Verslag van de vergadering van 13 oktober 2026 (2026/2027 nr. 04)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 18.54 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
Mevrouw Thijssen i (PRO):
Dank u wel, voorzitter. Een groot deel van het debat vandaag ging over het afschaffen van rechterlijke dwangsommen. Ik kreeg soms bijna de indruk alsof dat de grote wet was die voorlag, maar dat was slechts een amendement op een novelle bij een grote basiswet. Het is voor onze fractie heel duidelijk. We zijn altijd tegen het afschaffen van die rechterlijke dwangsommen geweest. Wij blijven erbij dat dat vooral het wegnemen van het symptoom is en niet van het probleem zelf. Wel zijn we heel blij met de toezegging van de minister dat hij, op het moment dat het systeem weer gaat functioneren, opnieuw wil kijken naar deze maatregel en dat hij dan ook naar alternatieven wil kijken, zoals een automatische vergoeding bij de termijnoverschrijding, zoals ik dat heb genoemd.
Voor onze fractie is het vrij helder wat we met die novelle moeten doen. Wat minder duidelijk is voor onze fractie, is toch die basiswet waar het in de kern over zou moeten gaan vandaag. Wij zien dat er op papier echt wel een beweging wordt gemaakt van het strafrechtelijke naar het bestuursrechtelijke regime. We zien ook dat er daardoor heel veel vrijheden aan toe worden gevoegd en dat die ook met zekerheden worden omkleed. Daar heeft de minister onze fractie wel van overtuigd.
Tegelijkertijd ligt er nog wel één steen op onze maag; daarom moeten wij ons als fractie echt nog gaan beraden. Dat zijn die uitzonderingsbepalingen in de wet, die dus met een ministeriële regeling van kracht kunnen worden. Je zou de dagbesteding weer terug kunnen draaien. Ook de maximale insluitingsduur van zeventien uur kan ontnomen worden. Door artikel 43 kunnen ook gezinnen ingesloten raken. Als dit zomaar mogelijk is, vragen wij ons wel af hoeveel vrijheden er dan eigenlijk overblijven. Ik heb naar voorbeelden gevraagd van wat nou die uitzonderlijke omstandigheden zijn wanneer dit dan kan worden toegepast? Dan hoor ik zaken als een pandemie, een brand of waterschade. Maar dit zijn ook precies de voorbeelden waarmee een lockdown kan worden ingevoerd. Ik zie de minister nee schudden, maar dan heb ik hier dus verduidelijking op nodig. Wat is nou het verschil tussen wanneer de lockdown wordt ingevoerd en wanneer deze uitzonderingen van kracht kunnen worden? Dan gaat het me echt om de omstandigheden. Het gaat dus niet om de vraag wie het mag doen, want dat is mij wel duidelijk. Bij de een is het een directeur, bij de ander is het de minister. Maar het gaat me echt om de omstandigheden waaronder dit mag gebeuren.
Allereerst vraag ik me af wat de toegevoegde waarde is van die uitzonderingsbepalingen. Daarnaast is het toch niet mogelijk om beklag te doen. We zien in artikel 72 dat juist die klachtmogelijkheid wordt uitgezonderd bij die ministeriële regelingen. In combinatie met het feit dat het twee maanden kan duren en oneindig door zou kunnen gaan, leidt het op de drie punten die ik net noemde tot een situatie in de praktijk waarin die vrijheden een hele lange tijd ontnomen kunnen worden, zonder dat je daar als vreemdeling tegen in beroep kunt gaan. Ik hoor dus toch graag nog een reactie van de minister op dit punt, want het maakt het wel ingewikkeld voor ons. Ook de belofte van die beweging naar het bestuursrechtelijk regime wordt daarmee wel voor een deel tenietgedaan. Graag een reactie.
De heer Lievense i (BBB):
Mijn fractie heeft dezelfde gevoelens bij die vrijheden en vooral bij de ministeriële regeling. Het zou onze fractie sowieso helpen als de minister iets kan inbouwen met een toezegging dat, als hij gebruik maakt van die bevoegdheid, beide Kamers worden geïnformeerd met een brief of iets dergelijks, zodat we daar in ieder geval democratische controle op hebben. Zou dat misschien voor u een optie zijn?
Mevrouw Thijssen (PRO):
Dat is wel een belangrijk punt. We hebben daarop een toezegging gekregen. Eerst dacht ik nog dat we daarvoor een motie zouden moeten indienen, maar ik heb begrepen dat we worden geïnformeerd. Daarmee hebben we misschien wel kennis gekregen, maar kunnen we er niks tegen doen. Ook ingeslotenen kunnen er niks tegen doen. Het feit dat er geen verweer is en dat het dan ontbreekt aan checks-and-balances, blijft overeind. Nog steeds vraag ik me af hoe die checks-and-balances dan geregeld kunnen worden.
De heer Lievense (BBB):
Ik snap u. Ze hebben voor een wat ongelukkig systeem gekozen. Als de brief met informatie toch naar ons komt, heb je wel een soort van checks-and-balances. Het kan dan juridisch wel anders zijn geregeld, maar de politiek kan natuurlijk ook haar tanden laten zien als zij het ergens niet mee eens is, zoals bijvoorbeeld in zo'n brief. We denken er graag met u over mee.
Mevrouw Thijssen (PRO):
Ik heb nog één laatste zin en dan besluit ik. Zit er een bodem in wat de minister betreft? Wanneer kun je niet door die in het vooruitzicht gestelde rechten heen zakken? Wat is de ondergrens van de wet zoals die nu voorligt?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Dittrich van D66.