Verslag van de vergadering van 26 oktober 2026 (2026/2027 nr. 05)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 17.31 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Van Kesteren i (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ik moet ook wat snel praten en ik hoop ook op een minuutje extra.
Voorzitter. Het nieuwe stelsel van streekomroepen kan van grote waarde zijn. Met de nadruk op "kan"! Lokale journalistiek ademt de straat, de wijk, de buurt, het dorp, de streek, de vertrouwde omgeving. Een lokale omroep of een streekomroep maakt deel uit van de cultuur van een lokale samenleving.
Voorzitter. De intentie om de lokale journalistiek te verbeteren en te professionaliseren is in principe een goed streven. Maar de PVV heeft scepsis over het feit dat maar liefst 224 lokale omroepen worden opgewaardeerd dan wel worden weggesaneerd tot maximaal 80 streekomroepen, staatsomroepen. Mogelijke fusies van lokale omroepen verlopen in de regel moeizaam, omdat het ingewikkelde processen zijn. Vrijwilligers die zich jarenlang hebben ingezet, zien hun omroep opgaan in een grotere streekomroep. In feite wordt daarmee gesneden in de autonomie en de identiteit van een omroep.
Onder landelijke sturing van de VNG, de NLPO en het Commissariaat voor de Media wordt in feite een transitie uitgevoerd van lokale media richting streekmedia. De PVV heeft zorgen over die landelijke sturing van bovenaf, die ten koste kan gaan van de lokale regie, de lokale autonomie en de lokale identiteit. De PVV vraagt zich oprecht af of lokaal straks nog wel lokaal is. Deelt de minister die zorg van de PVV en, zo nee, zou de minister dan willen toezeggen dat zij het belang van de lokale regie, autonomie en identiteit van de straat, de buurt, de wijk, het dorp, de woon- en leefomgeving en/of de streek echt expliciet bij de VNG, de NLPO, het Commissariaat voor de Media en de streekomroepen onder de aandacht zal brengen? En zo ja, kan de minister dan aangeven welke doelen zij daaraan gaat verbinden?
Voorzitter. De financiering verloopt straks via het Commissariaat voor de Media. Voor de PVV is dat ook een punt van zorg, want gaat het Commissariaat voor de Media straks net als bij de landelijke publieke omroepen ook voor de streekgebonden staatsomroepen bepalen wat wel en niet geoorloofd is? En gaan straks al die vrijwilligers, die zich nu nog onbevangen inzetten voor de lokale omroep, wellicht door de NLPO aangespoord en gestimuleerd, eenzijdig aandacht besteden aan politiek correcte thema's of zo u wilt politiek geoorloofde thema's?
Voorzitter. We moeten voorkomen dat vrijwilligers hun werkplek straks als een keurslijf, als minder relaxt of minder vrij en wellicht als dwingend zullen gaan ervaren. Kan de minister de zorg wegnemen dat net als bij de landelijke publieke omroep voornamelijk politiek correcte thema's leidend gaan worden bij de streekomroepen en, zo nee, waarom niet? Met belangstelling zien wij een reactie van de minister op deze beschouwing tegemoet.
Voorzitter. Over het feit dat de financiering straks wettelijk is vastgelegd, heeft de PVV scepsis. Het baart de PVV zorgen dat de voorgestelde bekostiging uitgaat van een verdeling van beschikbare middelen en niet gebaseerd is op de daadwerkelijke kosten van het professionaliseringsproces. Oneerbiedig gezegd: de streekomroepen krijgen wel de taken toebedeeld, maar niet de benodigde knaken. De geuite zorg van menig aanstaande streekomroep over de beperkte financiële middelen die uiteindelijk beschikbaar worden gesteld, is onzes inziens dan ook wel terecht. Ruimte voor eventuele aanvullende gemeentelijke financiële middelen is er wellicht in theorie, maar in werkelijkheid zal die ruimte er bij gemeenten nauwelijks zijn, omdat veel gemeenten al met extra taken en financieringstekorten te maken hebben.
