Dinsdag 23 juni 2026, commissie Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO)




Agenda

1.Vaststellen agenda


2.36.915 X

Wijziging begrotingsstaten Defensie 2026 (Voorjaarsnota)

Beslispunt

Hoe wenst de commissie het suppletoire begrotingswetsvoorstel samenhangend met de Voorjaarsnota 2026 te behandelen?

Toelichting

De commissie heeft de keuze uit de volgende behandelopties:

  • een datum bepalen voor het leveren van inbreng voor een verslag;
  • volstaan met een blanco verslag (geen vragen of opmerkingen, afdoen als hamerstuk of stemming);
  • volstaan met een verslag onder voorbehoud van plenaire behandeling.

Achtergrond

Op 18 juni jl. heeft de Tweede Kamer gestemd over de suppletoire begrotingswetsvoorstellen samenhangend met de Voorjaarsnota 2026. Omdat de Tweede Kamer altijd op één moment stemt over alle (suppletoire) begrotingsstaten, worden de aangenomen suppletoire begrotingen in één keer aangeboden aan deze Kamer. Voorgesteld wordt om deze wetsvoorstellen, waar mogelijk, vóór het zomerreces af te ronden. In dat kader wordt geadviseerd om de suppletoire begrotingen op 23 juni, of uiterlijk 30 juni, in de betreffende commissies voor procedure te agenderen.

Bij de behandeling van een suppletoire begroting staan alle reguliere instrumenten ter beschikking van de commissie.

Met het afronden van de behandeling van zoveel mogelijk suppletoire begrotingsvoorstellen voorafgaand aan het reces wordt de kans verkleind dat in het reces een beroep moet worden gedaan op artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016. Dit artikel biedt een grondslag voor het doen van uitgaven voor nieuw beleid dat geen uitstel kan velen, in de periode waarin (suppletoire) begrotingen nog niet door beide Kamers zijn goedgekeurd. In die situatie kan niet worden uitgesloten dat de Kamers tijdens het zomerreces op korte termijn (‘onverwijld’) een oordeel moeten geven over de vraag of zij zich voldoende geïnformeerd achten over de betreffende uitgaven.

NB. Op het moment van behandeling van de suppletoire begrotingen in de commissies zijn nog niet alle onderliggende begrotingen vastgesteld. De commissies kunnen desalniettemin de gebruikelijke procedure opstarten. Een suppletoire begroting waarvan de onderliggende begroting nog niet door de Eerste Kamer is aangenomen kan eveneens al in behandeling worden genomen, maar pas over worden gestemd als de onderliggende begroting is aangenomen.


Procedure

3.36.915 K

Wijziging begrotingsstaat Defensiematerieelbegrotingsfonds 2026 (Voorjaarsnota)

Beslispunt

Hoe wenst de commissie het suppletoire begrotingswetsvoorstel samenhangend met de Voorjaarsnota 2026 te behandelen?

Toelichting

De commissie heeft de keuze uit de volgende behandelopties:

  • een datum bepalen voor het leveren van inbreng voor een verslag;
  • volstaan met een blanco verslag (geen vragen of opmerkingen, afdoen als hamerstuk of stemming);
  • volstaan met een verslag onder voorbehoud van plenaire behandeling.

Achtergrond

Op 18 juni jl. heeft de Tweede Kamer gestemd over de suppletoire begrotingswetsvoorstellen samenhangend met de Voorjaarsnota 2026. Omdat de Tweede Kamer altijd op één moment stemt over alle (suppletoire) begrotingsstaten, worden de aangenomen suppletoire begrotingen in één keer aangeboden aan deze Kamer. Voorgesteld wordt om deze wetsvoorstellen, waar mogelijk, vóór het zomerreces af te ronden. In dat kader wordt geadviseerd om de suppletoire begrotingen op 23 juni, of uiterlijk 30 juni, in de betreffende commissies voor procedure te agenderen.

Bij de behandeling van een suppletoire begroting staan alle reguliere instrumenten ter beschikking van de commissie.

