitter:
De minister-president. Vele vragen.
Minister Jetten:
Volgens mij ging de belangrijkste vraag over de RIVM-modellen. Ik herken de stellingname van mevrouw Lagas in de eerste termijn niet. Het RIVM heeft recent onderzoeksrapporten gepubliceerd over de onzekerheden in depositieberekeningen. We weten nu wel hoe je vanuit die onzekerheden resultaten continu kan verbeteren en aanpassen om daarmee de modellen beter en beter te maken. Dat is wat ik daarover te zeggen heb. Ik laat de koppelingen die fracties in dit huis leggen met andere zaken dan het stikstofbeleid echt bij die fracties zelf.
Mevrouw Lagas (BBB):
Ik heb met de premier te doen. Ik begrijp dat u niet alles weet van hoe het zit met die RIVM-berekeningen. Daarvoor was u ook veel te veel weg. Ik vind het ook knap dat u dan toch nog veel boeren weet te bezoeken. Ik hoor verontwaardiging om mij heen. Die mag uitgesproken worden. Daar heb ik helemaal geen probleem mee. Ik probeer het kabinet te helpen. Probeer nou niet alle informatie die er is te verstoppen of met vage antwoorden te komen, van: het zal wel zus of zo zijn. Nee, het RIVM is daar glashelder over. Ik heb het rapport van het RIVM gelezen en ik denk dat uw minister ook weet waarover ik het heb. Ik zeg dit gewoon om beweging te krijgen in het maken van beleid bij de brief die u gestuurd heeft. Op het moment dat u met vaagheden komt en met een beleid waarin dit niet verwerkt is, betekent dat gewoon dat we geen meten-is-wetenprocedure hebben, maar een tekentafelwaarheid. En daar zijn we wel klaar mee in Nederland.
De voorzitter:
Mevrouw Lagas, ik wil even opmerken dat ik dat niet aardig vond. De minister-president is hier te gast en hij weet waarover hij het heeft.
Mevrouw Lagas (BBB):
Mevrouw de voorzitter, ik snap dat u dat zegt. Ik bedoel het niet als een belediging. Ik bedoel alleen te zeggen dat het antwoord dat de premier gaf mij te vaag was. Het hele verhaal rondom stikstof en die berekeningen is ook ingewikkeld. Maar ik geef u, uw kabinet en uw bewindspersonen echt mee, en dat meen ik oprecht, om bij de uitwerking van het beleid goed naar dit soort informatie te kijken en die mee te nemen. Dat is het enige wat ik wil meegeven. En als ik u onheus bejegend heb, dan bied ik daarvoor mijn excuses aan. Dat is niet de bedoeling. Het is een passie voor het onderwerp, zullen we maar zeggen.
De voorzitter:
Dat is fijn, die excuses.
Mevrouw Visseren-Hamakers i (Fractie-Visseren-Hamakers):
Ik ga de premier wat vragen stellen. Ik wilde hem eerst complimenteren met zijn gedegen dossierkennis. We hadden het afgelopen voorjaar in het debat over de regeringsverklaring over de link — weer een fractie die links legt tussen dossiers — tussen het stikstofdossier en een dierwaardige veehouderij. De minister-president heeft toen gezegd: natuurlijk gaan we dat integraal aanpakken. Dat is in een aantal brieven ook bevestigd. Ik hoor in het debat nu veel bijdragen over stalaanpassingen et cetera. Ik zie in de brief met de plannen van het kabinet op het gebied van een dierwaardige veehouderij dat de ambitie van dit kabinet op het gebied van een dierwaardige veehouderij in de loop van de maanden is verwaterd. Ik maak me dus zorgen over die link tussen het stikstofbeleid en een dierwaardige veehouderij. Gaan we alle dieren in stallen stoppen in het kader van het stikstofbeleid? Of gaan we die twee dossiers gezamenlijk oppakken? Ik maak me op basis van het debat van daarnet oprecht zorgen over de combinatie van die twee beleidsterreinen, die we aan elkaar hadden gekoppeld.
Minister Jetten:
Ook boeren geven aan: wees nou zo duidelijk mogelijk over de volledige — een lelijk woord — integraliteit. Als je nu maatregelen moet treffen vanwege stikstof en een paar jaar later maatregelen moet treffen vanwege dierwaardigheid, waterkwaliteit of klimaat, dan weet ik ook niet waar ik als ondernemer of boer op aan het sturen ben. Wij willen dus zo veel mogelijk in één keer duidelijkheid geven over welke types technieken passen binnen die brede aanpak, maar ook over welk type bedrijven we het liefst voor ons zien. Daar wordt ook vanuit de sector zelf om gevraagd. Naast de minister is ook de staatssecretaris van LVVN met volle vaart bezig om een aantal van deze zaken uit te werken. Er ligt ook een initiatiefwetsvoorstel van uw partij in de Tweede Kamer die op hetzelfde doel ziet.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Dit stelt mij enigszins gerust. De premier spreekt vanuit een bedrijf. Ik begrijp dat een bedrijf graag wil dat een overheid tegelijkertijd met de verschillende eisen komt, zodat je het als bedrijf in één keer goed kan doen. Mijn vraag was gericht aan de overheid, aan dit kabinet. Heeft het kabinet een voorkeur voor dierwaardige stikstofmaatregelen, of niet? Gaan we er beleid op maken om dierwaardige stikstofmaatregelen te prioriteren ten opzichte van minder dierwaardige of niet-dierwaardige stikstofmaatregelen?
Minister Jetten:
Zo veel mogelijk meteen goed. Dat is, denk ik, het antwoord op die vraag. Dit betekent dat daar al rekening mee wordt gehouden waar het mogelijk kan in het stikstofbeleid. Anders volgt dat in de aparte aanpak van de staatssecretaris. De maatregelen moeten uiteindelijk wel in samenhang worden bezien, omdat je als boer maar één keer een grote investering kunt doen, bijvoorbeeld in de vorm van een aanpassing van je bedrijf of een aanpassing van je stallen. Dan is het ook aan ons als overheid om alles aan de voorkant zo veel mogelijk helder te hebben.
De heer Schalk (SGP):
Ik heb er zelf een beetje behoefte aan dat ik het ook ga begrijpen. In de eerste termijn werd mevrouw Lagas uitgelokt om te zeggen dat die brief van tafel moet. Zojuist heeft de heer Rosenmöller gezegd dat de doelen in die brief volledig bereikt moeten worden. De minister-president heeft veel woorden gebruikt om beiden misschien een tikkeltje gerust te stellen. Ik koppel het nu aan de vraag die ik heb gesteld over de extensieve bedrijven. Stel dat je zegt: deze generieke uitstootnorm is eigenlijk niet van toepassing. Dan moet je toch een uitweg zoeken voor die extensieve bedrijven. Hoe kun je er in dit voorbeeld dan voor zorgen dat zowel mevrouw Lagas als de heer Rosenmöller tevreden is? Dan ga ik het misschien ook begrijpen.
Minister Jetten:
Ik hoor achter me dat de brief die hier specifiek op ingaat een paar dagen geleden naar de Tweede Kamer is verzonden. Als die niet aan de Eerste Kamer is gezonden, kunnen we misschien een afschrift deze kant op laten gaan.
Je hebt voor een groot deel generieke maatregelen nodig om in het hele land de stikstofuitstoot en de depositie fors naar beneden te krijgen. Daarnaast heb je in een aantal gebieden specifieke maatregelen nodig, bijvoorbeeld omdat daar de staat van instandhouding echt slechter is, of omdat je via andere maatregelen rekening kunt houden met specifieke zaken die in die regio spelen. We willen echter voorkomen dat voorlopers in de sector de hoogste prijs betalen voor de maatregelen die we nu moeten treffen. Daar ziet die brief onder andere op.
De heer Schalk (SGP):
Ik moet u eerlijk bekennen dat ik die brief niet ken. Ik weet niet of die naar de Eerste Kamer is gekomen.
Minister Jetten:
Dat neem ik u niet kwalijk. Wij gaan een afschrift van de brief naar uw Kamer sturen.
De heer Schalk (SGP):
Oké.
Minister Jetten:
De stikstofaanpak begint met natuurherstel. Mevrouw Perin-Gopie stelde daar een vraag over. We hebben daarvoor in de komende jaren incidenteel en structureel geld beschikbaar. In deze ontwerpbegroting gaat het in ieder geval om 220 miljoen voor de komende drie jaar om versneld stappen te zetten op het vlak van natuurherstel, aanvullend op de 2,2 miljard die is gereserveerd voor de natuuropgave. Binnen de totale aanpak en binnen de gebiedsgerichte aanpak zijn we bezig om het Natuurnetwerk Nederland helemaal te vervolmaken. Daar is 3,7 miljard voor uitgetrokken.
Met de regionale overheden wordt de verdere verdeling van het geld in de komende tijd uitgewerkt. De basis daarbij, zeg ik in de richting van de heer Van Hattem, wordt gevormd door de natuurdoelanalyses van de autoriteit zelf en het toezichtadvies van de Ecologische Autoriteit dat zal worden gepubliceerd op de website van de EA. Dat zijn dus geen geheime data bij de natuurdoelanalyses; die data kunt u op de website van de EA al vinden. Het ministerie levert periodiek bij de Europese Commissie rapportages aan die onder andere op deze objectieve data zijn gebaseerd.
Mevrouw Perin-Gopie (Volt):
Dank aan de minister-president voor deze heldere uitleg. De bedragen zijn best flink. Dat begrijp ik ook. De zorg van Volt zit 'm erin of dit financieel voldoende is om de natuur te herstellen tot het noodzakelijke niveau. Dat is ook de reden waarom ik vroeg of het kabinet bereid is om meer te investeren in natuurherstel als dit budget niet voldoende blijkt te zijn. Dat is niet zozeer omdat ik zo graag wil dat er heel veel geld naar natuurherstel gaat. Dat wil ik ook, maar dat is niet het doel op zich. Het doel is natuurlijk dat we een juridisch houdbaar systeem hebben, zodat de vergunningverlening standhoudt en we niet opnieuw in een stikstofslot terechtkomen. Kan de minister-president toezeggen dat er meer middelen beschikbaar worden gesteld als blijkt dat dit onvoldoende is om de natuurherstelopgave rond te krijgen?
Minister Jetten:
We zullen het in de komende jaren moeten doen met de ruim 20 miljard die we daarvoor hebben gereserveerd. Het is ook niet altijd zo dat meer geld per se de oplossing is. We zullen voor natuurgebieden vaak ook allerlei andere maatregelen moeten treffen, zoals rondom waterbeheer, om de juiste staat van instandhouding te bereiken. We hebben op basis van de door ons gemaakte inschatting deze middelen zo verdeeld. Daardoor zijn er deels miljarden voor bedrijven die eventueel moeten stoppen, die fors moeten afschalen of die willen verplaatsen. Het is deels voor maatregelen die in de stallen kunnen worden genomen en innovaties die kunnen worden toegepast. Er is ook een fors aantal miljarden voor natuurbeheer. Dat is aanvullend op wat natuurbeherende organisaties en regionale overheden natuurlijk zelf moeten doen. Uiteindelijk zal de minister volgend jaar laten zien hoe dit totaalpakket leidt tot het openbreken van het stikstofslot en het behalen van de natuurdoelen. Anders moet er binnen dat budget van 20 miljard eventueel een andere weging worden gemaakt.
Mevrouw Perin-Gopie (Volt):
Ik heb eigenlijk nog een aanvullende vraag. We weten natuurlijk niet of dit voldoende is en of de maatregelen waarin we investeren daadwerkelijk leiden tot een juridisch houdbare situatie. Mijn grootste zorg is dat de ngo's zo meteen weer ontdekken dat we het toch niet helemaal goed geregeld hebben of dat uit metingen toch blijkt dat de natuur niet zo ver hersteld is als die zou moeten zijn. Wat gaat de minister-president daaraan doen? Hoe gaat hij monitoren of we op de goeie weg zitten? Dan worden we niet verrast als weer een organisatie een rechtszaak aanspant en we toch weer in een stikstofslot raken.
Minister Jetten:
In de eerste plaats is dat door het PBL en anderen steeds onafhankelijk te laten beoordelen of we op de goede weg zitten. Dat is door elke keer weer te pleiten voor het totale samenhangende pakket, waar je iets anders in moet stoppen als je er wat uit haalt, omdat het anders onder de streep onvoldoende oplevert. De realiteit is dat het per gebied zal verschillen wanneer we de staat van instandhouding echt gaan bereiken. Er zijn zelfs natuurgebieden waarvan het PBL en de Europese Commissie erkennen dat, wat Nederland ook doet, we nooit het hoogste niveau zullen bereiken, bijvoorbeeld door invloed vanuit het buitenland. Ik hoop ook dat ngo's en anderen daar rekening mee kunnen houden. We doen alles wat mogelijk is binnen Nederland, maar we kunnen niet voor elke regio in hetzelfde tempo naar het gewenste niveau gaan in de komende jaren.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Perin.
Mevrouw Perin-Gopie (Volt):
Tot slot, voorzitter. Hoor ik goed dat de minister-president zegt dat hij zal bijspringen als blijkt dat we toch niet de doelen bereiken en dat bovenaan staat dat we de doelen bereiken, zodat we van het stikstofslot gaan en het natuurherstel op het niveau is dat ook in Europa van ons verwacht wordt? Dan gaan we over tot een juridisch houdbare situatie. Kan de minister toezeggen dat hij aan onze Kamer daarover elk jaar rapporteert en dat hij daarbij aangeeft of hij daar nog voldoende middelen voor heeft?
Minister Jetten:
Dat doen we. We doen dat samen met het PBL en anderen die dat zullen beoordelen. Deels zal dat straks ook gebeuren als er meer gebiedsgerichte aanpakken zijn gepubliceerd. Als dit het budgettaire bedrag is dat hiervoor staat, dan zullen we met elkaar weer het debat moeten voeren over wat voor type maatregelen je kunt treffen om toch het stikstofslot met elkaar open te breken.
De heer Van Hattem (PVV):
Over de natuurdoelanalyses. Het gaat mij er juist om dat er een spade dieper kan worden gegraven. De Nationale Databank Flora en Fauna is openbaar gemaakt. Die data zijn beschikbaar. Alleen komen de data die daaronder zitten uit het landelijke meetnet. Dat is het Landelijk Meetnet Flora-, Milieu- en Natuurkwaliteit, oftewel het LMF. In de Nationale Databank Flora en Fauna kun je zien of in een bepaald gebied een bepaalde soort voorkomt. In het meetnet kun je juist zien hoe die soort zich ontwikkelt. Dat zijn de data waar onafhankelijke onderzoekers ook graag naar willen kunnen kijken, zodat ze dat goed in beeld kunnen krijgen. De ruwe data van dat landelijke meetnet zijn nog niet openbaar gemaakt. Mijn vraag is dus: is het kabinet bereid om die data openbaar te maken?
Minister Jetten:
Een groot deel van die data is niet van de Rijksoverheid, maar van de regionale overheden. Die vraag zou daar moeten worden gesteld. Maar we kunnen die vraag meenemen in de gesprekken in het IPO.
De heer Van Hattem (PVV):
Dank voor die toezegging. Mijn vraag is dan: kan het deel dat wel onder de Rijksoverheid valt wel openbaar worden gemaakt? Deze data moeten ook worden aangeleverd aan Brussel. Als die via de Rijksoverheid naar Brussel gaan, dan kan dat deel allicht wel al openbaar worden gemaakt.
Minister Jetten:
Voor zover wij weten is ons deel volledig openbaar, maar we zullen die check nog even doen. Dat is misschien een mooi onderwerp om bij de begrotingsbehandeling van LVVN nog te behandelen.
De heer Van Hattem (PVV):
Uitstekend. Gelet op deze toezegging dien ik de aangekondigde motie niet in.
Minister Jetten:
Ik waarschuw. Er zijn vrij veel detailvragen gesteld in dit blok. Ik kan die allemaal beantwoorden, maar als dat elke keer leidt tot zo veel interrupties, dan zijn we bijna …
De voorzitter:
Dat zouden we volgens mij allemaal niet moeten willen en dat willen we volgens mij ook allemaal niet. U kunt de detailvragen in één keer behandelen of u kunt ze per brief beantwoorden.
Minister Jetten:
Ik zal kijken. Als het meer technische detailvragen zijn, dan kan ik ze ook deels per brief afdoen.
De voorzitter:
Technische zaken behandelen we liever per brief. Dan stel ik voor dat u de beantwoording nu doet en dat er aan het eind van het betreffende stukje eventueel nog ruimte is voor vragen.
Minister Jetten:
Mevrouw Visseren-Hamakers vroeg of de minister bereid is om het gesprek aan te gaan over natuurrechten. Dat zal hij doen, samen met de Stichting Rechten van de Natuur, om te bekijken welke nieuwe inzichten mogelijk zijn.
Aan mevrouw Lagas geef ik aan dat we met de provincies en andere medeoverheden weer onderhandelingen aangaan over het Natuurpact 2.0. Daarbij komt in de volle breedte ter sprake welke afspraken zijn gemaakt over uitbreiding van natuur en welke consequenties die soms met zich meebrengen, ook voor de inzet die waterschappen in die gebieden plegen.
Ik zal een aantal detailvragen over de veehouderij nu overslaan.
Binnen het blok "fysiek" werden er ook een aantal vragen gesteld over het langetermijnklimaatbeleid. Ook daar geldt dat het kabinet inzet op een strategisch sterk Nederland dat weerbaar, duurzaam en concurrerend is. Dat betekent fors investeren in meer schone en duurzame energie, deels van eigen bodem en deels, als het geïmporteerd móét worden, door import uit een breed scala aan landen. Dat betekent ook een versnelde inzet op de circulaire economie, echt in combinatie met het bedrijfsleven, om ervoor te zorgen dat de CO2-uitstoot naar beneden gaat en we tegelijkertijd ook nieuwe banen en werkgelegenheid in Nederland kunnen garanderen.
Voor burgers is het allerbelangrijkste dat we volop inzetten op energiebesparing, omdat daarmee ook energiearmoede wordt bestreden en een lagere energierekening voor iedereen dichterbij komt. Op dit moment wordt er druk onderhandeld over een nieuw Europees pakket aan klimaatmaatregelen voor 2040. Op basis van het Europese pakket zullen we bezien wat er ook nog aan aanvullende nationale maatregelen nodig is om die klimaatdoelen wel degelijk te halen.
In de tussentijd zitten we niet stil. Zo heeft de Tweede Kamer vandaag twee wetsvoorstellen op het gebied van klimaat aangenomen die hopelijk ook snel in deze Kamer ter hand worden genomen. Met het bedrijfsleven kijken we daarnaast naar het versneld verschaffen van duidelijkheid over een aantal Europese richtlijnen rondom waterstof en groen gas, omdat dat een aantal hele grote investeringsbeslissingen in de Nederlandse industrie kan lostrekken die de CO2-uitstoot in de industrie fors kunnen verlagen.
Als het gaat om de Nederlandse visserijsector, zijn we een nieuwe aanpak gestart richting de Europese Unie om pulsvisserij weer te kunnen gaan uittesten, omdat we geloven dat dat een diervriendelijkere manier is om de visserij ook toekomstperspectief te geven. Maar gezien de gevoeligheid in Brussel waarschuwen we er wel voor dat dit een proces van een lange adem zal zijn, waarbij we echt steun in Europa zullen moeten gaan vergaren.
Netcongestie werd terecht door velen van u aangestipt als een grote uitdaging. De staatssecretaris heeft onlangs een aantal crisismaatregelen aangekondigd om de vergunningverlening rondom de netuitbreiding fors te versnellen. We zetten daarnaast met de netbeheerders volop in op het slimmer benutten van het elektriciteitsnet, zodat we ook meer huizen en bedrijven kunnen aansluiten op het reeds beschikbare netwerk.
In het Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen en de toekomstagenda drinkwater werken we daarnaast aan een grote opschaling van de drinkwatercapaciteit. Dat moet rond 2030 worden gerealiseerd, zodat we daarmee niet alleen voor onze huishoudens drinkwater kunnen garanderen, maar we ook samen met regio's, waterschappen en agrariërs bezien hoe we de periodes van droogte die we deze zomer zagen, maar die zich vaker zullen voordoen, op een goede manier kunnen ondervangen.
Ik zei net al dat we volop inzetten op duurzame energie zo veel mogelijk van eigen bodem. Dat is voor een groot deel wind op zee en wind en zon op land, maar het kabinet is ook voornemens om eind dit jaar een richtinggevend besluit te nemen over de locatiekeuze voor twee nieuwe kerncentrales. We werken daarnaast samen met de sector en een paar buurlanden aan initiatieven rondom SMR's — dat zijn de kleinschalige kerncentrales — om te bezien of die goed in het Nederlandse systeem zijn in te passen. Zolang we nog afhankelijk zijn van gas, zullen we ervoor moeten zorgen dat we gas niet uit één of enkele landen importeren, maar dat zo veel mogelijk gediversificeerd doen. Het vullen van de gasopslagen ligt voor de komende winter inmiddels weer op schema, zeker omdat de Europese Commissie de vuldoelen voor deze winter heeft bijgesteld. Dat heeft ermee te maken dat men wil voorkomen dat er een prijsopdrijvend effect is als er te massaal en te snel wordt ingekocht. Maar zeker met de wat zachtere septembermaand en deze weken lijkt het goed te gaan voor de gasvoorraden voor komende winter.
In het fysieke domein horen niet alleen landbouw en klimaat, maar zeker ook de woningmarkt. Onder andere de ChristenUniefractie vroeg naar de langetermijnvisie die daarbij hoort. Dan gaat het niet alleen maar om het bouwen van meer huizen en het stapelen van stenen, maar vooral om het bouwen van sterke gemeenschappen waar verschillende functies samenkomen. Onder andere de VVD-fractie en enkele anderen zeiden terecht dat we onszelf de afgelopen jaren een beetje in de voet hebben geschoten. We zien dat onder andere de huurmarkt zwaar onder druk staat. We hebben daarom recentelijk een paar dingen gedaan. De actieagenda voor versnelling van woningbouw bevat zo'n 50 maatregelen die deels voortzetting of aanscherping van beleid en deels nieuw zijn, maar daarnaast ook een verbetering van de Wet betaalbare huur, de Wet versterking regie volkshuisvesting en flink veel meer fiscale ruimte voor woningbouwcorporaties. Die hebben dankzij de aanpassing van de ATAD de komende jaren miljarden extra investeringsruimte voor zowel verduurzaming als nieuwbouw. Het mooie van de versnellingsaanpak woningbouw is dat woningcorporaties, particuliere ontwikkelaars en medeoverheden echt samenkomen en zeggen: alleen als we het samen doen, gaan we die 100.000 woningen per jaar realiseren. Een businesscase voor een nieuwe woonwijk komt namelijk alleen rond als zowel de woningcorporatie als de particuliere investeerder durft in te stappen. Ook hier geldt dat die 50 maatregelen met elkaar samenhangen. Dankzij de extra financiële ruimte voor woningbouwcorporaties ontstaat er de komende jaren dus opgeteld 28 miljard extra investeringsruimte.
De fysieke ruimte vraagt dan ook altijd aandacht voor de impact van mijnbouw; daar hebben we gelukkig OPNL voor. Maar voordat ik daar kom, voorzitter …
De voorzitter:
We zouden een aantal gedetailleerde vragen beantwoorden. Bent u nu toe aan een volgend subblokje in het fysieke domein?
Minister Jetten:
Ik heb nog een paar vragen heel specifiek over mijnbouw en over een paar regio's, en dan ben ik klaar met het fysieke domein. Ik ben nu klaar met het blokje wonen.
De voorzitter:
Dan gaan we het nu over wonen hebben.
Mevrouw Huizinga-Heringa i (ChristenUnie):
De minister-president zei dat in de bijdrage van de ChristenUnie stond dat het zo mooi zou zijn om de woningbouwopgave te combineren met het bouwen van sterke gemeenschappen. In wat daarna kwam, heb ik niet gehoord dat de minister-president zei dat dit ook de inzet van dit kabinet is, dus daarom de vraag.
Minister Jetten:
Excuus. Dan ben ik blij met deze vervolgvraag, want dat is zeker de inzet van het kabinet. Ik vind het bijvoorbeeld heel mooi dat in de Taskforce Versnelling Woningbouw de minister van Langdurige Zorg zit, die als een van de vijf betrokken ministers ons er elke dag aan herinnert dat die hele woningbouwopgave ook gaat om de vraag: waar realiseren we dan goede huisvesting voor ouderen, die soms juist heel actief in een wijk willen blijven wonen of samen zo'n prachtige woongroep willen starten? Waar organiseren we de huisvesting voor groepen die in de knel zitten? Hoe doe je dat samen? De minister van VRO, de minister van Langdurige Zorg en ikzelf waren onlangs in Harderwijk op werkbezoek. We waren in een prachtige nieuwbouwwijk vlak bij de historische binnenstad van Harderwijk. Daar komt het allemaal samen: verschillende groepen, verschillende prijsklassen en verschillende functies in de wijk. Je voelt daar dat terwijl er nog wordt gebouwd, er al een gemeenschap aan het ontstaan is. Mensen zitten samen in de voortuin, onderhouden samen de moestuin en doen boodschappen voor de buurvrouw die het ritje naar de supermarkt niet kan maken. Dat is wat ons betreft de visie van waar we naartoe willen wat betreft die 100.00 woningen.
Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):
Perfect.
Minister Jetten:
Mooi.
Er zijn ook heel veel inwoners die zich in de steek gelaten voelen. Dat is onder andere zo in Groningen. Met Nij Begun hebben we afspraken gemaakt over de langjarige inzet voor schadeafhandeling en versterking. Er zijn sinds 2018 zo'n 400.000 aanvragen afgehandeld bij het Instituut Mijnbouwschade, maar er komen nog wekelijks meer dan 1.000 schademeldingen binnen. Waar de gaswinning voor een groot deel is gestopt, zie je dat schade zich nog steeds voordoet. Rust en stabiliteit in de uitvoering is hier cruciaal. Het gaat er echter ook om die uitvoering te verbeteren waar dat nodig is. Ik ben onlangs met regeringscommissaris Nijboer op pad geweest in Groningen. Hij zit er echt bovenop. Hij adviseert onafhankelijk aan het kabinet, om waar nodig de aanpak te verbeteren.
In het zuiden van het land zijn we volop bezig om de mijnbouwschade daar eindelijk op een goeie manier af te ronden. Er waren wat technische problemen bij de opstart. Die zijn nu grotendeels opgelost. Ik ben heel blij dat we in Zuid-Limburg deze aanpak nu eindelijk vlot kunnen trekken. De bedoeling is dat we de aanpak voor de zomer van 2027 zodanig hebben kunnen versnellen, en dat de IT-problemen zodanig zijn opgelost, dat de meeste schadeafhandelingen gewoon structureel goed kunnen worden opgelost. In december stellen we de schadeafhandeling open voor een nieuwe groep in Zuid-Limburg.
In het voorjaar van 2027 volgt ook de aanpak voor de nieuwe plattelandstoets. Daar wordt nu onafhankelijk advies over uitgebracht. Dat kunnen we dan in het voorjaar meteen verwerken, zeg ik richting de fractie van BBB. Ik zie de heer Van der Goot bij de interruptiemicrofoon staan, maar als u het goed vindt, voorzitter, maak ik dit even heel snel af.
Staphorst kwam ook in de Tweede Kamer specifiek aan de orde. Daarover zal het kabinet in het voorjaar een voorstel doen voor hoe zowel de Defensie-uitbreiding als de infra-investeringen op een goeie manier kunnen worden vormgegeven. In Brussel werken we hard aan de verbetering van het Nationale en Regionale Partnerschapsplan. Zo kunnen we de financiële middelen die daarvoor vrijkomen ook echt op een goede manier inzetten. Zo houden we als Nederland voldoende ruimte om afwegingen te maken over hoe dat NRPP goed kan worden ingezet.
Ten aanzien van de zoutwinning in Harlingen is Frisia nu in gesprek met omwonenden en de stichting Bescherming Historisch Harlingen om te kijken hoe er tegemoet kan worden gekomen aan de bezwaren en zorgen die er zijn rondom de zoutwinning daar. Voor de gaswinning in Akkrum geldt dat in juli 2026 bezwaar is gemaakt, maar er een beslissing op bezwaar is genomen waarbij de winningsvergunning wordt gehandhaafd, omdat er op basis van het winningsplan geen reden was om het af te wijzen.
Dat was het, voorzitter.
De heer Van der Goot i (OPNL):
Over Limburg hoor ik dat de burgers binnen afzienbare termijn geholpen worden. Dan is natuurlijk een deel van de vraag beantwoord. Een van de vragen betrof namelijk de tijdelijke organisatie van de schadeafhandeling. Kan de minister-president me daarover nader informeren?
Minister Jetten:
Ik denk dat het goed is om daar op een later moment met de betrokken minister over door te praten. We hebben nu verschillende schadeafhandelingen voor verschillende regio's. We proberen het allemaal zo goed mogelijk te organiseren en het efficiënt te doen, zodat het beschikbare geld vooral gaat naar de mensen die recht hebben op schadeafhandeling en niet zozeer naar te bureaucratische organisaties. We zijn dus in alle betrokken regio's aan het kijken hoe we het simpeler en beter kunnen organiseren.
De heer Van der Goot (OPNL):
Maar dat leidt helaas niet tot geruststellende geluiden uit de regio. Ik hoor van de minister-president dat er hard gewerkt wordt. Ongetwijfeld is dat zo. Maar de beelden …
De voorzitter:
Meneer Van der Goot, kunt u iets dichter bij de microfoon staan? Ik kan u namelijk niet verstaan.
De heer Van der Goot (OPNL):
Maar de beelden die we krijgen uit de samenleving laten zien dat overheden naar de rechter stappen omdat het gevoel, en meer dan het gevoel, is dat de effecten van de winning niet goed genoeg in kaart zijn gebracht. Een herhaling van de ervaringen die er in Groningen zijn geweest, wenst men in Friesland en ook in Harlingen niet te zien. Die geruststelling … Ik heb afgelopen week nog met de mensen gesproken, dus dan zou de minister-president vandaag perfecte nieuwe informatie hebben gekregen, die nog niet bekend was bij de mensen in de samenleving. Als ik tegen de minister-president zegt dat ik zowel met de gedeputeerde van Limburg als met de mensen van Harlingen heb gesproken, dan is dit geen geruststellend antwoord. Wil de minister-president daarop reflecteren? Het gaat er in feite om dat het vertrouwen terugkomt in de samenleving, want bij elke volgende activiteit in de bodem, of het nou delfstoffenwinning of de energietransitie is, is op deze manier elk vertrouwen weg.
Minister Jetten:
Dat vertrouwen is broos en dat is ook begrijpelijk, aangezien we daar vele decennia gewoon niet goed voor hebben gezorgd. Dat die zorgen er zijn in Harlingen, in Noord-Drenthe en in Zuid-Limburg wil ik ook zeker niet ontkennen. Ik denk wel dat we nu continu in gesprek zijn met medeoverheden en bewonersorganisaties om te kijken hoe die uitvoering menselijker, beter en simpeler kan. Maar bijvoorbeeld in Groningen zien we dat dat echt wel een proces van de lange adem is. Ik stel echter voor dat ik aan de ministers vraag om bij de begrotingsbehandelingen hier nader op in te gaan en daarbij de zorgen die de heer Van der Goot nu aandraagt specifiek te adresseren.
