De Eerste Kamer heeft dinsdag 27 oktober een wetsvoorstel aangenomen dat de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau moet versterken. De fracties van PRO, VOLT, ChristenUnie, CDA, SGP, D66, SP, PvdD, VVD, JA21, BBB, 50PLUS, OPNL, Fractie Visseren-Hamakers en Fractie-Walenkamp, stemden voor het wetsvoorstel. De fracties van FVD, PVV, Fractie-Beukering en Fractie-Van Gasteren stemden tegen. Fractie-Van de Sanden was afwezig. Tijdens het debat met minister Letschert van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een dag eerder, op maandag 26 oktober, waren vijf moties ingediend. Twee moties zijn aangenomen, drie verworpen.
De woordvoerders van de fracties vroegen vooral aandacht voor de lokale binding van de streekomroepen in het nieuwe stelsel. Ook wilden zij van de minister weten hoe het toezicht vorm krijgt en hoe de omroepen gefinancierd worden zodra de wet van kracht wordt.
Dit voorstel wijzigt de Mediawet 2008 vanwege de herziening van de lokale publieke omroepen om daarmee de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau te verstevigen. De voorgestelde maatregelen moeten in de toekomst bij alle lokale publieke omroepen zorgen voor meer professionaliteit, stabiliteit en onafhankelijkheid. Het doel is dat inwoners in heel Nederland toegang houden tot betrouwbare en onafhankelijke informatie over hun directe leefomgeving en het lokale bestuur. Op die manier weten inwoners wat er speelt in hun omgeving en kunnen ze blijven deelnemen aan het publieke debat.
Aangenomen moties
Verworpen moties
PRO: Open eindjes
Namens de fractie van PRO zei senator Roovers dat zij het uitgangspunt van het wetsvoorstel steunt. Ook is zij blij met de extra investering van € 18 miljoen. Toch ziet zij nog wel 'open eindjes'. Wat betekent dit wetsvoorstel voor de betrokkenheid van vrijwilligers bij de omroepen? En de grootste zorg van PRO: leidt het nieuwe stelstel niet tot 'witte vlekken' in het verzorgingsgebied van de omroepen? Om de positie van het Programmabeleid bepalend orgaan (PBO) binnen iedere omroep te waarborgen, vroeg Roovers of er een richtlijn kan komen voor de ondersteuning waar de PBO's minimaal over zouden moeten beschikken. En hoe krijgt het toezicht binnen het nieuwe stelsel vorm? Met betrekking tot de financiering wilde Roovers weten hoe wordt voorkomen dat wat 'in principe tot een verbetering zou moeten leiden, de facto een verslechtering oplevert'. Zij vroeg een oplossing voor gevallen waar de gevolgen van de wet niet aansluiten bij de doelen, bijvoorbeeld door het wegvallen van incidentele financiering.
BBB: Ernstige twijfels
De BBB is zuinig op het huidige omroepbestel, dicht bij de regio, zei senator Lagas. Haar fractie heeft ernstige twijfels bij het voorliggende wetsvoorstel. Zorgen over noodzakelijkheid en proportionaliteit. Waarom zo snel? En waarom zo vergaand? Waarom niet inzetten op een mix van goede lokale en regionale omroepen? Omroepen hebben een belangrijke sociale functie, vooral door vrijwilligers die korte lijnen hebben met de gemeenschap. Kan de omwenteling in het stelsel niet meer geleidelijk plaatsvinden, vroeg Lagas zich af. De BBB maakt zich zorgen over de grotere rol van landelijke sturende organen, zoals de NLPO (Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen) en het Commissariaat voor de Media. Kan de minister extra maatregelen toezeggen om belangenverstrengeling tegen te gaan, zodat lokale omroepen meer autonoom kunnen functioneren? Voor de BBB geldt: 'Hoe kleiner de schaal, hoe meer betrokkenheid'.
FVD: Zorgen over schaalvergroting
Volgens senator Kemperman (FVD) moet dit wetsvoorstel gezien worden in een bredere politieke en maatschappelijke context van schaalvergroting en uitbreidende overheidsinvloed. Wie bepaalt welke groepen in de lokale samenleving gehoord worden? Hoe ziet de financiering van lokale media eruit? Bestuur en toezicht op mediahuizen is cruciaal. Maar wie bepaalt wie er in deze besturen zitten? Is hier wel sprake van een representatieve afspiegeling van de samenleving, vroeg Kemperman zich af. Schaalvergroting, centrale overheidssturing en rijksfinanciering zetten volgens hem de onafhankelijkheid en pluriformiteit van lokale journalistiek onder druk. 'Wiens brood men eet, diens woord men spreekt', aldus Kemperman. En is er nog wel behoefte aan publieke omroepen? Waarom niet rechtstreeks het extra geld naar lokale omroepen, zonder deze stelselwijzigingen?
