In dit wetsvoorstel zijn belastingmaatregelen opgenomen die met ingang van 1 januari 2020 budgettair effect hebben, zoals maatregelen die raken aan de koopkracht van burgers en aan de lasten van bedrijven. In het voorstel is sprake van budgettaire samenhang. De opbrengst van bepaalde maatregelen wordt gebruikt als dekking voor andere maatregelen.

Het wetsvoorstel maakt deel uit van het pakket Belastingplan 2020.


Stand van zaken

Het voorstel (EK, C) is op 14 november 2019 aangenomen door de Tweede Kamer.

Voor: GroenLinks, D66, VVD, SGP, CDA, ChristenUnie en Van Haga.

Tegen: SP, PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, PvdA, FVD, PVV.

De Eerste Kamer heeft het voorstel op 17 december 2019 na stemming bij zitten en opstaan aangenomen.

Voor: CDA, GroenLinks, D66, ChristenUnie, SGP en VVD.

Tegen: PVV, SP, PvdD, FVD, PvdA, OSF, 50PLUS en Fractie-Otten.

De plenaire behandeling van de voorstellen uit het pakket Belastingplan 2020 vond plaats op 9 en 10 december 2019. Tijdens de behandeling zijn tien moties ingediend


Kerngegevens

ingediend

17 september 2019

titel

Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2020)

schriftelijke voorbereiding

inbreng geleverd door

ondertekening

inwerkingtreding

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2020, met dien verstande dat:

a.

artikel I, onderdeel B, en artikel XI, onderdeel C, voor het eerst toepassing vinden met betrekking tot kosten en lasten, onderscheidenlijk loonbestanddelen, die verband houden met:

  • geldsommen die zijn betaald in het kader van een na 31 december 2019 uitgevaardigde strafbeschikking of daarmee vergelijkbare buitenlandse wijze van bestraffing die na 31 december 2019 heeft plaatsgevonden;
  • dwangsommen die zijn verbeurd na 31 december 2019;

b.

artikel XII voor het eerst toepassing vindt met betrekking tot boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2020;

c.

artikel XIV, onderdeel Da, terugwerkt tot en met 1 februari 2019;

d.

artikel XX, onderdelen A en E, toepassing vindt voordat de artikelen II en XV van het Belastingplan 2019 worden toegepast;

e.

artikel XXI, onderdeel A, toepassing vindt voordat artikel 7.4, onderdeel I, van de Wet bedrijfsleven 2019 wordt toegepast.


Documenten

Bladeren:
[1-50] [51-95] documenten
Bladeren:
[1-50] [51-95] documenten