Plenair Janssen bij voortzetting behandeling Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring



Verslag van de vergadering van 13 oktober 2026 (2026/2027 nr. 04)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 19.23 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Janssen i (SP):

Voorzitter, dank u wel. Dank aan de minister voor de antwoorden. Ik zal enigszins van de hak op de tak springen, maar dat komt doordat ik met de minister heb meegeschreven tijdens al zijn blokjes.

Voorzitter. Het had een heel ander debat kunnen zijn. Ik heb de minister eerder gewezen op zijn ministeriële verantwoordelijkheid om te voorkomen dat wetgeving mogelijk onrechtmatig is. De minister had veel kunnen voorkomen door een spoedadvies over het amendement bij de Raad van State aan te vragen. Dan hadden we vandaag een ander debat kunnen voeren, waarbij we niet hadden hoeven speculeren met "wat, als". Dan hadden we geweten hoe de Raad van State hierover dacht. Dat vind ik jammer. Ik vind het ook te makkelijk. De minister had in zijn beantwoording ook niet kunnen zeggen: ik heb een bestuurlijk oordeel over het amendement geveld, en geen juridisch of politiek oordeel. Een bestuurlijk oordeel zonder dat de minister volledig overtuigd is van het juridische oordeel, zou ik vanuit zijn ministeriële verantwoordelijkheid toch heel problematisch vinden.

Voorzitter. Toen ik als gedeputeerde verantwoordelijk was voor het toezicht en de handhaving op alle chemische, zware industrie in de Rotterdamse haven, heb ik helaas heel veel dwangsommen moeten uitdelen. Ik heb steeds uit moeten leggen dat een dwangsom geen boete is. Ik heb ook in ieder gesprek, met ieder bedrijf, steeds aangegeven: wees niet zo dom om ons een dwangsom te betalen, maar investeer het geld in je bedrijf en zorg ervoor dat je de zaak op orde hebt, want anders moet je alsnog een dwangsom betalen en alsnog in je bedrijf investeren. Als ik de laatste jaarberichten van de IND bekijk, dan zie ik dat vanaf 2025 de instroom van nieuwe medewerkers stokt. Mijn vraag aan de minister is: is dit nu het niveau of gaat u nog verder met uitbreiden? Daarbij zeg ik dat ik heel goed kan begrijpen dat IND'ers die vorig jaar de mededeling "80% van jullie moet voor 2028 vertrekken" kregen, daaraan consequenties hebben verbonden.

Voorzitter. Ik heb de minister nog de volgende vraag gesteld. Voldoet deze hele wetgeving, die met name op bewaring zo ingewikkeld is geworden, met de aanwijzing voor de regelgeving, nog aan de eisen van duidelijkheid en eenvoud voor de betreffende doelgroep? Een heel belangrijk criterium in de aanwijzing voor de regelgeving is dat het eenvoudig en duidelijk is voor de betreffende doelgroep. Denkt de minister dat de wet met de novelle daaraan voldoet?

Voorzitter. Ik heb van de minister nog geen antwoord gekregen wat betreft het overgangsrecht. Er wordt een beetje de indruk gewekt dat de dwangsommen naar nul gaan, maar aan het overgangsrecht zit, ook in de doorloop, best nog een behoorlijk aantal vast, met behoorlijke bedragen en een behoorlijke personele inzit. Kan de minister daar enig inzicht in geven?

Voorzitter. Over de Oekraïners hebben we het al gehad bij interruptie zostraks, dus daar ga ik het nu niet meer over hebben. Over de afwegingen van de minister bij de amendering heb ik het ook gehad.

Voorzitter. Zoals gezegd vond ik de woorden "de uitvoering staat onder druk, dus het wordt een bestuurlijk oordeel" wat mager, zeker voor een Eerste Kamer. Wij moeten oordelen of deze wet de toets van de kritiek straks kan doorstaan bij de Raad van State. Zoals de minister het hier verwoordde, kreeg ik een beetje de indruk dat wij het eerste deel van de pleitnota van de eerste zaak die bij de Raad van State wordt aangebracht, al gehoord hebben. Dat zal zijn: het is ons boven het hoofd gegroeid, dus wil u niet te formeel-juridisch oordelen, maar een beetje bestuurlijk met ons meedenken? Kort samengevat is dat mijn interpretatie en mijn parafrasering van de woorden van de minister.

De minister maakte de opmerking dat mensen zekerheid willen. Ik zei het volgende zostraks al even bij interruptie. Ik moet zeggen dat die opmerking er juist weleens toe zou kunnen leiden dat mensen een kortere termijn willen. Dan willen ze niet eindeloos wachten, maar dan willen ze juist het beroep en niet de dwangsom. Dat is als die er niet zou zijn en als door de Raad van State bevestigd zou worden dat dat zo mag. Dan gaan mensen gewoon allemaal die termijn eisen: nu wil ik ook binnen afzienbare tijd weten waar ik aan toe ben. Ik deel dus niet helemaal de positieve houding van de minister als hij zegt: dit gaat ons zo veel opleveren dat we daarmee het probleem hebben opgelost.

Voorzitter. Ik heb van de minister nog geen antwoord gekregen op mijn opmerking over het door de Rijksoverheid innen van dwangsommen die naar de algemene middelen gaan. Juist bij dit rijksagentschap komt alles op de eigen begroting terecht. Zou dat niet anders moeten zijn?

Voorzitter, concluderend. Als SP hebben wij in 2018 voor de wet gestemd in de Tweede Kamer. Dat weet ik. Er was nog geen novelle, maar als ik zie wat er nu allemaal in de novelle staat en wat onderdeel wordt van de wet op het moment dat de novelle wordt aangenomen, dan kan ik niet anders dan mijn fractie adviseren om tegen de wet en tegen de novelle te stemmen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Van Bijsterveld van JA21.