D66: Robuuster stelsel
D66-senator Karaslaan verwelkomt het wetsvoorstel. De huidige versnippering in de sector maakt het volgens haar moeilijk voor omroepen om te blijven bestaan. De voorliggende wetswijziging moet leiden tot een robuuster stelsel. Schaalvergroting kan daarbij helpen maar is geen doel op zich. D66 steunt een meer onafhankelijke vorm van financiering, los van gemeenten waar lokale media ook over moeten publiceren. Daarbij vroeg Karaslaan zich af of aanvullende financiering vanuit gemeenten gezien kan worden als ongeoorloofde staatssteun. Zij ziet de voordelen van samenwerking, zodat meer geld naar journalisten en programmamakers kan gaan. Maar schaalvergroting mag niet leiden tot een situatie waarbij inwoners zich niet meer herkennen in de berichtgeving. Wie kan hierop ingrijpen? Kan de minister toelichten hoe in de praktijk het toezicht eruitziet? D66 wil sterke, professionele en onafhankelijke omroepen. Democratische betrokkenheid begint met weten wat er speelt. Daarom moet iedereen toegang hebben tot betrouwbare informatie over de eigen leefomgeving.
SGP: Pluriformiteit
De journalistiek is volgens senator De Vries (SGP) een onmisbare pijler van de rechtsstaat en moet daarom sterk en robuust zijn. Hij vroeg zich af hoe het pluriformiteitsprincipe in het nieuwe stelsel wordt toegepast. Wordt het straks niet moeilijker om recht te doen aan de verscheidenheid aan journalistieke stromingen, ook die met levensbeschouwelijke inhoud? Minder omroepen leidt volgens De Vries tot minder zendtijd. Hoe kijkt de minister naar consequenties hiervan voor de controle op lokaal bestuur? Hoe verhoudt deze wet zich tot het subsidiariteitsbeginsel? Is behoud van lokale zendfrequenties binnen streekomroepen mogelijk? Hoeveel geld aan aanvullende financiering valt er weg binnen het nieuwe stelsel? En hoe verhoudt dat zich tot de extra investering vanuit het Rijk waar deze wet in voorziet? De Vries voorziet uitvoeringsproblemen op dat punt en vroeg aandacht voor de krappe overgangstermijn. Hij wilde ook weten hoe de effectiviteit van de wet wordt gemeten.
VVD: Gelijk speelveld
Lokale media vervullen volgens VVD-senator Straus een essentiële functie en een waardevolle bijdrage voor de lokale democratie. Zij benoemde drie aandachtspunten: de lokale herkenbaarheid, een gelijk speelveld en de rol en positie van de NLPO. Schaalvergroting is geen doel op zich. Inwoners moeten zich blijven herkennen in de omroep. Blijven alle kernen en streken zichtbaar? Wat kan een PBO doen als een gemeente of kern onderbelicht blijft? Er zijn ook commerciële lokale media. Hoe zorgt de minister dat publiek geld niet leidt tot oneerlijke concurrentie? De VVD maakt zich hier zorgen over, zei Straus. Voor wat betreft de rol en positie van de NLPO zei Straus dat zij de behoefte aan kennisdeling en informatie begrijpt. Maar is de voorgestelde rolverdeling wenselijk? 'De NLPO heeft wellicht weinig formele macht, maar wel veel invloed,' zei Straus. Hoe wordt tegenmacht georganiseerd? Welke waarborgen voorkomen dat de NLPO de feitelijke regisseur van het lokale mediabestel wordt? De NLPO zou volgens de VVD vooral dienstbaar moeten zijn aan lokale omroepen, zonder hun zelfstandigheid te beperken.
PVV: Autonomie en identiteit
Voor senator Van Kesteren (PVV) maakt de lokale omroep deel uit van de cultuur van de lokale samenleving. Dat professionaliseren is op zich een goed streven, zei hij. Van Kesteren heeft daarbij wel zorgen over landelijke sturing van bovenaf, ten koste van lokale regie, autonomie en identiteit. Heeft de minister hier aandacht voor? Gaat het Commissariaat van de Media straks bepalen wat wel en niet geoorloofd is? Kan de minister de zorg wegnemen dat politiek correcte thema's leidend worden in de berichtgeving? Van Kesteren vroeg ook of het beschikbare budget vanuit het Rijk voldoende is om de professionaliseringsslag uit te voeren. Die professionalisering moet niet ten koste gaan van journalistieke fte's of leiden tot zwaardere belasting van vrijwilligers. De zorg van de PVV is dat schaalvergroting tot meer overhead leidt. De NLPO krijgt volgens Van Kesteren een invloedrijke machtspositie. Lokale omroepen worden volgens hem dan 'regionale staatsomroepen'. 'Lokaal is straks niet meer lokaal,' zei hij.
