Plenair Van Meenen bij behandeling Debat regeringsverklaring



Verslag van de vergadering van 7 april 2026 (2025/2026 nr. 24)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 11.37 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Meenen i (D66):

Voorzitter, hartelijk dank. Om te beginnen mijn hartelijke felicitaties aan de kabinetscollega's. Ik ken ze allemaal al uit diverse hoedanigheden en ik kan u zeggen, voor zover u dat nog niet meegekregen heeft: dit is echt een topteam. Ja, ik sta ervoor in.

Beste collega's, geachte voorzitter. Een politiek veranderen, het kan wel. Toen ik fractievoorzitter werd in Leiden — dat was in 2002, bijna een kwart eeuw geleden — stond de stad bekend om haar bestuurlijke chaos en bestuurlijk onvermogen. Wethouders vielen bij bosjes, de politiek was naar binnen gekeerd en de stad stond stil. We hebben het in 2010 radicaal anders aangepakt. We zijn met alle partijen in gesprek gegaan over de politiek die we voor ogen hadden, een politiek gebaseerd op respect, samenwerking en betrokkenheid van de samenleving, met ruimte voor wisselende meerderheden, scenario's vanuit het college en gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de financiën. En het werkte. De sfeer in de raad veranderde drastisch, de stad kwam los en Leiden ging vooruit. Dat is precies wat Nederland nu nodig heeft, want Nederland heeft te lang stilgestaan. Die stilstand hebben wij de afgelopen twee jaar gevoeld in de senaat en elke Nederlander met ons.

Deze coalitie wil Nederland weer in beweging brengen, want een eerlijke kans voor ieder kind kan, door weer te investeren in ons onderwijs, door kinderen vooral te laten lezen, schrijven en rekenen in de klas, door warme maaltijden, muziek en sport op school te organiseren voor kinderen die dat thuis niet krijgen. Een betaalbaar huis voor iedere jongere, elk gezin, elke oudere kan, door stikstofuitstoot naar beneden te brengen, door op nieuwe plekken te durven bouwen, door de belangen van huizenzoekers en huizenbezitters, maar ook van boeren weer in balans te brengen. We hebben in tijden van woningnood de grootste polder van de wereld gebouwd en dat kunnen we nu weer doen. Een toekomstbestendige zorg en verzorgingsstaat kan. Ook dat hebben we eerder laten zien. Toen Nederland meer dan een miljoen arbeidsongeschikten had in de jaren tachtig en de werkloosheid torenhoog was, sloegen politiek, werkgevers en werknemers de handen ineen en maakten ze afspraken waardoor iedereen vooruitkwam en de Nederlandse welvaart enorm steeg.

Ik moet eigenlijk extra tijd krijgen voor het omslaan van bladzijden, gezien mijn handicap, maar vooruit.

Een veilig Nederland in deze onzekere wereld kan, als we dat maar samen met Europa doen. Net als velen in deze Kamer ben ik opgegroeid in een tijd waarin er net een enorme oorlog was geweest die onze ouders, grootouders, mijn generatie en de generaties daarna heeft getekend. Als ik zelf in het Europees Parlement loop en ik hoor al die mensen daar al die talen, al die Europese talen, spreken, dan word ik daar ongelofelijk blij van en dan denk ik: dit zijn de talen van de volkeren die elkaar eeuwen, eeuwen te vuur en te zwaard bestreden hebben, die oorlogen met elkaar gevoerd hebben en nu lopen ze zich samen druk te maken over hoe krom een komkommer mag zijn. Nou, ik word er alleen maar blij van. Dat mag van mij, als ze ook maar aandacht besteden aan de grote onderwerpen waar we voor staan.

Voorzitter. Tot voor kort was er vrede op dit continent of in ieder geval geen oorlog. Ik heb Europa altijd gezien als de beste garantie op veiligheid en dat is het begin van alles. Meer dan ooit is duidelijk dat we het met elkaar moeten doen. Samen met Europa steunen we de Oekraïners nu al ruim vier jaar in hun strijd voor vrijheid en democratie en dat moeten we blijven doen, zodat we allemaal vrije en democratische landen mogen blijven. We moeten meer investeren in onze defensie, samen inkopen, produceren, innoveren, en we moeten tegelijkertijd niet meegaan in een wereldorde van het recht van de sterkste, maar ook blijven inzetten — het is al eerder gezegd — op diplomatie, handel en internationale samenwerking. Ik ben blij dat onze minister-president in zijn eerste weken op bezoek is gegaan bij zijn Europese collega's en heeft laten zien dat Nederland terug is op het internationale toneel. Ik ben benieuwd wat hij heeft meegenomen uit die gesprekken. Welke rol ziet hij voor Nederland in dit Europese krachtenveld?

Voorzitter. D66 roept dit kabinet op zich niet te laten gijzelen door een schijnbare tegenstelling tussen pragmatisme en principes, tussen realisme en idealen, want die is er niet. D66 wil dat dit kabinet pal staat voor onze waarden van vrijheid, gelijkheid en democratie en voor mensenrechten. Dat zijn de waarden die op het spel staan in een wereldwijde strijd. Die strijd vraagt een kabinet dat zich uitspreekt, dat niet blijft hangen in een verlammende en uiteindelijk fatale neutraliteit, een kabinet dat de banden verdiept met landen en burgers over de hele wereld die deze waarden delen.

