Verslag van de vergadering van 6 oktober 2026 (2026/2027 nr. 03)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 16.52 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Van de Sanden i (Fractie-Van de Sanden):
Dank, voorzitter. Ook namens mijn fractie hartelijk welkom aan alle ministers. Ik heb de indruk dat zij na bijna zevenenhalf uur behoorlijk gesetteld zijn in vak K.
Vorige week nam ik deze Kamer mee naar 1980, naar een schoolreis naar Checkpoint Charlie, naar de spiegels, naar de honden en naar een Donald Duck die met volstrekte ernst in beslag werd genomen. Ik eindigde toen met de woorden: het antwoord van de regering is aan haar; de vraag is aan ons. Vandaag geef ik het antwoord van mijn fractie. Dat antwoord is kort: Nederland handelt te traag en kijkt nog te naïef. In een tijd die snelheid en helderheid eist, is dat geen schoonheidsfout, maar een veiligheidsrisico. Ik zeg dat langs drie lijnen: Oekraïne, de bescherming van ons eigen land en de technologie die de aard van macht verandert.
Voorzitter. Er zijn oorlogen die over grenzen gaan en er zijn oorlogen die over een beginsel gaan. Deze oorlog is van de tweede soort. Oekraïne verdedigt het beginsel dat grenzen niet met geweld worden hertekend. Dat beginsel heeft ons sinds 1945 beschermd. Valt het daar, dan valt het overal. Steun aan Oekraïne is daarom geen gunst die wij verlenen, maar de prijs van onze veiligheid. Elke dag dat Oekraïne standhoudt, hoeft niemand anders die linie te houden. Nederland heeft al veel gedaan; daar mogen we best trots op zijn. Oekraïne is ook het land waarvan Europa het meest kan leren. Geen Europees leger kent de oorlog van vandaag zo goed: drones, elektronische oorlogsvoering en aanvallen op energienetten. Wie samen met Oekraïne produceert, versterkt beide. Steun zonder doel is een gebaar. Het doel is helder: Oekraïne moet aan de goede kant van het nieuwe IJzeren Gordijn komen te liggen.
Ik heb in 1980 gezien wat de andere kant daarvan betekent. Op dinsdag vroeg ik de regering welke meerjarige verplichting zij wil aangaan. Het antwoord was dat de Unie essentieel is voor de steun. Dat is waar, maar een vaststelling is nog geen verplichting. Moskou leest onze begrotingen mee. Wie per jaar steunt, zegt tegen het Kremlin dat het slechts hoeft te wachten. Ik vraag de regering daarom om een toezegging: veranker de steun aan Oekraïne voor ten minste vier jaar in de meerjarenramingen. In deze oorlog is voorspelbaarheid zelf een wapen.
Terwijl Oekraïne de voorste linie houdt, ligt de achterste linie hier. Ik moet vaststellen dat die dunner is dan de regering mogelijk denkt. Naïviteit heeft vele gedaanten: we kochten gas in Moskou en grondstoffen in China en noemden dat efficiency, maar het was afhankelijkheid. De gedachte dat Washington ons hoe dan ook zal blijven beschermen, is ook naïef. Een Amerikaanse regering die Europa en het bondgenootschap tegen elkaar uitspeelt, zorgt niet voor garanties. Europa moet zichzelf kunnen verdedigen, desnoods zonder Amerika. Dat brengt een ongemakkelijke waarheid met zich mee. Vroeg of laat zal Europa de moeilijkste vraag moeten beantwoorden, namelijk wie de afschrikking draagt als Washington twijfelt.
Naïviteit zit ook dichter bij huis. Gegevens over Defensielocaties en Defensiepijpleidingen stonden openbaar online. Op 9 juni zegde de minister van Defensie toe die per direct offline te laten halen. Samen met de collega's Van Gasteren, Beukering en Marquart Scholtz vroeg ik wat "per direct" betekende. Vorige week maandag kwam daarop het antwoord. "Per direct" bleek een ambtelijk verzoek op 11 juni, formele opdrachten in juli, een deel van de gegevens offline op 24 augustus en pas een structurele oplossing voor het landelijke register vanaf november. De minister van Defensie kan een ander ministerie niet opdragen gevoelige gegevens af te schermen. Een protocol acht de regering desgevraagd niet nodig. De minister-president werd niet geïnformeerd omdat er — ik citeer — "geen aanwijzingen waren voor een concrete of acute dreiging". Ik laat die zin even landen.