Met het afronden van de behandeling van zoveel mogelijk suppletoire begrotingsvoorstellen voorafgaand aan het reces wordt de kans verkleind dat in het reces een beroep moet worden gedaan op artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016. Dit artikel biedt een grondslag voor het doen van uitgaven voor nieuw beleid dat geen uitstel kan velen, in de periode waarin (suppletoire) begrotingen nog niet door beide Kamers zijn goedgekeurd. In die situatie kan niet worden uitgesloten dat de Kamers tijdens het zomerreces op korte termijn (‘onverwijld’) een oordeel moeten geven over de vraag of zij zich voldoende geïnformeerd achten over de betreffende uitgaven.

NB. Op het moment van behandeling van de suppletoire begrotingen in de commissies zijn nog niet alle onderliggende begrotingen vastgesteld. De commissies kunnen desalniettemin de gebruikelijke procedure opstarten. Een suppletoire begroting waarvan de onderliggende begroting nog niet door de Eerste Kamer is aangenomen kan eveneens al in behandeling worden genomen, maar pas over worden gestemd als de onderliggende begroting is aangenomen.


Procedure

4.36.915 XVII

Wijziging begrotingsstaat Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp 2026 (Voorjaarsnota)

Beslispunt

Hoe wenst de commissie het suppletoire begrotingswetsvoorstel samenhangend met de Voorjaarsnota 2026 te behandelen?

Toelichting

De commissie heeft de keuze uit de volgende behandelopties:

  • een datum bepalen voor het leveren van inbreng voor een verslag;
  • volstaan met een blanco verslag (geen vragen of opmerkingen, afdoen als hamerstuk of stemming);
  • volstaan met een verslag onder voorbehoud van plenaire behandeling.

Achtergrond

Op 18 juni jl. heeft de Tweede Kamer gestemd over de suppletoire begrotingswetsvoorstellen samenhangend met de Voorjaarsnota 2026. Omdat de Tweede Kamer altijd op één moment stemt over alle (suppletoire) begrotingsstaten, worden de aangenomen suppletoire begrotingen in één keer aangeboden aan deze Kamer. Voorgesteld wordt om deze wetsvoorstellen, waar mogelijk, vóór het zomerreces af te ronden. In dat kader wordt geadviseerd om de suppletoire begrotingen op 23 juni, of uiterlijk 30 juni, in de betreffende commissies voor procedure te agenderen.

Bij de behandeling van een suppletoire begroting staan alle reguliere instrumenten ter beschikking van de commissie.

Met het afronden van de behandeling van zoveel mogelijk suppletoire begrotingsvoorstellen voorafgaand aan het reces wordt de kans verkleind dat in het reces een beroep moet worden gedaan op artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016. Dit artikel biedt een grondslag voor het doen van uitgaven voor nieuw beleid dat geen uitstel kan velen, in de periode waarin (suppletoire) begrotingen nog niet door beide Kamers zijn goedgekeurd. In die situatie kan niet worden uitgesloten dat de Kamers tijdens het zomerreces op korte termijn (‘onverwijld’) een oordeel moeten geven over de vraag of zij zich voldoende geïnformeerd achten over de betreffende uitgaven.

NB. Op het moment van behandeling van de suppletoire begrotingen in de commissies zijn nog niet alle onderliggende begrotingen vastgesteld. De commissies kunnen desalniettemin de gebruikelijke procedure opstarten. Een suppletoire begroting waarvan de onderliggende begroting nog niet door de Eerste Kamer is aangenomen kan eveneens al in behandeling worden genomen, maar pas over worden gestemd als de onderliggende begroting is aangenomen.


Procedure

5.29.924, G

Brief van de minister van Defensie ter aanbieding van het Openbaar jaarverslag Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) 2025; Verslagen AIVD en MIVD

Beslispunt

Welke fracties wensen vandaag inbreng voor schriftelijk overleg te leveren?