Voorzitter. Die opstelling verwacht mijn fractie ook ten opzichte van de Verenigde Staten. Recent las ik het essay van professor Frits van Oostrom over de reis die Johan Huizinga meer dan een eeuw geleden maakte naar de Verenigde Staten. Huizinga omschreef toen al zijn houding naar de Verenigde Staten als "ambivalent". Enerzijds is het het land van het platte economisme, om dat oude woord nog maar eens van stal te halen — u kunt dit als een handreiking zien, meneer Rosenmöller — en het individualisme. Anderzijds is het het land van hooggestemde idealen en gemeenschapszin. Ik wil pleiten voor diezelfde houding. Huizinga zei het als volgt in 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog: "Overal staan millioenen menschen gereed en bereid in wie de behoefte leeft aan recht en zin voor orde, eerlijkheid, vrijheid, rede en goede zeden. Tracht hen niet te vatten onder een categorie als democraten, socialisten of welken dan ook. Noem hen eenvoudig met een naam van edeler klank dan al deze: menschen van goeden wille." Laten we ons verbinden met vooral die Amerikanen.

Voorzitter. We hebben een overheid nodig die een bondgenoot is voor alle mensen van goede wil, een overheid met verbeeldingskracht en inlevingsvermogen, een overheid die mensen meeneemt in een verhaal over het Nederland dat we willen en kunnen maken, zodat we het samen eens worden over de richting die we op willen, een overheid die kan luisteren en overtuigen om draagvlak te zoeken en te creëren voor grote plannen, zodat we het ook samen eens worden over hoe we daar komen. Het middel is altijd lastiger dan het doel; we kwamen er net al even over te spreken met betrekking tot de AOW. We hebben ook een overheid nodig die ervoor zorgt dat iedereen mee kan komen in de grote veranderingen van deze tijd.

Het coalitieakkoord is nu ruim twee maanden oud en de wereld ziet er alweer anders uit. Er is een nieuwe oorlog in het Midden-Oosten, die we ook in Nederland hard voelen. De noodzaak van de maatregelen in het coalitieakkoord is groter dan ooit. We moeten burgers en bedrijven helpen verduurzamen, zodat we minder energie nodig hebben en we die energie zo veel mogelijk zelf opwekken. We moeten investeren in defensie, zodat we ook onze eigen veiligheid, vrede en democratische rechtsstaat kunnen beschermen nu bescherming door de Verenigde Staten geen vanzelfsprekendheid meer is. We moeten digitaal soeverein worden, zodat onze data en infrastructuur veilig zijn in deze grijze zone tussen vrede en oorlog. We moeten toe naar een digitaal weerbare samenleving, waarin we burgers leren zich digitaal te wapenen tegen hackers, criminelen en actoren, die met desinformatie en polarisatie onze democratie proberen te ondermijnen. We moeten scherpe financiële keuzes maken. We moeten niet mensen zoals ik een dubbeltje minder laten betalen aan de pomp, maar de mensen helpen die dreigen kopje onder te gaan, nu en zo lang deze crisis voortduurt.

Voorzitter. Wij komen hier elke dinsdag bij elkaar juist omdat we het niet met elkaar eens zijn. Prachtig. Dat is de kern van onze representatieve democratie. Maar in de 25 jaar dat ik nu in de politiek mag dienen, ben ik er altijd van overtuigd geweest dat er meer is dat ons verbindt dan ons verdeelt. Deze tijden verdragen geen verdeeldheid. Dat zeg ik hier tegen u, mijn collega's, en ik roep het kabinet ertoe op om met een luisterend oor en een uitgestoken hand te regeren, om samen te werken met de positieve krachten, met iedereen die dit land vooruit wil helpen. Je kunt je gedwongen voelen om samen te werken omdat je als coalitie geen meerderheid hebt, maar ik nodig het kabinet juist uit om van harte voor die samenwerking met anderen te kiezen, omdat de samenleving en wij allemaal daar uiteindelijk beter van worden.

Mevrouw Perin-Gopie i (Volt):

Ik ga nog even terug naar een eerder stukje in de inbreng van collega Van Meenen, namelijk over dat digitale weerbaarheid zo belangrijk is in de hele digitalisering. Op inhoud verschillen we helemaal niet zo veel van elkaar, maar we verschillen wel als het gaat om het handelingsperspectief. Er wordt gebruikgemaakt van platform X, dat gebruikt wordt door mensen met kwade bedoelingen, door mensen die desinformatie willen verspreiden. Is collega Van Meenen het dan ook niet met mij eens dat de regering niet via een platform als X zou moeten communiceren?

