T04278

Toezegging Meegenomen indicatoren bij monitoring en evaluatie van de effecten van de wet (36.746)



De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Petersen (VVD), Ramsodit (Groenlinks-PvdA), Bezaan (PVV), Karaaslan-Kilic (D66) en Bakker-Klein (CDA), toe de effecten van de wet te monitoren en deze mee te nemen in de evaluatie, waarbij onder meer aandacht wordt besteed aan de ontwikkeling van verschillende contractvormen, mogelijke verschuivingen naar andere arbeidsrelaties, de inzet van arbeidsmigranten, sectorale effecten (waaronder sectoren zonder cao en de zorgsector), de effectiviteit van voorzieningen voor werknemers en de uitvoerbaarheid voor werkgevers, zoals administratieve lasten, de effecten op arbeidsmarktkrapte.


Kerngegevens

Nummer T04278
Status openstaand
Datum toezegging 7 juli 2026
Deadline 1 juli 2027
Verantwoordelijke(n) Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Kamerleden dr. mr. J. Bakker-Klein (CDA)
mr. I.A. Bezaan (PVV)
M. Karaaslan MMC (D66)
drs. K. Petersen (VVD)
mr. dr. A. Ramsodit (PRO)
Commissie commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie evaluatie
Onderwerpen evaluaties
flexwerkers
herstel- en veerkrachtplan
monitoring
Kamerstukken Wet meer zekerheid flexwerkers (36.746)


Uit de stukken

Handelingen I, 2025/2026, nr. 39, item 2, p. 3.

Mevrouw Ramsodit (GroenLinks-PvdA):

(…)

Dit brengt me bij mijn vijfde vraag: hoe monitort de minister of deze wet leidt tot ongewenste verschuivingen naar andere contractvormen? Wordt ook gekeken naar onbedoelde drempels voor toegang tot werk? Is de minister bereid om zolang de regels rond arbeidsrelaties nog in ontwikkeling zijn, verschuivingen naar schijnzelfstandigheid extra nauwgezet te volgen en deze Kamer daar periodiek over te informeren en, zo ja, op welke wijze en wanneer?

Handelingen I, 2025/2026, nr. 39, item 2, p. 8.

Mevrouw Bezaan (PVV):

(…)

Voorzitter, tot slot. Deze wet kent een evaluatie na drie en na vijf jaar, maar de praktijk laat zich niet pas na drie jaar zien. Daarom vraag ik de minister om één toezegging: dat de Eerste Kamer tussentijds wordt geïnformeerd over de resultaten van de monitoring van het arbeidsmarktpakket voor zover die dit wetsvoorstel betreffen, met daarbij afzonderlijke aandacht voor — dat zijn best wel essentiële punten, voor de PVV in ieder geval — de ontwikkeling van het aantal vaste arbeidsovereenkomsten, de mate waarin werkgevers uitwijken naar andere contractvormen of constructies en, voor zover dat redelijkerwijs geldt, de ontwikkeling van de inzet van arbeidsmigranten.

Handelingen I, 2025/2026, nr. 39, item 2, p. 15.

De heer Petersen (VVD):

(…)

Is de minister daarnaast bereid de eerste formele evaluatie al na twee jaar te verrichten — daarmee kom ik ook terug op de vraag die mij zojuist werd gesteld — en niet pas na vijf jaar, zoals nu is gepland? En kan de minister daarbij toezeggen dat de evaluatie niet uitsluitend ziet op de positie van werknemers, maar ook expliciet ingaat op de uitvoerbaarheid voor werkgevers, de administratieve lasten, de effecten op de arbeidsmarktkrapte, het gebruik van alternatieve contractvormen, zoals jaarurennormen en bandbreedtecontracten, en mogelijke oplossingen in andere contractvormen?

Handelingen I, 2025/2026, nr. 39, item 2, p. 18.

