Plenair Marquart Scholtz bij voortzetting behandeling Staat van de rechtsstaat



Verslag van de vergadering van 27 oktober 2026 (2026/2027 nr. 06)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 14.01 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Marquart Scholtz i (BBB):

Voorzitter, dank. Welkom aan de minister en de staatssecretaris in deze Kamer bij het debat over de rechtsstaat. Vorige sprekers hebben het belang van dit onderwerp al benadrukt. Het gaat om niets meer of minder dan de rechtsstaat: een staat die het recht als hoogste gezag handhaaft, een staat waarin de macht van de overheid wordt beperkt door wetten, regels en gewoonten en waarin de burgers fundamentele vrijheden en grondrechten hebben. Zij, de burgers, dienen beschermd te worden tegen machtsmisbruik van de overheid, terwijl die overheid ook zorgdraagt voor hun veiligheid: niet alleen voor de externe, maar ook voor de interne veiligheid. Dat de interne veiligheid effectieve bescherming verdient, bleek maar al te duidelijk bij het zien van de beelden uit Frankrijk, waar op 17 oktober jongstleden in het hele land plunderaars en vernielzuchtigen 3.000 winkels en bedrijven leegstalen en zo'n duizend politiemensen en hulpverleners verwondden. En dat Frankrijk is heel dichtbij.

Het begrip "rechtsstaat" krijgt reeds vorm, zo'n 3.000 jaar geleden, in de spreuk van Salomo, de grote wijze koning van Israël. In Spreuken 14 vers 34 zegt hij: "Gerechtigheid verhoogt een volk, maar de zonde is een schandvlek voor de naties." Die spreuk wordt dikwijls geparafraseerd als: de fundering van iedere staat is de gerechtigheid. Ziedaar een van de wortels van de rechtsstaat! Ruwweg 1.500 jaar later schreef kerkvader Augustinus in zijn beroemde werk uit 426 na Christus De civitate Dei: "Zonder recht zijn koninkrijken niets anders dan grote roversbenden." Op de kop af 1.600 jaar later, op 17 juli van dit jaar, formuleerde Michael McGrath, EU-commissaris voor Democratie, Justitie, Rechtsstaat en Consumentenbescherming, de volgende definitie van "de rechtsstaat": "We bevestigen een fundamentele waarheid. De rechtsstaat vormt de basis van een eerlijk, democratisch en welvarend Europa. De rechtsstaat houdt machthebbers in het gareel, beschermt de grondrechten en biedt burgers en bedrijven de zekerheid die ze nodig hebben om te kunnen floreren."

Ook het verkiezingsprogramma van mijn partij, de BBB, hecht groot belang aan de rechtsstaat. BBB vindt dat Nederland stevig moet staan voor democratie en rechtsstaat, zegt het programma, hetgeen in hoofdstuk 12 nog nader wordt uitgewerkt onder het kopje "justitie en veiligheid", beginnend met de zinsnede: "Een veilige samenleving begint bij een overheid die de wetten beslist en rechtvaardig handhaaft en die pal staat voor de bescherming van onze burgers."

Daar staat een cruciaal begrip: handhaven. Het doet direct denken aan de wapenspreuk van Nederland, sinds 1813, en natuurlijk aan Willem van Oranje. In 1544 erfde de toen 11-jarige graaf Willem van Nassau de bezittingen van zijn achterneef René van Chalon, waaronder het prinsdom Oranje. Het geslacht Chalon voerde als wapenspreuk: je maintiendrai Chalon. Prins Willem van Oranje, zoals hij zich na die erfenis mocht noemen, nam dit devies over, maar verving "Chalon" door "Nassau". "Je maintiendrai Nassau." Dat wil zo veel zeggen als: ik zal mijn huis Nassau handhaven en ik zal opkomen voor de rechten van mijn geslacht. Herhaaldelijk gebruikte Van Oranje het devies in een ruimere betekenis. Zo schreef hij in een brief uit 1562: "Ik zal handhaven de deugd en de adeldom. Ik zal handhaven de hoogheid van mijn naam. Ik zal handhaven de eer, het geloof en de wet van God, van de Koning, van mijn vrienden en van mij." Het slot van de apologie van prins Willem van Oranje eindigde eveneens met deze spreuk. In latere jaren liet hij "Nassau" helemaal weg en werd de spreuk eenvoudig: Je maintiendrai.

Welnu, aan dit handhaven van wetten en recht, aan dit beslist en rechtvaardig handhaven, schort het nu in ons land. Dit heeft tot gevolg dat burgers twijfelen aan de rechtsstaat en aan het gezag van die staat, en dat ze zich grote zorgen maken over de bescherming van lijf en goed door de Staat. Gerechtigheid en rechtvaardigheid kennen naast handhaving van recht en wetten echter nog meer componenten, waarvan een van de belangrijkste is het verbod op het meten met twee maten door de overheid. In mijn visie schort het in een aantal gevallen ook hieraan. Ik zal dat hierna adstrueren.