De heer Van der Goot (OPNL):
Dan wacht ik uw brief af.
Minister Jetten:
Voorzitter, misschien helemaal tot slot. Ik noemde net al de plattelandstoets, waar de BBB naar vroeg. OPNL vroeg ook nog naar de regiotoets. We zullen zorgen dat we in de Voorjaarsnota op een passende wijze aandacht geven aan de impact van wetgeving op een aantal regionale belangen. Bij het hernieuwde Beleidskompas worden ook expliciet de regionale effecten beter gewogen, zodat die in de memorie van toelichting van de specifieke wetten worden geadresseerd.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Ik heb braaf gewacht tot het einde van dit blokje. Nu heb ik het dilemma dat ik alle drie mijn detailvragen in dit blokje heb gesteld, dus ik hoop op wat coulance van de voorzitter. De premier beantwoordde mijn vraag over de rechten van de natuur half. Ik had gevraagd om een onderzoek naar de manier waarop de rechten van de natuur kunnen worden ingebed in het wettelijk kader. Hoe kunnen rechten van de natuur dus in de wet worden vastgelegd? Daar is wat onderzoek voor nodig, want ik merk dat gemeentes tegen hiaten of blokkades in de nationale wetgeving aanlopen. Ik vraag het kabinet om onderzoek te doen — dat kan gedeeltelijk via gesprekken, maar gedeeltelijk ook niet — naar de mogelijkheden om de rechten van de natuur in de wet vast te leggen. Dat was mijn vraag.
Minister Jetten:
Ik heb heel nadrukkelijk het woord "verkenning" gebruikt, omdat we het belangrijk vinden om eerst een aantal verkennende gesprekken te voeren, onder andere met de genoemde stichtingen, en op basis van die verkenning te bezien hoe we de beste vervolgstappen kunnen zetten. Ik stel dus voor dat ik de minister vraag om na die verkenning een brief ook naar uw Kamer te sturen met de laatste stand van zaken.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Fijn. Dan gebruik ik het woord "toezegging" eventjes voor de notulen.
De premier had het ook over het NRPP. Ik had daar ook een gedetailleerdere vraag over gesteld, namelijk of het kabinet binnen het NRPP kan inzetten op ruimere ondersteuning van boeren die vooroplopen in duurzaam en diervriendelijk werken. Ik vraag dus om een specifieke invulling van de Nederlandse invulling van het NRPP.
Minister Jetten:
We zetten daarbij echt nadrukkelijk in op het stimuleren van generatievernieuwing, verduurzaming en de langetermijnweerbaarheid van de landbouwsector, en leggen dus minder nadruk op algemene inkomenssteun per hectare. Dat is belangrijk. Dat vinden we in Nederland belangrijk, maar we zijn nu dus vooral ook bezig om bij de Brusselse onderhandelingen deze nationale ruimte maximaal te behouden. De Kamer is recentelijk door de minister van Financiën geïnformeerd over het proces rond de uitwerking van het NRPP.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Dat heb ik gelezen.
Minister Jetten:
Mooi.
De voorzitter:
En de derde vraag?
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Dan had ik nog een vraag over de drinkwatervoorziening. Had de premier mijn vraag beantwoord? De premier had het namelijk over drinkwater, maar ik weet niet of dat zijn poging was om mijn vragen te beantwoorden.
Minister Jetten:
Dat was mijn poging inderdaad.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Daar was ik al bang voor. Het kabinet heeft drinkwaterbeleid ontwikkeld, maar dat dekt niet het hele drinkwatermanifest. Het kabinet werkt aan de drinkwatervoorziening in kwantitatieve zin, maar niet in kwalitatieve zin. De waterorganisaties vragen om drinkwaterbronnen te beschermen en om in te zetten op een strengere bronaanpak. Daarmee heb je ook maatregelen voor de kwaliteit van het drinkwater en niet alleen voor de kwantiteit van het drinkwater.
Minister Jetten:
Dat klopt. Voor het einde van het jaar ontvangt u de strategie voor de kwaliteit van het drinkwater.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Super.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan bent u volgens mij aan het einde van het blokje fysiek, maar niet dan nadat mevrouw Lagas voor haar twaalfde interruptie bij de interruptiemicrofoon staat.
Mevrouw Lagas (BBB):
Dat valt me nog mee, moet ik eerlijk zeggen.
De voorzitter:
O nee, het is de dertiende. Sorry, ik heb verkeerd gekeken.
Mevrouw Lagas (BBB):
Ik heb nog een antwoord op een vraag gemist. Dat heeft te maken met de energietransitie. Ik heb aangegeven dat er energiecoöperaties dreigen om te vallen. Zij doen heel goed werk. Ze leveren heel veel duurzame energie, maar vele gaan het niet meer redden. Mijn vraag was: hoe gaat het kabinet ze ondersteunen?
Minister Jetten:
Dat is een terechte vraag. Ik heb me als minister van Klimaat altijd veel met de energiecoöperaties beziggehouden. Er vindt regelmatig overleg plaats met hun koepelorganisaties om te kijken welke specifieke oplossingen mogelijk zijn, want zonder de energiecoöperaties gaat een heel groot deel van de mooie projecten niet door. Dit zijn vaak de projecten die rekening houden met een goede inpassing in het landschap en met het delen van de opbrengsten daarvan. Er zijn in de afgelopen jaren heel veel dingen gewijzigd in de wet- regelgeving, waardoor het nu, met de energiemarktontwikkeling, spannende tijden zijn voor die coöperaties. Ik zal de minister van KGG vragen om ook een afschrift naar deze Kamer te sturen over wat er uit de gesprekken met de koepelorganisaties is gekomen.
Mevrouw Lagas (BBB):
Ik heb nog even een verduidelijkende vraag aan de premier. U bedoelt dan niet alleen de nieuwe projecten, maar ook de bestaande coöperaties?
Minister Jetten:
Precies.
Mevrouw Lagas (BBB):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dit was het blokje fysiek. Gaat u nu door met het blok geopolitiek?
Minister Jetten:
Ja, voorzitter. We pakken de draad weer op.
De heer Rosenmöller begon als eerste spreker in dit debat met een terechte waarschuwing voor de geopolitieke wereld waarin we leven. Rusland kiest met een illegale agressieoorlog tegen Oekraïne voor grote schendingen van de Europese democratie en de Europese veiligheid, maar ook in toenemende mate voor schendingen van het NAVO-gebied en het EU-gebied. We zien een escalerende retoriek vanuit Rusland, die onverantwoord is en die zeker ook bij onze partnerlanden aan het oostfront van de EU en de NAVO tot grote onzekerheid leidt. We moeten ons daartegen beschermen en wapenen. We staan uiteraard klaar om elke vierkante centimeter van ons bondgenootschap te verdedigen. Nederland neemt daarin, onder andere met Duitsland, vanuit de NAVO een grote verantwoordelijkheid om het commando in Estland en Letland over te nemen om daar als eerste gezamenlijk aanwezig te zijn om de Baltische staten te beschermen tegen eventuele Russische dreigingen.
Zolang deze oorlog voortduurt, zullen we Oekraïne maximaal moeten ondersteunen, want steun aan Oekraïne is uiteindelijk de enige manier om Poetin naar de onderhandelingstafel te dwingen. Met de Oekraïners samen werken we aan de opbouw van een robuuste Europese defensie-industrie, waarin we de miljarden die we de komende jaren extra uitgeven veel meer op ons eigen continent kunnen uitgeven. Dat is onderdeel van een stuk weerbaarheid.
We zijn een van de topdonoren van Oekraïne. Aan het eind van de eerste termijn is ons een korte berekening voorgespiegeld. U kunt ervan op aan dat ik, de minister van Financiën en de minister van Defensie continu collega's in Europa aanspreken, zodat zij meer doen in de bilaterale steun aan Oekraïne. Wij hebben voor de jaren 2026 tot 2029 cumulatief 14,7 miljard begroot voor internationale steun, militair en non-militair. Op de korte termijn zal het cruciaal zijn dat de Europese steunpakketten aan Oekraïne worden ingezet om de luchtverdediging van het land overeind te houden, zeker met de aanstaande winter. We zullen ook kijken hoe we met Oekraïne en een aantal andere partnerlanden een aantal goedkopere oplossingen dichterbij kunnen brengen, zoals droneproductie in Nederland en de productie van antiballistische raketten die Oekraïne kunnen beschermen tegen de snelle innovaties die ook vanuit Rusland komen. Oekraïne is een van de vele voorbeelden die laten zien dat de internationale rechtsorde meer en meer onder druk staat. Ik wil uw Kamer dan ook danken voor de bijna unanieme steun die ik vandaag heb gehoord voor het actief helpen beschermen van de internationale rechtsorde. Dat kan, zeg ik richting de heer Bovens, inderdaad tijdens het voorzitterschap van de Raad van Europa, maar ook twee jaar later tijdens het voorzitterschap van de Europese Unie. Daarvoor werken we aan de voorbereiding van een agressietribunaal voor de oorlog in Oekraïne. Daarnaast beschermen we het ICC steen voor steen. Dat doen we samen met alle andere verdragspartijen. Nederland voelt daar als gastland een extra verantwoordelijkheid voor, maar we kunnen het niet alleen. Vanuit het ministerie van Buitenlandse Zaken werken we dus met veel van de andere partnerlanden heel intensief aan het goed kunnen functioneren van het ICC onder de sancties die nu al op personen zijn ingesteld. We bereiden ons ook voor op eventuele nieuwe sancties, zodat we gedegen tegenmaatregelen kunnen nemen om dit belangrijke instituut te beschermen. We kijken daarnaast naar een aantal hervormingen waarmee we het ICC ook in de toekomst overeind kunnen houden. Ik zou uw Kamer een compliment willen geven, in het bijzonder aan senator Panman. Hij heeft het de afgelopen tijd voor elkaar gekregen in Europa dat er brede steun is vanuit andere parlementen op ons continent om pal voor het ICC te staan.
Mevrouw Lagas (BBB):
Ik heb een vraag aan het kabinet. Ik keek afgelopen zondag naar WNL, zoals velen van u ook doen. Daarin was er speciaal aandacht voor dat misdaadagressietribunaal voor Oekraïne. Veiligheidsexpert Nikki Sterkenburg waarschuwde daarvoor. Zij zei: ik zie daar een groot risico voor de veiligheid van ons land. Ik ben benieuwd of u die conclusie deelt en of daarover gesproken en nagedacht wordt.
Minister Jetten:
Wij vinden het belangrijk dat er een apart tribunaal komt, zodat de oorlogsmisdadigers van deze oorlog tegen Oekraïne berecht kunnen worden. Wij hebben ons daarvoor aangeboden als gastland en zijn nu bezig met de voorbereidingen. Wat vraagt dat allemaal van een locatie? Hoe ziet dat er allemaal uit? Als je hier in Den Haag bepaalde oorlogsmisdadigers gaat berechten, kan dat natuurlijk veiligheidsrisico's met zich meebrengen. We hebben dat goed in kaart gebracht met de veiligheidsdiensten. We voeren ook gesprekken met andere landen. Het gaat namelijk niet alleen over een tribunaal voor de Oekraïneoorlog. Het gaat ook om de vraag waar je die oorlogsmisdadigers uiteindelijk hun straf gaat laten uitzitten als je er ooit aan toekomt om ze te veroordelen. Daarover lopen gesprekken met de andere landen die eventueel bereid zijn om die gevangenisstraffen dan uit te voeren.
Mevrouw Lagas (BBB):
Ik vraag me dan toch echt af of dat soort gesprekken met veiligheidsexperts worden gevoerd voordat wij ons als gastland aanbieden. Ik vraag dit ook in het licht van het feit dat wij topbetaler zijn van de bescherming van Oekraïne. Wij steunen dat — laat daar geen misverstand over bestaan — maar de ogen zijn dus al erg op ons gericht. Ik kan me voorstellen dat in het kader van het verdelen van de risico's over Europa een ander land zich misschien als gastland had kunnen aanmelden. Hebben zij gedacht: fijn, Nederland doet het?
Minister Jetten:
In die zin hebben wij natuurlijk niet alleen veel ervaring met de internationale instituties, maar ook met specifieke tribunalen, zoals die voor Joegoslavië en Kosovo. Die kennis en expertise worden hier dus gewaardeerd. Dat is niet zonder risico's, maar we hebben ons daar vooraf goed over laten adviseren en informeren.
De voorzitter:
Ik zag de heer Rosenmöller net staan, maar hij maakte aanstalten … Meneer Rosenmöller, gaat uw gang.
De heer Rosenmöller (PRO):
Zeker. Ik denk dat het terecht en vriendelijk is dat u een compliment geeft aan Tekke Panman voor zijn werk in de Raad van Europa op dit terrein. Dat is hartstikke goed. Toch adviseerde de Raad van Europa nou juist om dat blocking statute klaar te hebben staan om in te roepen als er nieuwe Amerikaanse sancties zijn. Daar is vorige week bij het debat over de Staat van de Europese Unie ook over gesproken met de minister van Buitenlandse Zaken. Dat is dus eigenlijk de kernvraag die ik hier zou willen voorleggen. Ik hoor graag ook een kernachtige bevestiging dat daar in Europa aan gewerkt wordt.
Minister Jetten:
Het blocking statute is een van de meest verregaande ingrepen die je kan inzetten als het nodig is. De Europese Commissie moet dan dat initiatief nemen. U kunt ervan op aan dat wij de afgelopen weken en maanden met al onze partners, ook in de EU, hebben gesproken over hoe we het ICC beschermen en hoe we ons voorbereiden op het eventueel inzetten van het blocking statute. We moeten wel elke keer weer kijken wat voor type maatregelen er door de Verenigde Staten worden genomen en of dit dan het geëigende moment is om het instrument in te zetten. Het is namelijk ook het allerzwaarste instrument dat we waarschijnlijk kunnen inzetten. Dus als je dat wil, moet je dat heel goed timen. Dus ja, het wordt voorbereid, maar we doen er ook alles aan om die situatie te voorkomen, omdat dat van beide kanten een forse escalatie zal zijn, die ook een grote impact kan hebben op Europese en Nederlandse bedrijven die daardoor geraakt kunnen worden. Uiteindelijk is het doel de Amerikanen te laten afzien van verdere sancties tegen het ICC.
De heer Rosenmöller (PRO):
We weten allemaal dat deze Amerikaanse administratie meestal maar één soort taal begrijpt. Dat is stevige taal, zal ik maar zeggen, want anders werkt het niet. De minister-president, die ik al gecomplimenteerd heb met zijn speech bij de VN, is zo duidelijk geweest, ook namens de Nederlandse regering — ik geloof dat zeer — dat we dat instituut willen verdedigen, dat we dat moeten willen, dat we dat ook in breder Europees verband doen en dat we daar partners voor hebben. Maar als de Amerikaanse sancties een nieuwe golf krijgen die echt serieus is — ik ben het eens met het feit dat timing belangrijk is — dan wordt meestal weer gezocht naar een later moment in de tijd om iets wat je maar één keer kan inzetten, in te zetten, omdat je het liever nog in de gereedschapskist houdt. Mijn vraag is: staat het klaar op het moment dat de sancties van Amerika zo serieus zijn dat je redelijkerwijs moet zeggen "dit is het moment waarop we dat blocking statute moeten inzetten"?
Minister Jetten:
Op als-danvragen ga ik meestal niet in, maar inderdaad, als het nodig is, dan zijn er ook door de Europese Commissie al veel voorbereidingen getroffen. Wij hebben ook onze Europese partners de afgelopen tijd heel intensief meegenomen in de ontwikkelingen rondom het ICC, want wij zijn gastland, maar uiteindelijk zullen we met alle verdragspartijen gezamenlijk voor dat instituut moeten staan. Ik vraag dat dus ook veel in andere hoofdsteden. Het is bijna een dagtaak voor een aantal van ons, zo serieus nemen we dit.
De heer Koffeman (PvdD):
Collega Beukering vergeleek de inspanning die Nederland levert voor steun aan Oekraïne met die van Frankrijk en Italië. Ik zou willen vragen of de minister-president die cijfers herkent en kan bevestigen, en, als dat zo is, of er een inzet gepleegd wordt om die steun te zien als een gezamenlijke Europese verantwoordelijkheid, waarbij Nederland niet een veelvoud levert van de inspanning van bijvoorbeeld Frankrijk en Italië.
Minister Jetten:
Ik weet niet zeker of de berekening van de heer Beukering exact klopt, maar ik denk dat het echt wel behoorlijk in de buurt komt. Dat is ook de reden waarom ik regelmatig mijn Europese collega-regeringsleiders aanspreek op het uitblijven of het achterblijven van bilaterale financiële steun. De Europese steun aan Oekraïne, die lening die is afgesproken, was namelijk niet ter vervanging van de bilaterale steun, maar ter aanvulling daarop. Daar zetten we dus continu op in. Maar goed, we zien ook dat een aantal van die landen echt achterblijft, hoe vaak je ze er ook op aanspreekt. Dat betekent niet dat wij als Nederland minder gaan doen. Samen met Noorwegen, Duitsland, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk behoren we tot de landen die de meeste steun verlenen. Dat doen we uit volle overtuiging. Dat zullen we ook blijven doen.
Voorzitter. Dan was er ook een aantal vragen over hoe we kijken naar de defensie-investeringen van de komende jaren. In de Defensienota hebben we uiteengezet hoe we tot en met 2035 willen bouwen aan een krijgsmacht die ook wezenlijk anders is dan die van voorheen, waarbij technologische vernieuwing en hoogwaardige systemen echt samengaan met betaalbare massa en onbemenste systemen waar altijd ook een menselijk eindoordeel op zit. Daarmee creëren we een voorsprong op zowel het fysieke slagveld als het digitale slagveld. Daarbij kijken we waar we ons als Nederland echt in kunnen specialiseren binnen NAVO-verband en binnen de Europese verantwoordelijkheden die daarvoor gelden.
Dat betekent forse groei, ook in het aantal mensen de komende jaren bij Defensie. Ik ben het met de heer Beukering eens dat we daarbij echt moeten proberen om uit alle groepen van de samenleving meer mensen aan te trekken voor Defensie en ervoor moeten zorgen dat Defensie in staat is om al die nieuwe sollicitanten ook daadwerkelijk goed te kunnen opleiden, of die daar nou fulltime komen werken of als reservist willen optreden. Dat gaat gepaard met een beetje groeipijn, maar we zien dat Defensie steeds beter in staat is om al die nieuwe mensen ook daadwerkelijk op te nemen. Tegelijkertijd werken we aan een goede cultuur op de werkvloer, waar ruimte is voor kritiek en zeker ook voor klokkenluiders. We zien dat die werving hard en goed gaat. Tegelijkertijd hebben we ook wel echt meer ruimte voor Defensie nodig, zowel in de gebouwen als op plekken waar we Defensie ook daadwerkelijk fysiek kwijt kunnen, op locaties waar geoefend en getraind kan worden. De Wet op de defensiegereedheid helpt om dat beter in te passen. Daarbij geldt ook dat onze infra in staat moet zijn om bijvoorbeeld die bewegingen van personeel en materieel op een goede manier te laten plaatsvinden. De cijfers zijn echt wel beter dan er soms in de debatten wordt gesuggereerd. Er is altijd een route van A naar B. Soms is dat niet de snelste route, maar er is altijd een route van A naar B. Ondertussen werken we hard aan het wegwerken van het achterstallig onderhoud.
De AI-ontwikkeling gaat hard, ook op het gebied van oorlogsvoering. Voor Nederland is het relevant dat daar altijd een menselijke controle en oordeelsvorming plaatsvindt, zodat voldaan wordt aan het internationaal humanitair recht. We zijn daarom ook een van de voortrekkers om te komen tot nieuwe internationale afspraken over toepassingen van AI in het militaire domein. Dat doen we onder andere in VN-verband bij het initiative Responsible AI in the Military Domain. Dat gaat over verantwoorde inzet. De komende weken en maanden zijn we, wat betreft weerbaarheid, druk bezig met de nieuwe Europese begroting voor de komende jaren, het Meerjarig Financieel Kader. De inzet van dit kabinet is, samen met een aantal andere landen, om echt een aantal scherpe keuzes te maken, zodat die Europese meerjarenbegroting zich echt richt op de grote uitdagingen van deze tijd: het versterken van het concurrentievermogen, de Europese veiligheid en defensiesamenwerking, het beter beheersen van migratiestromen en het behalen van de klimaatdoelen op Europees gebied. Dat vraagt dus een EU-begroting die ambitieus is, maar waarin we ook echt keuzes maken. We zijn nu in afwachting van een nieuw voorstel van het Iers voorzitterschap. Volgende week vrijdag hebben we de eerste Europese Raad om de onderhandelingen daarover te vervolgen.
Tegelijkertijd is de EU weer wat meer in trek, niet alleen met het partnerschap met Canada, maar ook, zeg ik in de richting van de heer Van Meenen, in de relatie met het Verenigd Koninkrijk. Later dit jaar vindt er een EU-VK-top plaats. Wij waren jarenlang natuurlijk een van de beste partners van het Verenigd Koninkrijk, dus ik heb ook meteen na het aantreden van de nieuwe Britse premier met hem gesproken over hoe de Nederlands-Britse verhoudingen weer kunnen worden versterkt. Onder andere op het gebied van energiesamenwerking, maar ook op dat van veiligheid, drones en veiligheid van de Noordzee zien we grote kansen. Wij zullen in Brussel dus echt pleiten voor een ambitieuze en succesvolle agenda met het VK samen.
Over weerbare gemeenschappen had ik het net al kort met mevrouw Huizinga. In het kader van veiligheid trekken we extra geld uit voor de nationale weerbaarheid. In november organiseert de NCTV samen met Defensie een top over nationale weerbaarheid. Onderdeel van de samenwerkingsagenda met de medeoverheden is dat we de komende jaren 70 miljoen per jaar extra uittrekken om medeoverheden te ondersteunen bij de maatregelen die zij op lokaal niveau moeten treffen.
Wat betreft weerbaarheid is de digitale dreiging een steeds grotere. De cybersecurityagenda biedt daarvoor alle aanknopingspunten. Het kabinet werkt nu aan een actieprogramma waarin de verschillende elementen van de cybersecurityagenda worden uitgewerkt. Dat programma zal in november door de minister van JenV aan de Kamers worden aangeboden. De Cyberbeveiligingswet, die op 15 augustus in werking is getreden, geeft al veel meer mogelijkheden om de digitale weerbaarheid van Nederland fors te versterken.
Tegelijkertijd zien we op straat dat de veiligheid nog altijd onder druk staat. Verschillende fracties hebben daar concreet bij stilgestaan. Onze veiligheidsdiensten hebben gewaarschuwd dat we alert moeten zijn, dat extremistische ideeën en extremistisch taalgebruik steeds vaker worden genormaliseerd en dat die normalisatie ertoe leidt dat dat in het publieke en het maatschappelijke debat sluipt. Daardoor staan belangrijke Nederlandse normen en waarden, zoals gelijkwaardigheid en tolerantie, meer en meer onder druk en zien we op lokaal niveau dat bijvoorbeeld burgemeesters soms worstelen met de vraag hoe ze het lokale debat in goede banen kunnen leiden. Het is echt een opdracht aan de totale politiek om hier heel alert op te zijn. We ontwikkelen verschillende handreikingen aan bestuurders op alle niveaus om hier op een goede manier mee om te kunnen gaan. Tegelijkertijd zullen we hard moeten optreden bij demonstraties of intimidaties die in het publieke domein plaatsvinden. Je mag in dit land demonstreren, maar geweld plegen mag nooit, onveilige situaties veroorzaken mag nooit, en het huis van je buren bekladden onder het mom van opkomen voor de veiligheid van vrouwen uit je dorp, is het meest bizarre voorbeeld dat ik afgelopen zomer heb gezien. Het kabinet doet er alles aan, samen met politie en OM, om de overtreders daadwerkelijk strafrechtelijk te vervolgen zodat niemand hier onbestraft mee wegkomt.
De heer Janssen i (SP):
Het ging even heel snel van militair naar de veiligheid op straat en het demonstratierecht. Ik wil even terug naar het militaire. Mijn eerste vraag gaat over de Europese gelden voor militaire mobiliteit. Tot 2027 was daarvoor vanuit Europa een bedrag van 1,75 miljard beschikbaar, bijvoorbeeld voor dual-use. Voor zover ik het heb gelezen, is maar 51 miljoen van dat totale bedrag richting Nederland gegaan, terwijl wij toch de gateway to Europe zijn als het gaat om de aan- en afvoer van materieel. Komt er nog extra inzet om Europees geld naar Nederland te halen voor militaire mobiliteit, dat wij ook voor dual-use kunnen gebruiken voor onze eigen wegen, spoorwegen en havens?
Minister Jetten:
Er lopen in ieder geval gesprekken over de hele bijzondere rol die de haven van Rotterdam speelt bij de aan- en afvoer van veel materieel. Ook spreken we over het versterken van de weerbaarheid van de havengebieden, omdat er allerlei hybride dreigingen kunnen plaatsvinden. Of dit ook zal leiden tot extra Europees geld dat naar Nederland vloeit, kan ik nu nog niet zeggen.
De heer Janssen (SP):
Het ging mij meer om de harde infrastructuur: spoorwegen, bruggen et cetera. Wij hebben daar echt behoefte aan. Als er materieel binnenkomt in Rotterdam, Vlissingen of Den Helder dat richting het oosten moet gaan en dat bij de eerste brug tot stilstand komt, is dat een probleem. Is daarvoor geld beschikbaar in Europa — ik weet dat dat geld er is — en wordt vanuit Nederland extra ingezet om dat geld naar Nederland te halen, zodat we ook vanuit die functie ons eigen wegennet en spoorwegennet kunnen versterken?
Minister Jetten:
Het antwoord op die vraag is ja.
De heer Janssen (SP):
Dan wachten we de resultaten daarvan af.
De minister had het over systemen bij Defensie waar altijd nog een menselijke toets op zit. Ik gaf het voorbeeld van het project dat nu in Amerika is opgestart om te komen tot een systeem dat in staat is tot autonome oorlogsvoering. Onder andere Elon Musk is daarvoor aangesteld. Ik heb daarop een reactie gevraagd, omdat het mij heel veel zorgen baart als we tot een systeem gaan komen, met alles wat we nu hebben geleerd over AI en losgeslagen AI-agents, dat in staat is tot autonome oorlogsvoering. Mijn vragen aan de minister-president zijn welke reactie hij daarop heeft en hoe Nederland daarmee omgaat en daarop gaat reageren.
Minister Jetten:
Het kabinet deelt die zorgen volledig. Dat is ook de reden dat we tijdens de AVVN sessies hebben georganiseerd om ervoor te zorgen dat er internationale regelgeving komt voor de inzet van AI in algemene zin, maar ook in het bijzonder voor militaire doeleinden. Samen met Finland en Noorwegen nemen we nu ook het initiatief om op korte termijn extra bijeenkomsten te organiseren om hierop specifiek in te gaan, omdat de ontwikkelingen die we in de VS zien ons grote zorgen baren. Overigens kunnen die ook de veiligheid van de Amerikanen zelf serieus bedreigen. De route van geen menselijk toezicht op dit soort militaire AI-toepassingen die wordt ingezet, vinden wij zeer onverstandig. Dit gaan we koste wat het kost voorkomen.
De heer Janssen (SP):
Dank.
Minister Jetten:
De SP vroeg ook nog naar de bevoegdheden van inlichtingendiensten. Wij hebben net de Wet bescherming nationale veiligheid in internetconsultatie gebracht. Daarna zal het wetsvoorstel, al dan niet aangepast, voor advies naar de Raad van State gaan alvorens het aan de Tweede en Eerste Kamer wordt aangeboden. Wij achten het echt noodzakelijk om in deze geopolitieke context met meer spionage, meer cyberaanvallen, en meer verschillende vormen van bedreiging met deze nieuwe wet op de inlichtingendiensten te komen. We kijken uiteraard uit naar het inhoudelijke debat dat daarover nog moet plaatsvinden.
De heer Janssen (SP):
Dat was niet mijn vraag aan de minister-president. Ik heb een hele opsomming gegeven van een aantal maatregelen die ertoe leiden dat de tegenmacht in Nederland wordt afgebroken, in ieder geval wordt verzwakt, dat de macht wordt versterkt en de tegenmacht wordt verzwakt. In dat kader heb ik ook deze wet genoemd, omdat de posities en de mogelijkheden worden uitgebreid en het toezicht wordt verminderd. Het was één maatregel van de optelsom aan maatregelen. Ik heb de dwangsom et cetera daar ook bij genoemd. Mijn vraag aan de minister-president was: heeft het kabinet zelf de optelsom gemaakt van al die individuele maatregelen en wat betekent die optelsom van de maatregelen voor het gevoel dat burgers hebben of zij de overheid nog kunnen vertrouwen, of zij voldoende beschermd worden en wat de rechtsbescherming met zich meebrengt?
Minister Jetten:
Zo'n optelsom hebben we niet gemaakt. Wij hebben wel geconstateerd dat veel burgers vastlopen in een systeem dat zo ingewikkeld is geworden dat de insiders vaak maximaal worden beschermd, maar de outsiders er niet tussen kunnen komen, bijvoorbeeld op het gebied van woningbouw. Dat is de reden waarom we bijvoorbeeld naar bezwaar en beroep in één keer gaan en veel meer inzoomen op mensen die daadwerkelijk een belang hebben als zij ergens bezwaar of beroep tegen aantekenen. We zien dat buitenlandse mogendheden en criminele en terroristische organisaties ons continu bedreigen en dat we onvoldoende middelen hebben om daar assertief op te reageren. Met de nieuwe veiligheidswet zoeken we naar een andere balans om daar goed tegen te kunnen optreden. Soms kan het samenvoegen van toezichtfuncties helpen om dat toezicht op één plek juist te versterken. Dus nee, geen totale optelsom zoals nu wordt gevraagd, maar wel per onderdeel steeds een goede afweging hoe je een balans vindt tussen de dreigingen van deze tijd aan de ene kant en rechtszekerheid voor de Nederlandse burger aan de andere kant.
De heer Janssen (SP):
Ik zou dit de minister toch willen vragen, als ambtelijk is meegeluisterd, omdat in dit soort gevallen de som meer kan zijn dan de optelsom van de individuele delen. Mijn vraag was met name: als u dit nu allemaal optelt en u kijkt wat dat betekent voor de rechtsbescherming van burgers … Ik heb het voorbeeld van minister Vijlbrief genoemd, die daar ook naar heeft gekeken en heeft gezegd: is dit nu wel het goede dat we doen, niet vanuit de techniek van wat het betekent voor het UWV, maar wel wat het betekent voor het rechtsbeschermingsgevoel van burgers? Misschien mag ik de minister-president toch vragen, als ambtelijk is meegeluisterd, of hij op die optelsom in tweede termijn nog even wil reageren, vanuit die gedachte en niet vanuit de inhoud van ieder van die maatregelen. Misschien valt over iedere maatregel een discussie te voeren, maar de optelsom wordt meer dan de individuele delen.