Toelichting

Op 21 april 2026 stuurde de minister van Defensie het openbaar jaarverslag van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) over het jaar 2025 naar de Kamer (29924, G). De commissie besloot op 12 mei jl., op verzoek van de PvdD-fractie, het jaarverslag te agenderen voor een volgende commissievergadering. Het jaarverslag ligt vandaag ter bespreking voor.

De commissie besloot op 26 mei jl. om inbreng te leveren voor schriftelijk overleg na het werkbezoek aan de MIVD. Dit bezoek vond plaats op vrijdag 19 juni jl.


Inbreng voor schriftelijk overleg

6.E250014

Omnibusvoorstellen Defensie Gereedheid 2030

Beslispunt

Welke fracties wensen inbreng te leveren voor nader schriftelijk overleg met de Europese Commissie?

Toelichting

Op 17 juni 2025 heeft de Europese Commissie het voorstel voor het Defence Readiness Omnibus-pakket (een pakket met vereenvoudingsvoorstellen) gepubliceerd, dat volgt uit het Witboek voor Defensiegereedheid 2030 (zie E250014).

De commissie heeft op 1 oktober 2025 een brief met vragen gestuurd, de minister van Defensie heeft de brief op 12 november 2025 beantwoord (36741, H). Op 3 februari 2026 heeft de commissie een brief met nadere vragen aan de minister gestuurd. De minister heeft de nadere vragen beantwoord op 13 maart 2026 (36741, N). De beantwoording van de minister is door de commissie voor kennisgeving aangenomen.

Op 15 januari 2026 stuurde de Europese Commissie antwoord (36741, K) op de brief met inbreng van de Volt-fractie van 3 oktober 2025 (36741, E). Op 12 februari 2026 heeft de commissie een brief met nadere vragen aan de Europese Commissie gestuurd met inbreng van de Fractie-Van de Sanden (36741, L). De Europese Commissie heeft deze nadere vragen beantwoord op 3 juni 2026 (zie 36741, P). Op verzoek van de Fractie-Van de Sanden heeft de commissie op 9 juni jl. besloten inbreng voor nader schriftelijk overleg met de Europese Commissie te agenderen op 23 juni 2026.

Op 19 mei 2026 bereikten onderhandelaars van het Europees Parlement en de Raad een akkoord over verschillende aspecten van het Defence Readiness Omnibus-pakket.


Inbreng nader schriftelijk overleg met de Europese Commissie

7.36592, D

Verslag van een nader schriftelijk overleg met de staatssecretaris van Defensie over Definitief Nationaal Programma Ruimte voor Defensie; Defensienota 2024

Beslispunt

Zijn de nadere vragen afdoende beantwoord door de staatssecretaris van Defensie?

Toelichting

De minister van Defensie heeft op 19 december 2025 het Definitief Nationaal Programma Ruimte voor Defensie naar de Tweede Kamer gestuurd. Deze brief met bijlagen was ter informatie aan de agenda van 20 januari jl. toegevoegd. Op verzoek van het lid Nicolaï (PvdD), besloot de commissie de brief ter bespreking te agenderen op 3 februari 2026. Naar aanleiding van dit verzoek heeft de minister op 29 januari jl. een afschrift gestuurd naar de Eerste Kamer (36592, B).

De commissie besloot op 3 februari jl. inbreng te leveren voor schriftelijk overleg op 24 februari 2026. De brief met vragen van de fracties van D66, PvdD en Fractie-Visseren-Hamakers is op 4 maart jl. naar de minister van Defensie gestuurd. De staatssecretaris van Defensie heeft de vragen op 1 april jl. beantwoord. Het verslag van schriftelijk overleg (36592, C) is op 14 april jl. besproken, waarbij de commissie besloot inbreng voor nader schriftelijk overleg te leveren op 12 mei 2026. De vragen zijn, met inbreng van de fracties van D66 en Fractie-Visseren-Hamakers, verstuurd op 19 mei 2026. De beantwoording is op 18 juni 2026 verstuurd. Het verslag van nader schriftelijk overleg (36592, D) ligt vandaag ter bespreking voor.