Eerst ga ik kort in op de toestand van de rechtsstaat als gewogen door het Verslag over de rechtsstaat 2026 van de EC in het landenhoofdstuk Nederland. Dit zou tot voorzichtig optimisme kunnen stemmen. Zo is een van de conclusies dat zowel bij het brede publiek als bij ondernemingen het vertrouwen in de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht in Nederland nog steeds zeer hoog is. Ook wordt, naar mijn idee met enige tevredenheid, geconstateerd dat een voorstel tot opheffing van de bevoegdheid van de minister van Justitie en Veiligheid om het OM in individuele zaken instructies te geven, ter behandeling voorligt bij de Eerste Kamer. Maar daar zullen we het op 1 december nog weleens grondig over hebben.

Over het geheel genomen concludeert het verslag dat de efficiëntie van het justitiële stelsel nog altijd hoog is. Ook op andere vlakken signaleert het verslag geen prangende problemen. Er is dus haast geen vuiltje aan de lucht. De rechtsstaat staat er gezond bij, zou men kunnen denken. Niets is echter minder waar. De rechtsstaat staat onder grote druk. Er is namelijk een sluipend gif in onze maatschappij werkzaam dat de rechtsstaat ondermijnt. Ook door collega Doornhof is het al genoemd: het antisemitisme en de Jodenhaat, dikwijls omfloerst "antizionisme" genoemd, dat in wijde kring salonfähig is geworden. Niet alleen alles wat Israëlisch is wordt bestreden, maar zelfs individuele Joodse medeburgers worden gediscrimineerd, vaak feitelijk en gevoelsmatig bedreigd en in het sociale verkeer geïsoleerd. Dat mag niet voorkomen in een rechtsstaat.

Zo wordt van de medeburgers geëist dat ze afstand nemen van de Israëlische acties tegen terreurorganisatie Hamas in Gaza, anders mogen ze bijvoorbeeld niet meedoen aan een taalcursus, wordt een Joodse schaker uitgesloten van een schaaktoernooi, worden Joodse organisaties in Nederland vrijwel geheel uitgesloten van het huren van een zaalruimte, moeten Joodse eigendommen zoals scholen — ik heb het over scholen! — en synagogen worden bewaakt en van hekken worden voorzien en moeten Joodse kinderen onder bewaking naar school worden gebracht.

Zo besloot de AVRO — dat is de omroep die met voorzitter Willem Vogt tijdens de bezetting al heel snel eigener beweging alle Joodse medewerkers ontsloeg, waaronder de bekende sportverslaggever Han Hollander — het Songfestival niet uit te zenden omdat Israël deelneemt. Toen de NPO dat wilde overnemen, schreven 400 medewerkers daartegen een protestbrief, want Israël moet nou eenmaal geboycot worden. En ziedaar: juist vandaag werd bekend dat de NPO gezwicht is. Nederland zal namelijk niet deelnemen en zal geen deelnemer afvaardigen.

Zo besluit het kabinet ook op stel en sprong, zonder zich het advies van de Raad van State aan te trekken, bijvoorbeeld over internetconsultaties, dadels en tahin van de Westoever te boycotten zonder tegemoetkoming voor voorraad- en verkoopschade, terwijl met communistisch China, dat een miljoen Oeigoeren in martelkampen heropvoedt, vrolijk zaken wordt gedaan. Over meten met twee maten gesproken. Werkelijk duidelijk werd deze boycot toen op de eerste dag na het van kracht worden van de maatregel op Schiphol alle passagiers van de eerste EL AL-vlucht uit Tel Aviv hun bagage moesten laten doorzoeken. Met deze bagagerazzia toonde het kabinet aan dat met de boycot niet te spotten viel: er wordt gehandhaafd tot op de laatste dadel. Zo vindt de jongerenbeweging van de grootste partij in deze Kamer blijkens haar conceptprogramma dat Israël geen bestaansrecht heeft. De Joden daar moeten kennelijk verdwijnen. De geschiedenis laat weinig te raden over hoe dat in het Midden-Oosten in zijn werk zou gaan.

Voorzitter. Antisemitisme moet door de overheid actief worden bestreden. Zo moeten gemaskerde aanhangers van de Hamasterreur, die nota bene op 7 oktober en nadien met haatzaaiende borden "Hup Hamas" en "We support Hamas" op de Dam en elders staan te brullen, worden aangepakt, opgepakt en vervolgd wegens aanzetten tot geweld en haatzaaien. Terreur met pro-Hamas motorcolonnes in Amsterdam moet worden aangepakt.