Minister Jetten:
Duidelijk. Het is volgens mij sowieso een mooie oproep aan het kabinet om dat de komende tijd bij alle voorstellen die we maken, steeds in een breder perspectief te zien. Ik zal in tweede termijn daarop terugkomen.
Dat brengt mij bij asiel en migratie. Daar zijn een aantal vragen over gesteld. We hebben de afgelopen tijd met de implementatie van het Europees Asiel- en migratiepact en een aantal nationale maatregelen de grootste aanpassing aan wet- en regelgeving gezien die we in decennia op dit vlak hebben gehad. Voor de begrotingsbehandeling in de Tweede Kamer zal de minister ook nog een brief sturen, waarin hij de balans opmaakt van wat al die implementaties de afgelopen tijd hebben gedaan met de praktijk rondom asiel en migratie. We spannen ons dag en nacht in om dat Europese asielstelsel werkend te krijgen. We doen dat in nauw contact met de EU-collega's.
Met het tweestatusstelsel dat ook door deze Kamer is gesteund, zijn een groot aantal nationale maatregelen genomen die ons meer grip geven op de instroom. Als het de komende tijd nodig is om daar aanvullende maatregelen op te treffen, omdat die instroom toch te hoog blijft, zullen we dat doen binnen de juridische mogelijkheden die we hebben. Dat is belangrijk, omdat er, als je met medeoverheden spreekt, altijd twee kanten aan de medaille zijn. Aan de ene kant goede opvang en goed gespreide opvang over het land, maar ook, om het draagvlak te behouden, zorgen dat we strenger zijn bij de vraag wie hier binnenkomt, wie er recht heeft op opvang in dit land en hoe we omgaan met mensen die hier niets te zoeken hebben.
Daarover waren een aantal hele specifieke vragen. Samen met Frontex werken we aan de versterking van de Europese buitengrens. Onderdeel daarvan is ook dat, als een betreffende asielzoeker de EU is binnengekomen op een door een andere lidstaat afgegeven visum, in dat land het asielverzoek zal moeten worden afgehandeld. De minister werkt ook druk aan betere afspraken met een aantal EU-partners die de afgelopen jaren wat terughoudend waren in het overnemen van mensen die in het betreffende land de asielprocedure moeten aflopen.
Belangrijk is dus duurzame, kleinschalige opvang. Daar wordt momenteel hard aan gewerkt, samen met VNG en COA. Daar hebben we de komende jaren ook structurele financiering voor georganiseerd. En als je dan die kleinschalige, duurzame opvang organiseert, is het ook belangrijk om daar meteen werk te maken van taal en begeleiding naar werk, omdat dat de beste manier is om mensen te helpen een plek in de Nederlandse samenleving te vinden. Daarover zo meteen nog een paar nadere antwoorden, voorzitter.
De heer Van Hattem (PVV):
Mijn vraag gaat vooral over het punt van het laten verlopen van de Schengenvisa en dan vervolgens asiel aanvragen. Is de minister-president ermee bekend dat dit in zulke grote aantallen gebeurt dat het volgens de directeur van Frontex zelfs de grootste stroom is binnen de EU? De vraag is wat de minister-president hieraan wil doen. Als een ander land er vervolgens misschien voor verantwoordelijk is om diegene over te nemen, hebben we te maken met Dublinclaimanten. Wat gaat dit kabinet doen om te voorkomen dat er na het verlopen van die visa massaal asielaanvragen komen? Is daar iets aan te doen?
Minister Jetten:
Wij herkennen niet het beeld dat dit een massale, grote groep is. We krijgen van de Europese Commissie regelmatig updates met alle feiten en cijfers. Bij de eerstvolgende keer dat die uitkomen, en dat is denk ik rondom een Europese Raad waar ik zelf bij ben, zal ik hier in het bijzonder naar vragen. We doen er dus alles aan om Dublinclaimanten ook echt terug te sturen naar het land waar de asielprocedure moet worden doorlopen.
De heer Van Hattem (PVV):
Helder. We horen al heel lang dat dat gepoogd wordt. We zien nu dat zelfs naar Italië uitzetten al een probleem is. Kan er misschien strenger gekeken worden naar het laten verlopen van de visa? Als mensen hier de Europese Unie binnenkomen op basis van een toeristenvisum, een werkvisum of een studievisum, hebben ze blijkbaar uiteindelijk toch het doel om hier asiel aan te vragen. Misschien moeten we ons dan afvragen of we wel zo makkelijk visa moeten verstrekken. Kan daar eens naar gekeken worden?
Minister Jetten:
Dat nemen we mee.
De heer Van Hattem (PVV):
Dank.
Minister Jetten:
Voorzitter. De Terugkeerverordening biedt meer instrumenten om op te treden tegen criminele en illegale vreemdelingen, zoals het toepassen van terugkeerhubs of ruimere voorwaarden voor vreemdelingenbewaring en het vaker inzetten van een inreisverbod voor personen die een veiligheidsrisico vormen. Het kabinet zal deze week de wet over strafbaarstelling van terugkeerfrustreerders in consultatie brengen. Daar komen deze elementen in terug.
Het COA zal altijd samen met de betreffende gemeenten tijdig communiceren over het voornemen tot nieuwe opvanglocaties. Het is echt aan de gemeenten om te bepalen op welk moment die communicatie plaatsvindt.
De heer Schalk (SGP):
Een heel korte vraag. De minister-president had het over het terugzenden. Kan daar volgens dat nieuwe voorstel ook het snelrecht op worden toegepast?
Minister Jetten:
We zijn onderdeel van een kopgroep van — wat is het nu? — zes landen die kijken hoe de Terugkeerverordening en heel specifiek de terugkeerhubs echt zouden kunnen gaan werken. De verwachting is dat in de loop van volgend jaar wellicht een eerste pilot kan gaan plaatsvinden. Dat zal vast en zeker een hele hoop nieuwe juridische vragen opleveren. Die zijn denk ik ook nodig om het antwoord te krijgen en om te weten hoe de Terugkeerverordening en de terugkeerhubs goed en duurzaam blijvend kunnen worden ingezet. Volgens mij is het snelrecht daarbij niet per se noodzakelijk. De vraag is vooral hoe we met een aantal landen uit de kopgroep dezelfde juridische basis gaan hanteren.
De heer Schalk (SGP):
Dat begrijp ik. Ook die voorzichtigheid begrijp ik aan de ene kant wel, maar aan de andere kant merken we dat een aantal asielzoekers continu amok maakt enzovoort. Op welke manier kan daar scherper op ingezet worden? Ik denk dat zij het recht verspelen om hier te blijven.
Minister Jetten:
Voor deze specifieke groep zetten we inderdaad wel degelijk in op snelrecht. Absoluut.
De voorzitter:
De heer Van Hattem voor zijn dertiende interruptie.
De heer Van Hattem (PVV):
Kijk, weer mijn geluksgetal. Ik hoor de minister-president zeggen dat de gemeentes het moment bepalen waarop ze een asielopvanglocatie bekendmaken. In mijn vraag gaat het erom dat het COA zelf actief verzoeken doet richting de gemeentes om dit over gemeenteraadsverkiezingen heen te tillen. Daarmee zegt het COA bewust: laat de kiezer het niet weten en laat de kiezer in onwetendheid over het feit dat er een asielzoekerscentrum komt. De kiezers hebben daarmee niet de kans om zich daar bij de verkiezingen over uit te spreken. Dat is eigenlijk het hele punt. Het COA doet dit blijkbaar bewust richting gemeenten. Dat vind ik onacceptabel en ondemocratisch. Daarom vraag ik de minister-president: heeft hij er kennis van dat dit vaker gebeurt en acht hij dit acceptabel?
Minister Jetten:
Die signalen zijn ons echt niet bekend. Het COA probeert in een hoog tempo voldoende opvanglocaties te realiseren, liefst permanente locaties in plaats van die veel te dure hotels, cruiseschepen en andere locaties. Het COA kan zich dus niet veroorloven om dit nog maanden uit te stellen. Zeker op lokaal niveau en bij de gemeenteraadsverkiezingen is het heel nuttig als politieke partijen en kiezers een debat kunnen voeren over hoe in hun gemeente moet worden omgegaan met de taakstelling die de gemeente heeft voor de opvang. Dan helpt het als je weet welke plannen er op dat moment zijn.
De heer Van Hattem (PVV):
Dat is dus het probleem. Ik heb de situatie in Engelen genoemd, in de gemeente 's-Hertogenbosch. Daar is door het COA in het voorafgaande vergunningsproces — het voorbereidingsproces op de vergunningverlening moet ik eigenlijk zeggen — richting de gemeente, met geluidsberekeningen en dergelijke, het verzoek gedaan: kunnen we dit niet beter over de verkiezingen heen tillen, omdat er anders onrust ontstaat? In tegenstelling tot wat de minister-president nu zegt, namelijk dat het goed is om het debat te voeren, is daar op aandringen van het COA juist voor gekozen om dat debat niet te voeren. Dan hoor ik toch graag van de minister-president hoe hij daartegenover staat en of hij dat vanuit het COA een acceptabele manier van werken vindt.
Minister Jetten:
Dat is echt een afweging die elk lokaal bestuur moet maken.
De heer Van Hattem (PVV):
Dan vraag ik mij af hoe vaak dit in Nederland voorkomt. Als de minister-president daar nu geen antwoord op kan geven, zal ik daar nadere schriftelijke vragen over stellen.
Minister Jetten:
Laten we ervan uitgaan dat al die ambtenaren elke dag naar eer en geweten hun werk doen.
De voorzitter:
Mevrouw Van Bijsterveld, tot slot. Zij was volgens mij net wat eerder.
Mevrouw Van Bijsterveld i (JA21):
Dames gaan voor. Ik zou toch een iets explicieter antwoord willen van de minister-president, als dat kan, over wanneer het kabinet concludeert dat de grens is bereikt. De afgelopen twee weken was de asielinstroom weer op het hoge oude niveau. Het leek even de goede kant op te gaan, maar nu gaat het gewoon weer omhoog. Ik zou graag de toezegging van de minister-president krijgen dat als het kabinet klaar is voor het nemen van aanvullende maatregelen, dan ook zo snel mogelijk in een brief duidelijk wordt gemaakt aan welke maatregelen het kabinet denkt. Dat is nog steeds onduidelijk. Ik begrijp dat u zegt: we werken eraan en we kijken binnen de juridische ruimte wat we aanvullend nog kunnen en willen doen. Maar wanneer gaat u dat nu doen? Naar de mening van mijn fractie is de grens echt wel bereikt.
Minister Jetten:
Wij hebben de afgelopen maanden gezien dat in heel Europa de instroom aanzienlijk lager lag dan in voorgaande jaren. Maar wij hebben daarbij ook altijd gezegd dat het nog te vroeg is om daar definitieve conclusies aan te verbinden, omdat het soms ook met horten en stoten gaat. Dat hebben we ook in de afgelopen twee weken gezien. Het is volgens mij dus echt relevant om steeds over een langere periode te bezien wat de instroomcijfers zijn, om welk type instroom het gaat en wat dit betekent voor de Nederlandse opgave. We zullen binnenkort met de beide Kamers een nadere analyse delen van de eerste resultaten van het Europees Migratiepact. Als wij op een gegeven moment met elkaar wegen dat er meer nationale maatregelen moeten worden genomen, zullen we die natuurlijk zo snel mogelijk nemen en u daar ook over informeren. Maar dat is nu nog niet aan de orde.
Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):
We lezen natuurlijk ook het nieuws. Gemeld wordt dat er inmiddels nog 21 gemeenten onder toezicht komen. Inmiddels gaat het al om 18%. De spanningen lopen dus op. Ik denk dat dit ook dat een signaal moet zijn voor het kabinet om te zeggen: uiteindelijk is de grens bereikt.
Minister Jetten:
Ik denk dat dit voor een deel ziet op de vraag hoe we ervoor zorgen dat we mensen die worden afgewezen en hier niet mogen blijven, in het bijzonder de mensen die hier veel overlast veroorzaken — voor hen geldt dat de grens allang is bereikt — kunnen worden uitgezet. In de afgelopen jaren hebben we te weinig mensen kunnen uitzetten. Daarom zitten we in een kopgroep van diverse Europese landen, om hier echt op heel korte termijn veel meer maatregelen te treffen, zowel nationaal als samen in die Europese kopgroep. U kunt er sowieso van uitgaan dat we op korte termijn concreter zullen worden wat betreft het type maatregelen dat we nemen om juist voor deze groep een veel hardere aanpak te realiseren.
De heer Kemperman (FVD):
Toch even terug naar het COA. Het COA heeft een steeds slechtere reputatie als het gaat om een betrouwbare partner zijn. Veel gemeenten sluiten natuurlijk tijdelijke contracten af met het COA. Vervolgens komen ze erachter dat als die aflopen, het COA gewoon blijft zitten. Ik noem Epe. Het Fletcher Hotel daar is een bekende casus. Ik denk dat het voor het COA niet zo heel veel uitmaakt, want er is de indruk dat de begroting, de ruif, waaruit de boetes betaald moeten worden, schier onuitputtelijk is. De mensen die het betreft, denken: wat gebeurt er nou; het zou toch tijdelijk zijn, maar ze blijven gewoon zitten en het wordt maar betaald? Dat is ook het geval bij die peperdure hotelregelingen. Dat vergroot het draagvlak natuurlijk niet. Als het COA een betrouwbare partner wil zijn en de afspraak maakt om een tijdelijke locatie in te richten maar blijft zitten, ziet het kabinet dan voor zichzelf een rol weggelegd om het vertrouwen te herstellen door het COA aan zijn afspraak te houden? Of zegt u: dat is puur een lokale bestuurlijke aangelegenheid en daar doen we niet aan mee, dus daar trekken we onze handen van af? Voelt u de verantwoordelijkheid voor die betrouwbaarheid?
Minister Jetten:
We zouden heel graag willen dat het COA zich aan die afspraken kan houden. Dat vraagt ook van andere gemeenten om medeverantwoordelijkheid te nemen. Dan kunnen we in het hele land, op alle plekken, ons steentje bijdragen aan voldoende opvanglocaties, waar we niet alleen menswaardige opvang realiseren, maar waar we ook meteen met taal en werk aan de slag kunnen. Dan zijn we niet meer aangewezen op de vaak tijdelijke locaties en de noodlocaties die we in de afgelopen jaren te vaak hebben moeten inzetten. Als we niet de vaste aantallen opvangplekken met elkaar realiseren, dan is het alternatief mensen op straat laten slapen. Daar wordt Nederland ook niet veiliger van. Hier hangen deze twee elementen helaas wel met elkaar samen. Hoe eerder we de opvang goed spreiden over het land, hoe minder tijdelijke locaties we nodig hebben en hoe beter het COA zich aan de afspraken kan houden.
De heer Kemperman (FVD):
Ik begrijp de hele moeilijke afweging en de menselijke kant. Je kunt mensen daar moeilijk uit halen en weer op straat zetten of terug naar Ter Apel sturen. Het is wel een hele concrete afweging. Ik noemde net het voorbeeld van Epe. Daar voelt de buurt, de bevolking, zich toch een beetje bedonderd. Het zou tijdelijk zijn en dat is het niet. Ik ben zelf toevallig een inwoner van een van de 21 gemeenten die recent zijn aangewezen. Daar wordt met het COA gesproken over een tijdelijke locatie. Ik kan u zeggen dat het draagvlak in de gemeente waar ik woon niet toeneemt, omdat men ziet wat er in Epe gebeurt. Dus ja, het is een moeilijke menselijke afweging. Dat dilemma snapt iedereen. Tegelijkertijd neemt het draagvlak niet toe door deze manier van zakendoen door het COA. Wat gaan we nou doen?
Minister Jetten:
Dat is een heel moeilijk dilemma. Dat klopt, maar wij hopen ook dat wij door de intensieve gesprekken die wij nu met veel gemeenten voeren in de komende tijd afspraken kunnen maken voor veel meer locaties om op een goeie manier opvang te realiseren. Dat is met een totaalpakket, met stabiele financiering en met heel veel aandacht voor integratie, taal en werk, zodat de dilemma's die nu terecht worden geschetst echt tot het verleden gaan behoren. We zullen hier toch nog een tijdje doorheen moeten.
De voorzitter:
Tot slot, de heer Kemperman.
De heer Kemperman (FVD):
Ik hoor wat u zegt, maar toch puzzelt het mij dat u vanuit de positie van het Rijk, of de minister die daarover gaat, een gemeente kan dwingen zich aan haar verplichtingen te houden. Dat kan door een verscherpte aanstelling of een bepaalde status van "je zal en je moet". Maar de minister kan niet een orgaan als het COA dwingen om zich aan zijn afspraak en contractuele verplichting te houden. Dat is ook voor de samenleving natuurlijk meten met twee maten. Ik kijk ook een beetje naar uw linkerbuurman, naar minister Van den Brink. Dat is raar. Je dwingt een gemeente om iets te doen en het COA laat je eigenlijk een soort rechteloosheid … Dat is het eigenlijk ook niet. Je laat het COA zich niet houden aan zijn bestuurlijke verplichting jegens een overheid. Dat kan toch niet samengaan?
Minister Jetten:
Het is ook echt lastig, maar het COA heeft tegelijkertijd de verplichting om te voorkomen dat in dit geval mensen op straat belanden, met nog grotere consequenties voor die mensen zelf en voor onze samenleving. Het is dus kiezen uit kwaden hier.
Voorzitter, ik ben bijna bij het eind van dit blok.
De voorzitter:
Ik ga de heer Janssen nog het woord geven. Dat gaat over het COA-punt. Daarna maakt u uw blok af.
De heer Janssen (SP):
Nog even over het COA-punt. Ik loop al wat langer mee en kijk even terug naar 2016 en 2017. Toen was juist de reactie dat het COA onder druk van het Rijk allerlei locaties sloot, tegen de contracten in die al afgesloten waren en die tussentijds beëindigd werden, met alle problemen van dien. Het is dus ook het tijdsbeeld. Ik wil het wat dat betreft wel even opnemen voor het COA. Kan de minister-president bevestigen dat — hoe zal ik daar eens iets van maken? — het COA ook eigenlijk maar een speelbal is van wat er politiek gebeurt, ondanks dat het zelfstandig opereert? Dat zeg ik met alle respect. We kunnen daar natuurlijk met z'n allen het COA op aanspreken, maar het COA verdient ook wel steun, omdat ze uitvoeren wat wij met elkaar organiseren. Dat was in 2016 en 2017 precies het omgekeerde van wat er nu aan de hand is. Het ging toen namelijk om het tussentijds verbreken van contracten. Er werden toen ook duizend mensen ontslagen. Nu is precies het tegenovergestelde aan de hand. Die opmerking wil ik voor het COA wel gemaakt hebben. Mijn vraag aan de minister-president is of hij kan bevestigen dat het COA er weliswaar formeel op aangesproken kan worden, maar dat het toch ook wel afhankelijk is van wat wij met elkaar als kabinet en parlement hier afspreken.
De voorzitter:
Ik hoorde geen vraag.
Minister Jetten:
Ik ben het helemaal eens met deze interruptie. Dat is ook de reden waarom wij kiezen voor een stabiele en langjarige financiering. Ook als de instroomcijfers wisselen, blijft die stabiele financiering er voor die vaste opvangplekken.
Voorzitter. Dan ben ik bijna bij het einde van dit blok.
De voorzitter:
Maakt u dat blokje af.
Minister Jetten:
Er werd gevraagd op welke wijze het kabinet morgen aandacht besteedt aan 7 oktober, de dag van de verschrikkelijke terreuraanslag van Hamas op Israël. Verschillende leden van het kabinet zullen morgen bij verschillende herdenkingen in het land aanwezig zijn om hierbij stil te staan.
In de nasleep van die aanslag zien we natuurlijk ook in Nederland een toenemend antisemitisme, dat op allerlei manieren de kop opsteekt. We zijn daarom ook heel intensief met de Joodse gemeenschap in overleg, niet alleen maar over de beveiliging van Joodse objecten en locaties, en de veiligheid van de Nederlands-Joodse gemeenschap, maar ook — die vraag krijg ik ook steeds meer vanuit de Joodse gemeenschap — over de vrije manier van het Joodse leven in Nederland. Het moet niet alleen maar gaan over de negatieve voorbeelden en de harde veiligheid, maar ook over hoe de Joodse gemeenschap in Nederland gewoon onderdeel kan zijn van deze samenleving, Joodse gebruiken kan blijven toepassen, Joodse feestdagen kan vieren, Joodse kinderen gewoon op een fatsoenlijke manier naar een Joodse school kan laten gaan en ga zo maar door. Ik denk dat we daar met z'n allen ook elke keer weer voor moeten gaan staan. We doen dat als kabinet, maar ik zie gelukkig ook dat dat breed door de partijen heen continu wordt opgepakt. Morgen is er dus extra aandacht voor vanwege het trieste jubileum van die laffe terreurdaad, waarbij zo veel onschuldige slachtoffers vielen.
De voorzitter:
Dit was het einde van het blok?
Minister Jetten:
Nee, want er gaan ook nog een paar vragen over de nasleep van die aanslag. Het zijn nog een drietal vragen.
De voorzitter:
Kan de heer Van Hattem nog even wachten?
De heer Van Hattem (PVV):
Ik wil wel wachten, maar ik had nog een openstaande vraag over het aantal illegalen. Daar wil ik nog even wat over vragen.
De voorzitter:
Dan komt dat zo ook nog.
Minister Jetten:
De heer Rosenmöller vroeg specifiek naar het Israëlische besluit ten aanzien van onze diplomaten in Ramallah. Nederland betreurt het onnodige besluit van Israël om de diplomatieke status van onze diplomaten in Ramallah en de privileges die daarbij horen in te trekken. Het betreft dus niet een persona-non-grataverklaring met als gevolg dat ze het land zouden moeten verlaten, maar we vinden het wel een onwenselijke situatie. De Israëlische ambassadeur is dan ook direct ontboden om opheldering te geven.
Op dit moment is de situatie sinds de aankondiging nog niet gewijzigd. Er vinden bilaterale gesprekken plaats om echt heel scherp te krijgen wat nou de exacte consequenties zijn. Onze hoogste prioriteit betreft natuurlijk de veiligheid en het werk van onze collega's in Ramallah, ook omdat zij belangrijk werk doen. Ik denk dan aan het ondersteunen van onder andere de Palestijnse Autoriteit, het bieden van consulaire bijstand en het via allerlei kanalen leveren van hulp aan onschuldige Palestijnse inwoners. Een en ander doen we ook in nauwe samenspraak met een aantal andere landen die in een soortgelijke situatie zitten.
Zoals bekend zijn we sinds de evaluatie van de naleving van artikel 2 van het associatieverdrag met Israël ook in Europa in gesprek over het opschorten van delen van het EU-Israël-associatieakkoord, waaronder het handelsdeel. Daarvoor is tot nu toe onvoldoende steun in de Europese Raad. De verwachting is ook dat dat op korte termijn niet per se gaat veranderen, vanwege de houding van een aantal van de EU-landen. We blijven echter zoeken naar mogelijkheden om hier voortgang op te boeken, zeker in het licht van de verkiezingen die op 27 oktober plaatsvinden. Het is namelijk belangrijk dat de internationale gemeenschap rondom die verkiezingen en zeker bij het aantreden van een nieuwe regering heel helder maakt dat er veel wordt verwacht, ook van de Israëlische regering, in het naleven van het staakt-het-vuren in Gaza en het tegengaan van kolonistengeweld op de Westbank, maar ook wat betreft de situatie in Zuid-Libanon en Israël, die erg zorgwekkend is. Uiteindelijk is de enige oplossing hier om via de diplomatieke weg te zoeken in de richting van een tweestatenoplossing die de veiligheid van zowel Israëli's als Palestijnen garandeert. Dat vraagt een andere houding van de Israëlische regering, maar het vraagt ook de ontwapening van Hamas, democratische verkiezingen in de Palestijnse gebieden en het toewerken naar een levensvatbare Palestijnse staat waarin Hamas geen enkele rol meer kan spelen, omdat die dreiging richting de Israëlische bevolking echt een blokkade is om hier tot een duurzame oplossing te komen.
De voorzitter:
U bent aan het eind van dit deel? Dan de heer Van Hattem.
De heer Van Hattem (PVV):
Misschien toch eerst nog even over dit blokje, met name over de Joodse gemeenschap. Ik denk dat de minister-president mooie woorden uit over de Joodse gemeenschap en het Joodse leven, en ik denk ook zeker wel dat ze oprecht zijn. Tegelijkertijd vraag ik me dan wel af of het niet te veel bij woorden blijft en of er ook niet daadwerkelijk meer moet gebeuren, want de Joodse gemeenschap in Nederland ondervindt natuurlijk ook heel erg een effect van wat er nu mede door het kabinet wordt gedaan richting Israël. Israël wordt als heel vijandig neergezet, onder andere door de sancties die worden afgekondigd. Daar heeft de Joodse gemeenschap ook last van. Ik vraag dan aan de minister-president of hij duidelijker kan aangeven of het meer is dan alleen maar naast de Joodse gemeenschap gaan staan en mooie woorden erover uitspreken. Wat gaan de minister-president en het kabinet concreet doen voor de Joodse gemeenschap?
Minister Jetten:
Laten we op de allereerste plaats gewoon met z'n allen stoppen met het aanspreken van Joodse Nederlanders op wat de Israëlische regering doet. Wat is dat voor iets bizars dat een Nederlander zich moet verantwoorden voor het gedrag van een buitenlandse regering? Dat is niet omdat de heer Van Hattem dat nu doet, maar volgens mij voelen we dat allemaal. Laat de Joodse Nederlanders gewoon met rust. Zorg ervoor dat zij ook in volledige vrijheid en veiligheid hun leven in Nederland kunnen leiden. Daarom trekken we ook extra geld uit voor de beveiliging van Joodse objecten en locaties. Er is heel intensief overleg met burgemeesters en vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap. We werken in nauw overleg met onderwijsinstellingen aan het creëren van een veiliger leerklimaat voor Joodse studenten en Joodse scholieren. We zijn met de politie bezig voor betere opvolging van aangiftes en het verhogen van de aangiftebereidheid en zorgen er ook voor dat het OM daadwerkelijk overgaat tot vervolging en het bestraffen van mensen die antisemitische daden plegen. Het is dus een heel breed scala, dat we samen met de Joodse gemeenschap regelmatig tegen het licht houden. Onze Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding speelt een heel belangrijke rol in het adviseren van verschillende leden van het kabinet en het aanscherpen van het beleid waar dat nodig is.
De voorzitter:
De heer Van Hattem, tot slot.
De heer Van Hattem (PVV):
We kunnen er nog heel lang bij stilstaan, maar ik denk dat het van de andere kant ook wel belangrijk is dat heel veel Joodse Nederlanders een sterke band hebben met de staat Israël. Dat is onlosmakelijk met elkaar verbonden, dus dat aspect wil ik er nog wel even tegenover stellen.
Dan heb ik nog een openstaande vraag over het aantal illegalen dat in Nederland verblijft. We hebben hier afgelopen voorjaar een debat gehad. Toen heb ik aangeven dat het WODC dat aantal schat op ongeveer 20.000 tot 23.000, geloof ik. Daarna zijn er diverse televisie-uitzendingen geweest, ik dacht van EenVandaag, met mensen die vanuit hun werkveld met illegalen werken en die zeggen dat het er zeker wel 100.000 tot 200.000 zijn. Dan vraag ik aan de minister-president of hij in beeld heeft hoe groot deze aantallen zijn en wat eraan gedaan wordt om deze groepen aan te pakken, want we kunnen het toch niet laten voortbestaan dat er zo veel mensen illegaal in Nederland verblijven.
Minister Jetten:
Het WODC verzorgt onafhankelijke cijfers hierover. Heel specifiek richt het kabinet zich nu op het tegengaan van mensen die kunnen en moeten terugkeren en die dat frustreren. Het wetsvoorstel daarvoor zit in de pijplijn. Verder zult u het net als wijzelf moeten doen met de cijfers die het WODC hierover vaststelt.
De heer Van Hattem (PVV):
Ik ga even uit van de cijfers van het WODC. We hebben het dan al over tienduizenden. Hoeveel zullen er per jaar worden aangepakt met de voorziene aanpak van de terugkeerfrustreerders?
Minister Jetten:
Dat kan ik nu niet zeggen. Ik stel voor dat dit onderdeel wordt van het debat over dat wetsvoorstel. Dat gaat volgende week in consultatie. In het terugkeerdebat van volgende week kunt u deze vragen meer in detail behandelen.
Voorzitter, dat brengt me bij het sociale domein.
De voorzitter:
Is dat het blokje sociaal-economisch? Ik heb vier blokjes.
Minister Jetten:
Ja. Daarna heb ik nog het blokje overig.
De voorzitter:
Dan hebben we nu dus nog twee blokken. Ik probeer die toch wel binnen het uur besproken te hebben.
Minister Jetten:
Zeker. Ik denk dat dit ook iets sneller kan, voorzitter. Tenminste … Laat ik het niet jinxen! Maar de vragen zijn vrij overzichtelijk.
Kan het sociaal overleg met de polder zonder voorwaarden vooraf plaatsvinden? Het antwoord is ja. Morgenochtend hebben we het startgesprek met werkgevers en werknemers in het Catshuis. De bedoeling is om daar afspraken te maken over hoe we de komende maanden gaan toewerken naar een sociaal akkoord dat toeziet op aan de ene kant het aanjagen van economische groei en aan de andere kant een goed werkend sociaal stelsel. Daarbij wordt niemand in de steek gelaten en doen we er alles aan om meer mensen op de arbeidsmarkt te laten meedoen. Aan het eind van het sociaal akkoord gaan we bezien wat de implicaties ervan zijn.
Velen van u hebben gevraagd naar de noodzaak van fiscale versimpeling. De Sociaal-Economische Raad is hard aan het werk aan een advies om tot een brede hervormingsagenda voor het belasting- en toeslagenstelsel te komen. Als het goed is, worden daar niet alleen verschillende moties-Van Rooijen mee beantwoord, maar ook een aantal andere vragen die de afgelopen tijd door de Eerste en Tweede Kamer zijn gesteld. Zodra het advies van de Sociaal-Economische Raad er ligt, zal het kabinet zo snel mogelijk met een appreciatie komen. De minister en de staatssecretaris van Financiën werken ook aan een meerjarenagenda om die versimpeling stap voor stap door te voeren. De noodzaak van de hervormingen van het belasting- en toeslagenstelsel delen wij namelijk volledig, ook in het licht van de motie-Baumgarten. We zullen die wijzigingen de komende jaren echter wel stap voor stap moeten doorvoeren, op een manier dat de uitvoering het ook kan bijbenen.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
De SER heeft zelf het initiatief genomen om na te denken en te adviseren over hervorming van alleen box 1 en de toeslagen. De motie die hier vorig jaar is aangenomen, gaat over een brede hervorming van het hele belastingstelsel. Dat betreft dus niet alleen box 1, maar ook box 2 en 3, de btw, de vennootschapsbelasting en de belasting op vermogen. Het gaat om het hele gebied, totaal. De motie vroeg om een onafhankelijke adviescommissie met een soort helicopterview, die dat binnen een paar maanden met drie mensen zou kunnen doen. Die motie is nog steeds niet uitgevoerd. Ik heb twee weken geleden nog wel een kort gesprek gehad met de staatssecretaris, maar dat verhelderde het ook niet. Ik wil graag van de premier de toezegging dat die motie alsnog wordt uitgevoerd. Het ministerie heeft mij gevraagd om, als dat kan, deze week de namen van die helicopterviewers te geven. Daar zal ik morgen mee komen, in ieder geval met twee van de drie. Doe dat nou gewoon. De SER, los van de vraag of ze eruit komen, is geen kabinetsinitiatief. U heeft de plicht om op de motie te reageren en 'm uit te voeren, minister-president. Het is alleen maar constructief bedoeld. Als die helikopterpiloten met een goed plan komen voor het geheel, kan het kabinet en kunnen met name de minister en staatssecretaris daar natuurlijk geweldig mee scoren. Dat zal namelijk het draagvlak in zowel de Tweede als de Eerste Kamer versterken. Denk aan de commissie-Oort eind negentiger jaren. Dat waren overigens geen fiscalisten. Ik stel morgen ook geen fiscalisten voor, dus mijzelf ook niet. Dan weet u dat vast! Die commissie-Oort kwam toen met een enorme hervorming.