Voorzitter. Onder aan de streep zullen door dit kabinet ook geen extra middelen worden vrijgemaakt, zo is de verwachting. Op papier lijkt het allemaal te kloppen, maar de praktijk is helaas weerbarstig. De bekostigingssystematiek wordt overgeheveld van het gemeentefonds naar de landelijke mediabegroting. De verwachting is dat menig streekomroep mogelijk over onvoldoende middelen zal beschikken om adequaat uitvoering te kunnen geven aan het professionaliseringsproces. De vrees is dat lokale omroepen dan wel streekomroepen die het moeilijk hebben vanwege een tekort aan financiële middelen, gaan kiezen voor de betaalbare kosten van internet first. Die keuze kost namelijk de minste fte's. Er zijn nu al omroepen, met name in de dunbevolkte buitengebieden, die plannen hebben om radio en/of tv maar op te geven, omdat hiervoor de financiële middelen ontbreken en het maken van radio en tv nauwelijks uit extra donaties, sponsoring of gemeentelijke subsidies kan worden gedekt. Kan de minister aangeven waarom het budget dat vanuit het Rijk voor de streekomroepen beschikbaar is, voldoende is om het professionaliseringsproces uit te voeren? Of concreter: kan de minister aangeven of alle fte's die nodig zijn voor de professionele governance en journalistieke slagkracht, uit het beschikbare budget kunnen worden gefinancierd? Het baart ons met name zorgen dat er te veel geld gaat naar de professionele governance.
In de Tweede Kamer werd met algemene stemmen een motie aangenomen die expliciet vraagt om de verankering van lokale omroepen in de gemeenschap, de ruimte voor lokale redacties en de betrokkenheid van vrijwilligers al tijdens de eerste concessieperiode te evalueren. Zou de minister willen toezeggen om daar ook de gevolgen van het ontbreken van voldoende financiële middelen voor de lokale omroepen en met name de journalistieke slagkracht bij te betrekken?
Voorzitter. De NLPO is een goedbetaalde bestuurslaag van professionals, geweldig voor de uitbreiding van de zogenaamde lucratievebaantjescarrousel in dienst van de bekende zelfbenoemde bestuurderspartijen. De lokale omroepen dan wel streekomroepen worden geprofessionaliseerd. Dat wil zeggen: zij zullen straks ook professioneel moeten worden geleid. Ook de professionalisering van de journalistieke taken is echter een belangrijke voorwaarde die straks zal worden getoetst. Professionele governance bij de streekomroepen kost fte's. Het professioneel leiden van streekomroepen kan ten koste gaan van de journalistieke fte's, waardoor de streekomroepen toch weer overwegend op vrijwilligers aangewezen zullen zijn. De PVV vraagt de minister of het uitgangspunt is om uiteindelijk vrijwilligers in te zetten in plaats van betaalde professionele krachten. Wordt er alvast geanticipeerd op een mogelijk tekort aan journalistieke fte's door met name vrijwilligers te trainen en te scholen, dit als oplossing voor mogelijke financiële tekorten? De PVV vreest dat het professionaliseringsproces een zwaardere belasting voor de vrijwilligers zal inhouden. Uit training en opleiden van vrijwilligers vloeien doorgaans stringent vastgelegde verplichtingen voort, die in de regel een depreciërend effect hebben op alle vormen van vrijwilligerswerk.
Steeds meer lokale omroepen maken zich zorgen over de plannen. Die zorgen zijn onzes inziens terecht. Volgens veel lokale omroepen gaat de sanering van 224 omroepen naar 80 streekomroepen te snel. Veel omroepen zeggen dat ze daar nu nog niet klaar voor zijn. Ik citeer een voorzitter van een lokale omroep: "De NLPO vaart zijn eigen koers en pretendeert namens de lokale omroepen te spreken, maar ons is nooit gevraagd of we dit wel willen, zeker niet al op zo'n korte termijn." Kan de minister reflecteren op de zorgen die vanuit veel lokale omroepen worden geuit? Kan de minister deze zorgen tijdens dit debat nog wegnemen, het liefst niet alleen met bemoedigende woorden, maar wellicht ook met concrete toezeggingen?
Voorzitter. We vonden allemaal dat de gemeentelijke herindeling tot minder overhead zou gaan leiden, maar de overhead nam uiteindelijk toe. De zorg is dat het met deze schaalvergroting dezelfde kant opgaat. De NLPO stelt iedere vijf jaar een concessiebeleidsplan op dat de kaders vormt voor de gehele lokale publieke omroep. Daarnaast geeft de NLPO formeel advies over de aanwijzing. Met deze wet krijgt de NLPO een invloedrijke machtspositie, wat ons inziens helaas ten koste zal gaan van de lokale regie, de lokale saamhorigheid, het lokale identiteitsgevoel en de lokale autonomie.