De heer Van Meenen (D66):

Dat is altijd een enorm dilemma, vind ik. Ik geloof ... Dit is echt mijn persoonlijke opvatting; ik heb er niet zo'n sterke politieke opvatting over. Ik zit zelf ook nog steeds op X. Daar word ik soms ook helemaal moedeloos van en ik vind het soms verschrikkelijk. Tegelijkertijd wil ik ook tegen kunnen spreken. Ik wil in gesprek blijven met de mensen die daar zijn. Ik vind het ingewikkeld. Ik begrijp mensen die een heel andere keuze maken ook, laat ik het zo zeggen. Laten we die discussie vooral heel goed met elkaar voeren.

Mevrouw Perin-Gopie (Volt):

Het ingewikkelde is dat juist een platform als X volop wordt gebruikt om desinformatie te verspreiden. Als we ons willen inzetten voor een veiligere digitale omgeving, wat direct impact heeft op de realiteit van mensen, zou het dan niet verstandig zijn als de regering het goede voorbeeld geeft door niet te communiceren via dat soort platforms, die overigens een zeer beperkt bereik hebben? Er zijn immers ook platforms met een breed bereik in de samenleving waar desinformatie wel wordt tegengesproken en überhaupt niet verspreid mag worden.

De heer Van Meenen (D66):

Mevrouw Perin-Gopie zegt het zelf al: waar desinformatie wel wordt tegengesproken. Ik hoop dat er nog steeds mensen zijn die ook op X tegenspreken, want als daar geen tegenspraak meer is, weet ik niet wat dan de toekomst daarvan is. Als je echt bronnen van desinformatie wilt tegengaan, dan moet je ze gewoon verbieden. Dan moet je niet zeggen: laten we er maar van af gaan en dan zien we verder wel hoe men daar tekeergaat. Ik weet het niet; ik vind het een dilemma. Ik houd er wel van om mensen tegen te blijven spreken waar ik dat gepast vind. Dat doe ik nu bij u ook een klein beetje.

De voorzitter:

Tot slot, mevrouw Perin.

Mevrouw Perin-Gopie (Volt):

Ik ben het helemaal met collega Van Meenen eens. Ik houd er ook van om mensen tegen te spreken, maar wel in een omgeving waar mensen met respect met elkaar spreken en zich ook houden aan de regels zoals we die nationaal en Europees hebben vastgelegd. Het is gewoon duidelijk dat X zich niet houdt aan Europese regelgeving en al helemaal niet aan Nederlandse regelgeving. Dan zou je in de ogen van Volt toch echt een grens moeten trekken en moeten zeggen: wij communiceren niet via media die zich niet houden aan regelgeving. Het gaat overigens ook om regelgeving die de regering zelf maakt.

De heer Van Meenen (D66):

Ja.

De voorzitter:

Tot slot, meneer Van Meenen.

De heer Van Meenen (D66):

U wijst er terecht op dat er veel te weinig ... Er zijn regels en we zijn inderdaad ongetwijfeld bezig met nog veel strengere regels om te voorkomen dat dit soort desinformatie plaatsvindt, er haat wordt gezaaid en er allerlei dingen gebeuren die in strijd zijn met onze grondrechten. Daar hebben we regels voor. Dan zou ik zeggen: laten we ook het lef hebben om te handhaven. Dat kan het einde van zo'n platform zijn. Maar weggaan is niet helemaal mijn stijl. Maar goed, ik begrijp ook wat u zegt.

De voorzitter:

De heer Schalk voor een interruptie.

De heer Van Meenen (D66):

Ik moet af en toe ook tot tien tellen voordat ik er weer op ga, ja.

Voorzitter. Ik had het over ...

De voorzitter:

Nee. De heer Schalk voor een interruptie. Maar wij praatten tegelijkertijd.

De heer Schalk i (SGP):

Ik ga even terug naar het laatste stukje van het betoog van de heer Van Meenen, waarin hij het had over een uitgestoken hand en de samenwerking die gezocht zou moeten worden binnen deze Kamer en ook met het kabinet. Dat vergt nogal een nieuwe houding, want er moet een behoorlijke stap gezet worden om een en ander te overbruggen. Tegenwoordig kun je langs alle kanten tot compromissen of afspraken komen met elkaar. Ik denk dat het ook heel belangrijk is dat we het heel eerlijk tegen elkaar zeggen wanneer het goed of niet goed gaat. Er zijn nog niet zo veel voorbeelden, maar onlangs gaf een minister eerst aan de UNRWA-subsidie niet meer te verstrekken en vervolgens wel. Is dat nu het schoolvoorbeeld van hoe het moet gaan werken of is de heer Van Meenen het met mij eens dat we dat toch op een hele andere manier horen aan te pakken?

De heer Van Meenen (D66):

Nou, laat ik even los van de intenties ... Niemand zal twijfelen aan de goede bedoelingen — nou ja, misschien ook wel, maar ik in ieder geval niet — van mijn collega Sjoerdsma, die ik al heel lang in de politiek ken. Laten we zeggen dat het niet helemaal is gelukt om het beeld goed over te krijgen. Dat hebben we allemaal kunnen zien. Het kan altijd beter, zou mijn conclusie zijn.

De heer Schalk (SGP):

Het kan dus wel.

De heer Van Meenen (D66):

Het kan wel, het kan altijd.