De voorzitter:
Meneer Van Rooijen, de vraag was helder. Het ging over de motie.
Minister Jetten:
Ja, de vraag was helder.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Maar, voorzitter, hij was niet zo lang, vergeleken met die van sommige collega's.
De voorzitter:
Nou …
Minister Jetten:
De minister van Financiën fluistert mij in dat hij hier bij de Financiële Beschouwingen uitgebreid bij u op zal terugkomen, meneer Van Rooijen. Inderdaad, de SER doet een deel, maar we willen in de volle breedte naar de versimpeling van het fiscale stelsel. Daar zullen we ook als kabinet zelf werk aan hebben. We zullen bij de Financiële Beschouwingen uitgebreid terugkomen op de motie-Van Rooijen. Dank voor de suggesties die u me dan ambtelijk heeft aangedragen.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Het doet me even aan de regeringsverklaring in april denken. Toen ik u vroeg naar de AOW en de pensioenen zei u: meneer Van Rooijen stelt zulke ingewikkelde vragen; ik zal de minister van Sociale Zaken vragen om erop te antwoorden. Dat duurde toen overigens een aantal maanden. Ik kreeg tien pagina's, maar daar stond niks in. Ik hoop dus dat deze minister Heinen met goede antwoorden komt.
De voorzitter:
Dat hopen we allemaal.
Minister Jetten:
Ja, hij heeft het gehoord. Onderdeel daarvan is natuurlijk de marginale druk. We kijken in de breedte naar maatregelen om werken meer te laten lonen, zoals een voltijdbonus, het meerurenvoordeel en de arbeidskorting per uur. Het kabinet zal uw Kamer voor het eind van het jaar informeren over deze voorgenomen hervormingen.
De heer Van Hattem en anderen vroegen ook nog naar een aantal zaken ten aanzien van btw en accijnzen. Het kabinet heeft in deze Miljoenennota 2,1 miljard uitgetrokken om de accijnskorting op benzine en diesel te verlengen, in het licht van de hoge internationale energieprijzen, juist ook vanwege de grenseffecten die zich op dit vlak voordoen.
Voorzitter. Ten aanzien van box 3 hebben een aantal partijen, maar in het bijzonder ook de heer Rosenmöller en de heer Van Rooijen, gevraagd naar hoe dit nu verdergaat. Het kabinet kiest voor de snelste route om vanaf 2028 zo veel mogelijk vermogen onder de vermogenswinst te laten vallen. Dat doen we met de novelle op de Wet werkelijk rendement box 3. De novelleroute is inderdaad ambitieus, maar we vinden die gerechtvaardigd, gezien de brede wens, ook in uw Kamer, om zo snel mogelijk naar dit systeem toe te gaan. Conform de wens van de Tweede Kamer kijkt het kabinet primair naar het vermogensdomein om deze novelle goed te dekken. De minister heeft bij de AFB in de Tweede Kamer al toegezegd dat we zullen kijken naar alternatieve voorstellen voor die dekking. Gisteravond waren de minister en staatssecretaris op uitnodiging van uw Kamer hier aanwezig bij de commissie Financiën om het voorstel van het kabinet en de vervolgstappen toe te lichten. We danken uw Kamer voor de constructieve houding die we gisteravond hebben aangetroffen. We hopen dit gezamenlijk zo snel mogelijk tot een goed einde te brengen.
De heer Van Hattem (PVV):
Ik kom even terug op de accijns en de btw op de brandstoffen. Er wordt door de minister-president gezegd: we verlengen die termijn voor de accijnzen en kortingen om die prijzen toch enigszins gedrukt te houden. Dat was alleen al bekend. Mijn vraag is juist als volgt. Andere, ons omringende landen, dus Duitsland en België, gaan veel verder om die prijs te drukken. Daardoor worden die grenseffecten alleen nog maar groter. Voor de grenspomphouders is het nu al helemaal een drama. Bij hen staat echt het water tot de lippen. Mijn vraag aan de minister-president is: moet er niet nog veel verder worden gegaan, net als in ons omringende landen, om stappen te zetten op het gebied van accijns en btw om ervoor te zorgen dat het voor de grenspomphouders, maar ook voor iedereen die normaal auto wil rijden naar zijn werk, betaalbaar blijft?
Minister Jetten:
De heer Van Hattem zegt dat het al bekend was. Ja, sinds Prinsjesdag. Wij hebben dit als aanvullende maatregel boven op het coalitieakkoord getroffen. Dat vraagt ook meteen veel, omdat het netjes gedekt moet worden. Dat is ook het probleem dat je in een aantal andere Europese landen ziet. Daar wordt dan soms voor één maand of voor twee maanden zo'n accijnsverlaging doorgevoerd om daarna de prijzen weer gigantisch te laten stijgen, omdat zo'n verlaging niet goed kan worden gefinancierd. Wij doen het nu weer heel netjes gedekt, verlengd met een langere periode. Daarmee geven we maximale zekerheid aan pomphouders en aan consumenten. Het zijn geen fijne prijzen, want zelfs met deze accijnskorting zijn het gigantisch veel euro's per liter die moeten worden afgerekend. Wij vinden het echter gebalanceerd en verstandig wat we doen.
De heer Van Hattem (PVV):
Ik wil toch de minister-president hier een beetje op tegenspreken, want ik zie niet dat ze het in België in één keer heel ver omhooggooien. Daar hebben ze al een heel lange tijd een stabiel lagere prijs en een enorm verschil met Nederland. Mijn vraag is dus: kan er toch niet beter worden gekeken naar de ons omringende landen? Dan gaat het met name om België. Daar heeft het het grootste effect. Echt van vele tientallen kilometers van de grens gaan mensen massaal tanken in België. Dan wordt het niet alleen voor de directe grenspomphouders, maar voor heel veel pomphouders echt een steeds groter probleem. Is het dan niet verstandig om te gaan kijken hoe we het meer in balans kunnen brengen met onze buren?
Minister Jetten:
We hebben in de landen echt wel totaal verschillende systemen voor waar je via inkomstenbelastingen of via accijnzen en belasting op gebruik uiteindelijk op een eerlijke manier de rekening in de samenleving legt. Die internationale vergelijking gaat dus ook niet altijd op, hoe vervelend dat soms ook is voor de grenseffecten, in dit geval bij pomphouders. Maar dit is het voorstel dat het kabinet in de Miljoenennota heeft gedaan. Mochten partijen in de Tweede Kamer gedekte voorstellen doen voor andere maatregelen, dan gaan we die op hun merites beoordelen, maar dit is de inzet van het kabinet.
De heer Rosenmöller (PRO):
Misschien heb ik de minister-president niet goed gehoord. Ik neem aan dat de dekking voor het hele vraagstuk van box 3 binnen het domein van winst en vermogen zit.
Minister Jetten:
Dat is de oproep die we uit beide Kamers hebben meegenomen. We gaan nu een aangepast dekkingsvoorstel doen en daarbij gaan we primair naar die domeinen kijken.
De heer Rosenmöller (PRO):
Mijn vervolgvraag is als volgt. Er moet nu een alternatieve dekking gevonden worden nadat er vorige week een gat is geslagen in de Algemene Financiële Beschouwingen in de Tweede Kamer, naar aanleiding van de kleine spaarders. Er vindt nu al een discussie plaats in de coalitie. Recent kwam het nieuws naar voren dat de coalitie weer verdeeld is over die dekking. Dat gaat allemaal meer tijd kosten. Er is ook nog het uitvoeringsprobleem. Is het niet dubbel wensdenken dat dit nog binnen een redelijke tijd op een zorgvuldige manier kan gebeuren?
Minister Jetten:
We doen er alles aan. De heer Rosenmöller heeft terecht gevraagd naar de uitvoerbaarheid. De staatssecretaris heeft dat gisteravond ook toegelicht in het gesprek met de commissie voor Financiën. Dit kent een aantal uitdagingen. We hebben in de zomer al veel gesproken met de uitvoeringsorganisaties over hoe we dit op een acceptabele manier kunnen verwerken. Het stemgedrag vandaag in de Tweede Kamer was consistent met de inbreng van de verschillende fracties in het debat bij de AFB. Het is nu aan het kabinet om met een aangepast dekkingsvoorstel te komen. We zullen zo veel mogelijk rekening houden met de suggesties die in de Tweede Kamer door allerlei verschillende partijen zijn gedaan.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Rosenmöller.
De heer Rosenmöller (PRO):
Is het zo dat de Raad van State een advies uitbrengt op het moment dat zij zelf de dekking hebben gekregen van het kabinet? Ik neem aan dat de Raad van State alleen kan adviseren over het geheel, inclusief, in dit geval, een totaal gedekte novelle.
Minister Jetten:
De novelle ligt bij de Raad van State. De Raad van State heeft natuurlijk ook het politieke debat gevolgd. Ik ga ervan uit dat zij dat meewegen in het advies dat ze uitbrengen. Het is aan de Raad van State om te bepalen op welk moment ze dat advies kunnen terugsturen naar het kabinet. Het is in ieder geval ons streven om het wetsvoorstel eind oktober met de nieuwe dekking bij de Tweede Kamer in te dienen, zodat het wetsvoorstel eind dit jaar hier in de Eerste Kamer behandeld kan worden en inwerkingtreding in 2028 mogelijk wordt.
De heer Rosenmöller (PRO):
Sorry, voorzitter. Maar even voor het proces …
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Rosenmöller (PRO):
De novelle waartoe vorige week vrijdag is besloten in de ministerraad is niet volledig gedekt als gevolg van het gat dat twee dagen daarvoor is geslagen. Dat gat zit in de novelle. Die ligt bij de Raad van State, maar die wordt niet aangepast?
Minister Jetten:
Nee, er ligt een gedekt voorstel bij de Raad van State. In de Tweede Kamer is bij de AFB aangegeven dat een deel van de dekking door de Tweede Kamer als onwenselijk wordt gezien. Dat betekent dat we het wetsvoorstel zullen aanpassen met een gewijzigde dekking, zoals we vaker na advisering van de Raad van State wetsvoorstellen aanpassen, zowel qua inhoud als qua dekking. De Tweede Kamer krijgt een aangepast voorstel, waarin het advies van de Raad van State is verwerkt en waarvan we op basis van de Algemene Financiële Beschouwingen ook de dekking zullen aanpassen. Ja? Dan hebben we elkaar weer begrepen.
Mevrouw Lagas (BBB):
Ik heb nog een aanvullende vraag op de interruptie van de heer Van Hattem, over de grensregio en de verloren inkomsten voor onze ondernemers daar. Dat geldt natuurlijk breder dan alleen voor de tankhouders. In de eerste helft van dit jaar zijn er volgens De Nederlandsche Bank overigens al 20% meer pintransacties geweest. Dat is nogal wat. Er zijn 9% extra transacties geweest in supermarkten. Dat is een omzetstijging van 1,5 miljard. Ik kijk daarbij ook even naar de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Ik kan me voorstellen dat dit ontzettend veel impact heeft op de werkgelegenheid in die gebieden. Er is in de grensregio's niet heel veel vervangende werkgelegenheid. Mijn vraag aan het kabinet is dan ook: maakt u ook een impactanalyse van deze keuzes?
Minister Jetten:
Zoals ik daarstraks al aangaf, willen we in de memorie van toelichting bij wetsvoorstellen vaker aandacht besteden aan de effecten in de regio. Het gaat dan zowel om de plattelandsregio's als de grensregio's. Nogmaals, we hebben die accijnsverlagingen nu met een paar miljard verlengd. Dat is hetgeen het kabinet nu in de Miljoenennota heeft voorgesteld aan de Tweede Kamer. We zijn dus niet van plan om daar aanvullende voorstellen voor te doen.
Mevrouw Lagas (BBB):
De premier geeft dus expliciet aan dat er geen impactanalyse komt van de situatie zoals die nu is in het hele grensgebied, ook in het kader van de werkgelegenheid.
Minister Jetten:
Nou ja, die impact kennen we. Er is sprake van grenseffecten; dat klopt. Dat weten we. Ik ben alleen wat minder pessimistisch over de sterkte van de economie in veel van die grensgebieden, omdat er vaak juist ook sprake is van hele mooie, sterke regionale werkgelegenheid door familiebedrijven en door een hele bijzondere maakindustrie. De werkgelegenheid in die grensgebieden zit dus echt niet alleen in de detailhandel en de retail. Ik heb er zelf twintig jaar gewoond, mevrouw Lagas, dus ik weet waar ik het over heb.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Ik wil nog even terug naar de discussie tussen collega Rosenmöller en de minister-president over de novelle. Ik heb van het kabinet begrepen dat de novelle vorige week vrijdag zonder dekking naar de Raad van State is gegaan, maar dat er uiteraard wel dekking is op het moment dat het advies binnen is en het kabinet de novelle indient bij de Tweede Kamer. Dat wil ik hier even bevestigd zien. Er is een novelle zonder dekking, dus de Raad van State kan daar geen oordeel over geven.
Mijn vraag aan de premier gaat over de kosten van de overstap naar de vermogenswinstbelasting. De een heeft het over 10 miljard en de ander over 15 miljard. Ik hoorde de SP gisteravond 20 miljard noemen. Misschien komt er nog iemand met een hoger bod. Mijn vraag is als volgt. Financiën rekent met een bepaalde methode en komt tot de bedragen die in de bijlage stonden. Mijn vraag aan de premier, en dus eigenlijk ook aan de minister van Financiën, is of hij bereid is om een paar scenario's te maken voor de raming van de kosten van de overstap naar vermogenswinstbelasting tot 2040. Ik zal het heel simpel zeggen. Als de aandelen de komende jaren niet in waarde stijgen, kost de overstap naar de vermogenswinstbelasting helemaal niks. Als de aandelen dalen, is het weer een ander verhaal. Als ze maar beperkt stijgen, dan zijn die kosten ook heel laag. Mijn vraag is dus: is de minister bereid om gewoon met gezond verstand een paar scenario's te maken?
Minister Jetten:
De heer Van Rooijen noemt het gezond verstand. Ik denk dat hij het als staatssecretaris destijds "creatief boekhouden" had genoemd. Je moet op een gegeven moment natuurlijk wel een raming vastklikken, zodat we daarop kunnen begroten. Het ministerie van Financiën maakt dan gebruik van de kennis en kunde binnen de departementen. Deze ramingen worden ook ter certificering aan het CPB voorgelegd. De uitkomsten daarvan worden met uw Kamer gedeeld. Natuurlijk kan het zo zijn dat de praktijk in de komende jaren anders is dan de ramingen, maar we zullen op een gegeven moment wel moeten vastklikken wat we verwachten op dat punt, zodat we daar ook op kunnen begroten.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Ik neem aan dat de premier niet letterlijk bedoelde dat ik van creatief boekhouden houd, want dan had ik hier vanavond, denk ik, niet meer gestaan. Ik herhaal de vraag. Laat ik het anders formuleren. De ramingen van Financiën zijn natuurlijk met onzekerheid omgeven. Het is dan helemaal niet raar dat je een bepaalde aanname doet en daar dan dekking voor zoekt; dat kan ik volgen. Mijn punt is dat we ook rekening moeten houden met de onzekerheden. Het kan best zijn dat die raming over twee jaar totaal opnieuw moet worden gemaakt als de rente door het dak gaat of als er in Amerika of het Midden-Oosten gekke dingen gebeuren. Laat ik dan vragen of het kabinet bereid is om dan onmiddellijk met een nieuwe raming te komen. Kunt u dat toezeggen?
Minister Jetten:
Volgens mij is het logisch om elk jaar bij de zomerbesluitvorming goed naar de komende jaren te kijken. Bij de behandeling van de novelle kunnen we inzichtelijk maken welke aannames er onder deze ramingen zitten.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Dat betekent dus dat als over een jaar al blijkt dat het anders is …
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Dat betekent dus dat de dekking ook veel minder dan voorgenomen zou kunnen zijn als blijkt dat het over een jaar al anders is.
Minister Jetten:
Dat geldt voor de totale begroting.
Voorzitter. Dan waren er nog een paar vragen, onder anderen van mevrouw Klip-Martin en mevrouw Huizinga-Heringa, over de toekomst van ons zorgstelsel. Door de toenemende vergrijzing staat ook ons zorgstelsel onder druk. Op een gegeven moment komen we ook in de situatie dat er te weinig zorgpersoneel zal zijn om de toenemende vraag naar zorg ook echt goed te kunnen beantwoorden. Zonder ingrijpen loopt het aandeel van de zorguitgaven in de komende jaren op van 11% van het bbp in 2025 naar 17% in 2060. Daarom maakt het kabinet de beweging naar veel meer passende zorg en preventie en werken we toe naar die gezondste generatie ooit, waarbij we ook de toegankelijkheid van de zorg zo veel mogelijk willen borgen.
Dat vraagt wel een aantal keuzes. Welke zorg voegt waarde toe? Waar zet je mensen, middelen en geld op in? Daarbij moet eigenlijk de belangrijkste vraag zijn: wat levert het meeste op qua gezondheid en kwaliteit van leven? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat in de behandelkamer elke arts of verpleegkundige niet zelf deze afweging moet maken, maar dat we daar veel meer richting aan kunnen geven, ook vanuit het beleid en de politiek, zodat die passende zorg vanuit een solidair zorgstelsel ook echt kan worden geleverd? Daar werken we aan. De beide ministers van VWS zullen dat ook de komende tijd in verschillende beleidsvoorstellen verder uiteenzetten.
Er werden ook nog wat vragen gesteld over de toekomst van onze pensioenfondsen. Naar aanleiding van de motie-Struijs zal voor het begrotingsoverleg SZW in de Tweede Kamer een onderzoeksopzet naar de omvang en oorzaken van de prestaties van de Nederlandse pensioenfondsen sinds 2020 worden toegestuurd. Het klopt dat gepensioneerden in de Macro Economische Verkenning zo'n 0,3% erop vooruitgaan. Dat heeft onder andere te maken met het nieuwe pensioenstelsel en gunstige dekkingsgraden, maar afhankelijk van de fondsen kan het voor de ene persoon beter of minder goed uitvallen. Die modellen geven ons dus enig inzicht, maar het is altijd van belang om ook veel meer in de langjarige ontwikkelingen te kijken naar de inkomens van gepensioneerden, vandaar dat onderzoek waar ik net naar verwees.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Korte vraag. Vanmiddag vroeg ik of de premier bereid is toe te zeggen dat de minister van Sociale Zaken elk jaar bij Verantwoordingsdag inzicht geeft in de rendementen van de pensioenfondsen. Waarom is dat belangrijk? Omdat in het nieuwe stelsel de pensioenuitkeringen uitsluitend afhankelijk zijn van de rendementen van de pensioenfondsen. Het is dus ook heel belangrijk dat na afloop van het jaar de deelnemers, de werkenden en niet meer werkenden, zo snel mogelijk weten wat die rendementen zijn geweest.
Dan wat betreft de koopkrachtraming. Alleen voor het ABP is die volgend jaar mooi, want er komt een invaarbonus, maar alle andere gepensioneerden en ook werkenden krijgen volgend jaar geen indexatie. Zorg en Welzijn heeft al aangegeven dat het wel eens een 0,5% naar beneden zou kunnen. Die hebben een bonus gegeven, een sigaar uit eigen doos, en daarna is er niks meer. Maar kunt u toezeggen dat die rendementen voortaan op Verantwoordingsdag worden gegeven? Anders kom ik met een motie.
Minister Jetten:
We komen eerst met de onderzoeksopzet. Die zullen we ook delen met de Eerste Kamer. Ik ga niet nu al toezeggingen doen voor de komende jaren.
Voorzitter. Dan werd er een vraag gesteld door de heer Schalk over de nieuwe kindregeling. We zullen de motie van Stoffer, Bikker en Bontenbal benutten om de kindregeling goed uit te werken. Voor het einde van dit jaar zullen we de Tweede Kamer informeren over de contouren van het wetsvoorstel voor deze nieuwe kindregeling. Als de heer Schalk daar behoefte aan heeft, kunnen we een afschrift van de brief aan de Eerste Kamer versturen. Als u dat wilt, is een knikje genoeg, hoor. We zullen hierin de tegemoetkoming voor ouders in de kosten bij de geboorte van een kind, een online gezinsportaal en de verhoging van de kindregelingen gericht op middeninkomens meenemen.
De heer Schalk (SGP):
Ik moet natuurlijk gewoon onmiddellijk ja zeggen op de aanbieding van een brief. Dat is dus fijn.
De voorzitter:
Nou, een knikje was genoeg.
De heer Schalk (SGP):
Maar ik had er ook wat bij gevraagd. De minister-president had bij het debat over de regeringsverklaring aangegeven dat er in de Miljoenennota een route zou zijn om die kloof tussen een- en tweeverdieners te verkleinen. Die zie ik nergens terug.
Minister Jetten:
Dat klopt. Dat komt doordat we daar ook in de gesprekken met oppositiefracties in de Tweede Kamer nog niet helemaal uit waren. Waar we zes maanden geleden dachten "dat zou rond de zomer mooi zijn", hebben we daar nu iets langer voor nodig, maar voor het einde van het jaar krijgt u die uitwerking.
De heer Schalk (SGP):
Dan hoop ik dat we daar tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen en/of bij het Belastingplan toch over door kunnen praten met de minister van Financiën, want anders doen we uw belofte niet gestand. Dat wil ik u niet aandoen.
Minister Jetten:
Dat lijkt me ook een goed moment om dat gesprek te vervolgen. Ten aanzien van armoedebestrijding merk ik op dat de cijfers voor kinderarmoede de afgelopen jaren fors gedaald zijn. Dat is onder andere te danken aan de inzet van voormalig minister Schouten. Maar natuurlijk zijn er nog altijd kinderen die in armoede opgroeien. Elk kind in Nederland is er een te veel. We werken samen met gemeenten aan het Nationaal Programma Armoede en Schulden. Dat zal dit najaar nog aan de Kamer worden verzonden. Daarin zit ook een specifieke aanpak voor kinderarmoede. We gaan bijvoorbeeld binnenkort met acht gemeenten met een praktijklab aan de slag om daar echt tot betere dienstverlening te komen en ervoor te zorgen dat kinderen mee kunnen doen op school, de sportclub, de muziekles, een verjaardag kunnen vieren en een Sinterklaasfeest kunnen meemaken. Dit najaar is een goed moment om daar met het kabinet meer in detail over van gedachten te wisselen. Specifiek voor Caribisch Nederland hebben we structureel 30 miljoen extra beschikbaar voor de drie BES-eilanden. Samen met de BES-eilanden wordt nu gewerkt aan een concreet bestedingsvoorstel om te bepalen waar die 30 miljoen het beste kan landen. Dat zal onder andere zijn bij een werkloosheidsvoorziening die voor Caribisch Nederland gaat gelden in 2027. Er zal een forse investering in de nutsvoorzieningen gedaan worden om de rekening bij mensen thuis te verlagen. Op Bonaire gaat het ook om de watervoorziening. We vinden het ook belangrijk om bij de eilandraden en de eilandbestuurders op te halen hoe zij denken deze 30 miljoen in overleg met de minister van SZW zo goed mogelijk in te zetten.
De heer Janssen (SP):
Eens met de complimenten aan voormalig minister Schouten. We missen haar nog zeer, kan ik zeggen. Ik heb een concrete vraag over kinderarmoede. De minister-president zei dat die de afgelopen jaren stevig is afgenomen. Dat kwam door gericht beleid. Ik herinner mij nog een debat met minister-president Schoof van het vorige kabinet. Die zei: het gaat niet verder naar beneden, maar we moeten nu eenmaal keuzes maken. Dat vond ik buitengewoon teleurstellend. Daarom zijn er in deze Kamer ook moties aangenomen in 2016, 2017, 2023, 2024 en 2025 om gericht met die kinderarmoede aan de slag te gaan. Ik begrijp nu van de minister-president dat er een aanpak en een plan komen. Is dat ook breed? Zitten daar ook doelen bij? Of gaan we nog een experiment doen om te bekijken wat dat gaat opleveren? Of is er al een gerichte aanpak?
Minister Jetten:
Een gerichte aanpak. Ik noemde even het voorbeeld van de acht gemeentes waar nog verder gewerkt wordt aan integrale dienstverlening, niet met de bedoeling om daar een jarenlang experiment van te maken. Elke succesvolle aanpak moeten we zo snel mogelijk opschalen naar andere gemeenten om die laatste 2,3% zo snel mogelijk uit te bannen.
De heer Janssen (SP):
Ik probeer dat even te vertalen. Het is misschien erg snel om dit najaar te starten. Misschien kan er richting de Voorjaarsnota iets meer duidelijkheid komen over hoe dat uitgerold gaat worden. "Uitgerold" vind ik weer zo'n vreselijk woord. Hoe kan dat aangepakt worden? Het gaat om kinderarmoede en die moet zo snel mogelijk weg. Als de minister-president toe wil zeggen dat er voor de Voorjaarsnota, laat ik het zo zeggen, informatie komt, kunnen we daar bij de Voorjaarsnota Sociale Zaken verder over discussiëren.
Minister Jetten:
Bij dezen toegezegd.
Dan was er een aantal vragen over mensen zo snel mogelijk aan het werk helpen. Dat doen we via de aanpak Werk en Meedoen Nieuwkomers. Die is erop gericht om 75.000 nieuwkomers in een korte tijd aan een baan te helpen. Dat doen we ook met de aanpak Nederland werkt, waarin wordt ingezet op uitstroom uit de bijstand. De nieuwe talentstrategie die gekoppeld is aan de groeisectoren uit het rapport-Wennink helpt ook om meer jonge mensen en talenten op te leiden voor de sectoren waar de komende jaren de meeste werkgelegenheid te verwachten is. De adviezen van de Productiviteitsraad helpen om Nederlanders meer uren en productiever te laten werken.
Ik ben het eens met mevrouw Lagas en mevrouw Van Bijsterveld. Zij zeiden: taal, taal, taal is daarbij superbelangrijk. Taalniveau B1 is wat dit kabinet betreft echt het uitgangspunt. Ik vergat iemand in de opsomming. Excuus. Hier wordt sterker op gestuurd, zowel bij de inburgering en integratie, maar ook in de jaren daarna, omdat een goede taalbeheersing de beste kansen geeft op een betere baan en een beter inkomen. We willen daarbij ook die doelstelling van 1,5% economische groei per jaar echt gaan halen. We zijn daar best optimistisch over, gezien de staat van de Nederlandse economie. Een aantal randvoorwaarden zijn daar van belang: het verminderen van regeldruk, een beter functionerende arbeidsmarkt, het onderwijs dat daar goed op aansluit, maar ook de inzet van een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie, de nationale investeringsinstelling en het Nationaal Groeifonds om in alle stadia van innovatie, research and development te helpen om veel sneller van kennis en kunde naar kassa te gaan. Met de stikstofaanpak maar ook helderheid in de klimaataanpak verwachten we de komende tijd een aantal miljardeninvesteringen in de Nederlandse industrie los te kunnen trekken. Binnen de Taskforce Toekomstige Welvaart gelden de aanbevelingen van het rapport van Wennink, maar die van het rapport van Draghi en Letta als de basis voor het Nederlandse economische beleid. Daarbij kijken we ook naar brede welvaart. Ik moet richting mevrouw Visseren-Hamakers zeggen dat het ook een lerend proces is om dat steeds beter in alle stukken van de overheid terug te laten komen. Met de Monitor Brede Welvaart van het Centraal Bureau voor de Statistiek kunnen we steeds beter de indicatoren op departementsniveau verder uitwerken. Ook de Algemene Rekenkamer helpt ons bij de verantwoordingsslag om goed inzage te kunnen geven in hoe we hier stappen op zetten.
Specifiek vroeg mevrouw Van Bijsterveld naar de hoge energiekosten in de Nederlandse industrie. We hebben een aparte envelop om tegemoet te komen aan de hoge energiekosten zodat het Nederlandse bedrijfsleven ook goed kan concurreren met de direct omliggende landen. We zijn met een aantal sectoren in overleg hoe we die indirecte kostencompensatie naar voren kunnen halen en zo gericht mogelijk kunnen inzetten. Daarnaast werken we aan de 500-regelaanpak om via versimpelingswetgeving — dat heet de Vereenvoudigingswet — elk jaar minimaal 500 regels te schrappen. Die zijn nu ook aan de departementen toebedeeld, zodat we daarbij ook meer voortgang kunnen boeken.
De uitrol van AI kan de komende jaren zowel het functioneren van de overheid als het versterken van onze economie enorme kansen opleveren, maar dan moeten we wel met elkaar op een verantwoorde manier AI gaan toepassen. Daarom kijken we naar de mogelijke oprichting van een onafhankelijk AI-veiligheidsinstituut — dat doen we in samenspraak met andere landen — en naar een rijksbrede risicoanalyse van de nationale veiligheid gericht op de implicaties van verdere AI-uitrol. Het biedt enorme kansen, zeker ook voor het mkb, om de productiviteit de komende tijd te versterken. Dat geldt ook voor de rijksoverheid. AI implementeren gaat echter niet van de ene op de andere dag. Het vraagt een fundamentele doorlichting van de bedrijfsprocessen. Nederland heeft een unieke uitgangspositie om marktleider te worden in Europa. We trekken onder andere nauw op met Frankrijk om ervoor te zorgen dat we echt werken aan de autonomie van de Europese Unie met een eigen cloud en veel meer publieke participatie in de digitale infrastructuur. De staatssecretaris zal binnenkort de Kamerbrief visie op AI delen, waarin we hier uitgebreid op zullen ingaan en ook zullen schetsen wat we samen met de andere landen vormgeven.
Een van de redenen waarom Nederland zo'n goede uitgangspositie heeft, is die sterke semiconindustrie. We werken continu aan de versterking daarvan, onder andere met het Project Beethoven, maar ook door de samenwerking met de VS, Japan en Zuid-Korea om tot een eerlijke internationale concurrentiepositie te komen.