Voorzitter. Ondanks alle scepsis kan de PVV zich voorstellen dat lokale omroepen niet onwelwillend staan tegenover deze wetswijziging. De intenties zijn immers goed. De rechten van de overgebleven lokale omroepen en de medewerkers worden beter beschermd en de omroepen worden professioneler in de uitvoering van hun taken. Zo wordt het opzetten van een correspondentienetwerk in de regio overwegend positief ontvangen, maar dat zal voor veel lokale dan wel streekgebonden omroepen inhouden dat zij in de uitvoering, de condities en het overwinnen van financiële hobbels een zware klus moeten zien te klaren. De PVV maakt zich dan ook zorgen over het feit dat er ook lokale omroepen om zullen vallen en noodgedwongen slechts als internetpagina door kunnen gaan. Met name voor omroepen die een dunbevolkt buitengebied met een kleine woongemeenschap bestrijken, wordt de voorgenomen professionaliseringsslag ons inziens zwaar en vrijwel onuitvoerbaar.
De PVV kan zich de scepsis uit het veld ook voorstellen wanneer te veel regio's met grotere gemeenschappen aan een streekomroep worden gekoppeld. Daarom is het een goede zaak om al tijdens de eerste concessieperiode te evalueren — er werd al aan gerefereerd — of de bediende regio's voldoende aan bod komen, of de financiering dekkend is, of de situatie voor de vrijwilligers nog wel werkbaar is, of er nog wel sprake is van worteling van de lokale omroepen in de gemeenschap en van fijnmazige journalistieke netwerken, dan wel of er nog ruimte is voor lokale redacties. Dan kunnen nog tijdens de eerste concessieperiode eventuele preventieve aanpassingen worden gedaan of kan er tijdig worden bijgestuurd.
Voorzitter, resumerend. De meeste lokale omroepen en streekomroepen zijn niet negatief over deze wetswijziging, maar hebben nog wel zorgen over de financiering die eronder ligt en over de uitvoerbaarheid. 224 lokale omroepen worden min of meer gesaneerd, tot maximaal 80 streekomroepen, staatsomroepen. Er wordt landelijk sturing gegeven bij deze transitie en dat kan effect hebben op de lokale regie, de lokale autonomie en de lokale identiteit.
De voorzitter:
Maakt u uw verhaal af. Dan geef ik daarna mevrouw Roovers de gelegenheid voor een interruptie.
De heer Van Kesteren (PVV):
Oké. De PVV vreest dan ook dat lokaal straks niet meer lokaal is. De voorgenomen schaalvergroting doet namelijk afbreuk aan de lokale identiteit en eigenheid. Daarom neigt de PVV ernaar om tegen dit wetsvoorstel te gaan stemmen, tenzij de minister onze fractie van het tegendeel kan overtuigen van hetgeen wij en heel veel andere fracties aan scepsis hebben gedeeld.
Tot zover in de eerste termijn.
Mevrouw Roovers i (PRO):
Ik zou collega Van Kesteren het volgende willen vragen. Als ik zijn betoog goed heb beluisterd, heeft hij allerlei zorgen over dit wetsvoorstel, onder andere over de financiering en over de lokale nieuwsvoorziening en de witte plekken daarin. Die zorg is een beetje vergelijkbaar, in ieder geval wat dit betreft, met de zorg die wij hebben geuit. Hij formuleert het zo dat hij zich met name zorgen maakt over de dunbevolkte gebieden. Mijn vraag is: waarom maakt u zich speciaal zorgen over de dunbevolkte gebieden?
De heer Van Kesteren (PVV):
De woordvoerder van D66 heeft ook al aandacht gevraagd voor kleinere gemeenschappen. Mijn zorg, onze zorg, is dat deze gemeenschappen, dus de straten, de buurten, de omgeving, uiteindelijk de rekening betalen en dat daar dan vanuit regionale, streekgebonden omroepen geen aandacht meer voor is. Dat is mijn zorg.
Mevrouw Roovers (PRO):
Ik denk dat collega Van Kesteren en ik de zorg delen dat het over een onevenredigheid gaat, maar naar onze inschatting was er dus een speciale regeling of een speciaal gewicht voor bewoners van dunbevolkte gebieden en een speciaal gewicht voor bewoners van dichtbevolkte gebieden. Precies de groep daartussenin, dus tussen de 1.000 en 1.500, werd een beetje over het hoofd gezien. Mijn vraag aan collega Van Kesteren zou dan ook de volgende zijn. Mocht het om wat voor reden dan ook zo zijn dat bepaalde gebieden in de nieuwe regeling er sterk op achteruitgaan ten opzichte van de huidige regeling, of ze nou dunbevolkt, middelmatig bevolkt of dichtbevolkt zijn, zou hij het dan een goed idee vinden om eens opnieuw te kijken naar die rekenregel of naar een reparatie, waardoor de situatie in ieder geval niet verslechtert ten opzichte van hoe die nu is?
