Verslag van de vergadering van 27 oktober 2026 (2026/2027 nr. 06)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 14.19 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Janssen i (SP):
Voorzitter. "Een bedreiging voor de democratie." "Demokratiegefährdend." Zo noemde de Duitse minister van Verkeer Schnieder in maart van dit jaar de toestand van de Duitse spoorweginfrastructuur. Nu lijkt dat op het eerste gezicht wellicht wat overtrokken. De minister van Justitie zal nu ook niet meteen opveren en gebruikmaken van zijn ministeriële aanwijzingsbevoegdheid richting het Openbaar Ministerie om de president-directeur van de NS te laten vervolgen voor ondermijning — "zo lang dat nog kan", zou ik erbij willen zeggen — maar de achterliggende gedachte van de Duitse minister sneed wel degelijk hout. Hij zei: "We kunnen niet toelaten dat mensen gaan denken dat de overheid niet in staat is om grip te krijgen op problemen als defecte bruggen en vertraagde treinen. Het is brandgevaarlijk als steeds meer mensen het gevoel krijgen dat de overheid niet functioneert."
En minister Schnieder heeft gelijk. Het gaat om de optelsom van op het oog misschien kleinere dingen die bij elkaar opgeteld groter worden dan de enkele som der delen. Het gaat om het gevoel dat onrecht niet wordt aangepakt. Het gaat om het gevoel van mensen dat tegenmacht wordt afgebroken en dat daarmee de onmacht wordt vergroot. Ik sprak hier al over bij de Algemene Politieke Beschouwingen. De tegenmacht van controle en toezicht wordt sluipenderwijs afgebroken. Dat is een ontwikkeling die onze maatschappij en onze burgers gaat schaden, ernstig gaat schaden.
Zo is het ministerie van Defensie bezig om zichzelf te ontwikkelen tot een staat binnen de Staat. Wetten en vergunningen moeten als het aan Defensie ligt opzijgezet kunnen worden en niet voor Defensie gelden. In een steeds digitalere wereld waarin AI steeds grotere risico's met zich meebrengt, wordt er vanaf 2029 door dit kabinet drastisch bezuinigd op de Autoriteit Persoonsgegevens. Het gaat om het breed afschaffen van dwangsommen voor een overheid die verzaakt. Dit is wat er gebeurt. Je verwaarloost als overheid de uitvoeringstaken dramatisch, alles loopt vast en dan roept de overheid "crisis en overmacht", en zorgt diezelfde overheid niet voor herstel, maar richt de verwijten op de burgers die als redmiddel tegen een verzakende overheid de rechter kunnen vragen om een dwangsom in te zetten. Het kabinet breekt het af en legt de schuld vervolgens bij de burger. Het kabinet wil de bevoegdheden van de inlichtingendiensten fors uitbreiden en tegelijk de controle daarop ernstig verzwakken en afbouwen. Het kabinet wil drastisch regels gaan schrappen. Dat zal onherroepelijk ook leiden tot aantasting van de rechtsbescherming van de burgers.
Heeft het kabinet de optelsom van al deze maatregelen wel gemaakt? Wat zullen al deze maatregelen in samenhang betekenen voor het rechtsgevoel van de burgers en het vertrouwen in de overheid? Ik vroeg dit de minister-president en die gaf eerlijk toe: nee, wij hebben geen aandacht gehad voor die optelsom. Daarom vandaag, en ik heb die destijds ook al aangekondigd, de vraag aan deze bewindspersonen: wordt het niet hoog tijd om deze optelsom wel te maken? Graag een reactie.
Voorzitter. Wanneer wij vandaag met elkaar spreken over de staat van de rechtsstaat — "onze rechtsstaat", zou ik liever zeggen — dan gaat het niet over de rechtsstaat als een abstract begrip. Het gaat om wat de mensen van het functioneren van de rechtsstaat meekrijgen. Wat de SP betreft wordt de staat van onze rechtsstaat beoordeeld op het al dan niet in de praktijk functioneren, niet op wat het op papier zou moeten zijn. Dan komt het eropaan hoe mensen de rechtsstaat ervaren. Onze rechtsstaat is een complex stelsel van macht en tegenmacht, maar voor veel mensen ook van onmacht. Veel mensen voelen niet dat de rechtsstaat er is om rechten te beschermen, om onrecht te straffen en om onmacht op te heffen. Dingen die vanzelfsprekend zouden moeten zijn, zijn dat allang niet meer. Je mag van de overheid verwachten dat rechtszekerheid en rechtsgelijkheid worden beschermd en waar nodig worden versterkt. Maar het omgekeerde gebeurt. Mensen zien dat hun uitgaven voor ziektekosten stijgen. Tegelijkertijd zien ze dat het Openbaar Ministerie aangeeft dat er voor tien miljard euro per jaar wordt gefraudeerd in de zorg. De terechte vraag is waarom dat dan niet wordt aangepakt. Het antwoord is: een gebrek aan capaciteit in de opsporing. Je zou verwachten dat de opsporing wordt versterkt, maar nee: er wordt stevig bezuinigd.