Tot slot in dit blok. Een belangrijk onderdeel van onze economie is de bereikbaarheid. Daar horen ook onze luchthavens bij. Schiphol heeft wat dat betreft een belangrijke rol in de verbondenheid van Nederland met de rest van de wereld. Schiphol levert 111.000 banen op in de regio, maar moet natuurlijk wel op een goede manier in samenhang zijn met de regio en de leefomgeving. Ik ben blij dat door het harde werk van de minister er nu ook weer een juridische basis voor Schiphol in beeld is. We werken hard aan het verbeteren van de natuurvergunningen. Daarbij is een veel betere balans gevonden tussen aan de ene kant de economische positie die Schiphol voor ons land vertegenwoordigt en aan de andere kant het belang van de directe leefomgeving.
De heer Bovens i (CDA):
Ik hoorde hele mooie worden over AI en de kansen van AI. Ik zou aan de minister-president willen vragen of in de notitie over AI die er gaat komen, ook aandacht kan worden besteed aan de ethische kanten en de culturele kanten ervan. De creatieve en culturele sector maakt zich daar enorm veel zorgen over. Het gaat niet alleen om de militaire kant, die we vandaag ook langs hebben zien komen. Maar dat type debat is een debat dat we eigenlijk hadden moeten voeren voordat we het over AI hebben. Kan de minister-president toezeggen dat ook volledige aandacht aan dat aspect wordt besteed in de notitie?
Minister Jetten:
We zullen ingaan op een aantal sectoren en domeinen die echt geraakt kunnen worden door deze ontwikkelingen en kijken hoe we de bescherming daarvan op een goed niveau kunnen houden. We zullen daar aparte aandacht aan besteden. Ik denk dat de minister van OCW graag met de staatssecretaris meekijkt op het specifieke punt dat de heer Bovens aanhaalt.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Fijn dat de minister-president wil leren over het toepassen van brede welvaart in de begrotingscyclus. Maar dit was niet mijn vraag. Ik had een aantal hele concrete vragen gesteld over brede welvaart. Eén is: waarom heeft het kabinet de motie van deze Kamer om brede welvaart centraal te stellen in deze Miljoenennota naast zich neergelegd? Het is niet gebeurd: economische groei staat centraal in deze Miljoenennota. Dat is een keuze, maar ik hoor graag van de premier waarom die keuze is gemaakt. Er is blijkbaar een bewuste keuze gemaakt om die wens van de Kamer naast zich neer te leggen.
Ik had een aantal overwegingen meegegeven aan de minister-president over economische groei en de impact van de economische groei. Ik heb gevraagd of dit kabinet onderscheid maakt tussen gewenste en ongewenste economische groei. En ik heb gevraagd of het kabinet bereid is om alsnog brede welvaart centraal te stellen bij de uitwerking van de plannen.
Minister Jetten:
We hebben in de Miljoenennota twee thema's centraal gesteld, namelijk "hoe houden we dit land veilig?" en "hoe houden we dit land economisch sterk in een geopolitiek onrustige wereld?" Die veiligheid en economische weerbaarheid zijn cruciale randvoorwaarden om ook die brede welvaart te kunnen nastreven. Dat is de reden waarom u die twee thema's als rode draad in de Miljoenennota leest. Zoals ik net al zei, heb ik mevrouw Visseren in de eerste termijn goed gehoord. Deze Kamer heeft gevraagd: kijk nog wat breder hoe je de ontwikkeling van die brede welvaartsindicatoren goed kunt volgen. Dat is een proces dat de komende tijd elke keer weer verder zal worden verbeterd, ook met de hulp van onze vaste adviseurs.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Kan de minister-president reflecteren op de vragen die ik heb gesteld over de wenselijkheid van sommige economische groei en de onwenselijkheid van sommige economische groei? Brede welvaart is dat je niet meet op keiharde groeicijfers, maar dat je op een andere manier meet en dus ook op een andere manier je doelstellingen voor het land vaststelt. Dat is in deze Miljoenennota niet gebeurd, terwijl er een uitspraak lag van deze Kamer. Ik vraag het kabinet om te reflecteren op die keuze en om de consequenties daarvan in te zien. Dat betekent dat je de natuur niet prioriteert, dat je klimaat niet prioriteert, dat je toekomstige generaties niet prioriteert, maar dat je je succes definieert als een groeicijfer. Dat is een fundamenteel andere keuze.
Minister Jetten:
Wij hebben in de Taskforce Toekomstige Welvaart heel duidelijk gekozen wat voor welvaart we nastreven, namelijk een aantal sectoren waar Nederland echt onderscheidend in kan zijn. Dat zijn hoogwaardige, hoogtechnologische en innovatieve sectoren, zoals semicon, biotechnologie en een aantal andere zaken. Dat is niet een ongebreidelde groei. Dat betekent niet dat iedereen die hier komt en die in Nederland wil investeren, per definitie welkom is. Wij hebben namelijk heel veel schaarste. Schaarste in de fysieke ruimte, schaarste in energie, schaarste in water, schaarste op de arbeidsmarkt. Het economisch beleid van het kabinet is gericht op economische sectoren die echt langjarig kunnen bijdragen aan onze brede welvaart, aan de werkgelegenheid, aan kennisontwikkeling in Nederland. Ik denk dat we daarin echt een aantal hele gerichte keuzes maken.
De heer Van Hattem (PVV):
Ik hoor trouwens de minister-president zeggen "de brede welvaart" en "onze welvaart", maar dat bestaat helemaal niet, want het is een analytisch model. Het is een statistisch model, waar je allerlei indicatoren in kunt stoppen. Het is dus nooit "de" of "onze", dat is niet één gegeven. Mocht het wel zo zijn, dan hoor ik het graag.
Ik heb een aantal openstaande vragen. Het gaat over die islamitische scholen …
Minister Jetten:
Daar kom ik nu op.
De heer Van Hattem (PVV):
Oké, dat komt in het blokje sociaal-economisch. Misschien valt de vraag over de motorrijtuigenbelasting wel in dit blok. Waar is al dat geld gebleven dat we ooit hebben opgehaald? Hoe kan het nu dat er voor onze bruggen en wegen geen geld is, terwijl er al die tijd zo veel motorrijtuigenbelasting is opgehaald?
Ik had ook nog een vraag over de hartzorg. Die komt ook nog, denk ik.
Minister Jetten:
De heer Van Hattem weet ook dat de motorrijtuigenbelasting niet altijd in een pot specifiek voor infraonderhoud terecht is gekomen. Zo is de systematiek niet. We hebben in deze Miljoenennota wel extra geld uitgetrokken voor regionale bereikbaarheid, voor beheer en onderhoud en voor de ontsluiting van specifieke locaties, bijvoorbeeld woningbouwontwikkelingen of de ontsluiting van een aantal locaties die belangrijk zijn voor onze economische ontwikkeling.
De heer Van Hattem (PVV):
Dan moet ik toch tot de vraag komen of de minister-president bereid is om van de motorrijtuigenbelasting weer een doelbelasting te maken, zoals dat voor 1981 het geval was. Toen is bij Bestek '81 — ik kijk toch even naar de heer Van Rooijen als het over die periode gaat — besloten om deze van een doelbelasting voor het Rijkswegenfonds om te zetten in een algemeen heffingsmiddel. Zou het niet opnieuw een doelbelasting moeten worden nu er zulke grote tekorten zijn voor onze bruggen en infrastructuur?
Minister Jetten:
Nee, dat is nu niet de insteek van het kabinet.
De voorzitter:
Een helder antwoord.
De heer Walenkamp i (Fractie-Walenkamp):
Als ik de minister-president goed gehoord heb, is dit het einde van het blokje economie.
De voorzitter:
Sociale economie, hoorde ik.
Minister Jetten:
Eigenlijk sociale zekerheid en zorg. Ik heb zo meteen ook nog een aantal vragen van u in het blok overig.
De heer Walenkamp (Fractie-Walenkamp):
Als u mij toestaat, voorzitter. Ik heb in ieder geval twee vragen gesteld die volgens mij nog niet zijn beantwoord. Eén. Ik had duidelijk aangegeven dat een groot probleem is dat een heleboel mensen in de bijstand zitten, en ook heel wat nieuwkomers. Zij komen dus niet aan het werk. Werk is een heel duidelijke vorm van integratie. Twee: taal en integratie. Mijn vraag is, via de voorzitter, of u daar nog op terugkomt of dat ik de vraag hier blijkbaar nog moet specificeren.
Minister Jetten:
Ik was in de veronderstelling dat ik deze vraag wel had beantwoord.
De voorzitter:
Ja, ik heb het ook gehoord.
Minister Jetten:
Met de nieuwe aanpak van de minister van Werk en Participatie hebben we ons namelijk als doel gesteld om 75.000 nieuwkomers versneld aan een baan te helpen, met een heel gerichte aanpak. Taal, taal, taal is heel erg belangrijk vanaf de dag dat mensen binnenkomen, maar ook voor mensen die zich reeds in Nederland bevinden. Daarom zetten we in op taalniveau B1, omdat dat veel meer de garantie geeft dat mensen goed kunnen meekomen.
De heer Walenkamp (Fractie-Walenkamp):
Taal is stap één. Taal ondersteunt de integratie. Maar er moeten dan nog drie andere stappen gezet worden. Mijn verzoek is toch of u er even naar wilt kijken, want er moet méér gebeuren dan alleen maar taal. Je moet ook hogere eisen stellen aan de taalvorming en de integratie. Anders gaan mensen niet werken en komen ze niet in de samenleving terecht. Dat zou heel jammer zijn.
Ten tweede heb ik duidelijk gevraagd om de voorstellen van hoogleraar Paul de Beer serieus te nemen. Dat zijn er vijftien. Mijn verzoek is om daar op een volgend moment op terug te komen. Zal ik het zo kort houden?
De voorzitter:
Dat is prima kort. Ik kijk naar de klok. De minister-president komt op die vragen terug. Als we dit blokje kunnen afsluiten, stel ik voor dat de minister-president het laatste blokje, overig, eerst even afmaakt, dat u dan bepaalt of u nog vragen heeft en dat u die meeneemt naar de tweede termijn. Ik heb ook de minuten voor de tweede termijn bijgehouden. Ik denk dat dat gaat lukken. Meneer Rosenmöller nog over dit blok?
De heer Rosenmöller (PRO):
Over dit blok, ja. Ik zou graag een reflectie van de minister-president horen op wat in het Belastingplan staat over de belastingverhoging voor werkenden, oplopend naar 8 miljard. Ik denk niet dat hij dat tot nu toe behandeld heeft. Er is ook een motie over aangenomen in de Tweede Kamer. Ik was zelf van plan hier een vergelijkbare motie aan te nemen. Ach, ik bedoel natuurlijk: in te dienen. Het is duidelijk dat die zal worden aangenomen, maar ik loop daar al op vooruit. Ik zal dat niet doen, want deze ligt nu daar. Dat lijkt me verder prima. Graag een reflectie op dat punt, want dat zal aangepast moeten worden.
Minister Jetten:
Er volgen volgens mij vier WGO's Belastingplan in de Tweede Kamer. Dit zal zeker onderdeel zijn van het debat. Dat vraagt denk ik wel een genuanceerd antwoord en ook het bezien van alle maatregelen in het Belastingplan in samenhang. Tegenover de stijging van de lasten staat namelijk ook een minder grote stijging van de zorgpremies. De accijnzen op een aantal zaken zullen dalen en we kijken natuurlijk onder de streep wat het totale pakket uiteindelijk doet met de koopkracht van mensen. Ik herken wel de algemene oproep: hoe kunnen we ervoor zorgen dat in de komende jaren werken meer gaat lonen, zodat er een andere balans ontstaat tussen lasten op arbeid en lasten op vermogen, winst en vervuiling? Dat is onderdeel van de langetermijnherziening van het fiscale stelsel zoals we die voor ons zien.
De heer Rosenmöller (PRO):
Laat ik er dan vanwege de tijd nu niet verder over doorgaan. Dan misschien toch nog een meer politiek getinte opmerking. Ik hoorde vrijdag, meen ik, de minister van Financiën zeggen: als rechts niet aan boord komt, komt er geen Belastingplan. Heb ik dat goed gehoord? Als dat een slip of the tongue is, vergeven we hem dat en gaan we het er verder niet over hebben. Maar als het een gemeende opmerking is, wil ik graag een reflectie van de minister-president.
Minister Jetten:
Volgens mij zeggen wij collectief als kabinet dat wij zeker bij het Belastingplan kijken hoe we tot een breed draagvlak kunnen komen.
De heer Rosenmöller (PRO):
Oké. Dus dan zie ik dit als een beetje ongelukkige uitspraak, waar we verder niet te veel aandacht aan gaan besteden.
Minister Jetten:
Dat zou ik doen.
De heer Rosenmöller (PRO):
Oké. Dank u wel.
De voorzitter:
In dit blok nog een interruptie van de heer Van Rooijen.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Ik heb een opmerking over de 8 miljard, de lastenverhoging waar collega Rosenmöller over sprak. 50PLUS wil er even op wijzen dat de inflatiecorrectiebeperking, de schijftariefverhoging van 0,6%, ook door de ouderen, de niet meer werkenden, wordt betaald. Ik denk dat een substantieel deel van die 8 miljard wordt betaald door de ouderen. Ik vraag het kabinet daar goed rekening mee te houden, want nu is het beeld ontstaan dat de werkenden 8 miljard belastingverhoging moeten betalen, alsof de ouderen daar niet hun bijdrage aan leveren. Ik vraag het kabinet daar rekening mee te houden, want volgend jaar wordt, behalve het ABP, niemand geïndexeerd.
Minister Jetten:
Ja, daar gaan we rekening mee houden.
Dan ga ik nu snel door de overige vragen heen. Ik sprak daarstraks al over de middelen voor natuurherstel, naar aanleiding van een vraag van mevrouw Perin-Gopie. Ik moet daar nog aanvullend op antwoorden dat beide Kamers continu zullen worden geïnformeerd over het doelbereik op natuurherstel en over de benodigde extra stappen die moeten worden gezet om dat te behalen. Wat aanvullend nodig is boven op het pakket om aan de Natuurherstelverordening te voldoen, bijvoorbeeld ook in het stedelijk ecosysteem, wordt nog nader onderzocht. Ook de uitkomsten van dit onderzoek zullen met uw Kamer worden gedeeld. Daarmee heeft mevrouw Perin-Gopie het totale antwoord dat ik haar daarstraks al heb proberen te geven.
De heer Koffeman vroeg naar de pandemische paraatheid. Bij de Voorjaarsnota heeft het kabinet de bezuinigen van het kabinet-Schoof op het hele budget voor de pandemische paraatheid voor het grootste deel teruggedraaid, door hier structureel 177 miljoen euro extra voor vrij te maken. Samen met de betrokken organisaties kijken we nu naar de juiste besteding van die middelen om de pandemische paraatheid op het juiste niveau te houden.
De heer Schalk vroeg naar de regeling draagmoederschap. De Tweede kamer heeft gevraagd om een reactie op de wetenschapstoets die hoort bij het wetsvoorstel. Het kabinet zal voor de nog in te plannen behandeling van dat wetsvoorstel plenair in de Tweede Kamer de reactie op de wetenschapstoets verzenden. De planning van de plenaire behandeling is aan de Tweede Kamer. Daar heb ik nu geen zicht op.
Het lid Van Meenen vroeg naar de dalende cijfers op het vlak van gendergelijkheid en acceptatie van lhbti+-personen. Recentelijk heeft de staatssecretaris van OCW de Emancipatienota 2027-2030 verzonden. Daarin staat een breed scala aan maatregelen om voor verschillende groepen deze achterstand in te lopen. We trekken daar geld voor uit, maar we zullen ook een aantal wettelijke maatregelen doorvoeren die onder andere toezien op loontransparantie en vereenvoudiging van het verlofstelsel. Zeker op het terrein van gezondheid is er veel aandacht voor genderongelijkheid en voor de manieren waarop we meer rekening kunnen houden met vrouwspecifieke aandacht, ook bij de behandeling van allerlei ziekten.
Onder andere de heer Walenberg vroeg op het terrein van jeugdzorg terecht aandacht voor het feit dat …
De voorzitter:
De heer Walenkamp.
Minister Jetten:
Sorry, voorzitter. De heer Walenkamp vroeg terecht aandacht voor het feit dat we nu lange wachtlijsten hebben, waardoor zwaardere zorgvragen te vaak blijven liggen. In het voorjaar verwachten wij het advies van de commissie-Van Ark. Wij hebben met de VNG afgesproken dat dit advies zwaarwegend zal meewegen in de hervormingen binnen de jeugdzorg, in het bijzonder gericht op de doelgroep die u heeft aangedragen.
De heer Schalk vroeg aandacht voor het hoge aantal abortussen, of de stijging van het aantal abortussen. Voor het kabinet staan hierbij niet zozeer de aantallen centraal, maar de zorgvuldigheid, de kwaliteit en de toegankelijkheid van de abortuszorg, waarbij een vrouw in overleg met de arts bepaalt wat voor haar situatie de beste keuze is. Daarbij betreft een afbreking van een zwangerschap ook altijd de keuze van de vrouw zelf. Het kabinetsbeleid richt zich dus niet zozeer op het aantal abortussen, maar op het versterken van de regie van mensen die in deze situatie terechtkomen, of het nou gaat om mensen met een kinderwens of om mensen die voor de moeilijke keuze staan om een zwangerschap al dan niet af te breken. Daarbij is het van belang dat de verschillende opties ook echt serieus zijn. Daarom werken we met het programma Kansrijke Start en de Aanpak onbedoelde en ongewenste zwangerschap aan het verbeteren van de positie van vrouwen, zeker als het gaat om de preventie van onbedoelde en ongewenste zwangerschappen en de preventie van herhaalabortussen.
Heel in het bijzonder vroeg de heer Schalk daarbij naar recente berichtgeving over zwangerschapsafbrekingen in de weken 22 tot 24. Het kabinet is zich er zeer van bewust dat abortussen, zeker in zo'n vergevorderd stadium van de zwangerschap, zeer gevoelig liggen. Daarom is het ook belangrijk dat we het debat daarover zorgvuldig met elkaar voeren, ook met respect voor de verschillende zienswijzen op dit onderwerp. Deze discussie betreft een verkenning die momenteel in Nederlandse ziekenhuizen plaatsvindt. Het is ook belangrijk dat men zich realiseert dat er geen sprake is van uitbreiding van de abortuspraktijk, omdat abortus in Nederland is toegestaan tot de levensvatbaarheidsgrens, die volgens de medisch-wetenschappelijke richtlijnen op 24 weken ligt. Deze verkenning is uitsluitend gericht op het verbeteren van de toegankelijkheid van de bestaande zorg en vindt volledig plaats binnen de bestaande wettelijke kaders. Zoals neergelegd in de brief van 29 september hebben enkele partijen de wens uitgesproken om breder over dit soort medisch-ethische vraagstukken van gedachten te wisselen met het kabinet. Daarom voert de minister gesprekken met verschillende partijen in de Tweede Kamer.
Voorzitter, omdat dit het blok overig is, ga ik echt van de hak op de tak qua onderwerpen. De leesvaardigheid staat zwaar onder druk in Nederland. Op zeer korte termijn komt het kabinet met de Versterkingsagenda Taal en andere Basisvaardigheden. Die zal nog voor de behandeling van de begroting van OCW met de Tweede Kamer worden gedeeld en dus ook indirect bij de Eerste Kamer terechtkomen.
We kijken kritisch naar de markt voor leermiddelen op scholen. We nemen uw suggesties mee om te kijken hoe dit punt kan terugkomen in het regieplan dat daarvoor wordt gemaakt. We willen natuurlijk dat de financiële middelen die we hiervoor uittrekken ook echt leiden tot goede leermethoden en goede leermiddelen, waarbij scholen zelf kunnen bepalen bij welke uitgever of leverancier ze die afnemen. De kwaliteit moet wel echt vooropstaan. Hier zullen we in dat regieplan op terugkomen.
Er zijn in Nederland een aantal scholen, zowel reguliere scholen als weekendscholen, waarover we serieuze vragen hebben wat betreft de onderwijskwaliteit en het naleven van Nederlandse normen en waarden. De vrijheid van onderwijs is namelijk geen vrijbrief om antidemocratisch gedachtegoed bij onze jonge medemensen tussen de oren te krijgen. We kijken hoe we verbeteringen kunnen doorvoeren in de wettelijke kaders, onder andere rondom het stichten van nieuwe scholen. We kijken ook hoe de inspectie gerichte en goede inspecties op dat punt kan uitvoeren.
Het woord "cultuur" werd door de heer Rosenmöller en mevrouw Lagas genoemd. Dit zeg ik met waardering vanuit het kabinet, want cultuur is iets wat ons bindt, wat ons inspireert en wat ons uitdaagt. Juist in deze onzekere tijden is het belangrijk dat we ons culturele erfgoed goed beschermen en versterken, in dorpen, in de stad, in de regio, in het Europese deel van ons Koninkrijk en ook in het Caribische deel. De kracht van het cultuuraanbod is dat het heel verschillend is: van traditionele paasvuren en jaarmarkten tot topmusea en instellingen die ons kunnen uitdagen. De minister van OCW deelt binnenkort haar visie op cultuur met de Kamer. Ze zal dan uitleggen hoe we stappen gaan zetten om het cultuurbestel te versterken, de toegang tot regionale cultuur te versterken en jonge makers en een hoop andere creatieven extra te ondersteunen. Ik denk dus dat we aan uw beide behoeftes tegemoet gaan komen in die nieuwe cultuuraanpak.
Binnenkort volgt ook de reactie op de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme. Het kabinet zal waarschijnlijk nog deze maand een uitgebreide kabinetsreactie met de Eerste en Tweede Kamer delen, waarbij we echt door alle departementen heen kijken wat we extra kunnen doen om de strijd tegen discriminatie en racisme nog verder te intensiveren.
Op 17 en 18 oktober zal op Sint-Maarten de eerste Kingdom Summit plaatsvinden. Dat zeg ik in goed Engels, aangezien dat ook de officiële taal is op Sint-Maarten. Het is voor het eerst in jaren dat weer overleg plaatsvindt tussen de vier autonome landen van ons Koninkrijk. Die Kingdom Summit staat in het teken van het versterken van de samenwerking binnen het Koninkrijk, in het bijzonder op een aantal thema's die veel spelen, zoals weerbaarheid, klimaat, energie en economie.
De koopvaardij in ons land heeft inderdaad zorgen over de veiligheid in de internationale wateren. We zijn van oudsher een zeevarende natie, dus we voelen ook de verantwoordelijkheid om die koopvaardijvloot goed te beschermen. Het kabinet werkt aan een actieplan om het varen onder Nederlandse vlag zo aantrekkelijk mogelijk te maken en te houden en we nemen onze verantwoordelijkheid in verschillende internationale missies in zeestraten waar de veiligheid nu onder druk staat.
De AP is inderdaad, net als alle andere overheidsinstanties, een van de organisaties waar ook een taakstelling voor geldt. De Autoriteit Persoonsgegevens is de afgelopen jaren overigens fors gegroeid, omdat we daar ook veel meer taken hebben neergelegd. Maar in de efficiencytaakstelling worden alle overheidsinstanties in het kader van "gelijke monniken, gelijke kappen" beetgepakt. We zullen later dit jaar de uitgebreide uitwerking van die taakstelling met de Kamer delen.
Als het gaat om de OS-middelen zeg ik tegen de heer Beukering dat er geen sprake is van middelen voor ngo's om politieke beïnvloeding te organiseren. Het gaat echt om het ondersteunen van een aantal organisaties, met name in het mondiale Zuiden, die heel gericht groepen ondersteunen die zwaar onder druk staan. Denk aan de vrije pers of heel specifieke minderheden die te maken hebben met een vervolging in die landen. Dit is dus helemaal in lijn met het buitenlandbeleid van de afgelopen jaren, waarbij we op allerlei plekken proberen om het maatschappelijk middenveld te versterken, zodat zij daar hun rol kunnen spelen.
Voorzitter. Daarmee ben ik aan het eind van het blokje overig gekomen.
De voorzitter:
Een aantal Kamerleden hadden nog een vraag over een onderwerp. Ik zag de heer Schalk nog, net als de heer Rosenmöller.
De heer Schalk (SGP):
Dank aan de minister-president voor de antwoorden tot nu toe. Ik kom nog even terug op de abortus bij 22 tot 24 weken. Dat is een heel moeilijk onderwerp, waar we zorgvuldig over moeten spreken. Dat ligt allemaal heel teer. Dat snapt iedereen. Ik heb de volgende vraag. Als een vrouw die 22 weken zwanger is nog een abortus op sociale gronden wil, dan kan dat niet in een abortuskliniek via de verschrikkelijke normale methode. Dan moet een geboorte opgewekt worden. De vraag is: moeten we dat nou gaan uittesten in de komende periode? De minister-president zei terecht dat het tot 24 weken mag, maar de normale wetstoepassing tot nu toe gaat niet over die laatste 2 weken. Daarom gaan die ziekenhuizen dit nu uittesten. Moet je niet eerst dat debat voeren voordat we die testen uitvoeren?
Minister Jetten:
Het is denk ik wel belangrijk om hier heel precies te zijn. We leggen niet vast op welke gronden vrouwen uiteindelijk hun keuze tot afbreking van een zwangerschap maken. Het staat de vrouw vrij om dat in overleg met de zorgverlener te doen. Ik ga dus ook niet in op de suggestie dat er in de fase van 22 tot 24 weken vaker sprake is van zwangerschapsafbreking op sociaal-economische gronden. Er zijn geen cijfers waarop we dat soort uitspraken kunnen baseren. Feit is dat zwangerschapsafbreking ook tussen 22 en 24 weken wettelijk is toegestaan. Ik denk heel eerlijk dat geen enkele vrouw in die positie daar gemakzuchtig mee zal omgaan. Het is nogal een ingrijpende keuze die je voor jezelf maakt en voor leven dat je in je eigen buik hebt groeien. Laat we dus ook met enige rust kijken naar de verkenning die nu wordt gedaan door een aantal ziekenhuizen, die simpelweg gaat over de vraag: is er een goede regionale spreiding om overal de toegang tot goede abortuszorg te kunnen garanderen? Laten we er dan ook van uitgaan dat zorgverleners allemaal op een heel zorgvuldige manier die zorg verstrekken. De minister zal op een later moment uitgebreider, in ieder geval in eerste instantie met de Tweede Kamer, dit debat zorgvuldig voeren, met respect voor alle gevoelens die daarbij komen kijken.
De heer Schalk (SGP):
Ook ik probeer mijn woorden zo zorgvuldig mogelijk te kiezen, want we weten allemaal wel dat dit, als het goed is, niet op lichtvaardige gronden gebeurt, zeker niet in die fase van een zwangerschap. De ziekenhuizen die deze test gaan uitvoeren, hebben zelf aangeven dat het gaat over zwangerschappen die afgebroken worden op sociale gronden. Ik snap dus dat de minister-president daar niet iets over kan zeggen. Dat hebben zij zelf gezegd. Nu is het zo dat we op dit moment weten dat 25% van de kinderen die "normaal" gesproken na 22 weken zwangerschap geboren worden, in leven blijft. Dat is al veel meer dan voorheen, door de medische verbeteringen. Als de minister van VWS nu die gesprekken gaat voeren, zou zij dan kunnen meenemen en kunnen meewegen of die grens van 24 weken in de wet tot nu toe misschien niet moeten worden aangepast in de richting van 22? Ik snap dat u geen toezegging kan doen dat ze dat gaat doen, maar kan ze die gedachte meenemen? Het gaat echt over een andere toepassing van de abortuspraktijk.
Minister Jetten:
Het kabinet is niet voornemens om de wet aan te passen. Het klopt wel dat we de afgelopen jaren hebben gezien dat de medische zorg bij vroeggeboortes steeds beter wordt en dat de kans op overleven groter wordt in specifieke gevallen. Het is ook belangrijk om in die fase moeders in spe daarover te informeren, zodat ze die afweging kunnen maken. Maar het is uiteindelijk wel echt een keuze van de vrouw, in overleg met de arts, of ze overgaat tot zwangerschapsafbreking of niet. Laten we de gesprekken en de verkenning die nu plaatsvinden gewoon even zorgvuldig afwachten. Ik denk ook dat een aantal van de bewoordingen in eerste instantie, niet zozeer in dit debat, maar de suggestie die werd gewekt dat sociaal-economische gronden daar een heel belangrijke rol spelen, niet door het kabinet herkend worden. Die verkenning vindt plaats puur om de vraag: is er voldoende regionale spreiding bij de toegang tot abortuszorg? Ik ga ervan uit dat zodra de verkenning is uitgevoerd, we een goed en ordentelijk debat daarover kunnen voeren met elkaar.
De heer Van Hattem (PVV):
Ik ga ervan uit dat dit het laatste blokje was van de minister-president.
Minister Jetten:
Klopt.
De heer Van Hattem (PVV):
Dan heb ik nog een paar openstaande vragen, onder andere over de politietop, die heeft aangegeven minder te willen inzetten op de aanpak van zogenaamde lichtere strafbare feiten. Mijn vraag was hoe de minister-president daartegen aankijkt, of die criminelen nu vrij spel krijgen en winkeliers aan hun lot worden overgelaten, en of de burger in dat kader ook nog wel mag rekenen op de zwaardmacht van de overheid. Dan heb ik nog gevraagd waarom die Palestijnse jihadstudent die 7 oktober aan het bejubelen was, niet linea recta wordt uitgezet naar Gaza. Ik had nog een vraag gesteld over de oplopende wachtlijsten voor met name de hartzorg, onder andere bij het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven. Dat waren ze op dit moment.
Minister Jetten:
We hadden aan het begin afgesproken dat een aantal hele specifieke vragen schriftelijk worden afgedaan, maar dan doe ik het heel snel. Ik ben het helemaal met u eens. Die zwaardmacht is belangrijk en cruciaal, dus de minister van JenV is ook met de politie in overleg over hoe we in de volle breedte tot goede maatregelen kunnen overgaan. Dat geldt zowel voor de lichte vergrijpen alsook voor de zware vergrijpen.
De vraag over de oplopende wachtlijsten voor dit soort specifieke zorg kan ik nu niet beantwoorden, dus ik stel voor dat dat bij de begrotingsbehandeling van VWS terugkomt.
Ten aanzien van de zeer onsmakelijke video die we zagen van die student in Maastricht, die bij veel mensen begrijpelijkerwijs tot grote ophef heeft geleid, heeft het OM nu vastgesteld dat daar geen aanleiding is tot vervolgstappen.
De voorzitter:
Ik ga het even wat sneller doen. De heer Walenkamp heeft nog een vraag over de Archiefwet.
De heer Walenkamp (Fractie-Walenkamp):
Ik heb een paar hele concrete vragen gesteld. De Archiefwet wordt niet goed uitgevoerd. Het Nationaal Archief is veel te strikt en gevaarlijk bezig. Het is echt een groot gevaar als alleen overheidsvoorlichting wordt bewaard. Dat is echt eenzijdig en gevaarlijk. Ik heb op dat vlak vier hele specifieke punten genoemd. Ik zou toch graag van u willen weten, zeg ik via u, mevrouw de voorzitter, tegen de minister-president, of u het met mij eens bent. Het kan natuurlijk dat u het niet met me eens bent, maar dan wil ik het hier graag horen. Dan kan ik desnoods een motie indienen. Anders hoor ik graag hoe u het anders gaat aanpakken.