De wet omtrent strafbaarstelling van de verheerlijking van terrorisme moet zo snel mogelijk worden ingevoerd. In de tussentijd moet de Tweede Kamermotie-Lammers van 13 oktober 2026 worden uitgevoerd. Door politie en het OM moeten mensen die Joodse medeburgers discrimineren, uitsluiten en bedreigen met geweld, actief worden opgespoord en vervolgd. Die dreiging is zo hevig dat in Amsterdam Buitenveldert velen van hen de mezoeza's van hun deurposten hebben gehaald om maar niet te laten weten waar ze wonen — u weet wel, die kleine houdertjes op de deurposten met daarin teksten uit Deuteronomium. Deze hetze tegen Joodse medeburgers is een schande in een land dat zich "een rechtsstaat" noemt.

Maar er is meer dat de rechtsstaat aantast. Hoeders van de rechtsstaat staan in de kou. Politiemensen die in de frontlinie staan bij het bestrijden van misdaad en geweld, ondervinden regelmatig te weinig steun van hun leidinggevenden. Medewerkers van het COA zien dat hun meldingen over tegen hen gebruikt geweld niet worden gewaardeerd en zelfs tegen hen worden gebruikt, en wenden zich tot de Arbeidsinspectie. Penitentiair inrichtingswerkers staan onder grote druk door overbelasting en personeelstekort. Een van hen, de 61-jarige Marcel Blijd — hij is ook al genoemd door collega Doornhof, maar ik noem hem bij name, zoals ook Wiersum en Peter R. de Vries — was afdelingshoofd van PI Zaanstad en had 37 dienstjaren. Hij werd onlangs in Amsterdam-Noord, zittend op een vol terras, vermoord door een Somalische draaideurcrimineel die kennelijk wraak nam voor zijn tijd in PI Zaanstad.

Voorzitter. Veelzeggend is dan wel dat wijdverspreide verontwaardiging over die brute moord uitbleef, terwijl juist een piw'er altijd een hoeder van de rechtsstaat is. Mijn vraag aan de regering is wat zij wil doen om die hoeders, en dus ook die piw'ers, betere bescherming te geven. Wil zij bijvoorbeeld de piw'ers toevoegen aan de groep rechtshandhavers en hulpverleners waarbij voor tegen hen gepleegd geweld geen taakstraf mag worden opgelegd? De detentie-inrichtingen zitten boordevol. Er werden er 26 gesloten onder vier kabinetten-Rutte, waardoor veel veroordeelden eerder in vrijheid worden gesteld.

Dat tast het gezag van de rechterlijke vonnissen aan. Vele honderden veroordeelden lopen rond, omdat er geen plaats is voor executie van hun straf. Mijn vraag aan de regering is: wat wilt u hieraan doen? Overweegt u maatregelen op korte termijn om deze aantasting van de rechtsstaat te verhelpen en, zo ja, welke? Dan vermeld ik nog als illustratie van grote problemen in de rechtspleging dat 10.000 aangiften voor misdrijven op de plank zijn blijven liggen bij de politie. Een voorbeeldje daarvan: op 7 oktober zonden de deurwaarders in Nederland een brandbrief aan de minister van Justitie en Veiligheid over ernstige vertragingen bij de rechtbanken in civiele zaken.

Voorzitter. Het laat zich raden wat dit alles met het vertrouwen van de burgers in de overheid doet. Handhaving door de overheid is immers van cruciaal belang voor burgers en bedrijven om vertrouwen in de wetten en de overheid te behouden. Zo zei Honoré de Balzac al dat het volk de wetten niet beoordeelt zoals ze zijn, maar zoals ze gehandhaafd worden. In Nederland wordt thans te weinig gehandhaafd.

Niet alleen dat handhavingstekort is zorgwekkend. Het vertrouwen in de rechtsstaat is ook aan ernstige erosie onderhevig nu diezelfde overheid naar de mening van velen haar burgers ongelijk behandelt en onderwerpt aan slechte of zelfs niet of nauwelijks uit te leggen maatregelen en voorschriften. Daarbij valt het op dat er een onderscheid bestaat tussen hoe de overheid burgers in de grote steden tegemoettreedt en hoe de overheid burgers, bedrijven en boeren op het platteland tegemoettreedt. Als spreker namens een partij die zegt de stem van en voor het platteland te zijn, de BBB, wil ik een aantal voorbeelden noemen. Dit is geen rechtstheorie of geschiedenis. Dit is de bittere werkelijkheid.