De heer Schalk (SGP):

Ja. Even hierop door. Dank voor het openhartige antwoord. Ik begrijp ook dat er enige nuance in zit. In de komende periode is er een scala aan onderwerpen. Een paar zijn echt van belang. Dat zijn onderwerpen waar iedereen op zit te wachten. In het regeerakkoord zie ik ook een heleboel dingen die wel belangrijk zijn voor mensen individueel, bijvoorbeeld op ethisch terrein, maar waarbij ik best wel vragen heb. Waar moet de regering zich nou op focussen? Moet ze eerst de grote dingen doen of moet het hele spul er maar tegelijkertijd doorheen?

De heer Van Meenen (D66):

U formuleert het heel omfloerst, maar ik denk dat ik wel begrijp wat u bedoelt. Als ik naar dit kabinet kijk, denk ik dat de grote dingen, die ik net genoemd heb en die het kabinet ook zelf genoemd heeft, voorrang hebben. We moeten nu laten zien dat de overheid echt levert op de problemen die mensen in dit land, maar ook internationaal, elke dag ervaren. Dan zijn er in ons politieke landschap nog heel veel andere onderwerpen die voor individuele mensen heel belangrijk kunnen zijn. Als ik denk aan hoe dit nu verder moet, ook in de verhouding tussen kabinet en Kamer, dan denk ik toch vooral terug aan de periode-Rutte II, waarin onze partijen samen, met de ChristenUnie, de constructieve oppositie hebben gevoerd. Daar ging het Lenteakkoord overigens al aan vooraf, waar ook GroenLinks bij betrokken was. Ik heb nooit meer vertrouwen in de politiek ervaren dan op die momenten, toen we dat soort dingen met elkaar vonden. De tegenstellingen zijn er natuurlijk tussen ons. Ik heb net gezegd dat dat de essentie is van onze politiek. Wij zitten daar elke keer naast elkaar. Elke keer denk ik: ik neem hem mee in die voorstem. Dat is toch niet altijd gelukt. Andersom denkt u dat ook. Maar we werken wel samen en we praten met elkaar met respect. We proberen elkaar altijd te vinden. Sterker nog, ik heb in die periode samen met collega Bisschop van de SGP nog een wet door deze Kamer gekregen. Wie kan zich dat voorstellen, een wet van D66 en SGP? Die ging over onderwijs. Toch kan het. Ik ben dus heel optimistisch. Dat zeg ik ook tegen de partijen die hier een sleutelrol hebben, de grootste rol, die de meeste zetels vertegenwoordigen. In mijn eigen ervaring was dat voor D66 een ontzettend goede tijd waarin we heel veel van onze idealen door onze samenwerking dichterbij konden brengen. Die samenwerking bestond vooral uit het steunen van de begroting. Dat kwam net al even aan de orde bij het debat met de heer Rosenmöller. Daar zat de kern. Maar we hebben elkaar op veel meer onderwerpen gevonden. Daarvan weet ik in ieder geval dat het kan werken als je het op die manier doet.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Van Meenen (D66):

Excuses, voorzitter. Dan begrijp ik best dat er ook onderwerpen zijn waarop wij fundamenteel van elkaar verschillen. Dat hebben we toen ook erkend. Of we die wel of niet aan de orde stellen, laat ik nu eerst maar aan het kabinet.

De voorzitter:

De heer Schalk nog tot slot.

De heer Schalk (SGP):

Dat moeten we zeker aan het kabinet laten. Dank voor dit antwoord. Het is dus ook wat de heer Van Meenen betreft glashelder dat we ons moeten focussen op de grote belangrijke thema's, waar ons land echt op zit te wachten, en dat we rekening houden met de gevoelens die er in allerlei fracties zijn en die er zeker bij de SGP zijn op ethische thema's. Als we ons daar namelijk verliezen, is de SGP de route kwijt om nog steeds die uitgestoken hand te aanvaarden. Dat wil ik gewoon goed genoemd hebben.

De heer Van Meenen (D66):

Ik kan mij voorstellen dat de inbreng vanuit de SGP in die onderhandelingen zo ver komt, maar laten we alsjeblieft met elkaar — dat zeg ik net zo goed tegen het kabinet en mezelf — voorkomen dat wij die grote problemen nu niet kunnen oplossen, omdat de kleine problemen of onderwerpen ons in de weg gaan staan. Dat mag echt niet gebeuren. Dat vraagt van alle kanten de bereidheid. Het kan ook niet zo zijn dat er onderwerpen zijn waarover niet meer gesproken mag worden in dit parlement. Dat is de heer Schalk met mij eens, denk ik. Ik zie hem knikken, zeg ik voor het verslag.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

De heer Van Meenen (D66):

Ik keek of ik misschien applaus zag, maar dat kwam nog niet helemaal uit de verf.

De voorzitter:

Ik heb gemerkt dat u het bijna eens bent. De heer Van Hattem.