Minister Jetten:
Binnen enkele weken komt er een brief van de minister over de aanpak van het Nationaal Archief. We zullen de vragen die u in de eerste termijn heeft gesteld, daar ook in meenemen.
De voorzitter:
Helder.
De heer Walenkamp (Fractie-Walenkamp):
Mag ik de premier vragen of hij het met mij eens is dat de Archiefwet zuiver moet worden uitgevoerd. Twee. Is hij het met me eens dat dat betekent dat niet alleen maar overheidsinformatie bewaard moet worden — dat is niet de geest van de Archiefwet — maar bijvoorbeeld ook belangrijke particuliere archieven? Er zijn nu vier hele vervelende dingen gebeurd. Dat is echt contrair aan de wet. Zegt u toe dat dat echt wordt aangepast, alstublieft.
Minister Jetten:
Ik zeg toe dat wij in de brief uitgebreid zullen ingaan op deze zorgen. Ik begrijp de aangedragen punten, maar de minister zal het zorgvuldig uiteenzetten in de Kamerbrief. Die komt dus al binnen enkele weken.
De heer Janssen (SP):
Een korte verhelderende vraag over het antwoord dat de minister gaf naar aanleiding van mijn vraag over de Autoriteit Persoonsgegevens. Het gaat over de generieke taakstelling bij de overheid. Mijn vraag is of er bij die generieke taakstelling ook nog een afweging wordt gemaakt van de maatschappelijke kosten en baten. Of is het, zoals de minister-president zei, "gelijke monniken, gelijke kappen"?
Minister Jetten:
Goed dat deze vervolgvraag wordt gesteld. In principe hebben we de taakstelling verdeeld over de overheidsinstanties, maar we zijn nu heel intensief in overleg met de secretarissen-generaal van de departementen en met de directeuren van verschillende uitvoeringsorganisaties. Als de politiek juist extra taken belegt bij een bepaald domein of als er de komende jaren enorme ambities zijn om daar heel veel vaart te maken, is het raar als de taakstelling daar op dezelfde manier wordt toegepast. Dan moet je dus wel ook een inhoudelijke afweging maken. Ik neem even als heel random voorbeeld de hele dienst die bezig is met het oplossen van de toeslagenaffaire. Dat willen we zo snel mogelijk hebben afgerond. Als je daar een taakstelling op loslaat, betekent dat vertraging voor de menselijkemaatoplossingen die we daar nastreven. Uiteindelijk zal het kabinet, zowel bij een brief aan het einde van dit jaar als uiterlijk in het voorjaar, dus een aantal van dit soort inhoudelijke afwijkingen met uw Kamer delen.
De heer Janssen (SP):
Dat betekent dus dat het niet alleen maar een kale generieke taakstelling is, maar dat er ook gekeken wordt naar de inhoud. Ik noemde de Autoriteit Persoonsgegevens. Gelet op de toenemende digitale wereld verbaasde dat me. Maar dan komen we daar nog op terug.
Minister Jetten:
Het kan inderdaad zo zijn dat we beargumenteerd afwijken.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Dank aan de premier voor de gedegen beantwoording. Hij is één vraag vergeten. Mijn constatering was dat er licht zit tussen de uitspraak van de premier over dat de veehouderij uiterlijk in 2040 honderd procent dierwaardig zal zijn en de brief van de staatssecretaris. Mijn vraag was: wat is nou het kabinetsbeleid, de uitspraak van de premier of de brief van de staatssecretaris?
Minister Jetten:
We werken zo snel mogelijk toe naar een dierwaardige veehouderij. De staatssecretaris heeft in die brief geschetst welke maatregelen we in de komende jaren kunnen nemen.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Staat de premier nog achter de uitspraak dat de veehouderij uiterlijk in 2040 honderd procent dierwaardig moet zijn?
Minister Jetten:
Ja, dat is de inzet van het kabinet. De staatssecretaris heeft nu geschetst wat we de komende jaren al op dat vlak kunnen doen. Dat betekent niet dat er tussen nu en 2040 geen aanvullende maatregelen kunnen worden getroffen.
De voorzitter:
De heer Van de Sanden.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Ik had …
De voorzitter:
Ja, het is allemáál heel erg belangrijk.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Dat is zeker waar. Dus wat ik de premier wil zeggen …
De voorzitter:
Ik wil nu het woord geven aan de heer Van de Sanden.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Ik kom hierop terug in de tweede termijn.
De voorzitter:
Dat lijkt me heel goed.
De heer Van de Sanden i (Fractie-Van de Sanden):
Ik had de minister-president de vraag gesteld of hij bereid zou zijn om toe te zeggen dat het uitgangspunt is om de openbare online toegankelijkheid van militaire infrastructuur tijdelijk af te schermen wanneer Defensie daarom vraagt, met uitzondering dan voor professionele partijen die ambtshalve toegang moeten hebben tot die gegevens.
Minister Jetten:
Daar moet ik in tweede termijn even op terugkomen
De heer Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden):
Heel graag. Dank u wel.
De voorzitter:
Dan constateer ik dat de regering de vragen in de eerste termijn beantwoord heeft. Of heeft de heer Rosenmöller … In de tweede termijn heeft u nog vier minuten.
De heer Rosenmöller (PRO):
Ja, weet ik, maar die heb ik hard nodig. De minister-president hield een mooi, gepassioneerd betoog over kunst en cultuur in een paar afgemeten zinnen. Hartstikke goed. Het was een omissie dat het niet in de troonrede zat van een paar weken geleden. De vraag is eigenlijk: wilt u zich ervoor inzetten — volgend jaar bent u namelijk ook nog minister-president en ook verantwoordelijk voor de troonrede — dat kunst en cultuur daar zichtbaar en merkbaar in aanwezig zijn?
Minister Jetten:
De goede luisteraar heeft, denk ik, gemerkt dat deze troonrede niet meer een kerstboom is waarin elke minister of staatssecretaris per se aan de orde komt, omdat we ons nu hadden gefocust op een aantal van de grote doorbraken waar we voor staan, maar ik heb u gehoord. Dit nemen we dus gewoon mee ter inspiratie voor de troonrede van volgend jaar.
De voorzitter:
Dan zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de kant van de regering. Ik schors voor tien minuten voor een gembershot- en nootjesbreak.
De vergadering wordt van 22.10 uur tot 22.26 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde zijn de Algemene Politieke Beschouwingen van de Eerste Kamer. We zijn toe aan de tweede termijn van de kant van de Kamer. Wij hebben het aantal minuten bijgehouden dat u nog overheeft. Die zal ik aan het begin van uw termijn noemen. Ik geef het woord aan de heer Rosenmöller van PRO. Hij heeft nog vier minuten.
De heer Rosenmöller i (PRO):
Het is een beetje onrustig.
De voorzitter:
Blijft de deur nu dicht? Het woord is aan de heer Rosenmöller.
De heer Rosenmöller i (PRO):
Voorzitter, dank u wel. Een welgemeend woord van dank aan de minister-president voor alle antwoorden bij deze "Algemene en Specifieke Beschouwingen", zou ik willen zeggen. Hij heeft zich er op een knappe manier doorheen geslagen. Het was af en toe detailwerk, maar dat lag niet aan de minister-president. Dat lag af en toe aan de vragen vanuit deze Kamer, zeg ik dan maar even als eerste woordvoerder vanuit deze Kamer. Daarmee heeft hij natuurlijk ook een aantal vragen gemist. Ik zal hem dat totaal niet kwalijk nemen. Dat kan ook allemaal niet, want als het er twee keer zo veel zijn als in de Tweede Kamer, dan moeten wij ons ook bescheidener gaan opstellen.
Mijn tweede punt is meer inhoudelijk. Ik was gerustgesteld door het antwoord van de minister-president over stikstof. Ik had ook niet anders verwacht. Het is volstrekt helder dat datgene wat aan beleid in de stikstofbrief staat, niet afgezwakt wordt. Er kan provinciaal of regionaal maatwerk worden geleverd. De ene plus is de andere min en de andere min is de andere plus, maar onder de streep is de doelstelling helder en daar wordt niet aan getornd. Zolang dat het geval is, geven wij in de Tweede Kamer en ook hier steun aan het stikstofbeleid. Het politieke punt vind ik een van de belangrijkste elementen van deze dag. Mevrouw Lagas zei: als die brief van tafel gaat of grondig wordt gewijzigd, dan kunnen wij onze steun verlenen. Mijn conclusie is dat dat niet gaat gebeuren. Dat kan ook niet anders dan de conclusie van vele collega's zijn. Dat betekent dat die route met die partij voor het Belastingplan op dit moment als zaad op de rotsen valt. Dat is op dit moment een politieke constatering van belang.
De minister-president is terecht op zoek naar een stabiele meerderheid. Ik zou willen zeggen: hoe stabiel wil je het krijgen? Ik heb daar in de eerste termijn over gesproken. Met een meerderheid in de Tweede Kamer en een meerderheid in de Eerste Kamer samen met PRO en Volt heb je echt een stabiele meerderheid. Ik ben nog eens even teruggegaan in de tijd. Dat is een situatie die zich in de afgelopen twintig jaar niet heeft voorgedaan. Dat heeft zich in de afgelopen twintig jaar niet voorgedaan! Dus wat wil je nog meer met betrekking tot stabiliteit in de meerderheid? Dit debat heeft ook opgeleverd dat er een fundamenteel verschil is in deze Kamer tussen verschillende democratische partijen en andere partijen. Ik heb een debat gehad met de heer Van Hattem.
Voorzitter, tot slot. Dit is mijn een-na-laatste opmerking. We zijn in verwarring over mijn vraag over de uitspraak van de minister van Financiën. De minister-president heeft gezegd: brede steun voor het Belastingplan. De minister van Financiën zei: als rechts niet aan boord komt, dan komt er geen Belastingplan. Ik wil weten welke van de twee waar is, want we kunnen niet met twee lezingen leven. Ik wil graag dat dat opgehelderd wordt. Wij zijn in verwarring over de non-verbale reactie van de minister van Financiën. Help ons om dit op te lossen, want dat is van het grootste belang.
De voorzitter:
Ik geef de gelegenheid voor nog één interruptie, maar wel maar één.
De heer Van Hattem i (PVV):
Zeker, voorzitter. Ik heb vandaag vaker gemerkt dat de heer Rosenmöller in verwarring was, maar daar kan hij weinig aan doen. Ik heb hem net horen spreken over democratische en antidemocratische partijen. Hij noemde specifiek de PVV. Ik wil aan de heer Rosenmöller vragen: als hij zo'n strikt onderscheid maakt, rekent hij dan ook op de steun van de PVV-fractie bij de moties die hij wil indienen?
De heer Rosenmöller (PRO):
Dat is aan u. Dat is mijn antwoord.
De heer Van Hattem (PVV):
De heer Rosenmöller maakt een onderscheid tussen democratische en antidemocratische partijen. Vindt hij de PVV democratisch genoeg om steun van te mogen verwachten voor zijn moties?
De heer Rosenmöller (PRO):
Dat is aan u. Dit onderscheid maak ik overigens al jaren. Het verrast mij dat u nu deze conclusie trekt tijdens dit debat in de tweede termijn, want dit onderscheid maken wij al jaren. Maar dat laat onverlet dat wij collegiaal opereren, zelfs in de commissie. Ik heb eerder tegen u gezegd …
De heer Van Hattem (PVV):
Daar gaat het niet om.
De heer Rosenmöller (PRO):
… dat ik u een harde werker vind en dat u de debatten goed voorbereidt, maar ik vind uw politieke programma abject. Dat vind ik een onoverbrugbaar verschil. Als het gaat om de vraag wie onze moties steunt: zonder uw steun kunnen wij ook een meerderheid krijgen. Dat is echt aan u. Ik zal u niet per se adviseren om onze moties niet te steunen, want zo werkt het niet. Dat is echt aan u.
Voorzitter. Mijn laatste opmerking is: hoe nu verder? De minister-president heeft terecht aandacht besteed aan de geopolitieke situatie en de grote nationale uitdagingen die we met elkaar hebben. Hoe gaan we — ik zou bijna zeggen "in hemelsnaam" — met elkaar verder? Ik denk dat het hele land zo langzamerhand hunkert naar enige vorm van duidelijkheid over hoe we tot meerderheden komen om slagvaardig de internationale en nationale uitdagingen aan te kunnen pakken. Het kabinet zal op de een of andere manier, al dan niet houtje-touwtje, best wel op een meerderheid voor de begroting voor 2027 kunnen rekenen, maar ik heb er in mijn eerste termijn juist voor gepleit om dat in een breder kader te plaatsen. De uitdagingen en de problemen zijn zo gigantisch dat de hoofdstromen van de democratische politieke partijen elkaar de hand moeten reiken en moeten zeggen: "Wij verschillen; laat dat zien. We hebben overeenkomsten; laat die zien. We delen de uitdagingen. We maken een agenda. We gaan het met elkaar oplossen." De ene keer krijgt de een zijn zin en de andere keer krijgt de ander zijn zin. Ik kan daar nu niet verder over uitweiden, maar dat heb ik in mijn eerste termijn al gedaan. Ik denk dat dit voor het minderheidskabinet een manier is om tot meerderheden te komen die stabiliteit voor zowel de korte, de middellange als de lange termijn zou kunnen opleveren. Daar is dit land zeer, zeer bij gebaat.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Klip van de VVD. Zij heeft nog vijf minuten.
Mevrouw Klip-Martin i (VVD):
Voorzitter, dank u wel. Ik wil graag beginnen met de minister-president en alle ambtenaren achter de schermen heel hartelijk te bedanken voor de beantwoording van onze vragen. Ook ik maak hem graag complimenten over zijn brede dossierkennis en de soepele manier waarop hij de meest gedetailleerde vragen toch van een zeer vertrouwenwekkend antwoord heeft voorzien.
Voorzitter. Een van de hoofdthema's in mijn bijdrage was het belang van een goed functionerende democratische rechtsstaat. Die verdient onze aandacht, onze zorg en onze bestuurlijke wijsheid. Het doet mijn fractie dan ook goed dat de Kamer en het kabinet vandaag grotendeels eensgezind zijn op dit punt. Waar ik ook heel blij mee ben, is dat de minister-president duidelijk heeft uitgesproken dat neonazistische en discriminerende taal nooit, maar dan ook nooit, voor kennisgeving mag worden aangenomen, maar dat we ons daartegen moeten blijven verzetten. Dat was ook een van mijn punten.
Dan sta ik nog kort stil bij de nationale en internationale veiligheid. Wij vroegen het kabinet in te gaan op de stappen die het kabinet wil gaan zetten op het gebied van cyberveiligheid en weerbaarheid van bedrijven en burgers. Het antwoord van de minister-president stemt mijn fractie positief, maar wij roepen ook op om dit in gezamenlijk verband met gemeentes en provincies te doen. We staan dan immers sterker. Wat betreft de internationale veiligheid vindt mijn fractie het goed om te horen dat de inzet onverminderd hoog blijft als het gaat om de steun aan Oekraïne. Ik heb het dan ook over een gezamenlijke defensie-industrie en bijvoorbeeld het Oekraïnetribunaal.
Voorzitter, tot slot. Mijn fractie is ervan overtuigd dat Nederland verder komt door daadwerkelijk aan de slag te zijn met het leveren van oplossingen voor de vele problemen die ons land kent. Wanneer het kabinet dit doet met een open houding en de bereidheid om compromissen te sluiten, kan er de komende jaren heel veel gerealiseerd worden. Mijn fractie heeft daar veel vertrouwen in.
De voorzitter:
U heeft één korte vraag van de heer Van Hattem.
De heer Van Hattem i (PVV):
Zeker. Ik heb mevrouw Klip van de VVD zich vandaag heel duidelijk uit horen spreken voor de Spreidingswet. Nu heeft de Tweede Kamerfractie van de VVD op 10 juni 2025 een motie-Eerdmans, nota bene een aangenomen motie, gesteund om de Spreidingswet uiterlijk op 1 februari 2026 in te trekken. Die motie is aangenomen. De VVD stemde voor. Hoe staat de VVD hier nou tegenover? Kan mevrouw Klip dat toelichten?
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Die vraag moet u aan de VVD-fractie in de Tweede Kamer stellen, want daar heeft het zich afgespeeld.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat was een helder antwoord. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Lagas. Zij spreekt namens de BBB. Ze heeft nog drie minuten.
Mevrouw Lagas i (BBB):
Voorzitter. Allereerst bedankt voor de antwoorden.
We hebben de Tweede Kamerbrief gelezen en zijn alleen maar bezorgder geworden, want u bent nog niet begonnen aan de afslag in onze richting. Kortom, de klem op het stikstofdossier en het Belastingplan is met deze brief voor de BBB alleen maar strakker aangedraaid. Voordat u steun kunt krijgen voor het Belastingplan, moet u echt gaan bewegen op het stikstofdossier. Dan hoeft u ook niet linksaf.
Voorzitter. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat goede bereikbaarheid van alle regio's van groot belang is voor de leefbaarheid, economische ontwikkeling, kennisontwikkeling en brede welvaart van Nederland;
overwegende dat goede verbindingen tussen regio’s, economische centra, kennis- en onderwijsinstellingen en onze buurlanden noodzakelijk zijn voor een sterke, innovatieve en weerbare Nederlandse economie;
constaterende de Noord- en Noordoost-Nederland voor hun bereikbaarheid en economische ontwikkeling in belangrijke mate afhankelijk zijn van goede weg-, spoor- en openbaarvervoerverbindingen;
overwegende dat juist in deze regio grote opgaven samenkomen op het gebied van woningbouw, economie, onderwijs en innovatie, defensie en grensoverschrijdende samenwerking;
constaterende dat investeringen en middelen voor de infrastructuur en het onderhoud in Noord-Nederland onder druk staan en dat belangrijke infrastructurele projecten worden uitgesteld, versoberd of ter discussie staan;
overwegende dat verdere achterstand in bereikbaarheid en infrastructuur de leefbaarheid, economische ontwikkeling en strategische positie van Noord- en Noordoost-Nederland schaadt;
overwegende dat daarbij onder meer de Nedersaksenlijn en het spoorwegknooppunt bij Meppel van grote betekenis zijn voor de bereikbaarheid en economische ontwikkeling van het gebied, de verbinding tussen belangrijke kennis- en onderwijsregio’s en de verbinding met Duitsland;
verzoekt de regering het strategische en economische belang van goede bereikbaarheid en infrastructuur in Noord- en Noordoost-Nederland te erkennen, zorgt te dragen voor voldoende investeringen in wegen, spoor en openbaar vervoer en daarbij de noodzakelijke investeringen in onder meer de Nedersaksenlijn en het spoorwegknooppunt bij Meppel voortvarend ter hand te nemen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Lagas, Beukering, Van Rooijen, Van der Goot en Walenkamp.
Zij krijgt letter C (37020).
Mevrouw Lagas (BBB):
Dat laatste kostte tien seconden. Ik neem aan dat u die mij zo gunt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat geopolitieke spanningen het belang van strategische autonomie en nationale weerbaarheid verder vergroten;
overwegende dat beschikbaarheid van voldoende, veilig en betaalbaar voedsel, evenals de beschikbaarheid van water en energie, een fundamentele voorwaarde is voor de weerbaarheid en onafhankelijkheid van Nederland;
constaterende dat de Nederlandse agrarische sector van essentieel belang zijn voor de voedselzekerheid van Nederland en Europa;
constaterende dat het kabinet vanwege zwaarwegende maatschappelijke en economische belangen bereid is om voor onder meer het stroomnet en Schiphol naar bijzondere oplossingen te zoeken om knelpunten in wet- en regelgeving en vergunningverlening weg te nemen;
overwegende dat ook de Nederlandse agrarische sector al jarenlang wordt geconfronteerd met knelpunten in wet- en regelgeving en vergunningverlening, waardoor ondernemers in onzekerheid verkeren en noodzakelijke investeringen worden belemmerd;
overwegende dat voedselzekerheid, net als energiezekerheid en bereikbaarheid, van strategisch belang is voor Nederland en het daarom niet uit te leggen is wanneer voor het stroomnet en Schiphol wel bijzondere mogelijkheden worden onderzocht en benut, maar vergelijkbare mogelijkheden voor de agrarische sector bijvoorbeeld buiten beschouwing blijven;
verzoekt de regering om voor de Nederlandse agrarische sector met dezelfde urgentie te onderzoeken en toe te passen welke juridische, bestuurlijke en beleidsmatige mogelijkheden kunnen worden benut om knelpunten in de vergunningverlening weg te nemen en noodzakelijke investeringen, innovaties en bedrijfsontwikkelingen mogelijk te maken, zoals het kabinet ook doet bij het stroomnet en Schiphol,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Lagas, Beukering en Walenkamp.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.
Zij krijgt letter D (37020).
Mevrouw Lagas (BBB):
Voorzitter. Dat was het. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Van Meenen van D66. Hij heeft nog vier minuten.
De heer Van Meenen i (D66):
Voorzitter. Om te beginnen heel veel dank aan onze minister-president voor de beantwoording en voor het goede debat. Het was mooi om dat zo te zien. Mijn fractie ziet dat dit kabinet in korte tijd belangrijke stappen heeft gezet, onder andere op veiligheid, woningbouw, stikstof, onderwijs, sociale zekerheid en economie. Dat vraagt in een politiek ingewikkelde situatie om inzet en samenwerking. Daarvoor danken wij dit kabinet. We hopen dat dit debat opnieuw een inspiratie is geweest om die samenwerking nog veel verder voort te zetten.
Voorzitter. Ik kom nog kort terug op de belangen van toekomstige generaties. De minister-president heeft aangegeven dat het aangepaste Beleidskompas hiervoor stappen zet. Daarom ziet hij nu geen aanleiding voor een verplichte generatietoets, een ombudsman voor toekomstige generaties of een constitutionele verankering. Mijn fractie waardeert de stappen met het Beleidskompas, maar ziet dat de belangen van toekomstige generaties in de praktijk nog niet structureel bij ieder wetsvoorstel worden meegewogen. Ook deze Miljoenennota had op dit punt wat ons betreft scherper gekund. De Raad van State constateert bovendien dat bestaande initiatieven nog versnipperd en vrijblijvend zijn en pleit voor meer structurele aandacht. Daarbij noemt de raad onder meer een ombudsfunctie en het verkennen van die constitutionele verankering. Ook andere Europese landen zijn op dit terrein verder. Daarom vragen wij het kabinet om een brief waarin het de mogelijkheden en ervaringen in andere landen nader beschouwt, niet om nu al voor één instrument te kiezen, maar om zorgvuldig te blijven kijken hoe we die belangen van toekomstige generaties structureel kunnen borgen.
Om de minister-president en dit kabinet daarbij te inspireren bied ik hem bij dezen de afstudeerscriptie aan van onze onvolprezen ambtelijk secretaris van de fractie aan. Die heet De bescherming van toekomstige generaties in het Nederlands recht — ze heet trouwens Elise Stroop en ze zit daar op de hoek — een onderzoek naar juridische en institutionele waarborgen tegen kortetermijngerichte besluitvorming. Professor Voermans gaf er een tien voor. Dan weten we het wel.
Het klinkt misschien als een vrolijke noot, maar ik meen het serieus. Ik heb in mijn eerste termijn zeer duidelijk gemaakt — dat heb ik ook van vele anderen gehoord — hoezeer wij ons bewust zijn van onze rol ten opzichte van die komende generaties. Als de minister-president dat zou willen toezeggen, zie ik graag die brief tegemoet.
Tot slot. Wij kijken positief terug op dit debat en de stappen die het kabinet al heeft gezet en nog zal gaan zetten. Dank nogmaals aan de minister-president en het kabinet voor de bereidheid om die verantwoordelijkheid voluit te nemen, moeilijke vraagstukken aan te pakken en de samenwerking met het parlement in beide Kamers te zoeken. Ik wens u daarbij ontzettend veel succes en ook plezier toe in de komende tijd. We blijven het nadrukkelijk volgen.
Tot zover, voorzitter. Als u mij toestaat, geef ik dit via de bode aan de minister-president. Anders doe ik het zelf wel.
De voorzitter:
Hij zit vlakbij. Dank u wel.
De heer Van Meenen (D66):
Mag ik het even doen?
De voorzitter:
Zeker. Ik ga dan wel het woord geven aan de heer Van Hattem van de PVV. Hij heeft nog twee minuten.
De heer Van Hattem i (PVV):
Voorzitter. Zoals aangekondigd een aantal moties. Allereerst de motie van wantrouwen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
zegt het vertrouwen in het kabinet op,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Hattem, Van Strien, Bezaan en Van Kesteren.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.
Zij krijgt letter E (37020).
De heer Van Hattem (PVV):
Dan de motie "Brief Van Essen van tafel".
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
roept het kabinet op om af te zien van de voorgenomen maatregelen uit de Kamerbrief "Weer ruimte voor boer, natuur en bouw: maatregelpakket voor landbouw, natuur en stikstof" en daarmee deze brief van tafel te halen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Hattem, Van Strien, Bezaan en Van Kesteren.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.
Zij krijgt letter F (37020).
De heer Van Hattem (PVV):
Dan de motie "Spreidingswet intrekken".
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering per ommegaand de Spreidingswet, oftewel de asieldwangwet, in te trekken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Hattem, Van Strien, Bezaan en Van Kesteren.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.
Zij krijgt letter G (37020).
De heer Van Hattem (PVV):
Dan heb ik nog de motie "Hoofddoekjesverbod in de openbare ruimte". Ik zal het dictum voorlezen: "roept het kabinet op, mede gelet op de uitdagingen in het coalitieakkoord op nationale veiligheid, islamisering tegen te gaan, in het bijzonder door in te zetten op een hoofddoekjesverbod in de openbare ruimte, en gaat over tot de orde van de dag."
Ik kan dat nog kort toelichten, omdat ik nog spreektijd heb. In de constateringen staat dat in het coalitieakkoord over nationale veiligheid …
De voorzitter:
U kunt het beste de hele motie voorlezen, want dat moet u toch doen. Leest u dan de hele motie maar voor.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het coalitieakkoord 2026-2030 over nationale veiligheid op pagina 14 als uitdaging aangeeft: "Bestrijden van de dreiging vanuit jihadistische en extremistische netwerken in Nederland, met specifieke aandacht voor online radicalisering";
overwegende dat
-
-diverse Europese landen maatregelen hebben genomen om het dragen van hoofddoekjes te verbieden;
-
-in Oostenrijk sinds dit schooljaar een verbod op hoofddoeken geldt voor meisjes onder de veertien jaar. De wet werd ingebracht door de regeringscoalitie van de ÖVP, de sociaaldemocratische SPÖ en liberale partij Neos. Volgens de minister van Integratie is de hoofddoek "een symbool van onderdrukking en een manier om meisjes van kinds af aan te domineren". Daarnaast wil de Oostenrijkse regering ook een verbod op de politieke islam invoeren, dit vanwege radicalisering: "Sinds vorig jaar is er een stijging van islamitische incidenten met 40 procent. Heel vaak gaat dit gepaard met antisemitisme. De radicalisering neemt toe", aldus minister Bauer van de ÖVP;
-
-het provinciebestuur van Oost-Vlaanderen van N-VA, CD&V en Vooruit een hoofddoekenverbod in heeft gevoerd voor alle leerlingen van provinciale scholen;
-
-in Frankrijk door de thans meest kansrijke presidentskandidaat is voorgesteld om het dragen van een islamitische hoofddoek in de openbare ruimte strafbaar te stellen;
-
-uit eerder onderzoek van professor Koopmans blijkt dat de hoofddoek de belangrijkste voorspeller voor fundamentalisme is. Zo stelt Koopmans: "Liefhebbers van de hoofddoek zijn vaker homohaters en staan vijandiger tegenover het Westen. Ook als je corrigeert voor leeftijd en opleidingsniveau, zie je dat de hoofddoek gepaard gaat met fundamentalisme, een vijandigere houding en meer antisemitisme";
roept het kabinet op, mede gelet op de uitdagingen in het coalitieakkoord op nationale veiligheid, islamisering tegen te gaan, in het bijzonder door in te zetten op een hoofddoekjesverbod in de openbare ruimte,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Hattem, Bezaan, Van Kesteren en Van Strien.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.
Zij krijgt letter H (37020).
De heer Van Hattem (PVV):
Dank u wel.
De voorzitter:
Ik zie mevrouw Perin van Volt.
Mevrouw Perin-Gopie i (Volt):
Ik wil eigenlijk een punt van orde maken. De strekking van deze motie is discriminerend. Wij hebben in deze Kamer de Grondwet te dienen. Ik vraag de voorzitter om deze motie van de stemlijst te verwijderen.
De heer Van Hattem (PVV):
Ik vind het totaal niet onderbouwd waarom het discriminerend zou zijn. Ik heb aangegeven dat diverse Europese landen deze maatregelen hebben ingevoerd. In deze landen zitten regeringen van diverse huize, met sociaaldemocraten, met liberalen, met christendemocraten, die dit een acceptabele maatregel achten. Het kabinet heeft zelf aangegeven dat de jihadistische dreiging een groot gevaar is voor de nationale veiligheid. En professor Koopmans geeft dit aan als de grootste voorspeller hiervan. Ik denk dat dit een heel belangrijke maatregel is en, zoals ik al zei, andere landen hebben dit al effectief ingevoerd. Van discriminatie is dus zeker geen sprake.
De voorzitter:
Dit was een punt van orde. Wij hebben de vorm niet om een motie in te trekken met een beroep op artikel 1. Het enige wat de Kamer kan doen, is de motie verwerpen.
Dank u wel, meneer Van Hattem.
De heer Van Hattem (PVV):
Dank.
De voorzitter:
Ik geef het woord aan de heer Bovens van het CDA en hij heeft nog drie minuten.
De heer Bovens i (CDA):
Hartelijk dank, mevrouw de voorzitter. Heel hartelijk dank aan de minister-president voor de uitgebreide beantwoording. Ik heb wel te doen met het kabinet, zowel de eerste als de tweede rij. Als er nog iets van een toeslag zou kunnen worden ingevoerd, is het wel een toeslag om hier af en toe te moeten zitten, want — ik heb dat ook in april gezegd tijdens het debat over de regeringsverklaring — als je door de oogharen kijkt, en ik heb dat veel gedaan, denk je soms dat je in de Tweede Kamer zit. Dat is deze keer weer het geval geweest. Als ik de gestelde vragen zie, zitten er vragen bij die in eerste instantie ook in de Tweede Kamer hadden kunnen worden gesteld. Dan vraag ik me vaak af wat nou het Eerste Kamerperspectief op de vragen was. Daarom toch heel hartelijk dank aan de minister-president voor het beantwoorden van al die vragen. Nogmaals, volgens ons zou dat op een andere manier moeten. Daar komen we nog over te spreken, bijvoorbeeld in het overleg van de fractievoorzitters.