Mevrouw Karaaslan-Kilic (D66):

(…)

Voorzitter. Dan mijn tweede punt. Dat gaat over duidelijkheid. Voor D66 bestaat duidelijkheid uit twee onderdelen: duidelijke communicatie voor werkgevers en werknemers, en een duidelijke monitoring van de effecten van deze wet. Deze wet staat namelijk niet op zichzelf. Werkgevers hebben de afgelopen jaren te maken gehad met nieuwe regelgeving en er komt nog een heel pakket aan. Voor veel werkgevers, niet alleen voor de grote maar juist ook voor veel kleine, kan die stapeling ingewikkeld zijn en extra lasten met zich meebrengen. Voor hen betekent nieuwe wetgeving niet alleen aanpassen maar vooral ook uitzoeken: wat mag nog wel, wat niet meer en hoe organiseer ik dat? Datzelfde geldt voor werknemers. Is het voor hen straks helder waar ze recht op hebben en weten ze waar ze terechtkunnen als daar onduidelijkheid over bestaat?

Uiteraard ligt de eerste verantwoordelijkheid om werknemers goed te informeren bij werkgevers zelf, maar ook de overheid heeft er een rol in om regels begrijpelijk, toegankelijk en vindbaar te maken. Mijn eerste vraag aan de minister is dan ook: hoe zorgt de minister ervoor dat werkgevers en werknemers op een overzichtelijke manier toegang hebben tot informatie over deze wet? Kiest de minister daarbij voor aansluiting bij bestaande informatiekanalen zoals het Ondernemersplein, de informatievoorziening van de Rijksoverheid of andere bestaande loketten? En hoe voorkomt de minister dat er opnieuw versnipperde informatie ontstaat op verschillende plekken?

Handelingen I, 2025/2026, nr. 39, item 2, p. 25.

Minister Vijlbrief:

(…)

Mevrouw Ramsodit vroeg ook: hoe monitort de regering of deze wet leidt tot ongewenste verschuivingen naar andere contractvormen? Daar hebben we het net eigenlijk ook al heel uitgebreid over gehad. Daar zullen we naar gaan kijken. We hebben monitoring die is opgezet door SEO mede op basis van gegevens van het CBS. Daar kunnen we bijvoorbeeld zien of inactiviteit — gaan mensen zich helemaal terugtrekken, zoals net een beetje gesuggereerd werd? — of de groei van het aantal uitkeringen toeneemt. We kunnen daarbij ook verschuivingen naar andere constructies monitoren. Daar vroeg mevrouw Bezaan naar. Dat kunnen en zullen we dus in de gaten houden.

Handelingen I, 2025/2026, nr. 39, item 2, p. 26.

Minister Vijlbrief:

(…)

De Raad voor de rechtspraak waarschuwt dat de wet tot rechtsvragen en procedures kan leiden. Juist werknemers zullen minder snel hun recht halen. De regering wijst op de Work in NL-punten, waar werknemers worden gewezen op hun rechten. Mevrouw Karaaslan vroeg of het kabinet ook meet of die voorzieningen daadwerkelijk effect hebben. Ja, dat zullen we meenemen bij de evaluatie. Het lijkt me terecht om hiernaar te kijken.

Handelingen I, 2025/2026, nr. 39, item 2, p. 26.

Mevrouw Bezaan (PVV):

Ik had ook nog een vraag gesteld over de monitoring. U gaf net over de tussentijdse evaluatie aan dat deze Kamer daar ook over geïnformeerd gaat worden. Ik had die vraag ook gesteld, maar ik vroeg of u daar dan ook de volgende zaken in wil meenemen: de ontwikkeling van een aantal vaste arbeidsovereenkomsten, de mate waarin werkgevers uitwijken naar andere contractvormen of constructies en, voor zover dat redelijkerwijs kan worden vastgesteld, de ontwikkeling van de inzet van arbeidsmigranten. Kunt u toezeggen dat u deze punten ook gaat meenemen?