CDA: Lokale worteling
Namens het CDA, en mede namens OPNL, zei senator Steenkamp dat hij de professionalisering van de lokale publieke omroep steunt. Niet omdat groter automatisch beter is, maar omdat professionalisering de meerwaarde van lokale omroepen voor inwoners vergroot. Professionalisering moet lokale betrokkenheid niet verdringen, maar versterken. Steenkamp vindt samenwerking positief, maar hecht ook aan de inrichting en ordening zoals die er is. Streekoverstijgende organisatievorming roept bij hem principiële vragen op. Hoe wordt de lokale worteling geborgd? In dat kader vraagt hij aandacht voor het waddengebied. Lokale journalistiek daar is kostbaar. Rechtvaardigen deze unieke omstandigheden niet meer middelen? Steenkamp zei de richting van het wetsvoorstel te steunen en pleitte daarbij voor 'betrouwbare journalistiek, herkenbare berichtgeving en omroepen die geworteld zijn in de lokale samenleving'.
SP: Eigen leefomgeving
Volgens senator Van Apeldoorn (SP) zijn er onafhankelijke journalisten nodig die feiten checken en de macht controleren, juist in een tijd waarin veel nepnieuws voorbijkomt. Van Apeldoorn heeft de zorg dat grotere omroepen verder van de lokale gemeenschap af komen te staan. Hij wil dat inwoners kunnen rekenen op sterke onafhankelijke journalistiek die gaat over hun eigen leefomgeving. Zijn met deze wet alle randvoorwaarden ingevuld voor goede onafhankelijke journalistiek, vroeg hij. Hoe voorkomt de minister dat journalisten bij de overgang naar het nieuwe stelsel hun baan verliezen? Is er wel voldoende geld, zodat er geen tekorten ontstaan bij bepaalde omroepen? Het geld dat extra beschikbaar komt moet volgens Van Apeldoorn naar verslaggevers gaan en niet naar 'vergadertafels van nieuwe managementlagen' of 'dikke salarissen aan de top'.
Minister Letschert van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap antwoordde dat het proces van streekvorming vanuit de sector zelf komt. De eerste gesprekken daarvoor zijn al in 2012 gestart, 'los van overheidsbemoeienis'. Vanaf 2020 is begonnen om de beweging naar streekomroepen ook wettelijk te stimuleren. Het voorgestelde aantal van tachtig streekomroepen kan later niet zomaar worden gewijzigd of verder verminderd. Dat moet worden voorgelegd aan beide Kamers.
De lokale binding van streekomroepen wordt volgens de minister geborgd doordat alle gemeenteraden binnen het verzorgingsgebied van een omroep in de aanwijzingsprocedure moeten adviseren. Ook moet iedere gemeente vertegenwoordigd zijn in het Programmabeleid bepalend orgaan (PBO) van de omroep in het betreffende gebied. Het PBO is als onafhankelijk orgaan verantwoordelijk voor het vaststellen en toetsen van het programmabeleid van de omroep. Het formele toezicht op de PBO's is vervolgens belegd bij het Commissariaat voor de Media. Samenwerking en coördinatie binnen het stelsel stimuleren is een verantwoordelijkheid van de Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (NLPO), maar de autonomie van lokale omroepen is volgens de minister daarbij 'ongelooflijk belangrijk'. Betaalde journalisten en vrijwilligers kunnen elkaar versterken omdat vrijwilligers vaak meer geworteld zijn in de gemeenschappen waar zij leven. Daarom moet vrijwilligersbeleid onderdeel zijn van het lokale beleidsplan van de omroepen.
In reactie op vragen over de financiën zei de minister dat zij nog geen totaaloverzicht kan geven hoe het financiële plaatje er straks uitziet. De verdeelsleutel voor de financiering vanuit het Rijk is bekend. Maar in hoeverre er in het nieuwe stelsel vanuit gemeenten nog aanvullende financiering wordt gegeven, is nog niet bekend. Mocht dat in een later stadium tot tekorten leiden dan kon de minister niet toezeggen 'budget te hebben om bij te plussen'. Op vragen of een aanvullende bijdrage vanuit een gemeente geen ongeoorloofde staatssteun is, antwoordde de minister: 'Ja, zij mogen additionele financiering bieden voor de uitvoering van de publieke mediaopdracht en met dit wetsvoorstel worden de gemeenten gefaciliteerd om dit te doen binnen de Europese staatssteunregels'.
Voor evaluatie van de wet verwees de minister naar de rol van het Commissariaat van de Media waar het algemene toezicht op de Mediawet is belegd. Daarnaast wordt er ook kwantitatief onderzoek gedaan naar lokaal nieuws. Onderzoek dat periodiek herhaald wordt, zodat de ontwikkeling door de tijd heen gevolgd kan worden.