Verslag van de vergadering van 13 oktober 2026 (2026/2027 nr. 04)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 19.20 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
Mevrouw Perin-Gopie i (Volt):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de minister voor zijn reactie op alle gestelde vragen. Helaas heeft de minister één vraag niet overtuigend weten te beantwoorden, namelijk: wat is er nu geregeld dat de overheid een prikkel heeft om gevolg te geven aan de rechterlijke uitspraak? Dat is namelijk de kern van het bezwaar van de Raad van State in 2022. Het afschaffen van de dwangsom kan, maar niet zonder een alternatief dwangmiddel. Ik vraag dan toch aan de minister welk dwangmiddel hij nu wel heeft, waardoor hij denkt dat dit standhoudt bij de rechter? Zonder dwangmiddel is het in strijd met het beginsel van effectieve rechtsbescherming, dat is vastgelegd in artikel 47 van Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Dat is al meerdere keren in dit debat naar voren gekomen. Wij vinden dit heel zorgelijk, want als dit niet geregeld is, schaadt het onze rechtsstaat. Een rechtsstaat waarin de burger zich aan de wet moet houden, maar de overheid een rechterlijke uitspraak zonder effectieve consequenties naast zich neer kan leggen, is geen rechtsstaat waarin de overheid en de burger op gelijke wijze aan het recht gebonden zijn.
Dan had ik nog een punt gemaakt van de kinderrechten. We hadden daar een interessant interruptiedebat over. De minister beweert dat hij bij al zijn wetten de kinderrechten meeweegt. Ik heb begrepen dat hij zijn overwegingen niet langs de meetlat van de kinderrechtentoets wil leggen. Maar als de minister er zo van overtuigd is dat hij de kinderrechten goed borgt en dat hij daar goed onderzoek naar heeft gedaan, begrijp ik niet waarom hij daarover niet wil rapporteren in een memorie van toelichting. Ik probeer het daarom toch nog een keer, want ik begrijp ook dat de minister het niet prettig vindt als hij rapporten van de Onderzoeksraad voor Veiligheid of de Kinderombudsman krijgt, die stellen dat het slecht gesteld is met de rechten van kinderen in de opvang. Daarom wil ik nog een keer vragen of de minister toch niet wil toezeggen dat hij bij toekomstige wetgeving in de memorie van toelichting zal aangeven hoe hij de belangen van kinderen heeft gewogen bij het maken van het wetsvoorstel.
Voorzitter. Ik kan niet anders dan concluderen dat de wet niet in lijn is met het Kinderrechtenverdrag en dat de novelle juridisch niet houdbaar is. Daarom zal ik de fracties van Volt en Visseren-Hamakers adviseren om tegen de wet en tegen de novelle te stemmen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Janssen van de SP.