De Inspectie Leefomgeving en Transport, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, de Belastingdienst en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd hebben allemaal een eigen inlichtingen- en opsporingsdienst met de bevoegdheden van een bijzondere opsporingsdienst, gelijk aan die van de recherche. Ze functioneren onder het gezag van het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie. Ze zijn onmisbaar voor de bestrijding van milieucriminaliteit, de aanpak van zware en georganiseerde criminaliteit in de voedsel- en agroketen en de aanpak van fiscale criminaliteit. Bij de aangekondigde bezuinigingen is de politie door het kabinet uitgezonderd. Mijn vraag is: geldt die uitzondering ook voor deze bijzondere opsporingsdiensten, die gelijke diensten, gelijke taken en gelijke bevoegdheden hebben? Zo nee, waarom dan niet, is mijn vraag aan de bewindspersonen. Mensen begrijpen het niet als er wordt bezuinigd op opsporingsdiensten die criminaliteit moeten aanpakken. Ik krijg graag een uitleg van de bewindspersonen over hoe zij denken dat deze bezuinigingen kunnen bijdragen aan het aanpakken en terugdringen van criminaliteit.
Voorzitter. Generieke taakstellingen op de uitvoering zonder naar de inhoud te kijken, jezelf niet de vraag stellen of het wel kan maar vanuit financieel dogmatisme vasthouden aan bezuinigingen, ondanks dat daarmee de fundamenten van de rechtsstaat worden aangetast. Het herstel zal veel meer kosten. De Algemene Rekenkamer wijst erop dat zulke bezuinigingen gebeuren zonder een grondige taakanalyse vooraf. Die ontbreekt. Het effect is meer criminaliteit en meer druk op de opsporing en handhaving die beschikbaar is. De huidige staat waarin de fundamenten van onze rechtsstaat zich bevindt, is ons niet overkomen maar is het gevolg van politieke keuzes. De keuzes van dit kabinet om te bezuinigen op de uitvoering verzwakken onze rechtsstaat verder. Mijn vraag aan beide bewindspersonen is dan ook of zij dit beeld delen.
Voorzitter. Als je wilt weten hoe de rechtsstaat ervoor staat, dan moet je dat gewoon vragen aan de mensen zelf, aan de ervaringsdeskundigen. Hoe denken de bewindspersonen dat een slachtoffer van het toeslagenschandaal, een uit huis geplaatste jongere, vindt dat onze rechtsstaat ervoor staat? Hoe denken de bewindspersonen dat iemand die in Groningen wacht op herstel of iemand die bij het UWV te maken heeft met de afdeling handhaving vindt dat onze rechtsstaat ervoor staat? We hebben recent weer kunnen lezen dat er niets geleerd is en dat er nog steeds ongekend onrecht is. Hoe kunnen deze mensen nog tegenmacht geven aan de overheid met een sociale advocatuur die aan de rand van de afgrond staat? Welke maatregelen neemt het kabinet om de sociale advocatuur, het cement van het rechtsstaatgebouw, overeind te houden en te versterken?
Voorzitter. Ik heb mij rond het toeslagenschandaal lang afgevraagd waarom de maatschappelijke ophef niet veel en veel groter was en waarom het niet veel meer mensen geraakt heeft. Als je daar wat langer over nadenkt, dan komt er een mogelijk, maar wel heel cynisch, antwoord. Veel van die slachtoffers heten namelijk niet "Janssen", "Van Aelst", "Van Apeldoorn", "Van Weel" of "Van Bruggen". De slachtoffers hebben namen die klinken als "Karimi", "Karaaslan", "Ramsodit" of "Musa". Ik denk dat daarom heel veel mensen het gevoel hebben dat het niet over hen gaat en dat het hun niet kan raken of overkomen, maar dat is een groot misverstand. Het kan iedereen overkomen. Graag een reactie van de bewindspersonen.
Voorzitter. De grootste frustratie van veel mensen is niet alleen dat de overheid fouten maakt, maar ...
De voorzitter:
De heer Dittrich heeft eerst nog een interruptie.
De heer Janssen (SP):
Dan breek ik mijn zin even af.