De heer Van Hattem i (PVV):

We hebben een hele discussie gezien over al dan niet uitgestoken handen van dit minderheidskabinet, waarin D66 de leidende factor is. U mag zelf bepalen of het "leidende" of "lijdende" is. Maar het punt is: wat is die uitgestoken hand waard? We hebben de discussie over de UNRWA gezien. Daarin werden afspraken gemaakt met een paar partijen die meegaan met het kabinet. Vervolgens krijgen die de deksel op de neus en wordt de financiering voor UNRWA alsnog op tafel gelegd door D66-minister Sjoerdsma. Mijn vraag aan de heer Van Meenen is eigenlijk gewoon heel kort en heel simpel: als je je hand uitsteekt richting dit kabinet, hoeveel vingers moet je dan nog natellen?

De heer Van Meenen (D66):

Geen een. U moet ervan uit kunnen gaan … Vertrouwen — u weet het — komt te voet en gaat te paard. Ik begrijp het allemaal. Ik zou zeggen, ook tegen de heer Van Hattem: geef dit kabinet een kans, reken het niet af op iets wat nu in ieder geval in uw waarneming niet goed is gegaan. There are bigger fish to fry, zou ik haast zeggen als dat mag. Ik wil het ook vertalen in het Nederlands. We hebben hele grote problemen waar ook de PVV veel aandacht voor vraagt. Dus laten we die alsjeblieft met elkaar oplossen en niet hier voortdurend, zeker niet in de Eerste Kamer, bewindspersonen gaan recenseren. Dat gebeurt aan de overkant al meer dan genoeg. Laten we kijken naar wat er uiteindelijk goed is voor dit land. Daar roep ik ook de heer Van Hattem toe op.

De heer Van Hattem (PVV):

Er zijn grote problemen genoeg, maar die grote problemen worden niet opgelost wanneer de ministers van D66-huize allerlei politieke spelletjes gaan spelen, zoals we nu hebben gezien. Dat is een veel groter probleem. Is de heer Van Meenen het dan niet met mij eens dat als je die problemen wilt oplossen, dit kabinet hier een hele slechte beurt maakt?

De heer Van Meenen (D66):

Nogmaals, ik ga het optreden niet recenseren. Het is te ver bij mij vandaan. Ik kan dat niet recenseren. Ik lees er wel recensies over en dan denk ik: we moeten heel goed laten zien, en het kabinet ook, dat we onze afspraken nakomen. En één ding uit dit voorbeeld: ik denk dat het niet heel goed gaat werken als we de meerderheid, even in de versimpeling rechts en links, in de Tweede Kamer eerst over rechts zoeken en daarna hier over links. Dat is ook een antwoord op de vraag. Als je grotere akkoorden sluit, dan moeten ze houdbaar zijn in de Tweede Kamer om te beginnen, maar moet je ook een heel goed oog hebben voor of dat hier ook houdbaar is. Daar is dit wel een voorbeeld van. Hopelijk komen we daar nog op een goede manier met elkaar over te spreken, want ook daar ligt een verantwoordelijkheid. Dat is voor mij in elk geval wel een les uit deze gebeurtenis.

De heer Van Rooijen i (50PLUS):

Collega Van Meenen sprak over grote problemen. Mag ik hem klip-en-klaar een antwoord vragen op de vraag of hij bereid is om in het debat volgende week, het asieldebat, met een open mind met ons te discussiëren, te praten, over het asielvraagstuk op basis van de wetgeving die hier voorligt, of neemt men blindelings de tegenstem van de Tweede Kamer hier gewoon over? Dan staat u er volgende week voor spek en bonen bij.

De heer Van Meenen (D66):

Mijn fractie bestaat uit zeer weldenkende mensen die nooit blindelings iets overnemen en al helemaal niet uit de Tweede Kamer. Daarom is het zo goed dat er een Eerste Kamer is, zeg ik dan toch nog maar even. Ik kan het weten, en u trouwens ook. Het is goed dat er altijd nog heel even gekeken wordt naar de worst die daar gemaakt wordt. Dus dat doen wij altijd. Wij laten ons nooit blind leiden door wat onze fractie gedaan heeft, onze Tweede Kamerfractie, of we nou in de oppositie of in de coalitie zitten. Dat doen we niet. Dus wij blijven daar zelfstandig naar kijken. Wel is het zo — dat zal volgende week ongetwijfeld duidelijk worden en dat weet u allang — dat er grote bezwaren zijn tegen deze wetten. Dat zal allemaal volgende week in het debat aan de orde komen.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Laat ik de vraag dan nog duidelijker stellen. Wat vindt u ervan dat bij de besprekingen over het regeerakkoord is afgesproken dat het D66 is toegestaan om in de Eerste Kamer tegen de asielwet te stemmen? Dat is algemeen bekend. Of zegt u: nee, dat is niet zo.

De heer Van Meenen (D66):

Ik weet het niet.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

O, u weet het niet.

De heer Van Meenen (D66):

Ik ben er niet bij geweest.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Nou, ik wel.

De heer Van Meenen (D66):

O, u weet het wel.

De voorzitter:

Via de voorzitter graag, meneer Van Meenen.

De heer Van Meenen (D66):

Pardon, pardon.