Dank aan de collega van D66 voor het aanbieden van de scriptie. Dat was meteen het bruggetje, want de vorige keer, zes maanden geleden, hadden we het ook over een scriptie, namelijk die van onze Antje Beers. Die zal ingebracht worden in het debat met de fractievoorzitters, want die gaat over de rolvastheid van de Eerste Kamer. Zij heeft hiervoor een 9 gekregen; goed, er is baas boven baas natuurlijk.
De minister-president heeft veel beantwoord, maar één vraag niet. Ik neem hem dat absoluut niet kwalijk, want daar gaan we het in de toekomst ongetwijfeld over hebben. Die vraag ging over het aspect van deregulering in de samenleving en met name over hoe de samenleving in haar kracht kan worden gezet als het gaat over het organiseren van heel veel activiteiten of hoe het een aspect kan worden bij het beoordelen van de deregulering.
Ik was zeer onder de indruk van de bijdrage van de heer Rosenmöller. Hij had een mooie toespraak aan het begin. Ik ga hem nu al missen. Overigens geldt dit ook voor collega Klip. Ik weet dat dit de laatste bijdragen zijn. Dat is dan toch een beetje weemoedig. Hij had het over de drie grote stromingen, de sociaaldemocratie, de christendemocratie en het liberalisme, die als ik het vrij mag interpreteren sinds de Tweede Wereldoorlog schouder aan schouder hebben gestaan om de rechtsstaat in dit land, maar eigenlijk ook in Europa, op te bouwen. Hij doet een beroep om dat midden, wat een soort motorblok van de politiek is, te laten herleven. Nou is binnen het CDA in 2012 ooit een rapport verschenen dat over het radicale midden gaat. Er wordt vaak over het "grijze midden" gesproken, dat niet levert et cetera. Als je het zo zou kunnen zien dat het midden wel zou kunnen leveren, het radicale midden bijvoorbeeld, dan is dat een hele krachtige metafoor. Ik denk zeker dat het goed is als de politiek op dit moment dat radicale midden gaat zoeken. Dat radicale midden is breed, want het had 30 zetels winst bij de vorige verkiezingen. Dat brede midden, dat meerderheden zoekt verder dan de 38 zetels hier, zou wel op zijn plaats zijn.
Wij gaan geen enkele motie steunen, die ook in de Tweede Kamer had moeten worden ingediend of die eerst in de Tweede Kamer had moeten worden ingediend. Dus dan weet u alvast wat ons stemgedrag gaat zijn. Dat heeft er niets mee te maken of we het ermee eens zijn of niet mee eens zijn, maar wij vinden dat we daarin rolvastheid moeten tonen. Dus dan weet u bij voorbaat dat we geen moties gaan steunen die ook, of eerder, in de Tweede Kamer moeten zijn, want wij hebben hier met elkaar een aparte rol te vervullen. Heel veel succes aan het kabinet de komende tijd. Ik zie nu al uit naar de begrotingsbehandelingen van 2027, 2028 en 2029, want dat gun ik dit kabinet zeer. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Janssen van de SP. Hij heeft nog één minuut.
De heer Janssen i (SP):
Een hele minuut. Dank u wel, voorzitter. Dank aan de minister-president voor de beantwoording. Dank voor de toezeggingen op het gebied van de kinderarmoede. Wij blijven strijden voor de aanpak daarvan, want daar moet echt iets aan gebeuren. Ik wacht nog even op een antwoord in de tweede termijn over de optelsom van de individuele maatregelen die raken aan het rechtsgevoel en het vertrouwen in de overheid. Ik hoop dat ik daar nog een antwoord op krijg.
Ik heb vandaag in het debat de bijdragen van de BBB en PRO gehoord. Rest mij nog om de minister-president goede feestdagen te wensen, in de wetenschap dat hier kort voor kerst over het Belastingplan gestemd zal worden en dat kort voor Pasen de nieuwe samenstelling van de Eerste Kamer bekend zal worden, na de provinciale verkiezingen. De minister-president is hier niet zo vaak, vandaar dat ik hem alvast bij dezen goede feestdagen wens. Dank u wel.
De voorzitter:
Echt iets om naar uit te kijken. Ik geef graag het woord aan mevrouw Huizinga-Heringa van de ChristenUnie. Zij heeft nog vier minuten.
Mevrouw Huizinga-Heringa i (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Ook dank aan het kabinet dat hier is geweest. Het moet het altijd een beetje uitzitten, natuurlijk. Maar toch heel veel dank dat u heeft laten zien hoe belangrijk ook de Eerste Kamer is en dat u bereid bent om hier te komen.
Er is veel gewisseld. De afdronk voor mijn fractie is dat dit kabinet zich er echt van bewust is dat we het ons in deze tijd niet kunnen permitteren om geen slagvaardig kabinet te hebben. Een dubbele ontkenning is nooit mooi. Er moet een slagvaardig kabinet komen in deze tijd. Daar is het kabinet zich van bewust. Tegelijkertijd voelen wij ons niet helemaal gerust. Wij hopen dat dit kabinet de interne verdeeldheid zal weten te overwinnen. Naar de inschatting van mijn fractie is die toch wel een bedreiging voor de stabiliteit van dit kabinet. Wat mij betreft zoekt het kabinet dan naar wisselende meerderheden: kijken waar we met elkaar grote stappen kunnen zetten om de grote uitdagingen die er zijn, aan te pakken.
Ik heb één dingetje gemist van de minister-president. Misschien heeft hij het gezegd en heb ik niet goed opgelet. Ik heb de opmerking gemaakt dat het vertrouwen in de politiek zo laag is. Dat is natuurlijk al jarenlang zo, maar toch is het iets waar je niet tevreden mee kunt zijn. Ik heb niet van de minister-president gehoord hoe hij daarmee wil omgaan. Hoe wil dit kabinet … Het wordt ieder jaar gezegd, maar toch. Het zal toch moeten gebeuren dat er weer vertrouwen komt in de politiek, dat burgers weer denken dat Den Haag er ook voor hen is. Dat ontbreekt nu. Zou de minister-president daar nog eens op in willen gaan?
Tot slot sluit ik mij natuurlijk helemaal aan bij de felicitaties van de heer Janssen.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Bovens heeft nog een interruptie voor u.
De heer Bovens i (CDA):
Ik heb een foutje gemaakt bij mijn bijdrage. Ik ben vergeten om mevrouw Huizinga te bedanken voor deze laatste bijdrage aan de Algemene Beschouwingen.
Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):
Ik vind het heel fijn dat de heer Bovens mij ook bedankt.
De heer Bovens (CDA):
En een zalig kerstfeest toegewenst.
(Hilariteit)
De voorzitter:
Eerst maar eens herfstvakantie. Ik geef graag het woord aan de heer Kemperman van Forum voor Democratie. De heer Kemperman heeft nog één minuut.
De heer Kemperman i (FVD):
Dank u, voorzitter. Ik zal het snel doen. Ik heb maar één minuut. Onze afdronk van dit debat baart ons wel zorgen. Met dit stikstofbeleid voed je op termijn geen bevolking en met dit defensiebeleid krijg je volgens ons geen vrede. Met dit energiebeleid bouw je geen huizen. Ik laat de massa-immigratie dan maar even buiten beschouwing. Dit zal de spanning in de samenleving niet stoppen.
Voorzitter. Ik moet denken aan een beroemde sciencefictionroman van de Britse Mary Shelley over de geleerde Victor Frankenstein, die zijn eigen monster creëerde. Het monster is in beginsel niet slecht, maar wordt wraakzuchtig uit wanhoop en afwijzing. Victor, de wetenschapper, speelt voor God en negeert mogelijke ethische gevolgen van zijn schepping. Afwijzing leidt tot isolatie en vervreemding. De maatschappij, of de politiek, creëert haar eigen monsters door wreed te zijn tegen degenen die anders zijn. Maar zijn het wel monsters? De hoogmoed van de schepper maakt uiteindelijk alles kapot. Het verhaal is een pleidooi voor empathie en verantwoordelijkheid, voor dat wat we de wereld in brengen.
Voorzitter. We zijn in de politiek misschien allemaal wel een beetje Victor, en ieder creëert zijn eigen monsters. Ik moet toch denken aan een onderwerp dat in mijn eerste termijn benoemd is, maar dat te weinig aandacht kreeg: de oplopende onrust in onze samenleving. Ik heb nog twintig seconden nodig, voorzitter. Die onrust zien we ook in de landen om ons heen. Mijn oproep is om hierover met elkaar in gesprek te gaan, in plaats van het te negeren en alleen met gelijkgestemden in talkshows verontwaardigd labels te plakken die onze samenleving verder splijten. Onze fractievoorzitter in de Tweede Kamer stak recent ook zijn hand uit. Problemen en tegenstellingen lossen we op in gesprek en niet door uitsluiting, hoezeer onze standpunten ook verschillen. Het helpt niet om deze skippybal dieper onder water te duwen, want dan is die niet weg. Waarom protesteren mensen? Waarom plakken mensen zich vast aan het asfalt? Waarom blokkeren boeren wegen? Wie gelooft dat de massale protesten in Frankrijk echt gaan over achterstallig onderhoud in schoolgebouwen, kent zijn wereld niet.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Koffeman van de Partij voor de Dieren. Hij heeft nog twee minuten.
De heer Koffeman i (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Allereerst dank aan de minister-president voor de beantwoording van de vragen. Complimenten daarvoor ook. Complimenten voor de rest van het kabinet voor het geduld dat zij hebben opgebracht om hier de hele dag te zijn.
Voorzitter. Er is een aantal grote vraagstukken dat het kabinet zou moeten oplossen. Ik heb twee moties om het kabinet daar een beetje bij te helpen.
De overeenkomst tussen drinkwaterbedrijven en zakelijke afnemers is een privaatrechtelijke overeenkomst die geen deel uitmaakt van het proces van vergunningverlening, zo heeft minister Karremans vandaag in antwoord op vragen in de Tweede Kamer gezegd. Dat betekent dat twee nieuwe datacenters die 1,1 miljard liter drinkwater per jaar gebruiken eigenlijk hun gang kunnen gaan. In het kader van "meten is weten", zoals een aantal collega's hier heeft opgemerkt, wil ik de volgende motie indienen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat uit berichtgeving van Trouw blijkt dat van een aanzienlijk deel van de Nederlandse datacenters geen volledig inzicht bestaat in het elektriciteits- en waterverbruik, terwijl voor datacenters met een geïnstalleerd IT-vermogen van ten minste 500 kW een wettelijke rapportageplicht geldt;
constaterende dat essentiële gegevens over het daadwerkelijke energie- en watergebruik van datacenters daardoor voor overheid, volksvertegenwoordiging en samenleving onvoldoende beschikbaar zijn, terwijl datacenters een groeiend beroep doen op schaarse elektriciteits- en waterbronnen;
constaterende dat betrouwbare, volledige en vergelijkbare gegevens noodzakelijk zijn om de maatschappelijke en ecologische gevolgen van datacenters te kunnen beoordelen en om hierover transparante democratische besluitvorming mogelijk te maken;
verzoekt de regering onderzoek te laten doen naar de mate waarin datacenters voldoen aan de bestaande rapportageplicht voor elektriciteits- en watergebruik, de oorzaken van eventuele onvolledige of ontbrekende rapportages in kaart te brengen en de Kamer te informeren over maatregelen die nodig zijn om volledige, gestandaardiseerde en publiek toegankelijke rapportage te waarborgen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Koffeman en Nicolaï.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.
Zij krijgt letter I (37020).
De heer Koffeman (PvdD):
Dan heb ik nog een motie over de dubbele energiebelasting en het oplossen daarvan.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat over opslag van elektriciteit achter een kleinverbruiksaansluiting ten onrechte dubbele energiebelasting wordt geheven;
overwegende dat het voor het optimaal benutten van de mogelijkheden van thuisbatterijen en elektriciteitsopslag in auto’s wenselijk is dat de dubbele heffing van energiebelasting wordt voorkomen;
constaterende dat de dubbele energiebelasting kleinverbruikers nu, aan de vooravond van de afschaffing van de salderingsregel, kan weerhouden thuisbatterijen aan te schaffen;
verzoekt de regering in het belang van de energietransitie en de bestrijding van netcongestie toe te zeggen dat de dubbele belastingheffing zo spoedig mogelijk ongedaan gemaakt zal worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Koffeman en Nicolaï.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.
Zij krijgt letter J (37020).
Dank u wel. Ik geef graag het woord aan mevrouw Van Bijsterveld van JA21. Zij heeft ook nog twee minuten. Dank u wel. Ik geef graag het woord aan mevrouw Van Bijsterveld van JA21. Ook zij heeft nog twee minuten.
Mevrouw Van Bijsterveld i (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de minister-president voor de beantwoording van alle vragen. Niet al mijn vragen zijn beantwoord, maar dat neem ik de minister-president niet kwalijk. Ook de ministers dank ik voor hun aanwezigheid en aandacht vandaag. Het is inderdaad een lange dag, maar dat geldt voor ons allemaal.
Dat brengt mij bij de woorden van mijn collega Huizinga, waar ik mij graag bij wil aansluiten. Ook ik maak mij zorgen over de daadkracht van het minderheidskabinet en over het lage vertrouwen in de politiek. Dat vind ik echt een zorg.
Dat brengt mij gelijk ook bij de sociale zekerheid en het uiteraard uitstellen van de bezuinigingen die nu moeten leiden tot het gesprek in de polder en de hervormingen die nodig zijn. Mijn vraag was ook wat er gebeurt als de polder er niet uitkomt. Wat gaat het kabinet dan doen? We hebben een daadkrachtig kabinet nodig dat ook hervormingen kan gaan doorvoeren. Daar zou ik nog graag een reflectie van de minister-president op hebben.
Tot slot zie ik heel graag te zijner tijd de toegezegde brief tegemoet over de mogelijkheid van aanvullende nationale maatregelen als de instroom hoog blijft, zoals ook op dit moment het geval is.
Mij resteert om veel dank uit te spreken en het kabinet succes te wensen met het verder brengen van alle puzzels.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Schalk namens de SGP. Ook de heer Schalk heeft nog twee minuten over.
De heer Schalk i (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Ook dank aan de minister-president. Ik heb tijdens het debat toegegeven dat ik een brief die vorige week niet naar ons was toegestuurd nog niet gelezen had. Vervolgens kreeg ik uit de zaal het advies van iemand — ik geef geen naam door — om wel alle brieven te lezen en niet alleen de brieven van Paulus. Dat neem ik natuurlijk ter harte.
Ik heb ook veel reactie gekregen van verschillende collega's over het hinken op twee gedachten. Dat links en rechts, weet u nog? Ik kreeg een Bijbeltekst aangereikt door een collega die echt aan de linkerkant van het spectrum zit. Als die tekst fout valt, is het dus de schuld van die linkse politicus, die mij wees op Prediker 10, vers 2. In de Statenvertaling staat daar het volgende. "Het hart van de wijze is tot zijn rechterhand, maar het hart van de zot is tot zijn linkerhand". Ik zou zeggen: doe er uw voordeel mee.
Voorzitter, nog even heel serieus. Mijn collega's in de Tweede Kamer hebben op alle mogelijke manieren aangegeven dat bij de steun die door het kabinet gezocht wordt, zowel aan de linker- als aan de rechterkant, voor ons enkele ethische kwesties van groot belang zijn. Ik heb die vandaag allemaal benoemd. Ik wil graag aangeven dat die voor ons heel wezenlijk zijn. Wij zijn echt nog op zoek naar het volgende — dat is misschien wel de laatste vraag aan de minister-president. Als je in de richting van een begroting en een belastingplan kijkt naar het landsbelang, zit dat landsbelang voor het kabinet dan bij allerlei ethische kwesties waarover de SGP alleen maar om een standstill vraagt, of zit dat landsbelang bij een begroting, zodat we volgend jaar door kunnen met het beleid?
Voorzitter. Dat was een vraag die ik nog had. Ik wil uiteraard eindigen met de opmerking dat er hoe dan ook elke zondag in de kerken gebeden wordt, ook voor dit kabinet.
Dank u.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Perin-Gopie. Zij spreekt namens Volt en zij heeft nog één minuut.
Mevrouw Perin-Gopie i (Volt):
Dank u wel, voorzitter. Ik hou het heel kort. Ik bedank de minister-president voor het debat en de andere aanwezige ministers voor hun aanwezigheid.
Ik dank de minister-president ook voor de toezeggingen die hij heeft gedaan om bij AI-wetgeving in de memorie van toelichting ook rekening te houden met de kinderrechtentoets. Het is heel fijn dat we die toezegging hebben, want het is heel belangrijk om voldoende oog te hebben voor kinderrechten.
Daarnaast heeft collega Rosenmöller al aangegeven dat Volt en PRO heel graag willen bijdragen aan een stabiele meerderheid voor het Belastingplan en de begrotingen voor 2027. Anders dan de BBB ben ik kritisch op het stikstofplan maar verbind ik die twee zaken niet met elkaar.
Wat betreft het stikstofpakket moeten we nog maar zien wat er hier in de Eerste Kamer komt. Ik mag hopen dat wat er nu ligt, niet wordt afgezwakt. Ik heb geprobeerd in het debat duidelijk te maken dat ik zorgen heb over de vraag of we helemaal voldoen aan de Europese verplichting omtrent de juridische houdbaarheid van de vergunningverlening. Mijn zorg is of we over een paar jaar niet weer in een stikstofslot komen. Om die zorg weg te nemen, hebben we gelukkig nog even de tijd. Wij zullen de wetgeving die onze kant op komt, daar goed op gaan toetsen, zoals dat hoort bij de taak van de Eerste Kamer.
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Van Rooijen van 50PLUS. Hij heeft ook één minuut.
De heer Van Rooijen i (50PLUS):
Voorzitter. Ik dank de minister-president voor de antwoorden. Ook dank ik de ministers voor het aandachtig volgen van het debat.
Voorzitter, ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de uitkomsten inzake de kosten rond diverse box 3-varianten voornamelijk afhankelijk zijn van veronderstellingen;
verzoekt de regering inzicht te geven in deze veronderstellingen en ten minste drie scenario's uit te werken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Rooijen.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.
Zij krijgt letter K (37020).
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de rendementen van Nederlandse pensioenfondsen zich al een aantal jaren uitermate slecht ontwikkelen;
verzoekt de regering voortaan bij de Verantwoordingsdag duidelijk inzicht te geven in de rendementen van de Nederlandse pensioenfondsen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Rooijen.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.
Zij krijgt letter L (37020).
Dank u wel.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Ten slotte hoop ik de premier en de ministers ook volgend jaar hier bij de Algemene Politieke Beschouwingen te zien. Aan 50PLUS en aan mij zal het niet liggen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Van der Goot van OPNL. Hij heeft nog één minuut.
De heer Van der Goot i (OPNL):
Voorzitter. Dank aan de premier voor de beantwoording en natuurlijk ook dank aan alle mensen die achter de schermen de beantwoording mogelijk hebben gemaakt. De premier verwijst naar de begrotingsbehandeling voor een nadere toelichting wat betreft mijnbouw. Daar zullen zeker een aantal aspecten besproken worden, zoals het belang van het herstel van vertrouwen, wat cruciaal is, en een goede regeling voor I3ML.
Dan Elke regio telt! Ik waardeer de toezegging over de rol van de regio in de Voorjaarsnota. Ik vraag maar even of ik de toezegging als volgt goed begrijp. Het kabinet geeft jaarlijks in de rekenparagraaf aan welke concrete aankomende wetsvoorstellen belangrijke regionale gevolgen kunnen hebben en hoe daarbij zorg gedragen wordt voor de brede welvaart in de regio's. Waarom is dat? Die afweging wordt waar nodig al in de voorbereiding gemaakt. In de memorie van toelichting wordt die toegelicht, zodat we het debat hierover goed kunnen voeren tussen kabinet en Kamer.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Walenkamp van de Fractie-Walenkamp. Hij heeft nog één minuut. O, ik hoor dat hij niet hoeft. Dat is mooi.
Dan geef ik graag het woord aan de heer Van de Sanden van de Fractie-Van de Sanden. Hij heeft nog twee minuten.
De heer Van de Sanden i (Fractie-Van de Sanden):
Dank, voorzitter. Ik had de minister-president graag willen bedanken. Echter zijn alle drie de vragen die ik in de eerste termijn heb gesteld helaas nog onbeantwoord gebleven. Nu is de minister-president de laatste die ik verdenk van opzet. Graag geef ik dan ook alsnog de herkansing en de gelegenheid om op die vragen in te gaan en wat zorgen weg te nemen.
In de eerste plaats heb ik de volgende vraag, in aansluiting op hetgeen ik net tijdens een interruptie in de eerste termijn heb aangehaald. Staan er op dit moment nog gegevens over Nederlandse militaire infrastructuur openbaar online? Zo ja, wanneer is alles offline? En kan de premier toezeggen dat hij hier zelf de regie op zal gaan voeren? Twee. Deelt de minister-president de opvatting dat Europa zich desnoods zonder de Verenigde Staten moet kunnen verdedigen en wat betekent dat voor de Nederlandse inzet in Europa? Zo ja, hoe dan en zo nee, waarom niet?
Ik zie met belangstelling uit naar de antwoorden. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Visseren-Hamakers van de Fractie-Visseren-Hamakers. Zij heeft nog drie minuten.
Mevrouw Visseren-Hamakers i (Fractie-Visseren-Hamakers):
Dank, voorzitter. Dank natuurlijk ook aan de minister-president voor de gedegen beantwoording. Het zal de minister-president niet verbazen dat ik wat teleurgesteld ben in de beantwoording over brede welvaart. We zullen dat debat blijven voeren, denk ik. Het kabinet maakt andere keuzes dan de Partij voor de Dieren zou doen. Ik concludeer wel dat de motie die hier afgelopen voorjaar is aangenomen niet is uitgevoerd. De minister-president zei echter dat het kabinet aan het leren is als het gaat om de omgang met brede welvaart. Wellicht gaat het bij de Voorjaarsnota of de volgende Miljoenennota wel goed.
De vraag blijft: wat is nou het kabinetsbeleid op het gebied van dierwaardige veehouderij? Kunnen we ervan uitgaan dat de uitspraak van de minister-president dat de veehouderij 100% dierwaardig zal zijn in 2040 het uitgangspunt is of is het uitgangspunt de afgelopen maanden afgezwakt tot de kaders uit de brief van de staatssecretaris? Ik hoop daar toch een helder antwoord op te krijgen.
Voorzitter. Het goede nieuws is dat ik drie moties had voorbereid, maar dat ze alle drie niet nodig zijn. Het moet niet gekker worden!
Het geroezemoes in de zaal gaat niet van mijn tijd af, voorzitter. Ik ben heel blij met de toezegging over de verkenning van rechten voor de natuur.
Ik kijk ook uit naar de uitkomsten van de verkenningen van de minister van Landbouw, als ik het goed begrijp, en vraag me nog af wanneer die verkenningen zijn afgerond en of we daarover worden geïnformeerd.
Ik zal het kabinetsbeleid op het gebied van waterkwaliteit en de ontwikkeling van het Nederlandse NRPP blijven volgen. We zullen te zijner tijd het debat daarover voortzetten.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik tot slot graag het woord aan de heer Beukering van de Fractie-Beukering. Hij heeft nog één minuut.
De heer Beukering i (Fractie-Beukering):
Voorzitter, dank u wel. Dank aan de minister-president en het kabinet voor de antwoorden en de aanwezigheid. Ik heb een paar kleine dingen.
Ik heb geen antwoord gehad op de vraag wat de minister-president gaat zeggen tegen de president van Israël. Ik doel er dan op dat de maatregel die wij nu treffen tegen Israël geen selectieve verontwaardiging is.
Ook heb ik geen reactie gehad op de suggestie om maar eens geen belastingverhogingen in te voeren, maar te bezuinigen op met name de beleidsambtenaren en de communicatiedeskundigen.
Ten derde. Het is mooi dat de SP nu ook de lines of communication en Host Nation Support belangrijk vindt. Daarom heb ik een motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland binnen de NAVO een cruciale functie vervult als logistieke toegangspoort en doorvoerland voor geallieerde troepen en materiaal richting de oostflank;
overwegende dat havens, bruggen, viaducten, tunnels, spoorwegen en andere strategische infrastructuur essentieel zijn voor Host Nation Support;
overwegende dat de NAVO-afspraak uitgaat van uiteindelijk ten minste 3,5% van het bbp voor de kern van defensie en daarnaast maximaal 1,5% van het bbp voor bredere veiligheids- en weerbaarheidsuitgaven, waaronder kritieke infrastructuur;
overwegende dat investeringen in Nederlandse strategische infrastructuur zowel de economie, de nationale weerbaarheid als de snelle doorvoer van geallieerde versterkingen over Nederlands grondgebied bevorderen;
verzoekt de regering volgens de NAVO-afspraak de 1,5% van het bbp te bestemmen voor herstel, versterking en aanpassing van de Nederlandse strategische infrastructuur,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Beukering, Van de Sanden, Walenkamp, Lagas en Schalk.
Zij krijgt letter M (37020).
De heer Janssen i (SP):
Even een korte opmerking, omdat collega Beukering begon met dat de SP nu ook steun heeft voor et cetera. Zijn motie gaat heel erg over de NAVO, over 3,5% en 1,5%. Mijn opmerking was veel simpeler. Er is Europees geld op te halen om te gebruiken voor onze infrastructuur. Ga dat vooral doen. Maar daar gaat deze motie niet over, dus vandaar. Dat misverstand wil ik graag even ophelderen.
De voorzitter:
Dank u wel voor de opheldering. Ik heb begrepen dat de minister-president vijf minuten nodig heeft voor de beantwoording, dus ik schors de vergadering voor vijf minuten.
De vergadering wordt van 23.17 uur tot 23.23 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik geef het woord aan de minister-president voor zijn beantwoording in de tweede termijn.
Minister Jetten i:
Voorzitter, dank u wel. Het was inderdaad een lange dag met algemene en soms ook hele specifieke beschouwingen, maar dat hadden we ook niet anders verwacht in een Kamer waar de inhoud altijd centraal staat. Ik neem vooral mee terug dat het gevoel van urgentie wordt gedeeld, namelijk dat niets doen geen optie is in een wereld die zo turbulent is, maar waar ook nationaal een aantal grote opgaven vragen om keuzes en doorbraken. Die bereidheid proef ik bij velen van u. Wij zullen ook na deze Algemene Politieke Beschouwingen in deze Kamer ons best doen om de komende weken steun te vergaren bij partijen die in de Tweede en Eerste Kamer die meerderheid kunnen leveren en die ook leiden tot stabiliteit in het politieke domein; niet alleen stabiliteit, maar ook stabiliteit die doorbraken oplevert voor een aantal van de grote problemen waarvoor Nederlanders al langer vragen om een aantal grote oplossingen.
Dat brengt me bij de vragen van de ChristenUnie en JA21 over hoe we het vertrouwen van de Nederlander weer meer kunnen terugwinnen. Dat zit 'm er toch op de allereerste plaats in dat politici een beetje normaal met elkaar omgaan en het goede voorbeeld geven aan de rest van het land door op een respectvolle manier te debatteren, dat we aanspreekbaar zijn op de momenten dat het moet, maar dat we ook leveren op concrete resultaten die het leven van alledag aangaan. Dat vraagt daadkracht. Dat vraagt samenwerking in de politiek. Soms doen we dat met medeoverheden of de sociale polder samen. Die ruimte bieden we nu door bijvoorbeeld morgenochtend om 8.30 uur op het Catshuis weer de gesprekken met werkgevers en werknemers te starten, maar ik zeg ook richting mevrouw Van Bijsterveld: als er geen sociaal akkoord komt, zal het kabinet natuurlijk zelf met voorstellen komen, omdat een aantal hervormingen in de sociale zekerheid echt noodzakelijk zijn voor de toekomst van ons land.
De oproep van Forum voor Democratie hangt daar ook mooi mee samen. Als je het vertrouwen van de samenleving weer wil herstellen, zullen we uit onze eigen bubbel moeten treden en soms ook van gedachten moeten wisselen met mensen die in eerste instantie niet onze medestander lijken te zijn. Dat kunnen we in de politiek doen, maar het is volgens mij ook in de samenleving van groot belang.
Voorzitter. Dat brengt me bij een aantal specifieke vragen die nog openstonden dan wel in tweede termijn aan mij zijn gesteld. Zoals ik al aangaf richting de heren Rosenmöller en Schalk zullen we de komende weken bij de verschillende WGO's rondom het Belastingplan proberen om tegemoet te komen aan een aantal ideeën en wensen die vanuit de Kamer zijn geuit bij de Algemene Politieke en Financiële Beschouwingen in de Tweede Kamer. Ik denk dat het debat hier vandaag ook weer wat extra richting heeft gegeven over welke mogelijkheden er zijn om tot steun voor het Belastingplan en specifieke begrotingen te komen. We hebben er alle vertrouwen in dat dat de komende weken ook moet gaan lukken.
De heer Van der Goot vroeg nog een keer specifiek naar de concrete regioparagraaf.
De voorzitter:
Eerst de heer Rosenmöller nog op het vorige punt.
De heer Rosenmöller i (PRO):
Dan heb ik toch even een vraag aan de minister-president met betrekking tot de opheldering die wij graag krijgen over de positie van het kabinet met betrekking tot de gewenste steun voor het Belastingplan. Ik heb daar een vraag over gesteld. Ik heb de minister van Financiën geciteerd. Ik ken hem niet zo goed. Wij kennen elkaar niet zo goed. We hebben elkaar verder nooit gesproken. Dat had misschien eerder kunnen gebeuren. Ik wil gewoon graag opheldering over die uitspraak: "Als rechts niet aan boord komt, komt er geen Belastingplan." Dat zegt indirect ook iets over ons. We behandelen dat Belastingplan. Dan wil ik gewoon duidelijkheid van het kabinet over hoe het zit.
Minister Jetten:
Het kabinet is daar heel helder in: we streven bij een aantal grote hervormingen — het Belastingplan bevat een aantal hele grote keuzes — naar een zo breed mogelijk draagvlak. Dat betekent dat we ons best zullen doen om partijen zowel ter linker- als ter rechterzijde ervan te overtuigen dat dit een verstandig Belastingplan is.
De heer Rosenmöller (PRO):
Dan is dit citaat dus geen kabinetsstandpunt.
Minister Jetten:
Nee. Het was, denk ik, ook één citaat uit een veel langer gesprek dat de minister voor de camera's had. We hebben er allemaal weleens last van dat er dan één fragmentje uit wordt gehaald. We zijn, denk ik, al weken, zo niet maanden gezamenlijk bezig om dat brede draagvlak te organiseren.
De heer Rosenmöller (PRO):
Tot slot. Daar ben ik buitengewoon coulant over. Als dat een keer gebeurt: geen enkel probleem. Maar ik meende bij de minister van Financiën te merken dat er enige consistentie zat in die opmerking. Dat is nu via u gerepareerd, minister-president.
Minister Jetten:
Bij dezen.
Voorzitter. De heer Van der Goot vroeg naar de regio-impact van wetsvoorstellen. We hadden het over het idee om dat bij de Voorjaarsnota te doen. We stellen voor om bij de Voorjaarsnota een aparte brief te sturen. Anders wordt het misschien een beetje zoeken in de Voorjaarsnota. Zo krijgt u het op dat moment nog makkelijker vindbaar, samen met de stukken.