De heer Dittrich i (D66):
Ik wil even terug naar een vorig punt, over de sociale advocatuur. Ik las in het regeerakkoord dat er extra geld wordt uitgetrokken en dat er extra maatregelen worden genomen om de sociale advocatuur weer tot volle wasdom te brengen. Mijn vraag aan de heer Janssen is: denkt hij dat dat voldoende is? Of denkt hij, als hij de plannen ziet van de Nederlandse orde van advocaten en van de Vereniging Sociale Advocatuur Nederland, dat er nog veel meer bij moet komen kijken als de sociale advocatuur zijn werk echt goed wil kunnen doen?
De heer Janssen (SP):
Ik denk dat het heel erg zal aankomen op de uitvoering. Er wordt al jarenlang een groot probleem gesignaleerd. Er zijn goede plannen, maar ik ben er wel wat huiverig over of die plannen tijdig rondkomen, want we zien op dit moment een behoorlijke kaalslag in de sociale advocatuur, ook leeftijdsgebonden. Dat geldt ook voor het stoppen van de aanwas van jongeren die de sociale advocatuur willen doen. Het zijn goede plannen. Of het genoeg is, zal in de praktijk moeten blijken. Ik denk dat er een dusdanig grote inhaalslag gemaakt moet worden dat dat nog weleens meer zou kunnen vergen, maar ik geef het graag de kans, laat ik het zo zeggen. Ik hoop dat het, liever vandaag dan morgen, ook effect gaat hebben in de praktijk.
De heer Dittrich (D66):
In reactie daarop wil ik het volgende zeggen. Als ik met jonge juristen praat, zie ik zelf dat men zegt: "We willen heel graag advocaat worden, maar dan wel op de Zuidas om veel geld te verdienen. Sociale advocatuur zien we niet zo zitten." Terwijl dat toch echt het cement is, als het ware, van de rechtstaat. Dus ik deel de zorgen van de heer Janssen. Samen met hem zou ik van de regering willen horen hoe zij daartegenover staat.
De heer Janssen (SP):
Dank voor deze interruptie. Hoe meer aandacht voor de sociale advocatuur, hoe beter, zou ik willen zeggen. Ik heb toch wel de indruk dat er, ook onder jongeren, een soort tijdgebonden ontwikkeling aan de gang is in het alleen maar denken in "groter", "meer" en "meer geld". Daardoor gaan ook jongeren zich meer interesseren voor andere waarden dan alleen maar "hoe kan ik zo veel mogelijk geld verdienen?" Ik vind dat een hoopvol teken.
Voorzitter. Ik begin weer even bij mijn eerste zin. De grote frustratie van veel mensen is niet alleen dat een overheid fouten maakt, maar vooral het gebrek van diezelfde overheid om fouten te herstellen. Daar faalt de overheid. Ik noemde zojuist al voorbeelden: te complex, de ICT kan het niet aan en te weinig mensen. Allemaal redenen waarom de overheid faalt in het herstellen van fouten. Maar die complexiteit, die haperende ICT en dat personeelstekort zijn geen natuurverschijnselen. Het zijn gevolgen van beleid, vaak slecht, dogmatisch beleid, dat geen oog heeft gehad voor de gevolgen voor burgers. Daarom moet het roer drastisch om. Graag een reactie van de bewindspersonen.
Voorzitter. De strafrechtketen is vastgelopen. In alle eerlijkheid moet ik zeggen dat sinds ik weer begonnen ben, mijn tijd stilstaat, waarvoor dank. Ik heb straks nog wat anekdotes, misschien.
De voorzitter:
Ik dacht dat ik op het knopje had gedrukt. Ik had op het verkeerde knopje gedrukt. Daar gaan we weer.
De heer Janssen (SP):
Ik zal ruim op tijd afronden, zonder daarbij beschuldigd te willen worden van compensatiegedrag.
Voorzitter, de strafrechtketen is vastgelopen. Ook daar geldt: het is te complex, er is een haperende ICT en er zijn personeelstekorten. Dat tast het rechtsgevoel van gewone burgers aan. Zij zien dat wat opgespoord en bestraft moet worden veelal ongemoeid blijft. Dat ondermijnt het rechtsgevoel van burgers. De rechtszekerheid erodeert en het vertrouwen in de rechtsstaat verdwijnt. Mensen worden onzeker. Wanneer burgers zich onzeker gaan voelen, is dat een veeg teken. De enige manier waarop dat gevoel weggenomen kan worden, is door als collectief te laten zien dat dit gevoel van onveiligheid en onzekerheid kan worden weerlegd. Maar dat gaat niet meer, omdat we steeds minder in staat zijn om op te treden op de manier die nodig is. De organisaties die het fundament vormen van onze rechtsstaat kraken in hun voegen. De rek is er allang uit. Het is allang geen kwestie meer om zaken allemaal iets minder te doen.