De voorzitter:

Een vraag van de heer Van Rooijen en dan bent u.

De heer Van Meenen (D66):

Ik weet wel dat niemand mij toestemming hoeft te geven om ergens voor of tegen te stemmen. Dat staat als een huis. Onze opvatting was bekend en ik wijs op wat in het coalitieakkoord staat. Er wordt vaak even simpel gezegd: de coalitie heeft afgesproken om voor deze wetten te stemmen. Nee, er staat: de coalitie heeft beloofd deze wet uit te voeren als die door de Eerste Kamer komt. Dat is wat er letterlijk staat. En als de wet wordt aangenomen, zal mijn fractie het kabinet daaraan houden. Het zou namelijk erg gek zijn als het kabinet zo zeggen: o, de wet is aangenomen, laten we 'm maar niet uitvoeren want die bevalt ons niet. Dat is heel goed. Maar de vraag of de wet wordt aangenomen, staat gewoon nog open en zal in de komende weken beantwoord worden.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

U beantwoordt mijn …

De voorzitter:

Meneer Van Rooijen, ook u via de voorzitter. Tot slot.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Excuus, voorzitter. Ik ben wat laat geland vanochtend vanuit Indonesië, maar ik probeer bij de les te blijven, zoals u ziet. Mijn vraag was: vindt u het niet vreemd dat bij de onderhandelingen over het regeerakkoord is afgesproken dat D66 in deze Kamer tegen mag stemmen en dus het CDA en de VVD de appels laat plukken?

De voorzitter:

Tot slot, meneer Van Meenen.

De heer Van Meenen (D66):

Ik denk dat ik er genoeg over gezegd heb. Ik vind het vreemd dat dat blijkbaar rondzingt. De D66-fractie heeft van niemand toestemming nodig om ergens voor of tegen te stemmen.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

De heer Van Meenen (D66):

O ja. Die samenwerking — u weet nog wel, die samenwerking waar ik het over had — moet in de eerste plaats in de Tweede Kamer plaatsvinden. Ik weet als geen ander — nou, er zijn nog een paar anderen die het ook goed weten — hoe moeilijk dat is aan de overkant, maar ook dat dat kan. Ik noemde het al. Bij de economische crisis, de bankencrisis, het lenteakkoord, corona en de Russische inval in Oekraïne hebben — ik neem het over van mevrouw Klip — niet-coalitiepartijen en coalitiepartijen elkaar de hand gereikt. Dat zijn ook de momenten — ik zei het al eerder — waarop de mensen in dit land veruit het meeste vertrouwen in de politiek hebben. De politiek kan wel wat. We kunnen elkaar vinden.

De zaken moeten in de Tweede Kamer gedaan worden, maar er moet met een schuin oog naar de verhoudingen in de Eerst Kamer gekeken worden. Wij toetsen de kwaliteit van wetgeving. Het kabinet kan ons daarbij helpen door met goede wetten te komen en de Tweede Kamer door alleen amendementen aan te nemen die de wetten beter maken, zeg ik tegen mijn oud-collega's aan de overkant. Goede wetten waarborgen ieders rechten en plichten, zijn doenbaar voor burgers en bedrijven en uitvoerbaar voor medeoverheden en uitvoeringsorganisaties en werken voor huidige en toekomstige generaties. Juist nu, nu het voelt alsof we in een storm zitten die de geschiedenis doet kantelen en de wereldorde doet verschuiven, moeten we oog houden voor de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen. Staatssecretaris Aerdts heeft als Eerste Kamerlid een motie aangenomen gekregen — met anderen, ze zijn al genoemd — om bij elke miljoenennota een generatietoets te doen. Ik sluit me aan bij de vragen van collega Rosenmöller over wat het kabinet voor mogelijkheden ziet om dit ook bij andere wetten te doen.

Voorzitter. Als voormalig schoolmeester met 25 jaar ervaring in de politiek kan ik het natuurlijk niet laten om een paar lessen te suggereren aan dit kabinet. Ik ben heel voorzichtig. De ervaring leert dat we elkaar veel sneller vinden op gezamenlijke doelen en dan vervolgens het debat moeten voeren over de middelen. We hebben net in het interruptiedebatje tussen de heer Rosenmöller en mij de AOW als voorbeeld daarvan gezien. Laten we ons vooral niet vastzetten op de gedachte dat er maar één weg naar Rome is. Ik noem een voorbeeld. Iedereen in deze Kamer is het erover eens dat vergrijzing veel goeds brengt — ik lees het toch maar even voor — zoals wijsheid en oppasopa's en -oma's, maar ook kwetsbaarheden: de druk op steeds minder werkenden om voor steeds meer ouderen te betalen en de druk op steeds minder zorgmedewerkers om voor steeds meer ouderen te zorgen.

Mijn oproep aan het kabinet: werk meer dan in het verleden met scenario's. Luister goed naar de samenleving en de maatschappelijke organisaties en laat de Tweede Kamer in meerderheid beslissen. Dus stel het doel in zo breed mogelijke gezamenlijkheid vast, geef vervolgens wegen waarlangs dat doel bereikt zou kunnen worden en geef de Kamer daarin ruimte. Dat is ook hoe we het destijds in Leiden gedaan hebben. Dat werkt heel goed en geeft ook de Kamers weer de ruimte die de Kamers verdienen en nodig hebben om het goede debat te kunnen voeren.