Een. De agrarische sector wordt langzaam maar zeker verstikt door een zeer complexe en op modellen gebaseerde werkelijkheid. Een veehouder in Winterswijk kan niets. Zijn buurman die 100 meter over de grens woont, kan nieuwe stallen bouwen zonder enig bezwaar. In Duitsland is de stikstofgrens 4.000 keer hoger dan in Nederland. Die is niet 4, 40 of 400 keer hoger, maar 4.000 keer. Hoe kan dat? Wie begrijpt dat? Is dat rechtvaardig?

Twee. De Nederlandse visserij lijdt ook onder strenge milieu- en stikstofregels. Vissers kampen met strenge vergunningseisen en met de nasleep van het verbod op pulsvisserij. Dat verbod heeft geleid tot miljoenenverliezen en sanering — dat is een eufemisme voor decimering - van onze vissersvloot. Door de bouw van windturbines op zee en door beschermde natuurgebieden blijft er steeds minder ruimte over om te vissen.

Drie. Er is natuurlijk al heel veel gezegd over de PAS-melders, maar hoe rechtvaardig zouden de PAS-melders de Nederlandse rechtsstaat vinden, vraag ik aan de regering. De pluimveehouders in Noord-Brabant — het zijn er maar vijf, maar het zijn grote bedrijven — die aan alle vereisten voldoen, worden plotseling door de provincie bedreigd met de intrekking van hun vergunningen en daarmee met het verlies van inkomen en bestaanszekerheid.

Als klap op de vuurpijl wordt het platteland dan nog geteisterd door steeds meer wolven. Die onbedreigde woeste roofdieren vreten dagelijks tientallen schapen en ander kleinvee aan en bijten ze dood. Stelt u zich de stress voor van een schapenboer die 's ochtends weer tientallen dode schapen in zijn wei aantreft. Stelt u zich de stress voor van een veearts, zoals Jolande Sonneveld uit Westerbork, die dagelijks te maken krijgt met de gruwelijke gevolgen van de aanvallen van die wolven. Zouden vakantiegangers met kleine kinderen volgende zomer nog zorgeloos in een landelijk gebied op de camping gaan staan? Mijn vraag aan de regering is: hebben de bewoners van landelijke gebieden ook het recht om zich veilig te voelen? Wat wil de regering doen om de veiligheid van burgers en toeristen in onze bossen en in landelijk gebied te waarborgen?

Zelfs dan is het nog niet genoeg. Anders dan in de grote steden, worden op het platteland naar hartenlust enorme windturbines van vaak zo'n 200 meter hoogte, of zelfs nog hoger, neergepoot op veel te korte afstand van woningen. Volgens het recente kabinetsbesluit moet er een minimale afstand van tweemaal de tiphoogte zijn, terwijl dat in Vlaanderen drie keer en in Denemarken vier keer de tiphoogte is. De geluidsterreur van deze turbines drijft mensen tot wanhoop en ontneemt hen de slaap. Hoe rechtvaardig voelt de Nederlandse rechtsstaat voor omwonenden als die minimumafstand afwijkt van die in de landen om ons heen?

Mijn tijd loopt af, maar ik wil nog zeer kort het opheffen van enorm veel bushaltes op het platteland noemen. Er zijn 1.100 bushaltes opgeheven in zes jaar tijd, waarvan een groot deel in Groningen en Drenthe. Dan zijn er nog de rampzalige effecten in de hele Nederlandse grensstreek door het tank- en kooptoerisme in Duitsland en België, waardoor pomphouders en winkeliers in de grensstreek geruïneerd worden. Hebben zij niet evenveel recht om uit hun bedrijf hun levensonderhoud te verdienen als hun beroepsgenoten in het westen van het land?

Ten slotte zijn er aan de randen van het land twee grote azc's, een in Ter Apel en een in Budel. De constante en diep ingrijpende overlast daarvan voor directe omwonenden en naburige dorpelingen verpest hun bestaan, terwijl hun huizenprijzen ook nog eens 10% zijn gedaald. Ook hier wreekt zich weer het gebrek aan handhaving en voelen die mensen zich in de steek gelaten, omdat zij onevenredig hard getroffen worden. Hebben zij niet evenveel recht op veiligheid als andere burgers van ons land? Wat wil de regering concreet extra doen om die burgers eenzelfde veiligheid te bieden als de andere inwoners van Nederland?

Voorzitter, ik rond af. Er is door de regering veel herstelwerk te verrichten om de rechtsstaat weer stevig te funderen en om het vertrouwen van burgers en bedrijven in die rechtsstaat te herwinnen. Mijn fractie, de BBB, vraagt de regering kort en krachtig om zich maximaal in te spannen voor het herstel van die rechtsstaat en het vertrouwen van de burgers in die rechtsstaat, door met passende maatregelen te komen die tot dat herstel zullen leiden. Mijn fractie zal deze inspanningen kritisch volgen en waar zij kan, bijdragen aan het bereiken van dat doel.

Dank u, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Janssen van de fractie van de SP.