Bespreking nader schriftelijk overleg

8.Terugkoppeling Armenië verkiezingswaarnemingsmissie

De leden Karimi (GL-PvdA), Dittrich (D66), Fiers (GL-PvdA) en Panman (BBB) hebben deelgenomen aan de verkiezingswaarnemingsmissie namens de OVSE PA en PACE naar Armenië van 4-8 juni 2026. Aan één van de leden wordt gevraagd om een terugkoppeling te geven van deze verkiezingswaarnemingsmissie.

Zie ook het nieuwsbericht op de website van de Eerste Kamer.


9.Terugkoppeling werkbezoek aan de MIVD

Leden van de commissie BDO hebben op vrijdag 19 juni 2026 deelgenomen aan een werkbezoek aan de MIVD. Hierbij waren ook leden van de commissie BIZA uitgenodigd. Thema's die aan bod kwamen waren onder meer de actuele dreigingen en de herziening van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

De volgende leden hebben deelgenomen: Petersen (commissievoorzitter/VVD), Fiers (GL-PvdA), Kroon (BBB), Vogels (VVD), Dittrich (D66), Nicolaï (PvdD), Van Bijsterveld (JA21) en Walenkamp (Fractie-Walenkamp). Aan één van de deelnemers wordt gevraagd een korte terugkoppeling te geven van dit werkbezoek.


10.Mededelingen en informatie

Verzoek F-35 herbeoordeling

Het lid Marquart Scholtz (BBB) heeft bij de vorige commissievergadering verzocht om naar aanleiding van het verslag van de Raad Buitenlandse Zaken Handel van 22 mei 2026, of de in het verslag genoemde herbeoordeling van de F-35, die medio mei 2026 is uitgevoerd, naar de Kamer kon worden gestuurd.

In beantwoording op eerdere vragen van de Tweede Kamer in 2025 over de herbeoordeling van de F35 van 13 november 2025, heeft de minister aangegeven dat de herbeoordeling van de uit- en doorvoer van F-35 onderdelen naar Israël gevoelige informatie bevat die schadelijk kan zijn voor bilaterale relaties van Nederland (zie bijgevoegde brief bij beantwoording vraag 2), en dus niet openbaar kunnen worden gemaakt. Na navraag bij het ministerie is gebleken dat hetzelfde geldt voor de herbeoordeling van mei 2026.

Internationale Veiligheidsstrategie 2026-2030

Per brief van 16 juni jl. heeft de minister van Buitenlandse Zaken de Internationale Veiligheidsstrategie 2026-2030 van het ministerie van Buitenlandse Zaken aangeboden. Deze is ter informatie toegevoegd.

Rapport 'Erken mijn belangen' door Veteranenombudsman en Kinderombudsman - over de kinderen van militairen en veteranen

Ter informatie treft u bijgevoegd het rapport 'Erken mijn belangen' van de Veteranenombudsman en Kinderombudsman over de kinderen van militairen en veteranen, dat op 15 juni jl. naar de Kamer is gestuurd.

Uitstelbrief nadere vragen inzake kabinetsreactie op het AIV-advies hybride dreigingen en maatschappelijke weerbaarheid

Op 17 juni 2026 stuurde de minister van defensie een uitstelbrief aangaande de beantwoording van nadere vragen inzake kabinetsreactie op het AIV-advies hybride dreigingen en maatschappelijke weerbaarheid, deze is ter informatie toegevoegd.

Termijnbrief

Op de termijnbrief van 12 juni is één wetsvoorstel opgenomen dat relevant is voor de commissie BDO. Het betreft het wetsvoorstel

Op de termijnbrief van 19 juni is één wetsvoorstel opgenomen dat relevant is voor de commissie BDO. Het betreft het wetsvoorstel

Planning commissieactiviteiten BDO

Datum

Activiteit

Locatie

Dinsdag 8 september, ca. 18:00-20:00 uur

Informele kennismaking op ministerie van Defensie

Ministerie van Defensie


11.Rondvraag