Mijn oproep aan mijn collega's, hier en aan de overkant: neem gezamenlijk verantwoordelijkheid. In Leiden hebben we bijvoorbeeld met alle partijen afgesproken om nooit een motie of amendement zonder deugdelijke dekking in te dienen. Ja, het klinkt een beetje gek, maar dat gaat al vijftien jaar goed. Er is in die afgelopen vijftien jaar — het is al zestien jaar eigenlijk, sinds 2010; kunt u nagaan hoe vroeg ik met deze tekst begonnen ben — geen wethouder meer gevallen. Nou, dat voor een gemeente van 130.000 inwoners waar de cultuur was: een maand geen wethouder gevallen is een maand niet geleefd. En je kunt het ook zien. Kom vooral naar Leiden, een prachtige stad. En die is alleen maar veel mooier geworden doordat we als politiek weer bezig waren met de mensen en niet met onszelf. Alleen dan kom je toe aan je rol: kijken naar de kwaliteit van voorstellen. Zo neem je een wezenlijk argument weg om goede voorstellen terzijde te schuiven.

Zo werkt het ook met wetgeving. Zorg dat wetgeving onze rechtsstaat stut in plaats van afbreekt. Neem de tijd om amendementen te beoordelen. Vraag extra advies aan de Raad van State en voorkom dat wij wetgeving onnodig moeten wegstemmen. Dat is de enige weg om de doorbraken die dit kabinet en mijn fractie voor ogen staan, werkelijkheid te laten worden. Voor de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen, voor de toekomst van ons land. Als D66 zeg ik niet alleen "het kan wél", maar ook "het kan niet anders". Ik kijk uit naar de reactie van de minister-president.

De voorzitter:

Een interruptie van de heer Janssen van de SP.

De heer Janssen i (SP):

Ik heb toch even een korte verduidelijkende vraag aan de heer Van Meenen na zijn lofzang over Rutte II. Er zijn nogal wat onderwerpen waar die fantastische samenwerking achteraf toch minder fantastisch bleek. Ook bleek dat er voor een paar dingen "sorry" is gezegd. Vindt u bijvoorbeeld de afschaffing van de basisbeurs zo'n pareltje van samenwerking voor de partijen die u net heeft genoemd?

De heer Van Meenen (D66):

Nou, ik kan rustig de rest van deze dag besteden aan een debat over de basisbeurs. Het is eigenlijk heel erg vergelijkbaar met de discussie over de AOW. Ik zeg tegen jongere mensen ook wel: de AOW is de basisbeurs voor oudere mensen. Je kunt je serieus afvragen of je heel veel geld moet geven aan mensen die het niet nodig hebben. Dat is eigenlijk de kernvraag die we toen met elkaar beantwoord hebben. De vier partijen die toen dat akkoord gesloten hebben, hadden dat alle vier in hun verkiezingsprogramma staan. Het waren tijden waarin er fors bezuinigd moest worden op onderwijs. Dat hebben we op die manier weten om te draaien. Ik ken de rest van de geschiedenis. Ik ben er trots op dat het toen gelukt is. Ik ben helemaal niet trots op hoe het daarna gegaan is. Het is terechtgekomen in een moeras van desinformatie en verkeerde beelden, met uiteindelijk als resultaat — gelukkig, zeg ik — dat de investeringen van toen, dat miljard extra, behouden zijn gebleven en dat tegelijkertijd de basisbeurs weer terug is gekomen. Het is nooit een doel op zichzelf geweest om de basisbeurs af te schaffen.

De heer Janssen (SP):

Mijn vraag was redelijk kort, dus het lange antwoord lag niet aan mij. Ik wil toch even reageren op de uitspraak van de heer Van Meenen over "een basisbeurs voor ouderen". Het is een voorziening waar premie voor ingelegd is en waarvoor betaald is. Dus ik zou richting de heer Van Meenen willen zeggen: hou op met spreken van een basisbeurs als een soort gift of gunst aan ouderen die daar niet zelf premie voor betaald hebben. Ik wilde alleen even aangeven dat samenwerking achteraf soms kan leiden tot spijt, waarvoor ruiterlijk excuses zijn aangeboden, en dat te veel samenwerking, zonder daar heel hard over na te denken, soms ook tot ongelukken kan leiden.

De voorzitter:

Ik heb geen vraag gehoord. Ik wil naar meneer Koffeman gaan.

De heer Koffeman i (PvdD):

Ik heb wel een vraag. D66 heeft altijd een groot punt gemaakt van halvering van de veehouderij. Ik werd net door een fractielid van u aangesproken op het feit dat dat niet meer het actuele standpunt zou zijn van D66. Dat heeft mij benieuwd gemaakt. Ik heb het in uw bijdrage ook niet gehoord. Uw partijleider, hier aanwezig, althans uw partijleider in 2025 …

De heer Van Meenen (D66):

Dat is hij nog steeds, hoor.