Minister Vijlbrief:

Ja. Ik was net wat snel in de opsomming naar aanleiding van de vragen van de heer Petersen. De Handelingen van deze Kamer liggen vast. Het antwoord is ja. Dat is een toezegging van mij. Ik zal al die punten meenemen die ik nu genoemd heb in antwoord op de heer Petersen maar ook in antwoord op anderen. Kijk, zeg ik naar aanleiding van de discussie over de nulurencontracten: als het deze Kamer helpt als ik ook nog heel specifiek naar dat punt kijk, dan stel ik voor dat ik dat ook in de evaluatie doe. We zijn dan toch bezig om te evalueren. Dus het lijkt me heel prima om dat te doen. Nu klinkt het alsof ik een heel goedkope toezegging doe, maar dat is het niet, want het is heel veel werk. Maar het moet wel gebeuren, denk ik, gegeven het feit dat dit een vrij ingrijpende wet is. Het antwoord is ja.

Handelingen I, 2025/2026, nr. 39, item 2, p. 27.

Mevrouw Ramsodit (GroenLinks-PvdA):

We zitten nu bij het mapje monitoring, dus ik dacht: het is goed om dan even te checken … O, ik moet de microfoon beter aanzetten. Ik zie u graag niet via de microfoon, want die staat nu net voor uw gezicht. We hadden het nu over het mapje monitoring en er zijn twee vragen waar ik graag nog verduidelijking op wil. Ik vind het heel mooi dat u zegt: we gaan heel strak monitoren en die achttienmaandenmonitor wordt eigenlijk min of meer gekoppeld aan de evaluatie. Mijn vraag gaat over de monitoring en evaluatie. U heeft net toegezegd aan mevrouw Bezaan dat dat ook de inzet van arbeidsmigranten betreft, maar onze vraag ging ook over het specifiek kijken naar sectoren zonder cao en sectoren met veel laagbetaalde arbeid. Kunt u daar in de evaluatie en in de effectenmonitoring specifieke aandacht voor hebben?

Minister Vijlbrief:

Ik heb daar op zich geen bezwaar tegen. Ik dacht eigenlijk dat je dat vrij automatisch zou doen.

Mevrouw Ramsodit (GroenLinks-PvdA):

Het is nog niet geëxpliciteerd, vandaar.

Minister Vijlbrief:

Ja, dan maak ik dat nu expliciet.

Handelingen I, 2025/2026, nr. 39, item 2, p. 30.

Mevrouw Bakker-Klein (CDA):

Ik denk dat de minister inderdaad al onze vragen beantwoord heeft, maar nog niet helemaal tot volledige geruststelling. Eigenlijk zegt u: onze zorg dat de zorgsector personeel gaat verliezen is niet realistisch, want er zijn heel veel mogelijkheden om het op een andere manier te regelen. U heeft ook een toezegging gedaan aan de heer Petersen dat u het komend jaar gaat monitoren hoe dingen verlopen. U zei ook dat dat ook geldt voor alles wat hier gewisseld is. Gaat u ook heel specifiek monitoren wat dit betekent voor uitval van personeel in de zorg en zijn er dan nog mogelijkheden om daar tijdig op in te grijpen?

Minister Vijlbrief:

Ik wil nog wel een stap verder gaan. Ik heb al eerder aan de Tweede Kamer toegezegd dat ik nog in gesprek ga met de organisaties in de zorg. Daar vroeg de heer Schalk van, even in een minidebatje dat ik met hem had: heeft dat nog wel zin, want de wet is er dan toch al? Toen zei ik: ja, dat heeft zin, want ik denk dat ook deze organisaties ook nog geholpen kunnen worden in wat er allemaal kan binnen die wet. Laat ik daar dan al koppelen — dat is dan een logische toezegging — dat we ook bij die evaluatie en de monitoring precies kijken naar deze sector. Het wordt wel een gigantische monitoring en evaluatie inmiddels, maar goed.


Brondocumenten


Historie

  • 7 juli 2026
    toezegging gedaan