Het volgende moet me toch van het hart. Het permanent verhogen van strafmaten als maatregel om vermeend — dat zeg ik maar in mijn woorden — daadkrachtig op te treden, is een dooddoener. Dit gebeurt terwijl criminologisch onderzoek toch echt uitwijst dat het de pakkans is die een vele malen hoger effect heeft. Een hoge pakkans met lagere straffen is vele malen effectiever dan een lage pakkans met hogere straffen. Toch zien we ook dit kabinet weer inzetten op strafmaatverhogingen. Waarom wordt hier weer in volhard? Als de bewindspersonen nu eerlijk zeggen dat ze de mensen en middelen niet hebben om de pakkans te verhogen en dat ze doen wat mogelijk is door dan maar de strafmaat te verhogen, kan ik daar misschien nog enig begrip voor opbrengen. Maar om strafmaatverhogingen te verkopen als de beste optie, dat tast toch echt het rechtsgevoel aan.
Voorzitter. SP maakt een diepe buiging voor al die beschimpte en bedreigde agenten, officieren, advocaten, bestuurders, gevangenisbewaarders, medewerkers van tbs-klinieken en al die anderen die deze opofferingen doen voor onze rechtsstaat. Het is bijna onmenselijk om dit van hen te vragen, en toch doen ze het. Al onze inspanningen moeten erop gericht zijn dat hun opofferingen niet voor niets zijn. We moeten naar al deze mensen luisteren, echt luisteren, en daar ook naar handelen.
Voorzitter, ik ga afronden. Wij zullen niet in een keer de in jaren door beleid veroorzaakte betonrot in de rechtsstaat weg kunnen nemen. Daarvoor is te veel mensen te veel onrecht aangedaan in onze rechtsstaat. Er is vooral nog te weinig hersteld: toeslagen, Groningen, jeugdzorg; ik noemde ze al. Zij wachten nog steeds op herstel, terwijl het leed voortduurt. Het moet mogelijk zijn om onze rechtsstaat te herstellen en weer te versterken, door bereid te zijn te luisteren in plaats van alleen te zenden, en door de veenbrand van de optelsom van maatregelen die de rechtsstaat doen eroderen, te blussen.
Voorzitter, ik kijk uit naar de beantwoording door de bewindspersonen.
De heer Talsma i (ChristenUnie):
Dank aan collega Janssen voor een hele interessante bijdrage aan dit debat. Een van de kernwoorden daarbinnen is volgens mij "luisteren", luisteren naar burgers. Ik heb collega Janssen volgens mij bij herhaling — dat bedoel ik positief — horen zeggen: als je wilt weten hoe mensen kijken naar de rechtsstaat, vraag het hun dan en luister daarnaar. Een perspectief dat ik er te verheldering, denk ik, in dat verband naast wil leggen, is wat we teruglezen in de rapportage van het CBS, het Centraal Bureau voor de Statistiek. Dat gaat over het vertrouwen dat burgers hebben in de politie, rechters, het Openbaar Ministerie et cetera. Dat is hoog; dat is meer dan 75%. Ik hoor collega Janssen zeggen: vraag het aan burgers en luister naar hun antwoord. Dan ben ik benieuwd hoe hij dat beeld, dat eigenlijk heel positief is, rijmt met wat hij hier te berde brengt over afnemend, afkalvend vertrouwen et cetera.
De heer Janssen (SP):
Zeker, omdat het twee verschillende grootheden zijn. Ik sprak net ook al mijn steun uit voor al die mensen die dit werk doen. Mensen mogen er ook best vertrouwen in hebben dat als die mensen aan hun werk toekomen, ze dat ook heel goed doen, met de beste bedoelingen en op een hele goede manier. Alleen, ze komen er vaak niet aan toe. Het verschil zit 'm in de rechtsstaat, het systeem en het stelsel dat rechters, advocaten, politie et cetera niet in staat stelt om datgene te doen waarvoor ze zijn opgeleid, waar hun hart ligt en wat ze willen doen. Het gelijkstellen van het vertrouwen in de personen die het uit moeten voeren en het stelsel op zich betreft twee verschillende grootheden. Dat is hetgeen ik duidelijk heb geprobeerd te maken. Ja, we vertrouwen de rechter. Ja, we vertrouwen advocaten. Ja, we vertrouwen al die mensen, die politieagenten en iedereen die dat werk doet, maar het vertrouwen in het rechtsstelsel op zich, waarbij het idee is dat recht gedaan wordt waar onrecht plaatsvindt, kalft af. Dat is de veenbrand waar ik het over heb, die versterkt wordt door al die kleine maatregelen die steeds weer een hapje nemen uit dat stelsel. Vandaar ook mijn vraag om de reactie op de optelsom van al die kleine maatregelen. Wat doet dat met het gevoel van de burgers in de rechtsstaat en niet in de personen die het uit moeten voeren?
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Bezaan. Zij spreekt namens de PVV.