De heer Koffeman (PvdD):

Die pleitte in 2025 nog voor halvering van de veehouderij, ook na de uitspraak van de rechter in Den Haag in de Greenpeacezaak met een dwangsom van 10 miljoen om de doelen in 2030 te halen. Ik ben heel erg benieuwd of D66 ook in de huidige coalitie nog steeds voor halvering van de veehouderij staat.

De heer Van Meenen (D66):

Wat ik net zei, dat we ons moeten richten op doelen in plaats van op middelen, zeg ik niet alleen in deze zaal. Dat zeg ik ook weleens in mijn eigen partij. Er zijn ook anderen die dat weleens zeggen. Een van die mensen is overigens de huidige minister van LNV. Die heeft destijds al gezegd: dit is eigenlijk niet de weg die we op moeten gaan, want ons doel is niet de halvering van de veestapel. Dat was het overigens destijds in het standpunt van Tjeerd de Groot ook al niet, maar dat sneeuwde totaal onder in wat er daarna allemaal gebeurde. Het doel was halvering van de stikstof. Net als ik nu bepleit om dat breder te bekijken, om te zeggen dat dat ons doel is, zeg ik: laten we met elkaar praten over het middel. En dan werd het middel er meteen even bij geleverd. Dan gaat het heel vaak fout in de politiek. Dat is hier ook gebeurd. Dus wij hebben ons standpunt ontwikkeld. Wij blijven nog steeds voor een forse reductie van stikstof. Dat zal ongetwijfeld betekenis krijgen voor boeren, maar ik zeg het ook "mijn" minister van Landbouw na — zo noem ik hem maar even — als ik zeg: ik zal altijd naast de boeren staan, als ze willen innoveren, als ze willen vernieuwen, als ze willen stoppen of als ze willen verhuizen. Op elk van die momenten zult u zien dat deze minister naast hen staat, ook als het gaat om het natuurbeleid.

De voorzitter:

De heer Koffeman nog.

De heer Koffeman (PvdD):

Dat is een heel lang antwoord op een korte vraag. Ik heb hier een bericht van de huidige minister-president uit januari 2025. Die zegt: als we echt zo snel mogelijk meer huizen willen bouwen en boeren echt willen helpen, dan is het onvermijdelijk dat de veestapel wordt gehalveerd. Deze coalitie zag de muur staan en reed er blind op af. De rekening is voor boeren, voor woningzoekenden en voor de natuur. Mijn vraag aan u is of we opnieuw op die blinde muur afgaan door te zeggen: nou ja, misschien kunnen we ook wel het voerspoor volgen of misschien kunnen we tovervloeren inzetten of luchtwassers. We kunnen allerlei middelen aanwenden om stikstofdoelen te halen, is wat ik u hoor zeggen. Maar wat betreft de halvering van de veehouderij, die niet alleen van Tjeerd de Groot was, maar ook van de huidige minister-president vorig jaar nog, vraag ik: is die doelstelling verlaten door D66 en wat is dan de aanleiding geweest om die te verlaten?

De voorzitter:

Een kort antwoord van de heer Van Meenen.

De heer Van Meenen (D66):

De doelstellingen zijn en waren een forse reductie van stikstof, naast boeren staan en de natuur verbeteren. Dat zijn de doelstellingen. Hoe het kabinet die gaat bereiken, zullen we zien. We kennen het standpunt van anderhalf jaar geleden van deze minister-president. Ik heb zomaar het gevoel — maar u kunt het hem straks zelf zeggen — dat dat niet meer helemaal aansluit bij wat er nu in het regeerakkoord staat. Ik ben niet de minister van LNV, dus vraag het te gelegener tijd ook aan hem. Ik zou de heer Koffeman ook in overweging willen geven dat je soms ook wel gewoon eens een keer je standpunt kunt veranderen. Dat is helemaal niet zo erg in de politiek. Daar wordt het soms ook gewoon beter van, met name als het gaat over wel vasthouden aan je doel, maar niet per se aan het middel. We hebben … Mag ik nog even, voorzitter?

De voorzitter:

Nou, eigenlijk niet.

De heer Van Meenen (D66):

Verkeerde vraag.

De voorzitter:

Deze discussie gaan we nog heel lang voeren. Ik wil meneer Koffeman nog even een kort slotwoord geven en dan wil ik naar de heer Van Hattem.

De heer Koffeman (PvdD):

Tot slot. Voor D66 is al heel lang het adagium: regeren is halveren. Ik wil de heer Van Meenen vragen of dat halveren ook van toepassing kan zijn op de veestapel, zoals beloofd in de verkiezingsbeloftes van D66.

De heer Van Meenen (D66):

Nee, hoor. Dan heeft u ons verkiezingsprogramma toch niet helemaal goed gelezen, geloof ik.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Van Hattem van de PVV. Daarna zullen wij schorsen voor de lunchpauze en zal er ook tijd zijn voor de petitie die zal worden aangeboden. Dat vindt buiten plaats. De heer Van Hattem van de PVV.