De heer Van Kesteren (PVV):
Als ik naar mezelf kijk, denk ik dat het huidige aantal lokale omroepen en die initiatieven gekoesterd moeten worden. Ik heb heel veel scepsis over het feit dat het aantal van 224 lokale omroepen wordt teruggebracht, gesaneerd, naar 80 streekomroepen, waarbij ook de landelijke invloed groter wordt. Daar heb ik toch mijn bedenkingen bij.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Roovers.
Mevrouw Roovers (PRO):
Dat begrijp ik.
De heer Van Kesteren (PVV):
Dus reparaties … Tja, je moet er sowieso niet aan beginnen.
Mevrouw Roovers (PRO):
Dat kan ook, maar verondersteld dat deze wetswijziging plaatsvindt, is collega Van Kesteren dan van mening, samen met PRO, dat de beoogde wetswijziging die zou moeten leiden tot een verbetering, ten minste niet zou moeten leiden tot een verslechtering?
De heer Van Kesteren (PVV):
Dat ben ik met u eens, uiteraard.
Mevrouw Karaaslan-Kilic i (D66):
Ik heb een vraag aan senator Van Kesteren over staatsomroepen en over de duiding daarvan. Bij staatsomroepen heb ik een heel ander beeld en dat beeld heb ik in Nederland gelukkig tot nu toe niet gezien. Ik denk dan aan staatsomroepen waar soms het licht uitgaat of de uitzending wordt verbroken omdat er iets is. Kunt u duiden hoe u de ontwikkeling van 80 lokale omroepen duidt als "staatsomroep"? Ik snap dat niet zo heel goed.
De heer Van Kesteren (PVV):
Ik wil het u wel proberen uit te leggen, maar ik weet niet of dat bij u zal landen. Ik vind dat bij staatsomroepen de overheid heel veel bepaalt wat de inhoudelijke thema's betreft. Ik heb het over woke thema's en links-liberale thema's. De woordvoerder van Forum voor Democratie heeft daar ook al iets over gezegd. Daar kan ik het toch wel mee eens zijn. Als je buiten de lijntjes kleurt … Lokale omroepen doen dat af en toe wel, want ze zijn geneigd om zich af te zetten en dat wordt ook zo gezien. Ik vind het belangrijk dat kleine gemeenschappen, en sowieso gemeenschappen, gehoord worden en dat ze als ze afwijken van politieke correctheid toch in de gelegenheid worden gesteld om hun zegje te doen. Dat is niet altijd welgevallig. Als je buiten de lijntjes kleurt, merk je heel duidelijk dat er met het vingertje wordt gewezen en er allerlei stigma's op worden geplakt: nou, wat die mensen allemaal beweren is niet koosjer. Daar heb ik wel moeite mee, met die eenzijdigheid.
Mevrouw Karaaslan-Kilic (D66):
Dat snap ik. Een vervolgvraag daarover. Deze omroepen hebben een bestuur, misschien ook een raad van toezicht en er is een pbo. Hoe kijkt u naar hun functioneren? Hoe zit het met het vertrouwen in het functioneren van die organen bij senator Van Kesteren?
De heer Van Kesteren (PVV):
Daar heb ik ook wel scepsis over. De voorzitter van de VNG is mevrouw Dijksma, een politieke dame van de PvdA. Het Commissariaat voor de Media wordt ook geleid door een bestuursvoorzitter van de PvdA. De bestuursvoorzitter van de NLPO is mevrouw Van Delft, van GroenLinks. Dus het gaat allemaal een beetje die richting op. En dan zitten er ook nog een paar VVD'ers bij, maar het links-liberale narratief is goed vertegenwoordigd; laat ik het zo zeggen.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Karaaslan.
Mevrouw Karaaslan-Kilic (D66):
Ik ben benieuwd naar de reactie van de minister hierop, want ik steun senator Van Kesteren in meer diversiteit en pluriformiteit in alle verschillende lagen van onze samenleving en organisaties.
De heer Van Kesteren (PVV):
Het sprak mij van de woordvoerder van D66 aan dat zij de kleine gemeenschappen ook aan bod wil laten komen. Daar ben ik het dus helemaal mee eens.
De voorzitter:
Fijn dat u het eens bent met elkaar. Ik geef het woord graag aan de heer Steenkamp. Hij spreekt namens het CDA, maar ook namens de fractie van OPNL.