In de Oostzee zijn kabels en leidingen beschadigd, boven Europese kazernes en vliegvelden verschijnen drones, er zijn sabotageacties in diverse Europese landen en westerse chips duiken op in Russische wapens. Mijn vragen daarover van 4 september wachten nog op een antwoord en de regering wacht op een concrete aanwijzing. Ik verwijt de minister niets. Zij deed slechts wat het stelsel haar toestond. Maar wat ik zie, is erger dan onwil: het is de naïviteit van het systeem, dat in deze tijd eerst wacht op een concrete aanwijzing, op de aanval zelf.
In 1980 besloot een grenswacht in enkele minuten dat een Donald Duck een gevaar was. Dat regime was paranoïde. We hebben meer dan een zomer nodig gehad om alle gegevens over onze eigen defensie-infrastructuur, grotendeels althans, van het internet te halen. Tussen paranoia en naïviteit loopt een smal pad. Dat pad heet waakzaamheid. De regering zegt dat volledige afscherming nieuwe risico's schept voor grondroerders en hulpdiensten. Dat klopt. Daarom vraag ik daar ook niet om. Ik vraag de regering toe te zeggen tijdelijke afscherming als uitgangspunt te nemen wanneer Defensie daarom vraagt, met toegang voor wie die beroepsmatig nodig heeft, totdat de afweging is afgerond. Eerst beschermen, dan wegen: dat is geen gebrek aan zorgvuldigheid; dat is de juiste volgorde.
Voorzitter. Diezelfde naïviteit dreigt bij de technologie die de aard van macht verandert. Vorige week dinsdag vroeg ik wie kunstmatige intelligentie bouwt. Vandaag vraag ik wie ons beschermt tegen wat zij mogelijk teweegbrengt. AI is geen dossier; het is een revolutie. Zij raakt de arbeid, het onderwijs, onze democratie, onze netwerken. Denk aan deepfakes die een verkiezing ontwrichten en aan cyberaanvallen die met AI sneller worden dan onze verdediging. Een staat die daarop niet is voorbereid, wordt door de gebeurtenissen geregeerd in plaats van andersom. En wij weten in dit land wat er gebeurt wanneer een systeem over burgers beslist zonder dat iemand kan uitleggen waarom. Die les hebben wij duur betaald. We mogen hem, nu op nog grotere schaal, niet opnieuw leren.
Wij bereiden ons voor op overstromingen en pandemieën. Wij brengen de risico's in kaart, oefenen en wijzen verantwoordelijken aan. Daarvoor bestaat een beproefd instrument, namelijk de Rijksbrede Risicoanalyse Nationale Veiligheid. Ik vraag dus niets nieuws. Ik vraag alleen dat wij dat instrument ook op deze omwenteling als zelfstandige veiligheidsfactor richten. Ik vraag de regering toe te zeggen precies dat te doen: per domein de risico's, de maatregelen en de verantwoordelijke bewindspersoon aan te wijzen voor 1 april 2027.
Vorige week dinsdag zei ik dat de rechtsstaat geen handrem is, maar het stuur. Een stuur zonder bestuurder is een ongeluk dat op een bocht wacht. Ik heb twee vragen aan de minister-president. Hij werd niet betrokken bij een kwestie van nationale veiligheid. Is hij bereid bij interdepartementale veiligheidsrisico's voortaan zelf doorzettingsmacht te nemen? Wanneer ontvangt deze Kamer antwoord op de vragen over de exportcontrole van chips?
Voorzitter. Ik sluit af bij die bus. In 1980 stond ik aan de goede kant van de spiegel. Ik had daar niets voor gedaan. Anderen hadden het voor mij gedaan, mensen die weigerden op te geven toen alles verloren leek. Op 18 juni 1940 sprak een van hen, generaal De Gaulle, vanuit Londen. Hij zei: wat er ook gebeurt, de vlam van het verzet mag niet doven en zal niet doven. Vandaag staan de Oekraïners bij die spiegel. Hun vlam brandt nog. Zij vragen ons niet om bewondering; zij vragen ons om volharding. De vraag was aan ons. Vandaag liggen er drie antwoorden op tafel en ik vraag de regering die toe te zeggen. Mijn fractie draagt een motto: nulli inclinans. Voor niemand buigend, niet voor Moskou, niet voor Peking en, met alle vriendschap, ook niet voor Washington.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Visseren-Hamakers van de Fractie-Visseren-Hamakers.