Ik kan de heer Van der Goot ook een toezegging doen rond zijn vraag over de permanente basis voor en de vaste beslistermijnen bij de commissie mijnbouwschade en het Instituut voor Milieu, Mens en Mijnbouw Limburg. Het antwoord op zijn vraag is: ja.
Ik moet een klein foutje uit mijn beantwoording in de eerste termijn herstellen. Ten aanzien van het rapport van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme ontvangen de Tweede en de Eerste Kamer voor het herfstreces nog de planning. Het bevat namelijk meerdere elementen. U kunt over enkele weken zien hoe de planning er de komende tijd verder uitziet.
De heer Janssen zegt terecht — ik heb inderdaad een te nauwe beantwoording gegeven in de eerste termijn — dat er uiteindelijk een optelsom is aan keuzes die we maken aan wetgeving en beleid, die ertoe kan leiden dat de rechtsbescherming van burgers onder druk komt te staan. Het kabinet steekt de komende jaren extra middelen in de rechtspraak en in de toegang tot het recht, om ervoor te zorgen dat meer mensen die weg weer kunnen vinden. Rechtsbescherming is namelijk van groot belang. Tegelijkertijd vraagt dat ook echt om goede wetgeving en zorgvuldige uitvoering daarvan. We zien dat dat soms op gespannen voet met elkaar kan staan. Dat zie je onder andere in de toekenning van het aantal dwangsommen de afgelopen jaren. Die zijn ooit bedacht om druk op de overheid te zetten om uitvoering te verbeteren. Inmiddels betalen we soms vele miljoenen aan dwangsommen, zonder dat dat in de praktijk leidt tot een verbetering van de situatie. Dan gaan de grote aantallen procedures uiteindelijk ook ten koste van het eigenlijke werk van een dienst. Hier zullen we de komende tijd dus steeds met elkaar de som der delen moeten optellen. Ik neem de scherpe interruptie van de heer Janssen ook mee om ervoor te zorgen dat we de komende tijd, als we dit soort keuzes maken als kabinet, steeds reflecteren op de vraag: wat doet dit nou met de noodzakelijke balans tussen de machten en de waarborgen van de rechtsbescherming? Laten we zeggen dat we ons de waarschuwing van de heer Janssen goed in de oren geknoopt hebben.
De heer Janssen i (SP):
Dank aan de minister-president voor deze woorden. Mij gaat het echter om het volgende. De minister-president begon over de toegang tot het recht. Dan zijn we al veel te ver, want dan zijn we al bij de gang naar de rechter. Het gaat mij juist om de voorkant. Juist vanwege de versnippering van al deze maatregelen over alle departementen lijkt het per departement wel mee te vallen misschien, in de individuele afweging, maar het totaal over alle departementen kan wel dit effect hebben. Er zullen ambtenaren meeluisteren, waarschijnlijk ook van het ministerie van Justitie. Over drie weken hebben wij hier het debat over de staat van de rechtsstaat. Dank al voor deze woorden, maar ik zal het over drie weken dan hier nog een keer te berde brengen bij de bewindspersonen van Justitie, die hier ook zijn. Wellicht kunnen we met elkaar naar een manier zoeken waarop we deze risico's met elkaar in beeld kunnen houden, zonder dat zij verwateren op ieder departement afzonderlijk.
Minister Jetten:
Ja, dank.
De heer Janssen vroeg ook nog naar de effecten van de stapeling van maatregelen bij SZW en VWS. Ik wijs erop dat het kabinet de maatregelen voor het verlagen van het maximumdagloon natuurlijk heeft geschrapt; dat had de grootste impact op die stapeling. Dat geldt ook voor de verhoging van het eigen risico met €60, die met een jaar is uitgesteld. De bewindspersonen van VWS en SZW zullen tijdens de begrotingsbehandelingen nog nader stilstaan bij mogelijke overige effecten van stapelingen, ook in het licht van de motie-Stoffer, was dat, denk ik, die … De heer Janssen zegt dat dit niet zijn vraag was. Oké, dan bij dezen toch in uw richting. Ik had al gezegd: we gaan er alles aan doen om tot een goed sociaal akkoord te komen. Mocht dat niet lukken, dan zullen we nog met aparte voorstellen komen.
Richting de heer Van Meenen zeg ik: ik ben van harte bereid om nog een keer te kijken naar een goede manier om de toekomstige generaties een nog betere plek te geven. We gaan de scriptie ook goed bestuderen, zeker als die een 10 heeft gekregen van professor Voermans. In het kader van een slagvaardige overheid zullen we in dit najaar sowieso de verschillende toetsen en beleidsevaluaties goed tegen het licht houden om te kijken of we die nog beter gefocust kunnen inzetten en of we die een betere inbedding kunnen geven. U krijgt daar dus een aparte brief over. Die komt dan, denk ik, tegen het einde van het jaar.
Dan had de heer Van de Sanden nog een paar openstaande vragen. Ten aanzien van incidenten die de nationale veiligheid raken of andere grote incidenten die in binnen- en buitenland plaatsvinden, kunt u ervan uitgaan dat er altijd één of meerdere kabinetsleden tijdig worden geïnformeerd op het moment dat dat nodig is. Dat is niet altijd meteen in de acute heat of the moment het geval. Maar wij treffen elkaar op een hele regelmatige basis als de meest betrokken ministers, die de nationale of de internationale veiligheid op een manier in hun portefeuille hebben. Er wordt dus altijd ook uitvoerig teruggeblikt op dit soort incidenten en gesproken over de lessen die we daaruit moeten trekken et cetera. Het hangt dus echt van het incident af of ik zelf ook direct wordt geïnformeerd.
De heer Van de Sanden i (Fractie-Van de Sanden):
Misschien zou de minister-president met ons kunnen delen welke lessen er dan zijn getrokken uit hetgeen wat ik zojuist heb aangereikt. Daar ben ik dan wel even nieuwsgierig naar.
Minister Jetten:
Ik kan hier natuurlijk niet alles daarover delen, maar in algemene zin zijn we natuurlijk heel alert, niet alleen in Nederland, maar ook in onze partnerlanden in Europa, op welke hybride aanvallen er bijna dagelijks plaatsvinden. Daar trekken we dus continu lessen uit, bijvoorbeeld voor de bescherming van onze cruciale infrastructuur. Dat geldt specifiek voor de vraag over geo-informatie over de infrastructuur van Defensie of plekken waar medewerkers van Defensie zich bevinden, maar ook in bredere zin voor allerlei cruciale infrastructuur, in ons energienetwerk of in havengebieden. We doen er alles aan om alle informatie die niet online moet staan offline te halen. In de reactie op uw schriftelijke vragen is al door de minister van Defensie geantwoord dat er in de afgelopen periode een enorme inhaalslag is gemaakt en dat we dat, in overleg met andere ministeries, veel breder hebben getrokken dan alleen Defensie. Daarbij wordt altijd meegewogen of het Dreigingsbeeld moet worden aangepast. Binnen de huidige wettelijke en technische mogelijkheden zal die gevoelige informatie altijd direct verwijderd worden wanneer dit in het belang is van de nationale veiligheid.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Van de Sanden.
De heer Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden):
Kan de minister-president aangeven welke informatie op dit moment nog online staat en wanneer die zal zijn verwijderd?
Minister Jetten:
Op de eerste vraag kan ik nu geen antwoord geven, maar u kunt ervan op aan dat we er alles aan doen om het zo snel mogelijk offline te halen.
De heer Van de Sanden vroeg ook nog: kan Europa zichzelf verdedigen? Het NAVO-bondgenootschap blijft uiteindelijk ons belangrijkste partnerschap om de veiligheid in Nederland en Europa te kunnen garanderen. Dat is ook in het belang van de Amerikanen, maar binnen de NAVO zullen we de Europese poot meer en meer moeten versterken. We zijn onder andere in JEF-verband in staat om het noordelijk deel van het Europees continent steeds meer zelf te verdedigen. We zullen continu met de Amerikanen in overleg blijven over wat hun betrokkenheid blijft bij de hele veiligheidsinfrastructuur op het Europese continent.
De heer Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden):
Mag ik hier nog een vraag over stellen, voorzitter?
De voorzitter:
Nou, als het heel kort kan, want we gaan nu niet een debat voeren over de veiligheid.
De heer Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden):
Ik heb hier vandaag niet al te vaak gestaan, dus ik hoop dat u mij die ruimte geeft. Dank.
Is er een plan B in het geval er inderdaad een rechtstreekse confrontatie met Rusland zal komen, in kinetische zin, en Amerika op dat moment zegt "je moet ons niet bellen, want we hebben even geen tijd"? Is er dan een plan B om als Europa, zonder Amerika, op dat moment datgene te doen wat nodig is?
Minister Jetten:
We bereiden ons voor op zo'n beetje elk mogelijk scenario. Als er ooit sprake zou zijn van een grootschalige Russische aanval op het Europees grondgebied, verder dan alleen Oekraïne, dan wel het NAVO-grondgebied, dan heeft dat waarschijnlijk ook directe veiligheidsconsequenties voor de Amerikanen. Ik kan me bijna geen scenario voorstellen waarin zij geen speler zijn in zo'n conflict en waarin zij niet actief zullen helpen om het hele NAVO-gebied te beschermen.
Voorzitter. De verkenning naar de natuurrechten zal in het voorjaar zijn afgerond en dan wordt u daar per brief over geïnformeerd.
De heer Schalk vroeg waar de ruimte zit bij ethische kwesties. Ik denk dat we op veel van de thema's die vandaag zijn aangeraakt geen voorstellen hebben om de wetgeving op heel veel dossiers in de komende jaren aan te passen. Veel van de discussies gaan over de toepassing in de praktijk en over hoe we, met alle respect voor de verschillende ideologische standpunten, waarvan we elkaar ook niet gaan overtuigen, toch een aantal zaken kunnen doen om bijvoorbeeld de zorg te verbeteren. Hij vroeg: waar zit het landsbelang? Die vraag zou ik bijna willen terugstellen. Laten we er vooral voor zorgen dat we met elkaar samenwerken op een aantal grote thema's om doorbraken te realiseren. Tegelijkertijd moeten we vanuit het grootste respect kijken of we elkaar op een goede manier kunnen vinden op ethische thema's, niet met het doel om elkaar te overtuigen — want dat gaat niet lukken — maar om te kijken of we een aantal zaken in de praktijk beter kunnen organiseren.
Voorzitter, volgens mij heb ik daarmee alle vragen beantwoord.
Dan kom ik bij alle ingediende moties.
Mevrouw Visseren-Hamakers i (Fractie-Visseren-Hamakers):
Een vraag van mij is nog steeds niet beantwoord, namelijk de vraag over de dierwaardige veehouderij.
Minister Jetten:
Heel eerlijk: dan begrijp ik de vraag misschien gewoon niet. Wij hebben een wetsvoorstel en een AMvB waarmee wij denken dat we die dierwaardige veehouderij uiterlijk in 2040 dichterbij hebben gebracht. Er ligt ook nog een initiatiefvoorstel van de Partij voor de Dieren in de Tweede Kamer. Volgens mij kunnen we die twee debatten goed met elkaar aangaan. De voorstellen die de staatssecretaris namens het kabinet heeft gedaan, zijn onze invulling om 2040 te halen.
De voorzitter:
Dank u wel.
Minister Jetten:
Voorzitter. Ik vergat ook de vraag van de heer Beukering nog, excuus. Hij doet een aantal suggesties voor besparingen binnen de Rijksdienst. We zijn het zeer met hem eens dat je niet alleen maar naar lasten kan kijken, maar juist ook zal moeten bezien hoe de totale omvang van de Rijksoverheid verkleind kan worden. We zullen zowel dit najaar als dit voorjaar dus nog twee brieven met uw Kamer delen met een uitgebreide uitwerking van hoe we die taakstelling van een aantal miljard op de Rijksdienst gaan invullen. Daar hoort ook bij dat we scherp kijken naar fte, inhuur en een paar andere zaken die de heer Beukering specifiek heeft genoemd. Hij heeft ook een motie ingediend op het gebied van Host Nation Support.
Uw vraag over die selectieve verontwaardiging begrijp ik, denk ik, gewoon niet. Ik weet dus niet welk antwoord ik u hierop kan geven, maar daar gaat u mij nu ongetwijfeld bij helpen.
De heer Beukering i (Fractie-Beukering):
Dank aan de minister-president voor de antwoorden. Ik wil hem graag helpen met de toelichting op die selectieve verontwaardiging. Wij nemen als Nederland een handelsmaatregel tegen een bepaald gedeelte van Israël. Daar kun je van alles van vinden, maar de president van Israël heeft nu ook gereageerd en die is toch erg verontwaardigd. Hij zegt: dit is niet goed uit te leggen. Bij andere mistoestanden in de wereld doen we dit niet, maar we doen het wel heel selectief en bewust bij Israël. Wat is daarop het antwoord?
Minister Jetten:
In elk conflict wordt altijd bekeken op welke manieren je effectief druk kunt uitoefenen op de betrokken spelers. In dit geval zien we dat er de afgelopen tijd sprake is van de uitbreiding van illegale nederzettingen — het woord "illegaal" zit daar niet voor niks al in — of dat er verregaande plannen zijn voor uitbreidingen. Verschillende landen hebben daarom besloten om over te gaan tot sancties op de import van goederen uit die illegale nederzettingen, om daarmee duidelijk te maken dat we echt van de Israëlische regering verwachten dat ze paal en perk stellen aan dit beleid. We hebben daar echt open lijnen over. Zowel de minister van Buitenlandse Zaken als ikzelf hebben regelmatig contact met de Israëlische regering, ook op diplomatiek niveau. Dit komt voor hen dus ook niet als een verrassing.
De heer Beukering (Fractie-Beukering):
Nee, dat …
De voorzitter:
Dank u wel.
De heer Beukering (Fractie-Beukering):
Dat begrijp ik. Dat komt ook niet als een verrassing. Het punt is dat er ook andere situaties zijn, zoals die in Sudan, in China met de Oeigoeren, in Syrië met de druzen en ga zo maar door, waarbij Nederland het niet doet, en bij Israël doen we het wel. Waarom doen we het dan wel bij Israël en niet bij die andere landen? Dat is het punt.
Minister Jetten:
Sommige acties volgen ook uit verplichtingen in het internationaal recht en de taak die we daar hebben om dat te bevorderen. Per conflict zul je elke keer moeten afwegen wat effectieve maatregelen zijn.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik wil op dit punt geen interrupties meer toestaan. Dit was het punt van de heer Beukering.
Minister Jetten:
Voorzitter, de moties.
De voorzitter:
We gaan over tot de appreciatie van de moties.
Minister Jetten:
De motie met letter C van mevrouw Lagas gaat over de bereikbaarheid in Noord- en Noordoost-Nederland. Het kabinet vindt de bereikbaarheid van deze regio's van groot belang. Dat is ook de reden dat we daar in de Miljoenennota extra middelen voor hebben uitgetrokken. De Nedersaksenlijn en het spoorwegknooppunt Meppel zijn op dit moment beide onderdeel van de MIRT-verkenning. Op 16 oktober zullen de minister en de staatssecretaris van IenW de Eerste en de Tweede Kamer informeren over de prioritering binnen het Mobiliteits- en het Deltafonds. Dan zullen ook beide projecten aan de orde komen. Ik kan nu niet vooruitlopen op welke afwegingen er over deze twee projecten worden gemaakt. Dat zult u over twee weken zien. Omdat ik daar niet op vooruit wil lopen, ontraad ik nu deze motie, maar het belang van de twee projecten is ook voor ons helder. De motie met letter D van mevrouw Lagas, over de vergunningverlening. Het kabinet werkt met grote urgentie aan een taskforcepakket om in de breedte de vergunningverlening weer mogelijk te maken, ook voor agrarische ondernemers. Daarom ontraad ik deze motie.
De motie met letter E van de heer Van Hattem is een motie van wantrouwen. Daar hoef ik geen appreciatie over te geven. Die kunt u als Kamer helemaal zelf beoordelen.
De motie met letter F van de heer Van Hattem, over de stikstofbrief, wil ik ontraden met verwijzing naar het debat.
De motie met letter G van de heer Van Hattem, over het intrekken van de Spreidingswet, ontraad ik ook met verwijzing naar het debat.
De motie met letter H van de heer Van Hattem, over een hoofddoekjesverbod, ontraad ik ook. Laat ik daarbij nog één opmerking maken. Artikel 1 van de Grondwet vraagt van ons allen dat wij iedereen die zich in dit land bevindt ook op een gelijkwaardige manier behandelen en beoordelen. Dit kabinet staat er ook pal voor dat we mensen niet beoordelen op hun geloof of hun uiterlijk, maar op de daden van die individuen en de bijdrage die zij leveren aan de Nederlandse samenleving. Hier werd wat mij betreft toch wel de suggestie gewekt alsof een miljoen mede-Nederlanders niet elke dag hun best doen om er het beste van te maken in het onderwijs, op hun werk, in de zorg, als politieagent, als leraar en noem het allemaal maar op. Laten we daar dus alsjeblieft ook met elkaar een heldere lijn trekken.
Voorzitter. Dan de motie met letter I van het lid Koffeman, over de datacenters. We hebben al heel veel inzichten in het verbruik van datacenters en zijn ook bezig met beleid om datacenters efficiënter te laten opereren. Dit onderzoek is wat ons betreft dus niet nodig. Daarom ontraad ik deze motie.
De motie met letter J van de heer Koffeman, over de energietransitie en netcongestie. Naar aanleiding van de motie-Oosterhuis van de Tweede Kamer wordt momenteel onderzocht of, en, zo ja, hoe het mogelijk is om die dubbele energiebelasting bij thuisbatterijen ongedaan te maken. De Kamer wordt daarover, in lijn met die motie, voor het eind van dit jaar geïnformeerd. Wellicht wil de heer Koffeman deze motie aanhouden om daarmee het primaat op dit vlak bij de Tweede Kamer te laten liggen.
De voorzitter:
Meneer Koffeman, houdt u de motie aan?
De heer Koffeman i (PvdD):
Nou, het is van belang dat de Tweede Kamer een onderzoeksmotie heeft ingediend. De indieners waren zich op dat moment niet bewust van het feit dat daar Kamerbrede steun voor was. De resultaten van het onderzoek worden pas gerapporteerd aan het eind van 2026. Dat is nou precies een cruciale periode waarin consumenten voor de vraag staan: moet ik wel of geen thuisbatterij aanschaffen? Deze motie gaat één stapje verder en zegt: zo spoedig mogelijk. Zo spoedig mogelijk betekent dus ook dat het mogelijk is als de resultaten van het onderzoek zijn dat het kan. Het is gewoon een ondersteuning van een algemene wens in de Tweede Kamer.
Minister Jetten:
Ik vind het een heel mooie toelichting. Feitelijk klopt het dat deze motie net iets verder gaat, maar dan moet ik vooruitlopen op de uitkomsten van het onderzoek en is er nog geen dekking voor dit voorstel, dus dan moet ik de motie ontraden.
De motie met letter K van het lid Van Rooijen vraagt om de verschillende scenario's en de veronderstellingen bij de box 3-varianten. Ik heb u uitgelegd dat die kostenramingen tot stand komen onder de deskundigheid van het ministerie van Financiën en een controle door het CPB. Onder verwijzing naar dat deel van het debat ontraad ik de motie, maar ik zeg er meteen bij: ik heb u net ook toegezegd dat de minister van Financiën bij de AFB zo veel mogelijk inzage hierin zal geven.
De motie met letter L van het lid Van Rooijen, over duidelijkheid bij pensioenfondsen. De minister van SZW zal binnenkort de onderzoeksopzet van de rendementen van pensioenfondsen met beide Kamers delen. Deze motie loopt er al wat op vooruit. De minister is nu net weg. Daarom moet ik de motie ontraden, maar ik kan me voorstellen dat de heer Van Rooijen de motie misschien ook nog heel even wil aanhouden totdat hij die onderzoeksopzet van de minister heeft ontvangen, want dan kan in die onderzoeksopzet ook nog op de suggesties die in dit debat zijn gedaan ingaan.
De voorzitter:
Wilt u de motie aanhouden?
De heer Van Rooijen i (50PLUS):
De motie L houd ik aan.
De voorzitter:
Op verzoek van de heer Van Rooijen stel ik voor zijn motie (37020, letter L) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Komt tijd, komt raad. Ik houd ook de motie K, over de scenario's, aan. Ik denk dat we daarover met de minister bij de Algemene Financiële Beschouwingen nog een flinke discussie zullen hebben.
De voorzitter:
Op verzoek van de heer Van Rooijen stel ik voor zijn motie (37020, letter K) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
Die gaat op de lijst van aangehouden moties.
Minister Jetten:
Zeer gewaardeerd. Tot slot de motie M van het lid Beukering. Die vraagt om 1,5% van het bbp te besteden aan Nederlandse infrastructuur. Dat vinden wij niet passen in de systematiek. We doen er alles aan om tot een goede financiering te komen, ook voor het wegwerken van achterstallig onderhoud. Daarin zetten we nu grote stappen, ook met het afweegkader dat binnenkort komt. Ik ontraad dus ook deze motie.
Voorzitter. Dank u wel voor een boeiend debat. Dank aan alle ambtenaren achter de schermen.
De voorzitter:
Dank u wel.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik stel voor dat we zo dadelijk na een korte schorsing gaan stemmen over de ingediende moties. Ik schors de vergadering voor een klein kwartier, zodat de Griffie een stemmingslijst kan opstellen. Dat gaan we niet op papier doen. Ververst u vooral uw scherm.
De vergadering wordt van 23.49 uur tot 0.06 uur geschorst.
Stemmingen moties Algemene Politieke Beschouwingen
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de Algemene Politieke Beschouwingen,
te weten:
-
-de motie-Van Hattem c.s. over het opzeggen van het vertrouwen in het kabinet (37020, letter E);
-
-de motie-Lagas c.s. over investeringen in bereikbaarheid en infrastructuur Noord-Nederland (37020, letter C);
-
-de motie-Lagas c.s. over beschikbaarheid van voldoende, veilig en betaalbaar voedsel als nationaal belang (37020, letter D);
-
-de motie-Van Hattem c.s. over afzien van voorgenomen maatregelen op het gebied van landbouw, natuur en stikstof (37020, letter F);
-
-de motie-Van Hattem c.s. over intrekken van de Spreidingswet (37020, letter G);
-
-de motie-Van Hattem c.s. over hoofddoekjesverbod in de openbare ruimte (37020, letter H);
-
-de motie-Koffeman c.s. over onderzoek naar rapportageplicht van datacenters voor elektriciteits- en watergebruik (37020, letter I);
-
-de motie-Koffeman c.s. over voorkomen van dubbele belasting bij opslag elektriciteit achter een kleinverbruikersaansluiting (37020, letter J);
-
-de motie-Beukering c.s. over versterking Nederlandse infrastructuur (37020, letter M).
(Zie vergadering van heden.)
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde zijn de stemmingen. De papieren stemmingslijsten zijn leidend. Ze liggen op alle tafels, want ons cms heeft wat vertraging. Zoals u ziet, heeft de heer Van Rooijen zijn motie 37020, letter K, en motie 37020, letter L, aangehouden. Die staan niet meer op de lijst.
We beginnen met de motie van wantrouwen. We stemmen over de motie 37020, letter E, de motie van het lid Van Hattem c.s. over het opzeggen van het vertrouwen in het kabinet. Wenst een van de leden een stemverklaring over de motie af te leggen? Dat is niet het geval.
We stemmen bij zitten en opstaan.
In stemming komt de motie-Van Hattem (37020, letter E).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van FVD en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, Volt, de ChristenUnie, het CDA, de SGP, D66, de SP, de PvdD, de VVD, JA21, BBB, 50PLUS, OPNL, Fractie-Visseren-Hamakers, Fractie-Walenkamp, Fractie-Van de Sanden en Fractie-Beukering ertegen, zodat zij is verworpen.
Ik merk op dat Fractie-Van Gasteren afwezig is.
Dan stemmen wij over de motie 37020, letter C, de motie van het lid Lagas c.s. over investeringen in bereikbaarheid en infrastructuur in Noord-Nederland. Wenst een van de leden een stemverklaring over de motie af te leggen? Dat is niet het geval.
We stemmen bij zitten en opstaan.
In stemming komt de motie-Lagas (37020, letter C).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, FVD, de SP, de PvdD, BBB, 50PLUS, OPNL, Fractie-Walenkamp, Fractie-Van de Sanden en Fractie-Beukering voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, Volt, de ChristenUnie, het CDA, D66, de VVD, de PVV, JA21 en Fractie-Visseren-Hamakers ertegen, zodat zij is verworpen.
Ik merk op dat Fractie-Van Gasteren afwezig is.
Dan stemmen wij over de motie 37020, letter D, de motie van het lid Lagas c.s. over beschikbaarheid van voldoende veilig en betaalbaar voedsel als nationaal belang. Wenst een van de leden een stemverklaring over de motie af te leggen? Dat is niet het geval.
We stemmen bij zitten en opstaan.
In stemming komt de motie-Lagas (37020, letter D).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, FVD, de PVV, JA21, BBB, 50PLUS, Fractie-Walenkamp en Fractie-Beukering voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, Volt, de ChristenUnie, het CDA, D66, de SP, de PvdD, de VVD, OPNL, Fractie-Visseren-Hamakers en Fractie-Van de Sanden ertegen, zodat zij is verworpen.
Ik merk op dat Fractie-Van Gasteren afwezig is.
Dan stemmen wij over de motie 37020, letter F, de motie van het lid Van Hattem c.s. over afzien van voorgenomen maatregelen op het gebied van landbouw, natuur en stikstof. Wenst een van de leden een stemverklaring over de motie af te leggen? Dat is niet het geval.
We stemmen bij zitten en opstaan.
In stemming komt de motie-Van Hattem (37020, letter F).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van FVD, de PVV, JA21, BBB, Fractie-Walenkamp en Fractie-Beukering voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, Volt, de ChristenUnie, het CDA, de SGP, D66, de SP, de PvdD, de VVD, 50PLUS, OPNL, Fractie-Visseren-Hamakers en Fractie-Van de Sanden ertegen, zodat zij is verworpen.
Ik merk op dat de Fractie-Van Gasteren afwezig is.
Dan stemmen we over de motie 37020, letter G, de motie van het lid Van Hattem c.s. over intrekken van de Spreidingswet. Wenst een van de leden een stemverklaring over de motie af te leggen? Dat is niet het geval.
We stemmen bij zitten en opstaan.
In stemming komt de motie-Van Hattem (37020, letter G).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van FVD, de PVV, JA21, BBB, Fractie-Walenkamp en Fractie-Beukering voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, Volt, de ChristenUnie, het CDA, de SGP, D66, de SP, de PvdD, de VVD, 50PLUS, OPNL, Fractie-Visseren-Hamakers en Fractie-Van de Sanden ertegen, zodat zij is verworpen.
Ik merk op dat de Fractie-Van Gasteren afwezig is.
Dan stemmen we over de motie 37020, letter H, de motie van het lid Van Hattem c.s. over hoofddoekjesverbod in de openbare ruimte. Wenst een van de leden een stemverklaring over de motie af te leggen? Dat is niet het geval.
We stemmen bij zitten en opstaan.
In stemming komt de motie-Van Hattem (37020, letter H).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fractie van de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, Volt, de ChristenUnie, het CDA, de SGP, D66, FVD, de SP, de PvdD, de VVD, JA21, BBB, 50PLUS, OPNL, Fractie-Visseren-Hamakers, Fractie-Walenkamp, Fractie-Van de Sanden en Fractie-Beukering ertegen, zodat zij is verworpen.
Ik merk op dat de Fractie-Van Gasteren afwezig is.
Dan stemmen we over de motie 37020, letter I, de motie van het lid Koffeman c.s. over een onderzoek naar rapportageplicht van datacenters voor elektriciteits- en watergebruik. Wenst een van de leden een stemverklaring over de motie af te leggen? Dat is niet het geval.
We stemmen bij zitten en opstaan.
In stemming komt de motie-Koffeman (37020, letter I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SGP, de SP, de PvdD, Fractie-Visseren-Hamakers, Fractie-Walenkamp, Fractie-Van de Sanden en Fractie-Beukering voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van Volt, de ChristenUnie, het CDA, D66, FVD, de VVD, de PVV, JA21, BBB, 50PLUS en OPNL ertegen, zodat zij is verworpen.
Ik merk op dat de Fractie-Van Gasteren afwezig is.
Dan stemmen we over de motie 37020, letter J, de motie van het lid Koffeman c.s. over voorkomen van dubbele belasting bij opslag elektriciteit achter een kleinverbruikersaansluiting. Wenst een van de leden een stemverklaring over de motie af te leggen? Dat is niet het geval.
We stemmen bij zitten en opstaan.
In stemming komt de motie-Koffeman/Nicolaï (37020, letter J).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, FVD, de SP, de PvdD, Fractie-Visseren-Hamakers, Fractie-Walenkamp en Fractie-Beukering voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van Volt, de ChristenUnie, het CDA, de SGP, D66, de VVD, de PVV, JA21, BBB, 50PLUS, OPNL en Fractie-Van de Sanden ertegen, zodat zij is verworpen.
Ik merk op dat de Fractie-Van Gasteren afwezig is.
Dan stemmen wij ten slotte over de motie 37020, letter M, de motie van het lid Beukering c.s. over versterking Nederlandse infrastructuur. Wenst een van de leden een stemverklaring over de motie af te leggen? Dat is het geval. Ik zie de heer Kemperman eerst en dan de heer Van Hattem.
De heer Kemperman i (FVD):
Dank u wel, voorzitter. De 1,5% bovenop de 3,5% uit de NAVO-norm is volgens onze fractie al deels te besteden aan infrastructuur. Daarbij is Forum kritisch op de oorlog in z'n algemeenheid en ook regelmatig op het gedrag van de NAVO. We hebben liever dat de infrastructuur versterkt wordt en geschikt gemaakt wordt om onze truckers en ons normale verkeer te laten doorrijden, in plaats van dat we onze kunstwerken tankproof gaan maken. We zullen dus tegen deze motie stemmen.
De voorzitter:
De heer Van Hattem.
De heer Van Hattem i (PVV):
Dank, voorzitter. De PVV-fractie zal deze motie steunen, want we zien liever dat dit geld hier in eigen land besteed wordt in plaats van dat we het overmaken aan Oekraïne.
De voorzitter:
Dank u wel. Wij stemmen bij zitten en opstaan.
In stemming komt de motie-Beukering c.s. (37020, letter M).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de PVV, BBB, Fractie-Walenkamp, Fractie-Van de Sanden en Fractie-Beukering voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, Volt, de ChristenUnie, het CDA, D66, FVD, de SP, de PvdD, de VVD, JA21, 50PLUS, OPNL en Fractie-Visseren-Hamakers ertegen, zodat zij is verworpen.
Ik merk op dat de Fractie-Van Gasteren afwezig is.
Hiermee zijn wij aan het einde gekomen van de stemmingen van de vergadering. Ik dank alle leden, de minister-president, de overige ministers, de medewerkers die deze vergadering mogelijk hebben gemaakt en de aanwezigen op de publieke tribune voor hun komst naar de Kamer.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik sluit de vergadering.